maandag 25 mei 2020

Burgeraudit over coronamaatregelen


Sinds 2017 is het in de Tweede Kamer traditie om enkele dagen na Verantwoordingsdag een “V-100” te organiseren. Honderd mensen uit de samenleving onderzoeken op uitnodiging van de vaste commissie voor Financiën de jaarverslagen van enkele ministeries. Zij formuleren vragen bij de jaarverslagen vanuit hun eigen ervaring met een specifiek beleidsthema. Deze vragen worden vervolgens door de commissies voorgelegd aan de bewindspersonen. Het kan gaan om een aselecte steekproef uit de kiesgerechtigden of om een bijzondere groep, bijvoorbeeld honder studenten van het MBO. Dat kan ook rond de maatregelen vanwege de Corona-crisis.

Draagt bij aan begrip en vertrouwen
De deelnemers kijken positief terug op de V-100. Een grote meerderheid ziet de meerwaarde van een dergelijk evenement voor de democratie en voor zichzelf als deelnemer. Bijna iedereen (94%) zou vrienden of familieleden aanraden aan de V100 deel te nemen. Zo kwam uit de evaluatie van de V100. 
Mensen waren iets positiever over de interesse in mening van gewone mensen

Bron: onderzoek RUG en NSOB V-100
De deelnemers waren ook positiever over de Tweede Kamer. Ze hoeven natuurlijk van mij niet ineens alle vertrouwen te krijgen. Maar meer nuance in het oordeel is wel een mooi resultaat. 
Bron: Onderzoek RUG en NSOB V-100

Evaluatie coronamaatregelen
Waarom zou de Kamer niet ook rond de evaluatie van de coronamaatregelen 100 mensen uitnodigen? Hun blik zal anders zijn dan die van Kamerleden en ze hebben geen last van zelf eerder ingenomen standpunten. Als je bijvoorbeeld achteraf gezien de maatregelen te streng vindt, maar zelf juist publiekelijk pleitte voor nog strengere maatregelen kan je met jezelf in de knoop komen.

De V-100 kan zich anders inleven dan Kamerleden. Hun eigen inkomsten vielen misschien wel weg. Ze konden misschien hun huur niet meer betalen. Hun omstandigheden zijn anders, hun invalshoek kan dus ook heel anders zijn.

Deze V-100 zouden een rapportage moeten krijgen van het kabinet en daar vragen voor moeten formuleren. Hun vragen moeten vervolgens net zo goed als die van Kamerleden formeel beantwoord worden. Mogelijk kunnen ze nog een keer bij elkaar komen om te bespreken of de antwoorden voldoende informatie geven. Vrij simpel. 

Een burgeraudit over de zo enorm ingrijpende corona-maatregelen. Ik zie een mooie bijdrage aan de evaluatie in het verschiet, goed voor de transparantie en het vertrouwen. .


maandag 11 mei 2020

Democratie in en na de Coronatijd


In tijden van crisis hebben mensen de neiging om de leider te steunen. In nood blijken mensen in overgrote meerderheid blij met iemand die verantwoordelijkheid neemt omdat ze zelf te geschrokken zijn om te weten wat er moet gebeuren. Ik vind dat Rutte het na de wat trage start goed doet. Na de coronacrisis zal echter gewerkt moeten worden aan de democratie en vooral de democratische controle.

Vergaande bevoegdheden
In Nederland is geen noodtoestand afgekondigd. Want met een beroep op de Wet publieke gezondheid kan een minister van justitie en veiligheid of de commissaris van de koning het je bevinden in de openlucht al beperken tot een bezoek aan de supermarkt of een arts. De bevoegdheden gaan erg ver. Het is zelfs zo dat de centrale overheid burgemeesters kan opdragen van hun bevoegdheden gebruik te maken. In de Volkskrant vertelde de burgemeester van Hoogeveen dat hij een kwartier had om de cafés te sluiten.

Bij weinig mensen macht neergelegd
Het gaat er niet om dat dit alles niet mag. Het recht van vrijheid van vereniging, vergadering en betoging kan worden beperkt in dit soort gevallen, als dat netjes via een wet gebeurt en noodzakelijk is in het belang van de openbare orde en de volksgezondheid. Het lijkt allemaal wettelijk te kloppen. Maar wel komt het bestrijden van corona én de handhaving van de openbare orde bij een zeer beperkt aantal mensen terecht. In deze rampentijd wordt van ons verwacht dat we ons gedragen en vertrouwen hebben. Dat vraagt om controle.

Controle is momenteel onder de maat
Die controle is momenteel lastig. De Tweede Kamer heeft niet geregeld dat er digitaal vergaderd mag worden. Digitaal vergaderen stelt ook andere eisen. Naar de rechter stappen vanwege de beperkende maatregelen kan, maar ook de rechtbanken werken op dit moment niet optimaal. Ondertussen wordt er heel veel geld toegezegd en schiet de schuld omhoog. Als je een “intelligente” lockdown instelt, is het ook nodig om noodsteun te geven. Ik wil niet zeggen dat dat onterecht is, je moet er niet aan denken dat de zorg mensen niet meer kan behandelen en de lijken niet meer op tijd begraven kunnen worden. Maar het vraagt wel erg veel vertrouwen. Het kabinet moet maatregelen nemen, terwijl veel nog niet bekend is en wat wel bekend is nog bediscussieerd wordt. Er gaan dus ook zaken mis en er moet gekozen worden tussen meerdere kwaden. Keuzen maken is nodig om deze crisis door te komen. Nu krijgt Rutte steun, maar met wijsheid achteraf zal die steun onvermijdelijk afbrokkelen.

Wat wil ik dan? Onderzoek met onze betrokkenheid
1. Een parlementaire enquête: een parlementair onderzoek waarbij getuigen verplicht kunnen worden te komen en onder ede moeten verklaren. Maar dat is niet genoeg. In deze tijden waarbij van alle burgers vergaand gevraagd is om in te schikken en thuis te blijven, waarbij ondernemers onmogelijk gemaakt is om hun werk uit te oefenen, waarbij het recht op vereniging en vergadering beperkt is, vraagt meer betrokkenheid van ons. Heeft de regering in aanloop van de crisis en tijdens de crisis rechtmatig, effectief en rechtvaardig gehandeld? 

1 a. Ik denk dat daarom juist nu van belang is dat wij burgers kunnen meecontroleren. Ik zou het mooi vinden daarvoor leentjebuur te spelen bij de Amerikaanse jury's. Iedereen kan opgeroepen worden om lid te zijn van een jury. Vraag bijvoorbeeld 100 aselect aangewezen kiesgerechtigde burgers om mee te kijken naar de opzet en uitvoering van het parlementair onderzoek.

2. Regelen in een wet digitaal vergaderen dat parlement (en gemeenteraad waarvoor nu een tijdelijke wet is) kan vergaderen via videoverbindingen. Het is nu niet goed geregeld waardoor het lijkt of het gewoon mag of gewoon niet mag. Er wordt vergaderd met fractievoorzitters, terwijl in de wet iedere vertegenwoordiger is gekozen zonder last of ruggenspraak. Er mag een mengvorm zijn van fysieke en digitale aanwezigheid, wat ongelijke posities mogelijk maakt. Regel het goed!Wanneer mag het, hoe lang, welke regels voor het quorum gelden, welke openbaarheid is er, kortom onder welke voorwaarden mag er videovergaderd worden?

3. Onderzoek naar het handelen van de veiligheidsregio's. Er zijn per regio verschillende aanpakken gekozen, voor wat betreft het handhaven en het ophalen van meldingen. Hoe is dat gegaan? Op welke manier hebben gemeenteraden kunnen controleren of er rechtmatig, rechtvaardig en effectief werd opgetreden. Ook hierbij is het goed dat burgers van de betreffende veiligheidsregio mee kunnen kijken.

4. Onderzoek naar de rol van media. Vaak wordt er alleen gekeken naar de rol van de vertegenwoordigers, die inderdaad een zelfstandige verantwoordelijkheid hebben. Maar de sociale media, de TV, de kranten hebben ook allemaal bijgedragen in de crisistijd. Niet om daarmee af te rekenen, we komen niet aan de vrijheid van meningsuiting, wel om te kijken wat een ieder kan leren voor de toekomst. Wat ging goed, wat kon beter? Ik denk dat de media dit onderzoek zelf moeten inzetten en zelf moeten kijken hoe ze ons er bij betrekken. Zij zijn onze bewakers van de democratie. Ook zij moeten ons vertrouwen verdienen.


donderdag 7 mei 2020

Coronacrisis: risicobeheer was niet op orde


Het Outbreak Management Team is aan zet als er een uitbraak is. Minder zichtbaar is dat er de rest van de tijd niet aan beheersing van een uitbraak gewerkt moet worden, maar aan het beheersen van de risico's. Het gaat er om dat je beter weet wat je moet doen als een risico zich voordoet, je daar op voorbereidt en daardoor minder kwetsbaar bent. Daar heeft ons land veel te leren. En je kunt er zelf nog steeds iets aan doen.

Hoe stond het met risicobeheer?
Risicobeheer (of risicomanagement) is een manier om structureel te kijken naar mogelijke risico's, deze te beoordelen en vervolgstappen te benoemen. Ik kom als visitator vooral risicomanagement van woningcorporaties tegen. De corporatie kijkt naar financiële risico's, projectrisico's, organisatierisico's en maatschappelijke risico's. Per risico bekijkt de corporatie hoe groot de kans is, hoe je het voorkomt, hoe groot de invloed als er iets gebeurt én wat de corporatie kan doen op het moment dat het risico werkelijkheid wordt. Hoe zorg je bijvoorbeeld dat je het ziekteverzuim beperkt, maar ook: hoe zorg je dat je kunt blijven werken mocht het ziekteverzuim toch toenemen?

Het heeft meer aandacht gekregen na de financiële crisis in 2008. Corporaties moeten weten wat er gebeurt als de rente stijgt (ze hebben grote leningen). Zo kiezen de corporaties ervoor niet alle leningen in het zelfde jaar te moeten vernieuwen: als de rente dan juist hoger is stijgen de kosten heel plotseling. Plotselinge lastenstijging is veel moeilijker te beheren dan trage lastenstijging.

Was het risicobeheer van de rijksoverheid goed op orde? Mijn antwoord is nee. Het is wijsheid achteraf en we zaten er allemaal bij, maar het antwoord blijft: nee, we waren ondanks waarschuwingen niet goed voorbereid. Het gevolg is veel hogere kosten in een zeer korte tijd dan bij goed risicobeheer.

Ik vond in de Volkskrant zaterdag 2 mei een aardig interview met David Zaruk. Zijn interessante stelling is dat er nu teveel gedaan wordt aan voorzorgsmaatregelen, omdat het ontbrak aan risicobeheer. Hij meent dat voorzorg de vervanger is geworden van risicomanagement. Voorzorg (de lockdown om te voorkomen dat mensen elkaar besmetten) was nodig omdat niemand in staat was eerdere en andere maatregelen te treffen. Het is een zware en zeer kostbare maatregel. Ik bestrijd de maatregel niet. Ik zeg alleen dat door matig risicobeheer de crisis minder goed is aangepakt.

Zuid-Korea was beter voorbereid
In Korea deden ze het beter doordat ze te maken hadden gehad met Sars en Mers. Er waren draaiboeken voor als er een epidemie uit zou breken. Zodra de besmettingen in Zuid-Korea zichtbaar waren, zijn alle geschikte laboratoria aan het werk gezet om testen te maken en sindsdien draaien producenten overuren. Dat was heel snel en heel effectief. Overal werd ook de temperatuur opgenomen. Het zegt niet genoeg, maar je bent wel besmettelijker als je koorts hebt.

Snelheid van handelen is essentieel. Zelfs in crisistijd duurt het drie weken vanaf de eerste besmetting tot er actie ondernomen wordt. Er was in China een lockdown vanaf 24 januari (duurde meer dan 3 weken, maar geen enkel ander land had nog ervaring). Wat zien we in Italie: eerste besmetting 30 januari, lockdown stadjes in Noord Italië (24/2) en (heel Italië 9/3). In Nederland? Eerste geverifieerde besmetting op 27/2, lockdown toch pas op 12/3 en 15/3. Nederland was gelukkig sneller en effectiever dan Italië, maar blijkbaar kost het moeite om tot de lockdown te komen.

Maar wat moest er gebeuren?
Er was ook niet duidelijk wat er moest gebeuren, want Veiligheidsregio’s waren niet betrokken bij de intelligente lockdown. Burgemeesters kregen de instructies per tv-uitzending. In de Volkskrant gaf de burgemeester van Hoogeveen aan dat hij op 15 maart binnen een half uur de horeca moest sluiten. Let wel: de cafés in België waren toen al eerder gesloten. Burgemeesters in België, aan de grens, riepen al eerder dat het zo niet kon.

Natuurlijk is het moeilijk om in deze tijd goed te regeren en is dit van mij wijsheid achteraf. Maar duidelijk is wel dat Nederland niet was voorbereid op een pandemie.

Het risico was bekend
Het was niet dat het risico niet bekend was. De Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid stelt vanaf 2016 veiligheidsanalyses op. Deskundigen van het RIVM schreven daaraan mee en de gevaren van een pandemie kwamen er steeds uit naar voren. Waarom was dan toch nodig om de burgemeesters op 15 maart te waarschuwen dat ze over een halfuur alle cafés moesten sluiten?

Mijn conclusie: er is niet serieus voorbereid op een pandemie.

Waren de risico's benoemd? Jawel. Je zet dan op een rijtje wat de risico's zijn en hoe groot de kans en de impact zijn. Dat is in Nederland ook gebeurd. Maar dat was niet serieus, juist omdat we slechte ervaringen hadden met de Mexicaanse griep.

De meevallende Mexicaanse griep H1N1 suste ons in slaap
In maart 2009 brak de griep H1N1 uit in Mexico. Op 28 april werden niet essentiële reizen naar Mexico ontraden. De overheid kocht grote hoeveelheden Tamiflu in. Viroloog Ab Osterhaus heette “de regeringsadviseur die in Nederland al maandenlang paniek zaait over de mogelijk verregaande epidemische en dodelijke gevolgen van Mexicaanse griep”. Hij zou dat alleen doen omdat hij banden had met de industrie.

Ik citeer Quote uit 2009 “De Nederlandse overheid heeft 34 miljoen vaccins gekocht afgelopen zomer, vele malen meer dan België, waar deskundigen juist conservatief reageerden en heel andere adviezen verstrekten aan Brussel dan Osterhaus aan Den Haag. In Nederland zwelt de kritiek tegen de paniekzaaierij van Osterhaus dan ook aan.” 

De media betitelden Osterhaus begin dit jaar nog steeds als paniekzaaier. Misschien goed om ons te herinneren dat Osterhaus op 28 februari dit jaar waarschuwt dat we in Nederland moeten stoppen met handen geven vanwege corona in China en Italië. Maar O. stond bij veel mensen in Nederland nog te boek als paniekzaaier.

Er is onderzoek gedaan naar de effectiviteit van risicomanagement. Het blijkt dat vooral het echte doorspreken van de risico's bijdraagt aan risicobewustzijn en aan het beheersen van risico's. Lijstjes bijhouden en rapporteren werkt niet. Het gaat om het echte serieus nemen.

Parlementaire enquête
Een onderzoek, waarschijnlijk een parlementaire enquête, naar het optreden rond de pandemie ligt voor de hand. Daarbij is het van belang vooral te leren èn niet alleen te kijken naar de regering. De politici (die een debat aangevraagd door Baudet afraadden omdat het Baudet was die om een debat vroeg (?)), de media (die buitengewoon kritisch waren toen Nederland teveel voorbereid was), de veiligheidsregio's (die alleen uitvoerder werden).

Persoonlijk risicobeheer
Maar hoe staat het met ons persoonlijk risicobeheer? We wassen onze handen en houden afstand. Dat is goed, maar dat is het treffen van voorzorgen. Daar waren we al niet goed in. Nibud adviseert 10% van je inkomen opzij te zetten en altijd een bedrag achter de hand te hebben, ongeveer drie keer je maandinkomen. Een derde van de mensen heeft dat niet. Geen beste voorzorg dus. Blijf nu die handen wassen! Blijf afstand houden! Dat we uit de lockdown proberen te komen is niet omdat het virus minder besmettelijk is geworden.

Risicobeheer is voorbereid zijn en weten hoe je schade beperkt voordat die zich voordoet. Voor onszelf betekent het dat we moeten kijken hoe we ons voorbereiden op het risico dat we zelf geïnfecteerd raken. Dus niet alleen handen wassen, ook immuniteit versterken is een mogelijke maatregel die wij kunnen nemen. Denk aan: altijd voldoende drinken, goed, niet teveel en gevarieerd eten, 2 stuks fruit, voldoende bewegen, goed slapen, stoppen met roken, weinig of geen alcohol gebruiken.

Misschien had Rutte dat er in de persconferentie bij kunnen zeggen. We doen het immers met zijn allen samen.

Blijf gezond.





vrijdag 1 mei 2020

Lockdown en sociale controle


Er wordt veel geklaagd over onze intelligente lockdown. Dat is begrijpelijk, want we voelen ons allemaal beperkt in wat we kunnen doen. We zoeken bovendien een zondebok: wie kunnen we verantwoordelijk stellen? Mijn vraag is nu: waar zullen we het meeste over klagen? Wat zit ons het meeste dwars? Klagen we misschien toch het meest over de ander?

Er zijn tal van gegadigden. China: de kraamkamer van het virus. Autoritaire leiders die de crisis aangrijpen om meer af te dwingen. Trump die te weinig doet, maar wel veel zegt: tot aan inspuiten met desinfectant toe. Rutte die de kappers het brood uit de mond neemt. Van Dissel die traag reageerde en Rutte adviseert om ondernemers te knevelen. Hoekstra die de KLM veel meer geld toeschuift dan de culturele sector. Jongeren die corona-partys houden en zich niets aantrekken van de lockdown. Mensen die te dichtbij komen en zich niet genoeg houden aan de aanbeveling van anderhalve meterafstand. Mensen die klagen over het te dichtbij komen. Ik denk dat het elkaar onderling aanspreken ons het meeste dwars zit. Dat raakt ons echt. (Totdat je ondernemer bent en failliet gaat, dat raakt je natuurlijk enorm)

Leve de autoritaire leider?
Wat we in Nederland zien is dat een autoritaire leider fijner is om over te klagen dan een leider als Rutte die een beroep doet op de samenleving. De lichte drang is veel disciplinerender dan de herkenbare autoritaire dwang. Je legt je neer bij autoritaire dwang en denkt er over wat je wilt.

Bij de lichte drang is het moeilijker om te blijven denken wat je wilt. Je omgeving heeft immers ook gedachten over de lockdown. Als je je er over beklaagt, staat je omgeving klaar om je te bekritiseren. Het is simpeler als een agent je op de vingers tikt, dat is nu eenmaal zijn werk. Je bent het er niet mee eens, maar je gaat er in mee. Maar de buurvrouw die zegt dat ze verdriet heeft dat jij je niet aan de anderhalve meter afstand houdt werkt op je gemoed. Zo bespiegelt Gerko Tempelman in Trouw, die bang is dat kritiek op overheidsbeleid taboe is en na de crisis de volgzaamheid groter maakt. 

Maar is de autoritaire dwang dan beter? 
Nee!

Vrijheid begrensd door de vrijheid van de ander
Op Facebook wemelt het van kritiek op Rutte en de semi-lockdown (steun is er ook, maar minder zichtbaar). Het is niet alleen toegestaan om kritiek te uiten, je vindt gelijkgestemden. Er is niets dat je denken beperkt. Hoogstens moet je leren om je niet teveel te laten meeslepen. Bovendien weten leiders in democratische landen dat er nu veel steun is, maar dat in het parlement wel verantwoording afgelegd wordt. Politici wijzen je op wat er niet goed ging, op details waar ik mij aan erger, maar ook op daadwerkelijk grote fouten. Nu is de steun voor Rutte groot, maar blijft dat zo?

Het mooie van democratie is nog altijd dat het een middel is om leiders zonder geweld weg te stemmen. Leiders die gefaald hebben, maar ook leiders die hun waarde hebben gehad en waar mensen de prioriteiten niet meer mee delen.

Is die sociale druk en dat werken op je gemoed dan niet erg? We hebben met elkaar te maken en we denken niet allemaal hetzelfde. De vrijheid die je hebt en neemt mag niet leiden tot de onvrijheid van de ander. Maar op dit moment is daar verschil van mening over. De een voelt zich onvrij doordat mensen hem aanspreken op de anderhalve meter. Hij wijst op het geringe aantal doden: mag dat een argument zijn om iedereen te beperken met grote economische schade tot gevolg? De ander voelt zich onvrij omdat hij niet kan winkelen zonder in gevaar gebracht te worden. Hij wijst op overbelaste intensive cares en mogelijk zijn oude vader en moeder die verzorgd wordt. Hoeveel moeite is het om anderhalve meter afstand te houden om je medemensen te beschermen?

Ergerlijk maar niet erg
Het is leerzaam dat we merken dat we niet hetzelfde idee hebben, dat we afhankelijk zijn van de medewerking van anderen. Ja, dat is ergerlijk. Nee dat is niet erg.

Er zijn boeken volgeschreven over de voor- en de nadelen van sociale controle. Een corona-crisis benadrukt de voor- én de nadelen van sociale controle. Ik zou zeggen: prima! We zijn een samenleving en herontdekken waar we elkaar steunen en dwars zitten. 

De uitdaging is respect voor elkaar te houden. Dat wil er helaas nogal eens bij inschieten.

donderdag 30 april 2020

Zes voorspellingen voor na de corona-crisis


Wat gaat er gebeuren als we uit de corona-crisis komen? De vorige bijdrage schreef ik over de gedachten van mensen voor de wereld na corona. Dat houdt dan vaak in dat na de crisis moet gebeuren wat ze voor de crisis al riepen. 

Klimaat, zorg geen markt, meer geld naar de zorg, minder vliegen, het leger weer op volle sterkte brengen, grensbewaking invoeren, tegenhouden van vluchtelingen of juist niet: solidariteit herontdekken en ruimte geven. Wensen zijn de vaders van vele gedachten. Wat zou er wel gebeuren? 

In de wereld is feitelijk een systeem van evenwichten. Dat kunnen hele stevige evenwichten zijn en minder stevige. Als er een schok komt blijft dat kaartenhuis niet staan, terwijl die stevige presse papier gewoon blijft liggen.

  1. Fysieke winkels verzwakken. Hoewel mensen nu snakken naar ontmoeting, geloof ik bijvoorbeeld niet dat fysieke winkels zich volledig herstellen. Die stonden zwak tegenover online bestellen en dat gaat nu nog moeilijker worden.
  2. Geopolitiek wordt belangrijker. Geopolitiek was in opkomst, paste grootmacht China goed en deed het ook bij de Amerikaanse kiezers goed. Dat blijft dan ook gewoon. De globalisering had zijn grenzen behaald en was minder sterk dan in de jaren 10. Die globalisering zal dus een knauw krijgen.
  3. De kloof tussen arm en rijk wordt niet kleiner. Wordt de kloof tussen arm en rijk niet kleiner na alle constateringen dat juist die slecht betaalde baantjes zo van vitaal belang zijn? Ik geloof er niets van. De kracht van de arbeiders in die sectoren neemt hoogstens toe omdat de globalisering vermindert. Maar de verzwakking die was ingezet door slechte zelforganisatie in vakbonden is niet ongedaan gemaakt.
  4. Het klimaat krijgt meer prioriteit. Ik denk het tenminste wel. Om twee redenen. De eerste is net als bij de andere trends: rekening houden met het klimaat was al in opkomst. Bovendien kan het zijn dat we ons meer realiseren dat we voorbereid moeten zijn op risico's. Het gaat ook mooi samen met de opbouw van de economie.
  5. De positie van kranten verzwakt verder. De sociale media geven direct antwoord op vragen ook al zijn dat de verkeerde antwoorden. Iemand die al zijn nieuws van Facebook haalt wordt snel bediend ook al zijn het complottheorieën. Mensen die geïnteresseerd zijn in overvallen door Marokkanen, krijgen geen andere overvallen te zien, die passen niet in het beeld. Dat was al aan het gebeuren en wordt sterker nu mensen thuis zitten. Jammer, ik zou het graag anders zien, maar er is geen reden om aan te nemen dat de krant met gedegener onderzoek het beter zou doen.
  6. Vrouwen dringen verder door tot de top. Dit is al jaren aan de gang. Vrouwen zijn steeds beter opgeleid, de ambitie neemt toe. Bovendien waren er aansprekende leiders tijdens deze corona-crisis. 
  7. De aandacht voor mijn blog gaat niet groeien. Ondanks de afkalving van kranten en de groei naar sociale media. Je moet vechten om aandacht en dan scoort het om vergaande uitspraken te doen. Jort Kelder stelt dat de economische schade het waard niet is om ‘te dikke 80-plussers die gerookt hebben’ te redden tijdens deze crisis'. Ja, daar kijkt iedereen naar en reageert iedereen op. Het is een raadsel waarom Marianne Zwagerman serieus genomen wordt, maar niet waarom ze aandacht krijgt.
We zullen zien. Wie vult mij aan? In de tussentijd hoop ik dat jullie gezond blijven en de nuance blijven zoeken.

P.S. En ja, de aanvullingen komen:




maandag 6 april 2020

Een crisis is een kans?


Het is gevaarlijk om te schrijven over wat er na de corona-crisis in de wereld moet gebeuren. Ik zie namelijk veel mensen die menen te moeten opmerken dat alles anders moet. Een crisis is een kans! Maar helaas: dat houdt dan vaak in dat na de crisis moet gebeuren wat ze voor de crisis al riepen. Klimaat, zorg geen markt, meer geld naar de zorg, het leger weer op volle sterkte brengen, grensbewaking invoeren, tegenhouden van vluchtelingen of juist niet. Meer Europa omdat we zien dat de landen zo verbonden zijn, of juist minder nu we zien dat de landen eigen land eerst roepen. Ik hoor bijvoorbeeld bij de mensen die de ziektekostenverzekering van de VS gevaarlijk vond, dat roep ik nu dus nog. Ik ben dus zelf niet erg veranderd door de crisis.

Wat blijft na een ramp?
Als je huis in brand staat neem je je van alles voor, maar uiteindelijk komt het er op neer dat je het rieten dak liever vervangt door dakpannen, het belang van een goede verzekering opnieuw wordt vastgesteld en de eerste tijd je wat voorzichtiger bent met vuur. De kwetsbaarheid voor brand leidt tot ingrepen. Maar het is niet zo dat als je de brandweer bevoegdheden geeft, je besluit dat die bevoegdheden ook na de brand in stand moeten blijven. Of dat je brandweerman wordt in plaats van consultant. 

Welke kans moet er dan gepakt worden?
Wat moet er dan veranderen? Geen handel meer met China? Dat is economisch een zware slag voor beide landen. Het kan. Dat zal hoop ik niet gebeuren. Hoogstens moet er een andere definitie komen van wat je in eigen land beschikbaar moet hebben. Wel de productie van vaccins, niet de productie van kinderspeelgoed, telefoons en webcams. Meer IC bedden permanent klaar hebben? Dat is te duur. Liever een plan om snel te kunnen opschalen. In de VS werd niet wc-papier gehamsterd, maar wapens. Dat was voor velen een goede voorbereiding op een crisis. Dus ook op de volgende crisis. Meer geld naar de zorg? Dat gebeurt al jaren. En let eens op hoe weinig geld we na de crisis nog over hebben....

Meer online vergaderen? Lijkt me een mooie, maar wat zal ik blij zijn als ik weer mensen om me heen heb bij vergaderingen en hun lichaamstaal beter zie. We hebben ook het online lesgeven ontdekt, dat zou ik graag meer gecombineerd zien worden met het klassikaal onderwijs. Wat de discipline bij de kinderen is bij klassikaal werken een stuk groter.

Eerst eens worden over wat belangrijk is
Wat je na een ramp wel kan doen is nadenken over wat voor jou belangrijk is en wat je lief is. Daar zijn we het in Nederland nog niet allemaal over eens. Was dat onze welvaart en Nederland als internationaal handelsland? Was dat onze internationale oriëntatie en de bereidheid andere landen te helpen? Of was dat onze solidariteit in buurten en dorpen? Was het belangrijkste een onwrikbaar geloof in God of juist een liberale samenleving waarin individu en collectief in evenwicht is? Iedereen heeft toch een ander beeld. Strijd tegen het eenzaamheidsvirus slaat denk ik wel aan bij iedereen, maar al snel daarna beginnen de verschillen te komen. 

Daarom ben ik er meer voor het eens te worden over wat de belangrijkste waarden zijn. Vervolgens is het nog lastig om daar conclusies uit te trekken.

Moeten we bijvoorbeeld ons land isoleren om te voorkomen dat er ooit een virus inkomt (onkwetsbaar worden), of moeten we juist samen werken om sneller elkaar te informeren en sneller op te kunnen schalen (leren en de volgende ramp beter kunnen aanpakken). Wil je leren om de volgende keer beter en sneller te kunnen reageren? Of wil je weg van risico's en neem je de economische en culturele schade die daarbij hoort voor lief?

Wil je leren om beter te kunnen reageren, dan kun je meer aandacht geven aan de obesogene omgeving (overgewicht is een kwetsbare factor bij virussen), het samenleven met elkaar, je buren kennen en een beetje op hen letten. 

Maar ik vrees dat ik ook dat al voor de crisis vond.

donderdag 26 maart 2020

Informatie in tijden van Coronavirus


Voor het rondneuzen op sociale media zijn dit mooie tijden. Vaak valt het onder de categorie “het eten in dit restaurant is smerig en niet te vreten, bovendien zijn de porties veel te klein”. In tijden van paniek is consistent redeneren ver te zoeken. Dat moet komen van de overheid.

Het eerste wat sneuvelt is consistentie
Mensen die een hekel hebben aan de EU en tot voor kort blij waren met terreinen die de landen voor zichzelf hielden (gezondheidszorg) roepen nu dat de EU te weinig gezamenlijk doet aan gezondheidszorg. En dat is uiteraard schandalig. Mensen roepen dat er een totale lockdown moet komen en vermelden in dezelfde ademstoot dat de ze wel een blokje omlopen omdat dat niet gevaarlijk is en nodig is om gezond te blijven. Mensen prijzen het kabinet om eerlijk te zeggen dat er nog veel onduidelijk is en dat met slechts 50% van de kennis 100% van de besluiten genomen worden en menen dat de communicatie faalt omdat er teveel onduidelijk is.

Leren omgaan met sociale media 
Het is ook een tijd van verbazing over het beeld op Facebook en twitter en de eigen ervaring. Afgaande op de sociale media lopen mensen overal in drommen naast elkaar, ze vechten in de supermarkt om de laatste wc rol. Bovendien roepen mensen in koor dat iedereen denkt dat dit zomaar een griepje is. Om mij heen zie ik mensen afstand houden, voorzichtig zijn (en betreuren dat ze niet niet sneller een wc rol hebben gekocht). Rond voetbaltoernooien lopen er 17 miljoen coaches in Nederland rond. In tijden van corona-crisis blijkt Nederland te beschikken over 17 miljoen virologen en statistici. Blijf dan letten op kennis, ervaring en betrouwbaarheid. Reageer met aandacht voor elkaar's onrust, woede en verdriet. Maar ook: leer hoe je je whatsapp op stil kan zetten. 

Betrouwbare instituties en actuele informatie
Rond deze tijden hebben mensen behoefte aan betrouwbare instituties en actuele informatie. Het valt dan op dat met name gemeenten nog moeten wennen aan hun rol. Nederlanders willen bijvoorbeeld snel relevante informatie kunnen vinden over de lokale GGD, huisartsenposten, advies, horeca, verordeningen binnen gemeentegrenzen, et cetera. Ik heb even gekeken bij mijn gemeente Utrecht, die overigens een niet te missen knop over coronavirus prominent vooraan zette op de site. (Je klikt eerst op de knop die gaat over de eigen gemeentelijke dienstverlening, daarna zie je nog een andere knop over het corona-virus) daar vind je alle landelijke informatie en dat de GGD regio Utrecht de situatie nauwlettend in de gaten houdt (geen link naar de GGD). De boodschap van de burgemeester en bekende Utrechters is overigens prima.




We kunnen veel leren van de crisis. Het waarderen van onderlinge hulp, het belang van centrale regie en betrouwbare instituties, snel optreden, de mogelijkheid om een PvdA-er te benoemen als minister als dat de beste man of vrouw is, de kansen om per video te vergaderen, het belang van openheid in een vroeg stadium. Elke organisatie kan ook zelf hiervan leren.

De gemeente als eerste overheid?
De gemeente als eerste overheid heeft zich ook verder te ontwikkelen. Als gemeenten zo weinig meer te bieden hebben dan de landelijke informatie, blijkt dat het concept van eerste overheid nuancering behoeft. Gemeenten hebben veel te winnen als ze de relatie met de gemeenschap zo organiseren dat ze ook informatie kunnen geven over semi overheid en organisaties die mensen zien als een soort overheid: ziekenhuizen, apotheken, huisartsen. Organisaties die gezag hebben in de gemeente.

Omgaan met onzekerheid
Het omgaan met onzekerheid is nu moeilijker dan vroeger. We zijn ook meer verknoopt dan vroeger. Moet dat teruggedraaid worden? Ik geloof er niets van, maar het zal wel gebeuren. Liever zou ik meer aandacht hebben voor de kwetsbaarheden, vitale beroepen, partnerschap, een sterke civil society en betrokkenheid bij elkaar. En ook dan merk je: risico's kun je nooit uitsluiten, onkwetsbaarheid is onmogelijk. Het is beter te leren hoe je sterker wordt van rampen en crises en er op voorbereid kan zijn. Misschien het belangrijkste: regeren is vooruitzien. Vooral dat laatste had beter gekund.

Blijf gezond, houd (virtueel) contact met je naasten en in tijden van crisis: luister naar het gezag en denk na. Leer van wat ons overkwam. 

vrijdag 28 februari 2020

Hoe voert jouw gemeente de WMO uit?


In 2015 uitte ik hier in een blog ergernis over de black box van gemeenten waarin beslissingen genomen worden over de WMO. Ik heb wel het idee dat gemeenten het goed doen en echt kijken naar wat iemand zelf kan en wat redelijk is, maar dat is vanuit een basaal vertrouwen in de overheid. Weet jij of ambtenaren in jouw gemeente het goed doen? 

Toen was het een situatie waarbij een negentigjarige geen traplift vergoed kreeg. #Ophef! De gemeente probeerde de boel te sussen met de reactie dat het genuanceerder lag. 

De WMO geeft geen heldere rechten. Ambtenaren kijken wat iemand zelf kan en wat de gemeente daar aan toe moet voegen. De persoonlijke situatie is leidend, niet het recht op zorg. Het komt er dus op neer dat als je hulp aanvraagt, een ambtenaar besluit of je voor de Wmo in aanmerking komt. Dit is maatwerk, de politiek bepaalt alleen de algemene kaders. Het is dus niet zo dat je vanaf je 75 jaar recht hebt op huishoudelijke ondersteuning of zo.

Leg het voor aan een representatief burgerpanel
Inmiddels heb ik met Marije van den Berg een pilot begeleid om te kijken wat er gebeurt als je de besluiten van die ambtenaren eens voorlegt aan een representatief panel van burgers. Utrecht, Zoetermeer en Roosendaal durfden deze pilot aan. Andere gemeenten deden niet mee omdat er geen geld was, net fors bezuinigd moest worden, of de WMO in samenwerking met andere gemeenten werd uitgevoerd. In de gesprekken vooraf met tal van gemeenten kwam vaak een angst naar boven om het voor te leggen. Wat gaan die inwoners er wel niet van zeggen? Wordt dit een ongenuanceerde scheldpartij waardoor de redelijk willenden weggedrukt worden?

Geen scheldpartijen, maar redelijke mensen die blij zijn mee te kunnen praten
De angst is niet uitgekomen. De reacties zijn genuanceerd en mensen bleven niet hangen in de rol van klant, maar bekeken ook de kant van het collectief dat hulp financiert. Uit de evaluatie blijkt verder dat de burgers die meewerkten en het oordeel van de gemeente bekeken, meer vertrouwen kregen in de gemeente. Ook kregen zij meer begrip voor haar taken. De paneldeelnemers zijn lovend over de manier waarop gemeenten dilemma’s hebben voorgelegd.

De gemeenten proberen met hun nieuwe werkwijze precies dat te doen wat de meeste mensen willen: de verzorging behouden, maar wel kijken wat mensen zelf kunnen doen. Dat vraagt een genuanceerde aanpak. De verantwoording over die aanpak is nu onvoldoende.

Mag een verstandelijk beperkte jongen een tandem vergoed krijgen om zo samen te kunnen fietsen? Nee, zei de gemeente. Het ging om de verstandelijk beperkte Pepijn (9 jaar) die zijn driewielfiets wil inruilen voor een veel duurdere tandem. De gemeente worstelt met deze vraag omdat hij “zich in de directe omgeving kan verplaatsen met een vervoermiddel”. Hij kan echter niet alleen aan het verkeer deelnemen en kan geen gebruik maken van leerlingenvervoer. En hij moet wel naar school. Let wel: de gemeente worstelt hier ook mee. Dat was de reden om de casus voor te leggen. 

Krijgt een vrouw wiens man PTSS heeft en overbelast is ondersteuning in het huishouden? De gemeente vond van niet. Dat lijkt hard. Is dat toch redelijk? De gemeente wijst deze aanvraag af omdat er “twee volwassen, gezonde kinderen thuis wonen die ook huishoudelijke taken kunnen doen”. Maar deze kinderen zijn druk met hun opleiding. Wat doe je dan?

Vraag je eens af: hoe gaat dat in jouw gemeente? Gaat dat redelijk en billijk binnen de grenzen die de politiek aangaf? 


Meer weten? Ga naar: De Tweede Mening

maandag 10 februari 2020

De "gamificering" van de politiek


De invloed van telefoon, auto en zeker de boekdrukkunst was groot. De invloed van internet gecombineerd met de smartphone mogelijk groter. Waar de eerste aandacht uitging naar beschikbaarheid van informatie voor iedereen en democratisering, gaat nu meer aandacht naar framing, ophitsing en overdreven aandacht voor tweets. Is dat vooral meer directe communicatie of gaat het dieper?

Computerspelletjes als nieuwe dominante werkwijze
Baricco stelt in “The Game” dat in de nieuwe wereld elk product, mens of dienst het genetisch erfgoed van computerspellen in zijn DNA nodig heeft om te overleven: mooi uiterlijk en vormgeving, snelle probleem-oplossing , snelle bevrediging, steeds moeilijkere levels als erkenning, leren door te proberen en niet door te studeren, onmiddellijke beschikbaarheid en groeiende erkenning als “expert” door een puntentelling. Zoals vroeger alles als machine werd geinterpreteerd, wordt nu alles naar een spel geinterpreteerd. 

Dat is nogal wat. Ook omdat de mensen die hier niet in meegaan mopperend langs de kant komen te staan. Wie niet meedoet, ontvangt weinig begrip. Of is gewoon te laat in zijn reactie. “Slow politics is naief en een list van de elite”, zo is het frame. En hoezeer het een frame is, afwachten en nog eens rustig uitleggen is een vroeger vaker door bestuurders gekozen oplossing die niet meer kan. (ondanks dat even de kat uit de boom kijken soms best te overwegen is).

Burger als gamemaster
De houding als burger en politiek dier verandert hierdoor. Als internet en de telefoon het leven snel, makkelijk en overzichtelijk maakt, dan raken we daar aan gewend. Net zoals het leven als klant ons gewend maakt aan bedrijven die ons serieus nemen, nooit tegenspreken en niet op onze eigen verantwoordelijkheid aanspreken, zo verwachten we nu van onderwijs, reizen of eten dezelfde snelheid, overzichtelijkheid, gemak als van de smartphone? Dat gaat verder dan het worden van een klant van de politiek. Let me entertain you, wordt de nieuwe werkwijze.

We hebben de weg van The Game gekozen. Dit spel definieert nieuwe structuren, nieuwe regels en suggereert dat we eigen baas zijn. Terwijl zelf besluiten vraagt om verkennen van de problemen, zoeken naar tegenstemmen, letten op gevolgen en evalueren. Op een of andere manier moeten we dat toevoegen aan de nieuwe regels.

Leer van verkeerde besluiten
Als je één ding van de reclame en marketing leert is dat snel besluiten leidt tot verkeerde beslissingen, de koper mag niet te lang heroverwegen en gevolgen doorzien. Na het kopje koffie direct de keuken bestellen is een dure keuze, maar wel lekker snel en met aandacht voor jou. Meer rekenschap over de keuzen, leren van elkaars fouten, mensen niet alleen betrekken bij het besluit, maar ook bij de evaluatie: dat hoort wat mij betreft bij de nieuwe regels van het spel.


The Game Alessandro Baricco

maandag 3 februari 2020

Brexit een succes of mislukking?


De Brexit is een enorm experiment dat bij succes een inspiratie kan zijn voor andere landen. Zo wordt het in elk geval besproken. Maar worden ze in het Verenigd Koninkrijk het ooit eens over het succes of de mislukking, wanneer is het eigenlijk een succes?

De economische groei is een simpele graadmeter
Economen waarschuwen voor handelsbarrieres en berekenen wat dat betekent voor de economische groei. Zij voorspellen al dat de Brexit een mislukking wordt. De achteruitgang is al te zien, ook al is het niet de chaos die voorspeld was. Maar ging het wel over die economische groei? Het gaat bij de Brexit over de uitruil tussen soevereiniteit en globalisering. Wil je meer soevereiniteit en meer zelf beslissen? Dan gaat dat ten koste van je welvaart, of in elk geval je economische groei, je gemeten BNP.

De soevereiniteit is wat anders
Steeds vaker hebben mensen er moeite mee om in te schikken voor de wensen van anderen. De veranderingen gaan ook wel erg snel. Als door de Brexit minder buitenlanders het land in komen, krijgt de zorg een probleem en de maakindustrie (auto's bijvoorbeeld) exporteert moeilijker naar de EU. Is het dan een succes of niet? De een wijst op minder Roemenen en Polen in de buurt, de ander op de tekorten in de zorg en werkloosheid in de autoindustrie. De een claimt een succes, de ander ziet het als mislukking. Als het ging om het terugnemen van de controle over je eigen land is het een succes, want je hebt meer zeggenschap, maar ook je eigen zorgen.

Het Verenigd Koningkrijk is en blijft verdeeld
Ik denk dat we op veel punten bereid zijn soevereiniteit in de leveren. Zeker als je ziet dat China, Rusland en de VS als handelsblokken hun economische macht gebruiken, dan is een tegenmacht van de EU nodig. Dat is voor Nederland belangrijker dan voor het Verenigd Koninkrijk, maar ook het VK kan zich er niet aan onttrekken. Maar als de welvaart voor je gevoel ten koste gaat van je welzijn stopt dat. En dan blijkt het VK verdeeld. In Londen is de welvaart zo groot dat men erg voor de EU is, in de rest van Engeland ligt dat anders. Voor de Schotten ligt het weer anders. Die hebben het gevoel dat Engeland teveel bepaalt en zouden liever minder bemoeienis van Engeland hebben en daarvoor wat meer van de EU accepteren. 

Er is geen duidelijke winnaar als het VK uit de EU is en een handelsdeal heeft, er is winst en verlies en iedereen interpreteert die winst- en verliesrekening anders.



woensdag 22 januari 2020

Aandacht voor concentratieproblemen

In het buitenland zijn beleidsmakers jaloers op onze woningcorporaties. Hier hebben corporaties wat tegenwind van beleidsmakers. Denk aan de inperking van het werkgebied (niet meer voor middeninkomens), de verhuurdersheffing (de eerste paar maanden huur gaat naar de overheid) en de inperking van de mogelijkheden om geld te besteden aan de leefbaarheid. Het mag zo zijn dat voor de crisis de corporaties soms wat al te gemakkelijk investeerden, maar het sloeg door naar te streng beleid nu. Het gevolg van de inperking is zichtbaar in de armere wijken. De leefbaarheid van de buurten waar ministers, kamerleden en beleidsmakers zelf niet wonen gaat te hard achteruit. 

Eigen woningbezit is niet het beste middel tegen achteruitgang van buurten
Eigenlijk heeft het alles te maken met de gedachte dat het hebben van een eigen huis het beste werkt om mensen verantwoordelijkheid te laten nemen voor de eigen buurt. Dat deze gedachte niet juist is, is te zien in wijken waar woningcorporaties woningen hebben verkocht. Soms gaat dat prima en ik gun mensen graag hun eigen huis. Vaak lukt het mensen vervolgens niet om te sparen voor onderhoud. Juist in armere wijken staat het corporatiebezit er beter bij omdat het met een minimaal inkomen gewoon te lastig is om geld opzij te zetten voor je woning als je direct een nieuwe wasmachine nodig hebt.

Concentratie in de armste buurten
Door de nieuwe strengheid komen mensen met de laagste inkomens en de minste kansen bij elkaar te wonen. Er zijn immers ook goede initiatieven om mensen uit een instelling weer deel te laten nemen in de samenleving of om vluchtelingen die erkend zijn in staat te stellen een woning te vinden. Deze groepen kunnen nergens anders terecht dan bij de woningcorporaties. Het gevolg is dat buurten met veel corporatiebezit meer mensen kennen met een zwakkere gezondheid en minder zelfredzaamheid. Met de toename van kwetsbare groepen, neemt ook de overlast van buren (en buurtgenoten) toe in het corporatiebezit. Ook problemen met schulden, verslaving en agressief gedrag komen vaker voor. Heb je zelf meer kansen, dan zal je eerder de buurt willen ontvluchten. De “samenredzaamheid” van de buurt leidt er vanzelfsprekend onder.

Een rapport van RIGO gaat hier op in. “De leefbaarheid (op basis van de Leefbaarometer) heeft zich in de corporatiebuurten (buurten waar meer dan twee derde van de woningen in het bezit is van corporaties) lang gunstig ontwikkeld – zelfs gunstiger dan gemiddeld in Nederland. Sinds 2012 is hierin een kentering opgetreden en gaat de leefbaarheid er achteruit. De negatieve ontwikkelingen doen zich daarbij in sterkere mate voor in de buurten waar de leefbaarheid al minder goed is. In deze gebieden lijkt een negatieve spiraal te ontstaan en neemt de omvang en de complexiteit van de problemen verder toe”.

Dan maar koopwoningen in arme buurten?
Het idee om dit op te lossen door te verdunnen en in buurten met veel corporatiebezit te bouwen voor middeninkomens helpt niet veel. Ten eerste is er bij projectontwikkelaars meer animo te bouwen voor rijkeren in beter buurten, ten tweede duurt het dan erg lang voor verandering kan optreden, terwijl de leefbaarheid nu al achteruit gaat. Op tijd ingrijpen is geboden.

Samenwerken op lokaal niveau en ruimbaan van het rijk
Volgens het RIGO zijn in de eerste plaats gemeenten en zorgpartijen aan zet om te zorgen voor voldoende begeleiding en (bemoei)zorg.

Maar door bezuinigingen in het sociaal domein komen gemeenten er nu al niet goed uit. De woningcorporaties komen ook bij de mensen thuis en zien als er schulden zijn dat er soms meer aan de hand is dan wat laat betalen. Daarom kan alleen door een gezamenlijke inspanning van gemeenten, zorg- en welzijnsinstellingen en de corporaties. samenredzaamheid worden bevorderd en - laten we eerlijk zijn- gewoon ouderwets hulp georganiseerd worden. Het rijk woningcorporaties en ruimte te bieden voor lokale aanpak van de leefbaarheid. Wat mij betreft mag ook de verhuurdersheffing ter discussie gesteld worden.

- Rigo "Veerkracht in het corporatiebezit" hier te lezen.


vrijdag 17 januari 2020

Het gaat niet goed met de samenleving, aan wie ligt dat?


Samenleven is het grootste probleem in de Nederlandse samenleving. We zagen het onlangs weer in de kranten. De maatschappelijke veranderingen zijn te groot en te snel en tasten de sociale binding aan. Dat is toch wat! Maar gaat het samenleven echt minder goed? Of is er iets anders aan de hand?

Ik dook in de Burgerperspectieven 2019/4 en zag inderdaad dat het samenleven een probleem is dat mensen belangrijk vinden. Iedereen vindt het belangrijk dat nieuwkomers integreren en er zijn meer nieuwkomers die bovendien geconcentreerd zijn in bepaalde wijken. Vraag je mensen waarom het niet goed gaat met de samenleving, dan komt vaak het thema minderheden op. Het is een hoofdthema in de Burgerperspectieven. Zij integreren niet! Maar is het wel zo logisch dat dat gekoppeld is? En integreren minderheden echt zo slecht?

Mensen met een migratieachtergrond moeten zich aanpassen aan de Nederlandse cultuur
Want er is in deze discussie nog iets anders dat meespeelt. Zo zeggen veel mensen “Mensen met een migratieachtergrond moeten meedoen met de Nederlandse culturele tradities”. Maar kijk je wat dieper, dan zie je dat van de 18 tot 34 jarigen een minderheid (45%) dit vindt, terwijl boven de 55 een meerderheid (63%) dit vindt. Hadden we geen vergrijzing, dan stond het probleem van integratie voor wat betreft culturele tradities minder prominent op de agenda.

Waarin moeten zij zich aanpassen?
En waarin moeten die minderheden zich dan aanpassen? Wie in Nederland komt moet zich aanpassen aan de Nederlandse normen en waarden, hoor je vaak. Maar is men daar nu echt zo consequent in? Zo is in Nederland het gezag van ouderen minder. Toch wordt in de gesprekken niet benadrukt dat de streepjes-Nederlanders (Turks-nederlands, Marokkaans-Nederlands) dit over moeten nemen. Het komt eerder als klacht over Nederlandse jeugd naar boven. De individualisering dan misschien? Ook iets typisch Nederlands, waarvan men niet vindt dat de nieuwkomers dit moeten overnemen. Een Nederlander zal zich in de eerste plaats als een individu beschouwen. De groep waar hij deel van uitmaakt staat op de tweede plaats. Hij gaat meer van zichzelf uit dan van de groep: wat is zijn mening, wat wil hij zelf graag? Dat is in de Marokkaanse en Turkse cultuur anders. Toch wordt benadrukt dat Marokkanen meer rekening moeten houden met de Nederlandse cultuur en Nederlandse tradities.

Het lijkt er dan zelfs op dat minderheden zich moeten integreren tot Nederlanders die minder individualistisch zijn en meer hechten aan het collectief dan anderen. Want het gaat verder best goed met de integratie. Werk, school, criminaliteit: het gaat gewoon goed met de integratie. Tweede generatie Nederlanders zijn hoger opgeleid, hebben vaker werk, en genieten een hoger inkomen. Nog steeds is de criminaliteit hoger onder Marokkanen, Turken en Antillianen, maar wel is de criminaliteit gedaald. Overigens zijn Turken, Marokkanen en Antillianen ook vaker slachtoffer van criminaliteit. Dat probleem hoor je nu nooit.

Door de minder goede bomen zien we het bos niet meer
Ik zeg hiermee niet dat verschillende culturen in Nederland geen problemen met zich mee brengen, maar door die bomen waar het niet goed mee gaat zien we het bos niet meer. Het is te gemakkelijk om problemen met de samenleving te wijten aan nieuwkomers en andere culturen. De aandacht is ook verschoven door de vergrijzing, concentraties van groepen met problemen en de toenemende ongelijkheid.

Het zijn van een samenleving en rekening houden met elkaar zal altijd een thema zijn om in de gaten te houden. De individualisering is lastig: samen leven vraagt om interesse in en respect voor de ander in de tijd dat mensen geleerd hebben meer voor zichzelf op te komen. Dat kan goed samen gaan, maar het is wel wat meer werk naarmate mensen meer hun eigen weg gaan. Ik denk dat individualisering goede kansen heeft en mooie kanten, maar dat we de schaduwzijden ook moeten zien. Integratie, de taal spreken en aan het werk komen is zeker van belang. Daarmee heb ik eerder zorgen over onze Somaliërs dan over onze Turken of Marokkanen. 

Als we uit de cijfers één ding moeten bedenken, dan is het wel dat het zoeken naar een zondebok van alle tijden is en dat we daar op gespitst moeten blijven.