maandag 25 februari 2019

Financiering van bewonersinitiatieven

Ooit gepoogd een initiatief te behouden dat geld kost? Dat zal niet gemakkelijk zijn geweest. Natuurlijk is bewonersinitiatief heel erg in de mode, maar gemeenten geven  vooral geld voor innovatie en pilots: startsubsidies of in elk geval eenmalige bijdragen. Er is veel minder voor activiteiten die hun waarde al hebben bewezen. Ook particuliere fondsen doen dat niet. De gedachte is dat als het goed is, de mensen er zelf het geld bij moeten vinden. Dat is misschien erg lastig, maar het is niet gek. Als het zich heeft bewezen in de buurt, dan moet er  toch ook geld van mensen uit die buurt te vinden zijn? 

De vraag is altijd hoeveel tijd en energie een bewonersinitiatief kan en moet besteden aan het aanvragen van een subsidie en aan het afleggen van verantwoording over de besteding van het toegekende geld. En geef de gemeente eens ongelijk als zij wil weten of het geld goed terecht komt. Het is wel geld van de samenleving. Dan kan de verantwoording veel beter (zie mijn blog) , maar daarmee zijn we er niet.

Bewonersvouchers
Een mooie middenweg is het initiatief Ede Doet van gemeente Ede. Elk woonadres binnen de gemeente Ede ontvangt vanaf 2019 twee keer per jaar een cheque door de brievenbus. Deze cheque heeft een waarde van € 7,50. Deze cheque kan je inzetten om initiatieven van jouw buurtgenoten te steunen of je kan ze sparen om jouw initiatief te realiseren. Iedere bewoner van de gemeente krijgt zo de mogelijkheid om mee te bepalen waar geld naar toe gaat van de €7,50 die hij of zij kan besteden aan een bewonersinitiatief. Weet je veel buurtbewoners te inspireren, dan kan je echt iets voor elkaar krijgen. Dat blijkt ook wel, want sinds 2015, toen Ede met het vouchersysteem begon, zijn er al duizend grote en kleine bewonersinitiatieven van de grond gekomen. Het voordeel: de bewoners kijken nu of ze het geld nuttig besteed vinden, niet de gemeente.

Financiering door de overheid is en blijft kwetsbaar. Ook als bewoners hun vouchers mogen doneren kan de financiering in gevaar komen als de overheid moet bezuinigen.  Verder kan de jaarlijkse werving veel energie vragen.

De gedachte om zelf te doen aan vermogensvorming en zorgen voor eigen financiĆ«le continuĆÆteit komt te weinig op.

Zelf doen aan vermogensvorming
Het is te lastig, want actieve bewoners willen niet achter geld aan gaan en bij de eigen achterban om geld bedelen. Het heeft ook te maken met de huidige tijd waarin mensen zich niet gemakkelijk voor langere tijd vast willen leggen. Je krijgt makkelijker 40 vrijwilligers een dag bij elkaar dan een vrijwilliger die maandelijks wat werk voor een bestuur wil doen. Toch past het om zelf voorzienend te worden. Bij financiering door de gemeente begint en stopt het geld jaarlijks. Je bouwt geen vermogen op en begint elk jaar weer op 0. Dat betekent dat je super afhankelijk bent geworden van wat er in de mode is, hoeveel geld daarvoor beschikbaar is en of je de verantwoording goed kunt regelen.

Het gebeurt en het kan
Speeltuinverenigingen, sportverenigingen, energiecorporaties, de scouting, de kerken, de vakbeweging, het Rode Kruis, het Wereld Nauurfonds, Greenpeace, de Dierenbescherming: nog altijd is een enorm aantal groepen, organisaties en sociale verbanden actief op het maatschappelijk middenveld tussen overheid en de private sfeer. Zij zorgen dat zij eigen inkomsten hebben en hebben daardoor een stevige positie in de samenleving.

Misschien moeten ook bewonersinitiatieven meer die kant op. Ik zou me zelfs kunnen voorstellen dat in bepaalde dorpen de belasting omlaag kan als het dorpsleven zelf taken op zich neemt.

maandag 18 februari 2019

Individuele ongemakken en probleempjes

Toen ooit het persoonlijke tot politiek werd gebombardeerd, was niet de bedoeling dat persoonlijke probleempjes op het bordje van de politiek werden gelegd. Het idee was dat  persoonlijke problemen soms duidden op maatschappelijke opgaven. Het was niet zo dat tal van vrouwen een individueel probleem hadden met de verdeling van de taken of ongewenste zwangerschap, er waren maatschappelijke mechanismen die te gemakkelijk werden afgedaan als persoonlijke problemen.

Herken de maatschappelijke opgaven achter persoonlijke problemen
Wat dat betreft zou het persoonlijke weer wat minder persoonlijk en wat meer maatschappelijk moeten heten. Zo erger ik mij aan de reactie op leerlingen die willen dat er meer gebeurt tegen de klimaatverandering. Zij krijgen te horen dat ze maar wat minder moeten vliegen. Daar zit de suggestie in dat het klimaat gered kan worden als de mensen die er zich zorgen over maken zelf wat meer hun best doen, dan kunnen de mensen die zich geen zorgen maken lekker door blijven vliegen. Terwijl je in je eentje eigenlijk niet heel veel invloed hebt op het probleem. Het individuele probleem suggereert dat er geen maatschappelijke collectieve actie nodig is.

Hetzelfde vind ik van de vluchtelingenproblematiek. Die wordt teruggebracht naar een individueel veiligheidsprobleem. Mensen worden vervolgd of bedreigd om hun geloof of overtuiging of sexuele geaardheid. Dat brengt het vluchtelingenprobleem terug tot individuele keuzen of situaties. Ondertussen is er iets heel anders aan de hand. Er is sprake van volksverhuizingen vanwege klimaatverandering, religieuze oorlogen, stammenstrijd. Het is niet zo dat het persoonlijke probleem van de vluchtelingen op het politieke bord wordt gelegd. Er is een collectief maatschappelijk probleem dat leidt tot grote vluchtelingenstromen. (En tot concentratie juist in armere wijken)

Ook ongelijkheid in de economie gaat niet om individuele probleempjes van mensen die niet zo goed mee kunnen komen. De maatschappij werkt met een systeem waardoor kinderen van lager opgeleiden met het zelfde IQ een lager onderwijsadvies krijgen dan kinderen van hoger opgeleiden met hetzelfde IO. Dat zijn geen afzonderlijke persoonlijke problemen, maar het is een maatschappelijke opgave.

De toenemende onzekerheid op de arbeidsmarkt is weer zo'n voorbeeld. Natuurlijk zijn er mensen die graag een flexibele baan hebben om meer greep te hebben op wanneer ze werken. Maar het gevolg is dat als mensen zekerheid nodig hebben om een huis te kunnen kopen of een gezin te starten, er niets is. Datzelfde geldt voor deeltijdbanen. Werk je in het onderwijs dan kun je vaak fluiten naar een fulltime baan. Heel veel mensen willen eigenlijk meer uren werken maar dat kan niet. Het lijken individuele keuzen, maar er zitten maatschappelijke mechanismen achter.

De toegenomen individualisering lijkt te leiden tot individualisering van problemen. Dat versluiert maatschappelijke opgaven.

dinsdag 5 februari 2019

Inclusie in tijden van zelf beslissen


Inclusie gaat over het meedoen en erbij horen van mensen met een beperking, een andere achtergrond, mensen die niet zijn zoals de meeste mensen, maar er wel bij horen. Een eenvoudige definitie van inclusie is insluiting, mensen bij een groep laten horen. Het is een tegennatuurlijke opgave voor ons.

Het algemene beeld is dat niemand tegen inclusie kan zijn. Wie zou willen beweren dat iemand er niet bij hoort, dat iemand niet mee mag doen, uitsluitend vanwege zijn anders zijn dan het gemiddelde? Iedereen is anders dan het gemiddelde, want iedereen heeft wel iets waarin hij of zij afwijkt. Op school is het de norm: je mag niet andere kinderen uitsluiten, iedereen mag meedoen. Het is ook goed om op die manier te leren dat je mensen niet hoort uit te sluiten.

En toch knaagt inclusie.

Vreemden wekken soms agressie in ons op
Insluiting en ingesloten worden door mensen die je kent, waarvan je in kunt schatten hoe ze reageren en waarvan je weet wat je kunt verwachten geeft rust en geborgenheid. Steeds als er een ander iemand komt met andere gewoonten en gebruiken is het wennen en het is het gemakkelijkst als je die direct kunt plaatsen. Als iemand roept dat ie bestolen is en ik zie twee mensen weglopen, waarvan een in een kostuum en de ander in trainingspak, denk ik dat die in het trainingspak iets heeft gedaan. We zijn gewend aan familie en onze eigen verbanden. We zijn dieren en dieren laten buitenstaanders niet zomaar toe. Dieren laten direct blijken als iemand niet bij de eigen groep hoort. De agressie die de komst oproept kan ver gaan.

Mensen zijn als dieren helemaal niet goed voorbereid op de ingewikkelde samenleving die we zijn geworden. We zijn geen gemeenschap met 50 tot maximaal 150 mensen, we vormen verschillende gemeenschappen en komen heel veel vreemden tegen. Daar zijn we niet vanzelfsprekend goed in, in eerste instantie is het logischer om vanuit een onveilig gevoel nerveus, wantrouwend en mogelijk agressief reageren. Agressie en uitsluiting is misschien wel een natuurlijke reactie op vreemden.

In stukken die ik las over inclusie kom ik dat element weinig tegen: inclusie is tegennatuurlijk gedrag. Het heeft te maken met discipline, de tijd nemen voor de ander, zelfvertrouwen hebben, de bereidheid te luisteren. Dat maakt inclusie weliswaar nastrevenswaardig (net als goede manieren, discipline, niet direct geweld gebruiken), maar niet vanzelfsprekend (en de mensen die er moeite mee hebben geen onmensen).

Wonder van beschaving
Het is eigenlijk een wonder dat we zo weinig agressiviteit in onze samenleving ervaren. Beschaving, beschaafd gedrag, zorgt voor die geringe agressiviteit. Maar beschaving is niet automatisch hetzelfde als inclusie. Eerder is het omgekeerde: in de geschiedenis hebben verschillende beschavingen elkaar juist vaak uitgesloten om de eigen interne regels en gebruiken te kunnen hanteren.

De beschaving doet nu een beroep op iedereen individueel, maar misschien tegenwoordig juist meer op de mensen in armere wijken om ook andere gewoonten en gebruiken te accepteren. Juist in armere wijken verandert de samenstelling en moeten mensen steeds opnieuw wennen aan andere mensen met andere gewoonten, gebruiken en waarden.

Inclusie niet van bovenaf op te dringen
Beschaving kan moeilijk van bovenaf worden opgedrongen. Beschaving leer je in het gezin, op school, op het werk. Het gaat met verhalen en voorbeeldgedrag, niet met regels en mensenrechten. Dat geldt dus ook voor inclusie, maar dan in het kwadraat. In tijden dat we meer zelf willen en moeten beslissen is het een flinke opgave. 

Ik vind het prima om met elkaar in gesprek te gaan, maar inclusie is vooral ook doen en wennen. Het is een algemener probleem voor de overheid: ook roepen dat mensen zich anders moeten gedragen  (bijvoorbeeld te dik worden en dat dat slecht is voor de gezondheid) haalt weinig uit. Ondertussen schreeuwen de reclames dat je alles kunt eten. Of dat je de regels moet breken. Break the rules! Je aanpassen is in de reclamewereld volstrekt fout. In het midden uitkomen nadat je het gesprek bent aangegaan en een beetje geven en nemen is voor losers.

Werk is een enorme drijver voor inclusie, omdat je samen moet werken, moet je wel bereid zijn je in elkaar te verdiepen. Het gesprek aangaan omdat je samen wel het werk moet doen! Juist in die armere wijken hebben mensen vaak geen werk. School is ook een belangrijke drijver voor inclusie, maar kijk je op de scholen, dan is er vaak een geselecteerde groep. Wil een gemeente inclusie in een wijk organiseren, dan vraagt dat allemaal onderdelen waar de gemeente weinig greep op heeft: werk en school als eerste.

Nu terug naar mezelf. Dan moet ik bekennen dat ik voor inclusie ben, maar als ik een bestuur van een vereniging voor me zie is dat plotseling anders. Dan zit ik liever met een team waardoor het leuk is. Divers ja, maar vaak toch mijn soort mensen.

Je kunt veel doen, maar niet alles.