dinsdag 5 november 2019

Je mag tegenwoordig niets meer zeggen

Het is een vaker gehoorde verzuchting. Je mag tegenwoordig niets meer zeggen. Over de Gouden Eeuw, zwarte Piet, de Islam, Marokkanen, Turken die van Erdogan houden. Je mag niet meer dames en heren zeggen. Je mag niet meer zeggen dat een vrouw er "lekker" uitziet.... 

Is dat echt zo?
Ik hoor vaker mensen praten over deze onderwerpen dan mij lief is. Maar is het echt zo dat je in de jaren '50 makkelijk in het openbaar de president van Turkije een geitenneuker mocht noemen? Was het echt zo dat in de jaren 60 de president van de VS zonder probleem beledigd kon worden?

Misschien is het juist andersom: je mag veel meer zeggen en dat gebeurt ook, maar mensen reageren boos omdat niet alleen jij, maar ook zij iets mogen zeggen. Moeten zij er tegen kunnen als zij ongenuanceerd opzij gezet worden? Ik zou het ook niet leuk vinden als onze Koning voor geitenneuker wordt uitgemaakt. Dus dan moet jij ook tegen de reactie kunnen. En daar lijkt het aan te schorten. En je mag niet meer zeggen dat een vrouw er lekker uit ziet? Of bedoel je dat een vrouw de manier waarop je het zegt weinig respectvol vindt en dat je vindt dat die vrouw niets terug mag zeggen?

We zoeken naar moraal buiten ons en horen alleen de schreeuwers
Maar er is ook iets anders, iets van een een houvast dat anderen bieden. Laatst zei Gerard Cox dat alleen Wilders spreekt over de problemen met allochtonen (in de VK). De rest zou dat niet zeggen en daarom werd hij in de PVV – hoek geplaatst. Dat mag hij van mij zeggen, maar het is natuurlijk grote onzin. Er wordt heel veel gesproken over veranderingen in wijken en welke problemen dat met zich mee brengt. De een doet dat met meer respect dan de ander. Blijkbaar hoort Gerard Cox daarin alleen de stem van Wilders. Heeft hij wel eens René Cuperus gesproken? Of Paul Scheffer? Er is zoveel, dat alleen de ongenuanceerde en beledigende opmerkingen doordringen. Dat is lastig als je hoopt dat anderen je zeggen hoe je moet praten.

Dan krijgen we het moeilijk
Mensen met veel jaren, mogen niet meer bejaard heten, maar ouderen, of 50+. De term gehandicapt doet geen recht aan wat mensen wel kunnen, dus je mag niet meer gehandicapt zeggen. Dik zijn is ongezond, maar je mag toch zijn zoals je bent? Is dik dan niet beledigend? Is gevuld beter? Wat moet dan nu de mores zijn? Dat vraagt nogal wat van ons allemaal. We worden van diverse kanten al of niet vriendelijk geïnstrueerd over wat wel en niet beledigend is. Dat doen ze misschien niet eens om anderen te corrigeren, maar om hun punt te maken. Ondertussen krijgen wij geen houvast. Zo wordt het lastig.

Het geeft ook weer hoe onzeker mensen zich kunnen gaan voelen. Het is niet meer de dominee die aangeeft wat wel en niet mag, iedereen heeft een mening, het is niet meer zwart wit, er is van alles er tussen. Blijkbaar moeten we daar nog mee om leren gaan en zelf een moraal vormen. Maar is dat echt zo ingewikkeld?

Het is eigenlijk heel simpel
Allemaal een andere mening hebben kan heel goed. Maar het kan alleen als we als basishouding respect voor elkaar hebben. De algemene regel is helder: Behandel anderen zoals je door hen behandeld wilt worden. Je kan alles zeggen, maar wat gij niet wilt dat u geschiedt, doe dat ook een ander niet.

Veel moeilijker is het niet.

vrijdag 1 november 2019

Is de wet ook maar een mening van de elite?


De reacties op het onderzoek naar impeachment van Trump zijn tekenend voor deze tijd. Vroeger, ik denk aan de tijd van Watergate, moest een president zich volgens iedereen aan de wet houden. Een procedure tot afzetting was iets om trots op te zijn: in ons land staat niemand boven de wet en onze instituties houden we vrij van smetten,  zo was de gedachte. 

Die norm wordt nu nu niet meer zo gekoesterd. Het overtreden van de wet door de president levert  niet per definitie verontwaardiging op. Er is pas echte verontwaardiging als mensen de overtreding afkeuren. Dat lijkt hetzelfde, maar is een groot verschil. Dat de wet overtreden wordt is niet zo erg, dat iemand iets doet wat jij en mensen zoals jij afkeuren, dat is pas erg! De verontwaardiging is gefilterd en even langs onze eigen heilige mening gehouden. 

De wet lijkt maar een mening van een elite. 

In Nederland zien we het ook. Eerder reageren mensen boos op de Raad van State die oordeelt dat de overheid zich aan de zelf aangenomen wetten moet houden. De stikstofnorm is niet door de rechter bedacht. Ook het bedreigen van Jesse Klaver door met een lijkkist achter op de auto rond te rijden levert gefilterde verontwaardiging op. Links is woest, rechts lijkt zich er niet aan te storen. Zolang het geen lijkkist is met de naam “Geert Wilders” er op, wordt het weggelachen als een geintje. Zo'n bedreiging van Jesse Klaver moet je niet zo serieus nemen, het binnenrijden in een provinciehuis is volgens medestanders eerder een heldendaad. Alleen de formele organisaties namen mopperend afstand van de "uitwassen": gelukkig is er in Nederland nog genoeg verontwaardiging als mensen zich niet aan de wet houden. Maar we zitten op het randje, als de wettelijke norm overschreden lijkt te worden staan ministers klaar om te beloven dat Nederland niet op slot gaat. Want als de wet boeren in de weg zit is er een list nodig. Maar houden ze zich wel aan de wet? Dat zit op het randje.

We hebben het overigens eerder gehoord. 

Rechts vond het vroeger maar niets, maar kijk wat de Trumpisten in de VS zeggen. De deep state houdt ons er onder en dat Trump zich moet houden aan een wet die hem slecht uitkomt is een leugen. Kort samengevat: "De staat verdrukt, de wet is logen", we kennen de uitspraak uit de internationale. Of neem de uitspraak uit de Krakerstijd: hun rechtsstaat is de onze niet. Hoe erg is het niet als een president dat ook gaat zeggen?



Gevaarlijke gedachten als je er goed over doordenkt, maar het past wel in deze tijd van polarisatie. 

dinsdag 15 oktober 2019

Samenleving in evenwicht

Het is verrassend dat we een samenleving hebben. We durven het aan om met 17 miljoen mensen samen te leven in Nederland. We gaan naar winkels waar we onbekenden zien winkelen, zonder dat we hen aan te hoeven vallen. Dieren zouden elkaar's territorium bevechten en "eigen roedel eerst" roepen (blaffen en bijten).  Hoe houden we die samenleving toch prettig? 

Het is niet vreemd dat er agressie is en angst voor vreemdelingen. Het is prachtig dat we er in geslaagd zijn een samenleving op te bouwen waar weinig geweld is, veel vertrouwen onderling en winkeleigenaren met elkaar concurreren om de gunst van de klant, in plaats van elkaar af te maken.

Nu via de sociale media haat zaaien normaal lijkt en de extremen op elkaar schelden, of nepnieuws inzetten om de eigen macht te vergroten, kortom: de samenleving verscheurd raakt, is het goed te kijken wat onze samenleving bij elkaar houdt. Dat is namelijk niet alleen grote liefde voor elkaar of een dreigende politiemacht om de strijd van allen tegen allen te voorkomen. Als het goed is is er een balans die zorgt voor evenwichtige omgang met elkaar.

Samen leven vraagt balans
Krachten in balans en de instituties die daarbij passen
1. Samenwerken. Er is integratiekracht: samenwerken, elkaar helpen en bijstaan. Dit is begonnen in familieverband, in gilden, in de kerken en in verenigingen. Let ook op instrumenten als verzekeringen waarbij onderlinge waarborg er voor zorgt dat iemand die groot ongeluk treft geholpen wordt. Je hebt compassie met de ander.
Het is wat anoniem geworden: de bijstand voor ouderen, de zorg. Maar er is heel veel steun voor en er is ook veel niet-anonieme zorg, als je ziet hoeveel mensen elkaar helpen. Het is misschien de grootste kracht in de menselijke vooruitgang, hoewel dat van competitie meestal stelliger beweerd wordt. (zie hiernaast in de bovenste punt wat instituties bij integratie)

2. Dreiging en afdwingen.Toch is die integratiekracht alleen niet genoeg. Er is criminaliteit, er zijn profiteurs. Er is dus ook dreigingsmacht: de overheid die optreedt als regels overtreden worden. Dat is de dreigingsmacht, die we het liefst beperkt zien tot de overheid. De enige manier om geweld in te perken is het in handen te geven van een democratisch gecontroleerde macht. (zie de punt links)

3. Uitwisseling en competitie. Tenslotte is er de uitwisselingsmacht, dat is de concurrentie waardoor aanbod verdwijnt en nieuw aanbod ontstaat. Het is ook een geven en nemen: als jij bereid bent in te schikken bij iets wat ik niet leuk vindt, ben ik bereid in te schikken bij iets wat jij niet leuk vindt. (bij machtsmisbruik zoals onder grote aanbieders, komt de dreigingsmacht van de overheid weer om de hoek kijken)

Alle aandacht voor hard optreden, criminaliteitsbestrijding, fort Nederland of fort Europa ten spijt, het gaat om die drie machten die met elkaar in evenwicht moeten zijn. Teveel dreigingsmacht neigt naar dictatuur, teveel bouwen op uitwisselingskracht neigt naar monopolies en machtsmisbruik. Teveel bouwen op integratiekracht neigt naar klaplopers.

Discussies concentreren zich óf op medeleven óf op dreiging en hard optreden
Ik schrijf dit omdat ik merk dat in discussies over de samenleving en idealen altijd maar aandacht zie voor één macht. Dat past bij de huidige tijd van simpele verhalen en zwart/wit denken. De libertariers die geen overheid willen en eigenlijk vooral rekenen op uitwisselingsmacht. Denk aan de man van PayPal die zijn geld inzet om de overheid af te breken. Moet je kiezen voor kapitalisme of democratie, dan kiest hij voor kapitalisme. Of Thatcher die ooit zei dat er niets zoiets is als de samenleving, er zijn alleen individuen. Zij geloofde niet in integratiekracht, maar was bang voor de macht van de overheid en kwam uit bij veel uitwisseling/concurrentie en een kleine overheid. Sindsdien zie je dat er vaak geredeneerd wordt vanuit de twee onderste krachten in de driehoek.

Of neem de mensen van het reddingsschip Open Arms die elke vluchteling willen helpen. Dat gaat verder dan redden als je je schip Open Arms noemt. Sommigen concentreren zich op de integratiekracht en elkaar helpen en bijstaan. Anderen bewonderen de sterke mannen van Rusland, China of Turkije waar de staat zaken kan afdwingen zonder rekening te hoeven houden met de wensen van de enkeling (in Rusland en China zijn er heel veel enkelingen).

Streven naar balans lijkt niet van deze tijd
In deze tijden van simpele verhalen is weinig behoefte aan een streven naar balans tussen machten. Toch kunnen we er niet onderuit. Begin eens te kijken per probleem wat je kan doen vanuit de samenwerkingskracht, de dreigingskracht en de uitwisselingskracht. En als je dat bedacht hebt, hoe werken die maatregelen als je combinaties zoekt?

Je zult merken dat ineens heel veel meer op zijn plaats valt. (en dat je het meer eens kunt worden met mensen die uit een andere samenlevingskracht denken dan jij). Streven naar balans is juist nodig in deze tijd!

woensdag 9 oktober 2019

Huurdersvertegenwoordiging versterken of buurten verbeteren


Huurdersverenigingen hebben een belangrijke taak gekregen bij de volkshuisvesting. Ze praten mee over de prestatieafspraken met gemeente en corporaties. Op die manier zouden “de huurders” meepraten over de opgaven, wat de gemeente moet doen, wat de corporatie moet doen en wat de huurders zelf doen. Ik zie in de praktijk dat dat niet makkelijk is. Wat lukt wel? 

Helaas zijn huurdersorganisaties niet altijd even vitaal. Zoals een laatste bestuurder van een huurdersvereniging mij zei: “Eigenlijk is de manier van werken met vertegenwoordiging niet meer van deze tijd”. Het is niet zo dat huurders niets doen of willen, maar lastiger is om een bestuur te vormen. Toch is in de wet vastgelegd dat niet de huurders, maar de huurdersvertegenwoordiging met een gekozen bestuur de bijdrage levert.

Zo kom ik nogal eens in gesprek met besturen waarvan de leden de zestig ruimschoots gepasseerd zijn. Ze doen hun best, maar kunnen zich moeilijk inleven in de wensen van de totaal verschillende huurders die ze vertegenwoordigen. Vaak zijn het ook mensen die met een middeninkomen net nog of misschien zelfs net niet voor een sociale huurwoning in aanmerking zouden komen. Het is dan ook niet raar dat de aandacht soms (lang niet altijd) verschuift naar de middeninkomens.

Inzet te prijzen
Dat valt de besturen niet te verwijten. Het is eerder te prijzen dat mensen zich zo in willen zetten. Overal zie je dat het meedoen met activiteiten vluchtiger is. Voor een korte snelle actie willen mensen zich wel inzetten. Het is wat anders om hen te vragen voor vaste overleggen, stukken lezen, notulen maken, lastige vragen van huurders te beantwoorden. En hoe groot is de drempel wel niet voor een huurder om zich te mengen in de discussies met mensen die al jaren in de huurdersorganisatie actief zijn? Ik zou het zelf ook lastig vinden een bestuur te gaan vormen met mensen die ik niet ken, die andere interesses, andere werkwijzen en andere humor hebben dan ik.

Wat kun je dan doen?

Het start met een relatie met elkaar
Het eerste is heel algemeen. Het is makkelijker om je in te zetten als je de andere huurders kent. Zo zijn er corporaties die kennismakingsdagen voor nieuwe huurders organiseren. Er zijn corporaties die met de huurders het groen aanpakken en mensen die hun tuin niet meer kunnen onderhouden helpen dat alsnog te doen. Er zijn corporaties die een buurtschouw organiseren waarbij de corporatie met de gemeente en andere betrokken door de buurt lopen en kijken wat er anders moet en beter kan en wie dat op zich kan nemen. Dat zag ik bij woningcorporatie Poortugaal. De drempel om mee te lopen of de handen uit de mouwen te steken met kleine reparaties voor buren met twee linkerhanden is lager dan vragen of iemand in het bestuur wil.

Ken je huurders
Het tweede wordt specifieker. Ken je huurders en weet wat ze willen bijdragen. Misschien willen mensen niet structureel over alles praten, maar praten ze graag een keer mee over een probleem of helpen ze graag bij een nieuwe aanpak. Ik zag nogal eens wat jongere leden van een bestuur die eigenlijk alleen met duurzaamheid aan de slag wilden. Of mensen die niet in een bestuur willen, maar graag meehelpen bij het organiseren van een welkomstdiner van nieuwe huurders. Bij Brabant Wonen hebben ze klankbordgroepen en verdiepingsgroepen om af te komen van de standaardwerkwijze waarbij meepraten als huurder betekent dat je een bestuur moet zitten. Ook zie je dat bewonerscommissies heel andere mensen trekken, of zelfs zag ik bij Sint Joseph in Boxtel een bewonersgroep actief om de eenzaamheid in hun flat aan te pakken.

Gebruik enquêtes om iedere mening te horen
Het derde is het houden van enquêtes. Vrijwel iedere corporatie doet dat. Betrek huurdersorganisaties bij enquête naar achterban, geef hen ruimte zelf vragen mee te geven. Bespreek en analyseer ook met hen de resultaten. Het helpt hen echte vertegenwoordigers te kunnen zijn. Wooninc. in Eindhoven deed dat onder andere. Op het online platform lanceren Wooninc. en de huurdersorganisatie samen jaarlijks vijf beleidsonderwerpen. Huurders die via het forum actief mee discussiëren over een onderwerp kunnen daarna nogal eens deelnemen aan een fysiek klantenpanel. Door het samen te doen kan de analyse, maar ook de vraagstelling beter zijn dan als de corporatie het zelf verzint.

Vraag persoonlijk
In onze buurt en bij de korfbalvereniging wordt wel eens in een mail gevraagd of iemand in het bestuur wil. Dat is bijna nooit succesvol. Dat lukt dus ook niet bij woningcorporaties. Benader de mensen persoonlijk, niet alleen met email, advertenties en brieven. De corporaties die wel komen tot een actievere huurdersorganisatie spotten voortdurend mensen. Ze vragen het bij de klantcontacten, als er bij voorbeeld een klacht binnenkomt of als een huurder zich zorgen maakt om de buren. Niet om hen meteen in het bestuur te krijgen, maar om te kijken wat de huurder zelf wil en kan bijdragen. De kleine Lek en Waard Wonen wist zo veel huurders te betrekken en tot een vitale huurdersvertegenwoordiging te komen.

We kunnen er niet omheen dat de buurten veranderen. Mensen blijven langer thuis wonen, dat zorgt voor meer kwetsbare mensen bij elkaar. Mensen wonen niet meer vanzelfsprekend in instellingen, maar stromen door naar huurwoningen. Dat vraagt nogal veel van huurders die wel iets willen doen om te helpen.

Geef verantwoordelijkheid
Er zijn sterke buurten, waar bewoners zelfs zelf kleine reparaties doen en het groenonderhoud gezamenlijk aanpakken. Mozaiek wonen doet dat bijvoorbeeld. Gun die huurders dan ook wat terug in de vorm van lagere servicekosten. Het versterkt de buurten, wat tevens weer terug te zien is in minder vandalisme en meer sociale cohesie.

Pak het samen aan en maakt het concreet
Er zijn ook zwakkere buurten, kijk wat je daar kunt doen om er op tijd bij te zijn. Kijk niet alleen naar de ouderdom van het bezit en wanneer onderhoud nodig is, weet ook hoe het sociale onderhoud is en of daar extra inzet nodig is. Ik zag bij Aarwoude hoe huurders graag zouden willen helpen, maar , zo vroegen ze: hoe ga je om met mensen die een trauma hebben of die niet benaderbaar zijn? Zorg dat zij welzijnswerk kunnen vinden en stuur ze niet van het kastje naar de muur. Hier is samenwerking van gemeente, welzijn, corporatie en bewoners hard nodig.

En wat als vervolgens de wijk afglijdt en het wordt onveilig? Rochdale zocht met bewoners en professionals naar activiteiten om verder te komen, waarbij heel concrete afspraken gemaakt werden over wie wat doet en samen teruggekeken wordt op succes en falen. De bewoners zien er dat de corporatie zich echt iets aantrekt van hun zorgen en nemen de verantwoordelijkheid voor hun buurt weer op zich. Een formele huurdersvertegenwoordiging is hier gewoon niet aan zet, het gaat om de mensen zelf.

Het start niet met het bestuur van de vereniging
Terugkijkend proberen die corporaties zich in te leven in de wereld van de huurders. Ze kijken niet naar het vullen van de formele plekken in de huurdersvereniging voor het systeem. Ze kijken wie wat wil doen, wat er nodig is, hoe je de mensen echt serieus neemt en hoe je hen een eigen verantwoordelijkheid kan geven, want ze zijn mondiger dan vroeger. Zo kunnen huurders echte invloed hebben. Dat past beter bij deze tijd dan het zoeken naar bestuurders.

Die persoonlijke en concrete aandacht is uiteindelijk het recept. Dat zal uiteindelijk niet alleen leiden tot betere prestatieafspraken met gemeente en corporatie, maar tot fijner wonen in een goede leefomgeving. 


vrijdag 4 oktober 2019

Stem tegen!

PSP stemde vroeger altijd tegen de begroting Defensie: eigenlijk mocht er geen cent besteed worden aan de militaristische verdediging van ons land was de pacifistische boodschap. Verder werd het budgetrecht heel serieus genomen, maar tegen begrotingen stemmen was zeldzaam. Partijen stemden kritisch over amendementen, maar het was altijd gericht op de begroting te verbeteren. Haalde je geen meerderheid, dan slikten zij de niet perfecte begroting om vervolgens het kabinet in staat te stellen het land te besturen. 

Dat klinkt als een wat suffe strategie om vuile handen te accepteren. Maar het is wel een effectieve strategie die winst oplevert. De blokkade door je aantal tegenstanders is een polarisatiestrategie: buit uit dat er geen meerderheid is vóór iets en wel een meerderheid tegen.

Dat is de nieuwe tactiek die in de VS en nu ook in Nederland veel steun heeft. Helaas is dat een strategie van polarisatie die het in de media goed doet, maar niet veel winst oplevert. Deze gaat zich tegen je kiezers keren, maar dat merken je kiezers niet.

Neem de onderwijsbegroting
Laten we een voorbeeld pakken. De onderwijsbegroting is verbeterd ten opzichte van vorig jaar. Echter, niet zoveel als enkele partijen hoopten. Bovendien worden er op basis van artikel 23 van de Grondwet Islamitische scholen gefinancierd. Conclusie is dat partijen die veranderingen in de begroting wilden tegenstemmen. Haalt het kabinet dan geen meerderheid, dan dwing je het kabinet te kiezen tussen extra geld (PvdA) of aanpak Islamitisch onderwijs (PVV of FvD). De PvdA gokt op de keuze voor de PvdA, het is immers ondenkbaar dat het kabinet steun haalt bij PVV of FvD. Slimme strategie? In elk geval goed voor de bühne. Je voedt de woede.

Reactie van het kabinet
Het vervolg is natuurlijk dat het kabinet op deze strategie gaat reageren. Amendementen van de PvdA steun je per definitie niet, want uiteindelijk zet de PvdA je toch voor het blok door tegen de begroting te stemmen. Nog vervelender is als PVV en FvD deze strategie niet kiezen en zich coöperatiever opstellen. Misschien kun je met wat harde woorden over Islamitisch onderwijs de PVV en FvD paaien? Stel vervolgens het Wilhelmus verplicht en voeg nog wat acties toe om linkse indoctrinatie op school te voorkomen en je kunt door met FvD of PVV. Dan wordt het voor het kabinet wel erg verleidelijk om in eerste instantie naar PVV en FvD te kijken.

Dat maakt voor de bühne uit: de PvdA houdt schone handen en het kost de PvdA geen kiezers. Maar de kiezers van de PvdA worden er niet beter van. Het kan inderdaad stemmen opleveren, maar je komt niet echt goed voor de belangen van je kiezers op. Dan hebben we het er niet eens over dat de Onderwijsbegroting meer geld biedt dan toen de PvdA nog vóór stemde.....

Niet vreemd dat op Twitter steun is voor de PvdA: woede over te weinig geld wordt gevoed en de strategie van schone handen levert je nooit veel woede op. Dat is nu nog fijner dan vroeger, juist door Twitter.

De PSP is er overigens nooit ver mee gekomen.

woensdag 25 september 2019

Leren van wat mis gaat


Iedereen maakt fouten. Fouten maken is menselijk. Zelfs het meest excellente bedrijf maakt fouten en zo niet, dan heeft dat bedrijf niet geprobeerd om sneller, beter of bijzonder te presteren. Wil je in je bedrijf nooit fouten maken dan krijg je dan een soort overheidsbureaucratie, want in overheidsorganisaties zie je dat uit angst voor vragen van politici vooral gestuurd wordt op geen fouten maken. Beter is om te leren van wat er fout gaat. Hoe doe je dat?

Gisteren was ik in Arnhem bij de presentatie van het onderzoek van Stv onder keurmerkverzekeraars over “klacht en feedbackmanagement”. Een dag waar ook overheden veel hadden kunnen leren, maar verzekeraars ook veel leerden van elkaar.

Niet de klachten, maar de signalen
Mij viel op dat het al lang niet meer gaat over klachten. Het gaat over het steeds op tijd opvangen van signalen, of ze nu een klacht heten of niet, en daar lering uit trekken. De klachten zelf komen bij klachtcoördinatoren. Klachtbehandelaars zijn goed opgeleid, hebben de juiste eigenschappen voor de behandeling van klachten en ervaren doorgaans voldoende ruimte om de klacht voor de klant goed af te handelen. Kortom: verzekeraars hebben van klachtbehandeling een vak gemaakt.

Minder goed scoorde het zijn van een lerende organisatie: hoe zorg je dat je leert van àlle signalen. Want hoeveel mensen klagen er echt? Vandaar dat alle signalen zorgvuldig opgevangen worden, met de mogelijkheid om er achter te komen wat echt belangrijk is, welke verbeteringen je kunt aanbrengen en hoe je zorgt dat iedereen daar aan meedoet. Hoe ga je om met de signalen op twitter en facebook: ongeordend, onduidelijk, ongenuanceerd, maar met mogelijk plotseling oplaaiende maatschappelijke discussies? Hoe ga je om met een medium dat klagers naar boven haalt en tevreden klanten uit beeld doet verdwijnen?

Laagdrempelige e-learnings
Dan is er veel te leren van verzekeraars. In het onderzoek scoorde DAS het best. DAS werkt bijvoorbeeld met e-learnings. Deze laagdrempelige vorm van leren via internet is beschikbaar voor alle medewerkers. Welke gemeente organiseert het gebruik van dergelijke korte leermiddelen voor medewerkers om op goede manier klantsignalen op te vangen en er wat mee te doen? Herken je altijd de signalen? Doe je er iets mee? Verbeter je je luistervaardigheid? Weet je waar je op filtert als je iemand hoort? Leef je je in in het perspectief van de ander? 

Behandel de klant zoals je je moeder zou behandelen
Ook een interessante tip was om medewerkers een familielid te laten kiezen die ook klant was van het bedrijf om te benadrukken dat je de klant net zo goed moet behandelen als je eigen moeder. En verdraait: gedurende deze actie ging de klantentevredenheid flink omhoog!

Nog een leuke: organiseer een dag rond een belangrijke klantenreis (de ervaringen van een klant die bijvoorbeeld schade heeft, meldt en iets moet laten repareren). Ga met alle betrokkenen (collega's, enkele eindgebruikers, leveranciers) bij elkaar zitten (de collega's de hele dag, de externen alleen het lunchuurtje). Bekijk de ervaringen, signalen en mogelijke oplossingen. Leg deze voor aan de klanten en vraag hun oplossingen en de reacties op jouw oplossingen, werk daarna diezelfde dag de oplossingen uit en maak afspraken..

Niet alleen online, maar echt contact als het belangrijk is
Het viel mij op dat OHRA (de gastheer deze dag) die heel veel online deed en doet, nu juist meer ook belt en zo direct contact heeft. Je moet het goede inzicht in de klant hebben om te weten wanneer onpersoonlijk massa-werk het beste is en wanneer echt persoonlijke aandacht geboden is en het verschil maakt. Dat had PGGM ook gezien: het pensioenbeheer is weliswaar heel makkelijk voor de beheerder als het online gebeurt, maar hoeveel klanten snappen het en willen het online regelen? Steeds moet je iets organiseren om terug te gaan naar de klant en in de huid te kruipen van de klant om er achter te komen wat er echt gebeurt.

Stel de logica van je eigen werk steeds ter discussie
Als je geen signalen oppikt komt steeds meer jouw eigen werk en manier van werken centraal te staan en wordt de klant een incident dat jouw fijne werk verstoort. Iemand merkte op: “kijk vooral hoe logisch het was dat een fout gemaakt werd en pak dat aan!

maandag 12 augustus 2019

Ben je wel hypocriet als je ondanks je zorgen over het milieu vliegt?

Vliegen schaadt het klimaat, dus moet je minder vliegen.  Maak je je zorgen om het klimaat, dan mag je niet op vliegvakantie, anders ben je hypocriet. En mag je nog wel vlees eten? Is dat ook niet hypocriet? Vliegen lijkt zondig te worden in onze seculiere samenleving. Terechte opwinding?

Ik heb een hekel aan deze redenering, maar laten we deze gedachte eens doorzetten.

Stel dat de mensen die zich zorgen maken over het klimaat minder gaan vliegen. Is het klimaat dan beter af? Het gevolg is dat de prijs van het vliegen daalt: we leven immers in een kapitalistische samenleving, het aanbod is er, de vraag neemt wat af, dus de prijs gaat omlaag. Dat is simpel de marktwerking. Gevolg is dat de mensen die minder zorgen hebben over het milieu vaker gaan vliegen. Mooi resultaat? Niemand is meer hypocriet, maar het milieu wordt er niet beter op.

Dat gebeurt natuurlijk ook als je de keuze voor vlees eten zo benadert. Wie zich zorgen maakt, eet minder vlees. De prijzen dalen, mensen die zich geen zorgen maken over het milieu of hypocrisie eten meer vlees.

Je kunt je afvragen wie hypocrieter is: degene die zichzelf vrijpleit en de ander beschuldigt zonder dat er iets aan het milieu verandert of degene die wel vliegt, maar pakweg D66, CU of GroenLinks stemt en voor een collectieve vliegtaks pleit?

Individualisering van maatschappelijke problemen
Dat individualiseren van maatschappelijke problemen helpt helemaal niets. Jij kan jouw gedrag aanpassen, maar de samenleving wordt er niet beter op. Tenzij je het ook agendeert op de politieke agenda. We hebben als samenleving heel veel geboden en verboden. Om mensen te beschermen tegen elkaar, om dieren te beschermen, om kansen te verbeteren. Een stevige (Europese) vliegtaks geeft veel beter een maatschappelijke druk. Mensen wegen weer af of ze met de trein of met het vliegtuig gaan. In hun individuele keuze wegen ze dan de milieuschade mee, want die is meegenomen in de prijs: voor de schade die je aanricht betaal je. Ook verboden kunnen helpen. Als je als samenleving bepaalde veehouderij dierenmishandeling vindt, kun je dingen verbieden, zoals dwangvoederen van ganzen of kalveren in kleine kisten.

Dat is heel wat beter dan dat elke consument overal de kleine lettertjes leest over de schade aan het milieu en zelf beslist of hij daar lak aan heeft en gaat voor de lage prijs of dat hij individueel anders kiest. 

woensdag 17 juli 2019

Nieuwe evenwichten in tijden van directe communicatie.


Het gebeurt wel eens dat iemand iets roept op een vergadering dat niet klopt. Bijvoorbeeld dat onze laatste VVE schilderbeurt 16.000 per huis had gekost. Het voordeel van zo'n vergadering is dat er altijd wel iemand is die de cijfers wel paraat heeft en het terug kan brengen tot de werkelijkheid van 1.600 per huis voor de zevenjaarlijkse schilderbeurt. Pakweg 6 anderen knikken om aan te geven dat die 1.600 moet kloppen. De mensen op de vergadering kunnen inschatten wie het zegt, wie de reactie geeft en ze kennen de reputaties. Dat missen we in publieke meningsvorming.

In de politiek ging het altijd ook zo. Iemand roept iets, anderen nuanceren dat en de commentator van de krant zoekt uit wie het gelijk aan zijn zijde heeft op basis van de feiten. Het is een systeem waarin een evenwicht is gekomen. Met centra voor publiek debat in de vorm van de Telegraaf, de Volkskrant of de NRC. De partijpolitiek is er helemaal op ingericht.

Dat evenwicht wordt nu verstoord door directe communicatie. Wat een politicus twittert wordt niet becommentarieerd of gefilterd, het verschijnt direct bij de kiezer. Meningen en argumenten komen direct bij de kiezers terecht. Die reageert daar op en voelt een band met de politicus. Politieke strijd wordt niet meer gevoerd door de dialoog te zien tussen politicus, zijn tegenstrever en de commentator. Eigenlijk is er geen politieke strijd: de politicus zorgt dat de nuancering, feitencheck, tegenargumentatie niet bij de kiezer terecht komt. De mechanismen van twitter en facebook helpen daarbij. Lastige tegenargumenten komen gewoon niet meer terecht bij de kiezers.

Kranten verliezen hun functie en zoeken nieuwe invulling (zoals de campagne-journalistiek van de Telegraaf). Nieuwe duiding komt van TV-makers, columnisten, BN-ers en "influencers". Via facebook, twitter, instagram halen de mensen zelf wel meningen op waar ze behoefte aan hebben. De fittest will survive. 

Het is een ontwikkeling waar we mee moeten leren leven. Een vertrouwde vorm van publiek debat verdwijnt. Dat is natuurlijk al lang gaande nu we niet meer allemaal tegelijk naar hetzelfde TV - programma kijken. 

Het doet mij denken aan de reclame die terecht kwam bij Oostduiters na de Duitse eenwording. Altijd waren ze uit de buurt van de kapitalistische uiting gehouden, ze kenden hoogstens partijpolitieke reclame. De nieuwe kapitalisten trapten in de meest simpele reclametrucs. Ze kregen “persoonlijke” brieven: “ja, u leest het goed, meneer Albeda, uw kans om te profiteren van dit geweldige aanbod. Duizenden gingen u al voor, maar reageer dan wel snel!”. Door schade en schande leerden ze. Als het te mooi lijkt om waar te zijn is het niet waar......

Dat gebeurt nu weer. Frustrerend, maar waar. Nepnieuws, verdraaide uitspraken, framing, het hoort er allemaal bij. De directe communicatie met kiezers is de kans om directe, ongefilterde invloed uit te oefenen. Nieuwe soorten politici komen op, nieuwe vormen van campagnevoeren. Ten koste van de traditionele partijen. Dat is wat ze disruptie noemen: het verstoren van de oude evenwichten tussen machten: kranten, TV, politieke partijen. 

Is dat allemaal erg?
Ja, er gebeuren soms verschrikkelijke dingen. Mensen die spreken over dobbernegers in plaats van vluchtelingen die bijna verdrinken in de middellandse zee, schoppen het tot de gemeenteraad en de Eerste Kamer.  Een president die leden van het parlement aanraadt terug te gaan naar hun land van origine (ook al kwamen drie van de vier uit de VS). Russische bots beïnvloedden de verkiezingen. Woede wordt gevoed en gebruikt om mensen te manipuleren.

Toch hoeft het niet erg te zijn. Je kunt zeggen dat het voor politici ook een voordeel kan zijn. Hoe wankel en dun is de band tussen kiezer en gekozene niet geworden? Het is toch een fantastische kans om direct uitleg te kunnen geven over je standpunt en direct te vertellen wat je wilt?

Je zou eigenlijk vooral moeten kijken wat zorgt voor het nieuwe denken en debatteren en het nieuwe evenwicht.

Factchecks en nieuwe publieke debatten
Factchecks zijn al opgekomen. Ook zijn er interessante experimenten om mensen weer tot een publiek debat uit te dagen via de Tweede mening, waarbij een representatieve groep burgers de feiten te zien krijgt en kijken of de gemeente goede afwegingen maakt. Ook in de tijd van het Oekraine-referendum gebeurde het met representatieve groepen die zelf vragen konden stellen over het verdrag, met elkaar in gesprek gaan en na afloop mochten stemmen. Die stemming week volledig af van de heersende opinie, die niet gesteund was door feiten, maar door woede over de EU en de elite. Het werd het bespreken van een dilemma in plaats van het de wereld ingooien van een mening.

Er is vast meer mogelijk. Misschien komen er wel chatbots die direct jouw vraag kunnen checken? En uiteraard moeten we verder werken om de macht van Facebook in te perken en manipulatie door reclamemakers aan de schandpaal te nagelen en misbruik van persoonsgegevens te voorkomen. Reclameuitingen zijn immers ook niet onbeperkt toegestaan.

Ik denk dat we door moeten zoeken naar dat soort instrumenten en niet moeten proberen de tijd tegen te houden en op te roepen te stoppen met Facebook en Twitter te verketteren. Trump heeft laten zien wat er kan, hij gebruikt (misbruikt) de macht die met het beroep komt. Kijk dan hoe je weer zorgvuldig kunt debatteren, in plaats van te mopperen. Hetzelfde was de reactie toen de boekdrukkunst werd uitgevonden en de macht van de katholieke kerk afkalfde. Uiteindelijk kwam er veel goeds van de boekdrukkunst, ook al werden de boeken van Spinoza eerst in Nederland verboden.

Mijn advies: accepteer en pas je aan. Zorg dat mensen meer mogelijkheden krijgen goed een mening te vormen, dat brengt pas echt goede democratie.

  1. Maak nieuwe ruimten voor publiek debat (zoals de tweede mening en burgerjury's)
  2. Geef vanuit de politiek duidelijk aan met welke dilemma's je worstelt
  3. Maak de burger sterker door hem toegang te geven tot feitenchecks
  4. Treed op tegen machtsmisbruik
  5. (en oefen op school al in het herkennen van nepnieuws, framing en manipulatie)

Directe communicatie is een nieuwe vorm, dus die gaat gebruikt worden. Tegelijk is er ergernis over nepnieuws en ophitsing. Doe daar wat aan!

maandag 15 juli 2019

Bioloog Darwin en chemicus Van 't Hoff helpen de politiek


Er zijn een paar principes die ik bewoner om de eenvoud en de verklaringswaarde. Bovenal zijn dat Darwin, met the survival of the fittest over natuurlijke selectie en Van 't Hoff met het principe van Le Chatelier – Van 't Hoff over evenwichten. Met de twee principes kun je veel voorspellen over beleid van de overheid.

The survival of the fittest wordt ten onrechte wel eens vertaald als de sterksten overleven. Waar het echter om gaat is dat de soort die het best past bij de omstandigheden overleeft. Hoewel een biologische wet is het principe simpel en breed toepasbaar. De term survival of the fittest komt dan ook van de econoom Herbert Spencer, die het principe van Darwin toepaste op de economie (en dacht dat zonder overheid de sterkste zou overleven en de bekwaamste mensen zouden overblijven).

Survival of the fittest in het drugsbeleid
In het drugsbeleid kun je goed zien hoe het principe van selectie uitpakt. Er is verslaving dus een sterke vraag naar drugs. Maar de overheid is niet blij met de dealers en zet een oorlog in. Het is gevolg is dat wie niet goed is aangepast aan de ingrepen van de overheid opgepakt wordt. De beste smokkelaars, de meest meedogenloze drugsdealers, de slimste producenten zullen overleven. De strijd tegen drugs leidt tot steeds moeilijker bestrijdbare criminaliteit.

In het alcoholbeleid zie je een heel andere groep overleven. De slimste producenten die zich netjes aan de regels houden die de laagste kosten hebben, hebben zich het beste aangepast en overleven. Overigens proberen de producenten van alles uit, dus ook het zorgen voor meer verslaafden, alcohol associëren met plezier en gezelligheid, een monopolie trachten te verwerven.

Principe van het evenwichtsherstel
Het principe Le Chatelier – Van 't Hoff komt uit de chemie en is even briljant, misschien wel briljanter. Het principe stelt “Als in een chemisch systeem een verandering optreedt in concentratie, temperatuur, volume of totale druk, met andere woorden, een evenwichtsverstoring, dan zal het evenwicht zodanig verschuiven dat die verandering tegengegaan wordt. Uiteindelijk evolueert het systeem naar een nieuw evenwicht.” Algemener gesteld zegt het principe “Als in een systeem een verandering optreedt zal het evenwicht zodanig verschuiven dat die verandering tegengegaan wordt”.

Een voorbeeld zagen we al bij het drugsbeleid. Er is staand beleid van de politie en de criminelen. Af en toe wordt er iemand gepakt of een container gevonden. Dat is het evenwicht. Totdat de overheid een grote actie op touw zet die het evenwicht verstoort. (Of een drugscrimineel die dat doet, dat gebeurt ook).

Wordt er een container gevonden en is er dus minder cocaïne op de markt, dan maakt dat cocaïne waardevoller, de prijs gaat omhoog en meer mensen overwegen om hier iets mee te doen, waarna het evenwicht weer herstelt. De verandering die de ontdekking van de container bracht, wordt ongedaan gemaakt. Dat kan zijn dat het terugkeert naar het oude evenwicht. Het kan ook zijn dat er een nieuw evenwicht ontstaat. Bijvoorbeeld als een nieuwe drug die eerst geen kans kreeg omdat iedereen zich oriënteerde op cocaïne ineens aanslaat. Het evenwicht wordt immers pas echt veranderd als er iets nieuws opkomt (in de biologie een nieuwe soort die beter past bij de omstandigheden, in de drugswereld een nieuwe drug, nieuwe smokkelmethode of een nieuwe aanvoerlijn).

De principes zijn zo breed dat je het overal kunt toepassen. Rond illegalen: als je mensen in de zee redt, kunnen smokkelaars daar op gaan rekenen. Als je asielzoekers in grote centra en zonder kans op werk bij elkaar zet, integreren ze niet. Rond ouderenbeleid: als je verzorgingstehuizen sluit komen er nieuwe vormen van zorg op (in Italië dat sterk vergrijst zijn het  overigens vaak illegalen die ouderen verzorgen). Als je vliegen goedkoper laat zijn door minder belasting te heffen dan op treinreizen, gaan mensen meer vliegen. Als je betere wegen bouwt, gaan mensen weer makkelijker met de auto, net zo lang tot het evenwicht (de files) weer terug is. 

Altijd scenario's maken waarin de reactie van het systeem bekeken wordt
Dit is waarom de overheid altijd scenario's moet maken bij nieuw beleid. Dat stelt de politiek in staat betere keuzen te maken. Vaak wordt beleid ingezet als reactie op een probleem. De ingreep is de oplossing. Maar je moet kijken wat de effecten kunnen zijn en daarbij tegendenkers vragen die een negatief scenario tegenover wensdenken kunnen zetten. 

Dat is tevens de reden dat we veel meer moeten kijken naar de gevolgen van beleid en sturen op feedback dan op het ontwerpen van nieuw beleid. Helaas is de verantwoording in de overheid nog altijd minder interessant dan het nieuwe beleid. 

dinsdag 2 juli 2019

De toekomst maak je samen

In een interessant artikel in The Economist wordt de scheiding van de politieke gedachten rond immigratie vergeleken met de nieuwe scheiding van gedachten rond de aanpak van de klimaatverandering. Op het moment dat je kolencentrales sluit weet je een hoop CO2 uitstoot te voorkomen. Maar de omslag naar een meer klimaatvriendelijk beleid is ook een aanslag op de tradities, manier van werken en de portemonnee van mensen. Neem de werkgelegenheid bij een kolencentrale. Neem de mensen die hun huis van het gas af moeten halen. Neem de mensen die een auto hebben voor hun werk, geen goed alternatief en meer moeten betalen. Neem de mensen die gebonden zijn aan de werkgelegenheid op Schiphol. Geen reden om niets te doen, wel om samen door te denken hoe het wel kan. 

Bij het debat over immigratie ontkenden veel mensen de problemen rond migratie: ineens een andere taal op het schoolplein, andere culturen in de buurt, afnemende sociale samenhang. Het gevolg was dat partijen als de PVV extra wind in de zeilen kregen. Geef nu niet Baudet, die profiteert van de klimaatdiscussies, diezelfde wind in de zeilen. Dat gebeurt heel aardig met het klimaat akkoord.

De les van de opkomst van de populisten rond immigratie is dat je niet de zorgen aan de populisten over moet laten. Neem de zorgen van mensen die te maken hebben met de schaduwkanten van verandering serieus, zoek uit wat emotie is en wat rationele bezwaren zijn. Kies niet voor paternalisme of juist de aanval, maar ga in gesprek. Behandel hen als volwassen deelnemers in de democratie. Zoek hoe je de pijn eerlijker kan verdelen.

De pijn zit in de details en is niet eerlijk verdeeld
Het klimaatakkoord is als je er zo naar kijkt best een stap vooruit. Maar de pijn zit in de details van bijvoorbeeld mensen die niet zo snel kunnen overschakelen en daardoor duurder uit zijn dan mensen (zoals ik) die al van het gas af zijn en in een goed geïsoleerd huis wonen. Gemakkelijk praten voor mij dus.

En als je de kilometers van een op de tien automobilisten (dat is 97,5 miljard kilometers) wil vervangen door openbaarvervoerkilometers (21,6 mrd km), dan groeit het aantal openbaarvervoer kilometers met 9,75 miljard. Dat betekent dat het openbaar vervoer met bijna 50% moet groeien om het autoverkeer met 10% te laten afnemen. Geen wonder dat het lastig is te veranderen.

Op Europees niveau is het nog moeilijker. De energievoorziening in het ene land vraagt een veel grotere omschakeling dan het andere land. In heel Europa is een grote steun voor de overgang naar minder CO2, minder fossiele brandstoffen en een meer circulaire economie. Het gaat velen veel te langzaam. Maar om vaart te maken heb je aandacht nodig voor de tegenstanders en de mensen die last hebben van de overgang.

De verandering kost banen en levert banen op. Maar op microniveau zie je dat die nieuwe banen niet terecht komen bij de mensen die hun baan verliezen, zelfs niet per se in die regio.

In dictaturen kun je de minderheid die last heeft van verandering negeren. In de Westerse wereld niet. Dat lijkt lastig, maar is eigenlijk wel zo mooi.

Grijp de kans om het samen te doen!
Sterker: de hele verandering biedt enorme kansen de democratie een boost te geven. Samen praten over hoe je de warmte-voorziening in je wijk gaat regelen! Samen kijken hoe je de bereikbaarheid met de fiets en het OV verbetert! Nieuwe werkgelegenheid bij verduurzaming van de huizen: wie geef je de kans om aan de slag te gaan? Er zijn installateurs en andere vakmensen nodig. Om die te kunnen vervullen is extra en andersoortig aanbod van scholing en onderwijs nodig. Vind dat gezamenlijk uit!  De toekomst maak je samen, zeker als het een grote verandering vraagt.

woensdag 26 juni 2019

Wat gaat de Tweede Kamer aan zichzelf veranderen?


Het kabinet heeft een reactie gegeven op de staatscommissie Parlementair Stelsel. Centraal stelt het kabinet daarin: twee problemen in de op zich stevige parlementaire democratie. Dat zijn de tekortschietende inhoudelijke vertegenwoordiging van álle Nederlanders en de kwetsbaarheid van de democratische rechtsstaat. Maar hoe fundamenteel pakt het kabinet het aan? En wat gaat de Kamer doen? 

De staatscommissie concludeerde dat het parlementair stelsel vandaag de dag niet
langer in staat is om een aanzienlijke groep burgers inhoudelijk voldoende te
vertegenwoordigen. Dat is wat anders dan trambestuurders die de Kamer in moeten. Dat gaat over de vraag of de volksvertegenwoordigers de wereld kennen, de problemen kennen en zich kunnen inleven welke oplossingen werken en wat de consequenties van oplossingen zijn.

Vertegenwoordiging die je situatie kent en begrijpt
brief minister aan de Kamer
Het kabinet vertaalt dit met het “zich onvoldoende gehoord voelen”. Dat is jammer, want daarmee zit ze volgens mij net naast het gesignaleerde tekort. Toen ik in de Tweede Kamer werkte viel mij op dat enkele zaken direct tot ophef leidden. Dat waren altijd zaken waarbij de Kamerleden zich alles konden voorstellen. Voor alle helderheid: dat was wel de aftrekbaarheid van de hypotheekrente en niet vermindering van de huursubsidie of strengere bijstandscontroles. Het was wel: de oplevende economie, het was niet: de onzekerheid van de bezorger en de bouwvakker. De mensen die zich gehoord voelen, kunnen wel eens te laat merken dat ze niet echt gehoord en gekend zijn. Dat is voor mij het grote verschil tussen Pim Fortuyn (die mensen en hun situatie kende) en Thierry Baudet. 

Politieke partijen verliezen hun functie als agendasetters
Ik denk dat de doorgeschoten flexibilisering een voorbeeld is van een trend die mede ruimte kreeg door tekortschietende inhoudelijke vertegenwoordiging. Misschien is het interessant eens te kijken naar het waarom van de oprichting van politieke partijen. De eerste politieke partij was de ARP. De gereformeerde kleine “luyden” moesten vertegenwoordigd worden. Abraham Kuyper vond dat de liberalen zich teveel richtten op de individuele vrijheid en de gemeenschap kapot maakten. Het was de vertegenwoordiging van de gereformeerde zuil. Die zuil liep van theorie naar praktijk, van hoogopgeleid aan de VU tot niet opgeleid in de haven en op het akkerland. De vertegenwoordiger van de ARP kende de zuil, wist wat er speelde en leefde binnen de zuil. Hij kon zich uitstekend inleven in de wereld van de zuil, kende de problemen en wist hoe oplossingen vanuit het rijk in zouden werken op het leven van de mensen. Dat zorgde ervoor dat de ARP echt zaken kon agenderen die anders niet doordrongen bij de Tweede Kamer.

Die functie van politieke partijen is wezenlijk veranderd. De ene partij kent de ideeën van de werkvloer, de andere partij is beter thuis tussen afgestudeerden van de VU. Hoe dan de verbinding te leggen om te zorgen dat alle kiezers zich inhoudelijk voldoende vertegenwoordigd weten? En agendeert een politieke partij nog wel?

Binnen het parlementaire stelsel valt wel wat te winnen
Helpt de persoonlijke stem op een persoon op de lijst? Misschien, een beetje. Het kabinet zegt al voorzichtig “Van groot belang daarbij namelijk is ook of de politieke partijen daadwerkelijk met kandidaten komen, waarin kiezers zich beter kunnen herkennen”. Let op, het gaat hier weer over personen waarin de kiezers zich herkennen en niet andersom, personen die zich in de kiezers herkennen en hun situatie kennen. Daarnaast wil het kabinet de regionale component versterken door voor elke kieskring een andere lijst in te dienen. Ook dat kan helpen. Net als de verlaging van de stemgerechtigde leeftijd kan helpen. Een correctief referendum had ook een forse druk op het stelsel kunnen geven,  maar dat komt er niet. 

Aan de politieke partijen wordt eigenlijk niet veel veranderd. Toch is de ooit zo belangrijke agenderende functie van politieke partijen in de democratie niet meer wat die geweest is. De commissie Remkes zei: “Burgers zijn zich eerder tot de media dan tot politieke partijen gaan wenden met klachten en problemen”. Agendering komt van buiten de partijen en buiten de Kamer, hoe geef je dat een goede plek?

Wat doet de Tweede Kamer?
Misschien is daarom wel interessant te horen wat de Kamer gaat doen met de aanbevelingen die aan de Kamer waren gericht. Het terugzendrecht voor de Eerste Kamer valt in het oog, daar wordt verder op gestudeerd. Maar liever kijk ik naar de Kamers zelf: vooral de aanbeveling om meer kennis van buiten halen, betere inhoudelijke ondersteuning van de Kamercommissies, betere communicatie over de eigen werkzaamheden zouden niet veronachtzaamd moeten worden.

Ik heb nogal eens gemerkt dat juist het eigen functioneren wat wegvalt uit de aandacht en alle aandacht gaat naar de minister. Misschien een tweejaarlijkse zelfanalyse van de Tweede Kamer, zoals ik voor de gemeenteraden ook voorstelde? Of evalueert de Tweede Kamer alles behalve de eigen werkwijze? 

Politiek-democratisch cultuur
Ten slotte blijf ik me afvragen of het parlement en de minister de belangrijkste taak hebben. De commissie Remkes zei ”De legitimiteit van het stelsel zou hervonden moeten worden in een nieuwe politiekdemocratische cultuur, met een grotere nadruk op politieke nabijheid.

Die democratische cultuur wordt nog steeds niet aangepakt. Dat is lastig, want heeft te maken met democratie op je werk, in je school, in je buurt en in je vereniging. Daar ligt de echte uitdaging: in het werken aan de alledaagse democratie. Dat gaat over het eigen functioneren van ons als burgers.

Mijn blog over het advies van Remkes eindigde dan ook net als nu. Begin maar eens actief mee te denken in de VvE, in de buurt, op de school, op je werk, zonder in de klaagstand te komen en als een klant te reageren. Dat is nog een hele opgave.

maandag 24 juni 2019

De raad als toezichthoudend orgaan dat zichzelf steeds verbetert

Hoe functioneert de gemeenteraad als orgaan dat toeziet op het functioneren van het college en zijn aansturen van de organisatie? Het is een vraag die in elke raad van commissarissen jaarlijks gesteld wordt, maar niet gestructureerd wordt besproken in gemeenten. Hoe lastig ook, dat zou wel helpen om als hoogste orgaan van de gemeente te kijken of het beter kan. 

Politieke rol
De gemeenteraad functioneert op twee manieren. De meest in het oog springende is de oppositie en coalitiepartijen die het functioneren van het college controleren en lijnen uitzetten naar de toekomst. Hoe ver steunen coalitiepartijen het college en hoe ver gaat de oppositie en hoe ver gaat de steun? Voor die werkwijze is veel aandacht. Het gaat over de kaderstellende rol, de volksvertegenwoordigende rol en de controlerende rol van de raad. Daarbij kijken we sterk naar de partijen.

Rol als toezichthouder
De raad is echter ook het hoogste orgaan van het gemeentebestuur en het orgaan dat wethouders benoemt en ontslaat. Naast het politieke systeem van politiek bedrijven zou de gemeenteraad ook  kunnen kijken naar de rol als een soort raad van commissarissen. Dat doen de gemeenteraden ook wel als het gaat ondersteuning en informatievoorziening, maar niet zo gestructureerd als tegenwoordig elke zichzelf respecterende Raad van Commissarissen doet.

"De Raad van Commissarissen houdt namens de aandeelhouders en werknemers, toezicht op het gevoerde beleid van de raad van bestuur. Dit alles om het voortbestaan van de onderneming te waarborgen". Dat lijkt toch welk sterk op het werk van de gemeenteraad. Maar een raad van commissarissen evalueert jaarlijks zijn functioneren en meestal (een keer per drie à vier jaar) doet de raad dat onder externe begeleiding. De code-Tabaksblat schrijft zelfevaluatie voor. De code kent als uitgangspunt dat de raad van commissarissen collectief verantwoordelijk is voor het eigen functioneren.

Lang niet alles vergelijkbaar...
Een paar zaken van die raden van commissarissen gaan niet op. Zo is herbenoeming mede afhankelijk van de zelfevaluatie, terwijl bij de gemeenteraad de kiezers daar over gaan. Overigens zou het niet gek zijn als raadsleden elkaar eens zouden aanspreken op elkaars' functioneren, maar dat is waarschijnlijk een station te ver.

...maar veel wel
Wat bij de zelfevaluatie bijvoorbeeld altijd een rol speelt is de vraag of de raad zich teveel richt op details en teveel op de stoel van de bestuurder gaat zitten. Vaste vraag is: hebben we de juiste balans gevonden tussen afstand en betrokkenheid, tussen toezicht en advies? Of hebben we onze toezichthoudende rol goed vervuld: beschikken we over de juiste informatie, zijn de risico´s goed ingeschat en hebben we deelbelangen goed afgewogen?

En hoe vergadert de raad eigenlijk, gaat dat goed? Hebben we onze vergadertijd effectief besteed en goed verdeeld over de belangrijkste onderwerpen? Het lijkt misschien politiek gevoelig, maar je kunt goed kijken of bijvoorbeeld de voorzitter goed functioneert en of de commissies goed functioneren en dat geheel er toe leidt dat de raad genoeg tijd besteedt aan zaken die er toe doen? Ik hoor nogal eens klachten over teveel en te lange stukken, hoe los je dat op? Hoe zorg je dat je aanspreekbaar blijft en toch niet verzuipt? Neemt de raad genoeg tijd om te kijken of er externe bedreigingen zijn die in de lopende zaken te weinig aan bod komen? Zijn er risico's die uit beeld verdwijnen door de dagelijkse gang van zaken? Hoe gaat het eigenlijk met nieuwe leden: hoe gaat de introductie daarvan en is het voldoende om dat aan de partijen over te laten of ligt er een verantwoordelijkheid van de raad als geheel?

De raad heeft zich sinds de dualisering steeds meer als politiek orgaan gezien. Dat is ze natuurlijk ook. Maar misschien is die rol van toezichthouder teveel gepolitiseerd en verdwijnt wel eens uit beeld of er goed vergaderd wordt, of de raad de juiste balans houdt tussen betrokkenheid en afstand en of de raad als totaalorgaan (en niet als verzameling van politieke fracties) naar tevredenheid functioneert?

Probeer eens met het presidium te kijken of deze vragen een goede basis zouden kunnen zijn, welke vragen passen en welke niet? Klik hier (in Engels, taal kan naar Nederlands gewijzigd worden)

P.S. Ik zou het graag met een raad eens onderzoeken. Hoe gaat het halverwege de raadsperiode, wat ging er goed en wat kan er beter? Maar het gaat hier niet om mij, maar om de raad zelf. Begin eens zonder externe begeleiding!

vrijdag 14 juni 2019

Woede over meritocratie


Het begint met het maken van een karikatuur van de ander. Het doel is een reactie provoceren en op sociale media aandacht en medestanders krijgen. Het liefst dit allemaal doen voordat de ander kan reageren. De discussie start dan met 1-0 achterstand voor de ander. Dat zijn de politieke discussies van het moment. Niet over inhoud en feiten, maar meningen en inkleuring. Geen wonder dat meer mensen klant worden van de politiek in plaats van deelnemer in de democratie.

De tegenspeler gaat daarna immers ook framen. De tegenspeler heeft met een genuanceerd verhaal geen kans er tussen te komen. De reactie wordt geplaatst in de manier van kijken die geïntroduceerd is, framing. Ooit trapte Richard Nixon  in de val om dit frame te herhalen met “I'm not a crook”, waardoor iedereen hem toch als schurk ging zien. De discussie ging alleen nog over de vraag of hij een schurk was. (wat hij natuurlijk was,  al was hij een interessant ex-president).

Zo gaat het ook als de partijen op Forum voor democratie reageren en in koor zeggen dat er geen partijkartel is. Forum begint te zeggen dat ze buitengesloten worden voor het bestuur van de provincie. De neiging is dat te ontkennen: dus alle partijen zeggen precies hetzelfde. Ondertussen blijven de gebrekkige bestuurlijke kwaliteiten van de leden van Provinciale Staten voor Forum onvermeld. Ook de vooraf geformuleerde voorwaarden als geen cent naar de energietransitie, waarmee FvD D66 en GroenLinks uitsluit verdwijnen geruisloos uit de aandacht. Ook feiten waar men het over eens zou kunnen zijn verdwijnen uit zicht. Het gezamenlijk gesprek is weg.

Uiteindelijk gaat alle aandacht naar de polarisatie, de manier van discussiëren, elkaar uitsluiten, karikaturen, flirten met extreem rechts om links verder uit te dagen: woede regeert. Aandacht voor welke oplossingen werken is totaal verdwenen. Niet in gesprek gaan met elkaar. De populisten profiteren er van! 

Woede over de meritocratie
Onderliggend is er eigenlijk een ander probleem. Dat beschreef ik 8 jaar geleden als teloorgang van de democratie door opiniepeilingen en meritocratie.

  1. Opiniepeilingen gaan over de klantenrol in plaats van de rol van burger. Je ziet hoe politici kijken naar de voorkeuren van de kiezende consumenten. Wie aansluit bij die voorkeuren wint stemmen. Maar doordat de mensen klant worden van de politiek verdwijnt de verantwoordelijkheid voor het collectief.
  2. Er wordt niet meer gekeken uit welke klasse je komt, of je ouders van goede huize komen, maar er wordt gekeken naar je verdiensten. Je zou bijna denken, de beste krachten vanuit het volk komen naar boven drijven. Maar wie niet gestudeerd heeft en niet welsprekend de discussie weet te domineren, verdwijnt uit het zicht. Misschien niet een nieuw thema, wel met groeiend belang.

De polarisatie en de strategie van partijen richten zich erg op de opiniepeilingen en het beïnvloeden van de kiezer als klant. Ondertussen wordt de woede die ontstaat over de meritocratie niet geagendeerd, maar claimt FvD wel de enige vertolker te zijn van die woede. En de meritocraten gaan niet in gesprek met de mensen die buiten de democratie vallen. Daar is de polarisatie effectief. Populisten hebben daar groot belang bij.

Terug naar het bespreken van dilemma's
Hoe zou je de democratie weer centraal kunnen stellen, waarbij iedereen meedoet? 

Dat gebeurt als er meer dilemma's besproken worden. Een partij als de ChristenUnie doet dat heel aardig. Zij zijn het klein zijn meer gewend dan de voorheen grote partijen die vooral bezig zijn zeker en overtuigd over te komen. Een compromis moet uitgelegd worden als overwinning. Twijfel is bij hen het tonen van zwakte. Terwijl kleine partijen eerlijk zeggen dat het een compromis is en ze daarmee vertrouwen winnen. Carola Schouten scoort als minister goed omdat ze eerlijk is over haar dilemma's. Andere bewindslieden moeten er misschien meer aan wennen. 

Toch zijn er voldoende dilemma's. Rond pensioenen, rond de positie van Nederland in Europa en de wereld, rond de klimaatverandering, rond het samenleven van verschillende culturen, rond het bieden van zekerheid versus flexibiliteit. Overal zie je dat de werkelijkheid ingewikkelder is dan het opgelegde frame. Daarover besluiten vraagt meer dan kijken naar wat je klanten willen, maar naar het overstijgen van diverse belangen. En werken de oplossingen wel? 

Kregen we die dilemma's maar meer op tafel. Het is ook bijzonder lastig. In de discussie over pensioenen zie ik het niet lukken, terwijl daar bij uitstek gepoogd is het dilemma over te brengen. En dat op zich is weer een dilemma.

zondag 9 juni 2019

Mannen moeten beter? Wat een onzin!


Mannen staan altijd op de verkeerde lijstjes, stond in de NRC van 8 juni. Dat lijkt waar. Mannen zijn vaker dakloos, moorden vaker, “Moet de man beter?” vroeg de NRC zich af. “Het gaat veel slechter met de man dan met de vrouw, blijkt uit tal van statistieken.” Statistiek om iets te bewijzen? Dan ga ik toch even wat extra lezen. 

Een kop waar je op klikt, zeker als je boos bent dat de emancipatie niet is afgerond. Die verderfelijke mannen: dat zijn de verkrachters, de gewelddadige rovers, ze zijn vaker probleemdrinker en al die terroristische aanslagen: meestal mannen!. #MeToo? Vrijwel allemaal mannen! Verdomd, de statistieken lijken te bewijzen dat het slecht gaat met de man!

Het blijkt niet uit statistieken dat het slecht gaat met de man!
Maar wat een rare kop eigenlijk? Hoezo blijkt uit statistieken dat het niet goed gaat met mannen? Ja, het is waar dat mannen oververtegenwoordigd zijn in de gevangenis, maar ook in de bestuurskamer, er zijn meer mannelijke dan vrouwelijke presidenten. Gemiddeld verdienen ze ook meer. Ze lopen en fietsen harder. Mannen komen vaker op lijstjes voor, maar dat wil niet zeggen dat het alleen de verkeerde lijstjes zijn. 

Misschien is de mannelijke stereotiep waar we mee opgegroeid zijn wel verantwoordelijk voor het risicovollere gedrag van mannen en verklaart dat beide lijstjes: de oververtegenwoordiging in de gevangenis én de oververtegenwoordiging in de bestuurskamer (en in de slachtoffers van oorlog). Voor de bestuurskamer stellen we quota voor, maar je hoort niemand over een quotum voor meer vrouwen in de gevangenis om de emancipatie te bevorderen.

Baumeister stelt “Cultuur zit vol compensatie-situaties, waarbij mensen gevaarlijke of riskante dingen moeten doen, waartoe ze met hoge beloningen worden overgehaald (gecompenseerd). De meeste culturen hebben doorgaans veel vaker mannen dan vrouwen gebruikt om die zeer riskante maar lucratieve functies te vervullen. (...) De meeste culturen schermen hun vrouwen van het gevaar af, en geven hun daarom ook niet de grote beloningen”. (inmiddels al 12 jaar geleden in de NRC!)

Er is een natuurlijk verschil tussen mannen en vrouwen
De natuur lijkt ook bij te dragen aan verschillen, niet alleen de cultuur. Niet in gemiddeld IQ: mannen zijn ongeveer even slim als vrouwen. Maar als dat ik de vraag stel of er misschien wel meer geniale mannen dan vrouwen zijn, kan ik een hoop kritiek verwachten. Toegang tot de wetenschap is ongelijk verdeeld en zo. Helemaal waar. Maar zou er toch niet ook een natuurlijk verschil kunnen zijn?

Als we nu eens dieper kijken. Het gemiddeld IQ van mannen is gelijk aan dat van vrouwen, blijkt uit diverse onderzoeken, die nooit ter discussie gesteld zijn. Het is een feit. Tweede feit: er zijn meer mannen dan vrouwen met een heel laag IQ. Overigens komen we nu op gevaarlijk terrein, want de meting wordt steeds moeilijker.. Mijn vraag: hoe kan het dat er niet meer geniale mannen zijn dan vrouwen en wel meer superdomme mannen dan superdomme vrouwen en dat toch mannen even slim zijn gemiddeld gesproken? Kenners zeggen dan "Het is niet geheel onwaar, maar vaststellen dat er relatief meer domme maar ook meer intelligente mannen bestaan is een totale oversimplificatie van een zeer complex vraagstuk waarover veel onduidelijkheid bestaat". Misschien zijn mannen extremer: slimmer én dommer. Dat mag je toch als hypothese nemen? Net zoals de lengteverschuillen van mannen: ook daar zien we volgens Roy Baumeister het verschijnsel dat mannen extremer zijn: de grafiek van de lengteverdeling bij mannen is platter, met meer erg lange en erg kleine mannen. (En mag ik er op wijzen dat Asperger 4x zo vaak onder mannen voorkomt? Deze aandoening gaat meestal gepaard met normale of hoge intelligentie, gecombineerd met stereotiepe interesses waar ze helemaal in op kunnen gaan. Terugkijkend in de geschiedenis lijken nogal wat grote namen mannen met het syndroom van Asperger te zijn geweest.) 

En die gevangenis, ligt dat wel aan de mannen? Vrouwen maken zich vaker dan mannen schuldig aan kindermishandeling, Moeten vrouwen dan beter? Of zijn mannen gewoon minder bij de opvoeding betrokken dan vrouwen?

Ik denk dat mannen en vrouwen veel kunnen leren als ze wat buiten de stereotiepen gaan rondneuzen,  Een mooie culturele uitdaging. Maar de man dan als de achterlijke partij neerzetten, daar ben ik wel een beetje klaar mee. 

Het is overigens de zelfde NRC  van 8 juni die commentaar vraagt naar problemen als kinderen langer vakantie hebben dan hun ouders en vervolgens alleen vrouwen om commentaar heeft gevraagd op die problemen. 

donderdag 23 mei 2019

Denkfouten van Baudet


Ik heb mij verbaasd over de denkfouten van de zich als intellectueel presenterende Baudet. Dat hij niet wetenschap maar een boek als uitgangspunt neemt, vergeef ik hem. Dat doen zeer veel mensen. Maar de fouten in zijn logica zijn tenenkrommend. Zwart - wit denken, correllatie en causaliteit verwarren, verborgen aannames gebruiken. Het is een gebrek aan logica dat veel streng gelovigen ook hebben. Misschien is dat gelovige zijn probleem?  

Hij heeft een punt als hij zegt dat verbondenheid (of het nu in het gezin of in een land is) belangrijk is. Vervolgens gaat hij tekeer tegen persoonlijke vrijheid die afbreuk zou doen aan de verbondenheid. Daarna schetst hij een beeld van persoonlijke onvrijheid van vrouwen die geen andere keuze hebben dan de arbeidsmarkt te kiezen. “Er wordt verwacht dat ze de traditionele rol afwijzen om een man te ondersteunen.“ Blijkbaar is er toch niet zoveel persoonlijke vrijheid dat vrouwen zouden kunnen kiezen voor een traditionele rol? Tussen neus en lippen door stelt hij dat minder kinderen krijgen  veroorzaakt wordt door meer persoonlijke vrijheid. Blijkbaar is niet verminderde kindersterfte door hogere welvaart een verklaring. Met evenveel wetenschappelijke kracht kan hij stellen dat minder kinderen krijgen veroorzaakt wordt door minder ooievaars. Hij haalt correlatie en causaliteit door elkaar. 

Meer vrijheid leidt tot meer welvaart en omdat meer welvaart samen gaat met minder kindersterfte, en betere opleiding en een oudedagsvoorziening waardoor meer kinderen niet nodig is voor de oude dag gaat meer welvaart meestal gepaard met minder geboorten. Maar meer welvaart leidt ook tot minder natuur en daardoor minder ooievaars. Leidt meer vrijheid dus tot minder kinderen? Of ligt het aan die minder vaak voorkomende ooievaars? Beide verschijnselen gaan samen (correleren) met minder geboorten. 

De persoonlijke vrijheid maakte ons niet gelukkig, stelt Baudet. Ik wil graag geloven dat het Westen geen ideale wereld is en dat de consumptiemaatschappij niet het paradijs is. “Ja, de moderne wereld bracht bevrijding. Maar die bevrijding maakte ons niet gelukkig. In plaats daarvan heeft ze ons leven doelloos, leeg en boven alles uiterst eenzaam gemaakt”. Het is een vorm van zwart wit denken. Persoonlijke vrijheid heeft ons geen paradijs gebracht, dus is het volledig verkeerd en maakt deze ons ongelukkig. Misschien moet hij eens kijken of de mensen in Nederland gemiddeld inderdaad ongelukkiger zijn dan in landen waar de persoonlijke vrijheid beperkter is en de consumptiemaatschappij minder ver doorgeschoten is. Ik ken geen enkel onderzoek dat dat uitwijst. 

Een verborgen aanname van hem is dat naastenliefde en verbondenheid niet kunnen samengaan met persoonlijke vrijheid. Je kunt je afvragen hoe eerlijk de naastenliefde is onder dwang van een collectief. Maar waarom zou het niet kunnen samen gaan??? 

Reden om dieper te kijken naar Baudet als persoon, die niet gelukkig is. Het ideaal dat hij schetst komt vreemd genoeg dicht tegen de Islam. Traditionele rollen voor man en vrouw, geen abortus, de man die werkt en de vrouw die kinderen krijgt. Hij lijkt in die zin op de heimelijke homoseksueel die schreeuwt tegen zondige homoseksualiteit om de aandacht van zichzelf af te leiden. Want voor hem is de Islam een grote vijand. Hij ziet bij de Islam en de immigranten wel de sterke collectiviteit.

Je vraagt je ook af of Baudet de nieuwe Joram van Klaveren wordt, ook een fel bestrijder van de Islam die zich bekeerde.



vrijdag 10 mei 2019

Tribalisme en sociale media

Woedende tweets hebben veel meer kans om geretweet te worden dan vrolijke, blije, ondersteunende of vriendelijke tweets. Dat doet iets met het wereldbeeld en de ervaring van mensen die veel op sociale media zitten. Het bevordert de polarisatie. Maar er is nog een ander effect: de groei van Tribalisme

Het is traag gegaan, maar we worden als samenleving steeds meer ingericht op groepen, tribes. Tribalisme is een maatschappelijke organisatie. Het is de oudste bron van identiteit en zekerheid van individu tot de groep, voor de mens. Iemand van je eigen groep kun je vertrouwen. De kleinste vorm is het gezin, maar juist de tribe zorgt voor bescherming. Het gaat om mensen met dezelfde culturele identiteit. Die samen jagen, leren van elkaar, elkaar beschermen tegen de woeste natuur, wilde beesten en andere groepen, Hoewel in rechtse kringen dit tribalisme vooral neergezet wordt als iets van allochtonen (Marokkanen die niet integreren maar vasthouden aan hun eigen cultuur), is het veel breder en daarmee potentieel gevaarlijk.

Van nationalisme naar tribalisme
We hebben een lange tijd gehad van identificatie met een land, we zijn allemaal Nederlanders, bijvoorbeeld als Nederland scoort bij voetbal. Maar waar we vroeger nog keken naar het ene televisiekanaal, met families van VARA, AVRO, Vpro, is er nu weinig gemeenschappelijke culturele identiteit op die schaal. Dat werden meerdere netten en er is weinig gemeenschappelijk publiek debat over normen en waarden. De debatten vinden in kleine kringen plaats. Het is veel kleiner geworden. Sociale media bevorderen de identificatie met je eigen tribe. Het is gemakkelijk om te schelden op andere tribes en andere tribes verdacht te maken. Sterker: het zit misschien wel in ons geheugen ingebouwd.

Daar komt door de tribalisering nog iets bij. Door provocatie als handig instrument op facebook is er de neiging om provocateurs uit te sluiten van discussie. Denk aan de protesten als er een extreem linkse of rechtse spreker komt. Tegelijk heeft een debat met genuanceerde sprekers weinig aandacht: het verschil is moeilijk samen te vatten in 140 of 280 letters. Provocatie hoort bij de sociale media. FvD maakt er slim gebruik van, kijk hoe iedere krant de overwinningsspeech van Baudet kopieerde en besprak. Nog nooit was er zoveel aandacht voor een overwinningstoespraak. Hij flirt met extreem rechts en houdt er afstand van, zodat er steeds aandacht komt. Zou Baudet doen wat Henk Otten wil, dan zal de aandacht verdwijnen. Het rechtse identitair verzet wil juist de grote verschillen met andere tribes benadrukken.

Dat leidt tot on-Nederlandse polarisatie en intolerantie.

Baudet troont ook een zeer trouwe (veel rechtsere) achterban mee die op twitter iedere tweet analyseert en zo nodig van reactie of bedreiging voorziet. Ik denk dat anderzijds Baudet blij is met bedreigingen in zijn richting, want dat doet de aandacht goed.

Tribes bestrijden elkaar
Tribes spreken niet met elkaar, maar bestrijden elkaar. Ze floreren bij een cultuur van agressie naar elkaar. Op extreem links en extreem rechts zie je dat als een onwelgevallige mening een podium krijgt, de uitsluiting begint. Het lijkt op het verbannen zoals we dat vroeger kenden, zonder goede afweging. Ik kan mij voorstellen dat je iemand die nepnieuws verspreidt of groepen ophitst tegen elkaar geen podium geeft. Maar het gaat via acties op sociale media waar opnieuw de emotie zwaarder telt dan argumentatie.

De onrust doet denken aan de tijd na de boekdrukkunst. Natuurlijk leidde die tot wereldreizen en wetenschappelijke vooruitgang, meer en beter onderwijs. Maar ook tot godsdiensttwisten en het afbrokkelen van het vanzelfsprekend gezag van de kerk. Revoluties werden gefaciliteerd door de boekdrukkunst.

Tegen de ontwrichtende strijd
Vaak hebben we dat doorbroken. Met humanisme, wetenschap, met naties, vooral in de eigen buurten en dorpen door te luisteren naar elkaar en te zoeken naar gemeenschappelijke waarden en gezamenlijke hoop.

Door tribalisme is het zoeken naar eenheid, gemeenschappelijke waarden en manieren om samen verder te komen des te belangrijker. Het Europa na de Tweede Wereldoorlog toont dat dat kan.

maandag 1 april 2019

Waar bewoners zelf kunnen doen, mogen ze zelf doen

Als je met actieve bewoners praat over zelf zaken in de eigen buurt beslissen, regelen en uitvoeren spat het enthousiasme er vaak vanaf. Zodanig dat er al als uitgangspunt bepleit wordt dat als bewoners het beleid en beheer zelf kunnen doen, mogen ze dat ook doen. Dit is een interessant principe om vast te leggen. Maar het heeft wel heel vergaande consequenties die dan meegenomen moeten worden. Past dat nog in alle domeinen en is het wenselijk?  

Het is van belang het werk van Elinor Ostrom te betrekken bij de overwegingen. Commons zijn natuurlijke hulpbronnen (rivieren, bergen, weiland, ruimte, grondstoffen) die van de gemeenschap zijn. Terwijl economen er lang van uit gingen dat gemeenschappelijk gebruik van natuurlijke hulpbronnen automatisch tot overmatig gebruik en uitputting hiervan moest lijden, bewees Elinor Ostrom het tegendeel door onderzoek naar kleine groepen te doen die dit probleem onderling opgelost hadden. Op dit punt heeft Elinor Ostrom dus belangrijk denkwerk verricht. Zij stelde dat er ontwerpprincipes zijn om goed om te gaan met commons.
Dit zijn de regels/uitgangspunten om goed te werken met commons:
(1) Duidelijk gedefinieerde grenzen die ook erkend worden;
(2) Regels inzake toegang en toe-eigening die afgestemd zijn op de sociale omstandigheden en de lokale omgevingsfactoren;
(3) Collectieve regels die de gebruikers toelaten om deel te nemen aan het nemen van beslissingen;
(4) Controle en opvolging van het gebruik en de staat van het gemeengoed, uitgevoerd door gebruikers die door de gemeenschap worden aangesteld;
(5) Een schaal van oplopende sancties tegen personen die de gemeenschapsregels overtreden;
(6) Eenvoudige en makkelijk toegankelijke werkwijzen voor conflictbemiddeling;
(7) Het beslissingsrecht van de gemeenschap wordt erkend en aangemoedigd door de hogere overheden

Iedereen kan meedoen
In de huidige tijd vraagt het dan nogal wat van bewoners om het beleid en beheer in eigen hand te nemen. Ten eerste de regel (3) om collectieve regels te hebben die gebruikers toelaten om deel te nemen aan het nemen van beslissingen. Het gaat dan bijvoorbeeld om er voor te zorgen dat gebruikers weten wat er beslist wordt wanneer.

Niet alleen de lusten, ook de lasten
Moeilijker is de handhaving (4 en 5). Uit ervaring in mijn eigen buurtje weet ik dat de handhaving een onderschat en moeilijk onderdeel is van de regels. Men wil graag de lusten van zelfbeheer, maar de last van controle en handhaving laat men liever aan anderen.

We spreken in onze buurt gemakkelijk op een openbare vergadering af welke regels we met zijn allen hanteren, bij die vergadering is iedereen welkom. Maar dat betekent niet dat iedereen ook komt en zich aan de regels houdt die op de vergadering zijn afgesproken. Zo hebben wij een parkeergarage in de buurt die nogal eens leidt tot ergernis en waarbij het aanspreken van mensen op het ongeoorloofd gebruik van een parkeerplaats tot hoog oplopende ruzies leidde. Met als gevolg dat mensen uiteindelijk verhuisden. Bij onze tuinen is afgesproken dat een heg niet te hoog mag zijn, maar hoe goed de bedoelingen ook waren toen afgesproken werd dat men zich niet afsluit van de anderen: deze regel wordt uiteindelijk niet gehandhaafd.

Controle en handhaving moet vooraf bekend zijn
Ik merk dat er vooral veel enthousiasme is voor invulling van de openbare ruimte. Voor wat betreft de inrichting en vormgeving kun je heel ver gaan.

Bij het beheer en gebruik wordt het lastiger. Want als iemand de regels overtreedt, blijkt het vanzelfsprekend gezag van controleurs gering. Toch hoort die taak er wel bij.
Ik moet nog zien dat bewoners in het sociale domein het beheer en de uitvoering op zich willen nemen, maar ook de maatwerkinvulling. In de praktijk rond de maatschappelijke ondersteuning zie ik vooral de mensen participeren die zelf ondersteuning vragen. In de huidige praktijk spreken de klanten mee, niet de financiers. Zou je het beleid en beheer overnemen, dan moeten bewoners elkaar aanspreken op de maatschappelijke ondersteuning: je moet je buren dan een voorziening weigeren. Bereid je dan voor op intensieve trajecten van conflictbemiddeling.

Ook rond de bouwvergunningen is hier een probleem. Het is duidelijk dat bijzondere kennis nodig is om te kunnen besluiten. Die kun je overigens inhuren. Maar rond de welstand blijken de verschillende wensen en uitgangspunten tussen bewoners nogal fors te verschillen.
Je moet dan je buurman aanspreken over die uitbouw. Het is een mooie gedachte om zo goed met elkaar om te kunnen gaan dat je een conflict daarover aankunt. Het vraagt echter een grote mate van democratische gezindheid om daar uit te komen. Het is de vraag of de huidige samenleving met veel anonimiteit en het naast elkaar leven van mensen met verschillende uitgangspunten en waarden die controle en handhaving aankan. Tegelijk is het geen optie om regels zelf af te spreken en de  gemeente die regels vervolgens te laten afdwingen zonder inhoudelijk naar die regels te kijken.

Kan dat overal en is dat overal wenselijk?
De gemeente is een zeer veelzijdige organisatie. De inrichting van de openbare ruimte is een zeer zichtbare taak. Liefst geef ik daar participatie binnen kaders de voorkeur boven representatie.

Maar er gebeurt veel meer. Het organiseren van de reiniging en de vuilnisophaal, economische zaken, orde en veiligheid, de riolering, de brandveiligheid, ik zie best ruimte voor een rol van bewoners. Maar spreken we af of ze het zelf mogen doen als ze dat willen? Liever geef ik hier representatie de voorkeur. Misschien is het schema van transactionele intensiteit hier behulpzaam (hier: over technocraten die weer andere kunstjes kennen dan bewoners of politici). Waar bewoners veel ervaring hebben (hoog aantal interacties) en professionele kennis niet de doorslag geeft ligt het anders dan waar bewoners weinig interacties hebben of veel kennis nodig hebben. Maar dan nog is de controle en handhaving een aandachtspunt.

Pleidooi voor ambtenaren die werken zonder aanziens des persoons
Wil je dat? Is het niet ook een prachtig gegeven dat de anonieme gemeente je buren aanspreekt en jij daarna goed verder kunt met je buurman? Natuurlijk is de voorgestelde regel niet dat als bewoners het zelf kunnen doen, ze het ook moeten doen. Het idee is om het te mogen doen, maar ik denk dat de verzekeraars. consequenties zullen trekken als de brandveiligheid in handen gegeven wordt van bewoners, ik denk dat de kosten van conflictbemiddeling oplopen.

Mag ik naast een pleidooi voor de participatieve democratie hier ook een pleidooi houden voor de representatieve democratie en anonieme handhavers die zonder aanziens des persoons hun werk doen?
Het is tijd om representatieve democratie en participatieve democratie niet door elkaar te halen en ook niet het een boven het ander te stellen.

zondag 24 maart 2019

Forum voor democratie en de smalle marges van de politiek


De grote overwinning voor Forum voor Democratie bracht mijn gedachten onmiddellijk op Urgenda. Heeft Urgenda bijgedragen aan de overwinning?

Niet alleen migratie, maar ook het klimaatakkoord was een reden om te stemmen op FvD. Urgenda heeft via de rechter van de overheid afgedwongen meer te doen voor het klimaat. In essentie zegt de rechter dat de overheid burgers moet beschermen en dat de Staat meer moet doen om het dreigende gevaar veroorzaakt door de klimaatverandering te keren. De mensen die FvD stemden trekken zich niets aan van wat de rechter vindt en ik zag na de uitspraak van de rechter al het probleem voor me: “ U moet meebetalen en meer doen: niet omdat devertegenwoordigers dat willen, maar omdat de rechter dat wil” schreef ik al

CDA en VVD leggen hun dilemma niet uit
FvD heeft vooral kiezers gewonnen van CDA, VVD en PVV. Bij het CDA en de VVD leeft meer eerbied voor de rechter en internationale verdragen. Maar wat ze gedaan hebben is: met de mond wat belijden over klimaat en kosten (Buma en Dijkhof hebben wel moeilijk gedaan), maar uiteindelijk geaccepteerd dat er meer moest gebeuren. Maar vervolgens blijft er een beeld van niet willen, maar ook niet doorzetten. Met welk dilemma de politiek worstelde blijft verborgen. 

Ook dilemma rond migratie
Ook voor migratie gaat dat op. Met alle maatregelen die je neemt, moet je zorgen dat je binnen de grondwet en internationale verdragen opereert. Dat maakt het asielbeleid heel traag en taai. Ik denk persoonlijk dat het ook goed is. Het gaat niet alleen om de rechten van de mensen hier in Nederland, maar over de hele wereld. Dat leidt inderdaad tot spanning: groepen die nog niet goed in de samenleving integreren (en alleen al door hun naam herkenbaar zijn en aanwijsbaar) en woningen die toegewezen worden aan mensen die recht hebben op asiel en uit het asielcentrum zullen moeten omdat ze de integratie in Nederland mogen starten.

Als bedrijven zo gerund zouden worden, gingen ze snel failliet
Trump heeft ook succes met maatregelen die door de rechter afgekeurd worden. Het kan hem niet schelen dat de rechter die afkeurt, want het maakt zijn succes alleen maar groter. Natuurlijk is het op de lange termijn heel dom om je niet aan internationale afspraken te houden. Als jij het niet doet, doen anderen dat ook niet. In Italië konden populisten alleen maar garen spinnen bij een afkeuring van de Europese Commissie. Snel valt weg dat de afkeuring er over gaat dat de Italianen veel meer uitgeven dan ze hebben en een enorme schuld opbouwen. Als bedrijven beloofden wat de klanten wilden zonder zich zorgen te maken over kosten of de wet zouden ze snel failliet gaan.

De populisten bedenken dat op de lange termijn toch iedereen wel dood is. Dus waarom rekening houden met de lange termijn? En die internationale afspraken? Die hebben zij toch niet gemaakt? Klimaatverandering ontken je gewoon, dan ben je daar ook vanaf. En laten de andere landen maar eerst hun best doen. 

Reclamemakers hebben de macht
De politiek is versmald tot wat mensen nu willen. Reclamemakers geven aan dat dat scoort en dat dat is wat je kiezers willen. De kiezers zijn immers klanten die resultaten verlangen. Doe mij maar wat minder overlast, lagere belastingen en snel een mooi huis. In Utrecht stond dat in het programma van FvD: meer woningen, meer openbaar vervoer, ook in de kleine kernen, sneller knelpunten oplossen voor auto's. Dat alles mèt meer democratie en meer referenda en lagere belastingen. Gratis bier staat er net niet bij.  

Een ingewikkelde afweging rond je houden aan verdragen en samen met andere Europese landen optrekken om traag de zaken te verbeteren slaat niet aan. 

Leve de het compromis!
Wie houdt er nog een fel pleidooi voor de smalle marges van de politiek om dingen te veranderen? Wie pleit er nog voor te het werken met een compromis? Dat wat minder glanzend is dan wat je eigen clubje wilde: om binnen de begroting te blijven en rekening te houden met de ander?  Dat is wat vooral de regeringspartijen hebben laten liggen. Een voordeeltje: je kunt het scharen onder het behoud van de typisch Nederlandse cultuur. 

Dat moeten VVD en CDA vooral doen: pleiten voor behoud van deze Nederlandse poldercultuur.

vrijdag 15 maart 2019

Participatieve democratie versus representatieve democratie

In ons democratische systeem is op verschillende manieren ingebouwd dat de bestuurders geen misbruik maken van hun gegeven macht. Ik hoor vaak ongenoegen over de representatieve democratie. Partijen doen niet wat ze beloven, luisteren niet naar "ons soort mensen". Liever nemen mensen dan het heft in eigen handen en kiezen voor participatie in plaats van representatie. 

De klacht over partijen die niet luisteren is natuurlijk bekend en daarom is al een goede tegenmacht tegenover de bestuurders vastgelegd. Uiteraard de verkiezingen na vier jaar, waarbij je ziet dat te weinig aandacht geven aan ongenoegen in de samenleving leidt tot opkomst van nieuwe partijen, zeker als het een specifiek thema is, waar ontevredenheid over is. Daar komt de bescherming van de rechtsstaat bij: de regering moet zich aan de gestelde regels houden, anders kunnen de mensen naar de rechter stappen om gelijk te krijgen. Het gaat  om de spreiding van wetgevende, uitvoerende en rechtsprekende macht. Zij kunnen elkaar dan controleren en verbeteren.

Participatieve democratie is de nieuwe tegenstrevende macht
Daar is nu de participatieve democratie naast aan het ontstaan. Dat is eigenlijk een nieuwe tegenstrevende macht. Naast de wetgevende, uitvoerende en rechtsprekende macht, de zelf-bestuurlijke macht. Ik hoor wel eens dat de representatieve democratie niet functioneert en dat het bestuur weer bij de bewoners moet komen. Ik zie ook dat de participatieve democratie schuurt met de representatieve democratie. Anders dan anderen vind ik dit juist goed.

Niet in plaats van maar naast
Participatieve democratie is niet het nieuwe stelsel in plaats van de representatieve democratie, maar een nieuwe tegenstrevende macht. Meer zelfbestuur omdat het kan en omdat de representatieve democratie door schaalvergroting steeds verder weg is gekomen.

Uit niets blijkt dat de rol van verkiezingen voorbij is. Als ik de opkomst van lokale lijsten zie en zie hoe nieuwe partijen in de Tweede Kamer een stem krijgen, dan blijkt juist dat de representatieve democratie een vaste plaats moet houden. Bij de participatieve democratie is weliswaar meer kennis van de lokale situatie, maar er zijn nog altijd overstijgende thema's waar andere belangen spelen. Bovendien zijn er nu eenmaal ook mensen die zich niet thuis voelen in de plaatselijke arena en liever hebben dat hun vertegenwoordigers goede kaders opstellen. (Lees hier) Mensen die actief zijn in de participatie zijn zeker geen vertegenwoordiging van de lokale bevolking.

Overigens: in veel gevallen is participatie beter dan representatie. Net zo goed als het voorkomen van een gang naar de rechter beter is dan de gang naar de rechter.

woensdag 13 maart 2019

Vertrouwen

Het vertrouwen is in Nederland vergeleken met andere landen hoog, zo bleek onlangs weer uit onderzoek van het CBS. Vertrouwen is belangrijk voor de samenleving: je doet makkelijker zaken met elkaar als je de ander vertrouwt. Het afdwingen van je recht als dat vertrouwen geschaad wordt is dan ook zeer belangrijk voor het floreren van een land. Economieën van dictators doet het op de korte termijn soms goed vanwege de besluitvaardigheid, maar op de lange termijn slecht omdat je je rechten niet kunt afdwingen en daardoor een groep machthebbers steeds minder betrouwbaar wordt. 

Vertrouwen is ook het cement  tussen werkgever en werknemer. Nederlandse werknemers die aangeven hun werkgever te vertrouwen, belonen deze met een grotere toewijding (80%), betrokkenheid (66%), loyaliteit (70%) en de bereidheid om publiekelijk voor het bedrijf op te komen (74%).

Vertrouwen groot in Nederland, maar vertrouwen in de toekomst minder
Het mooie nieuws dat het vertrouwen in Nederland groot is mag echter wel van wat extra kleur voorzien worden. Niet alleen het CBS, ook Edelman doet jaarlijks onderzoek naar vertrouwen. Deze Edelman Trustbarometer bevestigt enkele zaken uit het CBS onderzoek: het vertrouwen is groot in Nederland. Maar de meter voegt er ook nieuwe elementen aan toe en geeft vergelijkingen met de rest van de wereld. Zo blijkt dat het vertrouwen in de toekomst in Nederland niet zo groot is.  Vier op de tien Nederlanders zijn bang om hun baan te verliezen. Nederland is daarmee het op vier na meest pessimistisch gestemde land ter wereld (van de 24 vergeleken landen). Je kunt het ook hebben over West Europa, want met Japan zijn dat de landen (Duitsland, het VK en Frankrijk) in de onderste regionen.

De trustbarometer kijkt ook naar het verschil tussen het geïnformeerde publiek en de mensen die zich er niet zo in verdiept hebben. Eerder bleek al dat die kloof in Nederland groter is dan elders. Ook dit jaar blijft in Nederland de vertrouwenskloof tussen het geïnformeerde publiek (67%) en het brede publiek (54%) significant. Ook blijkt er een groot verschil tussen vertrouwen bij lager opgeleiden en hoger opgeleiden.

Het CBS constateert dat eveneens. In 2018 heeft 43 procent van de mensen met alleen basisonderwijs vertrouwen in de medemens. Dat vertrouwen loopt op tot 84 procent bij de groep met een universitaire opleiding. Hoger opgeleiden hebben doorgaans ook meer vertrouwen in (politieke) instituties dan lager opgeleiden.

Overheid: win vertrouwen van lager opgeleiden
Het zou daarom aanbeveling verdienen als de overheid meer aandacht schenkt aan het vertrouwen (en gebrek aan vertrouwen) van lager opgeleiden. Verdient de overheid wel hun vertrouwen?

Nu moet je voor de grap eens kijken naar de verantwoording van de politiek over resultaten: wat was er beloofd en wat is er van terecht gekomen. Voor zover die documenten er zijn, zijn ze volstrekt gericht op hoger opgeleiden (en geschreven door hoger opgeleiden). Dat is jammer, want eerlijk zijn over wat er niet goed gaan en vertellen wat er wel is gebeurd helpt voor het vertrouwen en de betrokkenheid.

Een andere manier om vertrouwen te winnen is als mensen de controleurs kennen. Kijken we naar de gemeenteraad of Tweede Kamer als toezichthouders, dan blijkt dat daar opnieuw vooral hoger opgeleiden rondlopen. Daar kunnen redenen voor zijn, maar het draagt niet bij aan het vertrouwen van lager opgeleiden. Zo kunnen ze de indruk hebben dat de volksvertegenwoordigers heel goed begrijpen wat het belang is van de aftrek van de hypotheekrente, maar niet wat het belang is van de individuele huursubsidie. Het ene maken de volksvertegenwoordigers zelf mee, het andere halen ze uit stukken en is minder doorleefd.

Een volgende manier om vertrouwen te winnen is het voorleggen van dilemma's en mensen daar over laten meedenken. Ook dit gebeurt niet bij lager opgeleiden, het gesprek gaat meer over uitleggen in Jip en Janneke-taal. Rond het klimaat zijn de dilemma's verschoven naar klimaat-tafels.

Kijken we overigens naar pessimisme over de toekomst en de angst je baan te verliezen, dan krijgt het gebrek aan vertrouwen van lager opgeleiden ook meer kleur: juist zij zijn steeds minder zeker van hun baan.

Beter betrekken bij de verantwoording, betere verbinding tussen politici en stemmers, meer mensen betrekken bij dilemma's en oprechte interesse in hun afweging zou helpen voor het vertrouwen. Ik denk dat het beleid er ook beter van wordt.