Hoe haalt iemand het in zijn hoofd om samen met zijn dochter het huis te bezoeken van iemand die niet tegen de komst van een AZC is en op het huis Kut Hoer Teef te kalken? Het gebeurde in Engelen bij Den Bosch. Het moet zijn ontstaan op Facebook of in een whatsapp groep met gelijk gestemden.
Ik keek weer eens op Facebook. Het ging over de noodzaak van nieuwe verkiezingen: “Helemaal met je eens! Maar ik moet er ook niet aan denken dat PRO aan het roer komt, want dan wordt het nog slechter in Nederland”, “Doen! Dan massaal op Lidewei of Geert stemmen”. “Natuurlijk! Maak FvD zo extreem groot dat er geen andere partijen nodig zijn”. Sociale media staan vol met drek, maar het zijn ook echo-kamers om elkaar gelijk te geven.
Gelijk krijgen van gelijkgestemden
Wat er feitelijk
gebeurt is dat inleving in de ander verdwijnt. Doordat algoritmes
gebruikers in 'filterbubbels' en 'echokamers' plaatsen, worden
bestaande meningen voortdurend versterkt en tegengeluiden
weggefilterd. Het wordt mensen 'duidelijk' dat er niet naar “het
Volk” wordt geluisterd en zij weten dat “het Volk” het met hen
eens is. In de COVID tijd zag ik hoe mensen in zichzelf gingen
geloven en voortdurend bevestiging kregen van gelijkgestemden.
Facebook was met recht een Feestbook, ze zijn het met mij eens! Mijn
gedachten zijn te belangrijk om weg te laten vallen. de stem van 'het
volk' lijkt luider te klinken, maar tegelijkertijd raakt het publieke
debat meer gefragmenteerd, vatbaarder voor beïnvloeding en is
onduidelijk wie nog het volk vertegenwoordigt. Mensen geloven zo in
hun eigen mening dat ze huizen bekladden van mensen die iets anders
uitdragen: dat zijn verraders. Inleving in de ander is weg. Waarom
zou je het huis van zo’n verrader niet eens lekker bekladden?
Maar pas op: niet alleen de propagandisten van het Volk zijn zo gericht op het eigen geluid.
Documentaires, de kranten,
Het valt mij op dat
er steeds meer documentairemakers zijn die starten (en blijven) bij
hun eigen ervaring. In een documentaire onderzoekt een
documentairemaker waarom ze geen vrienden heeft. Ligt het aan haar of
is het een ongelukkige samenloop van omstandigheden? Of: Een
documaakster maakte een docu over daten als trans. Een
documentairemaakster onderzocht haar familiegeschiedenis en ontdekte
dat .... Het maakt de emotie groter en de reactie van het publiek is
steviger.
Of de krant. Waar media in 2000 zelden een ‘ik’ aan het woord lieten, kozen ze tussen 2009 en 2019 steeds vaker voor de ik-vorm in reportages, achtergrondverhalen en under cover journalistiek. Ongeveer 10 procent van de verhalen in de vier grote kranten betreft dan al ik-journalistiek. Kranten lieten het concept van "de mening van de krant" varen en gaven commentaarschrijvers een gezicht. (Met als nadeel dat die op twitter/X meteen aangepakt werden, maar ze zullen twitter al lang hebben verlaten). Vaak beginnen opiniemakers vanuit hun eigen ervaring om een beter contact te hebben met de lezer en een sterk gevoel op te roepen. Wil je “viral” gaan dan moet je inspelen op boosheid over concrete misstanden en het een gezicht geven.
Start met de persoonlijke emotie
Een blog over “Het
onderwijs is zo achteruit gegaan dat Nederland veel slechter scoort
dan andere landen”? dat geeft geen emotie! Nee, start bij de eigen
ervaring: “mijn zoon van tien bleek de tafel van zeven niet op
te kunnen zeggen, maar de juf had hem wel een compliment gegeven….”
Dat stimuleert pas echt de woede en trekt de lezer direct het verhaal
in. Het zal veel meer clicks opleveren. Het digitale tijdperk verandert
het speelveld.
Een god in het diepst van je gedachten
Het hoeft niet
altijd mis te gaan, maar zo wordt het steeds gewoner om jezelf en je
eigen gedachten centraal te stellen. Het sluit aan bij individualisering
en consumentisme. Waar mensen vroeger sterk ingebed waren in
vastomlijnde gemeenschappen (kerk, vereniging, buurt), moeten ze nu
zelf hun identiteit vormgeven. Dit vraagt zoveel energie dat de blik meer naar binnen wordt getrokken. Vooral de
sociale media spelen hier op in. Dat geheel versterkt een instelling
waarbij het perspectief van de ander minder een rol speelt, of zeg gerust: er niet meer toe doet.
Een experiment in Cambridge liet zien dat Facebook-gebruikers die ongerichte één-op-veel-berichten op de tijdlijn plaatsten (een mening de wereld in slingerden), vaker dan degenen in de controlegroep sterk op hun eigen perspectief vertrouwden. Het perspectief van de ander is onbelangrijk geworden.
Eigen emotie eerst
Combineer dit nu
eens met de laatste column van Gabriel van den Brink in de Volkskrant, “Wat minder ego zou geen kwaad kunnen”.
Hij zet wat gebeurtenissen op een rij. Het aantal gemeenteraadsleden
dat zucht onder intimidatie en geweld is in de afgelopen vier jaar
ruim verdubbeld. Bijna zes op de tien medewerkers in de
gezondheidszorg worden met agressie geconfronteerd. Zowel leerlingen
als ouders maken zich schuldig aan intimidatie van leraren en andere
personeelsleden. In het openbaar vervoer krijgt personeel te maken
met schelden, spugen, bedreigingen en geweld.
Al die zaken die hij noemt tonen een gebrek aan inleving in de ander. Het is consumentisme. Hulpverleners worden gezien als ‘dienstverleners’ die moeten leveren wat jij nodig hebt, niet als mensen die onder moeilijke omstandigheden hun werk doen. Het motto is “Eigen emotie eerst!”
Gabriel van den Brink sluit af met een weinig hoopgevende conclusie: “Dat gaat Den Haag niet oplossen – we moeten het zelf doen”.
Gelukkig zijn er mensen opgepakt voor het bekladden van het huis in Engelen. Misschien dat nu een paar mensen terugschrikken en nadenken. Maar ik heb er nog niet veel vertrouwen in. Wij moeten er zelf aan werken.
Het blijft nodig om te laten zien dat de inleving in de ander er ook toe doet in de samenleving.

