vrijdag 11 september 2026

War on terror: nooit verspilde de VS meer

Er wordt teveel over kleine verspilling en te weinig over echte grote verspilling gepraat. De War or Terror sinds 2001 heeft de VS (en de rest van de wereld) heel veel gekost. De VS alleen al besteedde meer dan 10.000 miljard aan de oorlog tegen terreur die ze uitriep na de terreuraanslag tegen het WTC. Belangrijk om mee te wegen: de oorlog leverde veel polarisatie op, de Taliban kwamen in Afghanistan terug aan de macht en in Irak nam het terrorisme toe. De VS won met die 10.000 miljard de oorlog niet.

Geen van beide won
Of kunnen we zelfs zeggen dat Al Qaeda de oorlog won? De macht (en het gezag) van de VS is sindsdien duidelijk verminderd en in de Westerse wereld zijn mensen de onveiligheid gaan voelen die Al Qaeda voor ogen had. Maar ook dat is niet te zeggen: Al Qaeda heeft de doelen niet bereikt: wel is de economische kracht van de VS verminderd, maar de VS zijn niet ingestort en hoe onveilig voelden de Amerikanen zich echt? Bin Laden hoopte de Verenigde Staten economisch te vernietigen zoals hij de Sovjet-Unie had zien instorten, uiteindelijk werd Al-Qaeda gemarginaliseerd en profiteerde China van de geopolitieke verschuiving.

Leren van China
Het is niet populair tegenwoordig, met alle inspanningen voor defensie zijn teveel mensen gaan denken dat oorlog voeren wat oplevert. Daar is China veel handiger in! Het land heeft als kern het beschermen van zijn eigen ontwikkeling en het vermijden van in een nadelige positie terechtkomen in een conflict. Het opbouwen van militaire kracht is niet voor expansie, maar voor het voorkomen van oorlog en het beschermen van veiligheid. Natuurlijk weten we dat het conflict rond Taiwan nog altijd bestaat. Niet dat China zo deugt, ook China is gericht op overheersing en machtsuitbreiding, maar het is wel slimmer georganiseerd

Wat had de VS ook kunnen doen?
De War on terror heeft ongeveer 28.000 dollar per persoon gekost. Je had dus elke Amerikaan 28.000 dollar kunnen geven. Dat leidt tot enorme inflatie, dus het kan ook anders besteed worden.

De geschatte kosten voor het renoveren van alle bruggen in de Verenigde Staten bedragen ongeveer 125 miljard dollar, dat had makkelijk gekund.

Je vraagt je af: zijn er wel serieuze afwegingen gemaakt in de VS? Was het niet een emotionele en de eigen mogelijkheden overschattende reactie?

Of laten we het heel anders bekijken. Wat hadden de VS wel niet kunnen bereiken in de strijd tegen China om de wereldmacht met al dat geld? Had de VS zijn gezag in de wereld met al dat geld niet enorm kunnen vergroten en tegelijk de vijandigheid jegens de VS kunnen verminderen? Met het bedrag had de VS nogal een deuk in een pakje boter kunnen slaan (en een paar miljard kunnen besteden aan wraak).

Gemiste kans
Wat China besteedt om het Belt and Road-initiatief te betalen is minder dan de 10.000 miljard, en dat zijn deels kosten en deels investeringen (aan uitstaande leningen van China aan ontwikkelingslanden is het 1.200 miljard, waarvan China een deel zal moeten afschrijven en een deel terugkrijgt). Had zo’n initiatief niet veel meer gedaan om de moslimwereld te beïnvloeden en tegen terrorisme te strijden? Een gemiste kans!

Denk aan het ook voor de VS heel gunstige Marshall plan in Europa. Een Marshallplan had voorkomen dat China en Rusland in Afrika de dominante machten worden, het had ook veel geld op kunnen leveren uit economische activiteiten.

Oorlog starten werd gezien als goede wraak
Ik begrijp best dat de Amerikaanse kiezer 'geld overmaken naar het buitenland' vaak moeilijker accepteert dan 'troepen sturen om de natie te verdedigen', zeker in de emotionele nasleep van een gebeurtenis zoals 9/11 waarna de roep om wraak klinkt. (Weinig christelijk overigens in een land dat  "In God We Trust" op het geld heeft staan. Lees er de bijbel op na!)

Maar oorlogvoering levert economisch gezien weinig op: een vernietigde tank of bom is weggegooid geld. Een Marshallplan daarentegen werkt twee kanten op. Bij het oorspronkelijke Marshallplan na WOII verplichtten de VS dat Europese landen een groot deel van het geld besteedden aan Amerikaanse goederen, machines en technologie.

Was dat niet veel beter geweest?




maandag 7 september 2026

Mona Keijzer, AfD en de culturele verschuiving

Er zijn nogal wat partijen op rechts en daar komt nu een nieuwe “beweging” bij van Mona Keijzer. Bas Heijne stelt in de NRC van zaterdag dat het met de beweging van Keijzer niets gaat worden, juist omdat zij zichzelf in de weg zit. Op rechts heeft elke partij van de eigen partij het gevoel de echte verlosser te kunnen leveren. Het wordt dus niets met Mona Keijzer en rechts zal zich niet weten te bundelen tot een machtsfactor. Dat lijkt geruststellend.

Korte aandachtsspanne voor politieke boodschap
Het is helaas niet echt geruststellend. In een tussenzin geeft Heijne aan dat het rechtspopulisme geen politieke reactie is, maar een culturele verschuiving. Burgers in de rechtse bubbel zijn niet geïnteresseerd in taaie processen en ingewikkelde, soms tegenstrijdige, constateringen, ze zijn klant en willen geen verhalen over oplossingen die leiden tot nieuwe problemen. Maar is dat alleen in de rechtse bubbel zo? In de column naast die van Heijne staat als eyecatcher “Niet duidelijk? Dan scrollen we verder”. Sociale media hebben onze aandachtsspanne fors verkort, dus de boodschap moet snel duidelijk zijn.

De AfD in Saksen - Anhalt deed het anders
Precies die cultuur: politiek kort door de bocht, geen ingewikkelde werkelijkheid accepteren, maar ook terugvallen op het eigen gelijk, trots en vooral nostalgie, verklaart het succes van AfD (Alternative für Deutschland) in ons buurland. Wat veel mensen vergeten: mensen voelen er zich gezellig thuis! Journalist Olaf Sundermeyer volgt de AfD al sinds de oprichting. In het boek Blaues Land onderzoekt hij hoe een regio en de lokale gemeenschap veranderen wanneer de AfD er een machtsfactor wordt. Hij beschrijft hoe de partij niet alleen verkiezingen wint, maar zich verankert in het dagelijks leven: via lokale verenigingen, scholen, en dorpsgemeenschappen. De partijgebouwen worden sociale ontmoetingsplekken. De partij brengt een goed gevoel over.

Niet alleen haat, ook het eigen veilige en prettige leven
Natuurlijk verschilt de politieke wereld van Duitsland en Nederland, maar bijzonder is dat Sundermeyer laat zien hoe rechtspopulisme en radicaal-rechts zich niet alleen voeden met 'haat op sociale media', maar juist met lokale aanwezigheid, verenigingsleven en het opvullen van institutionele leegtes. Volgens mij moeten we daar kijken om te leren. Het was het gat waar BBB even leek in te duiken: de lokale aanwezigheid van politieke partijen en verenigingsleven is veronachtzaamd. Waar de mensen die PVV stemmen vooral boos zijn, voelen de kiezers van de AfD zich gewoon thuis bij de partij.

Feel-good politiker
Natuurlijk speelde in Saksen - Anhalt mee dat de lijsttrekker een charismatische man met stralende glimlach was. Zelf legde hij vooral nadruk op positieve kanten. Hij werd wel “Feel-good-Politiker” genoemd. Het inhoudelijk werk liet hij aan anderen over. Het kon hem niet schelen dat dat mensen zijn als Laurens Nothdurft (ooit voorzitter van de “Heimattreuen Deutsche Jugend” (HDJ) verboden omdat zij “wezensverwant met het nationaalsocialisme” werd bevonden en een nieuwe nationaalsocialistische elite wilde kweken), of Sebastian Koch (verdacht van betrokkenheid bij de verboden neonazistische sekte “Artgemeinschaft”). Zijn kiezers vinden het al snel best als Ulrich Siegmund het af doet als “verleden” en vindt dat journalisten niet zo moeilijk moeten doen. Gebruik de korte aandachtsspanne en wees weer positief!

Ik vermoed dat BBB meer kansen had gehad dan andere partijen om dat gezellig en nostalgisch gat te vullen. Juist de manier waarop Caroline van der Plas zich presenteerde als een gewoon mens sprak kiezers aan. En lees vervolgens hun stukken over de regio, openbaar vervoer en dorpshuizen er maar op na: nostalgie en nabijheid! Met Henk Vermeer wordt dat niet doorgezet: toch te politiek. Maar als andere partijen alleen reageren op de politieke kant en de culturele verschuiving (en leegte) niet oppakken, liggen hier in de Nederland grote kansen voor extreem rechts.

Vertrouwen winnen, juist voor de toekomst
De verantwoordelijke politieke partijen zouden daar rekening mee moeten houden. Zij moeten vertrouwen (terug)winnen omdat ze anders dan populistische partijen moeilijke keuzen niet uit de weg gaan. Daarvoor is de steun nodig van je kiezers. De AfD boekt succes waar gevestigde partijen zijn verdwenen. Ze maakt zich onmisbaar in dorpshuizen, lokale sportverenigingen, vrijwilligersinitiatieven en buurtcommissies. Ze biedt nabijheid aan mensen die zich vergeten voelen. Dat is toch wat anders dan het gratis bier-programma van PVV. (Maar vergeet niet dat de AfD aparte scholen voor kinderen met een handicap, asielkinderen en migrantenkinderen wil introduceren! Het is niet alleen die gezelligheid, het is onvervalst extreem rechts! Maar wie leest dat programma?). 

Lokale aanwezigheid en uitzicht op bestaanszekerheid
In plaats van alleen campagne te voeren rond verkiezingen, moeten de partijen investeren in permanente lokale aanwezigheid. Niet alleen met politieke standpunten, maar ook gewoon door aanwezig te zijn en de mensen te kennen (dat gebeurt al meer dan we denken). 

Ook moeten partijen strijden voor het behoud en heropenen van buurthuizen, bibliotheken en sportclubs. Tot mijn verbazing is de term bestaanszekerheid weer verdwenen uit het politieke debat. Een partij kan echt vertrouwen winnen als ze 'bestaanszekerheid' concreet kan maken op wijk- en dorpsniveau; openbaar vervoer terugbrengt naar het dorp, en betaalbare starterswoningen voor eigen inwoners weet te regelen en voorzieningen weet te behouden. Met twitter en filmpjes op Tiktok win je anders alleen korte aandacht.

Partijen moeten laten zien dat het beter kan worden
Links is er erg goed in mensen op het nadenkstoeltje te zetten: je moet inschikken voor vluchtelingen, je mag niet vliegen, let op wat je eet, of je die auto kan blijven rijden is ook maar de vraag. In mijn blog hier  Het optimisme lijkt daar ver weg. Ik vond dat Henri Bontenbal het wèl mooi verwoordde in de Schoo-lezing: “een toekomst waarin jongeren weer zin hebben om die toekomst mee vorm te geven en zelf een goed leven kunnen opbouwen; in een land waar je op je oude dag nog steeds helemaal onderdeel bent van de samenleving en kunt rekenen op goede zorg als dat nodig is; een land waarin alle Nederlanders zich thuis en veilig voelen; een toekomst waarin de zekerheid er is dat je op elkaar kunt rekenen als je elkaar nodig hebt; een toekomst waarnaar we met vertrouwen op weg zijn”. 

Dat vraagt nabijheid en een gevoel dat het kan: wie vertrouwt de politiek om de toekomst mee vorm te geven, wie helpt mee om iedereen onderdeel te laten zijn van de samenleving? Wat in elk geval uit dit blijkt: de politiek kan het niet alleen, het moet samen met ons allen. 

Ja, dan zijn er soms moeilijke keuzen te maken, maar dat biedt wel een wenkend optimistisch perspectief.

dinsdag 25 augustus 2026

Norbert Elias bezoekt het dorp Engelen

De gemoederen in Engelen zijn nog niet bedaard na de inspraakavond. De sfeer in het dorp is grondig verpest en de spanning is voelbaar op de avond. Trouw gaf aan dat de spanning voornamelijk tastbaar was tijdens de bijdragen van de voorstanders van de opvang van de jonge vluchtelingen in Engelen. “Wat kan ik zeggen en wat niet? Wat zullen de consequenties zijn voor mezelf en mijn gezin? Ik sta hier met knikkende knieën.”

Misschien had Norbert Elias (als hij nog leefde) mooi een eerste aftrap kunnen geven die avond. Zijn werk verklaart veel van wat er in dat dorp gebeurde, ook dat de mensen die voor (of beter gezegd: niet tegen) de opvang zijn het heel moeilijk kregen die avond. Ik schreef eerder al dat inleving in de ander hard nodig is. Norbert Elias verklaart waarom dat zo moeilijk is.

Elias schreef met John L. Scotson 'The Established and the Outsiders'. Daarin toonden zij hoe een hechte gemeenschap - established, de gevestigden - zich krampachtig verdedigt tegen de komst van nieuwkomers - outsiders, de buitenstaanders. En dan ging het bij deze studie niet over asielzoekers. Het opmerkelijke dat er tussen beide groepen qua ras, klasse of religie nauwelijks verschil was. Het enige verschil? De gevestigden woonden er al twee generaties; de buitenstaanders waren er nét.

Nieuwkomers en dan ook nog een andere culturele achtergrond
Aan de kant van de tegenstanders staan de bewoners die zich de rechtmatige eigenaren van de dorpsidentiteit voelen. Ze bepalen de ongeschreven normen en putten hun sociale status uit de continuïteit van hun leefomgeving. Dit dorp is van ons is dan het idee. Laat in Engelen het anders dan in de studie van Elias niet alleen gaan over nieuwkomers, maar ook over mensen met een andere culturele achtergrond. 

Elk negatief bericht kleeft aan de minderheidsgroep
Elias stelt dat de gevestigde groep de neiging heeft om een minderheidsgroep te beoordelen op basis van het slechtste deel van die groep. Elk negatief bericht over asielzoekers wordt gezien als tekenend voor de hele groep. Dat werpt een grote barrière op tegen inleving in de groep.

Dat werkt anders voor de eigen groep. Als iemand uit de eigen gevestigde groep exact hetzelfde incident veroorzaakt, wordt dit afgedaan als een 'incidenteel geval', een 'zwart schaap' of een individuele misstap. Het tast het zelfbeeld van de gevestigde groep als geheel niet aan. Sterker het zelfbeeld van de eigen groep wordt gebaseerd op de beste prestaties van leden van de groep. Het beeld van Engelen is niet: dat is ons dorp waar we huizen bekladden en auto's van buurtgenoten in de sloot rijden!

Herkenbaar? Ik vermoed dat de tegenstanders de bekladding en het in de sloot duwen van de auto heel gemakkelijk als incident zien, maar niet op dezelfde wijze kunnen kijken naar jonge asielzoekers.

Waarom er meer nodig is dan een oproep tot inleving
Elias leert dat de angst van de gevestigden zelden alleen over de nieuwkomers gaat. Het gaat over het gevreesde verlies van en gevoel van macht, status en controle. Wanneer de overheid “van bovenaf” een asielzoekerscentrum plaatst, voelen de gevestigden hun eigen monopolie op de leefruimte afbrokkelen. De emoties die loskomen in de dorpszaal van Engelen zijn veel meer dan alleen "vreemdelingenhaat" of "nimby-gedrag". Zij vormen ook een klassieke sociologische reactie op een verstorende machtsverschuiving, ze zijn bang voor verlies van status en controle. Het zou interessant zijn om te kijken naar de positie van de mensen die pleiten voor samenleven. Wat maakt dat zij wel bereid zijn inleving te tonen in de ander?

Het dorpsplein in Engelen is daarmee een spiegel van de tijdgeest. Zonder begrip van de mechanismen die Elias beschreef, blijven we steken in de polarisatie en het opheffen van beschuldigende vingers. We zullen ook moeten zien hoe diep de drang naar status en behoud van de eigen orde verankerd zit.

De komst van de opvang nodig om verder te komen
Hoe zorgen de inwoners van Engelen dat zij met elkaar in het reine komen? Misschien is de komst van het POA wel het beste: dan kunnen bewoners oordelen op basis van de werkelijkheid. Ik vrees dat het dan weer over incidenten zal gaan die aan elke jonge asielzoeker gaan kleven. Daarna kunnen ze de mensen leren kennen. Pas over jaren wordt het weer een eerlijk gesprek: waar kwam die emotie vandaan? Hoe kon dit zo uit de hand lopen? 

Bijkomend voordeel: terreur wordt overduidelijk niet beloond.


P.S. Doe de Norbert Elias-test hier.