dinsdag 3 november 2026

Rekenschap over de uitvoering


De politiek beleid maakt beleid en uitvoeringsorganisaties (zoals de Belastingdienst, het UWV en de SVB) voeren dat loyaal uit. Gaat er dan iets mis, dan staat de politiek klaar om de uitvoeringsorganisaties daarop aan te spreken. Maar is dat altijd terecht? 

Na grote schandalen zoals de Toeslagenaffaire blijkt hoe die verhouding kan leiden tot missers: politieke wensen voor maatwerk, snelle reparaties en extreme fraudeaanpak stapelden zich op. Tot we merken dat het onuitvoerbaar is geworden. En gisteren zagen we opnieuw een waarschuwing, nu de Raad van State!

Daarom is het de vraag of de politiek nog altijd kan klaar staan om de uitvoerders te bekritiseren als de uitvoeringsorganisaties er niet uitkomen. De Belastingdienst en het UWV wijzen in hun verslagen van de uitvoering op knelpunten in de wet die leiden tot onredelijke uitkomsten of onuitvoerbaarheid. Ook de Algemene Rekenkamer wijst er op dat de uitvoeringsorganisaties worden klemgezet. “Er moet meer aandacht zijn voor uitvoeringstoetsen als de overheid nieuwe plannen maakt” stelde de Rekenkamer in september op basis van onderzoek naar 269 uitvoeringstoetsen in de afgelopen jaren.

Ook de Raad voor het Openbaar Bestuur  constateerde al dat hier een groot probleem ligt. De raad stelt dat er drie hardnekkige weeffouten in het systeem zijn:
- Uitvoerders worden gezien als ondergeschikt,
- Uitvoerders hebben te weinig ruimte om zelf morele keuzes te maken om in te spelen op situaties in de praktijk, en
- Uitvoerders staan op afstand van de plekken in Den Haag waar de belangrijkste beslissingen worden genomen.

Eigenlijk moeten we dus van verantwoording (van de "ondergeschikte" naar de "baas") naar rekenschap. Rekenschap gaat niet om een meerdere die oordeelt, maar om een gesprek tussen partijen die elkaar iets verschuldigd zijn. Het is wederkerig: beide kanten kunnen elkaar vragen stellen.

Bij de plannen voor Box 3 zien we dat ook de Raad van State vindt dat de politiek verantwoordelijk is voor de uitvoerbaarheid. Als een wet in de praktijk ontspoort omdat deze veel te ingewikkeld is, is dat een politieke verantwoordelijkheid, niet een operationele fout van de Belastingdienst.

Een uitvoeringstoets vooraf, een evaluatie rond de uitvoering en meer aandacht voor de rapportages rond de staat van de uitvoering is harde noodzaak! Misschien is het nodig dat Burgeraudits de aandacht van beleidscompromissen meer vestigen op de daadwerkelijke uitvoering in de praktijk.

Levert het alleen maar nieuwe bureaucratie op? Bouw tegenmacht in!
Nu ben ik vervolgens bang dat dit leidt tot extra bureaucratie zonder resultaten. We weten dat als de Belastingdienst kritisch is vooraf, het politieke bestuur het advies gemakkelijk negeert omdat het zo’n handig compromis was om wat maatwerk in te voegen. Als in de uitvoering blijkt een specifieke groep geraakt wordt, is de reactie maar al te makkelijk om extra maatwerk te vragen. De uitvoeringstoets krijgt dan al snel minder aandacht.

Misschien is er daarom iets anders nodig om bij de afweging echt de uitvoering de belangrijke rol te geven die nodig is: tegenmacht. Een mogelijkheid om een rode kaart te trekken en tegen de politiek te zeggen: nu ga je de grens over.

Een uitvoeringstoets met een "rode kaart" zou automatisch moeten leiden tot het staken of heroverwegen van een wetsvoorstel in de Kamer. De minister zal dan zijn noodgreep moeten onderbouwen. Extra aandacht voor de uitvoering is dan gegarandeerd. 







vrijdag 30 oktober 2026

Ruilhandel met het belastingplan als eerste slachtoffer

Met een compromis probeer je een voorstel te verbeteren. Je probeert bijvoorbeeld de scherpe puntjes van een voorstel af te halen. Het kan beter, het kan minder hard aankomen bij mensen die het betreft, een vergeten groep die juist voor een van de partijen belangrijk is kan een uitzondering krijgen. Je zoekt dus wat de wijsheid is in de tegenwerpingen van de ander: waar stuit het voorstel op bezwaren en kunnen we daar wat aan doen? Door te zoeken naar een oplossing is het idee dat het voorstel beter wordt of in elk geval voor meer mensen acceptabel. Maar dat verandert nu.

Niet een compromis maar ruilhandel
Inmiddels is de manier van politiek bedrijven veranderd. Partijen reageren op het belastingplan van het kabinet door geheel andere wensen in te brengen. JA21 is bereid om hogere belasting te accepteren als het voor gemeenten mogelijk wordt om asielopvang te weigeren. SGP is bereid om voor het belastingplan te stemmen als het kabinet toezegt niets meer te doen aan medisch-ethische dossiers. BBB vraagt behoud van een sterke landbouwsector. Het belastingplan wordt hiermee een soort ‘ruilmarkt’: partijen stemmen niet meer omdat ze de belastingmaatregelen hebben verbeterd voor Nederland, maar omdat ze iets anders krijgen waar ze zelf op zitten te wachten.

Dat is weinig transparant. Wanneer een partij stemt voor een belastingplan omdat ze daarvoor een wetswijziging krijgt op een ander gebied, wordt de inhoud van de belasting een bijzaak. Voor ons als kiezers is het lastiger om te beoordelen of een partij haar eigen principes volgt of dat ze simpelweg een deal heeft gesloten. Zijn ze nu akkoord met het plan omdat het verbeterd is, of vinden ze het nog steeds vreselijk? BBB heeft zelfs een motie van wantrouwen tegen het kabinet gesteund. Plotseling is het kabinet weer te vertrouwen?

Wat was het probleem eigenlijk met het belastingplan?
Kritiek op het belastingplan was dat het complex was, dat er sommige negatief geëvalueerde fiscale regelingen wel en andere niet verdwijnen. Kritiek op de miljoenennota was dat er meer belastingdruk is op werk en minder op vermogen. Het kabinet wil 350 miljoen euro uittrekken om de voorgenomen belastingverhogingen te verzachten. BBB vond dat veel te weinig. SGP wil juist lastenverlichting en geen lastenverhoging. JA21 is wat minder duidelijk. Die bezwaren vallen ineens weg?

We blijven dus aan het eind zitten met vragen. Mocht de opzet van de drie partijen slagen: wat is er dan gebeurd waardoor het Belastingplan acceptabel is? Net zoals de Tweede Kamer debatten openbaar zijn, zouden de gesprekken tussen het kabinet en oppositiepartijen over de inhoud van een akkoord in grote lijnen toegankelijk moeten zijn. Wat is er gebeurd waardoor het plan draaglijker is? Hoe kan dit verantwoord worden?

Is het gewoon een ruilhandel met het belastingplan als eerste slachtoffer? Dit lijkt een deal, maar is slecht voor de politiek.

Dit alles staat los van de vraag of de voorstellen van SGP, JA21 en BBB serieus zijn. Zijn het niet gewoon bewegingen richting profilering voor nieuwe verkiezingen? JA21 wil zich profileren met asiel, SGP met abortus en BBB met boeren en stikstof.

maandag 26 oktober 2026

Winnen de uitslagontkenners?

Er lijkt een wereldwijde trend om de uitslag van de verkiezingen niet zomaar te erkennen. Sinds de opzichtige pogingen van Donald Trump lijkt het een vast instrument uit de gereedschapskist van populisten. Gisteren werd in Brazilie Lula verkozen tot president, maar Bolsonaro erkende de uitslag niet. Net als zijn vader eerder overigens. Wat is er aan de hand?

Brazilië 2026 opnieuw een Bolsonaro die niet erkent
Bij de vorige uitslag in 2022 erkende Jari Bolsonar de uitslag niet. Gisteren erkende de zoon van Jair Bolsonaro, Flávio, de uitslag opnieuw niet. Sommige stembureaus waren langer open: Het Braziliaanse Hooggerechtshof beval na 17:00 uur de verlenging tot 19:00 uur, maar dit gold alleen voor stembureaus die op dat moment nog niet waren gesloten. Dit was voor Bolsonaro reden om de uitslag niet te erkennen. Heeft hij een punt? De werkelijke opkomst in die langer geopende stembureaus was waarschijnlijk zeer laag en dus onvoldoende om een landelijk resultaat met een verschil van miljoenen stemmen te beïnvloeden. 

Interessant detail: Zowel de campagneteams van Lula als van Flávio Bolsonaro hebben bij het Hooggerechtshof verzocht om verlenging vanwege transportproblemen en overstromingen, en rechter Zanin heeft beide verzoeken toegewezen.

Acceptatie gaat omlaag
Volgens gegevens van het International Institute for Democracy and Electoral Assistance (International IDEA) werd tussen medio 2020 en medio 2024 in de onderzochte landen bij één op de vijf verkiezingen de uitslag verworpen door de verliezende kandidaat of partij.

Dit is een langer lopende trend en niet iets van de laatste paar jaar. Ik vond dit grafiekje dat aangeeft hoe de onvrede na de uitslag toeneemt. 

Ophef en twijfel: niet altijd negatief
Daarbij moeten we bedenken dat er verschillende achtergronden zijn. Grotere betrokkenheid bij de uitslag is natuurlijk ook een goed teken. Niet alleen gebruiken populisten het zaaien van twijfel als methode, het is ook makkelijker geworden om de uitslag te beïnvloeden. Dat laatste moet natuurlijk serieus genomen worden.

Denk aan de verkiezingen in Roemenie in 2024. Calin Georgescu werd uit het niets de grootste met 23 procent, terwijl hij in de peilingen op nog geen 10 procent stond. Hij had bij de kiesraad gemeld dat hij geen geld had uitgegeven aan zijn campagne. Maar uit door de kiesraad vrijgegeven documenten bleek dat er juist veel geld moet zijn uitgegeven: Hij maakte agressief reclame op sociale media, met name op Tiktok, waar hij alom aanwezig was. Algemeen werd het beschouwd als een actie van de Russen. Zijn filmpjes werden door een "statelijke actor" ((aldus de Kiesraad:) de Russen) massaal gepromoot via gecoördineerde accounts, aanbevelingsalgoritmes en betaalde reclames. 

Bovendien kan het soms gaan om heel kleine marges. Denk aan de hertelling in Kaag en Braassem waar enkele stemmen het verschil maakten en de VVD een (rest)zetel minder kreeg (hertelling veranderde de uitslag niet).

Niet erkennen en twijfel zaaien als strategie
Het is wat anders als twijfel zaaien een vaste strategie is. In de VS was Trump zeer agressief bezig om het vertrouwen in de uitslag te ondermijnen na de verkiezing van Biden tot president. Nog altijd geloven veel Amerikanen dat de verkiezingen gestolen werden. Nooit is er bewijs gevonden voor die claim, sterker: wel is er bewijs gevonden dat Trump de gouverneur van Georgia belde en hem vroeg om de verkiezingswinst van Joe Biden ongedaan te maken door 12000 stemmen te “vinden”. De bestorming van het Capitool in 2021 was een schande voor de Amerikaanse democratie. Trump verleende in 2025 volledige en onvoorwaardelijke gratie aan ongeveer 1.500 personen die betrokken waren bij de bestorming.

In Brazilië was het bij de vorige verkiezingen ook raak. Lula won de tweede ronde op 30 oktober 2022 nipt, met 50,9% tegen 49,1% van de stemmen van Jair Bolsonaro. Gezegd moet worden: het was wel de kleinste marge ooit in een Braziliaanse presidentsverkiezing. Voorafgaand aan en na de verkiezingen beweerde Bolsonaro zonder bewijs, dat het stemsysteem fraudegevoelig was en dat de verkiezingen “gestolen” zouden kunnen worden. Zijn aanhangers blokkeerden na de uitslag wegen en kampeerden voor legerkazernes, in de hoop dat het leger zou ingrijpen. Dit culmineerde op 8 januari 2023 in de bestorming van het parlement, het hooggerechtshof en het presidentieel paleis in Brasília, een kopie van de Capitoolbestorming in de VS.

De achterban meenemen in de uitslag als steun voor democratie
Het erkennen van de uitslag is heel belangrijk voor de democratie. De uitslag moet goed gecontroleerd zijn, dus ook die 8 stemmen in Kaag en Braassem en de hertelling waren heel belangrijk. Het is belangrijk dat politici hun achterban meenemen in verlies, gracieus de winnaar feliciteren en zich daarmee inzetten voor de democratie. Maar er is iets meer aan de hand dan twijfel. Het is een afbraak van de democratie. Kiezers en politici beschouwen het accepteren van een nederlaag vaak als een verraad aan de eigen zaak. De kiezers stellen zich op als klanten van de politiek die gewoon gelijk willen krijgen. De autoriteit van de uitslag wordt daardoor minder en dat heeft grote gevolgen.

In de VS heeft Trump al aangekondigd de uitslag in Alaska aan te vechten als de Democraten winnen (hier). In Brazilie moeten we nog zien wat er gebeurt.

We zullen moeten blijven werken aan de democratische gezindheid en desinformatie blijven bestrijden. Dat kan niet alleen op nationaal niveau met politieke partijen. Het moet aan de basis gebeuren. Is het niet tijd om dat met kerken, vakbonden, maatschappelijke organisaties in te zetten?