Het Trendbeeld Woningcorporaties van SVWN (stichting Visitatie
Woningcorporaties Nederland) ging dit jaar over bewonersparticipatie 2.0.
Ik fietste naar Kanaleneiland waar het trendbeeld besproken werd.
Hoewel de groep niet groot was, waren behoorlijk wat huurders van
huurdersorganisaties en de Woonbond aanwezig. Daar bleek de grote
betrokkenheid van huurders en de waarde voor hen om mee te kunnen
doen en de behoefte om mee te kunnen beslissen.
Bewonersreis
Mooi voorbeeld van
waardevolle participatie was de ‘bewonersreis’. Bij grote
projecten rondom renovatie en leefbaarheid gebruikt De Goede Woning
uit Zoetermeer de bewonersreis in 56 stappen. Per fase is
inzichtelijk wat de stap betekent voor bewoners en bewoners worden
betrokken in het ontwerp waardoor bewoners bij uitstek hun eigen
ervaringen en wensen in kunnen brengen. Je ziet dan dat een
woningcorporatie die de huurders serieus neemt ook een sneller een
huurdersvereniging krijgt die een waardevolle partner is.
Tough love en de huurdersbelangenorganisatie
Ook een mooi
voorbeeld, vooral heel dapper, leverden Paul Kouijzer bestuurder van
TBV Wonen uit Tilburg en Erik Baak, de voorzitter van de
huurdersbelangenorganisatie. In Tilburg waren de verhoudingen tussen
woningcorporatie en huurdersorganisatie nogal verstoord. Niet altijd
is de huurdersvereniging een goed functionerende partner. De
woningcorporatie vond dat ze de huurdersvereniging echt serieus moest
nemen en dat betekende dat er ook aan de vereniging eisen gesteld
moesten worden: niet alleen de woningcorporatie, ook de
huurdersvereniging moest zich houden aan de
samenwerkingsovereenkomst. Ze stelde eisen aan de verantwoording van
de gelden en de adviezen, een soort Though Love. Het leidde
verrassend genoeg tot grote verbetering: de governance werd op orde
gebracht, er werd serieus en heel uitgebreid gezocht naar goede
bestuursleden en de huurdersorganisatie werd op orde gebracht. Niet
minder kritisch, wel in staat tot goede samenwerking en verantwoord
bestuur.
Verrassend voor mij: er was ook vastgelegd dat er een
maximale zittingsduur kwam voor bestuursleden van de huurdersbelangenorganisatie! Maar al te vaak maak
ik mee dat mensen met enorme inzet er heel lang blijven zitten,
waardoor de drempel voor nieuwe bestuursleden hoger wordt. Nieuwe
mensen twijfelen: die man die er al zo lang zit weet al zoveel, die
doet het altijd op zijn manier, is het niet een stoffige bedoening,
zo’n bestuur?
Diverse middelen gebruiken
Evert Bartlema, van
de RvC van Bo-Ex gaf aan hoeveel mogelijkheden er zijn om formeel en
informeel te participeren. Het hoeft niet alleen via het bestuur van
een huurdersorganisatie. Denk ook aan themawerkgroepen met tijdelijke
inzet rond een probleem, aan wijkschouwen, aan eigen (digitale)
onderzoeken door de huurdersorganisatie of samenwerking met de
huurdersorganisatie bij het onderzoek door de woningcorporatie, aan
gerichte klankbordgroepen en themadiscussies. Binnen de huidige structuur is veel meer
mogelijk dan je denkt en daarbij kan je dan veel beter aansluiten op
de wens van bewoners om op hun manier een bijdrage te leveren.
Disempowerment
Toch zat mij iets
dwars. De huurdersparticipatie werd gezien als emancipatie. Dat
gaat voorbij aan de geschiedenis van de woningbouwverenigingen. Heel
veel woningcorporaties zijn gestart als een vereniging waarin de
huurders het echt voor het zeggen hadden, zelf konden beslissen en
zelf leerden verantwoordelijkheid te nemen en soms ook te kiezen
tussen kwaden. Die directe macht van huurders is verdwenen, het zijn
stichtingen geworden. Bij huurders zie ik dan ook geen emancipatie, eerder een de-emancipatie: ze zijn vertrokken uit
de cockpit. Een soort 'ontmachtiging', in plaats van empowerment - wat we nu proberen te verbeteren- was er een proces van disempowerment. Ja, de woningcorporaties werden veel professioneler.
Waarschijnlijk kon het ook niet meer in de huidige grootte, met de
huidige regels. Maar wat kunnen huurders nu zelf nog beslissen?
Daar is best wat te winnen. Misschien willen ze het recht om een directeur-bestuurder weg te
sturen na 4 jaar van disfunctioneren? En kijk naar de
organisatiekracht van de bewoners: Corporaties zouden bewoners -daar
waar organisatiekracht is- de mogelijkheid kunnen bieden zelf kleine
reparaties uit te voeren in de collectieve ruimten en de besparing
die dat oplevert stoppen in een buurtpot. Er zijn ook al
wooncomplexen waar dat mogelijk is. Dat zijn verdergaande voorbeelden
van participatie. Die vergroten de sociale samenhang en de
leefbaarheid.
De participatie als patatsnijder
Nog iets zat mij
dwars. Ik zie participatie vaak als een patatsnijder. Het idee is dat
burgers participeren, maar dan worden ze eerst door de patatsnijder
gehaald. Je bent daarna uiteengevallen in partjes: de huurder, de
stemmer, de buurtbewoner, de mantelzorger, de oudere, de
gehandicapte, de ouder van kinderen, … zo zijn er veel
verschillende patatjes die uit een aardappel gehaald worden. Dat
bleek ook hier weer. In het trendbeeld heette dat “het beperkt
perspectief van bewoners”: opgemerkt werd in het trendbeeld ‘de bredere corporatiebelangen blijven uit beeld’. De
participatie gaat over de huurder die participeert met de
woningcorporatie. Maar hoe zit het dan met de participatie van de
corporatie met de huurders? De ‘corporatieparticipatie’, waarbij
het nadeel is dat de corporatie juist een beperkt perspectief heeft
en de brede bewonersbelangen uit beeld blijven.
Ook daar zijn mooie voorbeelden van!
Denk aan Ruwaard,een wijk bij Oss.
Als iemand een vraag of probleem heeft, volgt een gesprek thuis
waarin alles in samenhang wordt besproken. daarbij gaat het niet
alleen over zorg, maar ook over bijvoorbeeld wonen en schulden. Een
burenruzie of ernstige overlast kan leiden tot een vraag aan een
corporatie om in te grijpen, maar kan ook aanleiding zijn te kijken
wat er achter die ruzie zit. Dan komt de vraag op wie wat kan doen:
is het iets voor de zorg? de schuldhulpverlening? de
woningcorporatie? Veel efficienter èn effectiever. Wat hier gebeurt is dat de bewoner niet door de
patatsnijder gehaald wordt, maar gekeken wordt hoe diverse
organisaties kunnen aansluiten bij de bewoners en hun perspectief
kunnen verbreden. Woningcorporatie Brabant Wonen is betrokken.
Denk aan de Smederijen van Hoogeveen. De Smederijen van Hoogeveen zijn geen
fysieke smidse-werkplaatsen, maar een uniek samenwerkingsverband
tussen inwoners, de gemeente en maatschappelijke organisaties om de
leefbaarheid in wijken en dorpen te vergroten. Ze fungeren als de
"oren en ogen" van de buurt, waarbij bewoners zelf het
voortouw nemen bij lokale projecten en verbeteringen. Ook hier worden
de bewoners niet eerst door de patatsnijder gehaald. Woningcorporaties Domesta Actium en Woonconcept zijn betrokken.
Ken de bewoners, hun krachten en hun zwakten
Hoe participeren de
corporaties eigenlijk in het leven en wonen van bewoners? Als je daar
naar kijkt zie je dat de ene corporatie daar veel beter in slaagt dan
de ander, vaak zijn kleinere corporaties daar veel beter in omdat de
ze bewoners en hun krachten en zwakten echt kennen. Ik zag dat bij
woningcorporatie Berg en Terblijt (nu niet meer zelfstandig) die nadacht hoe bewoners te overtuigen in te stemmen met verduurzaming van daken van de woningen. De
huurdersvertegenwoordiging bracht in dat hulp bij het leegruimen van de zolder heel goed zou aansluiten bij de twijfel van huurders om mee te doen. Dat deed de woningstichting. Ineens nam de bereidheid mee te doen aan verduurzaming van de daken toe! Ik zag bij Woningstichting Heteren hoe de
huurders een eigen taak op zich namen: de corporatie neemt geen
activiteiten van huurders over, maar stelt hen in staat om
activiteiten te ontwikkelen. Bijvoorbeeld na ergernis van huurders
over verwaarloosde tuinen waarbij de bewoners dit zelf oppakten in
samenwerking met de huurdersvereniging en de gemeente.
Zo is er nog altijd
veel te winnen van goede voorbeelden uit de sector.