donderdag 15 oktober 2026

Meer dan een goedgezinde burger: Waarom participatie alleen de democratie niet redt

Zijn we als meerderheid te moe om de democratie in de praktijk te blijven brengen? Eric Liu van de Citizen University schreef er een boek over. Hij richt zich op de “uitgeputte meerderheid”. Dat is de grote groep mensen die wel de democratie nieuw leven willen inblazen, maar moe zijn van haat en wrok en misinformatie. Het heet “Live Like a Citizen”  en wil praktische oefening bieden voor behoud van de democratie. Hoewel het boek voorbij gaat aan macht en de politieke partijen die zich richten op autocratie en recht van de sterksten, is het interessant genoeg om over na te denken. Juist omdat het een heel andere weg centraal stelt dan ik zou kiezen.

Het boek richt zich op het aanleren van nieuwe gewoonten rond zien (neem de tijd om echt te zien, in plaats van mee te gaan met manipulatie), luisteren (als je niet naar de ander luistert, voelt de ander zich niet gehoord), voelen (vreselijk hoofdstuk gaat over verdriet rond het verliezen van democratisch leven, vreugde bij het gevoel van verbondenheid zijn bij collectieve actie), meedoen (je verbinden met anderen om iets te doen), strijden (bestrijden van misinformatie en echt begrijpen wat er aan de hand is in plaats van discussies winnen), veranderen (open staan om je eigen gedachten te veranderen, niet vertrouwen op je eigen gelijk), verbeelden (zoek naar een gedeelde toekomst) en toewijden (maak nieuwe gewoonten aan).

Optimistische inschatting van eigen invloed
Het is een optimistisch boek en zegt iets over de weg die helpt om weer een levendige democratie te krijgen. Je geeft je niet over aan politici, maar brengt een eigen democratische levenshouding in. Ik zie het in de enthousiaste verhalen over de gemeenschap, samen het wettelijke recht oppakken om taken over te nemen van de overheid. Je maakt een plan waarin je uitlegt wat je wilt overnemen, waarom het beter is en wat je ervaring of draagvlak in de buurt is. Je leert samen vorm te geven aan je buurt. Ik ben er voor, maar geloof dat het teveel een verzameling activiteiten is van de mensen die wel democratisch willen bezig zijn. Natuurlijk, als 5% van de mensen dit doet heeft dat grote uitstraling, maar helpt dat in deze tijden? Is er niet het het risico van de 'participatie-elite' (vaak hoogopgeleide burgers met tijd en middelen)? Wel moet ik bekennen dat ik zelf moe ben van de misinformatie, haat en wrok (en er niet altijd meer het geduld voor heb).

Het herinnerde mij hoe er verschillen zijn tussen mensen die actief betrokken zijn bij de democratie. De energie is vaak gericht op actieve individuen, waarvan Eric Liu denkt dat het de meerderheid is. Hij bestrijdt overigens dat het individualistisch is, het is een weg naar collectieve actie. Ik geloof niet overigens dat die meerderheid er is. Ik denk ook dat veel mensen gewoon fijn, veilig en in welvaart willen leven. Dat democratie daarbij helpt is handig, maar als iets anders (een Chinese richting) zou helpen is dat voor veel mensen ook goed genoeg.

Cultuur, structuur en beleid
Daarom zijn er andere initiatieven die juist opkomen voor de rechtsstaat en het internationaal recht. Dan komt dus structuur aan de orde. Om te veranderen heb je altijd meerdere soorten ingrepen: structuren, beleid en cultuur. Datzelfde is nodig om iets te beschermen. Feitelijk richt hij zich alleen op een deel van de cultuur: probeer zelf meer collectief te werken.

Ik denk dat de structuur en het beleid misschien wel veel belangrijker zijn.

Bij structuur denk ik aan een laagdrempelig, zichtbaar rechtssysteem. Ik ben een fan van de rijdende rechter die laat zien hoe de rechtspraak werkt. Wat betekent het nu als je wetten hebt en iedereen gelijk is voor de wet? Denk ook aan experimenten met de buurtrechter. Het gaat om het ervaren van procedurele rechtvaardigheid. De beoordeling van het rechtssysteem door burgers hangt af van de vraag of ze zich tijdens het proces gehoord en respectvol behandeld voelen. Dat is lastiger als je niet gelijk krijgt, maar essentieel voor het doorgronden van de rechtsstaat. Democratie en lokale democratische initiatieven zijn niet genoeg om onze westerse democratische rechtsstaat te behouden.

Bij beleid denk ik bijvoorbeeld aan het tegengaan van algoritmen die de woede bevestigen en niets doen tegen misinformatie. Het is beleid van sociale mediaplatforms om wat veel mensen willen zien als waardevol te ervaren. Dan blijft men kijken en wordt men voortdurend bevestigd in het eigen idee en liefst in de eigen woede. Dat vraagt tegenwoordig een krachtig Europa (en dus structuur). Ook denk ik aan politiek leiderschap om moeilijke besluiten te verdedigen en steun te verwerven voor ingrepen die nodig zijn voor de toekomst en verantwoording over de resultaten van beleid.

Bij beleid denk ik ook aan zorgvuldige uitvoering. Mensen voelen zich soms niet gehoord en machteloos. Geef uitvoeringsorganisaties de middelen en de ruimte om hun werk goed te doen. Overweeg instrumenten zoals een "rode kaart" of "noodrem" zodat zij kunnen signaleren wanneer beleid onuitvoerbaar of onrechtvaardig dreigt te worden.

Dan de cultuur. Omgaan met moeilijke keuzen vraagt om ervaring met het maken van moeilijke keuzen. Dat merk je als je in je eigen buurt verantwoordelijkheid neemt voor een buurtinitiatief. Dat zijn we een beetje verleerd en Eric Liu wil dat weer op laten leven. Het zorgt ook voor meer verbondenheid en gaat polarisatie tegen.

Competitief autoritarisme is krachtiger dan we denken
In het boek “How democracies die” van Levisky en Ziblatt wordt uitgelegd hoe democratieën traag ineen vallen. Democratieën sterven tegenwoordig niet door een plotselinge staatsgreep, maar door een geleidelijke, uitholling van instituties en normen. Instituties en normen worden gemaakt of gebroken door een sterke democratische cultuur. Dat is dus veel meer dan zèlf iets democratisch doen. Dat is ook een democratische houding die uitgedragen wordt door politieke leiders. 

Aan de VS hebben we gezien dat Trump mensen aan het hoofd van instituten (structuur) kan benoemen die niet trouw zijn aan de democratie, maar trouw aan Trump. Ook in Turkije zien we dat. Eerder zagen we het ook in Polen en Hongarije. Het is niet met geweld de macht nemen, maar competitief autoritarisme (strijden om verkiezingen, waarna systematisch misbruik van de macht start doordat de winnaar alle tegenstrevende machten uitschakelt). Er is echt meer nodig dan een democratische houding en een lokaal democratische cultuur. 

Toegegeven. De democratische gezindheid van instituties kan alleen geborgd blijven als de bestuurders ook democratisch gezind zijn. Zo zien we dat de cultuur, beleid en structuur sterk verbonden zijn. Dat mogen we niet vergeten bij het enthousiasme voor "leven als goede burger".


Eric Liu - Live like a citizen



dinsdag 6 oktober 2026

Hebben mensen oog voor de langere termijn?

Met het toenemend populisme zien we dat beslissingen nogal eens gemaakt worden op kosten van de toekomst. Korte termijn (geen dure omschakeling naar schone energie) overheerst over de lange termijn (schone, goedkope energie die de verandering van het klimaat niet versnelt). Korte termijn (de Franse en Amerikaanse schulden laten oplopen om nu andere dingen van te kunnen betalen) overheerst de lange termijn (gematigde schulden zorgt voor gematigde rentelasten). Inmiddels loopt de rente op, stoot de VS meer uit dan ooit en baart de Franse en de Amerikaanse schuldenlast zorgen. Voor de lange termijn is in Nederland het stelsel van sociale zekerheid onhoudbaar. Hoe pak je het dan aan?

Breng de toekomst in door generatiedebatten te voeren
De lange termijn heeft nogal eens het onderspit gedolven in democratieën. Een nogal enthousiast ontvangen boek gaat hier over. Pierre Rosanvallon ziet in zijn boek La Tyrannie du présent (2026) een mechanisme waardoor democratieën moeite hebben met langetermijnuitdagingen zoals klimaatverandering, overheidsschuld en intergenerationele rechtvaardigheid. Hij legt het uit als een democratisch falen. Rosanvallons centrale stelling is dat “korte-termijnisme” (court-termisme) de dominante logica van de hedendaagse politiek is geworden.

Hij gaat daarin wat ver, maar heeft wel interessante oplossingen voor dit falen. Want hij heeft ook gekeken naar methoden om het te corrigeren, die steeds blijven falen. Hij stelt dat het huidige democratische debat wel spreekt over rechtvaardigheid (wie betaalt wat?) maar alleen de rechtvaardigheid nu en niet de rechtvaardigheid tussen generaties nu en in de toekomst, waardoor de toekomst te weinig belang krijgt in het debat. Daarom pleit hij voor het organiseren van publieke debatten over generaties heen en het instellen van burgerraden met meerdere generaties (conventions citoyennes) als aanvulling op het parlementaire werk. Het werd nogal gunstig besproken, hier in NRC. Ik ben zeker voor experimenten om ook de toekomst of de natuur en de toekomstige generaties meer stem te geven.

Mist hij niet de kern?
Hoe interessant ook, de vraag is of hij de kern echt te pakken heeft. Uitzonderingen zijn er namelijk wel in Nederland. Een mooi voorbeeld is het akkoord van Wassenaar (1982) in een tijd dat de werkloosheid fors bleef toenemen. Werknemers waren uiteindelijk bereid loonsverhoging in te leveren om de werkweek korter te maken, met als doel om banen te verdelen over meer mensen (en als land concurrerend te blijven). De overheidsbegroting toonde toen een tekort van 12%. Elk jaar twaalf procent meer uitgeven dan je binnenkrijgt: dat houd je niet lang vol. Het drong pas echt goed door na discussies tussen vakbeweging en werkgevers, maar misschien belangrijker: na het sluiten van het akkoord, voorbereid in de SER kwamen de felle discussies over de toekomst van het werk, werkloosheid en internationale concurrentie. Achteraf werd het akkoord gezien als een groot succes voor Nederland. Kok leerde hiervan wel dat hij mensen meer moest meenemen en pakte het met de Wao dus anders aan.

Ja, de ingrepen in de Wao (1991-1993), waarbij inmiddels minister van Financiën Wim Kok moest uitleggen dat de groei van de Wao ondraaglijk werd. De PvdA leden wilden geen ingreep. Om het tij te keren, trok Wim Kok (toen partijleider van de PvdA en minister van Financieren) in augustus en september 1991 langs tal van emotionele en stormachtige bijeenkomsten van lokale PvdA-afdelingen door het hele land. In volle zalen ging hij rechtstreeks de confrontatie aan met boze partijleden en vakbondsactivisten. Zijn boodschap was hard maar helder: de verzorgingsstaat moest worden hervormd om in de toekomst betaalbaar te blijven, en als de partij hem niet steunde, zou hij aftreden als minister van Financiën. Het lukte. Toegegeven: de PvdA verloor daarna in 1994 de verkiezingen, maar klom de verkiezingen (1998) daarna onder Kok daarna terug naar 45 zetels. Over zicht op lange termijn gesproken….

Ons sociale stelsel gaat onbetaalbaar en onuitvoerbaar worden
Wat zouden we nu in Nederland moeten doen? Onze overheidsschuld is laag, ons begrotingstekort ook, we hebben een toekomstvast pensioenstelsel waar andere landen jaloers op zijn. Zo slecht gaat het niet. Maar er moet wel iets gebeuren.

De vergrijzing doet de uitgaven aan AOW en zorg snel stijgen, daar moeten we nu iets mee. De overheidsdruk groeit doordat minder werkenden meer uitkeringen moeten bekostigen, er is weinig animo om dit op te lossen met veel migranten. Uitvoeringsinstanties zoals het UWV en de Belastingdienst kampen met personeelstekorten. Wet- en regelgeving is complex, wat zorgt voor fouten en lange wachttijden. Politieke discussies over bezuinigingen op de WW en WIA leiden terecht tot maatschappelijke onrust en stakingen, toch moet er iets gedaan worden. Want we moeten wel een sociaal land blijven. Maar er is een tekort aan werkenden, veel vacatures blijken lastig te vervullen. Dit is structureel. Ons sociale stelsel, dat vooral is gericht op uitkeringen en armoedebestrijding, voldoet dan niet meer. Het moet minder ingewikkeld worden en meer helpen om weer aan het werk te gaan. Anders komen we in de toekomst klem te zitten.

De huidige politici zitten nu klem omdat er heel veel extra geld naar Defensie moet. Er is dus weinig geld om de veranderingen te smoren met geld. De vakbeweging verzet zich terecht tegen pure bezuinigingen. Ik zie de politici nu niet meer het land in gaan om te overtuigen van de noodzaak van verandering (hoewel, ik zie het Vijlbrief wel doen, maar Heinen als verre opvolger van Kok op Financiën niet).

Nu kunnen we een generatie burgerraad organiseren. Zou dat helpen? Zijn dan ingrepen als verhoging de vermogensbelasting bespreekbaar? Hoe doe je dat met de verhoging van Aow-leeftijd? Hoe ga je om met de zorg in de toekomst? (Over zorg zijn ook burgerberaden georganiseerd met mooie uitkomsten) Mijn vraag: worden de keuzen uit burgerberaden overgenomen en geaccepteerd? Hoe verantwoorden de burgerberaden zich? Wie geeft uitleg om de kiezers te overtuigen? Of hebben de mensen vanzelfsprekend vertrouwen in de burgerberaden? Ik geloof dat het teveel beperkt blijft tot een centralistische oplossing.

De kern: ervaring met moeilijke beslissingen over de toekomst
Misschien mist er iets heel anders. Ik denk dat we meer ervaring op moeten doen met kiezen tussen kwaden met het oog op de toekomst. (Ik pleitte daarom eerder voor een bezuinigingswijzer bij de verkiezingen: hoe ga je je wensen betalen?). We leren niet om voldoende betekenis toe te kennen aan gevolgen in de toekomst en daar nu wat voor in te leveren.

We hadden vroeger woningcorporaties waar de leden zelf besloten over de toekomst, over investeringen en over huurverhoging om ook op lange termijn te blijven bestaan. Inmiddels zijn de corporaties grote (professionelere) organisaties waar huurdersvertegenwoordiging alleen wat geformaliseerd adviesrecht hebben. Scholen werden bestuurd door ouders, nu door bestuurprofessionals die heel grote schoolorganisaties besturen. Heel veel eigen ervaring met het maken van moeilijke keuzen tussen twee kwaden doen mensen nu dus minder op.

Daar zit de kern: ervaring opdoen in het maken van moeilijke keuzen, gedwongen worden verantwoordelijkheid te nemen bij keuzen tussen kwaden. In je eigen buurt, rond je eigen (huur)woning kun je leren om verantwoordelijkheid te nemen. Dan verandert de basis en dan verandert de politiek.

Ik ben er van overtuigd dat in gesprekken met de vakbeweging, hun leden en jongeren een weg gevonden kan worden. Leer de mensen dat er geen gratis-bieroplossing is. Bespreek hoe de toekomst er uit moet zien.

Dat gesprek moet je niet ingaan met bezuinigingen, maar je moet wel laten zien dat moeilijke keuzen nodig zijn voor de toekomst, omdat anders in de toekomst wel zwaardere bezuinigingen zullen volgen.

maandag 21 september 2026

Een soort RIVM voor drugs

Af en toe zie je verschrikkelijke beelden van verslaafden aan fentanyl en onlangs berichtte het journaal over Kush-verslaafden in Sierra Leone en Liberia. Eerder al op youtube: hier Je ziet mensen als zombies langs de straat liggen. Hoewel deze beelden de meest extreme toestanden tonen, is er meer dan dat. Mensen die incidenteel gebruiken, mensen die verslaafd zijn en een groot deel van de dag functioneren en mensen met een combinatie van uitputting, dakloosheid en andere problemen.

Alsjeblieft geen war on drugs
Maar let op: dit is geen post om te pleiten voor de harde aanpak van (synthetische) drugs. Het probleem van de "war on drugs" is dat er geen goede resultaten te melden zijn. Ja, grote aantallen arrestaties, kilo's in beslag genomen drugs of opgerolde laboratoria. Maar het maakt de beschikbaarheid niet minder. Dat blijkt uit het in juni verschenen rapport en het dreigingsbeeld van de European Union Drugs Agency. De EUDA constateert dat smokkelaars na intensievere controles in grote havens uitwijken naar nieuwe smokkelmethodes (overdracht op zee, andere havens). Dus: Stop met het behandelen van drugsgebruikers als criminelen, maar creëer een systematisch traject van opsporing en beoordeling naar behandeling. Investeer tegelijkertijd in bewezen methoden die direct levens kunnen redden. Het morele en individuele beroep om niet te gebruiken en zo niet mee te werken aan illegale toestanden helpt niet!

Gereguleerde aanpak voor cannabis en MDMA
In Nederland is ooit het gedoogbeleid voor cannabis uitgevonden. Dat is dus wat anders dan legalisering wat ik voor cannabis zou bepleiten: legaal maar ook gereguleerd met regels als maximaal THC - gehalte, minimumleeftijd, geen reclame, accijns. Helaas is dat nog geen gemeengoed.

De samenleving als geheel zal hoe dan ook moeten leren omgaan met drugs. Want met cannabis zijn we er niet.

Nederland is nog steeds erg gericht op verboden. MDMA staat op de lijst van verboden middelen. MDMA is relatief veilig en de problemen gaan meer over onbekende sterkte, vergiftigingen, milieuschade en natuurlijk: georganiseerde criminaliteit. Als mensen MDMA toch gebruiken, waarom zou je dan de volledige productie overlaten aan criminelen? Dus gereguleerde verkoop met helder gecontroleerde productie en duidelijkheid over dosering. Let wel: MDMA is echt wat anders dan fentanyl of nitazenen en andere synthetische opioïden. Dat vraagt ander beleid.

Fentanyl is overigens een vrij specifieke chemische stof, terwijl Kush (waar ik in de inleiding over schreef) een illegale, wisselend samengestelde straatdrug is, niet te verwarren met de cannabissoort. De WHO geeft aan dat Kush een combinatie is met onder meer cannabis, fentanyl en tramadol. Er zijn aanwijzingen dat de samenstelling in de praktijk sterk varieert, wat het nog gevaarlijker maakt.

Fentanyl: war on drugs geen antwoord
Ook voor de synthetische opioïden is een oorlog tegen drugs niet het antwoord (helemaal vrij geven ook niet). Daarom zou ik ook daar het persoonlijk bezit proberen uit het strafrecht te halen en te mikken op behandeling, preventie en voorlichting en waarschuwingen. En een gecontroleerde medische voorziening voor mensen bij wie conventionele behandeling onvoldoende werkt.

Criminaliteitsbestrijding moet ook goed doordacht gebeuren, vooral door de aanvoerlijnen van de chemicaliën uit China en India aan te pakken en het kennen van de drugsmarkt door de politie. Elke keer dat de overheid een specifieke drugssoort aanpakt, stappen criminele chemici over op nieuwe stoffen met een vergelijkbare structuur die moeilijker te traceren zijn en steeds zien we potentieel dodelijkere drugs terugkomen.

Waarschuwingen zijn hier echt belangrijk. Bij synthetische drugs weet de gebruiker vaak niet precies welk molecuul of welke dosering hij koopt. Drug-checking geeft individuele gebruikers informatie, maar heeft nog een tweede functie: laboratoria kunnen een gevaarlijke batch vroeg ontdekken en vervolgens landelijke of lokale waarschuwingen verspreiden. De EUDA ziet zulke systemen daarom ook als onderdeel van een early-warning-infrastructuur.

RIVM voor de epidemiologie van de drugsmarkt
Nederland zou een soort "drugs-RIVM" kunnen hebben dat voortdurend de markt analyseert en waarschuwingen verspreid naar ziekenhuizen, politie, GGD en festivals.

Inderdaad worden er geregeld laboratoria opgerold en drugs gevonden. Maar we moeten het succes van ons drugsbeleid anders gaan meten: denk aan het aantal mensen met problematisch gebruik laten dalen, sterfte door overdoses verminderen, èn aanpak van ondermijning. Het gaat dus niet om “hoeveel drugs hebben we onderschept?”, maar om de vraag: “wat gebeurt er met de gezondheid van de bevolking?” en "hoe zitten we de criminelen echt dwars?"

Een RIVM voor drugs zou een belangrijke rol kunnen hebben in vroege signalering, gevaarlijke versnijdingen, veranderingen in zuiverheid en een Nationaal Drugs Dashboard. Dat gaat dus verder dan het huidige CAM. Voor nieuwe ontwikkelingen blijft het belangrijk om te kijken wat werkt. Een Nederlandse Drugs-RIVM zou daarmee eigenlijk de “epidemiologische infrastructuur voor de drugsmarkt” worden.