donderdag 19 maart 2026

Whatever the problem, community is the answer?

Helpen burgerberaden, participatieverordeningen, uitdaagrechten, burgerbegrotingen en burgeraudits tegen de golf van steun voor autocratische tendenzen? De angst is steeds dat de democratie afbrokkelt, ik hoor vaak dat het antwoord is: meer democratie. Gaat dat inderdaad helpen?

Whatever the problem, community is the answer!
“Whatever the problem, community is the answer” is de leus van Meg Whaetley die in de kringen van participatiefans nogal rondzingt. Wat het probleem ook is, de gemeenschap is het antwoord! Ik weet dat het rondzingt omdat ik zelf fan ben van participatie, maar van deze uitspraak krijg ik altijd de kriebels. Dat gaat geen dijken vormen tegen de afkalving van de democratie.

Er zijn veel gemeenschappen
Probleem is: De gemeenschap bestaat niet, er zijn heel veel gemeenschappen met steeds minder mensen die de verbinding verzorgen tussen de gemeenschappen. Het is eigenlijk het spiegelbeeld van - en net zo verkeerd als - de mensen die steeds spreken over “het Volk wil dit of dat niet”. Er is niet één gemeenschap met één wil. In een wijk bestaan vele, soms overlappende gemeenschappen: ouderen die de wijk zien veranderen, jonge gezinnen die een leven opbouwen, ondernemers die ruimte willen om te ondernemen, nieuwkomers die hun plek moeten vinden. Wat voor de één de oplossing is, kan voor de ander een probleem zijn. De uitspraak verdoezelt machtsverschillen en tegenstellingen. En kijk naar de ouderen en zie binnen zo’n groep de grote verschillen. De 'gemeenschap als oplossing' kan zo de stem van de luidste of meest georganiseerde groep zijn, ten koste van een stille minderheid of afgehaakte groepen.

Theoretisch opgeleiden oververtegenwoordigd
Theoretisch opgeleiden en mensen met meer sociaaleconomische middelen zijn vaak oververtegenwoordigd bij participatiebijeenkomsten en initiatieven vanuit “de gemeenschap”, terwijl in demonstraties waarin woede tot uiting komt mensen komen die zich niet op een participatieavond vertonen. En dat is nog niet genoeg. Om de representativiteit te toetsen vergeet men vaak dat de groepen waar we deel van uitmaken – zoals familie, vrienden, collega’s, buurtgenoten en gelijkgestemden – richting geven aan wat we belangrijk vinden, hoe we ons gedragen en hoe we onszelf zien. Dan helpt het niet altijd om te zien of er praktisch opgeleiden aan een burgerberaad meedoen om te zien of de groep representatief is.

Framing
Ondertussen hebben sociale media een grotere invloed op meningen en gedachten. Wie door algoritmen steeds criminaliteit van bepaalde groepen langs ziet komen, vertrouwt niet meer op de wetenschapper die zegt dat het anders is. Alle asielzoekers worden op een hoop gegooid met veiligelanders (die inderdaad oververtegenwoordigd zijn in de criminaliteitscijfers). Ook de gedachte dat geen ander land meer asielzoekers opvangt dan Nederland wordt zo vastgezet in de hoofden. Of juist het tegenovergestelde: wie alsmaar vriendelijke asielzoekers ziet denkt dat asielzoekers niet zijn oververtegenwoordigd in de criminaliteitscijfers. En dan hebben we het nog niet eens over bewust verdraaien van feiten door politici die hun aanhang kunnen ophitsen.

Meer dan vroeger is er affectieve polarisatie
Met elkaar in gesprek gaan dan maar? Van dialoog tussen verschillende groepen is al lang geen sprake meer. Misschien wel het meest lastige probleem is wat affectieve polarisatie heet. Affectieve polarisatie is het proces waarbij burgers met tegengestelde politieke of maatschappelijke standpunten elkaar steeds negatiever gaan bejegenen, gekenmerkt door sterke emoties, antipathie en wantrouwen. Het gaat minder om inhoudelijke meningsverschillen en meer om het emotioneel afzetten tegen de 'andere groep' (wij-zij-denken).

Het representatieve Nederlandse systeem stelt zoeken naar consensus centraal. Met name de stemmers op populistische partijen scoren in hun oordeel over andere partijen duidelijk negatiever over de kiezers van andere partijen en dat negatieve oordeel is wederzijds. De groepen die populistisch stemmen zullen dan ook minder gemakkelijk in gesprek gaan met de andere groepen door die wederzijdse polarisatie. Wanneer de negatieve waardering toeneemt zal de bereidheid om compromissen te sluiten afnemen: kiezers zullen er geen begrip voor hebben. Dat zagen we terug bij de populistische houding van de VVD in de hoop om stemmen te winnen van rechtspopulistische partijen. De meeste kiezers steunden uitsluiting van GroenLinks PvdA niet, maar de kiezers van de VVD en rechtser juist wel.

Het bestrijden van emoties met argumenten?
Eigenlijk blijft het idee van meer democratie hangen in de gedachte dat de democratie zo goed is dat alle wantrouwen overwonnen wordt met democratie. Een soort “we leggen het nog een keer uit aan de mensen die voor de sterke leider zijn”. Dat idee ontkent hoe diep de combinatie van wantrouwen in het systeem en geloof in krachtige leiders werkt. Het heeft weinig zin om emoties te bestrijden met argumenten. De korte quote over “de Tsunami van asielzoekers” overwint altijd het doorwrochte betoog over de aantallen, het belang van solidariteit, internationaal recht en menselijkheid. De Tsunami geeft het beeld van een niet tegen te houden golf die alles zal wegspoelen. En dat valt bij specifieke groepen in een vruchtbare bodem!

Grip en doordacht sociaal beleid
Grote groepen burgers hebben weinig gevoel van grip op hun leven en hebben te maken met groeiende onzekerheid, gaf de WRR aan in het rapport Grip. Deze onzekerheid gaat over veel meer dan een laag of onregelmatig inkomen. Ze gaat ook over zorg, wonen en leefomgeving. Een gevoel dat hun persoonlijke controle bedreigd wordt (achteruit gaat) leidt tot meer geloof in sterke leider, meer polarisatie en meer geloof in complotten (omvolking, vaccins). Daar spelen populistische partijen dus perfect op in. Deze mensen zullen ook eerder geneigd zijn tot het aanwijzen van zondebokken. hier 

Zet je alles op een rij dan is er geen reden te denken dat op participatiebijeenkomsten veel kans is op een echte dialoog. Even los van het feit dat het goed is om beter naar elkaar te luisteren om elkaar te begrijpen, in plaats van om een discussie te winnen.

Het beste medicijn is mensen greep geven op het eigen leven rond wonen, werk en inkomen om vervolgens minder onzeker te zijn en ruimte te krijgen om vertrouwen op te bouwen in de overheid en de democratie. Doordacht sociaal beleid dus!

Het vraagt niet een paternalistische overheid die alle onderzekerheid weghaalt. Maar het vraagt wel om sociaal beleid en een democratie die ook gaat over economische democratie (grip op je werk), grip op je gezondheid, veiligheid en bestaanszekerheid. 

Dat is een veel beter medicijn dan burgerberaden, participatieverordeningen, uitdaagrechten, burgerbegrotingen en burgeraudits.



donderdag 12 maart 2026

Gemeenteraad: spreek een zelfevaluatie af

De gemeenteraad, waar we volgende week voor stemmen, is het hoogste democratisch gekozen orgaan van de gemeente. Deze is vergelijkbaar met een algemeen bestuur. Tegelijk heeft de gemeenteraad als toezichthouder ook een soort rol als raad van commissarissen. Natuurlijk zijn er verschillen: het stemmen door alle inwoners, de openbare vergaderingen en de openbaarheid van stukken. Maar het is vreemd dat elke raad van commissarissen en elk bestuur zichzelf evalueert, maar dat er over de zelfevaluatie van gemeenteraden niets te vinden is. Toch zou dat wel goed zijn, met een rapportage aan de inwoners over wat goed gaat, wat beter kan en welke voornemens er zijn om beter te functioneren! 

Zichzelf evalueren
Het is opvallend dat iedere Raad van Commissarissen en elk Algemeen Bestuur zichzelf zal moeten evalueren en daarbij zal kijken naar het functioneren van de leden en de kwaliteit van bestuur. Eens in het jaar is er een gewone zelfevaluatie en het advies is om eens in de drie jaar een zelfevaluatie te doen onder externe begeleiding.

Dat gebeurt niet vanzelfsprekend bij de gemeenteraad. De Quick Scan Bestuurskracht is een tijd in de mode geweest. Nu is er de Quick Scan Lokale Democratie. Deze zorgt voor een evaluatie met de inbreng van inwoners, gemeenteraad, college van B en W en de ambtelijke organisatie. Beide soorten quick scan kijken vooral naar de samenspel tussen de verschillende betrokkenen (raad, organisatie, college, inwoners). Ik zou zo’n Quick scan lokale democratie zeker aanbevelen. Toch is dat precies niet wat ik bedoel.

Hoe kijkt de gemeenteraad naar het eigen functioneren?? Ik hoor dat sommige gemeenteraden wel het eigen functioneren proberen te beoordelen en te bekijken of de hoofdtaken goed uitgevoerd worden: volksvertegenwoordiging, kaderstelling en controle. Over de uitkomsten is alleen weinig te vinden. De aandacht voor de diverse politieke partijen versluiert dat de gemeenteraad een gezamenlijk optredend orgaan is dat als geheel goed of minder goed functioneert. 

Ik kan mij voorstellen dat het functioneren als raad zeker halverwege de raadsperiode goed zou zijn, juist nu er steeds meer raadsfracties zijn doordat er minder grote partijen zijn. Ik wil daar als kiezer ook over horen!

Het kan!
Het kan best en er zijn wel wat vragen te bedenken:

• Wat is de afgelopen twee jaar goed of juist minder goed verlopen en welke lering kunnen we hieruit trekken?
• Hebben we de juiste balans gevonden tussen afstand en betrokkenheid, tussen toezicht en advies of proberen we op de stoel van het college van B&W te zitten?
• Hoe lukt het de gemeenteraad goede kaders te stellen waarbinnen het college ruimte krijgt?
• Hoe sterk is de volksvertegenwoordigende rol in de gemeenteraad ingevuld?
• Is de effectiviteit van het toezicht goed genoeg? Hebben we greep op de resultaten, beschikken we over de juiste informatie, zijn de risico´s goed ingeschat en hebben we deelbelangen goed in beeld gehad?
• Hoe is de balans tussen de verschillende rollen?
• Hebben we onze vergadertijd effectief besteed en goed verdeeld over de belangrijkste onderwerpen? Luisteren we naar elkaar? Hebben we goede debatten met respect voor elkaar?
• Hoe hebben de commissies gefunctioneerd ten opzichte van de totale raad? Hoe functioneerde de griffie als ondersteuner?

En tenslotte:

• Hoe is het individuele functioneren van de raadsleden? (Dit gebeurt vaak wel binnen fracties, maar niet als raad omdat dat erg gevoelig ligt. Toch zou je elkaar best tips kunnen geven)

Spreek een zelfevaluatie halverwege de periode af!

Welke gemeenteraad durft het aan zich op een zelfevaluatie van de raad halverwege de raadsperiode vast te leggen? Neem dat als een van de eerste besluiten! Zet het in een raadsakkoord! 

En mogen we horen wat goed gaat, wat beter kan en welke voornemens er zijn om als raad beter te functioneren? 



zaterdag 14 februari 2026

Samenleving in scheiding


Gisteren bezocht ik de boekpresentatie van “Lang zal ik lekker leven” van Peter Kanne. Hij geeft met feiten aan dat de Nederlander zich steeds meer gedraagt als genotzuchtige individualist. In vergelijking met inwoners van andere landen trekt de Nederlander zich nog meer terug in zijn eigen kleine, genoegzame wereldje. Als we niet bereid zijn uit onze comfortabele cocons te stappen, komen niet alleen onze welvaart en onze mentale en fysieke gezondheid, maar ook onze democratie in gevaar. We zijn geen vitale weerbare samenleving meer. Pfoe! Maar herkenbaar.

We kwamen bij de boekpresentatie te spreken over de kloven in de samenleving en polarisatie. Hoewel de kloof meevalt is de polarisatie er wel degelijk en ernstig. En dan vooral, wat Kanne noemt, de “affectieve” polarisatie: Men verschilt inhoudelijk van mening, maar belangrijker: krijgt daardoor ook sterke negatieve gevoelens over de andere groep. Hoewel Kanne in veel publicaties neergezet werd als moralist en hij dat verwijt ook accepteerde, kijk ik anders tegen zijn pleidooi aan.

Samenleving en scheiding
Om een of andere reden moest ik denken aan Esther Perel, één van de bekendste Amerikaanse relatietherapeuten. Ik zag veel overeenkomsten. Want we kunnen zien dat er niet alleen veel huwelijken stranden, maar ook dat de samenleving in scheiding lijkt te liggen.

Esther Perel zegt over relaties: “Liefdesrelaties waren vroeger sterk gestructureerd. De klassieke relatie speelde zich af rond duidelijke rollen met plichten en lusten, zonder veel ruimte voor individuele interpretaties of exploraties. Ouders, grootouders, echtgenoten en echtgenotes… ieders rol was duidelijk en de wederzijdse verwachtingen ook. Dat ging gepaard met meer zekerheid, maar liet ook minder ruimte voor vrijheid en voor persoonlijke expressie." (hier) Ze ziet het ook in werkrelaties. Vandaag is er meer communicatie nodig om het wegvallen van structuren te compenseren, om duidelijkheid te scheppen qua noden en verwachtingen.

We zien het in de hele samenleving. Er is veel ruimte voor eigen rollen en eigen interpretaties en verwachtingen, dat is juist heel mooi. We hoeven en willen niet terug naar de jaren 50. Maar nu we mondiger kunnen zijn en de ander tegenspreken, zien we dat het gesprek niet meer echt met elkaar gevoerd wordt. We hebben namelijk niet goed geleerd hoe we kritiek op elkaar kunnen hebben en hoe we kritiek op onszelf kunnen accepteren. We hebben het niet goed geleerd omdat we vroeger de ander minder tegenspraken en duidelijkere rollen hadden.

Langzaam proces van verwijdering
We kunnen de individualisering en mondigere opstelling zien als een langzaam proces van verwijdering zoals we dat ook bij scheidingen zien. Ja, er is meer ruimte voor vrijheid en persoonlijke expressie. Individualisering is prachtig voor zelfontplooiing, maar het slaat door als we vergeten dat de mens een sociaal dier is. In veel gevallen leidt die zelfexpressie dan tot verwijdering.

Dan zie je de "Vier Ruiters van de Apocalyps" opduiken. Relatiewetenschapper John Gottman identificeerde vier communicatiestijlen die de aanloop naar een scheiding versnellen.  Vooral op sociale media zie je de vier ruiters galopperen:

Kritiek: Niet de daad aanvallen ("De afwas staat er nog"), maar de persoon ("Jij bent een egoïst").
Minachting: Jezelf moreel superieur voelen. Oogrollen, spot, cynisme. Dit is de grootste voorspeller van een breuk.
Verdediging: Geen verantwoordelijkheid nemen. "Ja, maar jij doet ook nooit wat!"
Stonewalling: Je afsluiten, wegkijken, de kamer uitlopen. De ultieme vorm van langs elkaar heen leven.

Willen we de scheiding in de samenleving voorkomen, dan kunnen we misschien leren van relatietherapeuten? De genotzucht slaat door als we vergeten dat de mens een sociaal dier is.

Wat de relatietherapeut ons leert
Relatietherapeuten (zoals Perel of Gottman) kijken verder dan het gelijk hebben. Zij zien patronen die we kunnen doorbreken. Hier zijn hun belangrijkste lessen voor onze samenleving:

  • Luisteren om te begrijpen, niet om te winnen. Het doel is niet om de ander te overtuigen, maar om de interne logica van hun wereldbeeld te snappen.
  • Valideren is niet hetzelfde als gelijk geven. Begrip tonen voor de ander is niet hetzelfde als de oplossing van de ander accepteren.
  • De "Ik-boodschap" in het publieke debat. Polarisatie drijft op "Jij-bakken": Jij bent een wappie, jij bent een elite. "Ik maak me zorgen over de leefbaarheid in mijn buurt," klinkt heel anders dan "Jullie maken de buurt kapot."
  • Zoek naar de "Gedeelde Vijand" of het "Gezamenlijke Project".  Koppels in crisis vinden elkaar vaak terug wanneer ze samen tegen iets anders vechten (een lekkend dak, een financiële tegenvaller). Misschien moeten we meer kijken naar de gezamenlijke problemen: dubbele vergrijzing en de gevolgen voor de zorg, woningnood, geopolitieke onzekerheid.

En het grappige was: het kwam bij Peter Kanne in het gesprek inderdaad aan de orde: de defensie (gezamenlijke vijand), luisteren naar elkaar, anders op elkaar reageren, samen verantwoordelijkheid nemen voor de zorg en wederzijdse solidariteit. Focussen op dit onderdeel doet het boek tekort, maar toch ...

We liggen in scheiding en moeten gezamenlijk in relatietherapie.Pas dan kunnen we ons weer echt inzetten voor de samenleving