maandag 15 juni 2026

Liberaal manifest: strenger, meer aandacht wederkerigheid maar minder liberaal

De VVD is in 2026 strenger, minder liberaal en minder sociaal geworden. Ik heb de manifesten van 2005 en 2026 vergeleken en het valt op dat de aanpassingen en wederkerigheid nu vooral van de kant van de zwakke moet komen. Het 2026-manifest is minder klassiek-liberaal (minder tolerantie voor afwijkende waarden, meer conditionele rechten, minder democratische vernieuwing) en de overheid treedt strenger op op het gebied van normhandhaving, waardenoverdracht, immigratie en burgerschap. Bij de geopolitiek is de aandacht voor teveel staatsmacht verdwenen.

Kleinere overheid in naam nog zichtbaar
Nog steeds is het pleidooi dat de overheid kleiner moet. De tekst roept op tot minder regels en stoppen met niet-effectieve taken, maar wie zoekt naar concrete voorstellen (af te schaffen instanties, te schrappen regels, te privatiseren diensten) vindt die niet. Opvallend is dat het manifest van 2005 daar wel concreet over was. Denk aan de vlaktaks en het afschaffen van de verplichte pensioenleeftijd en het opheffen van ZBO’s. Gelukkig is het pleidooi voor de gekozen burgemeester verdwenen. De burgemeester zou dan met zijn politiek programma komen te staan tegenover het politieke programma van de gemeenteraad.

Strenger richting nieuwkomers
Opvallend is de strengere inzet richting nieuwkomers. Het kan zeker nodig zijn in onze samenleving, die in bubbels uiteen lijkt te vallen, te vragen je te verdiepen in elkaar. Toch zou je verwachten dat daarbij een liberale aanpak gekozen zou worden. Sociale samenhang moet volgens het manifest afgedwongen worden door de overheid, via het onderwijs. De overheid verlangt expliciet dat alle burgers en vooral van nieuwkomers de liberaal-democratische grondwaarden te aanvaarden. De aanpassing die verwacht wordt is vooral eenzijdig.

Wie in Nederland wil leven zal moeten integreren. De overheid zou geen partij kiezen tussen verschillende levensbeschouwingen, religies of overtuigingen, maar tussen de regels door lees je de angst voor nieuwkomers met een andere religie. 

Wederkerigheid krijgt meer aandacht
Wederkerigheid betekent dat vrijheid, rechten en bescherming niet vrijblijvend zijn, maar wederzijdse verantwoordelijkheden met zich meebrengen: van burger naar staat, van individu naar medemens, en van nieuwkomer naar ontvangende samenleving. Dit komt prominenter dan in 2005 terug, ook in de teksten over verdraagzaamheid.

De aandacht voor wederkerige verdraagzaamheid is te prijzen en het is eigenlijk ook een heel klassiek liberale gedachte. Popper sprak in dat geval over de Paradox van tolerantie. Hij stelde dat we in eerste instantie intolerante ideeën moeten weerkaatsen met rationele argumenten en de publieke opinie. Maar hij vond wel wanneer intolerante bewegingen weigeren om rationeel te debatteren en oproepen tot geweld, of het gebruik van fysiek geweld niet schuwen, is ingrijpen volgens hem gerechtvaardigd.

Wederkerigheid vanuit de sterkere?
Daar blijft het helaas wel bij als we spreken over wederkerigheid. De ‘sterkere kant’ wordt niet aangesproken op wederzijdse verplichtingen. Er staat nergens dat gevestigde burgers een actieve verantwoordelijkheid hebben om nieuwkomers of uitkeringsgerechtigden tegemoet te komen (bijvoorbeeld door werk te bieden, vooroordelen te laten varen, of te investeren in achterstandswijken). Ook de overheid wordt niet opgeroepen om ‘wederkerig’ te zijn. 

Het idee van de sluier van onwetendheid van Rawls ontbreekt geheel. Daarmee is het manifest niet sociaal-liberaal maar streng-meritocratisch: vrijheid is iets dat je verdient door je aan te passen en bij te dragen, niet iets dat vanzelfsprekend is voor iedereen, ongeacht startpositie.

In 2005 was dat nog wezenlijk anders “Eigen verantwoordelijkheid ontslaat liberalen niet van de verantwoordelijkheid voor diegenen, die niet (meer) in staat zijn hun omstandigheden te wijzigen, zoals bijvoorbeeld gehandicapten of ouderen”. Er zijn passages die impliceren dat als je achter de sluier van onwetendheid niet weet of je tot de zwakken of sterken behoort, je een samenleving zou willen die een vangnet biedt. Rawls wordt niet met naam genoemd, maar het principe is herkenbaar. Ook spreekt het manifest van 2005 nog over een bestaansminimum. Er is aandacht voor "vernederende armoede" en “Een 'Res publica' die hulpbehoevenden niet bijstaat, verdient die naam niet.”

Geopolitiek zonder liberale terughoudendheid voor overheidsmacht
De klassiek liberale invalshoek mis ik ook in het hoofdstuk over geopolitiek en veiligheid. Het hoofdstuk over geopolitiek en veiligheid is een logische reactie op de veranderde wereld (oorlog in Oekraïne, opkomst China). De overheid wil “opkomen voor onze belangen”, “tegendruk geven”, en strategische partnerschappen aangrijpen om invloed uit te oefenen. Dat is niet langer defensief, maar offensief of assertief – dichter bij realistische machtspolitiek dan bij liberale terughoudendheid.

Hoezeer dit ook een begrijpelijke extra aandacht is, toch roept dit vragen op. Laat de VVD zich hier teveel meeslepen met de actualiteit? Het is minder klassiek-liberaal omdat het de staat actiever en machtsgerichter maakt op het internationale toneel, zonder dezelfde rechtstatelijke terughoudendheid die we van de liberalen mogen verwachten. In tegenstelling tot 2005 ontbreekt in 2026 ook een reflectie op de spanning tussen veiligheid en burgerlijke vrijheden (bijvoorbeeld preventieve maatregelen, dataverzameling).

Omarming van de meritocratie en geopolitieke macht in plaats van het liberalisme
Al met al is het manifest van 2026 actueler maar minder liberaal. De toon is meer dan vroeger meritocratisch: succes is het gevolg van eigen inspanning, falen het gevolg van eigen gebrek aan inspanning of aanpassing.  Heeft de VVD zich laten meeslepen door haar afkeer van PRO? Ook bij geopolitiek laat de VVD zich meeslepen door actualiteit zonder de echte liberale invulling te zoeken. Gevaren van een sterke staat wordt bij de geopolitiek uit het oog verloren.

Het had de VVD gesierd als wederkerigheid beter was geanalyseerd en het geopolitieke machtsdenken van meer liberaal gedachtegoed was voorzien.



woensdag 10 juni 2026

Duurzame burgerkracht, wat is nodig?

Ik zie heel veel vrolijke en enthousiaste projecten die door gewone mensen in diverse buurten worden opgestart. Heel veel lijken in een soort honeymoon-stemming te zitten: enthousiasme dat het lukt om te verbinden en samen zaken op te pakken. Maar hoe houd je het vervolgens vol? De mensen die afhaken hoor je minder. Toch geeft dat belangrijke informatie over houdbare burgerkracht

Eigen regie en eigen projecten van burgers zijn onontbeerlijk. Niet alles kan door de markt of door de overheid opgelost worden zonder de verbinding kwijt te raken met de mensen waar het echt om gaat: onszelf! Maar het is geen betaalde arbeid. Eigen regie en eigen projecten vraagt nogal wat: het vinden van geld, omgaan met verschillende mensen met elk hun eigen uitdaging, omgaan met de gemeente die misschien eigen prioriteiten heeft, een lange adem en de moed er in houden. En op een gegeven moment is de initiatiefnemer aan het afhaken of zit vernieuwing in de weg. Wat dan?

Het blijkt dat burgerinitiatieven lang niet altijd een lange overlevingskans hebben. Dat is ook niet altijd erg: het kan tijd zijn voor iets anders of nieuws. Maar: het vraagt nogal wat te starten en het is zonde als kennis en traditie wegvallen. Daarom: Hoe zit het met de duurzaamheid en continuïteit? Aan het eind zal ik verklappen waardoor het bij ons al bijna 25 jaar met ups en downs lukt.

Van ACTIE naar ...
Hoe zorg je dat een burgerinitiatief succesvol kan worden. Daarvoor kan je het  ACTIE model gebruiken: kijk naar Animo, Contacten, Toerusting, Inbedding en Empathie.

- Animo staat voor energie en betrokkenheid die er moet zijn;
- Contacten staat voor goede verstandhouding tussen de initiatiefnemers en goede contacten in de wijk (liever: verankering);
- Toerusting staat voor wat helpt om door te gaan: een locatie, geld;
- Inbedding staat voor de manier waarop professionele organisaties zijn ingericht om burgerinitiatieven te ondersteunen, initiatieven zijn in overeenstemming met wat de omgeving verwacht en wil;
- Empathie staat voor betrokkenheid en aandacht van professionals en ambtenaren voor de belangen en motieven van initiatiefnemers en het geven van waardering en aandacht.

Afhankelijk van de politiek
Het model is wel erg gericht op activiteiten waar de gemeente en andere organisaties partner vormen en subsidie nodig is. Dat is meteen een probleem: de politiek is niet geneigd vaste en voorspelbare subsidieverbanden aan te gaan en vaak mag je geen (buffer)vermogen opbouwen. De politiek wil eigenlijk teveel greep houden op wat er gebeurt waardoor er een drang komt naar professionalisering en inbedding in een systeem. Wel begrijpelijk maar met als gevolg dat animo verdwijnt of de contacten verzuren. Inbedding vraagt ook nieuwe competenties: bureaucratische vaardigheden worden belangrijk. De politiek vraagt ook verantwoording over bereikte doelen waardoor het lastig of niet meetbare doel uit zicht kan verdwijnen.

Kwetsbaar en lang niet altijd duurzaam
Kijk je naar de grote verschillen tussen burgerinitiatieven, dan kom je tot de conclusie dat de duurzaamheid nogal wisselend is. Zeker na 4 jaar moet je voorkomen dat de animo afneemt. Het is nodig dat er een follow up is van initiatiefnemers, vaste heldere werkwijzen bestaan. Ik zie bij gemeenten al meer aandacht voor goede contacten, inbedding en empathie om goede samenwerking te hebben. 

Blijft over de T van toerusting. Dat lijkt een doorslaggevende factor.

Zoek je wat echt lang volhoudt, dan zie je dat er een basis moet zijn om zelf geld te kunnen genereren. Je hebt dan je eigen inkomsten, je kunt je eigen doelen vaststellen en je verantwoordt je aan de leden zoals de leden dat op prijs stellen. AI gaf een indeling van soorten initiatieven die ik aanvulde.


Type Burgerinitiatief

Gemiddelde Levensduur

Kwetsbaarheid

Zorg & Welzijn (boodschappendiensten, buurtmoestuinen, lief & leedstraten)

Kort tot Middellang

(2 - 4 jaar)

Zeer kwetsbaar. Drijft vaak op een heel kleine groep kwetsbare vrijwilligers of mantelzorgers. Zodra de spilfiguur uitvalt, kan het initiatief direct stoppen.

Energie- & Woningbouwcoöperaties (lokale zonneparken, woonhofjes)

Lang

(vaak 10+ jaar)

Hoge duurzaamheid. Dit type initiatief heeft kapitaal, contracten en leden. De zakelijke structuur dwingt tot continuïteit, ook als de oprichters weggaan.

Cultuur & Recreatie (buurtfestivals, lokale musea, herinrichting pleinen)

Middellang

(3 - 6 jaar)

Projectafhankelijk. Loopt zolang de subsidie of de samenwerking met de gemeente standhoudt. Valt om bij ambtelijke wisselingen, verschil van mening over invulling of als er nieuwe strengere regels komen.

De mogelijkheid zelf geld te genereren is een echte voorspeller voor duurzaamheid. De overstap van aan spilfiguren gekoppelde projecten naar een vaste traditie van bestuur en opvolging is een belangrijke drempel.

Faalfactoren?
De factoren uit ACTIE-model zijn dan tevens faalfactoren.

Dus: 

- animo kan verdwijnen, vooral na opvolging van de eerste geinspireerde initiatiefnemers
- contacten kunnen verzuren
- het kost teveel moeite om geld te vinden en subsidies sluiten niet aan bij waar animo voor is
- het initiatief heeft wel contacten met professionals nodig, maar raakt ervan losgezongen
- het lukt professionals niet meer om verbonden te blijven met en in te leven in het initiatief. Vrijwilligers worden net zo behandeld als betaalde krachten. (mooi voorbeeld: hier (zie onderaan de blog)).

Een belangrijke extra faalfacor die ik vond ging over diversiteit: die heeft een wisselende invloed. Op sommige punten helpt het (meerdere competenties binnen de groep) maar op andere punten kan het in de weg zitten (teveel mensen met eigen uitdagingen en teveel verschil in waardensystemen). 

Ik zou meer aandacht willen voor de andere faalfactoren, zoals wanneer het niet lukt het Eens te worden en een Eenheid te vormen. Dus diversiteit is mooi, zeker waar het competenties betreft, maar je moet het wel eens kunnen worden. (Let daarvoor bijvoorbeeld op sociocratisch besluiten en het consent beginsel: je zoekt niet naar unanimiteit, maar probeert zo ver te komen dat niemand meer onoverkomelijke bezwaren geeft. Echt een manier om mensen het besluit te laten accepteren!). 

Ik denk ook dat het goed is als burgerinitiatieven meer letten op toegang tot de “toerusting”: voorspelbare financiële middelen en eigen ruimte.

Waarom het ons in onze buurt wel is gelukt? Wij vormen type 2, we hebben een eigen projecthuis, betaald door de bewoners: de toerusting is op orde.

Vrede stichten en het Eens worden
Maar wat ik bij ons ook zie: een enorme kracht om elkaar steeds mee te nemen, steeds te zorgen dat ergernissen niet uit de hand lopen en tegelijk het doel voor ogen blijft. De verzoeners zijn onontbeerlijk Ik kan feitelijk de mensen in ons project aanwijzen die die competentie hebben, zij zorgen pas ècht voor de continuïteit (ik ben dat zelf niet). Die competentie is onontbeerlijk. 

Naast de ACTIE zou ik daarom de V en E ook willen toevoegen: de V van verzoening en de E van eenheid. 

Het wordt model verandert dan van  "ACTIE" naar “ACTIEVE”

maandag 1 juni 2026

Houdbare solidariteit: het kan wel

Het lijkt alsof solidariteit door grote groepen niet meer geaccepteerd wordt. Mensen trekken zich terug in eigen kring. De samenleving vergruist. Solidariteit en onze verzorgingsstaat lijkt iets voor linkse wereldverbeteraars. De andere kant is dat solidariteit door linkse politici nogal eens wordt uitgelegd als zorgen voor de ander, zonder aandacht te geven aan wederkerigheid: het idee dat degene die solidariteit nodig heeft het zijne doet om de inspanning en kosten te beperken. Daarom geef ik graag aandacht aan de begrippen “wederkerigheid” en “welbegrepen eigenbelang”.

Juist Nederland moet dit kennen
Nederland is een mooi voorbeeld van goede sociale voorzieningen die bijdragen aan de welvaart. In de economische bloeitijd in de 17e eeuw hadden Hollandse steden goede sociale voorzieningen. Denk aan het burgerweeshuis, de bedeling, en oude mannen- en vrouwenhuizen: investeringen in sociale stabiliteit en een betrouwbare beroepsbevolking. De stadsbestuurders van Amsterdam hielden die welbewust in stand, om te zorgen dat hun stad voldoende arbeidskrachten aantrok.

Wederkerigheid hoorde er altijd bij
Overigens was bij deze voorzieningen ook sprake van wederkerigheid. De belangrijkste tegenprestatie was gebed. In weeshuizen, hofjes en armenhuizen werden bewoners verplicht dagelijks te bidden voor hun weldoeners (de regenten en hun families). Weeskinderen werden niet alleen opgevangen; ze moesten ook werken. Jongens leerden een ambacht (bijv. scheepstouw maken, schoenen lappen), meisjes spinnen, naaien of kantklossen. Zij leerden zo op hun manier een bijdrage te leveren aan de samenleving. De opbrengst van hun arbeid ging naar het weeshuis. In de hofjes voor oudere vrouwen konden zij gratis wonen, maar mantelzorg voor elkaar en het schoonhouden van het hofje was verplicht. Bij toelating tot een armenhuis of weeshuis legden bewoners vaak een eed af: zij beloofden zich dankbaar te tonen, niet te bedelen, de regels te gehoorzamen en - opnieuw - te bidden. Wie deze wederkerigheid schond, kon worden uitgestoten.

Je zag het ook bij de eerste verzekeringen: wie brand kreeg, had te maken met zulke hoge kosten dat hij er aan onderdoor kon gaan. Daarom kwamen er onderlinge waarborgmaatschappijen om dat te dekken. Maar wie zelf geen aandacht gaf aan het voorkomen van brand werd daar op aangesproken.

Houdbare verzorgingsstaat
Nu we te maken hebben met vergrijzing waardoor de zorg, de AOW, de WW en de WIA meer gaat kosten en met mensen die vluchten uit oorlog of gewoon een beter leven zoeken komt de vraag op tafel of we moeten bezuinigen op onze verzorgingsstaat. Daar ben ik op zich niet tegen, maar let dan wel op de uitgangspunten solidariteit en daar is ie: wederkerigheid en het welbegrepen eigenbelang.

Het idee van welbegrepen eigenbelang kan je zien als de erkenning dat jouw eigenbelang op de lange termijn gebaat is bij een bloeiende samenleving, een duurzame leefomgeving of het welzijn van anderen. Dat is niet per se een linkse gedachte. Adam Smith (1723-1790) , Edmund Burke (1729 - 1797) en Alexis de Tocqueville (1805 - 1859) waren mensen die aandacht gaven aan dit idee of liever gezegd: dit mechanisme.

De complexere samenleving
In het eind van de 19e eeuw werd de samenleving losser, er was minder duidelijk dat we niet zonder elkaar konden. Door de specialisatie verdween het idee dat we baat hebben anderen die we niet goed kennen te helpen. Met de ingewikkeld wordende samenleving gaf ook Emile Durkheim (1858 - 1917) aandacht aan het idee dat het belangrijk is te beseffen dat we onderling afhankelijk zijn. Hij heeft zich als wetenschapper vooral beziggehouden met het probleem van de sociale cohesie. Zijn idee was dat solidariteit minder vanzelfsprekend was, er was minder een collectief bewustzijn dan vroeger.

Weinig verbinding, lossere samenleving
Dat zien we nu eigenlijk weer. We zien dat er weinig verbinding is tussen hoogopgeleide en praktisch opgeleide groepen, er is geen overheersende religie meer, er leven verschillende culturen in een land. Om de verzorgingsstaat in stand te houden is daarom welbegrepen eigenbelang nodig. We moeten zien dat we allemaal baat hebben bij een goede verzorgingsstaat, dat daarvoor niet alleen solidariteit nodig is, maar ook wederkerigheid. De houdbare verzorgingsstaat is er immers bij gebaat dat de mensen die meebetalen weten dat er op gelet wordt dat mensen naar vermogen bijdragen om iets terug te doen. Dat dat bij sommigen klein is, omdat de rek er uit is, moeten we dan wel accepteren. En vluchtelingen kunnen dat niet op korte termijn, maar ze willen maar wat graag aan het werk. Die wederkerigheid wordt alleen niet herkend door velen. Maar als veiligelanders zich alleen opstellen als profiteurs passen ze er niet in.

Maar het echte gevaar voor de verzorgingsstaat zit wellicht eerder in het wegvallen van het besef van welbegrepen eigenbelang bij de bovenlaag dat zij de samenleving ook nodig hebben (denk aan goedopgeleide mensen, goede zorg, goede wegen, arbeidsrust).

Geef aandacht aan wederkerigheid èn welbegrepen eigenbelang

Misschien kan een politiek programma dat daar aandacht aan geeft heel succesvol zijn. Iets voor een inbreng in een sociaal akkoord misschien?