Met Trump aan het roer en Orban van het roer afgestoten kunnen we leren wat de zwakke kanten zijn van populistische regeringen. Wat moet er gebeuren om kiezers anders te laten stemmen?
Verandering is lastig
Allereerst moeten we onderkennen dat kiezers niet snel populistische
partijen laten vallen. Door kiezers naar de mond te praten en weinig
te geven om feiten is het lastig om kiezers de kwade kanten van het
populisme te laten zien. De leiders worden nu eenmaal vaak gezien als
helden en sterke mannen. Gaat er iets fout, dan ligt dat aan anderen:
vorige regeringen hebben het deze regering lastig gemaakt. De
gemiddelde kiezer heeft ook weinig geheugen voor waar eerdere
regeringen voor stonden en winst onder de andere regeringen wordt
snel vergeten, terwijl verlies niet snel vergeten en vergeven wordt.
Populistische partijen floreren bij het aanwijzen van zondebokken en
veel kiezers vinden dat prachtig. Daarnaast proberen ze ongegeneerd
de macht te bestendigen door het rechtssysteem naar hun hand te
zetten. Daar zijn ze beter in dan niet populistische partijen omdat
niet-populisten ook ruimte geven aan tegenstanders omdat ze de kracht
van tegenspraak waarderen. In Polen hebben ze er een flinke kluif aan.
Wat kan er dan wel mis gaan waardoor populisten steun verliezen?
1. Corruptie. Populisten trekken zich weinig aan van algemene
rechtsregels. Die zitten alleen maar beleid in de weg. Je moet
rekening houden met minderheden, terwijl je juist stevig wil
doorpakken! Maar als je eenmaal rechtsregels terzijde schuift wordt
je veel kwetsbaarder voor corruptie. Je probeert niet de dingen te
veranderen door netjes de beste mensen te benoemen voor bepaalde
moeilijke taken, je zal vrienden moeten benoemen op essentiele
plekken. Die moet je vervolgens wat gunnen. Het is lastig om via
nette wetten dingen te veranderen: je hebt steun nodig van je vriendjes in de media,
van rechters, van ondernemers. Elke regering is kwetsbaar, maar
populisten zijn kwetsbaarder dan anderen. Bij Trump zagen we het met
de cryptocowbows en de mediatycoons. Orban verloor door dit onderwerp (en achterblijvende economische groei ten opzichte van andere Oosteuropese landen).
2. Inflatie. Populisten houden niet van ingrepen die op de korte termijn pijn doen, maar belangrijk zijn voor de lange termijn. Anderen ook niet, maar die zijn eerder bereid iets te doen in het algemeen belang in de toekomst. Daardoor lopen de schulden gemiddeld genomen harder op onder populistische regeringen. Je geeft liever wat meer geld uit dan dat je bezuinigt en bezuinigen op uitgaven voor je zondebok houdt na verloop van tijd op. Bij de PVV hebben ze het geld voor ontwikkelingssamenwerking als 10 keer uitgegeven als dekking voor populistische uitgaven. Steeds als een door de PVV gesteund kabinet moest bezuinigen trok Wilders de stekker er uit. Trump hoeft geen rekening te houden met coalitiepartners dus de uitgaven zijn daar al lang door het plafond geschoten. (De sterke man als bezuiniger komt pas aan de macht nadat het uit de hand gelopen is (door anderen die de schuld krijgen)).
3. Uitblijven van resultaten. Wat werkt hoeft niet altijd hetzelfde te zijn als wat het publiek graag ziet. Hard optreden tegen misdaad is niet altijd het beste medicijn. Het gaat om een combinatie van hard straffen van onverbeterlijken en de goede kant op sturen van mensen die de eerste stappen zetten op het verkeerde pad. Oorlogen starten helpt niet per se tegen foute regimes. Ruimte geven voor bevriende ondernemers hoeft niet te leiden tot een sterkere economie. Overigens heeft Trump wel wat fabrieken binnengehaald en ruimbaan geven aan olie boringen gaat eerder ten koste van het klimaat dan van zijn kiezers. Maar op de langere termijn doet zijn beleid veel schade, zie 3.
4. Economische schade door wantrouwen. Wanneer buitenlandse overheden, investeerders en consumenten vertrouwen hebben in de stabiliteit, rechtszekerheid en betrouwbaarheid van jouw land, verlaagt dat risico’s en transactiekosten. Dit leidt tot meer buitenlandse directe investeringen, omdat bedrijven durven te bouwen aan fabrieken, kantoren of infrastructuur. Ook kopen buitenlandse partijen gemakkelijker jouw exportproducten, omdat ze kwaliteit en naleving van afspraken verwachten. Daarnaast zorgt vertrouwen voor een stabiele munt en lagere rentes op internationale kapitaalmarkten, waardoor lenen goedkoper wordt.
5. Welzijnsschade door minder vertrouwen. Afnemend vertrouwen binnen een samenleving tast het welzijn direct aan. Wanneer mensen elkaar of andere landen niet meer vertrouwen, stijgen stress en onzekerheid. Dit leidt tot sociale spanningen, polarisatie en minder samenwerking. In een wantrouwige omgeving worden onderlinge hulp, vrijwilligerswerk en gedeelde voorzieningen ondermijnd. Mensen trekken zich terug in eigen kring, wat eenzaamheid en sociale isolatie vergroot.
Kortom: de kwetsbaarheid van populisten zit hem in schade op de lange termijn.
Maar het is een taaie zaak
Grootste probleem is dat ze hun macht bestendigen door het
rechtssysteem en de media in te zetten voor behoud van de macht.
Bovendien gaat economische neergang (of minder welvaartsgroei hebben
dan andere landen) en afnemend welzijn traag en wordt het daardoor
niet altijd zo gevoeld.
Reken dus niet op vanzelfsprekend verval van populistische partijen. Tenslotte blijven de populisten proberen altijd te wijzen naar anderen als de boosdoeners.
