donderdag 9 april 2026

Huurders door de patatsnijder of bewonersparticipatie 2.0


Het Trendbeeld Woningcorporaties van SVWN (stichting Visitatie Woningcorporaties Nederland) ging dit jaar over bewonersparticipatie 2.0. Ik fietste naar Kanaleneiland waar het trendbeeld besproken werd. Hoewel de groep niet groot was, waren behoorlijk wat huurders van huurdersorganisaties en de Woonbond aanwezig. Daar bleek de grote betrokkenheid van huurders en de waarde voor hen om mee te kunnen doen en de behoefte om mee te kunnen beslissen.

Bewonersreis
Mooi voorbeeld van waardevolle participatie was de ‘bewonersreis’. Bij grote projecten rondom renovatie en leefbaarheid gebruikt De Goede Woning uit Zoetermeer de bewonersreis in 56 stappen. Per fase is inzichtelijk wat de stap betekent voor bewoners en bewoners worden betrokken in het ontwerp waardoor bewoners bij uitstek hun eigen ervaringen en wensen in kunnen brengen. Je ziet dan dat een woningcorporatie die de huurders serieus neemt ook een sneller een huurdersvereniging krijgt die een waardevolle partner is.

Tough love en de huurdersbelangenorganisatie
Ook een mooi voorbeeld, vooral heel dapper, leverden Paul Kouijzer bestuurder van TBV Wonen uit Tilburg en Erik Baak, de voorzitter van de huurdersbelangenorganisatie. In Tilburg waren de verhoudingen tussen woningcorporatie en huurdersorganisatie nogal verstoord. Niet altijd is de huurdersvereniging een goed functionerende partner. De woningcorporatie vond dat ze de huurdersvereniging echt serieus moest nemen en dat betekende dat er ook aan de vereniging eisen gesteld moesten worden: niet alleen de woningcorporatie, ook de huurdersvereniging moest zich houden aan de samenwerkingsovereenkomst. Ze stelde eisen aan de verantwoording van de gelden en de adviezen, een soort Though Love. Het leidde verrassend genoeg tot grote verbetering: de governance werd op orde gebracht, er werd serieus en heel uitgebreid gezocht naar goede bestuursleden en de huurdersorganisatie werd op orde gebracht. Niet minder kritisch, wel in staat tot goede samenwerking en verantwoord bestuur. 

Verrassend voor mij: er was ook vastgelegd dat er een maximale zittingsduur kwam voor bestuursleden van de huurdersbelangenorganisatie! Maar al te vaak maak ik mee dat mensen met enorme inzet er heel lang blijven zitten, waardoor de drempel voor nieuwe bestuursleden hoger wordt. Nieuwe mensen twijfelen: die man die er al zo lang zit weet al zoveel, die doet het altijd op zijn manier, is het niet een stoffige bedoening, zo’n bestuur?

Diverse middelen gebruiken
Evert Bartlema, van de RvC van Bo-Ex gaf aan hoeveel mogelijkheden er zijn om formeel en informeel te participeren. Het hoeft niet alleen via het bestuur van een huurdersorganisatie. Denk ook aan themawerkgroepen met tijdelijke inzet rond een probleem, aan wijkschouwen, aan eigen (digitale) onderzoeken door de huurdersorganisatie of samenwerking met de huurdersorganisatie bij het onderzoek door de woningcorporatie, aan gerichte klankbordgroepen en themadiscussies. Binnen de huidige structuur is veel meer mogelijk dan je denkt en daarbij kan je dan veel beter aansluiten op de wens van bewoners om op hun manier een bijdrage te leveren.

Disempowerment
Toch zat mij iets dwars. De huurdersparticipatie werd gezien als emancipatie. Dat gaat voorbij aan de geschiedenis van de woningbouwverenigingen. Heel veel woningcorporaties zijn gestart als een vereniging waarin de huurders het echt voor het zeggen hadden, zelf konden beslissen en zelf leerden verantwoordelijkheid te nemen en soms ook te kiezen tussen kwaden. Die directe macht van huurders is verdwenen, het zijn stichtingen geworden. Bij huurders zie ik dan ook geen emancipatie, eerder een de-emancipatie: ze zijn vertrokken uit de cockpit. Een soort 'ontmachtiging', in plaats van empowerment - wat we nu proberen te verbeteren- was er een proces van disempowerment. Ja, de woningcorporaties werden veel professioneler. Waarschijnlijk kon het ook niet meer in de huidige grootte, met de huidige regels. Maar wat kunnen huurders nu zelf nog beslissen? 

Daar is best wat te winnen. Misschien willen ze het recht om een directeur-bestuurder weg te sturen na 4 jaar van disfunctioneren? En kijk naar de organisatiekracht van de bewoners: Corporaties zouden bewoners -daar waar organisatiekracht is- de mogelijkheid kunnen bieden zelf kleine reparaties uit te voeren in de collectieve ruimten en de besparing die dat oplevert stoppen in een buurtpot. Er zijn ook al wooncomplexen waar dat mogelijk is. Dat zijn verdergaande voorbeelden van participatie. Die vergroten de sociale samenhang en de leefbaarheid.

De participatie als patatsnijder
Nog iets zat mij dwars. Ik zie participatie vaak als een patatsnijder. Het idee is dat burgers participeren, maar dan worden ze eerst door de patatsnijder gehaald. Je bent daarna uiteengevallen in partjes: de huurder, de stemmer, de buurtbewoner, de mantelzorger, de oudere, de gehandicapte, de ouder van kinderen, … zo zijn er veel verschillende patatjes die uit een aardappel gehaald worden. Dat bleek ook hier weer. In het trendbeeld heette dat “het beperkt perspectief van bewoners”: opgemerkt werd in het trendbeeld ‘de bredere corporatiebelangen blijven uit beeld’. De participatie gaat over de huurder die participeert met de woningcorporatie. Maar hoe zit het dan met de participatie van de corporatie met de huurders? De ‘corporatieparticipatie’, waarbij het nadeel is dat de corporatie juist een beperkt perspectief heeft en de brede bewonersbelangen uit beeld blijven.

Ook daar zijn mooie voorbeelden van!

Denk aan Ruwaard,een wijk bij Oss. Als iemand een vraag of probleem heeft, volgt een gesprek thuis waarin alles in samenhang wordt besproken. daarbij gaat het niet alleen over zorg, maar ook over bijvoorbeeld wonen en schulden. Een burenruzie of ernstige overlast kan leiden tot een vraag aan een corporatie om in te grijpen, maar kan ook aanleiding zijn te kijken wat er achter die ruzie zit. Dan komt de vraag op wie wat kan doen: is het iets voor de zorg? de schuldhulpverlening? de woningcorporatie? Veel efficienter èn effectiever. Wat hier gebeurt is dat de bewoner niet door de patatsnijder gehaald wordt, maar gekeken wordt hoe diverse organisaties kunnen aansluiten bij de bewoners en hun perspectief kunnen verbreden. Woningcorporatie Brabant Wonen is betrokken.

Denk aan de Smederijen van Hoogeveen. De Smederijen van Hoogeveen zijn geen fysieke smidse-werkplaatsen, maar een uniek samenwerkingsverband tussen inwoners, de gemeente en maatschappelijke organisaties om de leefbaarheid in wijken en dorpen te vergroten. Ze fungeren als de "oren en ogen" van de buurt, waarbij bewoners zelf het voortouw nemen bij lokale projecten en verbeteringen. Ook hier worden de bewoners niet eerst door de patatsnijder gehaald. Woningcorporaties Domesta Actium en Woonconcept zijn betrokken.

Ken de bewoners, hun krachten en hun zwakten 
Hoe participeren de corporaties eigenlijk in het leven en wonen van bewoners? Als je daar naar kijkt zie je dat de ene corporatie daar veel beter in slaagt dan de ander, vaak zijn kleinere corporaties daar veel beter in omdat de ze bewoners en hun krachten en zwakten echt kennen. Ik zag dat bij woningcorporatie Berg en Terblijt (nu niet meer zelfstandig) die nadacht hoe bewoners te overtuigen in te stemmen met verduurzaming van daken van de woningen. De huurdersvertegenwoordiging bracht in dat hulp bij het leegruimen van de zolder heel goed zou aansluiten bij de twijfel van huurders om mee te doen. Dat deed de woningstichting. Ineens nam de bereidheid mee te doen aan verduurzaming van de daken toe! Ik zag bij Woningstichting Heteren hoe de huurders een eigen taak op zich namen: de corporatie neemt geen activiteiten van huurders over, maar stelt hen in staat om activiteiten te ontwikkelen. Bijvoorbeeld na ergernis van huurders over verwaarloosde tuinen waarbij de bewoners dit zelf oppakten in samenwerking met de huurdersvereniging en de gemeente.

Zo is er nog altijd veel te winnen van goede voorbeelden uit de sector.

dinsdag 31 maart 2026

Grip op AI voor gemeenteraden

Onlangs mocht ik een bijeenkomst bij BMC  bezoeken over ‘Grip op AI voor rekenkamers’. Ik vond het lastig, want het gebruik van AI is zich nog aan het ontwikkelen. Inmiddels merkt vrijwel iedereen hoe handig het is. Maar er dringt ook door dat er nadelen verbonden zijn. AI blijkt te hallucineren, citaten te verzinnen. Ik las laatst dat een docent altijd zijn leerlingen vroeg om creatieve oplossing voor een probleem te vinden. Daar kwam vroeger heel veel uit. Met AI blijkt daar weinig uit te komen: heel veel leerlingen komen met precies de zelfde AI-oplossing. En we hebben inmiddels ervaring met algoritmen die vooroordelen hebben, hoe zorg je dat je er achter blijft komen dat vooroordelen een rol spelen?

BMC benoemde Kennis over AI als eerste succesfactor. Het bureau had onderzoek gedaan en de deelnemende gemeenten die veel technische kennis en capaciteit in huis hebben, zijn gemakkelijker in staat om zelf AI-projecten op te zetten. Het verhogen van bewustwording en geletterdheid op het gebied van AI en algoritmen kan bijdragen aan een verantwoorde inzet

Uiteindelijk kwamen bij mij vooral vragen op. Hoe gaan raadsleden er mee om? Moet je een programmeur worden om je controlerende taak uit te voeren? Zeker niet! Juist niet! Ondanks de succesfactor die BMC aangeeft dat technische kennis veel helpt. We hebben niet voor niets lekenbestuur en de kaders worden niet door experts gemaakt. Gebruik de inhoudelijke hulp, maar blijf zelf aan het roer. Hier zijn drie vuistregels voor de bezorgde volksvertegenwoordiger.

1. AI is een middel, geen doel op zich. Waar is het gebruik van AI een oplossing voor? Voor standaardtaken zoals controleren of een aanvraag correct en compleet is? Dat kan heel handig zijn. Ook als raadslid heb je er veel aan. Gebruik AI om de bergen informatie die op je afkomen als raadslid te filteren, maar blijf zelf degene die de politieke weging maakt: dat is je hoofdtaak.

2. Wees alert op de 'Black Box' en Bias. We zagen dat AI best veel standaard voorbereiding kan doen. Maar tot waar gaat dat? Om van het begin tot het eind een aanvraag te behandelen en goed of af te keuren? Dat gaat te ver. Als de algoritmen vooroordelen bevatten, neemt de computer die klakkeloos over. Dit kan leiden tot onbedoelde discriminatie, bijvoorbeeld bij de controle op fraude of het toekennen van subsidies.

3. Omarm de kansen. Heel veel maatwerk verdwijnt uit het zicht door standaardtaken. AI zou juist kunnen helpen om meer tijd vrij te maken waar het er toe doet. Als raadslid bijvoorbeeld om contact met mensen te houden. Minder bureaucreatie en snellere reactietijden betekenen meer tijd voor wat er écht toe doet: contact met de inwoners. Maar blijf kritisch: de vraag blijft of AI niet juist de afstand tussen burger en overheid vergroot door processen verder te dehumaniseren. Kijk hoe AI de publieke waarden ondersteunt in plaats van ondergraaft.

Kaders voor AI?
Hoe moet je nu als rekenkamer naar AI kijken? Dat vond ik voor zo'n zich nog steeds snel ontwikkelende techniek lastig. Misschien is de eerste stap om te kijken of de gemeenteraad gesproken heeft over de kaders voor Artificial Intelligence.

  • De greep die het bestuur er op heeft met helderheid waar welke verantwoordelijkheid ligt. Is dat duidelijk?
  • Zijn de risico’s in beeld en is bekend welke toepassingen er zijn en welke risico’s die hebben?
  • Zijn de ambtenaren getraind om de juiste vragen te stellen en herkennen ze de zwaktes van AI (hallucineren, vooroordelen)?
  • En is er een veilige omgeving om over het gebruik en mogelijke gevaren te praten?
  • Is bekend hoe leveranciers AI gebruiken en zit je vast aan één leverancier als je een AI toepassing kiest? 
  • En natuurlijk: de samenleving. Worden inwoners geïnformeerd over AI en worden ze betrokken? Is het gebruik transparant en kan je in beroep gaan?

Ik maakte een test voor deze vragen: hier

Bedenk wel: De test kan een eerste stap zijn, maar de echte uitdaging zit in de handhaving van die kaders wanneer de techniek de regelgeving inhaalt. Als Rekenkamer dat onderzoeken lijkt mij nog een flinke stap extra. Daar ben ik nog niet uit.


P.S. Misschien tevens een vraag: als gemeenten de test gebruiken, kunnen de uitkomsten dan gedeeld worden met mij? Dan kan er een overzicht ontstaan van de verschillende gemeenten!

donderdag 26 maart 2026

Fusie GroenLinks PvdA tot Progressief Nederland, en nu?

De fusie van GroenLinks en PvdA is rond, er is een nieuwe naam en de partij is bij de gemeenteraadsverkiezingen vaker de grootste geworden dan vier jaar geleden. En nu? Wat te doen, nu de fusie geen aanleiding is voor groei? Die naam gaat dat niet brengen. En aangezien de term uit het bedrijfsleven komt, wat zouden bedrijven doen bij zo’n fusie? De fusie heeft al plaatsgevonden, dus de lessen van gemankeerde fusies (begin met het Waarom) slaan we over

 De les uit de recente ontwikkelingen, bedrijfsleven en het verleden is dat schaalvergroting door fusie geen garantie is voor succes. Uiteindelijk zal de nieuwe partij meer kiezers moeten aanspreken èn moeten beseffen waarom de tijd van grote partijen voorbij is. Je merk moet meer fans krijgen. Wat zou de partij dan kunnen doen?

Ik hoor veel over "echt links" en zo. Mij zegt dat eigenlijk weinig. Ik zie juist dat partijen een authentiek en eigen profiel moeten hebben. "We zijn links" brengt niet per se stemmen op, "progressief" overigens ook niet. 

De naam Progressief Nederland is pas wervend als duidelijk is waarom mensen zich graag verbinden aan Progressief Nederland!

Waarom gaan mensen zich verbinden?
Hier zijn 8 lessen van het bedrijfsleven waar elke middenpartij wat aan kan hebben:

1. Besef dat de tijden van de grote dominante partijen voorbij zijn. De “grootste partij” in het parlement is kleiner dan ooit. De strategie is dan ook niet om deze realiteit te bestrijden met een poging tot het creëren van een nieuwe "grote" partij, maar om als middelgrote partij een zo groot mogelijk, herkenbaar en betrouwbaar eigen blok te vormen binnen dat gefragmenteerde landschap.
(Bedrijven zouden zeggen: Schaal wordt minder belangrijk dan merkhelderheid en klantloyaliteit)

2. Zorg dat je als partij gezien wordt als de echte eigenaar van dat thema: de issue-owner. Zoals de VVD dat altijd probeert met de auto, de PVV met asiel en anti-buitenlanders, FvD ook met asiel en behoud van “blank Nederland”. GroenLinks had dat alleen rond milieu. D66 won dan niet per se op inhoud, maar op presentatie. In een gefragmenteerde markt helpt een positieve, daadkrachtige en sympathieke uitstraling. D66 is een conjunctuurgevoelige partij met een enorm beweeglijke kiezersgroep: van Himmelhoch jauchzend, zum Tode betrübt. CDA kwam terug met redelijkheid en gematigdheid. Maar let op: ook het CDA haalt niet meer de aantallen uit de jaren 80.
(Bedrijven zouden zeggen: waar zit onze USP (unique selling proposition) en waar zijn we echt dominant?)

3. Wil je veel stemmen halen, dan moet je ook aansprekend zijn bij de middengroepen. Ook de middengroepen zoeken naar zekerheid rond de verzorgingsstaat die vooral PvdA en CDA opbouwden. De middengroepen hebben net als de onderlaag van de samenleving behoefte aan gelijkwaardigheid, zeggenschap en kansengelijkheid.
(Bedrijven zouden zeggen: we willen geen nicheplayer zijn, middengroepen zijn onze core-business.)

4. Ga niet alleen voor geld. Dan ontstaat er concurrentie die je niet per se wint. Misschien biedt de VVD de middengroepen meer, misschien biedt de SP de mensen aan de onderkant meer. Ga voor de greep op het eigen leven, omgeving, werk en gezondheid! Dat past bij de vaak emancipatoire kant die de PvdA bracht en past meer bij deze tijd waarin na jaren van liberaal beleid de onzekerheid toegenomen is.
(Bedrijven zouden zeggen: wat is de beleving bij ons product?)

5. Laat je niet alleen leiden door de thema’s die anderen aandragen, zorg dat je met voelsprieten in de samenleving op tijd nieuwe thema’s agendeert. Kiezers willen hun angsten en zorgen terugzien, maar ook binnen een vertaling die hen aanspreekt en verbind met een partij. Dat kan leiden tot nieuwe thema's en tot nieuwe manieren van politiek bedrijven.
(Bedrijven zouden zeggen dat productinnovatie nodig is om te overleven)

6. Haal meer uit samenwerking. Dat er geen grote partijen zijn, wil niet zeggen dat er geen goede samenwerkingscombinaties te vormen zijn. Afspraken rond onderhandelingen kunnen helpen om de invloed uit te breiden.
(Bedrijven zouden maar al te graag marktafspraken maken, maar dat mag niet).

7. Blijf ook bedrijfsmatig naar efficientie kijken. Wat kun je als middenpartij beter doen dan twee wat kleinere partijen? Denk aan steun aan lokale bestuurders en raadsleden, denk aan mobiliseren van mensen voor actie buiten het parlement en kijk naar betere communicatie met je leden en je kiezers via je eigen communicatielijnen. Wat is je online strategie nu je daar per lid veel goedkoper aan kan werken?
(Bedrijven zouden zeggen, waar zit onze efficiencywinst waardoor we beter en/of goedkoper zijn?)

8. Blijf bij het idealisme. Een partij die gaat voor de macht maar zonder concrete idealen heeft zijn functie verloren. Progressief klinkt mooi, maar vergeet niet voor het ideaal te blijven gaan, anders ben je inwisselbaar voor welke andere partij dan ook.
(Bedrijven zouden blijven kijken naar hun missie).

Een nieuwe naam is mooi, maar wat gaat de echte aansprekende vernieuwing en de strategie worden?