Het lijkt alsof solidariteit door grote groepen niet meer geaccepteerd wordt. Mensen trekken zich terug in eigen kring. De samenleving vergruist. Solidariteit en onze verzorgingsstaat lijkt iets voor linkse wereldverbeteraars. De andere kant is dat solidariteit door linkse politici nogal eens wordt uitgelegd als zorgen voor de ander, zonder aandacht te geven voor wederkerigheid: het idee dat degene die solidariteit nodig heeft het zijne doet om de inspanning en kosten te beperken. Daarom geef ik graag aandacht aan de begrippen “wederkerigheid” en “welbegrepen eigenbelang”.
Juist Nederland
moet dit kennen
Nederland is een mooi voorbeeld van goede
sociale voorzieningen die bijdragen aan de welvaart. In de
economische bloeitijd in de 17e eeuw hadden Hollandse
steden goede sociale voorzieningen. Denk aan het burgerweeshuis, de
bedeling, en oude mannen en vrouwenhuizen: investeringen in sociale
stabiliteit en een betrouwbare beroepsbevolking. De stadsbestuurders
van Amsterdam hielden die welbewust in stand, om te zorgen dat hun
stad voldoende arbeidskrachten aantrok.
Wederkerigheid
hoorde er altijd bij
Overigens was bij deze voorzieningen
ook sprake van wederkerigheid. De belangrijkste tegenprestatie was
gebed. In weeshuizen, hofjes en armenhuizen werden bewoners verplicht
dagelijks te bidden voor hun weldoeners (de regenten en hun
families). Weeskinderen werden niet alleen opgevangen; ze moesten ook
werken. Jongens leerden een ambacht (bijv. scheepstouw maken,
schoenen lappen), meisjes spinnen, naaien of kantklossen. Zij leerden
zo op hun manier een bijdrage te leveren aan de samenleving. De
opbrengst van hun arbeid ging naar het weeshuis. In de hofjes voor
oudere vrouwen konden zij gratis wonen, maar mantelzorg voor elkaar
en het schoonhouden van het hofje was verplicht. Bij toelating tot
een armenhuis of weeshuis legden bewoners vaak een eed af: zij
beloofden zich dankbaar te tonen, niet te bedelen, de regels te
gehoorzamen en – opnieuw – te bidden. Wie deze wederkerigheid
schond, kon worden uitgestoten.
Je zag het ook bij de eerste verzekeringen: wie brand kreeg, had te maken met zulke hoge kosten dat hij er aan onderdoor kon gaan. Daarom kwamen er onderlinge waarborgmaatschappijen om dat te dekken. Maar wie zelf geen aandacht gaf aan het voorkomen van brand werd daar op aangesproken.
Houdbare
verzorgingsstaat
Nu we te maken hebben met vergrijzing
waardoor de zorg, de AOW, de WW en de WIA meer gaat kosten en met mensen die vluchten
uit oorlog of gewoon een beter leven zoeken komt de vraag op tafel of
we moeten bezuinigen op onze verzorgingsstaat. Daar ben ik op zich
niet tegen, maar let dan wel op de uitgangspunten solidariteit
en daar is ie: wederkerigheid en het welbegrepen eigenbelang.
Het idee van welbegrepen eigenbelang kan je zien als de erkenning dat jouw eigenbelang op de lange termijn gebaat is bij een bloeiende samenleving, een duurzame leefomgeving of het welzijn van anderen. Dat is niet per se een linkse gedachte. Adam Smith (1723-1790) , Edmund Burke (1729 - 1797) en Alexis de Tocqueville (1805 - 1859) waren mensen die aandacht gaven aan dit idee of liever gezegd: dit mechanisme.
De complexere
samenleving
In het eind van de 19e eeuw werd de
samenleving losser, er was minder duidelijk dat we niet zonder elkaar
konden. Met de ingewikkeld wordende samenleving gaf ook Emile
Durkheim (1858 - 1917) aandacht aan het idee dat het belangrijk is te
beseffen dat we onderling afhankelijk zijn. Hij heeft zich als
wetenschapper vooral beziggehouden met het probleem van de sociale
cohesie. Zijn idee was dat solidariteit minder vanzelfsprekend was,
er was minder een collectief bewustzijn dan vroeger.
Weinig
verbinding, lossere samenleving
Dat zien we nu
eigenlijk weer. We zien dat er weinig verbinding is tussen
hoogopgeleide en praktisch opgeleide groepen, er is geen
overheersende religie meer, er leven verschillende culturen in een
land. Om de verzorgingsstaat in stand te houden is daarom welbegrepen
eigenbelang nodig. We moeten zien dat we allemaal baat hebben bij een
goede verzorgingsstaat, dat daarvoor niet alleen solidariteit nodig
is, maar ook wederkerigheid. De houdbare verzorgingsstaat is
er immers bij gebaat dat de mensen die meebetalen weten dat er op
gelet wordt dat mensen naar vermogen bijdragen om iets terug te doen.
Dat dat bij sommigen klein is, omdat de rek er uit is, moeten we dan
wel accepteren. En vluchtelingen kunnen dat niet op korte termijn,
maar ze willen maar wat graag aan het werk. Als veiligelanders zich
alleen opstellen als profiteurs passen ze er niet in.
Maar het echte gevaar voor de verzorgingsstaat zit wellicht eerder in het wegvallen van het besef van welbegrepen eigenbelang bij de bovenlaag dat zij de samenleving ook nodig hebben (denk aan goedopgeleide mensen, goede zorg, goede wegen, arbeidsrust).
Misschien kan een politiek programma dat daar aandacht aan geeft heel succesvol zijn. Iets voor een inbreng in een sociaal akkoord misschien?