donderdag 30 april 2026

De kwetsbaarheid van populistische regeringen

Met Trump aan het roer en Orban van het roer afgestoten kunnen we leren wat de zwakke kanten zijn van populistische regeringen. Wat moet er gebeuren om kiezers anders te laten stemmen?

Verandering is lastig
Allereerst moeten we onderkennen dat kiezers niet snel populistische partijen laten vallen. Door kiezers naar de mond te praten en weinig te geven om feiten is het lastig om kiezers de kwade kanten van het populisme te laten zien. De leiders worden nu eenmaal vaak gezien als helden en sterke mannen. Gaat er iets fout, dan ligt dat aan anderen: vorige regeringen hebben het deze regering lastig gemaakt. De gemiddelde kiezer heeft ook weinig geheugen voor waar eerdere regeringen voor stonden en winst onder de andere regeringen wordt snel vergeten, terwijl verlies niet snel vergeten en vergeven wordt. Populistische partijen floreren bij het aanwijzen van zondebokken en veel kiezers vinden dat prachtig. Daarnaast proberen ze ongegeneerd de macht te bestendigen door het rechtssysteem naar hun hand te zetten. Daar zijn ze beter in dan niet populistische partijen omdat niet-populisten ook ruimte geven aan tegenstanders omdat ze de kracht van tegenspraak waarderen. In Polen hebben ze er een flinke kluif aan.

Wat kan er dan wel mis gaan waardoor populisten steun verliezen?
1. Corruptie. Populisten trekken zich weinig aan van algemene rechtsregels. Die zitten alleen maar beleid in de weg. Je moet rekening houden met minderheden, terwijl je juist stevig wil doorpakken! Maar als je eenmaal rechtsregels terzijde schuift wordt je veel kwetsbaarder voor corruptie. Je probeert niet de dingen te veranderen door netjes de beste mensen te benoemen voor bepaalde moeilijke taken, je zal vrienden moeten benoemen op essentiele plekken. Die moet je vervolgens wat gunnen. Het is lastig om via nette wetten dingen te veranderen: je hebt steun nodig van je vriendjes in de media, van rechters, van ondernemers. Elke regering is kwetsbaar, maar populisten zijn kwetsbaarder dan anderen. Bij Trump zagen we het met de cryptocowbows en de mediatycoons. Orban verloor door dit onderwerp (en achterblijvende economische groei ten opzichte van andere Oosteuropese landen).

2. Inflatie. Populisten houden niet van ingrepen die op de korte termijn pijn doen, maar belangrijk zijn voor de lange termijn. Anderen ook niet, maar die zijn eerder bereid iets te doen in het algemeen belang in de toekomst. Daardoor lopen de schulden gemiddeld genomen harder op onder populistische regeringen. Je geeft liever wat meer geld uit dan dat je bezuinigt en bezuinigen op uitgaven voor je zondebok houdt na verloop van tijd op. Bij de PVV hebben ze het geld voor ontwikkelingssamenwerking als 10 keer uitgegeven als dekking voor populistische uitgaven. Steeds als een door de PVV gesteund kabinet moest bezuinigen trok Wilders de stekker er uit. Trump hoeft geen rekening te houden met coalitiepartners dus de uitgaven zijn daar al lang door het plafond geschoten. (De sterke man als bezuiniger komt pas aan de macht nadat het uit de hand gelopen is (door anderen die de schuld krijgen)).

3. Uitblijven van resultaten. Wat werkt hoeft niet altijd hetzelfde te zijn als wat het publiek graag ziet. Hard optreden tegen misdaad is niet altijd het beste medicijn. Het gaat om een combinatie van hard straffen van onverbeterlijken en de goede kant op sturen van mensen die de eerste stappen zetten op het verkeerde pad. Oorlogen starten helpt niet per se tegen foute regimes. Ruimte geven voor bevriende ondernemers hoeft niet te leiden tot een sterkere economie. Overigens heeft Trump wel wat fabrieken binnengehaald en ruimbaan geven aan olie boringen gaat eerder ten koste van het klimaat dan van zijn kiezers. Maar op de langere termijn doet zijn beleid veel schade, zie 4.

4. Economische schade door wantrouwen. Wanneer buitenlandse overheden, investeerders en consumenten vertrouwen hebben in de stabiliteit, rechtszekerheid en betrouwbaarheid van jouw land, verlaagt dat risico’s en transactiekosten. Dit leidt tot meer buitenlandse directe investeringen, omdat bedrijven durven te bouwen aan fabrieken, kantoren of infrastructuur. Ook kopen buitenlandse partijen gemakkelijker jouw exportproducten, omdat ze kwaliteit en naleving van afspraken verwachten. Daarnaast zorgt vertrouwen voor een stabiele munt en lagere rentes op internationale kapitaalmarkten, waardoor lenen goedkoper wordt.

5. Welzijnsschade door minder vertrouwen. Afnemend vertrouwen binnen een samenleving tast het welzijn direct aan. Wanneer mensen elkaar of andere landen niet meer vertrouwen, stijgen stress en onzekerheid. Dit leidt tot sociale spanningen, polarisatie en minder samenwerking. In een wantrouwige omgeving worden onderlinge hulp, vrijwilligerswerk en gedeelde voorzieningen ondermijnd. Mensen trekken zich terug in eigen kring, wat eenzaamheid en sociale isolatie vergroot.

Kortom: de kwetsbaarheid van populisten zit hem in schade op de lange termijn.

Maar het is een taaie zaak
Grootste probleem is dat ze hun macht bestendigen door het rechtssysteem en de media in te zetten voor behoud van de macht. Bovendien gaat economische neergang (of minder welvaartsgroei hebben dan andere landen) en afnemend welzijn traag en wordt het daardoor niet altijd zo gevoeld. 

Reken dus niet op vanzelfsprekend verval van populistische partijen. Tenslotte blijven de populisten proberen altijd te wijzen naar anderen als de boosdoeners.


donderdag 9 april 2026

Huurders door de patatsnijder of bewonersparticipatie 2.0


Het Trendbeeld Woningcorporaties van SVWN (stichting Visitatie Woningcorporaties Nederland) ging dit jaar over bewonersparticipatie 2.0. Ik fietste naar Kanaleneiland waar het trendbeeld besproken werd. Hoewel de groep niet groot was, waren behoorlijk wat huurders van huurdersorganisaties en de Woonbond aanwezig. Daar bleek de grote betrokkenheid van huurders en de waarde voor hen om mee te kunnen doen en de behoefte om mee te kunnen beslissen.

Bewonersreis
Mooi voorbeeld van waardevolle participatie was de ‘bewonersreis’. Bij grote projecten rondom renovatie en leefbaarheid gebruikt De Goede Woning uit Zoetermeer de bewonersreis in 56 stappen. Per fase is inzichtelijk wat de stap betekent voor bewoners en bewoners worden betrokken in het ontwerp waardoor bewoners bij uitstek hun eigen ervaringen en wensen in kunnen brengen. Je ziet dan dat een woningcorporatie die de huurders serieus neemt ook een sneller een huurdersvereniging krijgt die een waardevolle partner is.

Tough love en de huurdersbelangenorganisatie
Ook een mooi voorbeeld, vooral heel dapper, leverden Paul Kouijzer bestuurder van TBV Wonen uit Tilburg en Erik Baak, de voorzitter van de huurdersbelangenorganisatie. In Tilburg waren de verhoudingen tussen woningcorporatie en huurdersorganisatie nogal verstoord. Niet altijd is de huurdersvereniging een goed functionerende partner. De woningcorporatie vond dat ze de huurdersvereniging echt serieus moest nemen en dat betekende dat er ook aan de vereniging eisen gesteld moesten worden: niet alleen de woningcorporatie, ook de huurdersvereniging moest zich houden aan de samenwerkingsovereenkomst. Ze stelde eisen aan de verantwoording van de gelden en de adviezen, een soort Though Love. Het leidde verrassend genoeg tot grote verbetering: de governance werd op orde gebracht, er werd serieus en heel uitgebreid gezocht naar goede bestuursleden en de huurdersorganisatie werd op orde gebracht. Niet minder kritisch, wel in staat tot goede samenwerking en verantwoord bestuur. 

Verrassend voor mij: er was ook vastgelegd dat er een maximale zittingsduur kwam voor bestuursleden van de huurdersbelangenorganisatie! Maar al te vaak maak ik mee dat mensen met enorme inzet er heel lang blijven zitten, waardoor de drempel voor nieuwe bestuursleden hoger wordt. Nieuwe mensen twijfelen: die man die er al zo lang zit weet al zoveel, die doet het altijd op zijn manier, is het niet een stoffige bedoening, zo’n bestuur?

Diverse middelen gebruiken
Evert Bartlema, van de RvC van Bo-Ex gaf aan hoeveel mogelijkheden er zijn om formeel en informeel te participeren. Het hoeft niet alleen via het bestuur van een huurdersorganisatie. Denk ook aan themawerkgroepen met tijdelijke inzet rond een probleem, aan wijkschouwen, aan eigen (digitale) onderzoeken door de huurdersorganisatie of samenwerking met de huurdersorganisatie bij het onderzoek door de woningcorporatie, aan gerichte klankbordgroepen en themadiscussies. Binnen de huidige structuur is veel meer mogelijk dan je denkt en daarbij kan je dan veel beter aansluiten op de wens van bewoners om op hun manier een bijdrage te leveren.

Disempowerment
Toch zat mij iets dwars. De huurdersparticipatie werd gezien als emancipatie. Dat gaat voorbij aan de geschiedenis van de woningbouwverenigingen. Heel veel woningcorporaties zijn gestart als een vereniging waarin de huurders het echt voor het zeggen hadden, zelf konden beslissen en zelf leerden verantwoordelijkheid te nemen en soms ook te kiezen tussen kwaden. Die directe macht van huurders is verdwenen, het zijn stichtingen geworden. Bij huurders zie ik dan ook geen emancipatie, eerder een de-emancipatie: ze zijn vertrokken uit de cockpit. Een soort 'ontmachtiging', in plaats van empowerment - wat we nu proberen te verbeteren- was er een proces van disempowerment. Ja, de woningcorporaties werden veel professioneler. Waarschijnlijk kon het ook niet meer in de huidige grootte, met de huidige regels. Maar wat kunnen huurders nu zelf nog beslissen? 

Daar is best wat te winnen. Misschien willen ze het recht om een directeur-bestuurder weg te sturen na 4 jaar van disfunctioneren? En kijk naar de organisatiekracht van de bewoners: Corporaties zouden bewoners -daar waar organisatiekracht is- de mogelijkheid kunnen bieden zelf kleine reparaties uit te voeren in de collectieve ruimten en de besparing die dat oplevert stoppen in een buurtpot. Er zijn ook al wooncomplexen waar dat mogelijk is. Dat zijn verdergaande voorbeelden van participatie. Die vergroten de sociale samenhang en de leefbaarheid.

De participatie als patatsnijder
Nog iets zat mij dwars. Ik zie participatie vaak als een patatsnijder. Het idee is dat burgers participeren, maar dan worden ze eerst door de patatsnijder gehaald. Je bent daarna uiteengevallen in partjes: de huurder, de stemmer, de buurtbewoner, de mantelzorger, de oudere, de gehandicapte, de ouder van kinderen, … zo zijn er veel verschillende patatjes die uit een aardappel gehaald worden. Dat bleek ook hier weer. In het trendbeeld heette dat “het beperkt perspectief van bewoners”: opgemerkt werd in het trendbeeld ‘de bredere corporatiebelangen blijven uit beeld’. De participatie gaat over de huurder die participeert met de woningcorporatie. Maar hoe zit het dan met de participatie van de corporatie met de huurders? De ‘corporatieparticipatie’, waarbij het nadeel is dat de corporatie juist een beperkt perspectief heeft en de brede bewonersbelangen uit beeld blijven.

Ook daar zijn mooie voorbeelden van!

Denk aan Ruwaard,een wijk bij Oss. Als iemand een vraag of probleem heeft, volgt een gesprek thuis waarin alles in samenhang wordt besproken. daarbij gaat het niet alleen over zorg, maar ook over bijvoorbeeld wonen en schulden. Een burenruzie of ernstige overlast kan leiden tot een vraag aan een corporatie om in te grijpen, maar kan ook aanleiding zijn te kijken wat er achter die ruzie zit. Dan komt de vraag op wie wat kan doen: is het iets voor de zorg? de schuldhulpverlening? de woningcorporatie? Veel efficienter èn effectiever. Wat hier gebeurt is dat de bewoner niet door de patatsnijder gehaald wordt, maar gekeken wordt hoe diverse organisaties kunnen aansluiten bij de bewoners en hun perspectief kunnen verbreden. Woningcorporatie Brabant Wonen is betrokken.

Denk aan de Smederijen van Hoogeveen. De Smederijen van Hoogeveen zijn geen fysieke smidse-werkplaatsen, maar een uniek samenwerkingsverband tussen inwoners, de gemeente en maatschappelijke organisaties om de leefbaarheid in wijken en dorpen te vergroten. Ze fungeren als de "oren en ogen" van de buurt, waarbij bewoners zelf het voortouw nemen bij lokale projecten en verbeteringen. Ook hier worden de bewoners niet eerst door de patatsnijder gehaald. Woningcorporaties Domesta Actium en Woonconcept zijn betrokken.

Ken de bewoners, hun krachten en hun zwakten 
Hoe participeren de corporaties eigenlijk in het leven en wonen van bewoners? Als je daar naar kijkt zie je dat de ene corporatie daar veel beter in slaagt dan de ander, vaak zijn kleinere corporaties daar veel beter in omdat de ze bewoners en hun krachten en zwakten echt kennen. Ik zag dat bij woningcorporatie Berg en Terblijt (nu niet meer zelfstandig) die nadacht hoe bewoners te overtuigen in te stemmen met verduurzaming van daken van de woningen. De huurdersvertegenwoordiging bracht in dat hulp bij het leegruimen van de zolder heel goed zou aansluiten bij de twijfel van huurders om mee te doen. Dat deed de woningstichting. Ineens nam de bereidheid mee te doen aan verduurzaming van de daken toe! Ik zag bij Woningstichting Heteren hoe de huurders een eigen taak op zich namen: de corporatie neemt geen activiteiten van huurders over, maar stelt hen in staat om activiteiten te ontwikkelen. Bijvoorbeeld na ergernis van huurders over verwaarloosde tuinen waarbij de bewoners dit zelf oppakten in samenwerking met de huurdersvereniging en de gemeente.

Zo is er nog altijd veel te winnen van goede voorbeelden uit de sector.

dinsdag 31 maart 2026

Grip op AI voor gemeenteraden

Onlangs mocht ik een bijeenkomst bij BMC  bezoeken over ‘Grip op AI voor rekenkamers’. Ik vond het lastig, want het gebruik van AI is zich nog aan het ontwikkelen. Inmiddels merkt vrijwel iedereen hoe handig het is. Maar er dringt ook door dat er nadelen verbonden zijn. AI blijkt te hallucineren, citaten te verzinnen. Ik las laatst dat een docent altijd zijn leerlingen vroeg om creatieve oplossing voor een probleem te vinden. Daar kwam vroeger heel veel uit. Met AI blijkt daar weinig uit te komen: heel veel leerlingen komen met precies de zelfde AI-oplossing. En we hebben inmiddels ervaring met algoritmen die vooroordelen hebben, hoe zorg je dat je er achter blijft komen dat vooroordelen een rol spelen?

BMC benoemde Kennis over AI als eerste succesfactor. Het bureau had onderzoek gedaan en de deelnemende gemeenten die veel technische kennis en capaciteit in huis hebben, zijn gemakkelijker in staat om zelf AI-projecten op te zetten. Het verhogen van bewustwording en geletterdheid op het gebied van AI en algoritmen kan bijdragen aan een verantwoorde inzet

Uiteindelijk kwamen bij mij vooral vragen op. Hoe gaan raadsleden er mee om? Moet je een programmeur worden om je controlerende taak uit te voeren? Zeker niet! Juist niet! Ondanks de succesfactor die BMC aangeeft dat technische kennis veel helpt. We hebben niet voor niets lekenbestuur en de kaders worden niet door experts gemaakt. Gebruik de inhoudelijke hulp, maar blijf zelf aan het roer. Hier zijn drie vuistregels voor de bezorgde volksvertegenwoordiger.

1. AI is een middel, geen doel op zich. Waar is het gebruik van AI een oplossing voor? Voor standaardtaken zoals controleren of een aanvraag correct en compleet is? Dat kan heel handig zijn. Ook als raadslid heb je er veel aan. Gebruik AI om de bergen informatie die op je afkomen als raadslid te filteren, maar blijf zelf degene die de politieke weging maakt: dat is je hoofdtaak.

2. Wees alert op de 'Black Box' en Bias. We zagen dat AI best veel standaard voorbereiding kan doen. Maar tot waar gaat dat? Om van het begin tot het eind een aanvraag te behandelen en goed of af te keuren? Dat gaat te ver. Als de algoritmen vooroordelen bevatten, neemt de computer die klakkeloos over. Dit kan leiden tot onbedoelde discriminatie, bijvoorbeeld bij de controle op fraude of het toekennen van subsidies.

3. Omarm de kansen. Heel veel maatwerk verdwijnt uit het zicht door standaardtaken. AI zou juist kunnen helpen om meer tijd vrij te maken waar het er toe doet. Als raadslid bijvoorbeeld om contact met mensen te houden. Minder bureaucreatie en snellere reactietijden betekenen meer tijd voor wat er écht toe doet: contact met de inwoners. Maar blijf kritisch: de vraag blijft of AI niet juist de afstand tussen burger en overheid vergroot door processen verder te dehumaniseren. Kijk hoe AI de publieke waarden ondersteunt in plaats van ondergraaft.

Kaders voor AI?
Hoe moet je nu als rekenkamer naar AI kijken? Dat vond ik voor zo'n zich nog steeds snel ontwikkelende techniek lastig. Misschien is de eerste stap om te kijken of de gemeenteraad gesproken heeft over de kaders voor Artificial Intelligence.

  • De greep die het bestuur er op heeft met helderheid waar welke verantwoordelijkheid ligt. Is dat duidelijk?
  • Zijn de risico’s in beeld en is bekend welke toepassingen er zijn en welke risico’s die hebben?
  • Zijn de ambtenaren getraind om de juiste vragen te stellen en herkennen ze de zwaktes van AI (hallucineren, vooroordelen)?
  • En is er een veilige omgeving om over het gebruik en mogelijke gevaren te praten?
  • Is bekend hoe leveranciers AI gebruiken en zit je vast aan één leverancier als je een AI toepassing kiest? 
  • En natuurlijk: de samenleving. Worden inwoners geïnformeerd over AI en worden ze betrokken? Is het gebruik transparant en kan je in beroep gaan?

Ik maakte een test voor deze vragen: hier

Bedenk wel: De test kan een eerste stap zijn, maar de echte uitdaging zit in de handhaving van die kaders wanneer de techniek de regelgeving inhaalt. Als Rekenkamer dat onderzoeken lijkt mij nog een flinke stap extra. Daar ben ik nog niet uit.


P.S. Misschien tevens een vraag: als gemeenten de test gebruiken, kunnen de uitkomsten dan gedeeld worden met mij? Dan kan er een overzicht ontstaan van de verschillende gemeenten!