dinsdag 31 maart 2026

Grip op AI voor gemeenteraden

Onlangs mocht ik een bijeenkomst bij BMC  bezoeken over ‘Grip op AI voor rekenkamers’. Ik vond het lastig, want het gebruik van AI is zich nog aan het ontwikkelen. Inmiddels merkt vrijwel iedereen hoe handig het is. Maar er dringt ook door dat er nadelen verbonden zijn. AI blijkt te hallucineren, citaten te verzinnen. Ik las laatst dat een docent altijd zijn leerlingen vroeg om creatieve oplossing voor een probleem te vinden. Daar kwam vroeger heel veel uit. Met AI blijkt daar weinig uit te komen: heel veel leerlingen komen met precies de zelfde AI-oplossing. En we hebben inmiddels ervaring met algoritmen die vooroordelen hebben, hoe zorg je dat je er achter blijft komen dat vooroordelen een rol spelen?

BMC benoemde Kennis over AI als eerste succesfactor. Het bureau had onderzoek gedaan en de deelnemende gemeenten die veel technische kennis en capaciteit in huis hebben, zijn gemakkelijker in staat om zelf AI-projecten op te zetten. Het verhogen van bewustwording en geletterdheid op het gebied van AI en algoritmen kan bijdragen aan een verantwoorde inzet

Uiteindelijk kwamen bij mij vooral vragen op. Hoe gaan raadsleden er mee om? Moet je een programmeur worden om je controlerende taak uit te voeren? Zeker niet! Juist niet! Ondanks de succesfactor die BMC aangeeft dat technische kennis veel helpt. We hebben niet voor niets lekenbestuur en de kaders worden niet door experts gemaakt. Gebruik de inhoudelijke hulp, maar blijf zelf aan het roer. Hier zijn drie vuistregels voor de bezorgde volksvertegenwoordiger.

1. AI is een middel, geen doel op zich. Waar is het gebruik van AI een oplossing voor? Voor standaardtaken zoals controleren of een aanvraag correct en compleet is? Dat kan heel handig zijn. Ook als raadslid heb je er veel aan. Gebruik AI om de bergen informatie die op je afkomen als raadslid te filteren, maar blijf zelf degene die de politieke weging maakt: dat is je hoofdtaak.

2. Wees alert op de 'Black Box' en Bias. We zagen dat AI best veel standaard voorbereiding kan doen. Maar tot waar gaat dat? Om van het begin tot het eind een aanvraag te behandelen en goed of af te keuren? Dat gaat te ver. Als de algoritmen vooroordelen bevatten, neemt de computer die klakkeloos over. Dit kan leiden tot onbedoelde discriminatie, bijvoorbeeld bij de controle op fraude of het toekennen van subsidies.

3. Omarm de kansen. Heel veel maatwerk verdwijnt uit het zicht door standaardtaken. AI zou juist kunnen helpen om meer tijd vrij te maken waar het er toe doet. Als raadslid bijvoorbeeld om contact met mensen te houden. Minder bureaucreatie en snellere reactietijden betekenen meer tijd voor wat er écht toe doet: contact met de inwoners. Maar blijf kritisch: de vraag blijft of AI niet juist de afstand tussen burger en overheid vergroot door processen verder te dehumaniseren. Kijk hoe AI de publieke waarden ondersteunt in plaats van ondergraaft.

Kaders voor AI?
Hoe moet je nu als rekenkamer naar AI kijken? Dat vond ik voor zo'n zich nog steeds snel ontwikkelende techniek lastig. Misschien is de eerste stap om te kijken of de gemeenteraad gesproken heeft over de kaders voor Artificial Intelligence.

  • De greep die het bestuur er op heeft met helderheid waar welke verantwoordelijkheid ligt. Is dat duidelijk?
  • Zijn de risico’s in beeld en is bekend welke toepassingen er zijn en welke risico’s die hebben?
  • Zijn de ambtenaren getraind om de juiste vragen te stellen en herkennen ze de zwaktes van AI (hallucineren, vooroordelen)?
  • En is er een veilige omgeving om over het gebruik en mogelijke gevaren te praten?
  • Is bekend hoe leveranciers AI gebruiken en zit je vast aan één leverancier als je een AI toepassing kiest? 
  • En natuurlijk: de samenleving. Worden inwoners geïnformeerd over AI en worden ze betrokken? Is het gebruik transparant en kan je in beroep gaan?

Ik maakte een test voor deze vragen: hier

Bedenk wel: De test kan een eerste stap zijn, maar de echte uitdaging zit in de handhaving van die kaders wanneer de techniek de regelgeving inhaalt. Als Rekenkamer dat onderzoeken lijkt mij nog een flinke stap extra. Daar ben ik nog niet uit.


P.S. Misschien tevens een vraag: als gemeenten de test gebruiken, kunnen de uitkomsten dan gedeeld worden met mij? Dan kan er een overzicht ontstaan van de verschillende gemeenten!

donderdag 26 maart 2026

Fusie GroenLinks PvdA tot Progressief Nederland, en nu?

De fusie van GroenLinks en PvdA is rond, er is een nieuwe naam en de partij is bij de gemeenteraadsverkiezingen vaker de grootste geworden dan vier jaar geleden. En nu? Wat te doen, nu de fusie geen aanleiding is voor groei? Die naam gaat dat niet brengen. En aangezien de term uit het bedrijfsleven komt, wat zouden bedrijven doen bij zo’n fusie? De fusie heeft al plaatsgevonden, dus de lessen van gemankeerde fusies (begin met het Waarom) slaan we over

 De les uit de recente ontwikkelingen, bedrijfsleven en het verleden is dat schaalvergroting door fusie geen garantie is voor succes. Uiteindelijk zal de nieuwe partij meer kiezers moeten aanspreken èn moeten beseffen waarom de tijd van grote partijen voorbij is. Je merk moet meer fans krijgen. Wat zou de partij dan kunnen doen?

Ik hoor veel over "echt links" en zo. Mij zegt dat eigenlijk weinig. Ik zie juist dat partijen een authentiek en eigen profiel moeten hebben. "We zijn links" brengt niet per se stemmen op, "progressief" overigens ook niet. 

De naam Progressief Nederland is pas wervend als duidelijk is waarom mensen zich graag verbinden aan Progressief Nederland!

Waarom gaan mensen zich verbinden?
Hier zijn 8 lessen van het bedrijfsleven waar elke middenpartij wat aan kan hebben:

1. Besef dat de tijden van de grote dominante partijen voorbij zijn. De “grootste partij” in het parlement is kleiner dan ooit. De strategie is dan ook niet om deze realiteit te bestrijden met een poging tot het creëren van een nieuwe "grote" partij, maar om als middelgrote partij een zo groot mogelijk, herkenbaar en betrouwbaar eigen blok te vormen binnen dat gefragmenteerde landschap.
(Bedrijven zouden zeggen: Schaal wordt minder belangrijk dan merkhelderheid en klantloyaliteit)

2. Zorg dat je als partij gezien wordt als de echte eigenaar van dat thema: de issue-owner. Zoals de VVD dat altijd probeert met de auto, de PVV met asiel en anti-buitenlanders, FvD ook met asiel en behoud van “blank Nederland”. GroenLinks had dat alleen rond milieu. D66 won dan niet per se op inhoud, maar op presentatie. In een gefragmenteerde markt helpt een positieve, daadkrachtige en sympathieke uitstraling. D66 is een conjunctuurgevoelige partij met een enorm beweeglijke kiezersgroep: van Himmelhoch jauchzend, zum Tode betrübt. CDA kwam terug met redelijkheid en gematigdheid. Maar let op: ook het CDA haalt niet meer de aantallen uit de jaren 80.
(Bedrijven zouden zeggen: waar zit onze USP (unique selling proposition) en waar zijn we echt dominant?)

3. Wil je veel stemmen halen, dan moet je ook aansprekend zijn bij de middengroepen. Ook de middengroepen zoeken naar zekerheid rond de verzorgingsstaat die vooral PvdA en CDA opbouwden. De middengroepen hebben net als de onderlaag van de samenleving behoefte aan gelijkwaardigheid, zeggenschap en kansengelijkheid.
(Bedrijven zouden zeggen: we willen geen nicheplayer zijn, middengroepen zijn onze core-business.)

4. Ga niet alleen voor geld. Dan ontstaat er concurrentie die je niet per se wint. Misschien biedt de VVD de middengroepen meer, misschien biedt de SP de mensen aan de onderkant meer. Ga voor de greep op het eigen leven, omgeving, werk en gezondheid! Dat past bij de vaak emancipatoire kant die de PvdA bracht en past meer bij deze tijd waarin na jaren van liberaal beleid de onzekerheid toegenomen is.
(Bedrijven zouden zeggen: wat is de beleving bij ons product?)

5. Laat je niet alleen leiden door de thema’s die anderen aandragen, zorg dat je met voelsprieten in de samenleving op tijd nieuwe thema’s agendeert. Kiezers willen hun angsten en zorgen terugzien, maar ook binnen een vertaling die hen aanspreekt en verbind met een partij. Dat kan leiden tot nieuwe thema's en tot nieuwe manieren van politiek bedrijven.
(Bedrijven zouden zeggen dat productinnovatie nodig is om te overleven)

6. Haal meer uit samenwerking. Dat er geen grote partijen zijn, wil niet zeggen dat er geen goede samenwerkingscombinaties te vormen zijn. Afspraken rond onderhandelingen kunnen helpen om de invloed uit te breiden.
(Bedrijven zouden maar al te graag marktafspraken maken, maar dat mag niet).

7. Blijf ook bedrijfsmatig naar efficientie kijken. Wat kun je als middenpartij beter doen dan twee wat kleinere partijen? Denk aan steun aan lokale bestuurders en raadsleden, denk aan mobiliseren van mensen voor actie buiten het parlement en kijk naar betere communicatie met je leden en je kiezers via je eigen communicatielijnen. Wat is je online strategie nu je daar per lid veel goedkoper aan kan werken?
(Bedrijven zouden zeggen, waar zit onze efficiencywinst waardoor we beter en/of goedkoper zijn?)

8. Blijf bij het idealisme. Een partij die gaat voor de macht maar zonder concrete idealen heeft zijn functie verloren. Progressief klinkt mooi, maar vergeet niet voor het ideaal te blijven gaan, anders ben je inwisselbaar voor welke andere partij dan ook.
(Bedrijven zouden blijven kijken naar hun missie).

Een nieuwe naam is mooi, maar wat gaat de echte aansprekende vernieuwing en de strategie worden?

donderdag 19 maart 2026

Whatever the problem, community is the answer?

Helpen burgerberaden, participatieverordeningen met burgers ontwikkeld, uitdaagrechten, burgerbegrotingen en burgeraudits tegen de golf van steun voor autocratische tendenzen? De angst is steeds dat de democratie afbrokkelt, ik hoor vaak dat het antwoord is: meer democratie. Gaat dat inderdaad helpen? En: moet dat met deze innovatieve methoden?

Whatever the problem, community is the answer!
“Whatever the problem, community is the answer” is de leus van Meg Whaetley die in de kringen van participatiefans nogal rondzingt. Wat het probleem ook is, de gemeenschap is het antwoord! Ik weet dat het rondzingt omdat ik zelf fan ben van participatie, maar van deze uitspraak krijg ik altijd de kriebels. Dat gaat geen dijken vormen tegen de afkalving van de democratie.

Er zijn veel gemeenschappen
Probleem is: De gemeenschap bestaat niet, er zijn heel veel gemeenschappen met steeds minder mensen die de verbinding verzorgen tussen de gemeenschappen. Het is eigenlijk het spiegelbeeld van - en net zo verkeerd als - de mensen die steeds spreken over “het Volk wil dit of dat niet”. Er is niet één gemeenschap met één wil. In een wijk bestaan vele, soms overlappende gemeenschappen: ouderen die de wijk zien veranderen, jonge gezinnen die een leven opbouwen, ondernemers die ruimte willen om te ondernemen, nieuwkomers die hun plek moeten vinden. Wat voor de één de oplossing is, kan voor de ander een probleem zijn. De uitspraak verdoezelt machtsverschillen en tegenstellingen. En kijk naar de ouderen en zie binnen zo’n groep de grote verschillen. De 'gemeenschap als oplossing' kan zo de stem van de luidste of meest georganiseerde groep zijn, ten koste van een stille minderheid of afgehaakte groepen.

Theoretisch opgeleiden oververtegenwoordigd
Theoretisch opgeleiden en mensen met meer sociaaleconomische middelen zijn vaak oververtegenwoordigd bij participatiebijeenkomsten en initiatieven vanuit “de gemeenschap”, terwijl in demonstraties waarin woede tot uiting komt mensen komen die zich niet op een participatieavond vertonen. En dat is nog niet genoeg. Om de representativiteit te toetsen vergeet men vaak dat de groepen waar we deel van uitmaken – zoals familie, vrienden, collega’s, buurtgenoten en gelijkgestemden – richting geven aan wat we belangrijk vinden, hoe we ons gedragen en hoe we onszelf zien. Dan helpt het niet altijd om te zien of er praktisch opgeleiden aan een burgerberaad meedoen om te zien of de groep representatief is.

Framing
Ondertussen hebben sociale media een grotere invloed op meningen en gedachten. Wie door algoritmen steeds criminaliteit van bepaalde groepen langs ziet komen, vertrouwt niet meer op de wetenschapper die zegt dat het anders is. Alle asielzoekers worden op een hoop gegooid met veiligelanders (die inderdaad oververtegenwoordigd zijn in de criminaliteitscijfers). Ook de gedachte dat geen ander land meer asielzoekers opvangt dan Nederland wordt zo vastgezet in de hoofden. Of juist het tegenovergestelde: wie alsmaar vriendelijke asielzoekers ziet denkt dat asielzoekers niet zijn oververtegenwoordigd in de criminaliteitscijfers. En dan hebben we het nog niet eens over bewust verdraaien van feiten door politici die hun aanhang kunnen ophitsen.

Meer dan vroeger is er affectieve polarisatie
Met elkaar in gesprek gaan dan maar? Van dialoog tussen verschillende groepen is al lang geen sprake meer. Misschien wel het meest lastige probleem is wat affectieve polarisatie heet. Affectieve polarisatie is het proces waarbij burgers met tegengestelde politieke of maatschappelijke standpunten elkaar steeds negatiever gaan bejegenen, gekenmerkt door sterke emoties, antipathie en wantrouwen. Het gaat minder om inhoudelijke meningsverschillen en meer om het emotioneel afzetten tegen de 'andere groep' (wij-zij-denken).

Het representatieve Nederlandse systeem stelt zoeken naar consensus centraal. Met name de stemmers op populistische partijen scoren in hun oordeel over andere partijen duidelijk negatiever over de kiezers van andere partijen en dat negatieve oordeel is wederzijds. De groepen die populistisch stemmen zullen dan ook minder gemakkelijk in gesprek gaan met de andere groepen door die wederzijdse polarisatie. Wanneer de negatieve waardering toeneemt zal de bereidheid om compromissen te sluiten afnemen: kiezers zullen er geen begrip voor hebben. Dat zagen we terug bij de populistische houding van de VVD in de hoop om stemmen te winnen van rechtspopulistische partijen. De meeste kiezers steunden uitsluiting van GroenLinks PvdA niet, maar de kiezers van de VVD en rechtser juist wel.

Het bestrijden van emoties met argumenten?
Eigenlijk blijft het idee van meer democratie hangen in de gedachte dat de democratie zo goed is dat alle wantrouwen overwonnen wordt met democratie. Een soort “we leggen het nog een keer uit aan de mensen die voor de sterke leider zijn”. Dat idee ontkent hoe diep de combinatie van wantrouwen in het systeem en geloof in krachtige leiders werkt. Het heeft weinig zin om emoties te bestrijden met argumenten. De korte quote over “de Tsunami van asielzoekers” overwint altijd het doorwrochte betoog over de aantallen, het belang van solidariteit, internationaal recht en menselijkheid. De Tsunami geeft het beeld van een niet tegen te houden golf die alles zal wegspoelen. En dat valt bij specifieke groepen in een vruchtbare bodem!

Grip en doordacht sociaal beleid
Grote groepen burgers hebben weinig gevoel van grip op hun leven en hebben te maken met groeiende onzekerheid, gaf de WRR aan in het rapport Grip. Deze onzekerheid gaat over veel meer dan een laag of onregelmatig inkomen. Ze gaat ook over zorg, wonen en leefomgeving. Een gevoel dat hun persoonlijke controle bedreigd wordt (achteruit gaat) leidt tot meer geloof in sterke leider, meer polarisatie en meer geloof in complotten (omvolking, vaccins). Daar spelen populistische partijen dus perfect op in. Deze mensen zullen ook eerder geneigd zijn tot het aanwijzen van zondebokken. hier 

Zet je alles op een rij dan is er geen reden te denken dat op participatiebijeenkomsten veel kans is op een echte dialoog. Even los van het feit dat het goed is om beter naar elkaar te luisteren om elkaar te begrijpen, in plaats van om een discussie te winnen.

Het beste medicijn is mensen greep geven op het eigen leven rond wonen, werk en inkomen om vervolgens minder onzeker te zijn en ruimte te krijgen om vertrouwen op te bouwen in de overheid en de democratie. Doordacht sociaal beleid dus!

Het vraagt niet een paternalistische overheid die alle onderzekerheid weghaalt. Maar het vraagt wel om sociaal beleid en een democratie die ook gaat over economische democratie (grip op je werk), grip op je gezondheid, veiligheid en bestaanszekerheid. 

Dat is een veel beter medicijn dan burgerberaden, participatieverordeningen, uitdaagrechten, burgerbegrotingen en burgeraudits.