woensdag 10 juni 2026

Duurzame burgerkracht, wat is nodig?

Ik zie heel veel vrolijke en enthousiaste projecten die door gewone mensen in diverse buurten worden opgestart. Heel veel lijken in een soort honeymoon-stemming te zitten: enthousiasme dat het lukt om te verbinden en samen zaken op te pakken. Maar hoe houd je het vervolgens vol? De mensen die afhaken hoor je minder.

Eigen regie en eigen projecten van burgers zijn onontbeerlijk. Niet alles kan door de markt of door de overheid opgelost worden zonder de verbinding kwijt te raken met de mensen waar het echt om gaat: onszelf! Maar het is geen betaalde arbeid. Eigen regie en eigen projecten vraagt nogal wat: het vinden van geld, omgaan met verschillende mensen met elk hun eigen uitdaging, omgaan met de gemeente die misschien eigen prioriteiten heeft, een lange adem en de moed er in houden. En op een gegeven moment is de initiatiefnemer aan het afhaken of zit vernieuwing in de weg. Wat dan?

Ooit vroeg een gemeente mensen van ons project: hoe zit het met de duurzaamheid bij jullie? Wij onderhouden zelf het groen. Ons antwoord was toen: ja, dat is wel een probleem, want we hebben nu al meerdere contactpersonen van de gemeente gehad en steeds moeten we alles opnieuw uitleggen! Toch is het geen rare vraag. Het blijkt dat burgerinitiatieven lang niet altijd een lange overlevingskans hebben. Hoe zit het met de duurzaamheid en continuïteit? Aan het eind zal ik verklappen waardoor het bij ons al bijna 25 jaar met ups en downs lukt.

Van ACTIE naar ...
Hoe zorg je dat een burgerinitiatief succesvol kan worden. Movisie gebruikte daarvoor ooit het ACTIE– model: kijk naar Animo, Contacten, Toerusting, Inbedding en Empathie.

- Animo staat voor energie en betrokkenheid die er moet zijn;
- Contacten staat voor goede verstandhouding tussen de initiatiefnemers en goede contacten in de wijk (liever: verankering);
- Toerusting staat voor wat helpt om door te gaan: een locatie, geld;
- Inbedding staat voor de manier waarop professionele organisaties zijn ingericht om burgerinitiatieven te ondersteunen, initiatieven zijn in overeenstemming met wat de omgeving verwacht en wil;
- Empathie staat voor betrokkenheid en aandacht van professionals en ambtenaren voor de belangen en motieven van initiatiefnemers en het geven van waardering en aandacht.

Afhankelijk van de politiek
Het model is volgens mij erg gericht op activiteiten waar de gemeente en andere organisaties partner vormen en subsidie nodig is. Dat is meteen een probleem: de politiek is niet geneigd vaste en voorspelbare subsidieverbanden aan te gaan en vaak mag je geen (buffer)vermogen opbouwen. De politiek wil eigenlijk teveel greep houden op wat er gebeurt waardoor er een drang komt naar professionalisering en inbedding in een systeem. Wel begrijpelijk maar met als gevolg dat animo verdwijnt of de contacten verzuren. Inbedding vraagt ook nieuwe competenties: bureaucratische vaardigheden worden belangrijk. De politiek vraagt ook verantwoording over bereikte doelen waardoor het lastig of niet meetbare doel uit zicht kan verdwijnen.

Kwetsbaar en lang niet altijd duurzaam
Kijk je naar de grote verschillen tussen burgerinitiatieven, dan kom je tot de conclusie dat de duurzaamheid nogal wisselend is. Zeker na 4 jaar moet je voorkomen dat de animo afneemt. Het is nodig dat er een follow up is van initiatiefnemers, vaste heldere werkwijzen bestaan. Ik zie bij gemeenten al meer aandacht voor goede contacten, inbedding en empathie om goede samenwerking te hebben. Blijft over de T van toerusting. Dat lijkt een doorslaggevende factor.

Kijk je wat echt lang volhoudt, dan zie je dat er een basis moet zijn om zelf geld te kunnen genereren. Je hebt dan je eigen inkomsten, je kunt je eigen doelen vaststellen en je verantwoordt je aan de leden zoals de leden dat op prijs stellen. AI gaf een indeling van soorten initiatieven die ik aanvulde.


Type Burgerinitiatief

Gemiddelde Levensduur

Kwetsbaarheid

Zorg & Welzijn (boodschappendiensten, buurtmoestuinen, lief & leedstraten)

Kort tot Middellang

(2 - 4 jaar)

Zeer kwetsbaar. Drijft vaak op een heel kleine groep kwetsbare vrijwilligers of mantelzorgers. Zodra de spilfiguur uitvalt, kan het initiatief direct stoppen.

Energie- & Woningbouwcoöperaties (lokale zonneparken, woonhofjes)

Lang

(vaak 10+ jaar)

Hoge duurzaamheid. Dit type initiatief heeft kapitaal, contracten en leden. De zakelijke structuur dwingt tot continuïteit, ook als de oprichters weggaan.

Cultuur & Recreatie (buurtfestivals, lokale musea, herinrichting pleinen)

Middellang

(3 - 6 jaar)

Projectafhankelijk. Loopt zolang de subsidie of de samenwerking met de gemeente standhoudt. Valt om bij ambtelijke wisselingen, verschil van mening over invulling of als er nieuwe strengere regels komen.

Ik heb gezocht naar meer wetenschappelijk onderzoek over het duurzaam bestaan van burgerinitiatieven. De overstap van aan spilfiguren gekoppelde projecten naar een vaste traditie van bestuur en opvolging blijkt in elk geval een belangrijke drempel.

Faalfactoren?
Wat ik in de Angelsaksische literatuur vond, ging weinig over andere faalfactoren dan die uit ACTIE. Een belangrijke die ik vond ging over diversiteit: die heeft een wisselende invloed. Er werd geconcludeerd wanneer het hielp (meerdere competenties binnen de groep) maar ook wanneer het in de weg zat (teveel mensen met eigen uitdagingen en teveel verschil in waardensystemen). Het enthousiasme is zo groot dat die faalfactoren niet veel op internet genoemd worden, terwijl die kennis in veel hoofden moet zitten. Ik zou meer aandacht willen voor de faalfactoren, zoals wanneer het niet lukt het Eens te worden en een Eenheid te vormen.

Ik denk wel dat we meer moeten kijken wat we kunnen doen om burgerinitiatieven meer toegang te geven tot de “toerusting”: voorspelbare financiële middelen en eigen ruimte.

Waarom het ons in onze buurt wel is gelukt? Wij vormen type 2, we hebben een eigen projecthuis, betaald door de bewoners: de toerusting is op orde.

Vrede stichten en het Eens worden
Maar wat ik ook zie: een enorme kracht om elkaar steeds mee te nemen, steeds te zorgen dat ergernissen niet uit de hand lopen en tegelijk het doel voor ogen blijft. Ik kan feitelijk de mensen in ons project aanwijzen die die competentie hebben, zij zorgen pas ècht voor de continuïteit. Die competentie is onontbeerlijk. Naast de ACTIE zou ik daarom de V en E ook willen toevoegen: de V van verzoening en de E van eenheid. 

Het wordt dan “ACTIEVE”

maandag 1 juni 2026

Houdbare solidariteit: het kan wel

Het lijkt alsof solidariteit door grote groepen niet meer geaccepteerd wordt. Mensen trekken zich terug in eigen kring. De samenleving vergruist. Solidariteit en onze verzorgingsstaat lijkt iets voor linkse wereldverbeteraars. De andere kant is dat solidariteit door linkse politici nogal eens wordt uitgelegd als zorgen voor de ander, zonder aandacht te geven voor wederkerigheid: het idee dat degene die solidariteit nodig heeft het zijne doet om de inspanning en kosten te beperken. Daarom geef ik graag aandacht aan de begrippen “wederkerigheid” en “welbegrepen eigenbelang”.

Juist Nederland moet dit kennen
Nederland is een mooi voorbeeld van goede sociale voorzieningen die bijdragen aan de welvaart. In de economische bloeitijd in de 17e eeuw hadden Hollandse steden goede sociale voorzieningen. Denk aan het burgerweeshuis, de bedeling, en oude mannen- en vrouwenhuizen: investeringen in sociale stabiliteit en een betrouwbare beroepsbevolking. De stadsbestuurders van Amsterdam hielden die welbewust in stand, om te zorgen dat hun stad voldoende arbeidskrachten aantrok.

Wederkerigheid hoorde er altijd bij
Overigens was bij deze voorzieningen ook sprake van wederkerigheid. De belangrijkste tegenprestatie was gebed. In weeshuizen, hofjes en armenhuizen werden bewoners verplicht dagelijks te bidden voor hun weldoeners (de regenten en hun families). Weeskinderen werden niet alleen opgevangen; ze moesten ook werken. Jongens leerden een ambacht (bijv. scheepstouw maken, schoenen lappen), meisjes spinnen, naaien of kantklossen. Zij leerden zo op hun manier een bijdrage te leveren aan de samenleving. De opbrengst van hun arbeid ging naar het weeshuis. In de hofjes voor oudere vrouwen konden zij gratis wonen, maar mantelzorg voor elkaar en het schoonhouden van het hofje was verplicht. Bij toelating tot een armenhuis of weeshuis legden bewoners vaak een eed af: zij beloofden zich dankbaar te tonen, niet te bedelen, de regels te gehoorzamen en - opnieuw - te bidden. Wie deze wederkerigheid schond, kon worden uitgestoten.

Je zag het ook bij de eerste verzekeringen: wie brand kreeg, had te maken met zulke hoge kosten dat hij er aan onderdoor kon gaan. Daarom kwamen er onderlinge waarborgmaatschappijen om dat te dekken. Maar wie zelf geen aandacht gaf aan het voorkomen van brand werd daar op aangesproken.

Houdbare verzorgingsstaat
Nu we te maken hebben met vergrijzing waardoor de zorg, de AOW, de WW en de WIA meer gaat kosten en met mensen die vluchten uit oorlog of gewoon een beter leven zoeken komt de vraag op tafel of we moeten bezuinigen op onze verzorgingsstaat. Daar ben ik op zich niet tegen, maar let dan wel op de uitgangspunten solidariteit en daar is ie: wederkerigheid en het welbegrepen eigenbelang.

Het idee van welbegrepen eigenbelang kan je zien als de erkenning dat jouw eigenbelang op de lange termijn gebaat is bij een bloeiende samenleving, een duurzame leefomgeving of het welzijn van anderen. Dat is niet per se een linkse gedachte. Adam Smith (1723-1790) , Edmund Burke (1729 - 1797) en Alexis de Tocqueville (1805 - 1859) waren mensen die aandacht gaven aan dit idee of liever gezegd: dit mechanisme.

De complexere samenleving
In het eind van de 19e eeuw werd de samenleving losser, er was minder duidelijk dat we niet zonder elkaar konden. Door de specialisatie verdween het idee dat we baat hebben anderen die we niet goed kennen te helpen. Met de ingewikkeld wordende samenleving gaf ook Emile Durkheim (1858 - 1917) aandacht aan het idee dat het belangrijk is te beseffen dat we onderling afhankelijk zijn. Hij heeft zich als wetenschapper vooral beziggehouden met het probleem van de sociale cohesie. Zijn idee was dat solidariteit minder vanzelfsprekend was, er was minder een collectief bewustzijn dan vroeger.

Weinig verbinding, lossere samenleving
Dat zien we nu eigenlijk weer. We zien dat er weinig verbinding is tussen hoogopgeleide en praktisch opgeleide groepen, er is geen overheersende religie meer, er leven verschillende culturen in een land. Om de verzorgingsstaat in stand te houden is daarom welbegrepen eigenbelang nodig. We moeten zien dat we allemaal baat hebben bij een goede verzorgingsstaat, dat daarvoor niet alleen solidariteit nodig is, maar ook wederkerigheid. De houdbare verzorgingsstaat is er immers bij gebaat dat de mensen die meebetalen weten dat er op gelet wordt dat mensen naar vermogen bijdragen om iets terug te doen. Dat dat bij sommigen klein is, omdat de rek er uit is, moeten we dan wel accepteren. En vluchtelingen kunnen dat niet op korte termijn, maar ze willen maar wat graag aan het werk. Die wederkerigheid wordt alleen niet herkend door velen. Maar als veiligelanders zich alleen opstellen als profiteurs passen ze er niet in.

Maar het echte gevaar voor de verzorgingsstaat zit wellicht eerder in het wegvallen van het besef van welbegrepen eigenbelang bij de bovenlaag dat zij de samenleving ook nodig hebben (denk aan goedopgeleide mensen, goede zorg, goede wegen, arbeidsrust).

Geef aandacht aan wederkerigheid èn welbegrepen eigenbelang

Misschien kan een politiek programma dat daar aandacht aan geeft heel succesvol zijn. Iets voor een inbreng in een sociaal akkoord misschien?




dinsdag 19 mei 2026

Manosfeer en de voedingsbodem

Er is nogal wat ophef over de “manosfeer”, een verzameling van online gemeenschappen en influencers die een vrouwonvriendelijk en traditioneel mannen- en vrouwenbeeld promoten. Het lukt Andrew Tate om voortdurend de aandacht te krijgen. Daarna kwam er weer aandacht voor de algoritmen waardoor iedereen de extremere video’s te zien krijgt. Maar ik zie wat minder aandacht voor de voedingsbodem voor die sfeer waarin traditionele mannen- en vrouwenrollen worden gepromoot.

Ik schreef er eerder over in de samenleving in scheiding, waarin ik Esther Perel aanhaal Ouders, grootouders, echtgenoten en echtgenotes… ieders rol was duidelijk en de wederzijdse verwachtingen ook. Dat ging gepaard met meer zekerheid, maar liet ook minder ruimte voor vrijheid en voor persoonlijke expressie”

Natuurlijk is er een wisselwerking. Sociale media bevorderen extreme uitingen in plaats van genuanceerde uitingen, jongens komen daardoor veel filmpjes tegen. Deze mannen zijn dan ook nog rijk en worden omringd door mooie vrouwen.

Waarom scoort dit?
Maar we moeten niet vergeten dat er een reden is waardoor dit goed scoort. Juist in de tijd dat ze zoeken naar zingeving en hun verhouding tot vrouwen en een partner komen er filmpjes langs met mannen die uitleggen aan onzekere jongeren wat vrouwen willen. Ze bieden snelle antwoorden en beloften en zelfs een soort verbondenheid en gemeenschapsgevoel.

Het was lang gewoon dat je het als kind later beter zou krijgen dan je ouders. De welvaart nam toe, er was vrede, er waren duidelijke rollen. Nu zijn rollen minder duidelijk en is onzeker of je het beter kan krijgen dan je ouders en nu zijn vooral jongens zoekend naar hun rol en toekomst, want ze zijn ook nog niet automatisch de belangrijkste verdiener.

De manosfeer is geen oorzaak, maar een symptoom van een groter maatschappelijk probleem. Onderzoek laat zien dat in tijden van economische tegenslagen een hang naar conservatisme opkomt (vasthouden wat je hebt). Het is mooi dat je sociale klasse en geslacht minder zegt over je toekomst omdat iedereen kansen moet hebben, maar dat geeft een gevoel dat (witte) mannen moeten inleveren. Hoewel het zeer de vraag is of dat inleveren klopt, helpt dat de aantrekkingskracht van de manosfeer. Het gevoel van potentieel verlies geeft altijd een veel sterkere emotie dan potentiële winst.

Onzekerheden als verdienmodel
De ideologie gedijt op onzekerheden: economische zorgen, veranderende identiteiten en een gebrek aan positieve, moderne rolmodellen. Het simpelweg wegzetten van deze jongens als "fout" of het verbieden van bepaalde influencers, is daarom geen oplossing. De voedingsbodem blijft.

Op zich is er weinig tegen de nadruk op discipline, sport en krachtoefeningen. Arie Boomsma doet dat ook. Wel is de vrouwenhaat en het pleiten voor juist minder kansen voor vrouwen desastreus voor het ideaal van gelijke kansen op zelfontplooiing. Vrouwen krijgen de schuld van de onzekerheid of het gemis van een partner.

Radicalere maatregelen
Naar mijn idee is er daarom een veel radicalere aanpak nodig die teruggaat naar de wortels. Jonge mannen hebben perspectief, zingeving en positieve mannelijke rolmodellen nodig, dat vraagt ook echte interesse. Preventie is essentieel, en dat begint bij het erkennen van de problemen waar jongens en jonge mannen mee worstelen. Ik denk bijvoorbeeld aan:

- Rolmodellen in het basisonderwijs en van vaders: Ik geloof niet dat de overheid alles kan oplossen. Weerbaarheidstrainingen zijn mooi en belangrijk, maar zichtbare betrokkenheid van vaders is misschien belangrijker. Bij rellen moeten we ook vaders aanspreken op hun rol bij de opvoeding en laten zien dat dat juist goed werkt. Tegenover de ongrijpbare internetsferen is het belangrijk ook herkenbare vaderrollen te zien en dat je niet alleen met juffen omringd wordt.

- Geef aandacht aan de winst die influencers proberen te halen uit het kijken naar hun video’s. Uiteindelijk zijn de onzekere jongens gewoon hun verdienmodel. Dat deed Louis Theroux ook. Dat verdient meer publiek.


P.S. (Later toegevoegd). Ja, dit zijn wel heel kleine stapjes en greep op de algoritmen van sociale media doet meer. Maar uiteindelijk moet de jonge generatie ook geholpen worden om met vertrouwen naar de toekomst te kunnen kijken. Dat gaat niet online maar in de praktijk