Helpen burgerberaden, participatieverordeningen, uitdaagrechten, burgerbegrotingen en burgeraudits tegen de golf van steun voor autocratische tendenzen? De angst is steeds dat de democratie afbrokkelt, ik hoor vaak dat het antwoord is: meer democratie. Gaat dat inderdaad helpen?
Whatever the problem, community is the answer!
“Whatever
the problem, community is the answer” is de leus van Meg Whaetley
die in de kringen van participatiefans nogal rondzingt. Wat het
probleem ook is, de gemeenschap is het antwoord! Ik weet dat het
rondzingt omdat ik zelf fan ben van participatie, maar van deze
uitspraak krijg ik altijd de kriebels. Dat gaat geen dijken vormen
tegen de afkalving van de democratie.
Er zijn veel gemeenschappen
Probleem is: De gemeenschap
bestaat niet, er zijn heel veel gemeenschappen met steeds minder
mensen die de verbinding verzorgen tussen de gemeenschappen. Het is
eigenlijk het spiegelbeeld van - en net zo verkeerd als - de mensen
die steeds spreken over “het Volk wil dit of dat niet”. Er is
niet één gemeenschap met één wil. In een wijk bestaan vele, soms
overlappende gemeenschappen: ouderen die de wijk zien veranderen,
jonge gezinnen die een leven opbouwen, ondernemers die ruimte willen
om te ondernemen, nieuwkomers die hun plek moeten vinden. Wat voor
de één de oplossing is, kan voor de ander een probleem zijn. De
uitspraak verdoezelt machtsverschillen en tegenstellingen. En kijk
naar de ouderen en zie binnen zo’n groep de grote verschillen. De
'gemeenschap als oplossing' kan zo de stem van de luidste of meest
georganiseerde groep zijn, ten koste van een stille minderheid
of afgehaakte groepen.
Theoretisch opgeleiden oververtegenwoordigd
Theoretisch opgeleiden en mensen met meer sociaaleconomische middelen
zijn vaak oververtegenwoordigd bij participatiebijeenkomsten en
initiatieven vanuit “de gemeenschap”, terwijl in demonstraties
waarin woede tot uiting komt mensen komen die zich niet op een
participatieavond vertonen. En dat is nog niet genoeg. Om de
representativiteit te toetsen vergeet men vaak dat de groepen waar we
deel van uitmaken – zoals familie, vrienden, collega’s,
buurtgenoten en gelijkgestemden – richting geven aan wat we
belangrijk vinden, hoe we ons gedragen en hoe we onszelf zien. Dan
helpt het niet altijd om te zien of er praktisch opgeleiden aan een
burgerberaad meedoen om te zien of de groep representatief is.
Framing
Ondertussen hebben sociale media een grotere invloed op meningen en
gedachten. Wie door algoritmen steeds criminaliteit van bepaalde
groepen langs ziet komen, vertrouwt niet meer op de wetenschapper die
zegt dat het anders is. Alle asielzoekers worden op een hoop gegooid
met veiligelanders (die inderdaad oververtegenwoordigd zijn in de
criminaliteitscijfers). Ook de gedachte dat geen ander land meer
asielzoekers opvangt dan Nederland wordt zo vastgezet in de hoofden.
Of juist het tegenovergestelde: wie alsmaar vriendelijke asielzoekers
ziet denkt dat asielzoekers niet zijn oververtegenwoordigd in de
criminaliteitscijfers. En dan hebben we het nog niet eens over bewust
verdraaien van feiten door politici die hun aanhang kunnen ophitsen.
Meer dan vroeger is er affectieve polarisatie
Met elkaar in gesprek gaan dan maar? Van dialoog tussen verschillende
groepen is al lang geen sprake meer. Misschien wel het meest lastige
probleem is wat affectieve polarisatie heet. Affectieve
polarisatie is het proces waarbij burgers met tegengestelde politieke
of maatschappelijke standpunten elkaar steeds negatiever gaan
bejegenen, gekenmerkt door sterke emoties, antipathie en wantrouwen.
Het gaat minder om inhoudelijke meningsverschillen en meer om het
emotioneel afzetten tegen de 'andere groep' (wij-zij-denken).
Het representatieve Nederlandse systeem stelt zoeken naar consensus centraal. Met name de stemmers op populistische partijen scoren in hun oordeel over andere partijen duidelijk negatiever over de kiezers van andere partijen en dat negatieve oordeel is wederzijds. De groepen die populistisch stemmen zullen dan ook minder gemakkelijk in gesprek gaan met de andere groepen door die wederzijdse polarisatie. Wanneer de negatieve waardering toeneemt zal de bereidheid om compromissen te sluiten afnemen: kiezers zullen er geen begrip voor hebben. Dat zagen we terug bij de populistische houding van de VVD in de hoop om stemmen te winnen van rechtspopulistische partijen. De meeste kiezers steunden uitsluiting van GroenLinks PvdA niet, maar de kiezers van de VVD en rechtser juist wel.
Het bestrijden van emoties met argumenten?
Eigenlijk blijft het idee van meer democratie hangen in de gedachte
dat de democratie zo goed is dat alle wantrouwen overwonnen wordt met
democratie. Een soort “we leggen het nog een keer uit aan de mensen
die voor de sterke leider zijn”. Dat idee ontkent hoe diep de
combinatie van wantrouwen in het systeem en geloof in krachtige
leiders werkt. Het heeft weinig zin om emoties te bestrijden met argumenten. De korte quote over “de Tsunami van asielzoekers”
overwint altijd het doorwrochte betoog over de aantallen, het belang
van solidariteit, internationaal recht en menselijkheid. De Tsunami
geeft het beeld van een niet tegen te houden golf die alles zal
wegspoelen. En dat valt bij specifieke groepen in een vruchtbare bodem!
Grip en doordacht sociaal beleid
Grote groepen burgers hebben weinig gevoel van grip op hun leven en
hebben te maken met groeiende onzekerheid, gaf de WRR aan in het
rapport Grip. Deze onzekerheid gaat over veel meer dan een laag of
onregelmatig inkomen. Ze gaat ook over zorg, wonen en leefomgeving.
Een gevoel dat hun persoonlijke controle bedreigd wordt (achteruit
gaat) leidt tot meer geloof in sterke leider, meer polarisatie en
meer geloof in complotten (omvolking, vaccins). Daar spelen
populistische partijen dus perfect op in. Deze mensen zullen ook
eerder geneigd zijn tot het aanwijzen van zondebokken.
hier
Zet je alles op een rij dan is er geen reden te denken dat op participatiebijeenkomsten veel kans is op een echte dialoog. Even los van het feit dat het goed is om beter naar elkaar te luisteren om elkaar te begrijpen, in plaats van om een discussie te winnen.
Het beste medicijn is mensen greep geven op het eigen leven rond wonen, werk en inkomen om vervolgens minder onzeker te zijn en ruimte te krijgen om vertrouwen op te bouwen in de overheid en de democratie. Doordacht sociaal beleid dus!
Het vraagt niet een paternalistische overheid die alle onderzekerheid weghaalt. Maar het vraagt wel om sociaal beleid en een democratie die ook gaat over economische democratie (grip op je werk), grip op je gezondheid, veiligheid en bestaanszekerheid.
Dat is een veel beter medicijn dan burgerberaden, participatieverordeningen, uitdaagrechten, burgerbegrotingen en burgeraudits.

