maandag 7 september 2026

Mona Keijzer, AfD en de culturele verschuiving

Er zijn nogal wat partijen op rechts en daar komt nu een nieuwe “beweging” bij van Mona Keijzer. Bas Heijne stelt in de NRC van zaterdag dat het met de beweging van Keijzer niets gaat worden, juist omdat zij zichzelf in de weg zit. Op rechts heeft elke partij van de eigen partij het gevoel de echte verlosser te kunnen leveren. Het wordt dus niets met Mona Keijzer en rechts zal zich niet weten te bundelen tot een machtsfactor. Dat lijkt geruststellend.

Korte aandachtsspanne voor politieke boodschap
Het is helaas niet echt geruststellend. In een tussenzin geeft Heijne aan dat het rechtspopulisme geen politieke reactie is, maar een culturele verschuiving. Burgers in de rechtse bubbel zijn niet geïnteresseerd in taaie processen en ingewikkelde, soms tegenstrijdige, constateringen, ze zijn klant en willen geen verhalen over oplossingen die leiden tot nieuwe problemen. Maar is dat alleen in de rechtse bubbel zo? In de column naast die van Heijne staat als eyecatcher “Niet duidelijk? Dan scrollen we verder”. Sociale media hebben onze aandachtsspanne fors verkort, dus de boodschap moet snel duidelijk zijn.

De AfD in Saksen - Anhalt deed het anders
Precies die cultuur: politiek kort door de bocht, geen ingewikkelde werkelijkheid accepteren, maar ook terugvallen op het eigen gelijk, trots en vooral nostalgie, verklaart het succes van AfD (Alternative für Deutschland) in ons buurland. Wat veel mensen vergeten: mensen voelen er zich gezellig thuis! Journalist Olaf Sundermeyer volgt de AfD al sinds de oprichting. In het boek Blaues Land onderzoekt hij hoe een regio en de lokale gemeenschap veranderen wanneer de AfD er een machtsfactor wordt. Hij beschrijft hoe de partij niet alleen verkiezingen wint, maar zich verankert in het dagelijks leven: via lokale verenigingen, scholen, en dorpsgemeenschappen. De partijgebouwen worden sociale ontmoetingsplekken. De partij brengt een goed gevoel over.

Niet alleen haat, ook het eigen veilige en prettige leven
Natuurlijk verschilt de politieke wereld van Duitsland en Nederland, maar bijzonder is dat Sundermeyer laat zien hoe rechtspopulisme en radicaal-rechts zich niet alleen voeden met 'haat op sociale media', maar juist met lokale aanwezigheid, verenigingsleven en het opvullen van institutionele leegtes. Volgens mij moeten we daar kijken om te leren. Het was het gat waar BBB even leek in te duiken: de lokale aanwezigheid van politieke partijen en verenigingsleven is veronachtzaamd. Waar de mensen die PVV stemmen vooral boos zijn, voelen de kiezers van de AfD zich gewoon thuis bij de partij.

Feel-good politiker
Natuurlijk speelde in Saksen - Anhalt mee dat de lijsttrekker een charismatische man met stralende glimlach was. Zelf legde hij vooral nadruk op positieve kanten. Hij werd wel “Feel-good-Politiker” genoemd. Het inhoudelijk werk liet hij aan anderen over. Het kon hem niet schelen dat dat mensen zijn als Laurens Nothdurft (ooit voorzitter van de “Heimattreuen Deutsche Jugend” (HDJ) verboden omdat zij “wezensverwant met het nationaalsocialisme” werd bevonden en een nieuwe nationaalsocialistische elite wilde kweken), of Sebastian Koch (verdacht van betrokkenheid bij de verboden neonazistische sekte “Artgemeinschaft”). Zijn kiezers vinden het al snel best als Ulrich Siegmund het af doet als “verleden” en vindt dat journalisten niet zo moeilijk moeten doen. Gebruik de korte aandachtsspanne en wees weer positief!

Ik vermoed dat BBB meer kansen had gehad dan andere partijen om dat gezellig en nostalgisch gat te vullen. Juist de manier waarop Caroline van der Plas zich presenteerde als een gewoon mens sprak kiezers aan. En lees vervolgens hun stukken over de regio, openbaar vervoer en dorpshuizen er maar op na: nostalgie en nabijheid! Met Henk Vermeer wordt dat niet doorgezet: toch te politiek. Maar als andere partijen alleen reageren op de politieke kant en de culturele verschuiving (en leegte) niet oppakken, liggen hier in de Nederland grote kansen voor extreem rechts.

Vertrouwen winnen, juist voor de toekomst
De verantwoordelijke politieke partijen zouden daar rekening mee moeten houden. Zij moeten vertrouwen (terug)winnen omdat ze anders dan populistische partijen moeilijke keuzen niet uit de weg gaan. Daarvoor is de steun nodig van je kiezers. De AfD boekt succes waar gevestigde partijen zijn verdwenen. Ze maakt zich onmisbaar in dorpshuizen, lokale sportverenigingen, vrijwilligersinitiatieven en buurtcommissies. Ze biedt nabijheid aan mensen die zich vergeten voelen. Dat is toch wat anders dan het gratis bier-programma van PVV. (Maar vergeet niet dat de AfD aparte scholen voor kinderen met een handicap, asielkinderen en migrantenkinderen wil introduceren! Het is niet alleen die gezelligheid, het is onvervalst extreem rechts! Maar wie leest dat programma?). 

Lokale aanwezigheid en uitzicht op bestaanszekerheid
In plaats van alleen campagne te voeren rond verkiezingen, moeten de partijen investeren in permanente lokale aanwezigheid. Niet alleen met politieke standpunten, maar ook gewoon door aanwezig te zijn en de mensen te kennen (dat gebeurt al meer dan we denken). 

Ook moeten partijen strijden voor het behoud en heropenen van buurthuizen, bibliotheken en sportclubs. Tot mijn verbazing is de term bestaanszekerheid weer verdwenen uit het politieke debat. Een partij kan echt vertrouwen winnen als ze 'bestaanszekerheid' concreet kan maken op wijk- en dorpsniveau; openbaar vervoer terugbrengt naar het dorp, en betaalbare starterswoningen voor eigen inwoners weet te regelen en voorzieningen weet te behouden. Met twitter en filmpjes op Tiktok win je anders alleen korte aandacht.

Partijen moeten laten zien dat het beter kan worden
Links is er erg goed in mensen op het nadenkstoeltje te zetten: je moet inschikken voor vluchtelingen, je mag niet vliegen, let op wat je eet, of je die auto kan blijven rijden is ook maar de vraag. In mijn blog hier  Het optimisme lijkt daar ver weg. Ik vond dat Henri Bontenbal het wèl mooi verwoordde in de Schoo-lezing: “een toekomst waarin jongeren weer zin hebben om die toekomst mee vorm te geven en zelf een goed leven kunnen opbouwen; in een land waar je op je oude dag nog steeds helemaal onderdeel bent van de samenleving en kunt rekenen op goede zorg als dat nodig is; een land waarin alle Nederlanders zich thuis en veilig voelen; een toekomst waarin de zekerheid er is dat je op elkaar kunt rekenen als je elkaar nodig hebt; een toekomst waarnaar we met vertrouwen op weg zijn”. 

Dat vraagt nabijheid en een gevoel dat het kan: wie vertrouwt de politiek om de toekomst mee vorm te geven, wie helpt mee om iedereen onderdeel te laten zijn van de samenleving? Wat in elk geval uit dit blijkt: de politiek kan het niet alleen, het moet samen met ons allen. 

Ja, dan zijn er soms moeilijke keuzen te maken, maar dat biedt wel een wenkend optimistisch perspectief.

dinsdag 25 augustus 2026

Norbert Elias bezoekt het dorp Engelen

De gemoederen in Engelen zijn nog niet bedaard na de inspraakavond. De sfeer in het dorp is grondig verpest en de spanning is voelbaar op de avond. Trouw gaf aan dat de spanning voornamelijk tastbaar was tijdens de bijdragen van de voorstanders van de opvang van de jonge vluchtelingen in Engelen. “Wat kan ik zeggen en wat niet? Wat zullen de consequenties zijn voor mezelf en mijn gezin? Ik sta hier met knikkende knieën.”

Misschien had Norbert Elias (als hij nog leefde) mooi een eerste aftrap kunnen geven die avond. Zijn werk verklaart veel van wat er in dat dorp gebeurde, ook dat de mensen die voor (of beter gezegd: niet tegen) de opvang zijn het heel moeilijk kregen die avond. Ik schreef eerder al dat inleving in de ander hard nodig is. Norbert Elias verklaart waarom dat zo moeilijk is.

Elias schreef met John L. Scotson 'The Established and the Outsiders'. Daarin toonden zij hoe een hechte gemeenschap - established, de gevestigden - zich krampachtig verdedigt tegen de komst van nieuwkomers - outsiders, de buitenstaanders. En dan ging het bij deze studie niet over asielzoekers. Het opmerkelijke dat er tussen beide groepen qua ras, klasse of religie nauwelijks verschil was. Het enige verschil? De gevestigden woonden er al twee generaties; de buitenstaanders waren er nét.

Nieuwkomers en dan ook nog een andere culturele achtergrond
Aan de kant van de tegenstanders staan de bewoners die zich de rechtmatige eigenaren van de dorpsidentiteit voelen. Ze bepalen de ongeschreven normen en putten hun sociale status uit de continuïteit van hun leefomgeving. Dit dorp is van ons is dan het idee. Laat in Engelen het anders dan in de studie van Elias niet alleen gaan over nieuwkomers, maar ook over mensen met een andere culturele achtergrond. 

Elk negatief bericht kleeft aan de minderheidsgroep
Elias stelt dat de gevestigde groep de neiging heeft om een minderheidsgroep te beoordelen op basis van het slechtste deel van die groep. Elk negatief bericht over asielzoekers wordt gezien als tekenend voor de hele groep. Dat werpt een grote barrière op tegen inleving in de groep.

Dat werkt anders voor de eigen groep. Als iemand uit de eigen gevestigde groep exact hetzelfde incident veroorzaakt, wordt dit afgedaan als een 'incidenteel geval', een 'zwart schaap' of een individuele misstap. Het tast het zelfbeeld van de gevestigde groep als geheel niet aan. Sterker het zelfbeeld van de eigen groep wordt gebaseerd op de beste prestaties van leden van de groep. Het beeld van Engelen is niet: dat is ons dorp waar we huizen bekladden en auto's van buurtgenoten in de sloot rijden!

Herkenbaar? Ik vermoed dat de tegenstanders de bekladding en het in de sloot duwen van de auto heel gemakkelijk als incident zien, maar niet op dezelfde wijze kunnen kijken naar jonge asielzoekers.

Waarom er meer nodig is dan een oproep tot inleving
Elias leert dat de angst van de gevestigden zelden alleen over de nieuwkomers gaat. Het gaat over het gevreesde verlies van en gevoel van macht, status en controle. Wanneer de overheid “van bovenaf” een asielzoekerscentrum plaatst, voelen de gevestigden hun eigen monopolie op de leefruimte afbrokkelen. De emoties die loskomen in de dorpszaal van Engelen zijn veel meer dan alleen "vreemdelingenhaat" of "nimby-gedrag". Zij vormen ook een klassieke sociologische reactie op een verstorende machtsverschuiving, ze zijn bang voor verlies van status en controle. Het zou interessant zijn om te kijken naar de positie van de mensen die pleiten voor samenleven. Wat maakt dat zij wel bereid zijn inleving te tonen in de ander?

Het dorpsplein in Engelen is daarmee een spiegel van de tijdgeest. Zonder begrip van de mechanismen die Elias beschreef, blijven we steken in de polarisatie en het opheffen van beschuldigende vingers. We zullen ook moeten zien hoe diep de drang naar status en behoud van de eigen orde verankerd zit.

De komst van de opvang nodig om verder te komen
Hoe zorgen de inwoners van Engelen dat zij met elkaar in het reine komen? Misschien is de komst van het POA wel het beste: dan kunnen bewoners oordelen op basis van de werkelijkheid. Ik vrees dat het dan weer over incidenten zal gaan die aan elke jonge asielzoeker gaan kleven. Daarna kunnen ze de mensen leren kennen. Pas over jaren wordt het weer een eerlijk gesprek: waar kwam die emotie vandaan? Hoe kon dit zo uit de hand lopen? 

Bijkomend voordeel: terreur wordt overduidelijk niet beloond.


P.S. Doe de Norbert Elias-test hier.


donderdag 13 augustus 2026

Eigen emotie eerst

Hoe haalt iemand het in zijn hoofd om samen met zijn dochter het huis te bezoeken van iemand die niet tegen de komst van een AZC is en op het huis Kut Hoer Teef te kalken? Het gebeurde in Engelen bij Den Bosch. Het moet zijn ontstaan op Facebook of in een whatsapp groep met gelijk gestemden.

Ik keek weer eens op Facebook. Het ging over de noodzaak van nieuwe verkiezingen: “Helemaal met je eens! Maar ik moet er ook niet aan denken dat PRO aan het roer komt, want dan wordt het nog slechter in Nederland”, “Doen! Dan massaal op Lidewei of Geert stemmen”. “Natuurlijk! Maak FvD zo extreem groot dat er geen andere partijen nodig zijn”. Sociale media staan vol met drek, maar het zijn ook echo-kamers om elkaar gelijk te geven.

Gelijk krijgen van gelijkgestemden
Wat er feitelijk gebeurt is dat inleving in de ander verdwijnt. Doordat algoritmes gebruikers in 'filterbubbels' en 'echokamers' plaatsen, worden bestaande meningen voortdurend versterkt en tegengeluiden weggefilterd. Het wordt mensen 'duidelijk' dat er niet naar “het Volk” wordt geluisterd en zij weten dat “het Volk” het met hen eens is. In de COVID tijd zag ik hoe mensen in zichzelf gingen geloven en voortdurend bevestiging kregen van gelijkgestemden. Facebook was met recht een Feestbook, ze zijn het met mij eens! Mijn gedachten zijn te belangrijk om weg te laten vallen. de stem van 'het volk' lijkt luider te klinken, maar tegelijkertijd raakt het publieke debat meer gefragmenteerd, vatbaarder voor beïnvloeding en is onduidelijk wie nog het volk vertegenwoordigt. Mensen geloven zo in hun eigen mening dat ze huizen bekladden van mensen die iets anders uitdragen: dat zijn verraders. Inleving in de ander is weg. Waarom zou je het huis van zo’n verrader niet eens lekker bekladden?

Maar pas op: niet alleen de propagandisten van het Volk zijn zo gericht op het eigen geluid.

Documentaires, de kranten,
Het valt mij op dat er steeds meer documentairemakers zijn die starten (en blijven) bij hun eigen ervaring. In een documentaire onderzoekt een documentairemaker waarom ze geen vrienden heeft. Ligt het aan haar of is het een ongelukkige samenloop van omstandigheden? Of: Een documaakster maakte een docu over daten als trans. Een documentairemaakster onderzocht haar familiegeschiedenis en ontdekte dat .... Het maakt de emotie groter en de reactie van het publiek is steviger.

Of de krant. Waar media in 2000 zelden een ‘ik’ aan het woord lieten, kozen ze tussen 2009 en 2019 steeds vaker voor de ik-vorm in reportages, achtergrondverhalen en under cover journalistiek. Ongeveer 10 procent van de verhalen in de vier grote kranten betreft dan al ik-journalistiek. Kranten lieten het concept van "de mening van de krant" varen en gaven commentaarschrijvers een gezicht. (Met als nadeel dat die op twitter/X meteen aangepakt werden, maar ze zullen twitter al lang hebben verlaten). Vaak beginnen opiniemakers vanuit hun eigen ervaring om een beter contact te hebben met de lezer en een sterk gevoel op te roepen. Wil je “viral” gaan dan moet je inspelen op boosheid over concrete misstanden en het een gezicht geven.

Start met de persoonlijke emotie
Een blog over “Het onderwijs is zo achteruit gegaan dat Nederland veel slechter scoort dan andere landen”? dat geeft geen emotie! Nee, start bij de eigen ervaring: “mijn zoon van tien bleek de tafel van zeven niet op te kunnen zeggen, maar de juf had hem wel een compliment gegeven….” Dat stimuleert pas echt de woede en trekt de lezer direct het verhaal in. Het zal veel meer clicks opleveren. Het digitale tijdperk verandert het speelveld.

Een god in het diepst van je gedachten
Het hoeft niet altijd mis te gaan, maar zo wordt het steeds gewoner om jezelf en je eigen gedachten centraal te stellen. Het sluit aan bij individualisering en consumentisme. Waar mensen vroeger sterk ingebed waren in vastomlijnde gemeenschappen (kerk, vereniging, buurt), moeten ze nu zelf hun identiteit vormgeven. Dit vraagt zoveel energie dat de blik meer naar binnen wordt getrokken. Vooral de sociale media spelen hier op in. Dat geheel versterkt een instelling waarbij het perspectief van de ander minder een rol speelt, of zeg gerust: er niet meer toe doet.

Een experiment in Cambridge liet zien dat Facebook-gebruikers die ongerichte één-op-veel-berichten op de tijdlijn plaatsten (een mening de wereld in slingerden), vaker dan degenen in de controlegroep sterk op hun eigen perspectief vertrouwden. Het perspectief van de ander is onbelangrijk geworden.

Eigen emotie eerst
Combineer dit nu eens met de laatste column van Gabriel van den Brink in de Volkskrant, “Wat minder ego zou geen kwaad kunnen”.  Hij zet wat gebeurtenissen op een rij. Het aantal gemeenteraadsleden dat zucht onder intimidatie en geweld is in de afgelopen vier jaar ruim verdubbeld. Bijna zes op de tien medewerkers in de gezondheidszorg worden met agressie geconfronteerd. Zowel leerlingen als ouders maken zich schuldig aan intimidatie van leraren en andere personeelsleden. In het openbaar vervoer krijgt personeel te maken met schelden, spugen, bedreigingen en geweld. 

Al die zaken die hij noemt tonen een gebrek aan inleving in de ander. Het is consumentisme. Hulpverleners worden gezien als ‘dienstverleners’ die moeten leveren wat jij nodig hebt, niet als mensen die onder moeilijke omstandigheden hun werk doen. Het motto is “Eigen emotie eerst!”

Gabriel van den Brink sluit af met een weinig hoopgevende conclusie: “Dat gaat Den Haag niet oplossen – we moeten het zelf doen”.

Gelukkig zijn er mensen opgepakt voor het bekladden van het huis in Engelen. Misschien dat nu een paar mensen terugschrikken en nadenken. Maar ik heb er nog niet veel vertrouwen in. Wij moeten er zelf aan werken. 

Het blijft nodig om te laten zien dat de inleving in de ander er ook toe doet in de samenleving.


Zie ook: Norbert Elias bezoekt het dorp Engelen