Posts tonen met het label overheid. Alle posts tonen
Posts tonen met het label overheid. Alle posts tonen

maandag 28 juli 2025

Stop met dat foute 'Overheid en politiek moeten leveren'

 "De politiek moeten leveren, de overheid moet leveren", we lezen het nogal eens (onder andere in het VVD programma). Daar zit een bepaalde visie achter op de politiek en op de overheid. De overheid en politiek verlenen blijkbaar diensten aan klanten en dat moet op een goede manier gebeuren. Het is zelfs zo dat de vele wetten, regels en procedures ervoor zorgen dat “we (HA:de VVD neem ik aan) niet of veel te traag leveren op de prioriteiten van dit land”. Bijvoorbeeld “Door regels te schrappen, zelf goed bereikbaar te zijn en zelf snel te leveren, laat de overheid aan de samenleving zien dat zij mensen in de basis gewoon vertrouwt”.

Klant – leverancier: levert de politiek en de overheid?
De vraag is of deze klant – leverancierrelatie een goede invalshoek is. Is de overheid niet veel belangrijker dan dat? Vorig jaar stortte een garage bij een ziekenhuis in (in Nieuwegein). De oorzaak werd toegeschreven aan een combinatie van factoren: slecht ontwerp en onvoldoende controle (misschien vertrouwde de overheid de bouwer in de basis gewoon). De instorting van de parkeergarage in aanbouw bij Eindhoven Airport in 2017 was veroorzaakt door een technische fout. De vloeren van de parkeergarage voldeden niet aan de in Nederland geldende regels.

“Twee mannen die op het balkon van een woning aan het Utrechtse Jaagpad in Leiden stonden, zijn donderdagmiddag gewond geraakt toen het balkon naar beneden stortte”, zo lazen we in 2024. In Oudenbosch in 2021 zijn balkons ingestort. In 2011 stortten in Leeuwarden vijf lagen van een flat in. In Roosendaal viel er in 2017 een stuk van een balkon naar beneden om vervolgens op een portiek te landen. Op 1 januari 2018 stortte in Arnhem een balkon in waar tien mensen op stonden. Enkelen van hen raakten gewond. Later dat jaar kwam in Groningen een balkon naar beneden.

Klant - leveranciersrelatie
Heeft de overheid hier als leverancier aan de klanten (de eigenaren van de garage of de balkons), is de vergunning tijdig geleverd of werd bij de controle snel gewerkt zonder de bouwer in de weg te zitten?

De overheid zorgt voor vertrouwen
Wat als je een ongeluk krijgt door een aanrijding, ben je dan niet blij dat die automobilist verzekerd is? Had die automobilist wel een rijbewijs? Is geregeld gecontroleerd of de auto voldoet? Dat regelt de overheid. Er zijn verkeersregels en als mensen zich daar niet aan houden worden ze beboet. Het leveren van de verzekering wordt aan de verzekeraars overgelaten. Als je geld gespaard hebt, ben je dan niet blij dat de inflatie niet torenhoog is? Dat is hier beter geregeld door de overheid dan in Argentinië of Turkije. De politiek die burgers alles op verzoek levert geeft waarschijnlijk al snel te veel uit: met als gevolg inflatie.

Vertrouwen
geen product dat de overheid levert,
de fundering die ze bouwt

Vertrouwen in veiligheid
De overheid legt strenge bouwnormen op (brandveiligheid, constructieveiligheid), zorgt dat installaties gekeurd worden (elektra, gas), en controleert de kwaliteit van bijvoorbeeld drinkwater. Als het hard regent ben je blij dat er afvoeren zijn. De overheid zorgt dat professionals gecertificeerd zijn. Dit voorkomt instortingen, branden en ziektes – de stille basis van ons dagelijks leven.

Vertrouwen in economisch verkeer
En stel je voor dat je nieuwe wasmachine na een week kapot ging zonder recht op reparatie. De overheid stelt minimumnormen vast en creëert rechtszekerheid. Dit vertrouwen dat transacties eerlijk verlopen en dat er een vangnet is bij problemen, is de smeerolie van de economie. Wie is eigenaar van dat stuk grond? Kan ik er veilig een huis op bouwen zonder dat later iemand anders aanspraak maakt? 

Vertrouwen in standaarden
Van de grootte van een A4'tje tot de stekker in je stopcontact en de oplader van je telefoon, van de samenstelling van medicijnen tot de definities in belastingwetgeving. De overheid (vaak via internationale samenwerking) zorgt voor uniforme standaarden. Dit schept enorme efficiëntie en vertrouwen: je weet wat je krijgt en hoe dingen samenwerken. Je kunt bij verschillende leveranciers kopen die dezelfde standaard gebruiken.

Vertrouwen in de toekomst
En al die uitkeringen dan? Daar levert de overheid toch? Hoewel Sociale Zekerheid vaak gezien als "dienstverlening", organiseert dit vooral vertrouwen in de toekomst. Mensen weten dat er, mocht het misgaan (werkloosheid, ouderdom, ziekte), een basisvangnet is.

Kortom, laten we stoppen met de overdreven aandacht voor de klanten van de overheid. 

Het is "onze" overheid, die voor en met ons een fundament regelt zodat we onderling vertrouwen kunnen hebben. Misschien moeten politieke partijen dat meer vertellen (of beter zelf begrijpen).

woensdag 7 mei 2025

Kunstmatige intelligentie en de overheid

Too long? AI is een aanrader Laat AI vooral de niet-menselijke taken overnemen, niet om te bezuinigen maar om ruimte te maken voor de inleving en de menselijke maat.

Toen ik les gaf om ambtenaren te leren omgaan met burgerparticipatie kon ik volop gebruik maken van kunstmatige intelligentie. Neem het verzinnen van oefeningen om lastige vergaderingen voor te zitten met mensen met een bepaald belang, met boze mensen die geschaad worden in hun belang en bijvoorbeeld mensen die juist voor een moeilijke beslissing zijn, maar zich niet durven uit te spreken. Je voert het in en de opzet, tijdindeling en persoonlijke opgaven om burgers na te spelen komen er uit rollen. Mijn eigen inzet was vooral er uit te filteren wat echt niet kon, misschien een variatie bedenken, uitzoeken wat een realistische tijdsinschatting was. Maar vooral natuurlijk: de begeleiding van de uitvoering met de studenten zelf.

Concentreren op de echte interactie
Ik vond het een enorme mogelijkheid bieden om mij te concentreren op de echte interactie met de studenten. Die was wel nodig. De omschrijvingen konden anders begrepen worden, daar kwamen vragen over. De taken moesten slim verdeeld worden, zodat niet de grootste mond weer de meeste kansen kreeg. Maar vooral de nabespreking: wat vonden de studenten, ook de minder uitgesproken onder hen? Wat deed de voorzitter goed? Wat kon beter? Wat was realistisch en wat zou dat betekenen voor je eigen situatie?

Wat AI deed was het mogelijk maken dat ik mij kon concentreren op mijn echte meerwaarde: de menselijke maat.

AI is heel goed in taken die standaard uit te voeren zijn. Dat zijn niet altijd simpele taken, maar wel taken die eerder op dezelfde manier uitgevoerd zijn. Kennis die anders in een boek gevonden zou worden of data bundelen tot intelligente uitkomsten. Controleren of een taak volgens het protocol uitgevoerd is, zal ook heel makkelijk zijn. Een unieke creatieve oplossing bedenken, zien wat uniek is aan een bepaalde situatie en daar een oplossing voor bedenken waar mensen in mee gaan, zal moeilijker zijn. Het gaat sterk om mensen: mensen meenemen, inspireren, opbeuren, stimuleren, naar hen luisteren, begrijpen wat de vraag achter de vraag en wat het echte probleem is.

Een kans voor de overheid
Dat lijkt mij een mooie kans voor de overheid. Standaardtaken kunnen sneller. Dat kan ook besparen. UItzoeken wat werkt in bepaalde situaties kan AI heel goed. Wat AI bij uitstek niet heeft is inleving in de ander. AI heeft logischerwijs geen menselijkheid. Dus vooral is de opgave: onderscheiden of iets een standaardtaak is, of er medemenselijkheid nodig is of mensen in beweging gebracht kunnen worden: dat is wat echt belangrijk is.

Laat AI vooral de niet-menselijke taken overnemen, niet om te bezuinigen maar om ruimte te maken voor de inleving en de menselijke maat.

En was dat niet precies wat tegenwoordig nodig is: een menselijke maat te houden in de overheid?


P.S. Hier nog een mooi stuk over AI dat ook doemdenken weet te ontwijken: Will you be a dancing monkey in the Age of AI? 

maandag 18 juli 2022

Werken aan vertrouwen

 

Onlangs bleek dat in een jaar tijd parfumerieketen Douglas maar liefst zeven procent van zijn merkwaarde verloor. Op de ranglijst van sterkste merken daalt Douglas tussen 2021 en 2022 van de 31ste naar de 47ste plaats. Vorig jaar werd er alarm geslagen bij Albert Heijn. De supermarkt daalde in merkkracht van plaats 2 naar plaats 4. Dat levert onrust en paniek. Als dit soort beelden naar buiten komen gaan de rekenaars van de bedrijven aan de slag: welke groep klanten zijn we aan het verliezen? Hoe erg is het deze groep te verliezen, wat kost dit ons en hoe kunnen we deze groep terugvangen?

Het vertrouwen in de overheid in Nederland is hoog, maar ook daarin is wel degelijk verandering zichtbaar. De paniek is natuurlijk minder omdat klanten niet kunnen kiezen voor een andere overheid. Er zijn niet directe kosten aan verbonden. Maatschappelijke kosten zijn er wel.

Vertrouwenskloof

Zoomen we wat dieper in op het (relatief gezien hoge) vertrouwen in de overheid, dan ziet het er nog bijzonderder uit. Eerst denk je: terecht scoort Nederland hoog. Gemiddeld scoren Nederlanders hoog op internationale lijstjes van opleidingsniveau, levensverwachting en geluk. Ook heeft ons land lage werkloosheidspercentages. Maar er gaan wel verschillen achter die cijfers schuil, onder meer in gezondheid en werk- en inkomenszekerheid. Dat zien we terug in het vertrouwen in de overheid. Zo gaf de Edelman Trustbarometer aan dat er een steeds grotere kloof is tussen mensen met een hoog en mensen met een laag inkomen. Dat is internationaal al zo, maar Nederland staat in de top 5 van landen met het grootste verschil in vertrouwen.


Het is dan interessant welke mensen het meest ervaring hebben met de overheid. Denk aan toeslagen, bijstand, ondersteuning als je het niet meer redt. Denk aan minder werk- en inkomenszekerheid. Denk aan mensen die sukkelen met hun gezondheid en uiteindelijk ook minder lang leven. En denk daarnaast aan hypotheekrenteaftrek, de mogelijkheid te studeren, bezoek van theater. Voor wie heeft de overheid van alles goed geregeld? Waar blijft de uitvoering ver achter bij de mooie woorden over het beleid?

Onrendabele klanten?

Als je dan zoals een supermarkt zou kijken naar de klanten die het vertrouwen in je verliezen, kun je denken dat dit toch geen rendabele klanten zijn. Maar zo gaat het in de overheid terecht niet. Het is immers “Onze Overheid”: wij kiezen politici die de overheid aansturen en wetten maken. Dan is het nog erger dan bij een supermarkt dat mensen afhaken en “de Overheid” niet zien als “Onze overheid”.

Vertrouwensprobleem

Probleem is dan dat beleidsmakers vooral uit de lagen van hoogopgeleide en goed verdienende burgers komen. Ze kennen weinig of geen mensen langdurig in de bijstand, kennen geen daklozen en de zelfredzaamheid in hun omgeving is groot. Zij kennen geen burgers waar hun beleid betrekking op heeft. Tim 'S Jongers noemde zijn essay over de kloof tussen beleidsmakers en burgers die daar mee te maken hebben niet voor niets “Beledigende broccoli” Hij noemt het voorbeeld van het promoten van gezond eten met broccoli en de pastinaak. Kinderen in een achterstandswijk zouden op school moeten leren gezonder te eten. Een goed idee. Maar wat als die kinderen zonder ontbijt naar school zijn gekomen? Wat moet je dan met je verhaal over broccoli?

Kim Putters spreekt in zijn essay “De menselijke staat” over de noodzaak van een Nieuw sociaal contract tussen burgers, overheid en samenleving. Het stelt “dat de overheid te weinig zicht heeft op hoe er vanuit burgerperspectief geredeneerd kan worden in beleid, en dat dit systemisch is.” en “mensen moeten zich gerepresenteerd voelen bij de (politieke) keuzes die worden gemaakt en er vertrouwen in kunnen hebben dat de instituties ook voor hen op een rechtvaardige manier werken”

Betrek de mensen

Een mogelijke weg is de burgers weer meer te betrekken bij aansturing van de overheid. Participatie juist bij moeilijke kwesties vergroot het vertrouwen en leert mensen weer dat er gekozen moet worden tussen kwaden. 

Laat een gelote groep burgers kijken naar de kwaliteit van de uitvoering! Geef hun brieven te zien van uitvoeringsorganisaties en laat ze met klanten praten. Of zet gelote burgerraden in om te kijken naar de gezondheid. Laat gelote burgers in wijken waar de levensverwachting laag is op lokaal niveau meebeslissen over wat daar aan gedaan kan worden. Dat scheelt programma's die pleidooien voeren voor meer broccoli en pastinaak.

Verbeter de uitvoering én het vertrouwen door burgers te betrekken! 



dinsdag 14 december 2021

Geld speelt geen rol?

Stel dat de minister van Financiën op de kapitaalmarkten nu €100 miljard zou lenen en dat dit lukt tegen een negatieve rente. Dat is met de huidige rentestand van -0,24% mogelijk. Zou je dan geen doorrekening van kabinetsplannen meer hoeven te maken? Extra uitgeven levert geld op! Want je kunt van alles betalen. Hoe zit dat?

Natuurlijk is geld niet helemaal gratis. Als je nu geld leent moet je dat weer terug betalen, alleen de rente is licht negatief. Kun je niet terugbetalen als het moet, dan moet je geld lenen om af te kunnen betalen. Inmiddels zal de rente dan niet meer negatief zijn. Verpleegkundigen nu beter betalen betekent dat je dat tot in lengte van jaren moet kunnen doen. Een eenmalig extraatje is makkelijker, maar ook dan moet de lening om dat te betalen ooit terugbetaald worden. 

Of is de schuld geen probleem? Inmiddels is de overheidsschuld veel hoger dan in de jaren 80, maar als percentage van het BBP valt het mee. In dit plaatje uit de Miljoenennota 2020 zie je dat de schuld (blauw) oploopt, maar als percentage van het BBP niet. Iemand die een ton per jaar verdient kan best een schuld hebben van twee ton, de rentelast is maar een klein deel van zijn besteedbaar inkomen. Iemand die weinig verdient heeft veel meer moeite dezelfde rentelasten te betalen.

Overheidsschuld steeg, maar percentage van BBP daalde


Nog steeds geen probleem dus? De schuld van Italië is veel hoger en dat land is ook nog niet failliet.

Mooie tijden voor politici: je kunt lenen en krijgt geld toe, de schuld is geen probleem. Uitgeven maar? Zeker eenmalige investeringen die geld opleveren?  

Eerste vereiste is om het geld te investeren in zaken die geld opleveren. Niet in theorie en niet in iets algemeens als meer welzijn. De andere uitgaven (welzijn, zorg, onderwijs) kunnen beter betaald worden uit inkomsten zoals belasting. Agrariërs in de buurt van natuurgebieden kunnen uitgekocht worden. Dat zijn eenmalige uitgaven. Maar dat levert niet direct geld op. Het levert ruimte op voor bouw van woningen omdat er stikstofruimte vrij komt. Er kunnen huizen gebouwd worden, ook eenmalige uitgaven, meer kans dat dat wel geld oplevert. 

Om deze reden denken politici met veel geld in fondsen alles op te lossen. Maar als het zo gemakkelijk rendabel was ondanks stijgende bouwkosten en gebrek aan grond, waarom deed niet iedereen dat dan al?  Kortom: ik geloof er niet in dat geld geen rol meer speelt. 

Rentelasten klein deel van de Rijksuitgaven
Het gevaar blijft inflatie. Wat als inflatie wel blijvend oploopt? De rente gaat dan oplopen en investeringen kunnen tegenvallende rendementen hebben. In onderstaand plaatje zie je hoe weinig rente er nu betaald moet worden (3,4 miljard) . Wat als de rente oploopt naar 3 of 4%? Dan verviervoudigen de rentelasten. In de jaren 80 liep de rente op naar 7%. Om aan geld te komen werd spaarders een rente van 10% geboden. Er zijn landen waar de rente nog veel hoger werd. Dat was de periode van opgelopen inflatie in combinatie met stagnatie begin jaren 80 (zogenaamde stagflatie)


Combineer de inflatie met een hoge schuld en je ziet de problemen. Bedenk dan ook dat als de overheid heel veel besteedt, dit de inflatie in de hand werkt. 

Geld speelt dus wel degelijk een rol. Ik zeg niet dat de inflatie nu al blijvend is, ik wil alleen dat we voorbereid zijn. Doorrekening van een regeerakkoord hoeft niet per se, niet als het een beperkt akkoord is. Maar de Tweede Kamer moet wel oppassen. Want ik wil in de toekomst ook zorg en onderwijs en sociale zekerheid kunnen bieden. Waarom ben ik daar nu niet gerust op?

zaterdag 3 september 2016

Confirmation bias in publieke organisaties


Een van de veel gemaakte fouten bij het nemen van beslissingen is het zoeken naar informatie die jouw gedachten bevestigt. De zogenaamde confirmation bias: voorkeur voor bevestiging, of bevestigend vooroordeel. Voorkeur voor bevestiging is een bekende denkfout. Je hebt de neiging  te letten op en te zoeken naar wat de eigen overtuiging bevestigt en daarbij negeer je zaken die jouw overtuiging tegenspreken, sterker je zoekt er niet naar en als het er is leg je het gemakkelijk weg. Dat gebeurt het gemakkelijkst in publieke organisaties

Bevestiging zoeken en creatieve destructie
Aan de confirmation bias zijn bedrijven failliet gegaan. Dat is meteen een bevestiging van de goede creatieve destructie van de markt. Als je alleen bevestiging zoekt en belangrijke veranderingen in voorkeur negeert, wordt je afgestraft. Als Albert Heijn iets verkeerd doet en negeert wat een concurrent wel oppakt, dan wordt dat heel duidelijk in de cijfers. Toen tien procent van de klanten van Albert Heijn de winkel te duur vond, haalde dat zelfs alle kranten. Negeren ze signalen dan gaan bedrijven ten onder in creatieve destructie.


Publieke sector wordt minder gestraft
In de publieke sector ligt dat anders. Daar is geen markt die je afstraft. Nu zullen jullie zeggen dat een gemeente die zaken negeert gestraft wordt door de kiezers. Zo werkt het inderdaad vaak. Zeker nu kiezers minder trouw zijn aan hun partij. Helaas werkt het lang niet altijd zo, bovendien heb je al vier jaar nodig voor die verandering. Maar het punt is helaas dat die kiezers ook nogal eens gevoelig zijn voor confirmation bias. Als tien procent van de kiezers ongelukkig zijn op een bepaald punt, is negentig procent er niet ongelukkig mee. Dat is een geruststelling. Maar die 90 % kan best een confirmation bias hebben of kan gewoon prima leven met iets wat 10 % van de mensen niet leuk vindt.
In publieke organisaties kan het bevestigend vooroordeel woekeren. Al was het maar omdat de sector een bepaald type mensen aantrekt dat vertrouwen heeft in een oplossing van de overheid bijvoorbeeld. 

Neem de liberalisering en de manier van werken van de EU. De liberalisering bracht economische groei. Nederland heeft een handelsoverschot, het geld stroomt binnen, alle reden om blij te zijn met de liberalisatie. Maar de banken misbruikten hun vrijheid. De beweeglijkheid nam toe, risico’s waren zo verbonden dat niemand meer goed zicht had. Ondertussen betaalden de lager opgeleiden in Nederland de kosten van de liberalisatie. Zij hadden het eerste last van concurrentie van goedkopere Polen, van de import uit China. En de veranderingen die opkwamen in de armere wijken, met mensen die nieuw waren en weinig integreerden, bleven tot die wijken beperkt.

De boosheid op de EU heeft daar ook mee te maken. Ja, natuurlijk werd de Europese grondwet weggestemd, maar de mensen hadden het gewoon niet goed begrepen.

Het gebeurt ook in minder prominente gevallen
De nota waar aan vast gehouden wordt, de bureaucratie om iets gedaan te krijgen. Niet direct roepen om politie en eerst andere interventies proberen. Vaak zie ik dat het nodig is. De publieke sector moet gedegen zijn en niet failliet gaan.
Een rechte rug houden als groepen verschillende belangen hebben en de politiek de doorslag moet geven. Het is allemaal best waar. 

Maar het zoeken naar bevestiging  en negeren van tegendeel is menselijk en niets menselijks is de publieke sector vreemd.  Dus moet je tegenspraak naar binnen halen. Hebben die mensen met die volstrekt andere invalshoek gelijk? Het wil niet zeggen dat de andere oplossing beter is, maar houd er rekening mee.

Tegendenkers, second opinion, dwarsliggers

Nodig tegendenkers uit, wees open over je aannames en stel ze ter discussie. Wat ooit een goed besluit was, kan verkeerd gaan. Wat ooit een terechte aanname leek, kan verkeerd zijn of gewijzigd. Bij financiele instellingen lopen nerds rond die (omdat er grote risico's zijn), als vaste taak hebben om zeer ingewikkelde risicoanalyses en risicomodellen te toetsen op zo'n bevestigend vooroordeel. Waarom zitten die niet in de publieke sector? 

Wie nooit last heeft van het bevestigend vooroordeel werpe de eerste steen. 

maandag 22 augustus 2016

Subsidiariteit en big data

In tijden van vernieuwde aandacht voor grote landen die hun macht uitoefenen, zoals Rusland en China, is het goed eens te kijken naar de vraag hoe groot je moet zijn? Is het zo dat Europese aanpak nodig is om de diverse economische en culturele uitdagingen het hoofd te bieden? Met big data kunnen de grote staten hun land besturen en op het juiste moment ingrijpen. Hun munt bepaalt het economisch verkeer en hun centrale bank bepaalt hoe de rente zich verder ontwikkelt. Gaat de sterkste gewoon winnen? En is dat hét argument om in de EU te blijven?

Big data maakt grote organisaties en landen bestuurbaar
Big data is mooi en maakt het mogelijk om van bovenaf veel te reguleren. Je kunt als bestuurder een dashboard bekijken om te zien dat het goed gaat met de organisatie. De metertjes slaan oranje of rood uit als er iets mis is. Het bespaart je het lezen van dikke rapporten. Je kunt snel doorzien wat er gebeurt of wat de trend is. De grote organisatie blijft zo bestuurbaar en overzichtelijk. 

Maar systemen zijn niet altijd te vangen in algoritmen. Het weer is wel beter te voorspellen, maar nog steeds niet met zekerheid. De gebeurtenis ergens ver weg die niet in je algoritme zit kan ineens grote verandering geven die alleen lokaal opgepakt kan worden. Het is een beetje de rivier waarvan de data zeggen dat hij gemiddeld een meter hoog is, dus doorwaadbaar. Iemand die de rivier wil oversteken zal toch echt moeten kijken waar de bodem, de stenen èn de waterhoogte de rivier doorwaadbaar maken. De data zeggen dat de kans groot is dat de rivier doorwaadbaar is, dat is alles. Hoe meer je rekent op toezicht en data, des te meer kom je er achter dat het niet gaat om te zorgen dat er nooit iets mis gaat, maar om te helpen leren van de fouten die optreden en dat toe te voegen aan de plaatselijke kennis van zaken.

Steden worden belangrijker dan landen
Juist door al die beschikbare data is de samenleving complexer geworden. Mensen kunnen veel meer zelf beslissen en zelf ergens ver weg hun idee opdoen om daar in eigen kring mee aan de slag te gaan. Afstanden zijn weggevallen. De Nederlander in Amsterdam lijkt meer op de Londonner dan de Nederlander in pakweg Assen of Almere en die in Almere misschien juist meer op de Engelsman in Lancaster. De beheersing van bovenaf is misschien een eerste impuls, maar niet de winnende strategie. Misschien kun je beter de verbinding tussen Londen en Amsterdam versterken èn die tussen Almere en Lancaster of tussen Assen en Bad Bentheim in Duitsland èn Rotterdam en Shanghai in China.

We zien al dat het belang van steden toeneemt ten koste van het belang van landen. En kijk je dan in die stad, dan zie je daar weer een toenemende aandacht voor beslissingen in de wijken en door bewoners zelf, omdat zij meer kennis hebben van de dagelijkse praktijk en beter kunnen zien waar enthousiasme voor is.

Beslissen niet op één niveau
Dat betekent niet dat beslissen op een hoog niveau niet goed is. Ik zie Engeland na de Brexit ook niet Google aanpakken zoals de EU dat kan. En hoe zit het met de klimaatverandering?

Een principe dat daarom steeds belangrijker wordt is het principe van de subsidiariteit. De Katholieke kerk heeft er veel crises mee overleefd hier op wikipedia Het houdt in dat hogere instanties niet iets moeten doen wat door lagere instanties kan worden afgehandeld. “Evengoed als het een ernstige fout is om hetgeen individuen door hun eigen initiatief en nijverheid kunnen bereiken van hen af te nemen om het aan de gemeenschap te geven, zo is het ook een onrecht en tegelijkertijd een ernstig kwaad en aantasting van de juiste orde om aan een grotere en hogere verband te geven wat een lagere en ondergeschikte organisatie kan doen. Want elke sociale activiteit behoort vanuit zijn natuur hulp bieden aan de leden van het sociale lichaam en nimmer om ze te vernietigen.” Uit de encycliek van 1931.
Interessant is dat het principe van wederzijdse hulp dat in deze tijd van kritiek op neo-liberalisme opnieuw aandacht krijgt toen al benoemd was. Juist die wederzijdse hulp is gemakkelijker als het geen anoniem door de overheid afgedwongen hulp is. Iets wat ik al eerder over solidariteit schreef.

De Calvinisten voegen daar de soevereiniteit in eigen kring aan toe om de macht van de staat verder in te perken: beide principes gaan er van uit dat individuele mensen primair verantwoordelijk zijn voor hun handelingen, dat maatschappelijke verbanden hun eigen zaken behoren te regelen. Het katholieke principe is verticaal, het calvinistische is horizontaal gericht.

De succesvolste landen zijn ook niet per se de grootste landen. Denemarken is niet alleen geen groot land, maar ook nog vergaand gedecentraliseerd. Denemarken werkt op allerlei manieren samen met andere landen: in de EU, met de Scandinavische landen. Op diverse lijstjes met prestaties staat Denemarken hoog genoteerd. Fukuyama vindt Denemarken zelfs het meest succesvolle land ter wereld (Nederland scoort op die lijstjes en bij Fukuyama trouwens ook goed). 

Nexit of hervormde EU?
De verkiezingen zullen mede gaan over een Nexit versus het benadrukken van de noodzaak van hervorming de EU. Beide oplossingen gaan niet op de werkelijke problemen in. 

De oplossing voor de te vergaande beslissingen van de EU -die ver van de mensen staat- zou wel eens veel eerder te vinden kunnen zijn in een vastgelegd principe van subsidiariteit waarop bewoners, buurten, gemeenten en landen zich kunnen beroepen. Zij kunnen veel succesvoller met al die data opereren dan de landelijke of Europese overheid. Dan voeg je een mechanisme toe om de beslissing op een lager niveau te nemen. Beter dan een Nexit om de macht in eigen hand te nemen of een systeem om de EU van bovenaf te hervormen.


maandag 8 juni 2015

Egoistisch Nimby-gedrag

NIMBY. De term staat voor Not In My Backyard. In Vlaanderen noemen ze het ook wel NIVEA (niet in voor- en achtertuin). Het is een begrip uit de ruimtelijke ordening om aan te duiden dat veel mensen wel gebruik willen maken van voorzieningen, maar er geen hinder van willen ondervinden. Zo willen veel mensen in een auto rijden, maar wil bijna niemand dat in zijn directe omgeving een nieuwe verkeersweg wordt aangelegd vanwege de geluidsoverlast of aantasting van het landschap. Niet in mijn voor- of achtertuin, dus. Ik geloof dat Winsemius de eer heeft te hebben gezorgd voor de doorbraak van het woord NIMBY in Nederland.

Egoistisch en onverantwoordelijk
Het is een van de succesvolste framings uit de geschiedenis. Het 'Nimby' argument wordt vaak gebruikt om iemand weg te zetten als een soort egoïst. Het is onverantwoordelijk gedrag, omdat het zou getuigen van onwil om eigen belang op te offeren aan het algemeen belang.

Nou begrijp ik best dat mensen niet zomaar hun eigen belang opzij zetten voor het algemeen belang. Sterker: daar zijn diverse wettelijke regels voor omdat het individu beschermd moet worden tegen collectieve besluiten die hem onredelijk zwaar treffen. Maar de zaak is dus direct geframet als eigen belang versus algemeen belang. Bekijk of iemand in zijn rechten wordt geschonden. Nee? Dan dus gewoon doorgaan.

De werkelijkheid
Toch doet dat tekort aan de werkelijkheid. Protest is slechts 'nimby' als iedereen het nut van de betreffende voorziening inziet, maar er zelf niets mee te maken wil hebben. Opvangcentra voor zwervers bijvoorbeeld, tippelzones, asielzoekerscentra. En dan nog is er goede kans dat mensen een heel goede argumentatie hebben.

Interessant is dat de energiecoöperaties iets duidelijk maken dat dit verschijnsel ineens doet veranderen. Als een dorp plotseling geconfronteerd wordt met de komst van een windmolen, komt er snel verzet op. In zijn boek Burgerkracht met Burgermacht1 wijst Steven de Waal er op dat er een groot verschil is tussen dorpen waar een windmolen komt vanuit een initiatief van buiten en een dorp waar mensen zelf een windmolen plaatsen en beheren. In het laatste, neem het dorp Reduzum is de acceptatie veel groter. Het gaat dan niet om een object waar een ander subsidie voor krijgt en geld mee verdient, maar het gaat om “onze” molen. Hij stelt dan ook de interessante vraag of het NIMBY-effect misschien wel wordt uitgelokt door het gedrag van de overheid en bedrijven.

Dit wordt onderbouwd door het onderzoek naar profijt en windmolens: het delen in de opbrengst van windmolens leidt alleen(!) tot minder weerstand als deelname aan de planvorming ook goed gereld is2.
Bron: A. Travaille 2013

Uitlokking
Wordt Nimbt-gedrag uitgelokt door de overheid? Misschien moet de overheid zichzelf steeds die vraag stellen. Niet “Hoe ga ik om met Nimby-gedrag?”, maar “Lok ik met mijn manier van werken misschien Nimby-gedrag uit?”.


1S. de Waal “Burgerkracht en burgermacht, Boom 2015 pg 108

woensdag 25 februari 2015

De maakbaarheid van de mens

Eigenlijk is de maakbaarheid van de mens nog een lastigere opgave dan de maakbaarheid van de samenleving. Want sturen van individuen vraagt aandacht voor uitzonderingen. Is het je eigen schuld als je die uitzondering bent?

Als je de vrachtwagens een kortere neus wilt laten hebben, hef je belasting over de totale lengte van de vrachtwagen, wil je zo'n Amerikaanse lange neus, dan tel je alleen het vrachtgedeelte. Dat is de simpele manier om de samenleving een beetje te maken. 

Zo krijg je vuil benzinegebruik teruggedrongen (de schone versie maak je goedkoper) of krijg je meer mensen aan het werk (je verlaagt de uitkeringen). In al die voorbeelden gebruik je prikkels om grote groepen te sturen. Lastiger is het om de mens te maken. Want er zijn altijd mensen met complexere problemen die niet gemakkelijk aan het werk kunnen of niet kunnen investeren in een andere vrachtwagen. Het gemiddelde is gemakkelijk bij te sturen, de uitzonderingen veel moeilijker.

Maakbare mens
Hoewel de maakbaarheid van de samenleving her en der afgeserveerd is, staat de maakbare mens volop in de belangstelling. Aandacht was er gewoon niet: de uitkering was een fabrieksproduct dat zo snel en efficient mogelijk geleverd moest worden. Nu is het omgekeerde het geval. Zo min mogelijk uitkeringen en je stuurt op de maakbare mensen met boetes. Dat gaat subtiel en soms erg goed.

Bij het gesprek over bijstandsuitkeringen wordt de ambtenaar geleerd zo snel mogelijk te gaan praten over wat wèl kan. En alle aandacht voor wat de aanvrager zelf gaat doen. Niet doorpraten over zijn problemen, maar ook niet praten over “Hoe lossen we dit op?“ of “ik ga u helpen om ...”. Verkeerd taalgebruik zou er anders voor zorgen dat de aanvrager van een bijstandsuitkering achterover gaat leunen. Eerst duidelijk maken dat de aanvrager passend werk zal moeten accepteren en dat passend werk niet hetzelfde is als leuk werk. Doe je dat niet, dan is er ook geen geld. Dan niet kijken hoe “we” dat aan gaan pakken, maar gewoon vragen “wat gaat u nu doen?”. Vroeger werd er nog wel geluisterd naar een “ja, maar”, nu is daar geen ruimte meer voor. Dat werkt verrassend goed. Want meer dan vroeger is voor succes van belang dat de mensen zelf hebben meegedacht over de oplossing en hier wordt stiekem de aanvrager gestuurd naar een “eigen” oplossing.

Dubbeltje op z'n kant
Het gebeurt overigens ook bij uitzendingen van “Een dubbeltje op zijn kant” of “Uitstel van executie”. Eerst wordt de situatie wat erger voorgesteld. “Als je zo doorgaat, loopt je schuld elke maand met 500 euro extra op” of “Ik zie dat jullie katten hebben, met jullie huidige uitgaven zullen die er uit moeten”. Het valt nog mee dat er niet gesuggereerd wordt de kinderen uit te plaatsen omdat die toch wel duur zijn. Vervolgens wordt de schuldenaar gevraagd wat hij (of zij) er aan gaat doen. Let maar op, de schuldenaar wordt naar de telefoon gedirigeerd. De schuldenaar moet ook overstappen van verzekeraar en energieleverancier, want daar verdient “Sloop de crisis” aan. (Van mij mag het, overstappen is vaak verstandig) Vervelende klusjes mogen niet overgenomen worden door de presentator. Omdat het soms wat lang duurt maakt een van de mensen wel een afsprak met het uitzendbureau, maar dat is vast omdat de uitzendingen gesponsord worden door een uitzendbureau.

Datzelfde zien we bij de thuiszorg en andere hulp. Eerst in kaart laten brengen wat het eigen netwerk kan doen. Niet te gemakkelijk naar de stand van “hoe kunnen we u helpen”! Opnieuw: de werkwijze kan verrassend succesvol zijn. Niet meegaan in de klaagzang, geen ruimte bieden voor “ja, maar ...”

Eigen schuld, dikke bult
Lastig is dat mensen gemiddeld wel goed terecht komen, maar dat er ook uitzonderingen zijn. Werd vroeger vrijwel iedereen geholpen, nu vrijwel niemand meer. Voor die uitzonderingen die echt pech hebben is steeds minder ruimte voor hulp. En die uitzonderingen zijn er natuurlijk wel. De gok- of alcoholverslaafde kan niet zomaar naar een nieuwe (meestal tijdelijke) werkgever gaan. Dat betekent dat het probleem van de verslaafde wel in beeld moet zijn. Is dat niet in beeld, dan volgt korting op de uitkering. Dat geldt net zo goed voor die schizofreen, maar ook voor die MBO'er van 55-plus die zijn hele leven administratief werk heeft gedaan.

Het is blijkbaar allemaal onze eigen schuld. Verslaving los je op door niet mee te drinken of te gokken, obesitas door minder te eten, verkeerde opleiding door bijscholing. Klinkt logisch, maar de vraag is of de werkelijkheid wel zo simpel is.

Wet van de generieke overheid
Het is eigenlijk een bevestiging van wat ik de Wet van de generieke overheid noem. Dat gaat als volgt. Er is een probleem waarvan iedereen vindt dat de overheid hier iets aan moet doen. Daardoor komt er een oplossing voor het probleem. De Wet van de generieke overheid zegt dat dit een generieke oplossing zal zijn. Daardoor wordt er veel meer hulp geboden dan nodig is. Al snel blijkt dat die generieke oplossing teveel mensen helpt die het niet nodig hebben (of teveel mensen tegen zichzelf beschermt die dat niet nodig hebben). Vervolgens nemen de kosten toe en verzint de overheid hier een oplossing voor.  De Wet van de generieke overheid zegt dat hier weer een generieke oplossing komt. Daardoor wordt niet alleen de mensen die geen hulp nodig hebben hulp ontnomen, maar krijgen de mensen waar het oorspronkelijk om ging te weinig of geen hulp. De overheid kan moeilijk rekening houden met het feit dat er nu eenmaal verschillen zijn tussen mensen. Dat heeft misschien te maken met bureaucratie, maar vooral ook met de eenvoud van generieke oplossingen (en de complexiteit van specifieke oplossingen)..

Nasi maken
Bij de zorg zien we de keukentafelgesprekken met als doel die uitzonderingen te ontdekken. Verstandig, maar ik hoorde al dat er voor echte diagnose weinig ruimte is. Die oudere vrouw die te trots is om toe te geven dat ze het huishouden echt niet aan kan, mag zelf gaan poetsen. Want haar kinderen wonen te ver weg en ze wil niet toegeven dat die kinderen bijna nooit komen. Die depressieve moeder die eenzaam is, wordt naar het buurthuis gedirigeerd, want op de vraag: Wat kun je goed? klonk als antwoord “Nasi maken”. Dat wordt dus nasi maken in het buurthuis. Best een aardig idee, maar was er meer aan de hand? We weten het niet. Wat we wel weten: als deze moeder eenzaam blijft is het blijkbaar haar eigen schuld.

woensdag 9 oktober 2013

Het is verschrikkelijk gesteld met ons!

Op de site www.oecdbetterlifeindex.org kun je landen vergelijken op diverse onderdelen en kun je een ranglijst tonen van de beste landen om te wonen. Misschien aardig om eens te kijken hoe onze bestuurders en politici dit land naar de gallemiezen geholpen hebben. Want dat het ons verschrikkelijk slecht gaat, dat weten we al.

Eerst een totaal overzicht waarbij alles even zwaar weegt: huisvesting, inkomen, arbeid, maar ook gezondheid, veiligheid en tevredenheid. Dan zien we dat Nederland het redelijk doet: de achtste plaats. En de mensen die inkomen van belang vinden zijn in de VS wat beter af. Dat is natuurlijk een gemiddelde, want de verschillen zijn er fors groter dan bij ons. Hoe kan dat? Al die woede en we staan op 8 op de wereldranglijst? Eigenlijk een teleurstelling, hoe kunnen we nu nog met recht boos zijn? De hardwerkende Nederlanders die nu moeten inleveren met alle bezuinigingen?

Als we geld heel belangrijk vinden
Hoe kijken die naar Nederland als het gaat om hun inkomen? We staan dan weliswaar op de zevende (!) plaats, maar het verschil met de nummer 1, de VS, is groter. Wie inkomen belangrijk vindt, moet meer van de VS afkijken.

Dan wil het kabinet ook nog de Civic engagement meerekenen: de participatiesamenleving. Zetten we de inkomens en deze civic engagement op maximaal (tellen we dat veel zwaarder dan gezondheid en wonen), dan staan we op plaats 13, net achter België. Opnieuw staat de VS bovenaan.

Wat is eigenlijk belangrijk?
Maar vinden we dat ook het belangrijkste? Ach, tja. Ik ben meer van het als je maar gezond bent en ik wil tevredenheid met het leven meewegen. Alle woede over de zakkenvullers in Den Haag kennend zal dat wel heeeel slecht scoren. Maar kijk: de 9e plaats! Het is niet zo mooi als wanneer alles even zwaar weegt, maar toch: binnen de top 10. Moeten we dan echt zoveel leren van de VS? Zoveel hoger staat de VS toch niet? OF WEL?

De VS staat lager! Pas op plaats 14 komt dit gidsland voor beleids-makers. Liever kijken naar de Zweden, Noren en de Zwitsers

Zo slecht hebben we het toch niet. Maar dat zullen de boze hardwerkende Nederlanders wel overdreven vinden. Want de politiek heeft ons naar de gallemiezen geholpen. Zeker weten!!
Probeer het zelf: misschien op het gebied van de veiligheid? En ja, daar is Nederland op de 14e plaats net wat beter dan een middenmoter.

Oh ja, en die D66-ers, Groen Linksers en andere milieufreaks hebben wel gelijk. Plaats 16. Moet beter kunnen!

P.S. met de nodige voorzichtigheid lezen. De goed verdienende VS burgers zijn namelijk op veel punten wel beter uit dan de goed verdienende Nederlander, in het gemiddelde valt veel weg omdat de slecht verdienende, slecht behuisde burgers het er beduidend slechter hebben.

vrijdag 27 september 2013

Brief van de Belastingdienst? Niet begrijpen, gewoon betalen!

Krijgt u een brief van de Belastingdienst? Dan moet u ook als goed opgeleide lezer geen tijd vuil maken aan het begrijpen, gewoon betalen. Dat scheelt tijd. 
 
Trouwe lezers weten dat ik niet schrik van een paar brieven van de belastingdienst. Ik ben zelfstandig. Ik weet dus dat deze dienst soms drie brieven achter elkaar stuurt, omdat dat voor hen goedkoper is. Maar vandaag was het toch weer erg vreemd. De derde brief dan. (Tussendoor krijg ik uiteraard ook brieven over mijn inkomstenbelasting en de BTW)

Mijn zoon heeft per 1 augustus geen buitenschoolse opvang meer. Dat heb ik doorgegeven via de site met digid*) . Affijn, ligt allemaal bij mijn mapje kinderopvangtoeslag. Als je geld krijgt mag je er wel wat voor doen. Even later kreeg ik netjes een bericht dat het gewijzigd was. Mooi! Daarna begreep ik het niet meer zo goed.

– Ik kreeg op 17 september een brief dat ik 868,00 moet terugbetalen wegens teveel uitbetaalde kinderopvangtoeslag 2013. “Beschikking” stond er op. Leek mij veel, maar ik heb als zelfstandige elk jaar een ander inkomen, dus ik ben er aan gewend. Netjes betaald natuurlijk.
– Vervolgens kreeg ik op 18 september een brief dat ik het bedrag ook in 24 termijnen kon betalen. Maar ik had al betaald.
– En vervolgens krijg ik vandaag een brief dat de “voorschotbeschikking” verkeerd was. Ik ben inmiddels gewend dat ik goed moet lezen waar het over gaat en neem dan aan dat het niet over hetzelfde gaat. Of toch wel? Ze zijn bij de dienst namelijk heel precies, maar een voorschotbeschikking gaat vast om een beschikking rond een voorschot.


Nu moeten jullie weten dat de Belastingdienst soms heel streng is. Ik heb eens bij het overmaken van een bedrag het twaalfcijferig nummer op de acceptgiro verkeerd ingetypt. Daar kunnen de computers natuurlijk geen chocola van maken. Dan weten ze niet waar dat bedrag voor bedoeld is. Toen kreeg ik het geld meteen teruggestort + een boete omdat ik niet had betaald. Logisch, vanuit het computerperspectief.

Ik geloof dus dat ze mij teveel hebben laten terugbetalen en dat ze mij te weinig (of teveel) kinderopvangtoeslag voor september of oktober hebben uitbetaald. Kan ik mee leven, want ze corrigeren het. 

Gaat de Belastingdienst mij nu een boete betalen voor de tijd die ik kwijt ben om alles te begrijpen? Dat zou wel consequent zijn: als ik een fout maak krijg ik ook een boete. Ik vrees van niet. “Wij maken uiterlijk 4 oktober de kinderopvangtoeslag over die u op 20 september te weinig kreeg. Hebt u teveel betaald dan verrekenen wij dat met de toeslag die u nog gaat ontvangen” En ze bieden netjes excuses aan. Ach iedereen kan fouten maken en bij de Belastingdienst vertrouw ik er op dat ze het weer goedmaken.

Je kunt beter maar een domme onderdaan spelen
Je moet het blijkbaar niet willen begrijpen. Gewoon betalen en afwachten wat voor acceptgiro je krijgt. Maar voortaan kan ik beter niet doorgeven dat mijn kind geen bso meer heeft. Beter is om af te wachten wat ze aan het eind van het jaar zeggen dat ik moet terugbetalen. Scheelt weer een stapel brieven. En de tijd om ze te begrijpen.En het scheelt de Belastingdienst ook veel werk. Kunnen ze volstaan met een strenge brief dat ik mijn wijzigingen te laat had doorgegeven.



*) Dat digid heb ik alleen voor deze zorgtoeslag, want ik kan er niet mijn inkomstenbelasting en premies mee betalen, dat gaat anders omdat ik zelfstandige ben.

woensdag 11 september 2013

Bezuinigingen en de grote stad

Het is niet voor niets een van de vier grote steden die naar de rechter wil gaan vanwege de bezuinigingen op de thuiszorg. Volgens de bezuinigingsplannen krijgen gemeenten per 2015 veertig procent minder geld voor huishoudelijke hulp. De gedachte is dat mensen eerst moeten kijken in hoeverre zij hulp kunnen vinden in hun eigen netwerk en pas dan naar de gemeente kijken voor thuishulp. Dat zou veel geld kunnen besparen. Maar wat in de ene gemeente kan, zal in de andere gemeente niet lukken.

Zoals wel vaker is het vrij algemeen vormgegeven beleid. De gedachte erachter is aardig (natuurlijk eerder ingegeven vanuit de drang te bezuinigen en de gedachte dat de overheid kleiner moet zijn). En, laten we eerlijk zijn, in veel gevallen krijgen mensen hulp die ze eigenlijk zelf best hadden kunnen organiseren of zelf kunnen betalen. Maar laten we beide zaken (zelf betalen en hulp van omgeving krijgen) een bekijken. Dan zullen we zien dat de besparing niet in alle gemeenten even groot uitvalt. Juist grote gemeenten zullen het voor hun kiezen krijgen. Terecht overweegt Den Haag naar de rechter te stappen.

Mensen kunnen hulp zelf betalen
Gemiddeld gesproken zijn de inkomens in de ommelanden hoger dan in de grote stad. In “Inkomensspreiding in en om destad” trekt Aldert de Vries de conclusies:
- De stad dreigt een (te) grote achterstand op te lopen ten opzichte van zijn omgeving.
 -Binnen de stad dreigt een toenemende inkomenssegregatie, waardoor de problemen van achterstandswijken groter kunnen worden. 

Interessant is vooral zijn nuancering, waardoor hij het verschil in inkomen tussen stad en ommeland wat in perspectief plaatst. “Als het inkomen wordt benaderd in termen van koopkracht (...), is de achterstand van de stad gereduceerd tot 6,1 procent. Dit is met name te verklaren door de grote verschillen in huishoudensamenstelling. In de stad wonen relatief veel verdienende alleenstaanden; in het ommeland is het aantal gezinnen met kinderen groot". Dat is interessant als we kijken naar het zelf betalen: In de grote stad zitten minder mensen die de hulp zelf kunnen betalen en ze zijn vaker alleenstaand.

Mensen kunnen een beroep doen op hun omgeving
Ook hier is de grote stad weer in het nadeel. Er wonen meer alleenstaanden en er is meer etnische diversiteit. Ja, ik weet: etnische diversiteit hangt positief samen met tolerantie voor buren van een ander ras, vooral bij inwoners met een benedengemiddeld inkomen. Maar er is wel minder contact en als er minder contact is, zal dat de kansen dat men voor elkaar gaat zorgen verkleinen. De anonimiteit van de grote stad heeft veel voordelen, maar juist op het punt van zorgen voor elkaar is het minder.

Gemeenten moeten meer dan vroeger kijken wat mensen zelf kunnen doen en zij kunnen daardoor geld besparen. Die mogelijkheid om mensen meer zelf te laten doen is echter vooral in de grote stad als den Haag moeilijker. In de onderhandeling tussen gemeenten en rijk wordt natuurlijk gesproken over het budget dat overgedragen wordt. Maar daar wordt op basis van algemene onderzoeken berekend wat gemeenten kunnen bezuinigen op de thuishulp.

Grote gemeenten worden nogal eens gezien als het trekpaard van de economie. Daar kunnen de creatieve krachten zich onttrekken aan de verstikkende sociale controle en kunnen zij nieuwe diensten, nieuwe technologieën en nieuwe vormen ontwikkelen. Maar grote steden trekken ook armoede aan. De anonimiteit geeft lucht, maar leidt minder snel tot zorg voor elkaar.

De kans dat Den Haag 40% kan bezuinigen op de huishoudelijke hulp is veel kleiner dan de kans dat pakweg de gemeente Gemert Bakel dat kan. Juist in de grote stad is de overheid onmisbaar.


vrijdag 31 mei 2013

Maak huurders weer eigenaar van hun corporatie

Hoe versterken we het zelfcorrigerend vermogen van corporaties? Natuurlijk is er veel fout gegaan, maar ik houd mijn hart vast als minister Blok de macht naar zich toetrekt. Gaat het dan ineens beter? 

De woningcorporaties hebben nogal wat fouten gemaakt sinds de verzelfstandiging. Zo staat te lezen in het rapport "De Balans verstoord" dat in opdracht van Aedes werd gemaakt. Grotere risico's op de vastgoedmarkt gingen gepaard met ontbreken van eigenaren tekort schietend intern en extern toezicht, tekortschietend moreel kompas en zelfcorrigerend vermogen. 

Ik herken veel uit het stuk over toezichtop corporaties in 2020 van Carry Bomhof en mij, maar is dat het dan?

Waarom ging het bij Vestia fout en bij anderen niet?
Ik mis dat er ook situaties waren die niet uit de hand liepen, maar op tijd werden gecorrigeerd. Waarom ging het daar niet fout en elders wel? Want ook van die situaties valt te leren. Neem een jongen die op het criminele pad is geraakt. Dat ging misschien al mis toen zijn ouders gingen scheiden en hij achterbleef met een verslaafde moeder. De conclusie zou kunnen zijn dat we scheidingen en drugs moeten verbieden. Maar misschien moeten we ook kijken waarom het met de meerderheid wel goed gaat om niet in een tunnelvisie terecht te komen. Net zoals we bij banken niet moeten vergeten dat de Rabobank helemaal niet omviel.

Betrokken en in de lokale omgeving gewortelde corporaties
Ik kom nogal eens bij corporaties die zich trots een ouderwetse corporatie noemen. Neem mijn visitatie bij Woningstichting Naarden. Nooit meegedaan aan die zaken die net op het randje zitten en altijd in het oog gehouden dat het om mensen gaat. Terwijl er bij deze corporatie wel aangedrongen is op meer verkoop van woningen en grotere leningen nemen. In begin 2000 een beetje zielig aangekeken door collega's en nu de partner waar iedereen mee samen wil werken. Deze corporatie had een zelfcorrigerend vermogen dat wel sterk was. Dat bevatte:
  • Sterke beroepstrots: de directeur is trots dat hij echt wat bijdraagt aan de samenleving.
  • Zelfcorrigerende teams: in zijn omgeving zitten mensen die hem op tijd op zijn grenzen wijzen. De Raad van Commissarissen kijkt op tijd mee. De (eigenwijze) directeur zoekt steeds mensen om hem te voeden.
  • Burgerbetrokkenheid: de corporatie organiseerde altijd de betrokkenheid van de huurders, die door de kleine schaal de directeur goed kennen. Op bewonersbijeenkomsten komt de directeur geregeld op de koffie.
  • Kleine schaal: door de kleine schaal voelen de huurders zich meer thuis bij de corporatie en is het meer “hun vereniging”.

Dat mis ik in het stuk van Aedes, hoewel het sterk is dat ze de beestjes wel bij de naam noemen.En dat ze constateerden wat miste: zeggenschap voor bewoners (dat waren woonconsumenten), transparantie en kritische samenwerkingspartners (die waren veel te blij met de investeringen).

Wat wordt de reactie
Wat zal dan de reactie van de politiek zijn op dit te weinig kritiek organiserende systeem dat mis ging. Gaan we iets breder kijken, dan komen we uit op Cees Schuyt die eens zei:  “Theoretisch zijn er drie antwoorden op de lankmoedigheid van sociale systemen, waarvan het eerste het meest genoemd wordt, maar zeker niet het beste zal blijken te zijn:
  1. verscherp de selectie en de controle;
  2. organiseer op veel kleinere schaal;
  3. meng de kenmerken van twee systemen en maak een half-om-halfsysteem.”
(in Op zoek naar het hart van de verzorgingsstaat.)

Ik vermoed dat de Kamer geneigd is de eerste oplossing te kiezen, dat gebeurt overal waar de Kamer reageert op missers. Ik hoop dat we ook kunnen zoeken naar een betere werking van het zelfcorrigerend vermogen in combinatie met het opknippen van systeemcorporaties (die te groot zijn om om te vallen).

Maak niet de minister maar bewoners eigenaar
Daarom mijn verzoek aan de Kamer: ga ook eens kijken waar het corrigerend vermogen wel werkt en waarom! Dan zullen we dit merken: niet de minister moet eigenaar worden van het probleem, maar de huurders eigenaar van de corporatie.

vrijdag 24 mei 2013

Niet alleen je stoepje vegen, maar ook de billen van de buurman

Er is veel kritiek mogelijk op de vanzelfsprekendheid waarbij zorg wordt overgelaten aan de overheid. We horen het veel de laatste tijd: de zorg is niet alleen onbetaalbaar, we hebben de gemeenschapszin vergeten! Daarom heeft het kabinet een omwenteling in voorbereiding die zijn weerga niet kent. Kunnen we die omwenteling wel aan en willen we die? En nog moeilijker, kunnen we daar nog wel over besluiten?

De kritiek is dat de zorgsector afhankelijk maakt. De zorgsector heeft het mogelijk gemaakt dat sociale netwerken zwakker werden. En omdat er geen sociaal netwerk meer is dat mensen van 70 stimuleert om zich te gedragen als 60 gaan de 70-ers zich gedragen als 80. Denk aan de toenemende incontinentie omdat mensen alleen op vaste tijden verschoond kunnen worden. Of denk aan betaalde thuishulp die schoonmaakt en helpt met aankleden, maar eigenlijk nodig is omdat mensen vereenzamen wanneer de buren en familie er niet meer naar om kijken.

Eenmaal gevormde (zorg)instellingen gaan zich ook onmisbaar maken en maatregelen nemen om het systeem van professionals te versterken. Als het eenmaal regel geworden is dat kinderen onderwijs op een school krijgen, wordt thuisonderwijs strafbaar. Terwijl het doel van het onderwijs ooit was om kinderen kennis en vaardigheden bij te brengen, is het onderwijs zelf het doel geworden. En kijk eens hoe moeilijk ouders zelf kinderopvang kunnen organiseren omdat ze ineens diploma's nodig hebben om elkaars' kids op te vangen. Veel zorg is duur doordat de klanten in feite niet mee kunnen praten over de vormgeving.

Er is een sterk pleidooi voor sterkere sociale netwerken om mensen heen. Eerst de familie en de buurt die voor je zorgt. Dan pas de welzijns- en zorginstellingen.

Maar wat gaat er werkelijk gebeuren?
Maar hoe zit het nu met de grote omwenteling van het Kabinet en Van Rijn? De sociale netwerken moeten weer sterker worden, ouders moeten zelf ook kinderopvang kunnen regelen. Maar dit alles leidt wel de aandacht af van wat er in Nederland gaat gebeuren in die grote omwenteling.

Eerst was thuiszorg een recht, nu worden mensen weer afhankelijk van de goede wil van (ambtenaren bij) de gemeente. En laat het nu net de "lastige en vervelende" mensen zijn die van die ambtenaren afhankelijk worden. Altijd is de ene populairder dan de ander, de een heeft meer flair om het netwerk aan te spreken: dat zijn precies de mensen die niet afhankelijk worden. Mensen moeten weer iets leren wat afgeleerd is: is er een gemeente in Nederland die weet hoe dat moet? 

Rekenen op het netwerk versterkt de ongelijkheid tussen mensen. Dat mag, maar dan moet er wel hulp om het netwerk te versterken en uiteindelijk een vangnet zijn voor hen die minder medelijden opwekken. Nu dreigen er grote gaten te gaan vallen.Bovendien zal rekenen op het netwerk laten zien dat de emancipatie nog niet zo heel ver gevorderd is: vrouwen krijgen weer gewoon dubbele taken.

Als er nu iemand niet goed geholpen wordt, dan kan dat een nationaal item worden, de inspectie treedt op. Hoe gaat dat als dat in kleine kring mis gaat? Dan is het even geen issue meer!

Wat willen we met de samenleving?
En dan de vraag of we naast die sterkere gemeenschapsvorming (waar ik voor ben), deze gemeenschappen ook op willen en kunnen zadelen met verplichtingen? 

Kan dat trouwens wel? Gemeenschappen zijn niet meer zo vast als ze waren, ze zijn vluchtiger, mobieler en het gaat om zelf gekozen gemeenschappen. De overheid lijkt nu uit te gaan van de buurt als gemeenschap, maar de vraag is of we daar allemaal nog in (willen) passen. En wat vinden de patiënten, de klanten, de mantelzorgers en de belastingbetalers: hebben die niet veel interessante ideeën die nu geen kans krijgen?

Willen we wel dat de gemeente niet alleen drang uitoefent om ons stoepje te vegen, maar ook de billen van de buurman?

Kunnen we daar over besluiten?
Maar dan komen we op het moeilijkste punt. We hebben als samenleving heel veel uitbesteed aan professionals.

De thuiszorg natuurlijk, maar ook de lobby bij de politiek voor het milieu, onze bereikbaarheid, arbeid, maar ook de besluitvorming: die hebben we uitbesteed aan de politiek.

Mijn ervaring is dat als je zelf niet betrokken bent bij de besluitvorming, je niet geneigd bent je aan de afgesproken regels te houden. Ja, als de contributie van je club omhoog gaat moet je wel. Net als bij de belasting. Maar als besloten wordt dat de club een parkje schoon gaat maken of lege flessen gaat inzamelen is de bereidheid om mee te doen een stuk kleiner bij de mensen die zich niet betrokken voelen. Laat staan dat we meer voor onze buren moeten gaan zorgen.

Onze ouders, dat zouden we nog wel willen, maar die wonen vaak ver weg, in mijn geval in Maastricht, terwijl de kinderen in de randstad wonen. Onze buren, ik moet het nog zien.


PS. Ik heb gelukkig wel een grote betrokkenheid bij de buurt en mijn buren zijn een stuk jonger dan ik. De vraag is dus of ze mij willen helpen
PS 2. En toch ben ik voor die kanteling hoor! Alleen wil ik dat iedereen mee doet en dat er duidelijkheid is over steun voor wie niet mee kan. 

dinsdag 14 mei 2013

Hoe het CAK weer lekker onnodig paniek zaait.

Mijn ouders zijn goed opgeleid en gewoon bij de tijd. Ze hebben ook genoeg geld om de benodigde eigen bijdragen te betalen. Maar als er vreemde brieven van het CAK binnen komen, is er toch altijd weer paniek in de tent. Waarom kan het CAK geen geruststellende brieven schrijven?

Om wat van de paniek weg te nemen heb ik dus maar gevraagd om de brieven naar mij op te sturen. Wat was er dan? Ze kregen 2 brieven. De een verstuurd op 1 mei, de ander op 2 mei. Ik ben niet zo snel verbaasd, krijg als ZZP'er geregeld brieven van de belastingdienst die een dag na elkaar zijn verzonden. Maar mijn ouders denken dat de eerste brief zo snel mogelijk hersteld moest worden met een tweede. Wie stuurt anders twee brieven een dag na elkaar?

In een bijlage wordt de eigen bijdrage voor zorg zonder verblijf berekend, maar in de bijlage van de eerste staat als inkomen een heel ander bedrag dan in de tweede. Mijn moeder ziet dan de zin “Het is mogelijk dat wij gewijzigde gegevens doorkrijgen. Verandert de maximale periodebijdrage hierdoor? Dan ontvangt u een nieuwe beschikking”. Mijn moeder wilde direct de belastingadviseur bellen, misschien had die ineens iets gewijzigd? Waarom is het inkomen plots veranderd? Ik heb dat toen tegengehouden en gezegd dat ze de brieven maar even moest opsturen.

Nu houd ik ze dus in mijn handen. Ik bekijk de brieven. Inderdaad lijkt de ene brief een herstel van de eerste. De brieven zijn exact gelijk aan elkaar op de te betalen eigen bijdrage na.

Het scheelt veel geld, zal dat de aangekondigde beleidsverandering zijn? Nog even nalezen. EB nummer is hetzelfde, datum verschilt 1 dag, kenmerk is hetzelfde, telefoonnummer hetzelfde, betreft ook hetzelfde. Ja inderdaad staat er een heel ander bedrag bij het verzamelinkomen. 

Daarna zie ik dat het kenmerk toch niet hetzelfde is en valt het kwartje. De ene is Zorg zonder Verblijf 2012 en de andere 2013.

Waarom stuurt het CAK op 1 mei de beschikking voor 2012 en op 2 mei die voor 2013?

Dat moet toch bij meer mensen tot paniek leiden? Oudere mensen zijn immers sneller van de kook dan wat jongere mensen? Dat moet het CAK weten. Waarom niet in de inleiding even aangegeven dat deze ouderen gisteren de brief voor eind 2012 kregen? Dat is een fluitje van een cent en voorkomt veel onrust. Of beter: waarom deze brieven een dag na elkaar en zit er niet een paar maanden tussen? Het is toch vreemd om de bijdrage voor de laatste periode van 2012 pas in mei te versturen???

Waarom het jaartal in het kenmerk zetten en niet duidelijk in de brief? Waarom “Periode 1” en “Periode 13” en niet duidelijk even aangegeven wat periode 1 inhoudt?  

"U ontvangt binnenkort de factuur voor de eigen bijdrage", zie ik. Waarom moet de factuur voor de eigen bijdrage over periode 13 (geen dertiende maand, misschien de dertiende periode van 4 weken?) pas in mei het jaar daarop aangekondigd worden? En die over periode 1, die komt dan vlak daarna? Is het niet handiger die facturen wat te spreiden? Komt er dan niet op 3 mei de beschikking voor periode 2? Er staat niet uitgelegd waarom deze brieven pas in mei komen over de laatste weken van december. Wel staan er veel verwijzingen naar de website, niet met deeplinks, maar gewoon "Kijk op www.hetcak.nl" (zoek maar eens naar zorg zonder verblijf, de eerste 5 links gaan niet naar de info die je zoekt)

Zo heeft het CAK weer wat mensen onrustig gemaakt en naast mij vast heel wat zonen of dochters aan het werk gezet. Want bellen met het CAK durven veel mensen niet. “Dan moet je kiezen uit zo'n menu en heel lang wachten!”, zegt mijn moeder dan. En gelijk heeft ze. Voor mij is het ook lastig, want ik bel via internet en kan dus geen 0800-nummer bellen. Dat moet dus met een mobieltje en dat is duur als je een uur aan de lijn van een "gratis" nummer hangt.

Dus CAK, als jullie 25.000 telefoontjes hierover hebben gehad, reken er dan maar op dat er daarnaast nog 75.000 mensen aan het werk zijn gezet. Had er dan niet even nog iemand naar de brief kunnen kijken? Een testje waar max 4 mensen mee bezig zijn?


P.S. Ik heb ooit ergens gelezen dat een informatievraagje al snel minstens 1,50 kost. Dat is dus veel geld door de wc gespoeld, maar goed, de paniek is natuurlijk veel vervelender. 

vrijdag 5 april 2013

Nederland niet kapotbezuinigen?

Het is nogal in de mode om over de bezuinigingen te zeggen dat Nederland kapot wordt bezuinigd. Het is ook in de mode om daar tegenover te stellen dat het begrotingstekort nu al meer dan 3% is en dat de overheidsschuld uit de hand loopt. Moeten we de economie juist stimuleren? Of moeten we het ingezette beleid doorzetten?

Uitgeven in crisistijden?
Jammer dat het debat zo in korte statements gevoerd moet worden. Het ligt namelijk ingewikkelder, veel ingewikkelder. Allereerst het Keynesiaanse verhaal dat de overheid in tijden van crisis juist geld moet uitgeven. Dat is economisch gezien juist. Daar staat tegenover dat dan in tijden van overvloed gespaard moet worden. Omdat politiek leiders weten hoe moeilijk het is om in tijden van overvloed geld te besparen, denken ze dat het niet zal lukken om de schuld weg te werken in goede tijden. Psychologisch is men nu toe aan bezuinigen, dan is het jammer om dat momentum niet te gebruiken om wat aan de schuld te doen. Wat economisch juist beleid is, kan in tijden van overvloed wel een hell of a job zijn. De Grieken en Cyprioten moeten nu wel bezuinigen, want in tijden van overvloed lukte het niet.Nu is het besef er dat er iets moet veranderen.

Begrotingstekort op 3% maximeren?
Opnieuw jammer dat het in korte statements moet. Het gaat namelijk niet over het begrotingstekort, maar over de overheidsfinanciën. Je kunt het begrotingstekort terugbrengen door burgers en bedrijven meer te laten betalen of door structureel de uitgaven van de overheid te verminderen. Het tekort maximeren op 3% is juist in crisistijden niet handig. Wat de overheid uitgeeft moet zij eerst wegbelasten of weglenen bij het publiek. Dat geld kunnen consumenten dan niet uitgeven aan winkeliers en kan de kapitaalmarkt niet uitlenen aan bedrijven. 
Maar dat de overheid de eigen uitgaven beperkt is verstandig. Met de vergrijzing kunnen we immers niet rekenen op tijden van mooie economische groei. De schuld als percentage van het BBP verdwijnt niet vanzelf doordat het BBP gaat groeien. Dat gaat misschien op voor een niet vergrijzend land als de VS, maar wel voor Nederland. Never waste a good crisis schreef ik al. 

Nederland wordt kapotbezuinigd door Rutte?
Weer een korte statement Er wordt helemaal niet zo hard bezuinigd door de overheid, maar wel door burgers en bedrijven. Ja, er zijn pijnlijke bezuinigingen waarbij mensen geen vergoeding meer krijgen van de overheid, maar dan moeten de mensen dat vervolgens zelf betalen. Er werd en wordt geen eurocent bezuinigd door Rutte I en Rutte II. Er wordt al jaren steeds meer uitgegeven dan er binnen komt. Wel worden lasten naar burgers doorgeschoven. Dat heeft alleen zin als de mensen daardoor beter nadenken over de lusten en de lasten en geprikkeld worden tot efficiëntere keuzen, zoals eigen bijdragen invoeren om na te laten denken of de uitgave wel opweegt tegen de lasten. Een inkomensgerelateerde bijdrage aan de zorg zou best slim zijn. De echte fundamentele ingrepen liggen in de aanpak van de hypotheekrenteaftrek, maar dat levert op korte termijn helemaal niet zoveel op. En in de hervorming van de zorg, maar ook dat levert op korte termijn niet zoveel op. Zeker niet als je het hervormen noemt maar gewoon de mensen meer zelf laat betalen.
Schuld ontwikkelde landen als perc BBP(rood= ontwikkelde landen)

Never waste a crisis
Zo zien we dat de tegenstelling wel gecreëerd wordt, maar dat er eigenlijk helemaal niet zoveel verschil van mening is.
  1. Nederland moet op de lange termijn de overheidsfinancien op orde brengen.
  2. Het percentage van 3% in tijden van crisis is niet waar het om gaat, maar het fundamenteel hervormen is waar het om gaat
  3. Daarvoor is ook in tijden dat het beter gaat steun van het publiek nodig.
Maar zolang het publiek geen eigen verantwoordelijkheid krijgt en alleen de vragen voorgelegd krijgt "bezuinigen of niet"? Dan zegt het publiek natuurlijk: "niet bezuinigen". Zou je je echt eigenaar van onze overheid voelen, dan denk ik dat er genoeg gezond verstand bij de mensen is om in tijden van overvloed wel goed te letten op de financiën. Niet iedereen, maar een grote meerderheid wel, zeker als we daar nu de basis voor leggen door te hervormen. Dan is de vraag niet: wat gaan Rutte en Samsom doen, maar wat gaan wij doen om deze crisis niet verloren te laten gaan?

vrijdag 25 januari 2013

De fantasie van de één kan de werkelijkheid van een miljoen anderen veranderen.

De design principes van Toekomstig Internet gaan de spelregels van de informatiesamenleving bepalen. Niet minder dan dat. Welk gedrag wenselijk is en welk niet ligt besloten in de blauwdruk van nieuwe internet diensten. Dit is helaas een onzin-zin in een prachtig stuk.

Om de een of andere reden moeten rapporten over de toekomst van internet altijd met ronkende teksten gepaard gaan. Zelfs het degelijke “Toekomstig Internet” maakt zich er helaas schuldig aan. Niet minder dan dat. Het gaat hier om een verkennend onderzoek naar het toekomstige internet en de gevolgen hiervan op de beleidsterreinen van BZK en eigenlijk zou het leesvoer moeten zijn voor iedereen, zij het dat het nogal wat kennis veronderstelt.

Waarde van stromingen en ideeen in de samenleving
Wat opvalt is het gebrek aan waarde dat gehecht wordt aan ideeën. Ontwikkelingen zijn immers vaak technologiegedreven stellen de auteurs. Ik ontken dat niet. Het valt mij echter vaak op dat een technologie bloeit als de samenleving er rijp voor is, als een idee al gemeengoed is geworden. Er wordt heel veel ontwikkeld, maar sommige zaken slaan gewoon niet aan. En natuurlijk gaat het verschrikkelijk snel, maar er blijft ook heel veel constant.

Neem de technologie om op afstand een concert af te luisteren. De uitvinding van deze techniek heeft de wereld veranderd. Maar is die verandering technologiegedreven? Ik heb het hier immers over de telefoon. Het beluisteren van concerten sloeg er niet bij aan. Nee, het eeuwenoude praten met elkaar, dat werd de succesfactor voor de telefoon. Mensen spreken al eeuwen met elkaar, dat is door de techniek op grotere afstand mogelijk gemaakt.

Veel gedragingen veranderen niet onder druk van technologie
Je vraagt je af wat de auteurs honderd jaar geleden over de auto zouden hebben geschreven. En ja, de auto heeft de wereld veranderd. Maar dan moet je denken aan: het leren omgaan met een lening om iets te financieren, de waarde van verzekeringen en de nummerbordenregistratie. Natuurlijk is er veel veranderd door de auto, maar nog steeds accepteren mensen een uur reistijd voor hun werk. Die constante mis ik in het werk.

Nu terug naar het stuk. “Een reductie van administratieve lastendruk en vermindering van overheidsuitgaven kan mogelijk tegelijkertijd met een kwalitatief betere dienstverlening worden gerealiseerd” (pag 67). Hier geldt waarschijnlijk de regel die ook opgaat bij de introductie van de veiligheidsgordel. Door de introductie van de veiligheidsgordel gaan mensen ongemerkt harder rijden, waardoor de onveiligheid gelijk blijft. Zo denk ik ook over de administratieve lasten. Ik denk dat de ICT mogelijk maakt om met de zelfde druk meer administratieve lasten op te leggen.

Democratie
Tenslotte de democratie. Gesteld wordt dat de overheid gemakkelijker groepen burgers kan bereiken en nieuwe verrijkte reflexieve informatie mogelijk wordt. Dat is opnieuw een mogelijkheid en het lijkt mij wenselijk. Een gevaar is echter dat in real life mensen naar diverse meningen moeten luisteren, maar dat op internet helemaal niet hoeven. Het is gemakkelijk je te ontrekken aan interactie.

Natuurlijk kan de legitimiteit van het bestuur vergroot worden. Maar is de kans niet groter dat de legitimiteit van het bestuur kleiner wordt? Internet maakt het mogelijk om je in discussies te beperken tot gelijkgestemden, alleen materiaal te lezen van gelijkgestemden en te debatteren met gelijkgestemden. Internet werkt naar mijn idee niet democratiserend, maar kan een democratiserende tendens die reeds in de samenleving is versterken. Nu de trend is dat de legitimiteit van het bestuur onder druk staat, zou internet die trend wel eens kunnen versterken.

Wat blijft gelijk?
Over de rol van de overheid moet toch nog erg veel gedacht worden. Vooral over de zaken die constant zullen zijn in gedrag. Dit alles neemt niet weg dat er een mooi onderzoeksrapport ligt. Over locatie bewuste sociale netwerken, over internet of things (dingen die verbonden zijn met internet) en over regulation by design. Ook over de afbraak van de macht van instituties worden verstandige dingen gezegd. Maar of het in de toekomst nog mogelijk is om een vraag te stellen die niet voorgeprogrammeerd is en waarop een ontvanger in dienst van de overheid kan handelen moet nog veel worden nagedacht. De design van het internet maakt dingen mogelijk. Maar onderschat niet de kracht van een idee. De fantasie van een persoon kan de werkelijkheid voor miljoenen veranderen (naar Maya Angelou): internet kan dat mogelijk maken, maar genereert het niet.

Internet maakt wenselijk èn onwenselijk gedrag mogelijk. En brutaal, onzedig, ondemocratisch en machtsmisbruikend gedrag zal blijven bestaan. Welk gedrag wenselijk is en welk niet, ligt dan ook niet besloten in de design-principes van internet. Gelukkig kan dat ook helemaal niet.


woensdag 16 januari 2013

Organisatiekracht buurten niet af te dwingen

Steeds vaker wil de overheid bouwen op eigen initiatief van bewoners. Ik ben daar erg voor en zie de voordelen. Maar het is veel minder eenvoudig en zeker niet voorspelbaar te organiseren vanuit de overheid. De belangrijkste les is dat de overheid (als men het vanuit de overheid wil stimuleren) onderscheid maakt naar de organisatiekracht en soort organisatiekracht die in de buurt aanwezig is.

Bewoners runnen buurthuis
Buurtbewoners in Utrecht runnen in De Nieuwe Jutter bijvoorbeeld hun eigen buurthuis. Het is geboren uit verzet tegen de sluiting van het buurthuis. De bewoners hadden overigens al een bewonersorganisatie. Ze bereikten, dat samen met woningcorporatie Bo-Ex en de gemeente Utrecht werd gewerkt aan een nieuwe opzet voor De Jutter. Bo-Ex kocht het pand en de wijkbewoners verenigden zich in een beheergroep. En die zorgt nu voor de dagelijkse gang van zaken in De Nieuwe Jutter.

In St Annaparochie sturen de buurtbewoners op inhoud mee met het multifunctioneel centrum. Bewoners kiezen het bestuur en het bestuur bepaalt wie er mag huren en wie niet. Zo bepalen de bewoners de mix van organisaties die in het gebouw zitten en leggen daarmee de basis voor eventuele samenwerking. Er is een bibliotheek, muziekschool, jongerenruimte, ouderenruimte, fysiotherapeut, werkplekken voor sociaal cultureel werk, bar en grote zaal. In de buurt wonen ongeveer 10.000 mensen. Hier is de rol van de bewoners wezenlijk anders dan bij De Nieuwe Jutter.

Leefbaarheidsactiviteit en groenperkjes
In andere buurten mag je blij zijn als je met een leefbaarheidsbudget iets van de grond krijgt. Of wat ook erg succesvol kan zijn: je geeft bewoners de ruimte om stukjes groen zelf te beheren. Deze initiatieven vergen minder organisatiegraad, zijn op de korte termijn gericht en dragen bij aan de samenhang in de buurt. Maar het is hier de gemeente die met de ideeën komt.

Wat kan aanslaan in de buurt?
Hoe kun je nu beslissen welke initiatieven passen? Nog even los van de vraag of het initiatief niet uit de bewoners zelf zou moeten komen is er een interessante indeling die Hurenkamp, Tonkens, & Duyvendak ooit aangaven. Zij maken onderscheid naar gemeenschappen met veel en weinig intern contact en veel en weinig extern contact. Je kunt bijvoorbeeld een gesloten gemeenschap hebben met veel intern contact, dan past een cooperatie, waarbij de overheid betrokkenheid toont maar waar de subsidie niet van het grootste belang is. Erkenning van de eigen kracht van organisaties is veel belangrijker. Een buurt waar weinig intern en weinig extern contact is moet het juist hebben van op korte termijn gerichte initiatieven vanuit de overheid.Doelen voor de lange termijn zijn daar veel moeilijker af te spreken omdat er te weinig vertrouwen op eigen kunnen is (en waarschijnlijk voor de korte termijn terecht).

In schema hier: 

Uit het schema blijkt dat in moeilijke buurten - waar weinig interne samenhang is en mensen geen eigen organisaties hebben en ook weinig extern contact is - , het overdragen van verantwoordelijkheid aan de buurt al snel faalt. 

Organisatiekracht is niet overal aanwezig en ontstaat niet waar geen vruchtbare bodem is. 

Juist waar geen vruchtbare bodem is, is extra inspanning van de gemeente nodig. Bezuinig je in zwakke buurten op buurthuizen en voorzieningen, dan is de kans groot dat de aanwezige infrastructuur verdwijnt. Juist daar zullen bezuinigingen een soort vliegwieleffect teweeg brengen. Daar valt de bezuiniging extra zwaar uit. 

Waar wel vruchtbare bodem is, hoeven bezuinigingen niet zwaar toe te slaan. Maar daar zullen de bewoners extra sterk zijn in het opzetten van een lobby om het geld te behouden.

Verschil maken is in de toekomst van het grootste belang. Dat worden lastige keuzen.