De VVD is in 2026 strenger, minder liberaal en minder sociaal geworden. Ik heb de manifesten van 2005 en 2026 vergeleken en het valt op dat de aanpassingen en wederkerigheid nu vooral van de kant van de zwakke moet komen. Het 2026-manifest is minder klassiek-liberaal (minder tolerantie voor afwijkende waarden, meer conditionele rechten, minder democratische vernieuwing) en de overheid treedt strenger op op het gebied van normhandhaving, waardenoverdracht, immigratie en burgerschap. Bij de geopolitiek is de aandacht voor teveel staatsmacht verdwenen.
Kleinere overheid
in naam nog zichtbaar
Nog steeds is het pleidooi dat de
overheid kleiner moet. De tekst roept op tot minder regels en stoppen
met niet-effectieve taken, maar wie zoekt naar concrete voorstellen (af te schaffen instanties, te schrappen regels, te privatiseren
diensten) vindt die niet. Opvallend is dat het manifest van 2005
daar wel concreet over was. Denk aan de vlaktaks en het afschaffen
van de verplichte pensioenleeftijd en het opheffen van ZBO’s.
Gelukkig is het pleidooi voor de gekozen burgemeester verdwenen. De
burgemeester zou dan met zijn politiek programma komen te staan
tegenover het politieke programma van de gemeenteraad.
Strenger richting
nieuwkomers
Opvallend is de strengere inzet richting
nieuwkomers. Het kan zeker nodig zijn in onze samenleving, die in bubbels uiteen lijkt te vallen, te vragen je te verdiepen in elkaar. Toch zou je verwachten dat daarbij
een liberale aanpak gekozen zou worden. Sociale samenhang moet volgens het manifest afgedwongen worden door de overheid, via het onderwijs. De overheid
verlangt expliciet dat alle burgers en vooral van nieuwkomers
de liberaal-democratische grondwaarden te aanvaarden. De aanpassing die verwacht wordt is vooral eenzijdig.
Wie in Nederland wil leven zal moeten integreren. De overheid zou geen partij kiezen tussen verschillende levensbeschouwingen, religies of overtuigingen, maar tussen de regels door lees je de angst voor nieuwkomers met een andere religie.
Wederkerigheid krijgt meer aandacht
Wederkerigheid betekent dat vrijheid, rechten en bescherming niet vrijblijvend zijn, maar wederzijdse verantwoordelijkheden met zich meebrengen: van burger naar staat, van individu naar medemens, en van nieuwkomer naar ontvangende samenleving. Dit komt prominenter dan in 2005 terug, ook in de teksten over verdraagzaamheid.
De aandacht voor wederkerige verdraagzaamheid is te prijzen en het is eigenlijk ook een heel klassiek liberale gedachte. Popper sprak in dat geval over de Paradox van tolerantie. Hij stelde dat we in eerste instantie intolerante ideeën moeten weerkaatsen met rationele argumenten en de publieke opinie. Maar hij vond wel wanneer intolerante bewegingen weigeren om rationeel te debatteren en oproepen tot geweld, of het gebruik van fysiek geweld niet schuwen, is ingrijpen volgens hem gerechtvaardigd.
Wederkerigheid vanuit de sterkere?
Daar blijft het helaas wel bij als we spreken over wederkerigheid. De ‘sterkere
kant’ wordt niet aangesproken op wederzijdse verplichtingen. Er staat nergens dat gevestigde burgers een actieve verantwoordelijkheid hebben om nieuwkomers of uitkeringsgerechtigden tegemoet te komen (bijvoorbeeld door werk te bieden, vooroordelen te laten varen, of te investeren in achterstandswijken). Ook de overheid wordt niet opgeroepen om ‘wederkerig’ te zijn.
Het idee van de sluier van onwetendheid van Rawls ontbreekt geheel. Daarmee is het manifest niet sociaal-liberaal maar streng-meritocratisch: vrijheid is iets dat je verdient door je aan te passen en bij te dragen, niet iets dat vanzelfsprekend is voor iedereen, ongeacht startpositie.
In 2005 was dat nog wezenlijk anders “Eigen verantwoordelijkheid ontslaat liberalen niet van de verantwoordelijkheid voor diegenen, die niet (meer) in staat zijn hun omstandigheden te wijzigen, zoals bijvoorbeeld gehandicapten of ouderen”. Er zijn passages die impliceren dat als je achter de sluier van onwetendheid niet weet of je tot de zwakken of sterken behoort, je een samenleving zou willen die een vangnet biedt. Rawls wordt niet met naam genoemd, maar het principe is herkenbaar. Ook spreekt het manifest van 2005 nog over een bestaansminimum. Er is aandacht voor "vernederende armoede" en “Een 'Res publica' die hulpbehoevenden niet bijstaat, verdient die naam niet.”
Geopolitiek
zonder liberale terughoudendheid voor overheidsmacht
De klassiek liberale
invalshoek mis ik ook in het hoofdstuk over geopolitiek en
veiligheid. Het hoofdstuk over geopolitiek en veiligheid is een
logische reactie op de veranderde wereld (oorlog in Oekraïne,
opkomst China). De overheid wil “opkomen voor onze belangen”,
“tegendruk geven”, en strategische partnerschappen aangrijpen om
invloed uit te oefenen. Dat is niet langer defensief, maar offensief
of assertief – dichter bij realistische machtspolitiek dan bij
liberale terughoudendheid.
Hoezeer dit ook een begrijpelijke extra aandacht is, toch roept dit vragen op. Laat de VVD zich hier teveel meeslepen met de actualiteit? Het is minder klassiek-liberaal omdat het de staat actiever en machtsgerichter maakt op het internationale toneel, zonder dezelfde rechtstatelijke terughoudendheid die we van de liberalen mogen verwachten. In tegenstelling tot 2005 ontbreekt in 2026 ook een reflectie op de spanning tussen veiligheid en burgerlijke vrijheden (bijvoorbeeld preventieve maatregelen, dataverzameling).
Omarming van de
meritocratie en geopolitieke macht in plaats van het liberalisme
Al met al is het
manifest van 2026 actueler maar minder liberaal. De toon is meer dan
vroeger meritocratisch: succes is het gevolg van eigen inspanning,
falen het gevolg van eigen gebrek aan inspanning of aanpassing. Heeft de VVD zich laten meeslepen door haar afkeer van PRO? Ook bij geopolitiek laat de
VVD zich meeslepen door actualiteit zonder de echte liberale
invulling te zoeken. Gevaren van een sterke staat wordt bij de
geopolitiek uit het oog verloren.
Het had de VVD gesierd als wederkerigheid beter was geanalyseerd en het geopolitieke machtsdenken van meer liberaal gedachtegoed was voorzien.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten