maandag 21 september 2026

Een soort RIVM voor drugs

Af en toe zie je verschrikkelijke beelden van verslaafden aan fentanyl en onlangs berichtte het journaal over Kush-verslaafden in Sierra Leone en Liberia. Eerder al op youtube: hier Je ziet mensen als zombies langs de straat liggen. Hoewel deze beelden de meest extreme toestanden tonen, is er meer dan dat. Mensen die incidenteel gebruiken, mensen die verslaafd zijn en een groot deel van de dag functioneren en mensen met een combinatie van uitputting, dakloosheid en andere problemen.

Alsjeblieft geen war on drugs
Maar let op: dit is geen post om te pleiten voor de harde aanpak van (synthetische) drugs. Het probleem van de "war on drugs" is dat er geen goede resultaten te melden zijn. Ja, grote aantallen arrestaties, kilo's in beslag genomen drugs of opgerolde laboratoria. Maar het maakt de beschikbaarheid niet minder. Dat blijkt uit het in juni verschenen rapport en het dreigingsbeeld van de European Union Drugs Agency. De EUDA constateert dat smokkelaars na intensievere controles in grote havens uitwijken naar nieuwe smokkelmethodes (overdracht op zee, andere havens). Dus: Stop met het behandelen van drugsgebruikers als criminelen, maar creëer een systematisch traject van opsporing en beoordeling naar behandeling. Investeer tegelijkertijd in bewezen methoden die direct levens kunnen redden. Het morele en individuele beroep om niet te gebruiken en zo niet mee te werken aan illegale toestanden helpt niet!

Gereguleerde aanpak voor cannabis en MDMA
In Nederland is ooit het gedoogbeleid voor cannabis uitgevonden. Dat is dus wat anders dan legalisering wat ik voor cannabis zou bepleiten: legaal maar ook gereguleerd met regels als maximaal THC - gehalte, minimumleeftijd, geen reclame, accijns. Helaas is dat nog geen gemeengoed.

De samenleving als geheel zal hoe dan ook moeten leren omgaan met drugs. Want met cannabis zijn we er niet.

Nederland is nog steeds erg gericht op verboden. MDMA staat op de lijst van verboden middelen. MDMA is relatief veilig en de problemen gaan meer over onbekende sterkte, vergiftigingen, milieuschade en natuurlijk: georganiseerde criminaliteit. Als mensen MDMA toch gebruiken, waarom zou je dan de volledige productie overlaten aan criminelen? Dus gereguleerde verkoop met helder gecontroleerde productie en duidelijkheid over dosering. Let wel: MDMA is echt wat anders dan fentanyl of nitazenen en andere synthetische opioïden. Dat vraagt ander beleid.

Fentanyl is overigens een vrij specifieke chemische stof, terwijl Kush (waar ik in de inleiding over schreef) een illegale, wisselend samengestelde straatdrug is, niet te verwarren met de cannabissoort. De WHO geeft aan dat Kush een combinatie is met onder meer cannabis, fentanyl en tramadol. Er zijn aanwijzingen dat de samenstelling in de praktijk sterk varieert, wat het nog gevaarlijker maakt.

Fentanyl: war on drugs geen antwoord
Ook voor de synthetische opioïden is een oorlog tegen drugs niet het antwoord (helemaal vrij geven ook niet). Daarom zou ik ook daar het persoonlijk bezit proberen uit het strafrecht te halen en te mikken op behandeling, preventie en voorlichting en waarschuwingen. En een gecontroleerde medische voorziening voor mensen bij wie conventionele behandeling onvoldoende werkt.

Criminaliteitsbestrijding moet ook goed doordacht gebeuren, vooral door de aanvoerlijnen van de chemicaliën uit China en India aan te pakken en het kennen van de drugsmarkt door de politie. Elke keer dat de overheid een specifieke drugssoort aanpakt, stappen criminele chemici over op nieuwe stoffen met een vergelijkbare structuur die moeilijker te traceren zijn en steeds zien we potentieel dodelijkere drugs terugkomen.

Waarschuwingen zijn hier echt belangrijk. Bij synthetische drugs weet de gebruiker vaak niet precies welk molecuul of welke dosering hij koopt. Drug-checking geeft individuele gebruikers informatie, maar heeft nog een tweede functie: laboratoria kunnen een gevaarlijke batch vroeg ontdekken en vervolgens landelijke of lokale waarschuwingen verspreiden. De EUDA ziet zulke systemen daarom ook als onderdeel van een early-warning-infrastructuur.

RIVM voor de epidemiologie van de drugsmarkt
Nederland zou een soort "drugs-RIVM" kunnen hebben dat voortdurend de markt analyseert en waarschuwingen verspreid naar ziekenhuizen, politie, GGD en festivals.

Inderdaad worden er geregeld laboratoria opgerold en drugs gevonden. Maar we moeten het succes van ons drugsbeleid anders gaan meten: denk aan het aantal mensen met problematisch gebruik laten dalen, sterfte door overdoses verminderen, èn aanpak van ondermijning. Het gaat dus niet om “hoeveel drugs hebben we onderschept?”, maar om de vraag: “wat gebeurt er met de gezondheid van de bevolking?” en "hoe zitten we de criminelen echt dwars?"

Een RIVM voor drugs zou een belangrijke rol kunnen hebben in vroege signalering, gevaarlijke versnijdingen, veranderingen in zuiverheid en een Nationaal Drugs Dashboard. Dat gaat dus verder dan het huidige CAM. Voor nieuwe ontwikkelingen blijft het belangrijk om te kijken wat werkt. Een Nederlandse Drugs-RIVM zou daarmee eigenlijk de “epidemiologische infrastructuur voor de drugsmarkt” worden.

dinsdag 15 september 2026

Niet het gevaar van de Islam, maar Islamisme en Islam-bashing

Af en toe moet ik weer denken aan de geboorte van Nederland. Nu 25 jaar na de aanslag op het WTC opnieuw. De vervolging van protestanten in Europa ging gepaard met flink wat geweld. Prediken van “verkeerde religies” werd bestraft met de doodstraf en het confiskeren van alle eigendommen. Protestanten vluchtten naar Nederland. Daar werden de katholieken gediscrimineerd en uitgesloten, maar wel ontstonden er Nederlandse oplossingen zoals de schuilkerk. Uiteindelijk ontdekten de staten dat godsdienstvrijheid welvaart en rust bracht.

Sindsdien hadden we dacht ik heel veel geleerd?
In het hedendaagse Europa is het juist het rechtssysteem dat zou moeten beschermen. Het probleem is dan alleen dat daardoor dingen niet gebeuren: geen vervolging, geen gedwongen bekering, geen chaos, maar rust. Voor het grootste deel, juist in vergelijking met vroeger toen er geen godsdienstvrijheid was: geen nieuws dus eigenlijk.

Vervolgens is het toch vreemd dat juist Nederlanders die graag terugkijken naar een glorieuze geschiedenis van ons Vaderland vergeten dat de Tachtigjarige oorlog religieus gemotiveerd was en dat godsdienstvrijheid een manier was om bloedvergieten te voorkomen en naast elkaar te kunnen leven. Kennen we de Unie van Utrecht nog (1579)? "een yder particulier in sijn religie vrij sal moegen blijven ende dat men nyemant ter cause van de religie sal moegen achterhaelen ofte ondersoucken" (artikel 13)

Geen nieuws zorgt er voor dat de beperkte zichtbare kosten voor spanningen zorgen, zoals je aanpassen, accepteren dat er verschillen zijn, dat nieuwe feestdagen opkomen en mensen met elkaar rekening houden. Hoe erg is het om rekening te houden met mensen die geen varkensvlees eten? Samenleven is beter dan vervolgen en onderdrukken. Onderdrukking van religie gaat ten koste van welvaart, stabiliteit en levens.

Werkelijke gevaren
Dat is meteen het probleem: de kleine kosten van aanpassing lijken de echte gevaren uit beeld te brengen. Want de toenemende polarisatie kan wel zorgen voor grotere echte gevaren. Denk aan Jihadistisch geweld of aanslagen zoals van Anders Breivik. De echte uitzonderingen die we wel serieus moeten nemen.

Maar er is meer dan het terrorisme-gevaar.   

Wat extreem rechts en Islamisme (politieke Islam) doen: een ​​illiberale agenda promoten. Dat is anders dan er conservatieve gedachten op na houden (zoals we bij de SGP net zo goed aantreffen). Hizb ut-Tahrir Nederland is een voorbeeld. HT heeft geen gewelddadige tak in Nederland, maar haar ideologische doel is expliciet illiberaal: ze verwerpt de democratie als soevereiniteit van het volk en stelt dat soevereiniteit alleen aan God (Allah) toekomt. In dat kader roept het moslims op zich afzijdig te houden van het democratische proces en niet mee te doen aan verkiezingen. De aanhang is niet erg groot overigens, enkele procenten onder moslims.

Extreem rechts zoekt juist provocatie en eigenrichting op om de democratie te ondermijnen en verzet zich tegen rechters die democratisch gekozen regels toetsen. Meestal wordt de Islam gekozen als favoriete vijand.

Juist de polarisatie waarbij de extreme uiteinden elkaar wederzijds radicaliseren en zo extreemrechtse en islamistische extremisten elkaar versterken is gevaarlijk. De onrust, onveiligheid, mensen die tegenover elkaar komen te staan: het wordt groter. De beide extremen stellen eigenlijk de liberale democratische rechtsstaat ter discussie.

Pleidooi voor het redelijk pluralisme
Minder spectaculair is het 'reasonable pluralism' van John Rawls. Hij noemt dat het zoeken naar een overlappende consensus: een set van principes die het samenleven reguleren. Met basisvrijheden en wederkerigheid. Wie als moslim over straat wil gaan moet ook accepteren dat anderen korte rokjes willen dragen. Wie korte rokjes wil dragen moet accepteren dat anderen een hoofddoek dragen. Dat betekent dus ook dat er zaken zijn waar je elkaar niet op kunt aanspreken, maar waarvan je pluralisme accepteert. Volgens Rawls is het belangrijk dat alle groepen binnen een samenleving het over de meest essentiële zaken eens zijn. Bepaalde normen en waarden moet iedereen onderschrijven, daar komt men niet onderuit. Maar over alles wat niet essentieel is, daarover mogen mensen van mening en invulling verschillen. Om daar te komen is nodig dat we elkaar kennen en vertrouwen.

Eigenlijk een oplossing die teruggaat op Baruch Spinoza, Desiderius Erasmus en Hugo de Groot. Juist bij demonstraties voor tolerantie is de Nederlandse vlag op zijn plaats. Misschien wat vaker terugkijken naar de Nederlandse geschiedenis???



vrijdag 11 september 2026

War on terror: nooit verspilde de VS meer

Er wordt teveel over kleine verspilling en te weinig over echte grote verspilling gepraat. De War or Terror sinds 2001 heeft de VS (en de rest van de wereld) heel veel gekost. De VS alleen al besteedde meer dan 10.000 miljard aan de oorlog tegen terreur die ze uitriep na de terreuraanslag tegen het WTC. Belangrijk om mee te wegen: de oorlog leverde veel polarisatie op, de Taliban kwamen in Afghanistan terug aan de macht en in Irak nam het terrorisme toe. De VS won met die 10.000 miljard de oorlog niet.

Geen van beide won
Of kunnen we zelfs zeggen dat Al Qaeda de oorlog won? De macht (en het gezag) van de VS is sindsdien duidelijk verminderd en in de Westerse wereld zijn mensen de onveiligheid gaan voelen die Al Qaeda voor ogen had. Maar ook dat is niet te zeggen: Al Qaeda heeft de doelen niet bereikt: wel is de economische kracht van de VS verminderd, maar de VS zijn niet ingestort en hoe onveilig voelden de Amerikanen zich echt? Bin Laden hoopte de Verenigde Staten economisch te vernietigen zoals hij de Sovjet-Unie had zien instorten, uiteindelijk werd Al-Qaeda gemarginaliseerd en profiteerde China van de geopolitieke verschuiving.

Leren van China
Het is niet populair tegenwoordig, met alle inspanningen voor defensie zijn teveel mensen gaan denken dat oorlog voeren wat oplevert. Daar is China veel handiger in! Het land heeft als kern het beschermen van zijn eigen ontwikkeling en het vermijden van in een nadelige positie terechtkomen in een conflict. Het opbouwen van militaire kracht is niet voor expansie, maar voor het voorkomen van oorlog en het beschermen van veiligheid. Natuurlijk weten we dat het conflict rond Taiwan nog altijd bestaat. Niet dat China zo deugt, ook China is gericht op overheersing en machtsuitbreiding, maar het is wel slimmer georganiseerd

Wat had de VS ook kunnen doen?
De War on terror heeft ongeveer 28.000 dollar per persoon gekost. Je had dus elke Amerikaan 28.000 dollar kunnen geven. Dat leidt tot enorme inflatie, dus het kan ook anders besteed worden.

De geschatte kosten voor het renoveren van alle bruggen in de Verenigde Staten bedragen ongeveer 125 miljard dollar, dat had makkelijk gekund.

Je vraagt je af: zijn er wel serieuze afwegingen gemaakt in de VS? Was het niet een emotionele en de eigen mogelijkheden overschattende reactie?

Of laten we het heel anders bekijken. Wat hadden de VS wel niet kunnen bereiken in de strijd tegen China om de wereldmacht met al dat geld? Had de VS zijn gezag in de wereld met al dat geld niet enorm kunnen vergroten en tegelijk de vijandigheid jegens de VS kunnen verminderen? Met het bedrag had de VS nogal een deuk in een pakje boter kunnen slaan (en een paar miljard kunnen besteden aan wraak).

Gemiste kans
Wat China besteedt om het Belt and Road-initiatief te betalen is minder dan de 10.000 miljard, en dat zijn deels kosten en deels investeringen (aan uitstaande leningen van China aan ontwikkelingslanden is het 1.200 miljard, waarvan China een deel zal moeten afschrijven en een deel terugkrijgt). Had zo’n initiatief niet veel meer gedaan om de moslimwereld te beïnvloeden en tegen terrorisme te strijden? Een gemiste kans!

Denk aan het ook voor de VS heel gunstige Marshall plan in Europa. Een Marshallplan had voorkomen dat China en Rusland in Afrika de dominante machten worden, het had ook veel geld op kunnen leveren uit economische activiteiten.

Oorlog starten werd gezien als goede wraak
Ik begrijp best dat de Amerikaanse kiezer 'geld overmaken naar het buitenland' vaak moeilijker accepteert dan 'troepen sturen om de natie te verdedigen', zeker in de emotionele nasleep van een gebeurtenis zoals 9/11 waarna de roep om wraak klinkt. (Weinig christelijk overigens in een land dat  "In God We Trust" op het geld heeft staan. Lees er de bijbel op na!)

Maar oorlogvoering levert economisch gezien weinig op: een vernietigde tank of bom is weggegooid geld. Een Marshallplan daarentegen werkt twee kanten op. Bij het oorspronkelijke Marshallplan na WOII verplichtten de VS dat Europese landen een groot deel van het geld besteedden aan Amerikaanse goederen, machines en technologie. En het had veel doden en ellende en wraak gescheeld.

Was dat niet veel beter geweest?




maandag 7 september 2026

Mona Keijzer, AfD en de culturele verschuiving

Er zijn nogal wat partijen op rechts en daar komt nu een nieuwe “beweging” bij van Mona Keijzer. Bas Heijne stelt in de NRC van zaterdag dat het met de beweging van Keijzer niets gaat worden, juist omdat zij zichzelf in de weg zit. Op rechts heeft elke partij van de eigen partij het gevoel de echte verlosser te kunnen leveren. Het wordt dus niets met Mona Keijzer en rechts zal zich niet weten te bundelen tot een machtsfactor. Dat lijkt geruststellend.

Korte aandachtsspanne voor politieke boodschap
Het is helaas niet echt geruststellend. In een tussenzin geeft Heijne aan dat het rechtspopulisme geen politieke reactie is, maar een culturele verschuiving. Burgers in de rechtse bubbel zijn niet geïnteresseerd in taaie processen en ingewikkelde, soms tegenstrijdige, constateringen, ze zijn klant en willen geen verhalen over oplossingen die leiden tot nieuwe problemen. Maar is dat alleen in de rechtse bubbel zo? In de column naast die van Heijne staat als eyecatcher “Niet duidelijk? Dan scrollen we verder”. Sociale media hebben onze aandachtsspanne fors verkort, dus de boodschap moet snel duidelijk zijn.

De AfD in Saksen - Anhalt deed het anders
Precies die cultuur: politiek kort door de bocht, geen ingewikkelde werkelijkheid accepteren, maar ook terugvallen op het eigen gelijk, trots en vooral nostalgie, verklaart het succes van AfD (Alternative für Deutschland) in ons buurland. Wat veel mensen vergeten: mensen voelen er zich gezellig thuis! Journalist Olaf Sundermeyer volgt de AfD al sinds de oprichting. In het boek Blaues Land onderzoekt hij hoe een regio en de lokale gemeenschap veranderen wanneer de AfD er een machtsfactor wordt. Hij beschrijft hoe de partij niet alleen verkiezingen wint, maar zich verankert in het dagelijks leven: via lokale verenigingen, scholen, en dorpsgemeenschappen. De partijgebouwen worden sociale ontmoetingsplekken. De partij brengt een goed gevoel over.

Niet alleen haat, ook het eigen veilige en prettige leven
Natuurlijk verschilt de politieke wereld van Duitsland en Nederland, maar bijzonder is dat Sundermeyer laat zien hoe rechtspopulisme en radicaal-rechts zich niet alleen voeden met 'haat op sociale media', maar juist met lokale aanwezigheid, verenigingsleven en het opvullen van institutionele leegtes. Volgens mij moeten we daar kijken om te leren. Het was het gat waar BBB even leek in te duiken: de lokale aanwezigheid van politieke partijen en verenigingsleven is veronachtzaamd. Waar de mensen die PVV stemmen vooral boos zijn, voelen de kiezers van de AfD zich gewoon thuis bij de partij.

Feel-good politiker
Natuurlijk speelde in Saksen - Anhalt mee dat de lijsttrekker een charismatische man met stralende glimlach was. Zelf legde hij vooral nadruk op positieve kanten. Hij werd wel “Feel-good-Politiker” genoemd. Het inhoudelijk werk liet hij aan anderen over. Het kon hem niet schelen dat dat mensen zijn als Laurens Nothdurft (ooit voorzitter van de “Heimattreuen Deutsche Jugend” (HDJ) verboden omdat zij “wezensverwant met het nationaalsocialisme” werd bevonden en een nieuwe nationaalsocialistische elite wilde kweken), of Sebastian Koch (verdacht van betrokkenheid bij de verboden neonazistische sekte “Artgemeinschaft”). Zijn kiezers vinden het al snel best als Ulrich Siegmund het af doet als “verleden” en vindt dat journalisten niet zo moeilijk moeten doen. Gebruik de korte aandachtsspanne en wees weer positief!

Ik vermoed dat BBB meer kansen had gehad dan andere partijen om dat gezellig en nostalgisch gat te vullen. Juist de manier waarop Caroline van der Plas zich presenteerde als een gewoon mens sprak kiezers aan. En lees vervolgens hun stukken over de regio, openbaar vervoer en dorpshuizen er maar op na: nostalgie en nabijheid! Met Henk Vermeer wordt dat niet doorgezet: toch te politiek. Maar als andere partijen alleen reageren op de politieke kant en de culturele verschuiving (en leegte) niet oppakken, liggen hier in de Nederland grote kansen voor extreem rechts.

Vertrouwen winnen, juist voor de toekomst
De verantwoordelijke politieke partijen zouden daar rekening mee moeten houden. Zij moeten vertrouwen (terug)winnen omdat ze anders dan populistische partijen moeilijke keuzen niet uit de weg gaan. Daarvoor is de steun nodig van je kiezers. De AfD boekt succes waar gevestigde partijen zijn verdwenen. Ze maakt zich onmisbaar in dorpshuizen, lokale sportverenigingen, vrijwilligersinitiatieven en buurtcommissies. Ze biedt nabijheid aan mensen die zich vergeten voelen. Dat is toch wat anders dan het gratis bier-programma van PVV. (Maar vergeet niet dat de AfD aparte scholen voor kinderen met een handicap, asielkinderen en migrantenkinderen wil introduceren! Het is niet alleen die gezelligheid, het is onvervalst extreem rechts! Maar wie leest dat programma?). 

Lokale aanwezigheid en uitzicht op bestaanszekerheid
In plaats van alleen campagne te voeren rond verkiezingen, moeten de partijen investeren in permanente lokale aanwezigheid. Niet alleen met politieke standpunten, maar ook gewoon door aanwezig te zijn en de mensen te kennen (dat gebeurt al meer dan we denken). 

Ook moeten partijen strijden voor het behoud en heropenen van buurthuizen, bibliotheken en sportclubs. Tot mijn verbazing is de term bestaanszekerheid weer verdwenen uit het politieke debat. Een partij kan echt vertrouwen winnen als ze 'bestaanszekerheid' concreet kan maken op wijk- en dorpsniveau; openbaar vervoer terugbrengt naar het dorp, en betaalbare starterswoningen voor eigen inwoners weet te regelen en voorzieningen weet te behouden. Met twitter en filmpjes op Tiktok win je anders alleen korte aandacht.

Partijen moeten laten zien dat het beter kan worden
Links is er erg goed in mensen op het nadenkstoeltje te zetten: je moet inschikken voor vluchtelingen, je mag niet vliegen, let op wat je eet, of je die auto kan blijven rijden is ook maar de vraag. In mijn blog hier  Het optimisme lijkt daar ver weg. Ik vond dat Henri Bontenbal het wèl mooi verwoordde in de Schoo-lezing: “een toekomst waarin jongeren weer zin hebben om die toekomst mee vorm te geven en zelf een goed leven kunnen opbouwen; in een land waar je op je oude dag nog steeds helemaal onderdeel bent van de samenleving en kunt rekenen op goede zorg als dat nodig is; een land waarin alle Nederlanders zich thuis en veilig voelen; een toekomst waarin de zekerheid er is dat je op elkaar kunt rekenen als je elkaar nodig hebt; een toekomst waarnaar we met vertrouwen op weg zijn”. 

Dat vraagt nabijheid en een gevoel dat het kan: wie vertrouwt de politiek om de toekomst mee vorm te geven, wie helpt mee om iedereen onderdeel te laten zijn van de samenleving? Wat in elk geval uit dit blijkt: de politiek kan het niet alleen, het moet samen met ons allen. 

Ja, dan zijn er soms moeilijke keuzen te maken, maar dat biedt wel een wenkend optimistisch perspectief.

dinsdag 25 augustus 2026

Norbert Elias bezoekt het dorp Engelen

De gemoederen in Engelen zijn nog niet bedaard na de inspraakavond. De sfeer in het dorp is grondig verpest en de spanning is voelbaar op de avond. Trouw gaf aan dat de spanning voornamelijk tastbaar was tijdens de bijdragen van de voorstanders van de opvang van de jonge vluchtelingen in Engelen. “Wat kan ik zeggen en wat niet? Wat zullen de consequenties zijn voor mezelf en mijn gezin? Ik sta hier met knikkende knieën.”

Misschien had Norbert Elias (als hij nog leefde) mooi een eerste aftrap kunnen geven die avond. Zijn werk verklaart veel van wat er in dat dorp gebeurde, ook dat de mensen die voor (of beter gezegd: niet tegen) de opvang zijn het heel moeilijk kregen die avond. Ik schreef eerder al dat inleving in de ander hard nodig is. Norbert Elias verklaart waarom dat zo moeilijk is.

Elias schreef met John L. Scotson 'The Established and the Outsiders'. Daarin toonden zij hoe een hechte gemeenschap - established, de gevestigden - zich krampachtig verdedigt tegen de komst van nieuwkomers - outsiders, de buitenstaanders. En dan ging het bij deze studie niet over asielzoekers. Het opmerkelijke dat er tussen beide groepen qua ras, klasse of religie nauwelijks verschil was. Het enige verschil? De gevestigden woonden er al twee generaties; de buitenstaanders waren er nét.

Nieuwkomers en dan ook nog een andere culturele achtergrond
Aan de kant van de tegenstanders staan de bewoners die zich de rechtmatige eigenaren van de dorpsidentiteit voelen. Ze bepalen de ongeschreven normen en putten hun sociale status uit de continuïteit van hun leefomgeving. Dit dorp is van ons is dan het idee. Laat in Engelen het anders dan in de studie van Elias niet alleen gaan over nieuwkomers, maar ook over mensen met een andere culturele achtergrond. 

Elk negatief bericht kleeft aan de minderheidsgroep
Elias stelt dat de gevestigde groep de neiging heeft om een minderheidsgroep te beoordelen op basis van het slechtste deel van die groep. Elk negatief bericht over asielzoekers wordt gezien als tekenend voor de hele groep. Dat werpt een grote barrière op tegen inleving in de groep.

Dat werkt anders voor de eigen groep. Als iemand uit de eigen gevestigde groep exact hetzelfde incident veroorzaakt, wordt dit afgedaan als een 'incidenteel geval', een 'zwart schaap' of een individuele misstap. Het tast het zelfbeeld van de gevestigde groep als geheel niet aan. Sterker het zelfbeeld van de eigen groep wordt gebaseerd op de beste prestaties van leden van de groep. Het beeld van Engelen is niet: dat is ons dorp waar we huizen bekladden en auto's van buurtgenoten in de sloot rijden!

Herkenbaar? Ik vermoed dat de tegenstanders de bekladding en het in de sloot duwen van de auto heel gemakkelijk als incident zien, maar niet op dezelfde wijze kunnen kijken naar jonge asielzoekers.

Waarom er meer nodig is dan een oproep tot inleving
Elias leert dat de angst van de gevestigden zelden alleen over de nieuwkomers gaat. Het gaat over het gevreesde verlies van en gevoel van macht, status en controle. Wanneer de overheid “van bovenaf” een asielzoekerscentrum plaatst, voelen de gevestigden hun eigen monopolie op de leefruimte afbrokkelen. De emoties die loskomen in de dorpszaal van Engelen zijn veel meer dan alleen "vreemdelingenhaat" of "nimby-gedrag". Zij vormen ook een klassieke sociologische reactie op een verstorende machtsverschuiving, ze zijn bang voor verlies van status en controle. Het zou interessant zijn om te kijken naar de positie van de mensen die pleiten voor samenleven. Wat maakt dat zij wel bereid zijn inleving te tonen in de ander?

Het dorpsplein in Engelen is daarmee een spiegel van de tijdgeest. Zonder begrip van de mechanismen die Elias beschreef, blijven we steken in de polarisatie en het opheffen van beschuldigende vingers. We zullen ook moeten zien hoe diep de drang naar status en behoud van de eigen orde verankerd zit.

De komst van de opvang nodig om verder te komen
Hoe zorgen de inwoners van Engelen dat zij met elkaar in het reine komen? Misschien is de komst van het POA wel het beste: dan kunnen bewoners oordelen op basis van de werkelijkheid. Ik vrees dat het dan weer over incidenten zal gaan die aan elke jonge asielzoeker gaan kleven. Daarna kunnen ze de mensen leren kennen. Pas over jaren wordt het weer een eerlijk gesprek: waar kwam die emotie vandaan? Hoe kon dit zo uit de hand lopen? 

Bijkomend voordeel: terreur wordt overduidelijk niet beloond.


P.S. Doe de Norbert Elias-test hier.


donderdag 13 augustus 2026

Eigen emotie eerst

Hoe haalt iemand het in zijn hoofd om samen met zijn dochter het huis te bezoeken van iemand die niet tegen de komst van een AZC is en op het huis Kut Hoer Teef te kalken? Het gebeurde in Engelen bij Den Bosch. Het moet zijn ontstaan op Facebook of in een whatsapp groep met gelijk gestemden.

Ik keek weer eens op Facebook. Het ging over de noodzaak van nieuwe verkiezingen: “Helemaal met je eens! Maar ik moet er ook niet aan denken dat PRO aan het roer komt, want dan wordt het nog slechter in Nederland”, “Doen! Dan massaal op Lidewei of Geert stemmen”. “Natuurlijk! Maak FvD zo extreem groot dat er geen andere partijen nodig zijn”. Sociale media staan vol met drek, maar het zijn ook echo-kamers om elkaar gelijk te geven.

Gelijk krijgen van gelijkgestemden
Wat er feitelijk gebeurt is dat inleving in de ander verdwijnt. Doordat algoritmes gebruikers in 'filterbubbels' en 'echokamers' plaatsen, worden bestaande meningen voortdurend versterkt en tegengeluiden weggefilterd. Het wordt mensen 'duidelijk' dat er niet naar “het Volk” wordt geluisterd en zij weten dat “het Volk” het met hen eens is. In de COVID tijd zag ik hoe mensen in zichzelf gingen geloven en voortdurend bevestiging kregen van gelijkgestemden. Facebook was met recht een Feestbook, ze zijn het met mij eens! Mijn gedachten zijn te belangrijk om weg te laten vallen. de stem van 'het volk' lijkt luider te klinken, maar tegelijkertijd raakt het publieke debat meer gefragmenteerd, vatbaarder voor beïnvloeding en is onduidelijk wie nog het volk vertegenwoordigt. Mensen geloven zo in hun eigen mening dat ze huizen bekladden van mensen die iets anders uitdragen: dat zijn verraders. Inleving in de ander is weg. Waarom zou je het huis van zo’n verrader niet eens lekker bekladden?

Maar pas op: niet alleen de propagandisten van het Volk zijn zo gericht op het eigen geluid.

Documentaires, de kranten,
Het valt mij op dat er steeds meer documentairemakers zijn die starten (en blijven) bij hun eigen ervaring. In een documentaire onderzoekt een documentairemaker waarom ze geen vrienden heeft. Ligt het aan haar of is het een ongelukkige samenloop van omstandigheden? Of: Een documaakster maakte een docu over daten als trans. Een documentairemaakster onderzocht haar familiegeschiedenis en ontdekte dat .... Het maakt de emotie groter en de reactie van het publiek is steviger.

Of de krant. Waar media in 2000 zelden een ‘ik’ aan het woord lieten, kozen ze tussen 2009 en 2019 steeds vaker voor de ik-vorm in reportages, achtergrondverhalen en under cover journalistiek. Ongeveer 10 procent van de verhalen in de vier grote kranten betreft dan al ik-journalistiek. Kranten lieten het concept van "de mening van de krant" varen en gaven commentaarschrijvers een gezicht. (Met als nadeel dat die op twitter/X meteen aangepakt werden, maar ze zullen twitter al lang hebben verlaten). Vaak beginnen opiniemakers vanuit hun eigen ervaring om een beter contact te hebben met de lezer en een sterk gevoel op te roepen. Wil je “viral” gaan dan moet je inspelen op boosheid over concrete misstanden en het een gezicht geven.

Start met de persoonlijke emotie
Een blog over “Het onderwijs is zo achteruit gegaan dat Nederland veel slechter scoort dan andere landen”? dat geeft geen emotie! Nee, start bij de eigen ervaring: “mijn zoon van tien bleek de tafel van zeven niet op te kunnen zeggen, maar de juf had hem wel een compliment gegeven….” Dat stimuleert pas echt de woede en trekt de lezer direct het verhaal in. Het zal veel meer clicks opleveren. Het digitale tijdperk verandert het speelveld.

Een god in het diepst van je gedachten
Het hoeft niet altijd mis te gaan, maar zo wordt het steeds gewoner om jezelf en je eigen gedachten centraal te stellen. Het sluit aan bij individualisering en consumentisme. Waar mensen vroeger sterk ingebed waren in vastomlijnde gemeenschappen (kerk, vereniging, buurt), moeten ze nu zelf hun identiteit vormgeven. Dit vraagt zoveel energie dat de blik meer naar binnen wordt getrokken. Vooral de sociale media spelen hier op in. Dat geheel versterkt een instelling waarbij het perspectief van de ander minder een rol speelt, of zeg gerust: er niet meer toe doet.

Een experiment in Cambridge liet zien dat Facebook-gebruikers die ongerichte één-op-veel-berichten op de tijdlijn plaatsten (een mening de wereld in slingerden), vaker dan degenen in de controlegroep sterk op hun eigen perspectief vertrouwden. Het perspectief van de ander is onbelangrijk geworden.

Eigen emotie eerst
Combineer dit nu eens met de laatste column van Gabriel van den Brink in de Volkskrant, “Wat minder ego zou geen kwaad kunnen”.  Hij zet wat gebeurtenissen op een rij. Het aantal gemeenteraadsleden dat zucht onder intimidatie en geweld is in de afgelopen vier jaar ruim verdubbeld. Bijna zes op de tien medewerkers in de gezondheidszorg worden met agressie geconfronteerd. Zowel leerlingen als ouders maken zich schuldig aan intimidatie van leraren en andere personeelsleden. In het openbaar vervoer krijgt personeel te maken met schelden, spugen, bedreigingen en geweld. 

Al die zaken die hij noemt tonen een gebrek aan inleving in de ander. Het is consumentisme. Hulpverleners worden gezien als ‘dienstverleners’ die moeten leveren wat jij nodig hebt, niet als mensen die onder moeilijke omstandigheden hun werk doen. Het motto is “Eigen emotie eerst!”

Gabriel van den Brink sluit af met een weinig hoopgevende conclusie: “Dat gaat Den Haag niet oplossen – we moeten het zelf doen”.

Gelukkig zijn er mensen opgepakt voor het bekladden van het huis in Engelen. Misschien dat nu een paar mensen terugschrikken en nadenken. Maar ik heb er nog niet veel vertrouwen in. Wij moeten er zelf aan werken. 

Het blijft nodig om te laten zien dat de inleving in de ander er ook toe doet in de samenleving.


Zie ook: Norbert Elias bezoekt het dorp Engelen

donderdag 6 augustus 2026

Onderwijsprestaties stortten omlaag (en AI als gevaar en kans)

Net terug van vakantie tipte de ‘NRC vandaag’-podcast een aflevering van “Zo simpel is het niet” over de dalende onderwijsprestaties van Nederland. Dalend? Zeg maar gerust vrije val. En doordat het al een tijd aan de gang is, valt de aandacht weg.

Waar Nederland rond 2003 nog uitstekend presteerde op leesvaardigheid, is de daling sindsdien groter dan in omringende landen. In Rekenvaardigheid en Lezen hoort Nederland bij de landen waar de scores het hardst gedaald zijn. Om het erger te maken: bijna alle leerlingen scoorden slechter in Rekenvaardigheid, maar leerlingen met een achterstand gingen harder achteruit. De daling in wiskundeprestaties was in de vmbo-basis bijna vier keer zo groot als in het vwo. Dit is dus een proces dat al jaren aan de gang is.

In Rekenvaardigheid scoort Nederland (493) nog wel hoger dan het gemiddelde (472), in Lezen bungelt Nederland inmiddels ergens onderaan en ging de score van 513 in 2003 naar 459 onder de 485 van de OECD gemiddeld in 2022.


Ik hoop dat mensen de grafieken nog begrijpen .... Bovenstaande grafiek uit de PISA publicatie toont de ontwikkeling van de prestatie in de loop der jaren van het PISA- onderzoek (klikken voor vergroting)

Wat kunnen we doen?
De podcast heet niet voor niets “Zo simpel is het niet”. Er is niet één simpele oplossing. Er is een lerarentekort, er is veel vrijheid voor scholen om zelf te kiezen terwijl wat werkt niet helemaal duidelijk is. De mobiel moet uiteraard de les uit. En de grootste winst valt te behalen op het Vmbo.

Maar het zit ook in de samenleving, er is weinig respect voor leraren en de betrokkenheid van ouders en de jongeren zelf kan beter. Alleen al het vragen hoe het op school was, door de ouders, helpt (en dan niet de aandacht van “ja, die leraar is niet goed snik, ik ga hèm de les wel lezen”, toon als ouders respect.). Jongeren een eigen taak laten formuleren en volgen of dat lukt, helpt.

AI als kans en gevaar
AI is nog niet in de cijfers opgekomen, maar is zowel een groot gevaar als een kans. Het grootste gevaar is wat je 'uitbesteed denken' zou kunnen noemen: Leerlingen die taken als samenvatten of essay-schrijven volledig aan AI overlaten, lopen het risico hun eigen schrijf-, lees- en kritische denkvaardigheden niet (voldoende) te ontwikkelen. Ze hebben niet over oplossingen nagedacht, hebben niet hun best gedaan de teksten te begrijpen en zijn hun oplossingen binnen de kortste keren vergeten.

Maar AI is ook een kans. Toen ik nog bijles wiskunde gaf, viel mij op dat leerlingen in 4 of 5 HAVO en VWO basale vaardigheden uit de burgklas al lang kwijt waren. Daar kwam je al doende heel snel achter. Precies daar zou AI kunnen helpen: AI maakt het mogelijk om onderwijs echt op maat te bieden. Een leerling kan een AI-tutor gebruiken om een lastig onderwerp, zoals integreren of differentieren, te laten uitleggen op een manier die hij of zij begrijpt. een leerling gaat pas door naar de volgende stof als hij de huidige stof écht beheerst . Een voorbeeld uit de praktijk: studenten in China die een AI-tutor gebruikten, scoorden een half cijferpunt hoger op examens.

Voorbereid op de toekomst
De prestaties van jongeren op school hebben uiteindelijk invloed op de economie. Wie goed wil scoren in de economie van de toekomst, zal goed moeten scoren op schoolprestaties.


P.S. Dit is inderdaad niet nieuw. Ik schreef er hier eerder (in 2023) over en gaf wat rekenvaardigheidsopdrachten, zoals het quizmaster-dilemma

maandag 20 juli 2026

Rechtse mensen komen van Mars, linkse van Venus

Als linkse en rechtse mensen praten over de stand van de democratie kunnen ze het nog eens worden over het idee dat het niet goed gaat met de democratie. Maar vervolgens blijken ze maar al te vaak op een andere planeet te leven: ze hebben een totaal verschillend beeld van democratie. 

Daardoor kwam de vergelijking “Mannen komen van Mars, vrouwen komen van Venus “ van John Gray bij mij op. Het idee van zijn boek is dat mannen en vrouwen fundamenteel verschillende psychologische en communicatieve 'talen' en behoeften hebben, waardoor misverstanden in relaties niet het gevolg zijn van onwil, maar van een diep, bijna onoverbrugbaar verschil in aard en emotionele programmering. Zo zie ik een bijna onoverbrugbaar verschil opdoemen tussen (populistisch) rechts en links, vooral te vinden rond migratie en  rekening houden met culturen.

Rechtse mensen komen van Mars
Vooral de populistische rechtse partijen zoeken democratie in de Planeet van de Volkswil. Een Trumpiaanse Planeet van de Onmiddellijke Orde. De soevereiniteit ligt bij de demos (het volk) zoals dat nu leeft en ademt (en op basis van geschiedenis meer rechten meent te hebben). De meerderheid beslist, punt. Als 60% van de bevolking zegt: “Wij willen migratie stoppen,” dan is dat geen onderbuikgevoel; dat is de hoogste wet, want er is een crisis. Het streven is onmiddellijke orde. Het is een strijd tegen de elite. De rol van de politicus is niet om te onderwijzen of te filteren, maar om de wil van de meerderheid uit te voeren.

De democratie is aan het verloederen omdat er zoveel mensen minder migratie willen, maar het niet gebeurt. Omdat op rechts vaker dan op links mensen menen dat de zwijgende meerderheid aan hun kant staat, is de woede hierover groter. Het is de planeet Mars, de bloedrode planeet: strijd is nodig, dwang is een noodzakelijk middel.

De legitimiteit komt van de meerderheid en van onderaf (de onderbuik, zal links zeggen). Een rechter die een asielaanvraag toestaat tegen de wil van het volk in, is geen held van de rechtstaat, maar een saboteur van de Volkswil.

Dwang is hier de ruggengraat van de soevereiniteit. Het volk dwingt zijn wil af via verkiezingen, en de staat dwingt die wil af via gesloten grenzen en hard beleid. Samenwerking duurt te lang en moet binnen onze eigen natie plaatsvinden.

Dit geldt vooral rechts van de VVD, maar de VVD lonkt wel af en toe naar die kant..

Linkse mensen komen van Venus
Op de Planeet van Rechtsvaardigheid van Links is democratie een systeem van checks, balances en grondrechten. Ook de verantwoordelijke middenpartijen zullen zich hier in vinden. (En ik reken mijzelf hiertoe: onze democratie is de democratische rechtsstaat, met checks and balances. Ik kijk dus met een eigen oordeel) 

Maar de linkse planeet is de Planeet van de Toekomstige Rechtvaardigheid. Resultaten moeten in de toekomst behaald worden. Het draait om de kwaliteit van de besluitvorming en de bescherming van minderheden en de natuur, welzijn voor iedereen in de toekomst. De soevereiniteit ligt niet bij de grillige meerderheid, maar bij de Grondwet, de Verdragen en het EVRM en mensen zijn niet de enigen op de planeet. Daardoor hebben sommigen (die direct resultaat willen) het gevoel dat de democratie voor hen niet werkt.

De democratie is aan het verloederen omdat echte democratie pas democratisch is als zij zichzelf kan corrigeren en de zwakste kan beschermen tegen de sterke. De meerderheid is tijdelijk en beïnvloedbaar; mensenrechten zijn tijdloos. De rechter die een migratiestop tegenhoudt, is geen dwarsligger, maar de hoeder van de democratische spelregels. Op de lange termijn ben je gebaat bij het beschermen van minderheden, want ooit hoor je zelf tot een minderheid. Het is de planeet Venus, de wolkenplaneet: omringd door wolken is de werkelijkheid zachter, minder helder, minder eenduidig, want meer samenwerkend en het is een hoop op een mooie toekomst.

Dwang is alleen democratisch als die door een onafhankelijke rechter is getoetst. Zonder die toets is het slechts de wil van de sterkste. Veel meer aandacht is er voor samenwerking. Samenwerking is noodzakelijk in de democratie, want we moeten samen met internationale partners de mensenrechten waarborgen en we moeten kijken hoe iedereen daar in mee kan. Dat beschermt ook onze eigen burgers op den duur.



Blinde vlekken
De blinde vlek van populistisch Rechts: Zij vergeten dat een democratie zonder onafhankelijke rechtspraak en grondrechten zal ontaarden in een dictatuur van de meerderheid. De geschiedenis (denk aan de jaren '30) laat zien dat een meerderheid zich kan laten meeslepen door volksmenners en minderheden kan wegvagen. De rechtse roep om 'dwang' heeft geen ingebouwd remmechanisme. Rechters wijzen op wetten en verdragen die ook voor de overheid zelf gelden, daar aan tornen leidt tot dictatuur en willekeur.

De blinde vlek van Links: Zij vergeten dat een democratie zonder draagvlak bij de meerderheid kan ontaarden in een juridische macht zonder legitimiteit. Als een rechter of Brussel consequent tegen de meerderheid in gaat, voelt een groot gedeelte van de mensen zich niet langer vrij en soeverein. De linkse roep om 'samenwerking' wordt dan ervaren als een elite-kartel dat de burger monddood maakt.

Eerder gaf ik aan dat in elke samenleving dwang, samenwerking en uitwisseling erbij horen. Dwang (rechts) en samenwerking (links) zijn geen tegenpolen, maar elastieken die de democratie bij elkaar houden. Misschien is de derde kracht, uitwisseling (ik geef wat als jij ook wat geeft), te veel uit beeld verdwenen.

Zo praten links en rechts met en -vooral- over elkaar zonder te begrijpen dat ze een totaal ander beeld hebben van democratie. De kunst is om de spanning te verdragen: weten dat een democratie geen lang leven heeft zonder meerderheid die zich gehoord voelt maar ook niet zonder correctie en rechten die gelden voor iedereen. 

Met wel één dogma: de rechtsstaat en de onafhankelijke rechter horen bij onze democratie. 


P.S: Waar sta je zelf? Doe de test hier!

donderdag 9 juli 2026

De Spreidingswet en de Kansas-Nebraskawet

Terecht houdt minister Van den Brink van Asiel en Migratie vast aan de Spreidingswet. Deze wet van de hand van de VVD-er Eric van der Burg, wekt woede op, maar het PVV kabinet heeft de wet niet ingetrokken. Er zijn gemeenten en zelfs landelijke partijen in de Tweede Kamer die de wet gewoon niet willen uitvoeren. De gemeente Westland wil de confrontatie aangaan. De meerderheid in de raad is tegen, het volk wil dit niet. Laat andere gemeenten (met linkse partijen) maar asielzoekers opnemen! Extreemrechts (ook in de Tweede Kamer) juicht het toe. 

Misschien tijd om eens de perikelen rond de Kansas-Nebraska Act van 1854 te bekijken. Waarom laten we niet de ruimte om mensen in de regio zelf te laten beslissen????

Bleeding Kansas en souvereiniteit
Toenmalig senator Stephen A. Douglas dacht in 1854 de politieke oplossing te hebben gevonden met deze Kansas-Nebraska Act. Hij introduceerde het principe van "popular sovereignty" (volkssoevereiniteit). De lokale bewoners van de nieuwe territoria Kansas en Nebraska hoefden geen rekening te houden met wetten die groepen beschermden, maar mochten daar voortaan zelf over stemmen. Wat was toen het nationale probleem? De slavernij. De vraag bij nieuw territoriaal gebied was of slavernij er verboden zou worden of niet. Het klonk mooi: de mensen in de buurt zelf laten beslissen. Washington waste zijn handen in onschuld en schoof een gigantisch nationaal probleem over de schutting van de lokale gemeenschappen.

Het gevolg van Douglas' wet was desastreus. Kansas veranderde binnen de kortste keren in een gewelddadig slagveld (“Bleeding Kansas”) . Zowel tegenstanders van slavernij als radicale voorstanders trokken massaal naar het gebied toe om te protesteren en elkaar letterlijk de tent uit te vechten. Hier viel blijkbaar iets te winnen!

Het idee dat lokale autonomie voor rust zou zorgen, bleek een totale misrekening. Het radicaliseerde de uitersten en legde de basis voor de Amerikaanse Burgeroorlog.

Nu gaan de pogingen om de Spreidingswet af te schaffen in Nederland gelukkig niet gepaard met gewapende milities, maar de politieke en maatschappelijke dynamiek vertoont dezelfde logica: Als de Spreidingswet zou worden geschrapt of niet gehandhaafd en de verplichting voor gemeenten verdwijnt, trekt het Rijk de handen af van een gecoördineerde oplossing. Het wordt weer een vrije-marktsysteem van morele verantwoordelijkheid. Dat werkt niet en leidt niet tot rust rond de opvangplaatsen.

Schrappen spreidingswet leidt tot meer confrontaties
Net zoals in Kansas de groepen met de meeste intimidatiekracht de koers probeerden te bepalen, dreigt het schrappen van de Spreidingswet de gemeenten met de luidste NIMBY-protesten (Not In My Backyard) te belonen. Gemeenten die hun verantwoordelijkheid níét willen nemen, kunnen simpelweg 'nee' zeggen, waardoor de druk zich opnieuw ophoopt in een klein aantal regio’s dat de toestroom historisch al opving. Daarom komen tegenstanders (van buiten de regio!) de boel intimideren. Extreemrechtse groepen zien nieuwe kansen om er een puinhoop van te maken.

Bescherming van asielzoekers is een (inter)nationale verplichting
De harde les van 1854 is dat sommige vraagstukken te groot en te principieel zijn om aan lokale willekeur over te laten. Slavernij was een nationaal, menselijk tekortschieten dat een centrale, wettelijke afschaffing vereiste. Een humane, ordelijke opvang van mensen op de vlucht is eveneens een nationale -  zelfs internationale - verplichting.

Wanneer Den Haag besluit dat gemeenten zelf mogen kiezen of ze asielzoekers "buiten de eigen regio" houden, lost dat het onderliggende probleem niet op. Er komen niet plotseling minder vluchtelingen door het schrappen van een spreidingskaart; het zorgt er enkel voor dat de frictie zich verplaatst naar de lokale raadszalen en de grasvelden van Ter Apel.

Niet handhaven of schrappen Spreidingswet leidt tot meer chaos en onrust
Als de geschiedenis ons in dit geval iets leert, is het dat het doorschuiven van deze hete aardappel naar de regio nooit leidt tot vrede of een oplossing. Het leidt tot chaos, waarbij de regio's die het hardst klagen worden ontzien, en de regio's die al overbelast zijn juist teveel op hun bordje krijgen.

Hup minister!


P.S. (later, op 13 juli:) De Raad van State adviseert het voorstel (van JA21 et al) om de Spreidingswet in te trekken niet in behandeling te nemen. Verstandig advies.
"Volgens de initiatiefnemers kunnen gemeenten als gevolg van de Spreidingswet niet meer inspelen op wensen van de bevolking" (dat is eigenlijk dezelfde argumentatie vóór als de Kansas Nebraskawet gebruikte). Maar de RvS zegt dat Nederland anders niet zou kunnen voldoen aan de verplichting om asielzoekers op te vangen. De wet is er ook nog maar kort: "Het voortdurend ter discussie stellen van de wet is mede met het oog op de uitvoering ongewenst. Van de wetgever - regering én parlement - mag verwacht worden rust en ruimte te creëren voor de uitvoeringspraktijk om met het nieuwe stelsel te leren werken." 

maandag 15 juni 2026

Liberaal manifest: strenger, meer aandacht wederkerigheid maar minder liberaal

De VVD is in 2026 strenger, minder liberaal en minder sociaal geworden. Ik heb de manifesten van 2005 en 2026 vergeleken en het valt op dat de aanpassingen en wederkerigheid nu vooral van de kant van de zwakke moet komen. Het 2026-manifest is minder klassiek-liberaal (minder tolerantie voor afwijkende waarden, meer conditionele rechten, minder democratische vernieuwing) en de overheid treedt strenger op op het gebied van normhandhaving, waardenoverdracht, immigratie en burgerschap. Bij de geopolitiek is de aandacht voor teveel staatsmacht verdwenen.

Kleinere overheid in naam nog zichtbaar
Nog steeds is het pleidooi dat de overheid kleiner moet. De tekst roept op tot minder regels en stoppen met niet-effectieve taken, maar wie zoekt naar concrete voorstellen (af te schaffen instanties, te schrappen regels, te privatiseren diensten) vindt die niet. Opvallend is dat het manifest van 2005 daar wel concreet over was. Denk aan de vlaktaks en het afschaffen van de verplichte pensioenleeftijd en het opheffen van ZBO’s. Gelukkig is het pleidooi voor de gekozen burgemeester verdwenen. De burgemeester zou dan met zijn politiek programma komen te staan tegenover het politieke programma van de gemeenteraad.

Strenger richting nieuwkomers
Opvallend is de strengere inzet richting nieuwkomers. Het kan zeker nodig zijn in onze samenleving, die in bubbels uiteen lijkt te vallen, te vragen je te verdiepen in elkaar. Toch zou je verwachten dat daarbij een liberale aanpak gekozen zou worden. Sociale samenhang moet volgens het manifest afgedwongen worden door de overheid, via het onderwijs. De overheid verlangt expliciet dat alle burgers en vooral van nieuwkomers de liberaal-democratische grondwaarden te aanvaarden. De aanpassing die verwacht wordt is vooral eenzijdig.

Wie in Nederland wil leven zal moeten integreren. De overheid zou geen partij kiezen tussen verschillende levensbeschouwingen, religies of overtuigingen, maar tussen de regels door lees je de angst voor nieuwkomers met een andere religie. 

Wederkerigheid krijgt meer aandacht
Wederkerigheid betekent dat vrijheid, rechten en bescherming niet vrijblijvend zijn, maar wederzijdse verantwoordelijkheden met zich meebrengen: van burger naar staat, van individu naar medemens, en van nieuwkomer naar ontvangende samenleving. Dit komt prominenter dan in 2005 terug, ook in de teksten over verdraagzaamheid.

De aandacht voor wederkerige verdraagzaamheid is te prijzen en het is eigenlijk ook een heel klassiek liberale gedachte. Popper sprak in dat geval over de Paradox van tolerantie. Hij stelde dat we in eerste instantie intolerante ideeën moeten weerkaatsen met rationele argumenten en de publieke opinie. Maar hij vond wel wanneer intolerante bewegingen weigeren om rationeel te debatteren en oproepen tot geweld, of het gebruik van fysiek geweld niet schuwen, is ingrijpen volgens hem gerechtvaardigd.

Wederkerigheid vanuit de sterkere?
Daar blijft het helaas wel bij als we spreken over wederkerigheid. De ‘sterkere kant’ wordt niet aangesproken op wederzijdse verplichtingen. Er staat nergens dat gevestigde burgers een actieve verantwoordelijkheid hebben om nieuwkomers of uitkeringsgerechtigden tegemoet te komen (bijvoorbeeld door werk te bieden, vooroordelen te laten varen, of te investeren in achterstandswijken). Ook de overheid wordt niet opgeroepen om ‘wederkerig’ te zijn. 

Het idee van de sluier van onwetendheid van Rawls ontbreekt geheel. Daarmee is het manifest niet sociaal-liberaal maar streng-meritocratisch: vrijheid is iets dat je verdient door je aan te passen en bij te dragen, niet iets dat vanzelfsprekend is voor iedereen, ongeacht startpositie.

In 2005 was dat nog wezenlijk anders “Eigen verantwoordelijkheid ontslaat liberalen niet van de verantwoordelijkheid voor diegenen, die niet (meer) in staat zijn hun omstandigheden te wijzigen, zoals bijvoorbeeld gehandicapten of ouderen”. Er zijn passages die impliceren dat als je achter de sluier van onwetendheid niet weet of je tot de zwakken of sterken behoort, je een samenleving zou willen die een vangnet biedt. Rawls wordt niet met naam genoemd, maar het principe is herkenbaar. Ook spreekt het manifest van 2005 nog over een bestaansminimum. Er is aandacht voor "vernederende armoede" en “Een 'Res publica' die hulpbehoevenden niet bijstaat, verdient die naam niet.”

Geopolitiek zonder liberale terughoudendheid voor overheidsmacht
De klassiek liberale invalshoek mis ik ook in het hoofdstuk over geopolitiek en veiligheid. Het hoofdstuk over geopolitiek en veiligheid is een logische reactie op de veranderde wereld (oorlog in Oekraïne, opkomst China). De overheid wil “opkomen voor onze belangen”, “tegendruk geven”, en strategische partnerschappen aangrijpen om invloed uit te oefenen. Dat is niet langer defensief, maar offensief of assertief, dichter bij realistische machtspolitiek dan bij liberale terughoudendheid.

Hoezeer dit ook een begrijpelijke extra aandacht is, toch roept dit vragen op. Laat de VVD zich hier teveel meeslepen met de actualiteit? Het is minder klassiek-liberaal omdat het de staat actiever en machtsgerichter maakt op het internationale toneel, zonder dezelfde rechtstatelijke terughoudendheid die we van de liberalen mogen verwachten. In tegenstelling tot 2005 ontbreekt in 2026 ook een reflectie op de spanning tussen veiligheid en burgerlijke vrijheden (bijvoorbeeld preventieve maatregelen, dataverzameling).

Omarming van de meritocratie en geopolitieke macht in plaats van het liberalisme
Al met al is het manifest van 2026 actueler maar minder liberaal. De toon is meer dan vroeger meritocratisch: succes is het gevolg van eigen inspanning, falen het gevolg van eigen gebrek aan inspanning of aanpassing.  Heeft de VVD zich laten meeslepen door haar afkeer van PRO? Ook bij geopolitiek laat de VVD zich meeslepen door actualiteit zonder de echte liberale invulling te zoeken. Gevaren van een sterke staat wordt bij de geopolitiek uit het oog verloren.

Het had de VVD gesierd als wederkerigheid beter was geanalyseerd en het geopolitieke machtsdenken van meer liberaal gedachtegoed was voorzien.



woensdag 10 juni 2026

Duurzame burgerkracht, wat is nodig?

Ik zie heel veel vrolijke en enthousiaste projecten die door gewone mensen in diverse buurten worden opgestart. Heel veel lijken in een soort honeymoon-stemming te zitten: enthousiasme dat het lukt om te verbinden en samen zaken op te pakken. Maar hoe houd je het vervolgens vol? De mensen die afhaken hoor je minder. Toch geeft dat belangrijke informatie over houdbare burgerkracht

Eigen regie en eigen projecten van burgers zijn onontbeerlijk. Niet alles kan door de markt of door de overheid opgelost worden zonder de verbinding kwijt te raken met de mensen waar het echt om gaat: onszelf! Maar het is geen betaalde arbeid. Eigen regie en eigen projecten vraagt nogal wat: het vinden van geld, omgaan met verschillende mensen met elk hun eigen uitdaging, omgaan met de gemeente die misschien eigen prioriteiten heeft, een lange adem en de moed er in houden. En op een gegeven moment is de initiatiefnemer aan het afhaken of zit vernieuwing in de weg. Wat dan?

Het blijkt dat burgerinitiatieven lang niet altijd een lange overlevingskans hebben. Dat is ook niet altijd erg: het kan tijd zijn voor iets anders of nieuws. Maar: het vraagt nogal wat te starten en het is zonde als kennis en traditie wegvallen. Daarom: Hoe zit het met de duurzaamheid en continuïteit? Aan het eind zal ik verklappen waardoor het bij ons al bijna 25 jaar met ups en downs lukt.

Van ACTIE naar ...
Hoe zorg je dat een burgerinitiatief succesvol kan worden. Daarvoor kan je het  ACTIE– model gebruiken: kijk naar Animo, Contacten, Toerusting, Inbedding en Empathie.

- Animo staat voor energie en betrokkenheid die er moet zijn;
- Contacten staat voor goede verstandhouding tussen de initiatiefnemers en goede contacten in de wijk (liever: verankering);
- Toerusting staat voor wat helpt om door te gaan: een locatie, geld;
- Inbedding staat voor de manier waarop professionele organisaties zijn ingericht om burgerinitiatieven te ondersteunen, initiatieven zijn in overeenstemming met wat de omgeving verwacht en wil;
- Empathie staat voor betrokkenheid en aandacht van professionals en ambtenaren voor de belangen en motieven van initiatiefnemers en het geven van waardering en aandacht.

Afhankelijk van de politiek
Het model is wel erg gericht op activiteiten waar de gemeente en andere organisaties partner vormen en subsidie nodig is. Dat is meteen een probleem: de politiek is niet geneigd vaste en voorspelbare subsidieverbanden aan te gaan en vaak mag je geen (buffer)vermogen opbouwen. De politiek wil eigenlijk teveel greep houden op wat er gebeurt waardoor er een drang komt naar professionalisering en inbedding in een systeem. Wel begrijpelijk maar met als gevolg dat animo verdwijnt of de contacten verzuren. Inbedding vraagt ook nieuwe competenties: bureaucratische vaardigheden worden belangrijk. De politiek vraagt ook verantwoording over bereikte doelen waardoor het lastig of niet meetbare doel uit zicht kan verdwijnen.

Kwetsbaar en lang niet altijd duurzaam
Kijk je naar de grote verschillen tussen burgerinitiatieven, dan kom je tot de conclusie dat de duurzaamheid nogal wisselend is. Zeker na 4 jaar moet je voorkomen dat de animo afneemt. Het is nodig dat er een follow up is van initiatiefnemers, vaste heldere werkwijzen bestaan. Ik zie bij gemeenten al meer aandacht voor goede contacten, inbedding en empathie om goede samenwerking te hebben. 

Blijft over de T van toerusting. Dat lijkt een doorslaggevende factor.

Zoek je wat echt lang volhoudt, dan zie je dat er een basis moet zijn om zelf geld te kunnen genereren. Je hebt dan je eigen inkomsten, je kunt je eigen doelen vaststellen en je verantwoordt je aan de leden zoals de leden dat op prijs stellen. AI gaf een indeling van soorten initiatieven die ik aanvulde.


Type Burgerinitiatief

Gemiddelde Levensduur

Kwetsbaarheid

Zorg & Welzijn (boodschappendiensten, buurtmoestuinen, lief & leedstraten)

Kort tot Middellang

(2 - 4 jaar)

Zeer kwetsbaar. Drijft vaak op een heel kleine groep kwetsbare vrijwilligers of mantelzorgers. Zodra de spilfiguur uitvalt, kan het initiatief direct stoppen.

Energie- & Woningbouwcoöperaties (lokale zonneparken, woonhofjes)

Lang

(vaak 10+ jaar)

Hoge duurzaamheid. Dit type initiatief heeft kapitaal, contracten en leden. De zakelijke structuur dwingt tot continuïteit, ook als de oprichters weggaan.

Cultuur & Recreatie (buurtfestivals, lokale musea, herinrichting pleinen)

Middellang

(3 - 6 jaar)

Projectafhankelijk. Loopt zolang de subsidie of de samenwerking met de gemeente standhoudt. Valt om bij ambtelijke wisselingen, verschil van mening over invulling of als er nieuwe strengere regels komen.

De mogelijkheid zelf geld te genereren is een echte voorspeller voor duurzaamheid. De overstap van aan spilfiguren gekoppelde projecten naar een vaste traditie van bestuur en opvolging is een belangrijke drempel.

Faalfactoren?
De factoren uit ACTIE-model zijn dan tevens faalfactoren.

Dus: 

- animo kan verdwijnen, vooral na opvolging van de eerste geinspireerde initiatiefnemers
- contacten kunnen verzuren
- het kost teveel moeite om geld te vinden en subsidies sluiten niet aan bij waar animo voor is
- het initiatief heeft wel contacten met professionals nodig, maar raakt ervan losgezongen
- het lukt professionals niet meer om verbonden te blijven met en in te leven in het initiatief. Vrijwilligers worden net zo behandeld als betaalde krachten. (mooi voorbeeld: hier (zie onderaan de blog)).

Een belangrijke extra faalfacor die ik vond ging over diversiteit: die heeft een wisselende invloed. Op sommige punten helpt het (meerdere competenties binnen de groep) maar op andere punten kan het in de weg zitten (teveel mensen met eigen uitdagingen en teveel verschil in waardensystemen). 

Ik zou meer aandacht willen voor de andere faalfactoren, zoals wanneer het niet lukt het Eens te worden en een Eenheid te vormen. Dus diversiteit is mooi, zeker waar het competenties betreft, maar je moet het wel eens kunnen worden. (Let daarvoor bijvoorbeeld op sociocratisch besluiten en het consent beginsel: je zoekt niet naar unanimiteit, maar probeert zo ver te komen dat niemand meer onoverkomelijke bezwaren geeft. Echt een manier om mensen het besluit te laten accepteren!). 

Ik denk ook dat het goed is als burgerinitiatieven meer letten op toegang tot de “toerusting”: voorspelbare financiële middelen en eigen ruimte.

Waarom het ons in onze buurt wel is gelukt? Wij vormen type 2, we hebben een eigen projecthuis, betaald door de bewoners: de toerusting is op orde.

Vrede stichten en het Eens worden
Maar wat ik bij ons ook zie: een enorme kracht om elkaar steeds mee te nemen, steeds te zorgen dat ergernissen niet uit de hand lopen en tegelijk het doel voor ogen blijft. De verzoeners zijn onontbeerlijk Ik kan feitelijk de mensen in ons project aanwijzen die die competentie hebben, zij zorgen pas ècht voor de continuïteit (ik ben dat zelf niet). Die competentie is onontbeerlijk. 

Naast de ACTIE zou ik daarom de V en E ook willen toevoegen: de V van verzoening en de E van eenheid. 

Het wordt model verandert dan van  "ACTIE" naar “ACTIEVE”

maandag 1 juni 2026

Houdbare solidariteit: het kan wel

Het lijkt alsof solidariteit door grote groepen niet meer geaccepteerd wordt. Mensen trekken zich terug in eigen kring. De samenleving vergruist. Solidariteit en onze verzorgingsstaat lijkt iets voor linkse wereldverbeteraars. De andere kant is dat solidariteit door linkse politici nogal eens wordt uitgelegd als zorgen voor de ander, zonder aandacht te geven aan wederkerigheid: het idee dat degene die solidariteit nodig heeft het zijne doet om de inspanning en kosten te beperken. Daarom geef ik graag aandacht aan de begrippen “wederkerigheid” en “welbegrepen eigenbelang”.

Juist Nederland moet dit kennen
Nederland is een mooi voorbeeld van goede sociale voorzieningen die bijdragen aan de welvaart. In de economische bloeitijd in de 17e eeuw hadden Hollandse steden goede sociale voorzieningen. Denk aan het burgerweeshuis, de bedeling, en oude mannen- en vrouwenhuizen: investeringen in sociale stabiliteit en een betrouwbare beroepsbevolking. De stadsbestuurders van Amsterdam hielden die welbewust in stand, om te zorgen dat hun stad voldoende arbeidskrachten aantrok.

Wederkerigheid hoorde er altijd bij
Overigens was bij deze voorzieningen ook sprake van wederkerigheid. De belangrijkste tegenprestatie was gebed. In weeshuizen, hofjes en armenhuizen werden bewoners verplicht dagelijks te bidden voor hun weldoeners (de regenten en hun families). Weeskinderen werden niet alleen opgevangen; ze moesten ook werken. Jongens leerden een ambacht (bijv. scheepstouw maken, schoenen lappen), meisjes spinnen, naaien of kantklossen. Zij leerden zo op hun manier een bijdrage te leveren aan de samenleving. De opbrengst van hun arbeid ging naar het weeshuis. In de hofjes voor oudere vrouwen konden zij gratis wonen, maar mantelzorg voor elkaar en het schoonhouden van het hofje was verplicht. Bij toelating tot een armenhuis of weeshuis legden bewoners vaak een eed af: zij beloofden zich dankbaar te tonen, niet te bedelen, de regels te gehoorzamen en - opnieuw - te bidden. Wie deze wederkerigheid schond, kon worden uitgestoten.

Je zag het ook bij de eerste verzekeringen: wie brand kreeg, had te maken met zulke hoge kosten dat hij er aan onderdoor kon gaan. Daarom kwamen er onderlinge waarborgmaatschappijen om dat te dekken. Maar wie zelf geen aandacht gaf aan het voorkomen van brand werd daar op aangesproken.

Houdbare verzorgingsstaat
Nu we te maken hebben met vergrijzing waardoor de zorg, de AOW, de WW en de WIA meer gaat kosten en met mensen die vluchten uit oorlog of gewoon een beter leven zoeken komt de vraag op tafel of we moeten bezuinigen op onze verzorgingsstaat. Daar ben ik op zich niet tegen, maar let dan wel op de uitgangspunten solidariteit en daar is ie: wederkerigheid en het welbegrepen eigenbelang.

Het idee van welbegrepen eigenbelang kan je zien als de erkenning dat jouw eigenbelang op de lange termijn gebaat is bij een bloeiende samenleving, een duurzame leefomgeving of het welzijn van anderen. Dat is niet per se een linkse gedachte. Adam Smith (1723-1790) , Edmund Burke (1729 - 1797) en Alexis de Tocqueville (1805 - 1859) waren mensen die aandacht gaven aan dit idee of liever gezegd: dit mechanisme.

De complexere samenleving
In het eind van de 19e eeuw werd de samenleving losser, er was minder duidelijk dat we niet zonder elkaar konden. Door de specialisatie verdween het idee dat we baat hebben anderen die we niet goed kennen te helpen. Met de ingewikkeld wordende samenleving gaf ook Emile Durkheim (1858 - 1917) aandacht aan het idee dat het belangrijk is te beseffen dat we onderling afhankelijk zijn. Hij heeft zich als wetenschapper vooral beziggehouden met het probleem van de sociale cohesie. Zijn idee was dat solidariteit minder vanzelfsprekend was, er was minder een collectief bewustzijn dan vroeger.

Weinig verbinding, lossere samenleving
Dat zien we nu eigenlijk weer. We zien dat er weinig verbinding is tussen hoogopgeleide en praktisch opgeleide groepen, er is geen overheersende religie meer, er leven verschillende culturen in een land. Om de verzorgingsstaat in stand te houden is daarom welbegrepen eigenbelang nodig. We moeten zien dat we allemaal baat hebben bij een goede verzorgingsstaat, dat daarvoor niet alleen solidariteit nodig is, maar ook wederkerigheid. De houdbare verzorgingsstaat is er immers bij gebaat dat de mensen die meebetalen weten dat er op gelet wordt dat mensen naar vermogen bijdragen om iets terug te doen. Dat dat bij sommigen klein is, omdat de rek er uit is, moeten we dan wel accepteren. En vluchtelingen kunnen dat niet op korte termijn, maar ze willen maar wat graag aan het werk. Die wederkerigheid wordt alleen niet herkend door velen. Maar als veiligelanders zich alleen opstellen als profiteurs passen ze er niet in.

Maar het echte gevaar voor de verzorgingsstaat zit wellicht eerder in het wegvallen van het besef van welbegrepen eigenbelang bij de bovenlaag dat zij de samenleving ook nodig hebben (denk aan goedopgeleide mensen, goede zorg, goede wegen, arbeidsrust).

Geef aandacht aan wederkerigheid èn welbegrepen eigenbelang

Misschien kan een politiek programma dat daar aandacht aan geeft heel succesvol zijn. Iets voor een inbreng in een sociaal akkoord misschien?



P.S. Korte test over de verzorgingsstaat hier

dinsdag 19 mei 2026

Manosfeer en de voedingsbodem

Er is nogal wat ophef over de “manosfeer”, een verzameling van online gemeenschappen en influencers die een vrouwonvriendelijk en traditioneel mannen- en vrouwenbeeld promoten. Het lukt Andrew Tate om voortdurend de aandacht te krijgen. Daarna kwam er weer aandacht voor de algoritmen waardoor iedereen de extremere video’s te zien krijgt. Maar ik zie wat minder aandacht voor de voedingsbodem voor die sfeer waarin traditionele mannen- en vrouwenrollen worden gepromoot.

Ik schreef er eerder over in de samenleving in scheiding, waarin ik Esther Perel aanhaal “Ouders, grootouders, echtgenoten en echtgenotes… ieders rol was duidelijk en de wederzijdse verwachtingen ook. Dat ging gepaard met meer zekerheid, maar liet ook minder ruimte voor vrijheid en voor persoonlijke expressie”

Natuurlijk is er een wisselwerking. Sociale media bevorderen extreme uitingen in plaats van genuanceerde uitingen, jongens komen daardoor veel filmpjes tegen. Deze mannen zijn dan ook nog rijk en worden omringd door mooie vrouwen.

Waarom scoort dit?
Maar we moeten niet vergeten dat er een reden is waardoor dit goed scoort. Juist in de tijd dat ze zoeken naar zingeving en hun verhouding tot vrouwen en een partner komen er filmpjes langs met mannen die uitleggen aan onzekere jongeren wat vrouwen willen. Ze bieden snelle antwoorden en beloften en zelfs een soort verbondenheid en gemeenschapsgevoel.

Het was lang gewoon dat je het als kind later beter zou krijgen dan je ouders. De welvaart nam toe, er was vrede, er waren duidelijke rollen. Nu zijn rollen minder duidelijk en is onzeker of je het beter kan krijgen dan je ouders en nu zijn vooral jongens zoekend naar hun rol en toekomst, want ze zijn ook nog niet automatisch de belangrijkste verdiener.

De manosfeer is geen oorzaak, maar een symptoom van een groter maatschappelijk probleem. Onderzoek laat zien dat in tijden van economische tegenslagen een hang naar conservatisme opkomt (vasthouden wat je hebt). Het is mooi dat je sociale klasse en geslacht minder zegt over je toekomst omdat iedereen kansen moet hebben, maar dat geeft een gevoel dat (witte) mannen moeten inleveren. Hoewel het zeer de vraag is of dat inleveren klopt, helpt dat de aantrekkingskracht van de manosfeer. Het gevoel van potentieel verlies geeft altijd een veel sterkere emotie dan potentiële winst.

Onzekerheden als verdienmodel
De ideologie gedijt op onzekerheden: economische zorgen, veranderende identiteiten en een gebrek aan positieve, moderne rolmodellen. Het simpelweg wegzetten van deze jongens als "fout" of het verbieden van bepaalde influencers, is daarom geen oplossing. De voedingsbodem blijft.

Op zich is er weinig tegen de nadruk op discipline, sport en krachtoefeningen. Arie Boomsma doet dat ook. Wel is de vrouwenhaat en het pleiten voor juist minder kansen voor vrouwen desastreus voor het ideaal van gelijke kansen op zelfontplooiing. Vrouwen krijgen de schuld van de onzekerheid of het gemis van een partner.

Radicalere maatregelen
Naar mijn idee is er daarom een veel radicalere aanpak nodig die teruggaat naar de wortels. Jonge mannen hebben perspectief, zingeving en positieve mannelijke rolmodellen nodig, dat vraagt ook echte interesse. Preventie is essentieel, en dat begint bij het erkennen van de problemen waar jongens en jonge mannen mee worstelen. Ik denk bijvoorbeeld aan:

- Rolmodellen in het basisonderwijs en van vaders: Ik geloof niet dat de overheid alles kan oplossen. Weerbaarheidstrainingen zijn mooi en belangrijk, maar zichtbare betrokkenheid van vaders is misschien belangrijker. Bij rellen moeten we ook vaders aanspreken op hun rol bij de opvoeding en laten zien dat dat juist goed werkt. Tegenover de ongrijpbare internetsferen is het belangrijk ook herkenbare vaderrollen te zien en dat je niet alleen met juffen omringd wordt.

- Geef aandacht aan de winst die influencers proberen te halen uit het kijken naar hun video’s. Uiteindelijk zijn de onzekere jongens gewoon hun verdienmodel. Dat deed Louis Theroux ook. Dat verdient meer publiek.


P.S. (Later toegevoegd). Ja, dit zijn wel heel kleine stapjes en greep op de algoritmen van sociale media doet meer. Maar uiteindelijk moet de jonge generatie ook geholpen worden om met vertrouwen naar de toekomst te kunnen kijken. Dat gaat niet online maar in de praktijk

vrijdag 15 mei 2026

Overheid: voorkom de donkere Middeleeuwen

Jimmy Wales, de oprichter van Wikipedia, heeft een boek geschreven over vertrouwen (De 7 regels van vertrouwen). Eigenlijk krijgt dat thema in de wereld op het moment te weinig aandacht. Onze wereld heeft vertrouwen hard nodig om te kunnen blijven functioneren. En dat vertrouwen neemt af.

Belasting verminderen of niet?
Discussies over de overheid gaan eigenlijk op rechts vooral over veiligheid als basis en hoeveel belasting we moeten betalen, maar daarmee wordt de werkelijke basis gemist. Traditioneel pleit links voor een grote en rechts voor een kleine overheid. Veel belasting of weinig belasting, daar lijkt het over te gaan.

Ook de nachtwakersstaat wil vertrouwen bevorderen
Laten we die kleine minimale overheid bekijken. Moet het een nachtwakersstaat zijn, een minimale overheid die zich beperkt tot de veiligheid (politie/leger), rechtszekerheid en openbare orde? Maar zelfs die minimale overheid is ultiem gericht op vertrouwen. Als je niet vertrouwt op de politie moet je zelf een groepje organiseren om je te beschermen. Als je niet vertrouwt op de voedselkwaliteit moet je het zelf gaan verbouwen. Als je niet vertrouwt op de rechtszekerheid doe je alleen zaken met bekenden. Geen vertrouwen betekent minder welvaart. Links en rechts moeten zich zorgen maken over vertrouwen in onze complexe samenleving.

Eigen volk eerst? Is dat volk dan wel betrouwbaar?
Het is logisch dat - als de overheid niet vertrouwd wordt - de roep om “eigen volk eerst” opkomt. Dat klinkt namelijk vertrouwd. Maar kunnen we vertrouwen hebben in ons eigen volk? Is dat niet veel te makkelijk geroepen? Als we kijken naar Defend The Netherlands is het blijkbaar geen probleem om de brandweer de weg te versperren en volksvertegenwoordigers te bedreigen en met vuurwerk te bekogelen. De meeste mensen zijn betrouwbaar, maar er zijn altijd rotte appels, ook in ons “eigen volk”.  

Interessant dat Nederland welvarend werd toen er gebouwd moest worden aan vertrouwen in een land met verschillende religies (in de 17e eeuw).

Complexe, welvarende samenleving vraagt vertrouwen
Dat overheden gericht zijn op het bouwen van vertrouwen is logisch als je bedenkt dat overheden een reactie zijn op steeds complexere, anoniemere samenlevingen en dat een complexere samenleving pas welvarend kan worden als er betrouwbare overheid is. Niet alleen de overheid, maar ook wijzelf moeten daar aan werken. Volgens Jimmy Wales met regels als "om vertrouwen te krijgen moet je vertrouwen geven" en "met beleefdheid kom je verder" om maar wat simpels en aansprekends te noemen. 

De Edelman Trust Barometer toont dat nationalisme toeneemt (Eigen Volk) en vertrouwen in anderen afneemt. Het rapport spreekt over een 'crisis van isolement'. (het hele rapport is wel een leestip). Het constateert een grotere groep die geen eerbied heeft voor feiten, meer polarisatie - ook op de werkvloer-, afnemende openheid voor innovatie en uiteindelijk minder welvaart. Het is ook daarom dat de huidige afbraak van vertrouwen in de wereld een grote bedreiging is. 

De wikipediaoprichter doet in de NRC dan ook een stevige uitspraak die mij raakte: 

“Als deze internationale vertrouwenscrisis doorzet, wachten ons nieuwe donkere Middeleeuwen.”

Ik vrees dat hij gelijk heeft. 



donderdag 30 april 2026

De kwetsbaarheid van populistische regeringen

Met Trump aan het roer en Orban van het roer afgestoten kunnen we leren wat de zwakke kanten zijn van populistische regeringen. Wat moet er gebeuren om kiezers anders te laten stemmen?

Verandering is lastig
Allereerst moeten we onderkennen dat kiezers niet snel populistische partijen laten vallen. Door kiezers naar de mond te praten en weinig te geven om feiten is het lastig om kiezers de kwade kanten van het populisme te laten zien. De leiders worden nu eenmaal vaak gezien als helden en sterke mannen. Gaat er iets fout, dan ligt dat aan anderen: vorige regeringen hebben het deze regering lastig gemaakt. De gemiddelde kiezer heeft ook weinig geheugen voor waar eerdere regeringen voor stonden en winst onder de andere regeringen wordt snel vergeten, terwijl verlies niet snel vergeten en vergeven wordt. Populistische partijen floreren bij het aanwijzen van zondebokken en veel kiezers vinden dat prachtig. Daarnaast proberen ze ongegeneerd de macht te bestendigen door het rechtssysteem naar hun hand te zetten. Daar zijn ze beter in dan niet populistische partijen omdat niet-populisten ook ruimte geven aan tegenstanders omdat ze de kracht van tegenspraak waarderen. In Polen hebben ze er een flinke kluif aan.

Wat kan er dan wel mis gaan waardoor populisten steun verliezen?
1. Corruptie. Populisten trekken zich weinig aan van algemene rechtsregels. Die zitten alleen maar beleid in de weg. Je moet rekening houden met minderheden, terwijl je juist stevig wil doorpakken! Maar als je eenmaal rechtsregels terzijde schuift wordt je veel kwetsbaarder voor corruptie. Je probeert niet de dingen te veranderen door netjes de beste mensen te benoemen voor bepaalde moeilijke taken, je zal vrienden moeten benoemen op essentiele plekken. Die moet je vervolgens wat gunnen. Het is lastig om via nette wetten dingen te veranderen: je hebt steun nodig van je vriendjes in de media, van rechters, van ondernemers. Elke regering is kwetsbaar, maar populisten zijn kwetsbaarder dan anderen. Bij Trump zagen we het met de cryptocowbows en de mediatycoons. Orban verloor door dit onderwerp (en achterblijvende economische groei ten opzichte van andere Oosteuropese landen).

2. Inflatie. Populisten houden niet van ingrepen die op de korte termijn pijn doen, maar belangrijk zijn voor de lange termijn. Anderen ook niet, maar die zijn eerder bereid iets te doen in het algemeen belang in de toekomst. Daardoor lopen de schulden gemiddeld genomen harder op onder populistische regeringen. Je geeft liever wat meer geld uit dan dat je bezuinigt en bezuinigen op uitgaven voor je zondebok houdt na verloop van tijd op. Bij de PVV hebben ze het geld voor ontwikkelingssamenwerking als 10 keer uitgegeven als dekking voor populistische uitgaven. Steeds als een door de PVV gesteund kabinet moest bezuinigen trok Wilders de stekker er uit. Trump hoeft geen rekening te houden met coalitiepartners dus de uitgaven zijn daar al lang door het plafond geschoten. (De sterke man als bezuiniger komt pas aan de macht nadat het uit de hand gelopen is (door anderen die de schuld krijgen)).

3. Uitblijven van resultaten. Wat werkt hoeft niet altijd hetzelfde te zijn als wat het publiek graag ziet. Hard optreden tegen misdaad is niet altijd het beste medicijn. Het gaat om een combinatie van hard straffen van onverbeterlijken en de goede kant op sturen van mensen die de eerste stappen zetten op het verkeerde pad. Oorlogen starten helpt niet per se tegen foute regimes. Ruimte geven voor bevriende ondernemers hoeft niet te leiden tot een sterkere economie. Overigens heeft Trump wel wat fabrieken binnengehaald en ruimbaan geven aan olie boringen gaat eerder ten koste van het klimaat dan van zijn kiezers. Maar op de langere termijn doet zijn beleid veel schade, zie 4.

4. Economische schade door wantrouwen. Wanneer buitenlandse overheden, investeerders en consumenten vertrouwen hebben in de stabiliteit, rechtszekerheid en betrouwbaarheid van jouw land, verlaagt dat risico’s en transactiekosten. Dit leidt tot meer buitenlandse directe investeringen, omdat bedrijven durven te bouwen aan fabrieken, kantoren of infrastructuur. Ook kopen buitenlandse partijen gemakkelijker jouw exportproducten, omdat ze kwaliteit en naleving van afspraken verwachten. Daarnaast zorgt vertrouwen voor een stabiele munt en lagere rentes op internationale kapitaalmarkten, waardoor lenen goedkoper wordt.

5. Welzijnsschade door minder vertrouwen. Afnemend vertrouwen binnen een samenleving tast het welzijn direct aan. Wanneer mensen elkaar of andere landen niet meer vertrouwen, stijgen stress en onzekerheid. Dit leidt tot sociale spanningen, polarisatie en minder samenwerking. In een wantrouwige omgeving worden onderlinge hulp, vrijwilligerswerk en gedeelde voorzieningen ondermijnd. Mensen trekken zich terug in eigen kring, wat eenzaamheid en sociale isolatie vergroot.

Kortom: de kwetsbaarheid van populisten zit hem in schade op de lange termijn.

Maar het is een taaie zaak
Grootste probleem is dat ze hun macht bestendigen door het rechtssysteem en de media in te zetten voor behoud van de macht. Bovendien gaat economische neergang (of minder welvaartsgroei hebben dan andere landen) en afnemend welzijn traag en wordt het daardoor niet altijd zo gevoeld. 

Reken dus niet op vanzelfsprekend verval van populistische partijen. Tenslotte blijven de populisten proberen altijd te wijzen naar anderen als de boosdoeners.