donderdag 13 augustus 2026

Eigen emotie eerst

Hoe haalt iemand het in zijn hoofd om samen met zijn dochter het huis te bezoeken van iemand die niet tegen de komst van een AZC is en op het huis Kut Hoer Teef te kalken? Het gebeurde in Engelen bij Den Bosch. Het moet zijn ontstaan op Facebook of in een whatsapp groep met gelijk gestemden.

Ik keek weer eens op Facebook. Het ging over de noodzaak van nieuwe verkiezingen: “Helemaal met je eens! Maar ik moet er ook niet aan denken dat PRO aan het roer komt, want dan wordt het nog slechter in Nederland”, “Doen! Dan massaal op Lidewei of Geert stemmen”. “Natuurlijk! Maak FvD zo extreem groot dat er geen andere partijen nodig zijn”. Sociale media staan vol met drek, maar het zijn ook echo-kamers om elkaar gelijk te geven.

Gelijk krijgen van gelijkgestemden
Wat er feitelijk gebeurt is dat inleving in de ander verdwijnt. Doordat algoritmes gebruikers in 'filterbubbels' en 'echokamers' plaatsen, worden bestaande meningen voortdurend versterkt en tegengeluiden weggefilterd. Het wordt mensen 'duidelijk' dat er niet naar “het Volk” wordt geluisterd en zij weten dat “het Volk” het met hen eens is. In de COVID tijd zag ik hoe mensen in zichzelf gingen geloven en voortdurend bevestiging kregen van gelijkgestemden. Facebook was met recht een Feestbook, ze zijn het met mij eens! Mijn gedachten zijn te belangrijk om weg te laten vallen. de stem van 'het volk' lijkt luider te klinken, maar tegelijkertijd raakt het publieke debat meer gefragmenteerd, vatbaarder voor beïnvloeding en is onduidelijk wie nog het volk vertegenwoordigt. Mensen geloven zo in hun eigen mening dat ze huizen bekladden van mensen die iets anders uitdragen: dat zijn verraders. Inleving in de ander is weg. Waarom zou je het huis van zo’n verrader niet eens lekker bekladden?

Maar pas op: niet alleen de propagandisten van het Volk zijn zo gericht op het eigen geluid.

Documentaires, de kranten,
Het valt mij op dat er steeds meer documentairemakers zijn die starten (en blijven) bij hun eigen ervaring. In een documentaire onderzoekt een documentairemaker waarom ze geen vrienden heeft. Ligt het aan haar of is het een ongelukkige samenloop van omstandigheden? Of: Een documaakster maakte een docu over daten als trans. Een documentairemaakster onderzocht haar familiegeschiedenis en ontdekte dat .... Het maakt de emotie groter en de reactie van het publiek is steviger.

Of de krant. Waar media in 2000 zelden een ‘ik’ aan het woord lieten, kozen ze tussen 2009 en 2019 steeds vaker voor de ik-vorm in reportages, achtergrondverhalen en under cover journalistiek. Ongeveer 10 procent van de verhalen in de vier grote kranten betreft dan al ik-journalistiek. Kranten lieten het concept van "de mening van de krant" varen en gaven commentaarschrijvers een gezicht. (Met als nadeel dat die op twitter/X meteen aangepakt werden, maar ze zullen twitter al lang hebben verlaten). Vaak beginnen opiniemakers vanuit hun eigen ervaring om een beter contact te hebben met de lezer en een sterk gevoel op te roepen. Wil je “viral” gaan dan moet je inspelen op boosheid over concrete misstanden en het een gezicht geven.

Start met de persoonlijke emotie
Een blog over “Het onderwijs is zo achteruit gegaan dat Nederland veel slechter scoort dan andere landen”? dat geeft geen emotie! Nee, start bij de eigen ervaring: “mijn zoon van tien bleek de tafel van zeven niet op te kunnen zeggen, maar de juf had hem wel een compliment gegeven….” Dat stimuleert pas echt de woede en trekt de lezer direct het verhaal in. Het zal veel meer clicks opleveren. Het digitale tijdperk verandert het speelveld.

Een god in het diepst van je gedachten
Het hoeft niet altijd mis te gaan, maar zo wordt het steeds gewoner om jezelf en je eigen gedachten centraal te stellen. Het sluit aan bij individualisering en consumentisme. Waar mensen vroeger sterk ingebed waren in vastomlijnde gemeenschappen (kerk, vereniging, buurt), moeten ze nu zelf hun identiteit vormgeven. Dit vraagt zoveel energie dat de blik meer naar binnen wordt getrokken. Vooral de sociale media spelen hier op in. Dat geheel versterkt een instelling waarbij het perspectief van de ander minder een rol speelt, of zeg gerust: er niet meer toe doet.

Een experiment in Cambridge liet zien dat Facebook-gebruikers die ongerichte één-op-veel-berichten op de tijdlijn plaatsten (een mening de wereld in slingerden), vaker dan degenen in de controlegroep sterk op hun eigen perspectief vertrouwden. Het perspectief van de ander is onbelangrijk geworden.

Eigen emotie eerst
Combineer dit nu eens met de laatste column van Gabriel van den Brink in de Volkskrant, “Wat minder ego zou geen kwaad kunnen”.  Hij zet wat gebeurtenissen op een rij. Het aantal gemeenteraadsleden dat zucht onder intimidatie en geweld is in de afgelopen vier jaar ruim verdubbeld. Bijna zes op de tien medewerkers in de gezondheidszorg worden met agressie geconfronteerd. Zowel leerlingen als ouders maken zich schuldig aan intimidatie van leraren en andere personeelsleden. In het openbaar vervoer krijgt personeel te maken met schelden, spugen, bedreigingen en geweld. 

Al die zaken die hij noemt tonen een gebrek aan inleving in de ander. Het is consumentisme. Hulpverleners worden gezien als ‘dienstverleners’ die moeten leveren wat jij nodig hebt, niet als mensen die onder moeilijke omstandigheden hun werk doen. Het motto is “Eigen emotie eerst!”

Gabriel van den Brink sluit af met een weinig hoopgevende conclusie: “Dat gaat Den Haag niet oplossen – we moeten het zelf doen”.

Gelukkig zijn er mensen opgepakt voor het bekladden van het huis in Engelen. Misschien dat nu een paar mensen terugschrikken en nadenken. Maar ik heb er nog niet veel vertrouwen in. Wij moeten er zelf aan werken. 

Het blijft nodig om te laten zien dat de inleving in de ander er ook toe doet in de samenleving.

donderdag 6 augustus 2026

Onderwijsprestaties stortten omlaag (en AI als gevaar en kans)

Net terug van vakantie tipte de ‘NRC vandaag’-podcast een aflevering van “Zo simpel is het niet” over de dalende onderwijsprestaties van Nederland. Dalend? Zeg maar gerust vrije val. En doordat het al een tijd aan de gang is, valt de aandacht weg.

Waar Nederland rond 2003 nog uitstekend presteerde op leesvaardigheid, is de daling sindsdien groter dan in omringende landen. In Rekenvaardigheid en Lezen hoort Nederland bij de landen waar de scores het hardst gedaald zijn. Om het erger te maken: bijna alle leerlingen scoorden slechter in Rekenvaardigheid, maar leerlingen met een achterstand gingen harder achteruit. De daling in wiskundeprestaties was in de vmbo-basis bijna vier keer zo groot als in het vwo. Dit is dus een proces dat al jaren aan de gang is.

In Rekenvaardigheid scoort Nederland (493) nog wel hoger dan het gemiddelde (472), in Lezen bungelt Nederland inmiddels ergens onderaan en ging de score van 513 in 2003 naar 459 onder de 485 van de OECD gemiddeld in 2022.


Ik hoop dat mensen de grafieken nog begrijpen .... Bovenstaande grafiek uit de PISA publicatie toont de ontwikkeling van de prestatie in de loop der jaren van het PISA- onderzoek (klikken voor vergroting)

Wat kunnen we doen?
De podcast heet niet voor niets “Zo simpel is het niet”. Er is niet één simpele oplossing. Er is een lerarentekort, er is veel vrijheid voor scholen om zelf te kiezen terwijl wat werkt niet helemaal duidelijk is. De mobiel moet uiteraard de les uit. En de grootste winst valt te behalen op het Vmbo.

Maar het zit ook in de samenleving, er is weinig respect voor leraren en de betrokkenheid van ouders en de jongeren zelf kan beter. Alleen al het vragen hoe het op school was, door de ouders, helpt (en dan niet de aandacht van “ja, die leraar is niet goed snik, ik ga hèm de les wel lezen”, toon als ouders respect.). Jongeren een eigen taak laten formuleren en volgen of dat lukt, helpt.

AI als kans en gevaar
AI is nog niet in de cijfers opgekomen, maar is zowel een groot gevaar als een kans. Het grootste gevaar is wat je 'uitbesteed denken' zou kunnen noemen: Leerlingen die taken als samenvatten of essay-schrijven volledig aan AI overlaten, lopen het risico hun eigen schrijf-, lees- en kritische denkvaardigheden niet (voldoende) te ontwikkelen. Ze hebben niet over oplossingen nagedacht, hebben niet hun best gedaan de teksten te begrijpen en zijn hun oplossingen binnen de kortste keren vergeten.

Maar AI is ook een kans. Toen ik nog bijles wiskunde gaf, viel mij op dat leerlingen in 4 of 5 HAVO en VWO basale vaardigheden uit de burgklas al lang kwijt waren. Daar kwam je al doende heel snel achter. Precies daar zou AI kunnen helpen: AI maakt het mogelijk om onderwijs echt op maat te bieden. Een leerling kan een AI-tutor gebruiken om een lastig onderwerp, zoals integreren of differentieren, te laten uitleggen op een manier die hij of zij begrijpt. een leerling gaat pas door naar de volgende stof als hij de huidige stof écht beheerst . Een voorbeeld uit de praktijk: studenten in China die een AI-tutor gebruikten, scoorden een half cijferpunt hoger op examens.

Voorbereid op de toekomst
De prestaties van jongeren op school hebben uiteindelijk invloed op de economie. Wie goed wil scoren in de economie van de toekomst, zal goed moeten scoren op schoolprestaties.


P.S. Dit is inderdaad niet nieuw. Ik schreef er hier eerder (in 2023) over en gaf wat rekenvaardigheidsopdrachten, zoals het quizmaster-dilemma

maandag 20 juli 2026

Rechtse mensen komen van Mars, linkse van Venus

Als linkse en rechtse mensen praten over de stand van de democratie kunnen ze het nog eens worden over het idee dat het niet goed gaat met de democratie. Maar vervolgens blijken ze maar al te vaak op een andere planeet te leven: ze hebben een totaal verschillend beeld van democratie. 

Daardoor kwam de vergelijking “Mannen komen van Mars, vrouwen komen van Venus “ van John Gray bij mij op. Het idee van zijn boek is dat mannen en vrouwen fundamenteel verschillende psychologische en communicatieve 'talen' en behoeften hebben, waardoor misverstanden in relaties niet het gevolg zijn van onwil, maar van een diep, bijna onoverbrugbaar verschil in aard en emotionele programmering. Zo zie ik een bijna onoverbrugbaar verschil opdoemen tussen (populistisch) rechts en links, vooral te vinden rond migratie en  rekening houden met culturen.

Rechtse mensen komen van Mars
Vooral de populistische rechtse partijen zoeken democratie in de Planeet van de Volkswil. Een Trumpiaanse Planeet van de Onmiddellijke Orde. De soevereiniteit ligt bij de demos (het volk) zoals dat nu leeft en ademt (en op basis van geschiedenis meer rechten meent te hebben). De meerderheid beslist, punt. Als 60% van de bevolking zegt: “Wij willen migratie stoppen,” dan is dat geen onderbuikgevoel; dat is de hoogste wet, want er is een crisis. Het streven is onmiddellijke orde. Het is een strijd tegen de elite. De rol van de politicus is niet om te onderwijzen of te filteren, maar om de wil van de meerderheid uit te voeren.

De democratie is aan het verloederen omdat er zoveel mensen minder migratie willen, maar het niet gebeurt. Omdat op rechts vaker dan op links mensen menen dat de zwijgende meerderheid aan hun kant staat, is de woede hierover groter. Het is de planeet Mars, de bloedrode planeet: strijd is nodig, dwang is een noodzakelijk middel.

De legitimiteit komt van de meerderheid en van onderaf (de onderbuik, zal links zeggen). Een rechter die een asielaanvraag toestaat tegen de wil van het volk in, is geen held van de rechtstaat, maar een saboteur van de Volkswil.

Dwang is hier de ruggengraat van de soevereiniteit. Het volk dwingt zijn wil af via verkiezingen, en de staat dwingt die wil af via gesloten grenzen en hard beleid. Samenwerking duurt te lang en moet binnen onze eigen natie plaatsvinden.

Dit geldt vooral rechts van de VVD, maar de VVD lonkt wel af en toe naar die kant..

Linkse mensen komen van Venus
Op de Planeet van Rechtsvaardigheid van Links is democratie een systeem van checks, balances en grondrechten. Ook de verantwoordelijke middenpartijen zullen zich hier in vinden. (En ik reken mijzelf hiertoe: onze democratie is de democratische rechtsstaat, met checks and balances. Ik kijk dus met een eigen oordeel) 

Maar de linkse planeet is de Planeet van de Toekomstige Rechtvaardigheid. Resultaten moeten in de toekomst behaald worden. Het draait om de kwaliteit van de besluitvorming en de bescherming van minderheden en de natuur, welzijn voor iedereen in de toekomst. De soevereiniteit ligt niet bij de grillige meerderheid, maar bij de Grondwet, de Verdragen en het EVRM en mensen zijn niet de enigen op de planeet. Daardoor hebben sommigen (die direct resultaat willen) het gevoel dat de democratie voor hen niet werkt.

De democratie is aan het verloederen omdat echte democratie pas democratisch is als zij zichzelf kan corrigeren en de zwakste kan beschermen tegen de sterke. De meerderheid is tijdelijk en beïnvloedbaar; mensenrechten zijn tijdloos. De rechter die een migratiestop tegenhoudt, is geen dwarsligger, maar de hoeder van de democratische spelregels. Op de lange termijn ben je gebaat bij het beschermen van minderheden, want ooit hoor je zelf tot een minderheid. Het is de planeet Venus, de wolkenplaneet: omringd door wolken is de werkelijkheid zachter, minder helder, minder eenduidig, want meer samenwerkend en het is een hoop op een mooie toekomst.

Dwang is alleen democratisch als die door een onafhankelijke rechter is getoetst. Zonder die toets is het slechts de wil van de sterkste. Veel meer aandacht is er voor samenwerking. Samenwerking is noodzakelijk in de democratie, want we moeten samen met internationale partners de mensenrechten waarborgen en we moeten kijken hoe iedereen daar in mee kan. Dat beschermt ook onze eigen burgers op den duur.



Blinde vlekken
De blinde vlek van populistisch Rechts: Zij vergeten dat een democratie zonder onafhankelijke rechtspraak en grondrechten zal ontaarden in een dictatuur van de meerderheid. De geschiedenis (denk aan de jaren '30) laat zien dat een meerderheid zich kan laten meeslepen door volksmenners en minderheden kan wegvagen. De rechtse roep om 'dwang' heeft geen ingebouwd remmechanisme. Rechters wijzen op wetten en verdragen die ook voor de overheid zelf gelden, daar aan tornen leidt tot dictatuur en willekeur.

De blinde vlek van Links: Zij vergeten dat een democratie zonder draagvlak bij de meerderheid kan ontaarden in een juridische macht zonder legitimiteit. Als een rechter of Brussel consequent tegen de meerderheid in gaat, voelt een groot gedeelte van de mensen zich niet langer vrij en soeverein. De linkse roep om 'samenwerking' wordt dan ervaren als een elite-kartel dat de burger monddood maakt.

Eerder gaf ik aan dat in elke samenleving dwang, samenwerking en uitwisseling erbij horen. Dwang (rechts) en samenwerking (links) zijn geen tegenpolen, maar elastieken die de democratie bij elkaar houden. Misschien is de derde kracht, uitwisseling (ik geef wat als jij ook wat geeft), te veel uit beeld verdwenen.

Zo praten links en rechts met en -vooral- over elkaar zonder te begrijpen dat ze een totaal ander beeld hebben van democratie. De kunst is om de spanning te verdragen: weten dat een democratie geen lang leven heeft zonder meerderheid die zich gehoord voelt maar ook niet zonder correctie en rechten die gelden voor iedereen. 

Met wel één dogma: de rechtsstaat en de onafhankelijke rechter horen bij onze democratie. 


P.S: Waar sta je zelf? Doe de test hier!

donderdag 9 juli 2026

De Spreidingswet en de Kansas-Nebraskawet

Terecht houdt minister Van den Brink van Asiel en Migratie vast aan de Spreidingswet. Deze wet van de hand van de VVD-er Eric van der Burg, wekt woede op, maar het PVV kabinet heeft de wet niet ingetrokken. Er zijn gemeenten en zelfs landelijke partijen in de Tweede Kamer die de wet gewoon niet willen uitvoeren. De gemeente Westland wil de confrontatie aangaan. De meerderheid in de raad is tegen, het volk wil dit niet. Laat andere gemeenten (met linkse partijen) maar asielzoekers opnemen! Extreemrechts (ook in de Tweede Kamer) juicht het toe. 

Misschien tijd om eens de perikelen rond de Kansas-Nebraska Act van 1854 te bekijken. Waarom laten we niet de ruimte om mensen in de regio zelf te laten beslissen????

Bleeding Kansas en souvereiniteit
Toenmalig senator Stephen A. Douglas dacht in 1854 de politieke oplossing te hebben gevonden met deze Kansas-Nebraska Act. Hij introduceerde het principe van "popular sovereignty" (volkssoevereiniteit). De lokale bewoners van de nieuwe territoria Kansas en Nebraska hoefden geen rekening te houden met wetten die groepen beschermden, maar mochten daar voortaan zelf over stemmen. Wat was toen het nationale probleem? De slavernij. De vraag bij nieuw territoriaal gebied was of slavernij er verboden zou worden of niet. Het klonk mooi: de mensen in de buurt zelf laten beslissen. Washington waste zijn handen in onschuld en schoof een gigantisch nationaal probleem over de schutting van de lokale gemeenschappen.

Het gevolg van Douglas' wet was desastreus. Kansas veranderde binnen de kortste keren in een gewelddadig slagveld (“Bleeding Kansas”) . Zowel tegenstanders van slavernij als radicale voorstanders trokken massaal naar het gebied toe om te protesteren en elkaar letterlijk de tent uit te vechten. Hier viel blijkbaar iets te winnen!

Het idee dat lokale autonomie voor rust zou zorgen, bleek een totale misrekening. Het radicaliseerde de uitersten en legde de basis voor de Amerikaanse Burgeroorlog.

Nu gaan de pogingen om de Spreidingswet af te schaffen in Nederland gelukkig niet gepaard met gewapende milities, maar de politieke en maatschappelijke dynamiek vertoont dezelfde logica: Als de Spreidingswet zou worden geschrapt of niet gehandhaafd en de verplichting voor gemeenten verdwijnt, trekt het Rijk de handen af van een gecoördineerde oplossing. Het wordt weer een vrije-marktsysteem van morele verantwoordelijkheid. Dat werkt niet en leidt niet tot rust rond de opvangplaatsen.

Schrappen spreidingswet leidt tot meer confrontaties
Net zoals in Kansas de groepen met de meeste intimidatiekracht de koers probeerden te bepalen, dreigt het schrappen van de Spreidingswet de gemeenten met de luidste NIMBY-protesten (Not In My Backyard) te belonen. Gemeenten die hun verantwoordelijkheid níét willen nemen, kunnen simpelweg 'nee' zeggen, waardoor de druk zich opnieuw ophoopt in een klein aantal regio’s dat de toestroom historisch al opving. Daarom komen tegenstanders (van buiten de regio!) de boel intimideren. Extreemrechtse groepen zien nieuwe kansen om er een puinhoop van te maken.

Bescherming van asielzoekers is een (inter)nationale verplichting
De harde les van 1854 is dat sommige vraagstukken te groot en te principieel zijn om aan lokale willekeur over te laten. Slavernij was een nationaal, menselijk tekortschieten dat een centrale, wettelijke afschaffing vereiste. Een humane, ordelijke opvang van mensen op de vlucht is eveneens een nationale -  zelfs internationale - verplichting.

Wanneer Den Haag besluit dat gemeenten zelf mogen kiezen of ze asielzoekers "buiten de eigen regio" houden, lost dat het onderliggende probleem niet op. Er komen niet plotseling minder vluchtelingen door het schrappen van een spreidingskaart; het zorgt er enkel voor dat de frictie zich verplaatst naar de lokale raadszalen en de grasvelden van Ter Apel.

Niet handhaven of schrappen Spreidingswet leidt tot meer chaos en onrust
Als de geschiedenis ons in dit geval iets leert, is het dat het doorschuiven van deze hete aardappel naar de regio nooit leidt tot vrede of een oplossing. Het leidt tot chaos, waarbij de regio's die het hardst klagen worden ontzien, en de regio's die al overbelast zijn juist teveel op hun bordje krijgen.

Hup minister!


P.S. (later, op 13 juli:) De Raad van State adviseert het voorstel (van JA21 et al) om de Spreidingswet in te trekken niet in behandeling te nemen. Verstandig advies.
"Volgens de initiatiefnemers kunnen gemeenten als gevolg van de Spreidingswet niet meer inspelen op wensen van de bevolking" (dat is eigenlijk dezelfde argumentatie vóór als de Kansas Nebraskawet gebruikte). Maar de RvS zegt dat Nederland anders niet zou kunnen voldoen aan de verplichting om asielzoekers op te vangen. De wet is er ook nog maar kort: "Het voortdurend ter discussie stellen van de wet is mede met het oog op de uitvoering ongewenst. Van de wetgever - regering én parlement - mag verwacht worden rust en ruimte te creëren voor de uitvoeringspraktijk om met het nieuwe stelsel te leren werken." 

maandag 15 juni 2026

Liberaal manifest: strenger, meer aandacht wederkerigheid maar minder liberaal

De VVD is in 2026 strenger, minder liberaal en minder sociaal geworden. Ik heb de manifesten van 2005 en 2026 vergeleken en het valt op dat de aanpassingen en wederkerigheid nu vooral van de kant van de zwakke moet komen. Het 2026-manifest is minder klassiek-liberaal (minder tolerantie voor afwijkende waarden, meer conditionele rechten, minder democratische vernieuwing) en de overheid treedt strenger op op het gebied van normhandhaving, waardenoverdracht, immigratie en burgerschap. Bij de geopolitiek is de aandacht voor teveel staatsmacht verdwenen.

Kleinere overheid in naam nog zichtbaar
Nog steeds is het pleidooi dat de overheid kleiner moet. De tekst roept op tot minder regels en stoppen met niet-effectieve taken, maar wie zoekt naar concrete voorstellen (af te schaffen instanties, te schrappen regels, te privatiseren diensten) vindt die niet. Opvallend is dat het manifest van 2005 daar wel concreet over was. Denk aan de vlaktaks en het afschaffen van de verplichte pensioenleeftijd en het opheffen van ZBO’s. Gelukkig is het pleidooi voor de gekozen burgemeester verdwenen. De burgemeester zou dan met zijn politiek programma komen te staan tegenover het politieke programma van de gemeenteraad.

Strenger richting nieuwkomers
Opvallend is de strengere inzet richting nieuwkomers. Het kan zeker nodig zijn in onze samenleving, die in bubbels uiteen lijkt te vallen, te vragen je te verdiepen in elkaar. Toch zou je verwachten dat daarbij een liberale aanpak gekozen zou worden. Sociale samenhang moet volgens het manifest afgedwongen worden door de overheid, via het onderwijs. De overheid verlangt expliciet dat alle burgers en vooral van nieuwkomers de liberaal-democratische grondwaarden te aanvaarden. De aanpassing die verwacht wordt is vooral eenzijdig.

Wie in Nederland wil leven zal moeten integreren. De overheid zou geen partij kiezen tussen verschillende levensbeschouwingen, religies of overtuigingen, maar tussen de regels door lees je de angst voor nieuwkomers met een andere religie. 

Wederkerigheid krijgt meer aandacht
Wederkerigheid betekent dat vrijheid, rechten en bescherming niet vrijblijvend zijn, maar wederzijdse verantwoordelijkheden met zich meebrengen: van burger naar staat, van individu naar medemens, en van nieuwkomer naar ontvangende samenleving. Dit komt prominenter dan in 2005 terug, ook in de teksten over verdraagzaamheid.

De aandacht voor wederkerige verdraagzaamheid is te prijzen en het is eigenlijk ook een heel klassiek liberale gedachte. Popper sprak in dat geval over de Paradox van tolerantie. Hij stelde dat we in eerste instantie intolerante ideeën moeten weerkaatsen met rationele argumenten en de publieke opinie. Maar hij vond wel wanneer intolerante bewegingen weigeren om rationeel te debatteren en oproepen tot geweld, of het gebruik van fysiek geweld niet schuwen, is ingrijpen volgens hem gerechtvaardigd.

Wederkerigheid vanuit de sterkere?
Daar blijft het helaas wel bij als we spreken over wederkerigheid. De ‘sterkere kant’ wordt niet aangesproken op wederzijdse verplichtingen. Er staat nergens dat gevestigde burgers een actieve verantwoordelijkheid hebben om nieuwkomers of uitkeringsgerechtigden tegemoet te komen (bijvoorbeeld door werk te bieden, vooroordelen te laten varen, of te investeren in achterstandswijken). Ook de overheid wordt niet opgeroepen om ‘wederkerig’ te zijn. 

Het idee van de sluier van onwetendheid van Rawls ontbreekt geheel. Daarmee is het manifest niet sociaal-liberaal maar streng-meritocratisch: vrijheid is iets dat je verdient door je aan te passen en bij te dragen, niet iets dat vanzelfsprekend is voor iedereen, ongeacht startpositie.

In 2005 was dat nog wezenlijk anders “Eigen verantwoordelijkheid ontslaat liberalen niet van de verantwoordelijkheid voor diegenen, die niet (meer) in staat zijn hun omstandigheden te wijzigen, zoals bijvoorbeeld gehandicapten of ouderen”. Er zijn passages die impliceren dat als je achter de sluier van onwetendheid niet weet of je tot de zwakken of sterken behoort, je een samenleving zou willen die een vangnet biedt. Rawls wordt niet met naam genoemd, maar het principe is herkenbaar. Ook spreekt het manifest van 2005 nog over een bestaansminimum. Er is aandacht voor "vernederende armoede" en “Een 'Res publica' die hulpbehoevenden niet bijstaat, verdient die naam niet.”

Geopolitiek zonder liberale terughoudendheid voor overheidsmacht
De klassiek liberale invalshoek mis ik ook in het hoofdstuk over geopolitiek en veiligheid. Het hoofdstuk over geopolitiek en veiligheid is een logische reactie op de veranderde wereld (oorlog in Oekraïne, opkomst China). De overheid wil “opkomen voor onze belangen”, “tegendruk geven”, en strategische partnerschappen aangrijpen om invloed uit te oefenen. Dat is niet langer defensief, maar offensief of assertief, dichter bij realistische machtspolitiek dan bij liberale terughoudendheid.

Hoezeer dit ook een begrijpelijke extra aandacht is, toch roept dit vragen op. Laat de VVD zich hier teveel meeslepen met de actualiteit? Het is minder klassiek-liberaal omdat het de staat actiever en machtsgerichter maakt op het internationale toneel, zonder dezelfde rechtstatelijke terughoudendheid die we van de liberalen mogen verwachten. In tegenstelling tot 2005 ontbreekt in 2026 ook een reflectie op de spanning tussen veiligheid en burgerlijke vrijheden (bijvoorbeeld preventieve maatregelen, dataverzameling).

Omarming van de meritocratie en geopolitieke macht in plaats van het liberalisme
Al met al is het manifest van 2026 actueler maar minder liberaal. De toon is meer dan vroeger meritocratisch: succes is het gevolg van eigen inspanning, falen het gevolg van eigen gebrek aan inspanning of aanpassing.  Heeft de VVD zich laten meeslepen door haar afkeer van PRO? Ook bij geopolitiek laat de VVD zich meeslepen door actualiteit zonder de echte liberale invulling te zoeken. Gevaren van een sterke staat wordt bij de geopolitiek uit het oog verloren.

Het had de VVD gesierd als wederkerigheid beter was geanalyseerd en het geopolitieke machtsdenken van meer liberaal gedachtegoed was voorzien.



woensdag 10 juni 2026

Duurzame burgerkracht, wat is nodig?

Ik zie heel veel vrolijke en enthousiaste projecten die door gewone mensen in diverse buurten worden opgestart. Heel veel lijken in een soort honeymoon-stemming te zitten: enthousiasme dat het lukt om te verbinden en samen zaken op te pakken. Maar hoe houd je het vervolgens vol? De mensen die afhaken hoor je minder. Toch geeft dat belangrijke informatie over houdbare burgerkracht

Eigen regie en eigen projecten van burgers zijn onontbeerlijk. Niet alles kan door de markt of door de overheid opgelost worden zonder de verbinding kwijt te raken met de mensen waar het echt om gaat: onszelf! Maar het is geen betaalde arbeid. Eigen regie en eigen projecten vraagt nogal wat: het vinden van geld, omgaan met verschillende mensen met elk hun eigen uitdaging, omgaan met de gemeente die misschien eigen prioriteiten heeft, een lange adem en de moed er in houden. En op een gegeven moment is de initiatiefnemer aan het afhaken of zit vernieuwing in de weg. Wat dan?

Het blijkt dat burgerinitiatieven lang niet altijd een lange overlevingskans hebben. Dat is ook niet altijd erg: het kan tijd zijn voor iets anders of nieuws. Maar: het vraagt nogal wat te starten en het is zonde als kennis en traditie wegvallen. Daarom: Hoe zit het met de duurzaamheid en continuïteit? Aan het eind zal ik verklappen waardoor het bij ons al bijna 25 jaar met ups en downs lukt.

Van ACTIE naar ...
Hoe zorg je dat een burgerinitiatief succesvol kan worden. Daarvoor kan je het  ACTIE model gebruiken: kijk naar Animo, Contacten, Toerusting, Inbedding en Empathie.

- Animo staat voor energie en betrokkenheid die er moet zijn;
- Contacten staat voor goede verstandhouding tussen de initiatiefnemers en goede contacten in de wijk (liever: verankering);
- Toerusting staat voor wat helpt om door te gaan: een locatie, geld;
- Inbedding staat voor de manier waarop professionele organisaties zijn ingericht om burgerinitiatieven te ondersteunen, initiatieven zijn in overeenstemming met wat de omgeving verwacht en wil;
- Empathie staat voor betrokkenheid en aandacht van professionals en ambtenaren voor de belangen en motieven van initiatiefnemers en het geven van waardering en aandacht.

Afhankelijk van de politiek
Het model is wel erg gericht op activiteiten waar de gemeente en andere organisaties partner vormen en subsidie nodig is. Dat is meteen een probleem: de politiek is niet geneigd vaste en voorspelbare subsidieverbanden aan te gaan en vaak mag je geen (buffer)vermogen opbouwen. De politiek wil eigenlijk teveel greep houden op wat er gebeurt waardoor er een drang komt naar professionalisering en inbedding in een systeem. Wel begrijpelijk maar met als gevolg dat animo verdwijnt of de contacten verzuren. Inbedding vraagt ook nieuwe competenties: bureaucratische vaardigheden worden belangrijk. De politiek vraagt ook verantwoording over bereikte doelen waardoor het lastig of niet meetbare doel uit zicht kan verdwijnen.

Kwetsbaar en lang niet altijd duurzaam
Kijk je naar de grote verschillen tussen burgerinitiatieven, dan kom je tot de conclusie dat de duurzaamheid nogal wisselend is. Zeker na 4 jaar moet je voorkomen dat de animo afneemt. Het is nodig dat er een follow up is van initiatiefnemers, vaste heldere werkwijzen bestaan. Ik zie bij gemeenten al meer aandacht voor goede contacten, inbedding en empathie om goede samenwerking te hebben. 

Blijft over de T van toerusting. Dat lijkt een doorslaggevende factor.

Zoek je wat echt lang volhoudt, dan zie je dat er een basis moet zijn om zelf geld te kunnen genereren. Je hebt dan je eigen inkomsten, je kunt je eigen doelen vaststellen en je verantwoordt je aan de leden zoals de leden dat op prijs stellen. AI gaf een indeling van soorten initiatieven die ik aanvulde.


Type Burgerinitiatief

Gemiddelde Levensduur

Kwetsbaarheid

Zorg & Welzijn (boodschappendiensten, buurtmoestuinen, lief & leedstraten)

Kort tot Middellang

(2 - 4 jaar)

Zeer kwetsbaar. Drijft vaak op een heel kleine groep kwetsbare vrijwilligers of mantelzorgers. Zodra de spilfiguur uitvalt, kan het initiatief direct stoppen.

Energie- & Woningbouwcoöperaties (lokale zonneparken, woonhofjes)

Lang

(vaak 10+ jaar)

Hoge duurzaamheid. Dit type initiatief heeft kapitaal, contracten en leden. De zakelijke structuur dwingt tot continuïteit, ook als de oprichters weggaan.

Cultuur & Recreatie (buurtfestivals, lokale musea, herinrichting pleinen)

Middellang

(3 - 6 jaar)

Projectafhankelijk. Loopt zolang de subsidie of de samenwerking met de gemeente standhoudt. Valt om bij ambtelijke wisselingen, verschil van mening over invulling of als er nieuwe strengere regels komen.

De mogelijkheid zelf geld te genereren is een echte voorspeller voor duurzaamheid. De overstap van aan spilfiguren gekoppelde projecten naar een vaste traditie van bestuur en opvolging is een belangrijke drempel.

Faalfactoren?
De factoren uit ACTIE-model zijn dan tevens faalfactoren.

Dus: 

- animo kan verdwijnen, vooral na opvolging van de eerste geinspireerde initiatiefnemers
- contacten kunnen verzuren
- het kost teveel moeite om geld te vinden en subsidies sluiten niet aan bij waar animo voor is
- het initiatief heeft wel contacten met professionals nodig, maar raakt ervan losgezongen
- het lukt professionals niet meer om verbonden te blijven met en in te leven in het initiatief. Vrijwilligers worden net zo behandeld als betaalde krachten. (mooi voorbeeld: hier (zie onderaan de blog)).

Een belangrijke extra faalfacor die ik vond ging over diversiteit: die heeft een wisselende invloed. Op sommige punten helpt het (meerdere competenties binnen de groep) maar op andere punten kan het in de weg zitten (teveel mensen met eigen uitdagingen en teveel verschil in waardensystemen). 

Ik zou meer aandacht willen voor de andere faalfactoren, zoals wanneer het niet lukt het Eens te worden en een Eenheid te vormen. Dus diversiteit is mooi, zeker waar het competenties betreft, maar je moet het wel eens kunnen worden. (Let daarvoor bijvoorbeeld op sociocratisch besluiten en het consent beginsel: je zoekt niet naar unanimiteit, maar probeert zo ver te komen dat niemand meer onoverkomelijke bezwaren geeft. Echt een manier om mensen het besluit te laten accepteren!). 

Ik denk ook dat het goed is als burgerinitiatieven meer letten op toegang tot de “toerusting”: voorspelbare financiële middelen en eigen ruimte.

Waarom het ons in onze buurt wel is gelukt? Wij vormen type 2, we hebben een eigen projecthuis, betaald door de bewoners: de toerusting is op orde.

Vrede stichten en het Eens worden
Maar wat ik bij ons ook zie: een enorme kracht om elkaar steeds mee te nemen, steeds te zorgen dat ergernissen niet uit de hand lopen en tegelijk het doel voor ogen blijft. De verzoeners zijn onontbeerlijk Ik kan feitelijk de mensen in ons project aanwijzen die die competentie hebben, zij zorgen pas ècht voor de continuïteit (ik ben dat zelf niet). Die competentie is onontbeerlijk. 

Naast de ACTIE zou ik daarom de V en E ook willen toevoegen: de V van verzoening en de E van eenheid. 

Het wordt model verandert dan van  "ACTIE" naar “ACTIEVE”

maandag 1 juni 2026

Houdbare solidariteit: het kan wel

Het lijkt alsof solidariteit door grote groepen niet meer geaccepteerd wordt. Mensen trekken zich terug in eigen kring. De samenleving vergruist. Solidariteit en onze verzorgingsstaat lijkt iets voor linkse wereldverbeteraars. De andere kant is dat solidariteit door linkse politici nogal eens wordt uitgelegd als zorgen voor de ander, zonder aandacht te geven aan wederkerigheid: het idee dat degene die solidariteit nodig heeft het zijne doet om de inspanning en kosten te beperken. Daarom geef ik graag aandacht aan de begrippen “wederkerigheid” en “welbegrepen eigenbelang”.

Juist Nederland moet dit kennen
Nederland is een mooi voorbeeld van goede sociale voorzieningen die bijdragen aan de welvaart. In de economische bloeitijd in de 17e eeuw hadden Hollandse steden goede sociale voorzieningen. Denk aan het burgerweeshuis, de bedeling, en oude mannen- en vrouwenhuizen: investeringen in sociale stabiliteit en een betrouwbare beroepsbevolking. De stadsbestuurders van Amsterdam hielden die welbewust in stand, om te zorgen dat hun stad voldoende arbeidskrachten aantrok.

Wederkerigheid hoorde er altijd bij
Overigens was bij deze voorzieningen ook sprake van wederkerigheid. De belangrijkste tegenprestatie was gebed. In weeshuizen, hofjes en armenhuizen werden bewoners verplicht dagelijks te bidden voor hun weldoeners (de regenten en hun families). Weeskinderen werden niet alleen opgevangen; ze moesten ook werken. Jongens leerden een ambacht (bijv. scheepstouw maken, schoenen lappen), meisjes spinnen, naaien of kantklossen. Zij leerden zo op hun manier een bijdrage te leveren aan de samenleving. De opbrengst van hun arbeid ging naar het weeshuis. In de hofjes voor oudere vrouwen konden zij gratis wonen, maar mantelzorg voor elkaar en het schoonhouden van het hofje was verplicht. Bij toelating tot een armenhuis of weeshuis legden bewoners vaak een eed af: zij beloofden zich dankbaar te tonen, niet te bedelen, de regels te gehoorzamen en - opnieuw - te bidden. Wie deze wederkerigheid schond, kon worden uitgestoten.

Je zag het ook bij de eerste verzekeringen: wie brand kreeg, had te maken met zulke hoge kosten dat hij er aan onderdoor kon gaan. Daarom kwamen er onderlinge waarborgmaatschappijen om dat te dekken. Maar wie zelf geen aandacht gaf aan het voorkomen van brand werd daar op aangesproken.

Houdbare verzorgingsstaat
Nu we te maken hebben met vergrijzing waardoor de zorg, de AOW, de WW en de WIA meer gaat kosten en met mensen die vluchten uit oorlog of gewoon een beter leven zoeken komt de vraag op tafel of we moeten bezuinigen op onze verzorgingsstaat. Daar ben ik op zich niet tegen, maar let dan wel op de uitgangspunten solidariteit en daar is ie: wederkerigheid en het welbegrepen eigenbelang.

Het idee van welbegrepen eigenbelang kan je zien als de erkenning dat jouw eigenbelang op de lange termijn gebaat is bij een bloeiende samenleving, een duurzame leefomgeving of het welzijn van anderen. Dat is niet per se een linkse gedachte. Adam Smith (1723-1790) , Edmund Burke (1729 - 1797) en Alexis de Tocqueville (1805 - 1859) waren mensen die aandacht gaven aan dit idee of liever gezegd: dit mechanisme.

De complexere samenleving
In het eind van de 19e eeuw werd de samenleving losser, er was minder duidelijk dat we niet zonder elkaar konden. Door de specialisatie verdween het idee dat we baat hebben anderen die we niet goed kennen te helpen. Met de ingewikkeld wordende samenleving gaf ook Emile Durkheim (1858 - 1917) aandacht aan het idee dat het belangrijk is te beseffen dat we onderling afhankelijk zijn. Hij heeft zich als wetenschapper vooral beziggehouden met het probleem van de sociale cohesie. Zijn idee was dat solidariteit minder vanzelfsprekend was, er was minder een collectief bewustzijn dan vroeger.

Weinig verbinding, lossere samenleving
Dat zien we nu eigenlijk weer. We zien dat er weinig verbinding is tussen hoogopgeleide en praktisch opgeleide groepen, er is geen overheersende religie meer, er leven verschillende culturen in een land. Om de verzorgingsstaat in stand te houden is daarom welbegrepen eigenbelang nodig. We moeten zien dat we allemaal baat hebben bij een goede verzorgingsstaat, dat daarvoor niet alleen solidariteit nodig is, maar ook wederkerigheid. De houdbare verzorgingsstaat is er immers bij gebaat dat de mensen die meebetalen weten dat er op gelet wordt dat mensen naar vermogen bijdragen om iets terug te doen. Dat dat bij sommigen klein is, omdat de rek er uit is, moeten we dan wel accepteren. En vluchtelingen kunnen dat niet op korte termijn, maar ze willen maar wat graag aan het werk. Die wederkerigheid wordt alleen niet herkend door velen. Maar als veiligelanders zich alleen opstellen als profiteurs passen ze er niet in.

Maar het echte gevaar voor de verzorgingsstaat zit wellicht eerder in het wegvallen van het besef van welbegrepen eigenbelang bij de bovenlaag dat zij de samenleving ook nodig hebben (denk aan goedopgeleide mensen, goede zorg, goede wegen, arbeidsrust).

Geef aandacht aan wederkerigheid èn welbegrepen eigenbelang

Misschien kan een politiek programma dat daar aandacht aan geeft heel succesvol zijn. Iets voor een inbreng in een sociaal akkoord misschien?




dinsdag 19 mei 2026

Manosfeer en de voedingsbodem

Er is nogal wat ophef over de “manosfeer”, een verzameling van online gemeenschappen en influencers die een vrouwonvriendelijk en traditioneel mannen- en vrouwenbeeld promoten. Het lukt Andrew Tate om voortdurend de aandacht te krijgen. Daarna kwam er weer aandacht voor de algoritmen waardoor iedereen de extremere video’s te zien krijgt. Maar ik zie wat minder aandacht voor de voedingsbodem voor die sfeer waarin traditionele mannen- en vrouwenrollen worden gepromoot.

Ik schreef er eerder over in de samenleving in scheiding, waarin ik Esther Perel aanhaal Ouders, grootouders, echtgenoten en echtgenotes… ieders rol was duidelijk en de wederzijdse verwachtingen ook. Dat ging gepaard met meer zekerheid, maar liet ook minder ruimte voor vrijheid en voor persoonlijke expressie”

Natuurlijk is er een wisselwerking. Sociale media bevorderen extreme uitingen in plaats van genuanceerde uitingen, jongens komen daardoor veel filmpjes tegen. Deze mannen zijn dan ook nog rijk en worden omringd door mooie vrouwen.

Waarom scoort dit?
Maar we moeten niet vergeten dat er een reden is waardoor dit goed scoort. Juist in de tijd dat ze zoeken naar zingeving en hun verhouding tot vrouwen en een partner komen er filmpjes langs met mannen die uitleggen aan onzekere jongeren wat vrouwen willen. Ze bieden snelle antwoorden en beloften en zelfs een soort verbondenheid en gemeenschapsgevoel.

Het was lang gewoon dat je het als kind later beter zou krijgen dan je ouders. De welvaart nam toe, er was vrede, er waren duidelijke rollen. Nu zijn rollen minder duidelijk en is onzeker of je het beter kan krijgen dan je ouders en nu zijn vooral jongens zoekend naar hun rol en toekomst, want ze zijn ook nog niet automatisch de belangrijkste verdiener.

De manosfeer is geen oorzaak, maar een symptoom van een groter maatschappelijk probleem. Onderzoek laat zien dat in tijden van economische tegenslagen een hang naar conservatisme opkomt (vasthouden wat je hebt). Het is mooi dat je sociale klasse en geslacht minder zegt over je toekomst omdat iedereen kansen moet hebben, maar dat geeft een gevoel dat (witte) mannen moeten inleveren. Hoewel het zeer de vraag is of dat inleveren klopt, helpt dat de aantrekkingskracht van de manosfeer. Het gevoel van potentieel verlies geeft altijd een veel sterkere emotie dan potentiële winst.

Onzekerheden als verdienmodel
De ideologie gedijt op onzekerheden: economische zorgen, veranderende identiteiten en een gebrek aan positieve, moderne rolmodellen. Het simpelweg wegzetten van deze jongens als "fout" of het verbieden van bepaalde influencers, is daarom geen oplossing. De voedingsbodem blijft.

Op zich is er weinig tegen de nadruk op discipline, sport en krachtoefeningen. Arie Boomsma doet dat ook. Wel is de vrouwenhaat en het pleiten voor juist minder kansen voor vrouwen desastreus voor het ideaal van gelijke kansen op zelfontplooiing. Vrouwen krijgen de schuld van de onzekerheid of het gemis van een partner.

Radicalere maatregelen
Naar mijn idee is er daarom een veel radicalere aanpak nodig die teruggaat naar de wortels. Jonge mannen hebben perspectief, zingeving en positieve mannelijke rolmodellen nodig, dat vraagt ook echte interesse. Preventie is essentieel, en dat begint bij het erkennen van de problemen waar jongens en jonge mannen mee worstelen. Ik denk bijvoorbeeld aan:

- Rolmodellen in het basisonderwijs en van vaders: Ik geloof niet dat de overheid alles kan oplossen. Weerbaarheidstrainingen zijn mooi en belangrijk, maar zichtbare betrokkenheid van vaders is misschien belangrijker. Bij rellen moeten we ook vaders aanspreken op hun rol bij de opvoeding en laten zien dat dat juist goed werkt. Tegenover de ongrijpbare internetsferen is het belangrijk ook herkenbare vaderrollen te zien en dat je niet alleen met juffen omringd wordt.

- Geef aandacht aan de winst die influencers proberen te halen uit het kijken naar hun video’s. Uiteindelijk zijn de onzekere jongens gewoon hun verdienmodel. Dat deed Louis Theroux ook. Dat verdient meer publiek.


P.S. (Later toegevoegd). Ja, dit zijn wel heel kleine stapjes en greep op de algoritmen van sociale media doet meer. Maar uiteindelijk moet de jonge generatie ook geholpen worden om met vertrouwen naar de toekomst te kunnen kijken. Dat gaat niet online maar in de praktijk

vrijdag 15 mei 2026

Overheid: voorkom de donkere Middeleeuwen

Jimmy Wales, de oprichter van Wikipedia, heeft een boek geschreven over vertrouwen (De 7 regels van vertrouwen). Eigenlijk krijgt dat thema in de wereld op het moment te weinig aandacht. Onze wereld heeft vertrouwen hard nodig om te kunnen blijven functioneren. En dat vertrouwen neemt af.

Belasting verminderen of niet?
Discussies over de overheid gaan eigenlijk op rechts vooral over veiligheid als basis en hoeveel belasting we moeten betalen, maar daarmee wordt de werkelijke basis gemist. Traditioneel pleit links voor een grote en rechts voor een kleine overheid. Veel belasting of weinig belasting, daar lijkt het over te gaan.

Ook de nachtwakersstaat wil vertrouwen bevorderen
Laten we die kleine minimale overheid bekijken. Moet het een nachtwakersstaat zijn, een minimale overheid die zich beperkt tot de veiligheid (politie/leger), rechtszekerheid en openbare orde? Maar zelfs die minimale overheid is ultiem gericht op vertrouwen. Als je niet vertrouwt op de politie moet je zelf een groepje organiseren om je te beschermen. Als je niet vertrouwt op de voedselkwaliteit moet je het zelf gaan verbouwen. Als je niet vertrouwt op de rechtszekerheid doe je alleen zaken met bekenden. Geen vertrouwen betekent minder welvaart. Links en rechts moeten zich zorgen maken over vertrouwen in onze complexe samenleving.

Eigen volk eerst? Is dat volk dan wel betrouwbaar?
Het is logisch dat - als de overheid niet vertrouwd wordt - de roep om “eigen volk eerst” opkomt. Dat klinkt namelijk vertrouwd. Maar kunnen we vertrouwen hebben in ons eigen volk? Is dat niet veel te makkelijk geroepen? Als we kijken naar Defend The Netherlands is het blijkbaar geen probleem om de brandweer de weg te versperren en volksvertegenwoordigers te bedreigen en met vuurwerk te bekogelen. De meeste mensen zijn betrouwbaar, maar er zijn altijd rotte appels, ook in ons “eigen volk”.  

Interessant dat Nederland welvarend werd toen er gebouwd moest worden aan vertrouwen in een land met verschillende religies (in de 17e eeuw).

Complexe, welvarende samenleving vraagt vertrouwen
Dat overheden gericht zijn op het bouwen van vertrouwen is logisch als je bedenkt dat overheden een reactie zijn op steeds complexere, anoniemere samenlevingen en dat een complexere samenleving pas welvarend kan worden als er betrouwbare overheid is. Niet alleen de overheid, maar ook wijzelf moeten daar aan werken. Volgens Jimmy Wales met regels als "om vertrouwen te krijgen moet je vertrouwen geven" en "met beleefdheid kom je verder" om maar wat simpels en aansprekends te noemen. 

De Edelman Trust Barometer toont dat nationalisme toeneemt (Eigen Volk) en vertrouwen in anderen afneemt. Het rapport spreekt over een 'crisis van isolement'. (het hele rapport is wel een leestip). Het constateert een grotere groep die geen eerbied heeft voor feiten, meer polarisatie - ook op de werkvloer-, afnemende openheid voor innovatie en uiteindelijk minder welvaart. Het is ook daarom dat de huidige afbraak van vertrouwen in de wereld een grote bedreiging is. 

De wikipediaoprichter doet in de NRC dan ook een stevige uitspraak die mij raakte: 

Als deze internationale vertrouwenscrisis doorzet, wachten ons nieuwe donkere Middeleeuwen.

Ik vrees dat hij gelijk heeft. 



donderdag 30 april 2026

De kwetsbaarheid van populistische regeringen

Met Trump aan het roer en Orban van het roer afgestoten kunnen we leren wat de zwakke kanten zijn van populistische regeringen. Wat moet er gebeuren om kiezers anders te laten stemmen?

Verandering is lastig
Allereerst moeten we onderkennen dat kiezers niet snel populistische partijen laten vallen. Door kiezers naar de mond te praten en weinig te geven om feiten is het lastig om kiezers de kwade kanten van het populisme te laten zien. De leiders worden nu eenmaal vaak gezien als helden en sterke mannen. Gaat er iets fout, dan ligt dat aan anderen: vorige regeringen hebben het deze regering lastig gemaakt. De gemiddelde kiezer heeft ook weinig geheugen voor waar eerdere regeringen voor stonden en winst onder de andere regeringen wordt snel vergeten, terwijl verlies niet snel vergeten en vergeven wordt. Populistische partijen floreren bij het aanwijzen van zondebokken en veel kiezers vinden dat prachtig. Daarnaast proberen ze ongegeneerd de macht te bestendigen door het rechtssysteem naar hun hand te zetten. Daar zijn ze beter in dan niet populistische partijen omdat niet-populisten ook ruimte geven aan tegenstanders omdat ze de kracht van tegenspraak waarderen. In Polen hebben ze er een flinke kluif aan.

Wat kan er dan wel mis gaan waardoor populisten steun verliezen?
1. Corruptie. Populisten trekken zich weinig aan van algemene rechtsregels. Die zitten alleen maar beleid in de weg. Je moet rekening houden met minderheden, terwijl je juist stevig wil doorpakken! Maar als je eenmaal rechtsregels terzijde schuift wordt je veel kwetsbaarder voor corruptie. Je probeert niet de dingen te veranderen door netjes de beste mensen te benoemen voor bepaalde moeilijke taken, je zal vrienden moeten benoemen op essentiele plekken. Die moet je vervolgens wat gunnen. Het is lastig om via nette wetten dingen te veranderen: je hebt steun nodig van je vriendjes in de media, van rechters, van ondernemers. Elke regering is kwetsbaar, maar populisten zijn kwetsbaarder dan anderen. Bij Trump zagen we het met de cryptocowbows en de mediatycoons. Orban verloor door dit onderwerp (en achterblijvende economische groei ten opzichte van andere Oosteuropese landen).

2. Inflatie. Populisten houden niet van ingrepen die op de korte termijn pijn doen, maar belangrijk zijn voor de lange termijn. Anderen ook niet, maar die zijn eerder bereid iets te doen in het algemeen belang in de toekomst. Daardoor lopen de schulden gemiddeld genomen harder op onder populistische regeringen. Je geeft liever wat meer geld uit dan dat je bezuinigt en bezuinigen op uitgaven voor je zondebok houdt na verloop van tijd op. Bij de PVV hebben ze het geld voor ontwikkelingssamenwerking als 10 keer uitgegeven als dekking voor populistische uitgaven. Steeds als een door de PVV gesteund kabinet moest bezuinigen trok Wilders de stekker er uit. Trump hoeft geen rekening te houden met coalitiepartners dus de uitgaven zijn daar al lang door het plafond geschoten. (De sterke man als bezuiniger komt pas aan de macht nadat het uit de hand gelopen is (door anderen die de schuld krijgen)).

3. Uitblijven van resultaten. Wat werkt hoeft niet altijd hetzelfde te zijn als wat het publiek graag ziet. Hard optreden tegen misdaad is niet altijd het beste medicijn. Het gaat om een combinatie van hard straffen van onverbeterlijken en de goede kant op sturen van mensen die de eerste stappen zetten op het verkeerde pad. Oorlogen starten helpt niet per se tegen foute regimes. Ruimte geven voor bevriende ondernemers hoeft niet te leiden tot een sterkere economie. Overigens heeft Trump wel wat fabrieken binnengehaald en ruimbaan geven aan olie boringen gaat eerder ten koste van het klimaat dan van zijn kiezers. Maar op de langere termijn doet zijn beleid veel schade, zie 4.

4. Economische schade door wantrouwen. Wanneer buitenlandse overheden, investeerders en consumenten vertrouwen hebben in de stabiliteit, rechtszekerheid en betrouwbaarheid van jouw land, verlaagt dat risico’s en transactiekosten. Dit leidt tot meer buitenlandse directe investeringen, omdat bedrijven durven te bouwen aan fabrieken, kantoren of infrastructuur. Ook kopen buitenlandse partijen gemakkelijker jouw exportproducten, omdat ze kwaliteit en naleving van afspraken verwachten. Daarnaast zorgt vertrouwen voor een stabiele munt en lagere rentes op internationale kapitaalmarkten, waardoor lenen goedkoper wordt.

5. Welzijnsschade door minder vertrouwen. Afnemend vertrouwen binnen een samenleving tast het welzijn direct aan. Wanneer mensen elkaar of andere landen niet meer vertrouwen, stijgen stress en onzekerheid. Dit leidt tot sociale spanningen, polarisatie en minder samenwerking. In een wantrouwige omgeving worden onderlinge hulp, vrijwilligerswerk en gedeelde voorzieningen ondermijnd. Mensen trekken zich terug in eigen kring, wat eenzaamheid en sociale isolatie vergroot.

Kortom: de kwetsbaarheid van populisten zit hem in schade op de lange termijn.

Maar het is een taaie zaak
Grootste probleem is dat ze hun macht bestendigen door het rechtssysteem en de media in te zetten voor behoud van de macht. Bovendien gaat economische neergang (of minder welvaartsgroei hebben dan andere landen) en afnemend welzijn traag en wordt het daardoor niet altijd zo gevoeld. 

Reken dus niet op vanzelfsprekend verval van populistische partijen. Tenslotte blijven de populisten proberen altijd te wijzen naar anderen als de boosdoeners.


donderdag 9 april 2026

Huurders door de patatsnijder of bewonersparticipatie 2.0


Het Trendbeeld Woningcorporaties van SVWN (stichting Visitatie Woningcorporaties Nederland) ging dit jaar over bewonersparticipatie 2.0. Ik fietste naar Kanaleneiland waar het trendbeeld besproken werd. Hoewel de groep niet groot was, waren behoorlijk wat huurders van huurdersorganisaties en de Woonbond aanwezig. Daar bleek de grote betrokkenheid van huurders en de waarde voor hen om mee te kunnen doen en de behoefte om mee te kunnen beslissen.

Bewonersreis
Mooi voorbeeld van waardevolle participatie was de ‘bewonersreis’. Bij grote projecten rondom renovatie en leefbaarheid gebruikt De Goede Woning uit Zoetermeer de bewonersreis in 56 stappen. Per fase is inzichtelijk wat de stap betekent voor bewoners en bewoners worden betrokken in het ontwerp waardoor bewoners bij uitstek hun eigen ervaringen en wensen in kunnen brengen. Je ziet dan dat een woningcorporatie die de huurders serieus neemt ook een sneller een huurdersvereniging krijgt die een waardevolle partner is.

Tough love en de huurdersbelangenorganisatie
Ook een mooi voorbeeld, vooral heel dapper, leverden Paul Kouijzer bestuurder van TBV Wonen uit Tilburg en Erik Baak, de voorzitter van de huurdersbelangenorganisatie. In Tilburg waren de verhoudingen tussen woningcorporatie en huurdersorganisatie nogal verstoord. Niet altijd is de huurdersvereniging een goed functionerende partner. De woningcorporatie vond dat ze de huurdersvereniging echt serieus moest nemen en dat betekende dat er ook aan de vereniging eisen gesteld moesten worden: niet alleen de woningcorporatie, ook de huurdersvereniging moest zich houden aan de samenwerkingsovereenkomst. Ze stelde eisen aan de verantwoording van de gelden en de adviezen, een soort Though Love. Het leidde verrassend genoeg tot grote verbetering: de governance werd op orde gebracht, er werd serieus en heel uitgebreid gezocht naar goede bestuursleden en de huurdersorganisatie werd op orde gebracht. Niet minder kritisch, wel in staat tot goede samenwerking en verantwoord bestuur. 

Verrassend voor mij: er was ook vastgelegd dat er een maximale zittingsduur kwam voor bestuursleden van de huurdersbelangenorganisatie! Maar al te vaak maak ik mee dat mensen met enorme inzet er heel lang blijven zitten, waardoor de drempel voor nieuwe bestuursleden hoger wordt. Nieuwe mensen twijfelen: die man die er al zo lang zit weet al zoveel, die doet het altijd op zijn manier, is het niet een stoffige bedoening, zo’n bestuur?

Diverse middelen gebruiken
Evert Bartlema, van de RvC van Bo-Ex gaf aan hoeveel mogelijkheden er zijn om formeel en informeel te participeren. Het hoeft niet alleen via het bestuur van een huurdersorganisatie. Denk ook aan themawerkgroepen met tijdelijke inzet rond een probleem, aan wijkschouwen, aan eigen (digitale) onderzoeken door de huurdersorganisatie of samenwerking met de huurdersorganisatie bij het onderzoek door de woningcorporatie, aan gerichte klankbordgroepen en themadiscussies. Binnen de huidige structuur is veel meer mogelijk dan je denkt en daarbij kan je dan veel beter aansluiten op de wens van bewoners om op hun manier een bijdrage te leveren.

Disempowerment
Toch zat mij iets dwars. De huurdersparticipatie werd gezien als emancipatie. Dat gaat voorbij aan de geschiedenis van de woningbouwverenigingen. Heel veel woningcorporaties zijn gestart als een vereniging waarin de huurders het echt voor het zeggen hadden, zelf konden beslissen en zelf leerden verantwoordelijkheid te nemen en soms ook te kiezen tussen kwaden. Die directe macht van huurders is verdwenen, het zijn stichtingen geworden. Bij huurders zie ik dan ook geen emancipatie, eerder een de-emancipatie: ze zijn vertrokken uit de cockpit. Een soort 'ontmachtiging', in plaats van empowerment - wat we nu proberen te verbeteren- was er een proces van disempowerment. Ja, de woningcorporaties werden veel professioneler. Waarschijnlijk kon het ook niet meer in de huidige grootte, met de huidige regels. Maar wat kunnen huurders nu zelf nog beslissen? 

Daar is best wat te winnen. Misschien willen ze het recht om een directeur-bestuurder weg te sturen na 4 jaar van disfunctioneren? En kijk naar de organisatiekracht van de bewoners: Corporaties zouden bewoners -daar waar organisatiekracht is- de mogelijkheid kunnen bieden zelf kleine reparaties uit te voeren in de collectieve ruimten en de besparing die dat oplevert stoppen in een buurtpot. Er zijn ook al wooncomplexen waar dat mogelijk is. Dat zijn verdergaande voorbeelden van participatie. Die vergroten de sociale samenhang en de leefbaarheid.

De participatie als patatsnijder
Nog iets zat mij dwars. Ik zie participatie vaak als een patatsnijder. Het idee is dat burgers participeren, maar dan worden ze eerst door de patatsnijder gehaald. Je bent daarna uiteengevallen in partjes: de huurder, de stemmer, de buurtbewoner, de mantelzorger, de oudere, de gehandicapte, de ouder van kinderen, … zo zijn er veel verschillende patatjes die uit een aardappel gehaald worden. Dat bleek ook hier weer. In het trendbeeld heette dat “het beperkt perspectief van bewoners”: opgemerkt werd in het trendbeeld ‘de bredere corporatiebelangen blijven uit beeld’. De participatie gaat over de huurder die participeert met de woningcorporatie. Maar hoe zit het dan met de participatie van de corporatie met de huurders? De ‘corporatieparticipatie’, waarbij het nadeel is dat de corporatie juist een beperkt perspectief heeft en de brede bewonersbelangen uit beeld blijven.

Ook daar zijn mooie voorbeelden van!

Denk aan Ruwaard,een wijk bij Oss. Als iemand een vraag of probleem heeft, volgt een gesprek thuis waarin alles in samenhang wordt besproken. daarbij gaat het niet alleen over zorg, maar ook over bijvoorbeeld wonen en schulden. Een burenruzie of ernstige overlast kan leiden tot een vraag aan een corporatie om in te grijpen, maar kan ook aanleiding zijn te kijken wat er achter die ruzie zit. Dan komt de vraag op wie wat kan doen: is het iets voor de zorg? de schuldhulpverlening? de woningcorporatie? Veel efficienter èn effectiever. Wat hier gebeurt is dat de bewoner niet door de patatsnijder gehaald wordt, maar gekeken wordt hoe diverse organisaties kunnen aansluiten bij de bewoners en hun perspectief kunnen verbreden. Woningcorporatie Brabant Wonen is betrokken.

Denk aan de Smederijen van Hoogeveen. De Smederijen van Hoogeveen zijn geen fysieke smidse-werkplaatsen, maar een uniek samenwerkingsverband tussen inwoners, de gemeente en maatschappelijke organisaties om de leefbaarheid in wijken en dorpen te vergroten. Ze fungeren als de "oren en ogen" van de buurt, waarbij bewoners zelf het voortouw nemen bij lokale projecten en verbeteringen. Ook hier worden de bewoners niet eerst door de patatsnijder gehaald. Woningcorporaties Domesta Actium en Woonconcept zijn betrokken.

Ken de bewoners, hun krachten en hun zwakten 
Hoe participeren de corporaties eigenlijk in het leven en wonen van bewoners? Als je daar naar kijkt zie je dat de ene corporatie daar veel beter in slaagt dan de ander, vaak zijn kleinere corporaties daar veel beter in omdat de ze bewoners en hun krachten en zwakten echt kennen. Ik zag dat bij woningcorporatie Berg en Terblijt (nu niet meer zelfstandig) die nadacht hoe bewoners te overtuigen in te stemmen met verduurzaming van daken van de woningen. De huurdersvertegenwoordiging bracht in dat hulp bij het leegruimen van de zolder heel goed zou aansluiten bij de twijfel van huurders om mee te doen. Dat deed de woningstichting. Ineens nam de bereidheid mee te doen aan verduurzaming van de daken toe! Ik zag bij Woningstichting Heteren hoe de huurders een eigen taak op zich namen: de corporatie neemt geen activiteiten van huurders over, maar stelt hen in staat om activiteiten te ontwikkelen. Bijvoorbeeld na ergernis van huurders over verwaarloosde tuinen waarbij de bewoners dit zelf oppakten in samenwerking met de huurdersvereniging en de gemeente.

Zo is er nog altijd veel te winnen van goede voorbeelden uit de sector.

dinsdag 31 maart 2026

Grip op AI voor gemeenteraden

Onlangs mocht ik een bijeenkomst bij BMC  bezoeken over ‘Grip op AI voor rekenkamers’. Ik vond het lastig, want het gebruik van AI is zich nog aan het ontwikkelen. Inmiddels merkt vrijwel iedereen hoe handig het is. Maar er dringt ook door dat er nadelen verbonden zijn. AI blijkt te hallucineren, citaten te verzinnen. Ik las laatst dat een docent altijd zijn leerlingen vroeg om creatieve oplossing voor een probleem te vinden. Daar kwam vroeger heel veel uit. Met AI blijkt daar weinig uit te komen: heel veel leerlingen komen met precies de zelfde AI-oplossing. En we hebben inmiddels ervaring met algoritmen die vooroordelen hebben, hoe zorg je dat je er achter blijft komen dat vooroordelen een rol spelen?

BMC benoemde Kennis over AI als eerste succesfactor. Het bureau had onderzoek gedaan en de deelnemende gemeenten die veel technische kennis en capaciteit in huis hebben, zijn gemakkelijker in staat om zelf AI-projecten op te zetten. Het verhogen van bewustwording en geletterdheid op het gebied van AI en algoritmen kan bijdragen aan een verantwoorde inzet

Uiteindelijk kwamen bij mij vooral vragen op. Hoe gaan raadsleden er mee om? Moet je een programmeur worden om je controlerende taak uit te voeren? Zeker niet! Juist niet! Ondanks de succesfactor die BMC aangeeft dat technische kennis veel helpt. We hebben niet voor niets lekenbestuur en de kaders worden niet door experts gemaakt. Gebruik de inhoudelijke hulp, maar blijf zelf aan het roer. Hier zijn drie vuistregels voor de bezorgde volksvertegenwoordiger.

1. AI is een middel, geen doel op zich. Waar is het gebruik van AI een oplossing voor? Voor standaardtaken zoals controleren of een aanvraag correct en compleet is? Dat kan heel handig zijn. Ook als raadslid heb je er veel aan. Gebruik AI om de bergen informatie die op je afkomen als raadslid te filteren, maar blijf zelf degene die de politieke weging maakt: dat is je hoofdtaak.

2. Wees alert op de 'Black Box' en Bias. We zagen dat AI best veel standaard voorbereiding kan doen. Maar tot waar gaat dat? Om van het begin tot het eind een aanvraag te behandelen en goed of af te keuren? Dat gaat te ver. Als de algoritmen vooroordelen bevatten, neemt de computer die klakkeloos over. Dit kan leiden tot onbedoelde discriminatie, bijvoorbeeld bij de controle op fraude of het toekennen van subsidies.

3. Omarm de kansen. Heel veel maatwerk verdwijnt uit het zicht door standaardtaken. AI zou juist kunnen helpen om meer tijd vrij te maken waar het er toe doet. Als raadslid bijvoorbeeld om contact met mensen te houden. Minder bureaucreatie en snellere reactietijden betekenen meer tijd voor wat er écht toe doet: contact met de inwoners. Maar blijf kritisch: de vraag blijft of AI niet juist de afstand tussen burger en overheid vergroot door processen verder te dehumaniseren. Kijk hoe AI de publieke waarden ondersteunt in plaats van ondergraaft.

Kaders voor AI?
Hoe moet je nu als rekenkamer naar AI kijken? Dat vond ik voor zo'n zich nog steeds snel ontwikkelende techniek lastig. Misschien is de eerste stap om te kijken of de gemeenteraad gesproken heeft over de kaders voor Artificial Intelligence.

  • De greep die het bestuur er op heeft met helderheid waar welke verantwoordelijkheid ligt. Is dat duidelijk?
  • Zijn de risico’s in beeld en is bekend welke toepassingen er zijn en welke risico’s die hebben?
  • Zijn de ambtenaren getraind om de juiste vragen te stellen en herkennen ze de zwaktes van AI (hallucineren, vooroordelen)?
  • En is er een veilige omgeving om over het gebruik en mogelijke gevaren te praten?
  • Is bekend hoe leveranciers AI gebruiken en zit je vast aan één leverancier als je een AI toepassing kiest? 
  • En natuurlijk: de samenleving. Worden inwoners geïnformeerd over AI en worden ze betrokken? Is het gebruik transparant en kan je in beroep gaan?

Ik maakte een test voor deze vragen: hier

Bedenk wel: De test kan een eerste stap zijn, maar de echte uitdaging zit in de handhaving van die kaders wanneer de techniek de regelgeving inhaalt. Als Rekenkamer dat onderzoeken lijkt mij nog een flinke stap extra. Daar ben ik nog niet uit.


P.S. Misschien tevens een vraag: als gemeenten de test gebruiken, kunnen de uitkomsten dan gedeeld worden met mij? Dan kan er een overzicht ontstaan van de verschillende gemeenten!

donderdag 26 maart 2026

Fusie GroenLinks PvdA tot Progressief Nederland, en nu?

De fusie van GroenLinks en PvdA is rond, er is een nieuwe naam en de partij is bij de gemeenteraadsverkiezingen vaker de grootste geworden dan vier jaar geleden. En nu? Wat te doen, nu de fusie geen aanleiding is voor groei? Die naam gaat dat niet brengen. En aangezien de term uit het bedrijfsleven komt, wat zouden bedrijven doen bij zo’n fusie? De fusie heeft al plaatsgevonden, dus de lessen van gemankeerde fusies (begin met het Waarom) slaan we over

 De les uit de recente ontwikkelingen, bedrijfsleven en het verleden is dat schaalvergroting door fusie geen garantie is voor succes. Uiteindelijk zal de nieuwe partij meer kiezers moeten aanspreken èn moeten beseffen waarom de tijd van grote partijen voorbij is. Je merk moet meer fans krijgen. Wat zou de partij dan kunnen doen?

Ik hoor veel over "echt links" en zo. Mij zegt dat eigenlijk weinig. Ik zie juist dat partijen een authentiek en eigen profiel moeten hebben. "We zijn links" brengt niet per se stemmen op, "progressief" overigens ook niet. 

De naam Progressief Nederland is pas wervend als duidelijk is waarom mensen zich graag verbinden aan Progressief Nederland!

Waarom gaan mensen zich verbinden?
Hier zijn 8 lessen van het bedrijfsleven waar elke middenpartij wat aan kan hebben:

1. Besef dat de tijden van de grote dominante partijen voorbij zijn. De “grootste partij” in het parlement is kleiner dan ooit. De strategie is dan ook niet om deze realiteit te bestrijden met een poging tot het creëren van een nieuwe "grote" partij, maar om als middelgrote partij een zo groot mogelijk, herkenbaar en betrouwbaar eigen blok te vormen binnen dat gefragmenteerde landschap.
(Bedrijven zouden zeggen: Schaal wordt minder belangrijk dan merkhelderheid en klantloyaliteit)

2. Zorg dat je als partij gezien wordt als de echte eigenaar van dat thema: de issue-owner. Zoals de VVD dat altijd probeert met de auto, de PVV met asiel en anti-buitenlanders, FvD ook met asiel en behoud van “blank Nederland”. GroenLinks had dat alleen rond milieu. D66 won dan niet per se op inhoud, maar op presentatie. In een gefragmenteerde markt helpt een positieve, daadkrachtige en sympathieke uitstraling. D66 is een conjunctuurgevoelige partij met een enorm beweeglijke kiezersgroep: van Himmelhoch jauchzend, zum Tode betrübt. CDA kwam terug met redelijkheid en gematigdheid. Maar let op: ook het CDA haalt niet meer de aantallen uit de jaren 80.
(Bedrijven zouden zeggen: waar zit onze USP (unique selling proposition) en waar zijn we echt dominant?)

3. Wil je veel stemmen halen, dan moet je ook aansprekend zijn bij de middengroepen. Ook de middengroepen zoeken naar zekerheid rond de verzorgingsstaat die vooral PvdA en CDA opbouwden. De middengroepen hebben net als de onderlaag van de samenleving behoefte aan gelijkwaardigheid, zeggenschap en kansengelijkheid.
(Bedrijven zouden zeggen: we willen geen nicheplayer zijn, middengroepen zijn onze core-business.)

4. Ga niet alleen voor geld. Dan ontstaat er concurrentie die je niet per se wint. Misschien biedt de VVD de middengroepen meer, misschien biedt de SP de mensen aan de onderkant meer. Ga voor de greep op het eigen leven, omgeving, werk en gezondheid! Dat past bij de vaak emancipatoire kant die de PvdA bracht en past meer bij deze tijd waarin na jaren van liberaal beleid de onzekerheid toegenomen is.
(Bedrijven zouden zeggen: wat is de beleving bij ons product?)

5. Laat je niet alleen leiden door de thema’s die anderen aandragen, zorg dat je met voelsprieten in de samenleving op tijd nieuwe thema’s agendeert. Kiezers willen hun angsten en zorgen terugzien, maar ook binnen een vertaling die hen aanspreekt en verbind met een partij. Dat kan leiden tot nieuwe thema's en tot nieuwe manieren van politiek bedrijven.
(Bedrijven zouden zeggen dat productinnovatie nodig is om te overleven)

6. Haal meer uit samenwerking. Dat er geen grote partijen zijn, wil niet zeggen dat er geen goede samenwerkingscombinaties te vormen zijn. Afspraken rond onderhandelingen kunnen helpen om de invloed uit te breiden.
(Bedrijven zouden maar al te graag marktafspraken maken, maar dat mag niet).

7. Blijf ook bedrijfsmatig naar efficientie kijken. Wat kun je als middenpartij beter doen dan twee wat kleinere partijen? Denk aan steun aan lokale bestuurders en raadsleden, denk aan mobiliseren van mensen voor actie buiten het parlement en kijk naar betere communicatie met je leden en je kiezers via je eigen communicatielijnen. Wat is je online strategie nu je daar per lid veel goedkoper aan kan werken?
(Bedrijven zouden zeggen, waar zit onze efficiencywinst waardoor we beter en/of goedkoper zijn?)

8. Blijf bij het idealisme. Een partij die gaat voor de macht maar zonder concrete idealen heeft zijn functie verloren. Progressief klinkt mooi, maar vergeet niet voor het ideaal te blijven gaan, anders ben je inwisselbaar voor welke andere partij dan ook.
(Bedrijven zouden blijven kijken naar hun missie).

Een nieuwe naam is mooi, maar wat gaat de echte aansprekende vernieuwing en de strategie worden?

donderdag 19 maart 2026

Whatever the problem, community is the answer?

Helpen burgerberaden, participatieverordeningen met burgers ontwikkeld, uitdaagrechten, burgerbegrotingen en burgeraudits tegen de golf van steun voor autocratische tendenzen? De angst is steeds dat de democratie afbrokkelt, ik hoor vaak dat het antwoord is: meer democratie. Gaat dat inderdaad helpen? En: moet dat met deze innovatieve methoden?

Whatever the problem, community is the answer!
“Whatever the problem, community is the answer” is de leus van Meg Whaetley die in de kringen van participatiefans nogal rondzingt. Wat het probleem ook is, de gemeenschap is het antwoord! Ik weet dat het rondzingt omdat ik zelf fan ben van participatie, maar van deze uitspraak krijg ik altijd de kriebels. Dat gaat geen dijken vormen tegen de afkalving van de democratie.

Er zijn veel gemeenschappen
Probleem is: De gemeenschap bestaat niet, er zijn heel veel gemeenschappen met steeds minder mensen die de verbinding verzorgen tussen de gemeenschappen. Het is eigenlijk het spiegelbeeld van - en net zo verkeerd als - de mensen die steeds spreken over “het Volk wil dit of dat niet”. Er is niet één gemeenschap met één wil. In een wijk bestaan vele, soms overlappende gemeenschappen: ouderen die de wijk zien veranderen, jonge gezinnen die een leven opbouwen, ondernemers die ruimte willen om te ondernemen, nieuwkomers die hun plek moeten vinden. Wat voor de één de oplossing is, kan voor de ander een probleem zijn. De uitspraak verdoezelt machtsverschillen en tegenstellingen. En kijk naar de ouderen en zie binnen zo’n groep de grote verschillen. De 'gemeenschap als oplossing' kan zo de stem van de luidste of meest georganiseerde groep zijn, ten koste van een stille minderheid of afgehaakte groepen.

Theoretisch opgeleiden oververtegenwoordigd
Theoretisch opgeleiden en mensen met meer sociaaleconomische middelen zijn vaak oververtegenwoordigd bij participatiebijeenkomsten en initiatieven vanuit “de gemeenschap”, terwijl in demonstraties waarin woede tot uiting komt mensen komen die zich niet op een participatieavond vertonen. En dat is nog niet genoeg. Om de representativiteit te toetsen vergeet men vaak dat de groepen waar we deel van uitmaken – zoals familie, vrienden, collega’s, buurtgenoten en gelijkgestemden – richting geven aan wat we belangrijk vinden, hoe we ons gedragen en hoe we onszelf zien. Dan helpt het niet altijd om te zien of er praktisch opgeleiden aan een burgerberaad meedoen om te zien of de groep representatief is.

Framing
Ondertussen hebben sociale media een grotere invloed op meningen en gedachten. Wie door algoritmen steeds criminaliteit van bepaalde groepen langs ziet komen, vertrouwt niet meer op de wetenschapper die zegt dat het anders is. Alle asielzoekers worden op een hoop gegooid met veiligelanders (die inderdaad oververtegenwoordigd zijn in de criminaliteitscijfers). Ook de gedachte dat geen ander land meer asielzoekers opvangt dan Nederland wordt zo vastgezet in de hoofden. Of juist het tegenovergestelde: wie alsmaar vriendelijke asielzoekers ziet denkt dat asielzoekers niet zijn oververtegenwoordigd in de criminaliteitscijfers. En dan hebben we het nog niet eens over bewust verdraaien van feiten door politici die hun aanhang kunnen ophitsen.

Meer dan vroeger is er affectieve polarisatie
Met elkaar in gesprek gaan dan maar? Van dialoog tussen verschillende groepen is al lang geen sprake meer. Misschien wel het meest lastige probleem is wat affectieve polarisatie heet. Affectieve polarisatie is het proces waarbij burgers met tegengestelde politieke of maatschappelijke standpunten elkaar steeds negatiever gaan bejegenen, gekenmerkt door sterke emoties, antipathie en wantrouwen. Het gaat minder om inhoudelijke meningsverschillen en meer om het emotioneel afzetten tegen de 'andere groep' (wij-zij-denken).

Het representatieve Nederlandse systeem stelt zoeken naar consensus centraal. Met name de stemmers op populistische partijen scoren in hun oordeel over andere partijen duidelijk negatiever over de kiezers van andere partijen en dat negatieve oordeel is wederzijds. De groepen die populistisch stemmen zullen dan ook minder gemakkelijk in gesprek gaan met de andere groepen door die wederzijdse polarisatie. Wanneer de negatieve waardering toeneemt zal de bereidheid om compromissen te sluiten afnemen: kiezers zullen er geen begrip voor hebben. Dat zagen we terug bij de populistische houding van de VVD in de hoop om stemmen te winnen van rechtspopulistische partijen. De meeste kiezers steunden uitsluiting van GroenLinks PvdA niet, maar de kiezers van de VVD en rechtser juist wel.

Het bestrijden van emoties met argumenten?
Eigenlijk blijft het idee van meer democratie hangen in de gedachte dat de democratie zo goed is dat alle wantrouwen overwonnen wordt met democratie. Een soort “we leggen het nog een keer uit aan de mensen die voor de sterke leider zijn”. Dat idee ontkent hoe diep de combinatie van wantrouwen in het systeem en geloof in krachtige leiders werkt. Het heeft weinig zin om emoties te bestrijden met argumenten. De korte quote over “de Tsunami van asielzoekers” overwint altijd het doorwrochte betoog over de aantallen, het belang van solidariteit, internationaal recht en menselijkheid. De Tsunami geeft het beeld van een niet tegen te houden golf die alles zal wegspoelen. En dat valt bij specifieke groepen in een vruchtbare bodem!

Grip en doordacht sociaal beleid
Grote groepen burgers hebben weinig gevoel van grip op hun leven en hebben te maken met groeiende onzekerheid, gaf de WRR aan in het rapport Grip. Deze onzekerheid gaat over veel meer dan een laag of onregelmatig inkomen. Ze gaat ook over zorg, wonen en leefomgeving. Een gevoel dat hun persoonlijke controle bedreigd wordt (achteruit gaat) leidt tot meer geloof in sterke leider, meer polarisatie en meer geloof in complotten (omvolking, vaccins). Daar spelen populistische partijen dus perfect op in. Deze mensen zullen ook eerder geneigd zijn tot het aanwijzen van zondebokken. hier 

Zet je alles op een rij dan is er geen reden te denken dat op participatiebijeenkomsten veel kans is op een echte dialoog. Even los van het feit dat het goed is om beter naar elkaar te luisteren om elkaar te begrijpen, in plaats van om een discussie te winnen.

Het beste medicijn is mensen greep geven op het eigen leven rond wonen, werk en inkomen om vervolgens minder onzeker te zijn en ruimte te krijgen om vertrouwen op te bouwen in de overheid en de democratie. Doordacht sociaal beleid dus!

Het vraagt niet een paternalistische overheid die alle onderzekerheid weghaalt. Maar het vraagt wel om sociaal beleid en een democratie die ook gaat over economische democratie (grip op je werk), grip op je gezondheid, veiligheid en bestaanszekerheid. 

Dat is een veel beter medicijn dan burgerberaden, participatieverordeningen, uitdaagrechten, burgerbegrotingen en burgeraudits.



donderdag 12 maart 2026

Gemeenteraad: spreek een zelfevaluatie af

De gemeenteraad, waar we volgende week voor stemmen, is het hoogste democratisch gekozen orgaan van de gemeente. Deze is vergelijkbaar met een algemeen bestuur. Tegelijk heeft de gemeenteraad als toezichthouder ook een soort rol als raad van commissarissen. Natuurlijk zijn er verschillen: het stemmen door alle inwoners, de openbare vergaderingen en de openbaarheid van stukken. Maar het is vreemd dat elke raad van commissarissen en elk bestuur zichzelf evalueert, maar dat er over de zelfevaluatie van gemeenteraden niets te vinden is. Toch zou dat wel goed zijn, met een rapportage aan de inwoners over wat goed gaat, wat beter kan en welke voornemens er zijn om beter te functioneren! 

Zichzelf evalueren
Het is opvallend dat iedere Raad van Commissarissen en elk Algemeen Bestuur zichzelf zal moeten evalueren en daarbij zal kijken naar het functioneren van de leden en de kwaliteit van bestuur. Eens in het jaar is er een gewone zelfevaluatie en het advies is om eens in de drie jaar een zelfevaluatie te doen onder externe begeleiding.

Dat gebeurt niet vanzelfsprekend bij de gemeenteraad. De Quick Scan Bestuurskracht is een tijd in de mode geweest. Nu is er de Quick Scan Lokale Democratie. Deze zorgt voor een evaluatie met de inbreng van inwoners, gemeenteraad, college van B en W en de ambtelijke organisatie. Beide soorten quick scan kijken vooral naar de samenspel tussen de verschillende betrokkenen (raad, organisatie, college, inwoners). Ik zou zo’n Quick scan lokale democratie zeker aanbevelen. Toch is dat precies niet wat ik bedoel.

Hoe kijkt de gemeenteraad naar het eigen functioneren?? Ik hoor dat sommige gemeenteraden wel het eigen functioneren proberen te beoordelen en te bekijken of de hoofdtaken goed uitgevoerd worden: volksvertegenwoordiging, kaderstelling en controle. Over de uitkomsten is alleen weinig te vinden. De aandacht voor de diverse politieke partijen versluiert dat de gemeenteraad een gezamenlijk optredend orgaan is dat als geheel goed of minder goed functioneert. 

Ik kan mij voorstellen dat het functioneren als raad zeker halverwege de raadsperiode goed zou zijn, juist nu er steeds meer raadsfracties zijn doordat er minder grote partijen zijn. Ik wil daar als kiezer ook over horen!

Het kan!
Het kan best en er zijn wel wat vragen te bedenken:

• Wat is de afgelopen twee jaar goed of juist minder goed verlopen en welke lering kunnen we hieruit trekken?
• Hebben we de juiste balans gevonden tussen afstand en betrokkenheid, tussen toezicht en advies of proberen we op de stoel van het college van B&W te zitten?
• Hoe lukt het de gemeenteraad goede kaders te stellen waarbinnen het college ruimte krijgt?
• Hoe sterk is de volksvertegenwoordigende rol in de gemeenteraad ingevuld?
• Is de effectiviteit van het toezicht goed genoeg? Hebben we greep op de resultaten, beschikken we over de juiste informatie, zijn de risico´s goed ingeschat en hebben we deelbelangen goed in beeld gehad?
• Hoe is de balans tussen de verschillende rollen?
• Hebben we onze vergadertijd effectief besteed en goed verdeeld over de belangrijkste onderwerpen? Luisteren we naar elkaar? Hebben we goede debatten met respect voor elkaar?
• Hoe hebben de commissies gefunctioneerd ten opzichte van de totale raad? Hoe functioneerde de griffie als ondersteuner?

En tenslotte:

• Hoe is het individuele functioneren van de raadsleden? (Dit gebeurt vaak wel binnen fracties, maar niet als raad omdat dat erg gevoelig ligt. Toch zou je elkaar best tips kunnen geven)

Spreek een zelfevaluatie halverwege de periode af!

Welke gemeenteraad durft het aan zich op een zelfevaluatie van de raad halverwege de raadsperiode vast te leggen? Neem dat als een van de eerste besluiten! Zet het in een raadsakkoord! 

En mogen we horen wat goed gaat, wat beter kan en welke voornemens er zijn om als raad beter te functioneren?