vrijdag 23 november 2012

Toekomst van onderwijs

Het Nederlandse onderwijs is politiek een redelijke prioriteit. Maar doet Nederland het echt zo goed? Wat moet er gebeuren? Salarissen omhoog? Klassen kleiner? Nee, anders werken is het verhaal.

Al jaren wordt gezegd dat het onderwijs niet goed genoeg presteert, dat leraren te weinig verdienen en dat er geld bij moet. Dat kan zo zijn (ik ben een voorstander van prioriteit geven aan onderwijs), maar wat gaan we dan met dat geld doen? 

Eerst even de feiten: geven we in Nederland te weinig uit aan onderwijs? Dat dacht ik altijd, maar valt toch wel mee. 

De cijfers geven aan dat er relatief veel geld wordt uitgegeven aan onderwijs. "high teachers’ salaries and low student-teacher ratios are often the main factors explaining the level of expenditure." 

Of er in Nederland te kleine klassen zijn? Ik weet het niet, denk van niet. Wel is de effectiviteit van het onderwijs omlaag gegaan volgens het SCP toen de klassen kleiner werden. Maar ik denk wel dat de een op een relatie met betere resultaten ontbreekt. Het meeste bewijs komt van de leerkrachten zelf. De meerderheid van de leerkrachten zijn ervan overtuigd dat leerlingen beter werken en betere resultaten halen in kleine klassen. (Naar mijn idee geldt dat alleen op de basisschool).

Wanneer we het hebben over de factoren die van invloed zijn op de leerprestaties wordt door onderzoekers de kwaliteit van de leerkracht vaak van groter belang geacht dan klassengrootte. Daarom even niet direct naar de klassengrootte kijken. Klassengrootte is zo'n fijn onderwerp dat het duizelt van enthousiaste onderzoeken: voor en tegen! Terug naar de kwaliteit van de leerkracht. Kijken naar andere landen en andere onderzoeken is misschien beter.

Finland
Waar iedereen het over eens is: Nederland geeft beduidend meer aan onderwijs dan de Finnen en is minder succesvol. 

Verklaring voor de successen van de Finnen? Het nationale curriculum bestaat uit richtlijnen in plaats van voorschriften, docenten zijn universitair geschoold. Hun beroep staat in hoog aanzien. Niet zo zeer door de beloning, maar door de autonomie en het respect. 

Nu is het lastige van het overnemen van het Finse model dat het een lange termijn-model is. Het verbeteren van de lerarenopleidingen vraagt een lange termijnvisie. Doen, maar niet het enige.

Online innovaties
Ondertussen wordt het onderwijs namelijk voorbij gestreefd door innovaties in de online wereld. Door 'amateurs' welteverstaan. Denk aan de Khan academie: dit is een initiatief van Salman Khan. Hij zette de wiskundeuitleg die hij aan zijn neefjes en nichtjes gaf online. Het werd een razend succes. 

Online educatie vraagt nogal wat discipline. Er liggen schatten, maar die zijn niet gemakkelijk door iedereen te winnen. Al in 2009 deed het Amerikaanse ministerie van onderwijs onderzoek naar online onderwijs. En dat online onderwijs is niet helemaal de toekomst. Studenten scoorden online bescheiden beter, gemiddeld, via het traditionele face-to-face onderwijs. De grote winst zat in het combineren online en face-to-face elementen. Dat 'blended' model presteerde beduidend beter dan puur face-to-face instructie dan wel puur online instructie.

Twee redenen dus om het geld niet in te zetten op kleinere klassen en hogere salarissen.Er is meer onder de zon.

woensdag 21 november 2012

Inspraak en burgerparticipatie op zijn retour, wat betekent dat?


Inspraak! Burgerparticipatie! In menige gemeente is bij elk beleidsstuk een vaste paragraaf over burgerparticipatie verplicht. Is iedereen bezig de burgerparticipatie-protocollen op orde te maken, wil de burger alweer wat anders! Eerst moet de burger per se meepraten en nu is hij ineens niet meer geïnteresseerd! Dat gaat een probleem geven. 

Wie nu denkt, 'wat een zegen voor ambtenaren' zit er mooi naast. In een vroeg stadium burgers betrekken bij beleid zorgt ervoor dat je profiteert van kennis buiten het apparaat, voortijdig knelpunten ziet en voorbereid bent op verzet. 

Burgers hebben er echter minder behoefte aan. Zoals de WRR opmerkte in “vertrouwen in burgers”: “Burgers moeten ‘hun’ democratische instituties vertrouwen, maar tegelijk kritisch willen en kunnen volgen, en bovendien bereid zijn om er voortdurend tegen te ‘schoppen’ om zo hun aanpassing aan de noden van de tijd te bevorderen”. Burgers hebben dat vertrouwen en die energie lang niet altijd. En in elk geval steeds minder. 

Dat gebrek aan vertrouwen is heel breed, want ook de banken en de verzekeraars, jarenlang toonbeelden van vertrouwen, blijken niet meer te kunnen bouwen op vanzelfsprekend vertrouwen. Mensen gaan liever via crowdfunding geld ophalen. Broodfondsen leveren een 'verzekering' voor het geval ZZP'ers ziek worden. 

Dat gaat lastig worden voor ambtenaren. Zij moeten nog steeds beleid maken, maar nu met minder menskracht: er dreigen forse bezuinigingen. Je kunt ook niet zomaar taken overdragen aan burgers, want die zien de bezuiniging al aankomen. Moeten ze alles ineens zelf gaan doen als bezuiniging, niet als manier om hen te dienen, maar om een probleem van de gemeente op te lossen. Bovendien zijn met name politiek bestuurders bang voor onvoorspelbare zaken (“events, my dear, events”). En als er iets is dat minder voorspelbaar is dan inzet van ambtenaren, dan is het de inzet van burgers. 

Zo zien we dus bij Google Trends de interesse voor burgerparticipatie en inspraak afnemen en die voor “eigen kracht” toenemen. Dat maakt de samenleving (van boven) minder stuurbaar. Dat zal wennen zijn. Maar misschien best wel leuk!


.Dat brengt ons dus bij de vraag voor wie die inspraak en burgerparticipatie bedoeld was. “Voor de ambtenaren en politici!” concluderen steeds meer burgers. En hoewel er veel oprechte inspanning was om burgers te laten meedenken, ik kan het mij goed indenken. Aan het eind is die nota geschreven en blijven burgers met een onbevredigd gevoel zitten. Het is om die reden dat het werken vanuit eigen kracht steeds meer opkomt. 

Mensen kijken wat ze zelf kunnen doen, daar hebben ze tenminste greep op. Maar dat maakt hun eisen aan gemeente niet minder.  Hoe profiteert de gemeente dan nog van de kennis over de plaatselijke situatie? Hoe sluit ze aan bij de wensen van bewoners? Daar gaan we nog lol aan beleven.  

P.S. Ik zag bij de trends ook dat 'Burgerparticipatie iets is uit de randstad en Gelderland en "eigen kracht" iets uit heel Nederland, behalve Zeeland, Friesland en Drente (in die laatste drie spreken ze liever over burgerschap)

Hierbij de zoektrend per provincie. blauw = gebruik zoekterm burgerparticipatie; rood = gebruik zoekterm "eigen kracht" en onder (geel) het gebruik van de zoekterm burgerschap. 
Klik voor een vergroting op het plaatje.



maandag 19 november 2012

Verzekeraars nemen verantwoordelijkheid

Het ministerie heeft een top 40 met maatregelen voor de financiële sector opgesteld. Gaan deze maatregelen vertrouwen geven in de verzekeraars? Of gaat de sector dat zelf doen? Geen van beiden helaas.

De verzekeringsmarkt is een lastig te doorgronden dienstensector. Mensen verzekeren zich tegen gevallen van nood waar ze niet aan willen denken. Verzekeringen zijn voor de gemiddelde consument iets waar ze zich niet in willen verdiepen. Ze willen er gewoon op kunnen vertrouwen. Dat dat niet kan wordt lang niet altijd zichtbaar. Mensen kunnen een slechte verzekering hebben waar ze nooit een beroep op hoeven te doen.

Al in 1994
In 1994 hield de Consumentenbond een telefonische actie: mensen konden bellen met hun klachten over verzekeraars. Daar kwamen in vier dagen meer dan 4000 meldingen binnen; de meeste over inboedel, ziektekosten en autoverzekeringen. Problemen hadden te maken met schadevergoeding, polisvoorwaarden, voorlichting en premie. En dan was het lastig dat mensen via een tussenpersoon een verzekering hadden aangeschaft, maar niet wisten dat die tussenpersoon daar (soms fors) aan verdiende en verbonden was aan slechts een of enkele verzekeraars. Woekerpolissen bestonden nog niet, maar er was wel al veel ergernis.

Naderhand nam het vertrouwen in verzekeraars verder af en na de woekerpolissen moest de wal het schip keren. Nu lees ik in een circulaire van Financiën over alle maatregelen die te verwachten zijn.

De kwaden en de goeden
Nu komt pas echt het probleem: goede verzekeraars stellen de klant centraal en zwakkere broeders vooral proberen vooral  mazen in de wet te vinden. Verzekeraars zijn er nu eenmaal in soorten en maten. Er zijn zorgverzekeraars, levensverzekeraars en schadeverzekeraars. Er zijn commerciële bedrijven en onderlinge waarborgmaatschappijen. Er zijn grote en kleine verzekeraars. De statistiek leert ons dat de groep verzekeraars waarschijnlijk een gewone normaalverdeling is (plaatje). De middenmoot (de meeste) doet het redelijk, de linkerpoot (oranje) zou er aan moeten werken om zich fors te verbeteren en de rechterpoot doet het juist heel goed. Maar de maatregelen van de overheid werken op alle verzekeraars. "Om te voorkomen dat onduidelijke producten worden ontwikkeld, waarbij het belang van de klant te weinig wordt gediend, krijgt de Autoriteit financiële Markten (AFM) de bevoegdheid om toezicht te houden op de ontwikkeling van de producten."
normaalverdeling
Lees met dit in gedachte nog eens de maatregelen na:
http://bit.ly/PC6LG8 (pdf) Gaat het dan lukken om het vertrouwen in verzekeraars te herstellen? Komt het er niet op neer dat de goede clubs extra bewijs moeten leveren dat ze het goed doen?

Wat niet werkte
Zo gelden sinds 1 juni 2011 nieuwe wettelijke regels voor duidelijke informatie aan de consument en zijn er voorwaarden gesteld aan de reclame voor financiële producten. Ik herinner mij uit mijn tijd bij de Consumentenbond rond 1994 dat toen al Frisia een moeilijk te reguleren organisatie was. Het was een club waar je terecht kon voor geldleningen. Kwamen er nieuwe regels voor reclame, dan zocht Frisia wat net binnen de regels kon. Scheringa, de man achter Frisia richtte later de DSB op en de rest is geschiedenis. Hij bood hypotheken en liet de verkopers de consument flink wat onnodige en dure verzekeringen kopen. De aandacht was gericht op de hypotheek, de rest leek een bijzaak. Maar daar verdiende de adviseur juist zijn geld mee! Het was niet transparant en prikkelde tot graaigedrag.

Begrijp mij goed. Ik denk dat de regels wel aangescherpt moeten worden. Maar tegelijk is het een wedloop die niet echt te winnen valt, en waarin de goede clubs veel last hebben van de kwade.

De sector, niet de individuele verzekeraars
Natuurlijk doen veel verzekeraars hun uiterste best. Waar ze het vertrouwen van de klant hadden verloren, doen ze veel om het vertrouwen terug te verdienen. Verzekeraars nemen hun verantwoordelijkheid, verzekeraars vernieuwen lezen we en het is een goede zaak. Er is ook een keurmerk met servicenormen. ZLM werd laatst in het zonnetje gezet. Unive scoort ook al vrij lang goed. Maar eigenlijk weten die verzekeraars veel beter dan wij wanneer een concurrent iets doet wat niet deugt. Leve de concurrentie tussen verzekeraars en moge degene die het beste aansluit op de klant winnen. Maar daarvoor is wel een level playing field nodig. Het spel moet eerlijk, open en in het belang van de klant gespeeld worden.

Alle aandacht van het Verbond van Verzekeraars gaat nu naar de kant van de normaalverdeling die goed scoort, de (blauwe) rechterpoot: de verzekeraars die vernieuwen, die het meest hun best doen vertrouwen te winnen. Wat het Verbond eigenlijk zou moeten doen is kijken naar de andere kant, de oranje linkerpoot. De verzekeraars die slecht scoren. Dat is ook waar de politici boos over zijn en waar de verontwaardiging over is.

Ik zeg niet dat het helemaal fout zit: er is een code voor verzekeraars, er is een tuchtraad. Maar daar lezen we niet veel over. Het verbond rekent meer op concurrentie: laat de consument de goede verzekeraar nemen. Maar de consument weet niet hoeveel de toplui verdienen, wat de verdienmodellen zijn. De consument laten kiezen, dat is precies wat niet geholpen heeft ten tijde van de woekerpolis, daarvoor is die wereld niet transparant genoeg.  

Kunnen de verzekeraars niet daarvoor verantwoordelijkheid nemen? Scheids, wie gaat u er uit sturen? Wie krijgt de rode kaart? En mogen we dat ook gewoon te horen krijgen? Bespreek dat met maatschappelijke organisaties en probeer zo te kijken of je als sector het vertrouwen stapsgewijs terugwint.