donderdag 16 maart 2023

Grote winst: recept voor teleurstelling

Ik woonde ooit in huis met iemand die schijt had aan de autoriteiten. “Ze krijgen geen cent van mij!” was de reactie op de deurwaarder. Vervolgens moest hij gewoon dokken. Het was niet anders. Je kunt wel schijt hebben, maar wetten en regels zijn niet zomaar opzij te schuiven. Dat was dan vervolgens een teleurstelling.

Goed dat BBB zich kan bewijzen
BBB heeft een geweldig verkiezingsresultaat behaald. En het is goed als BBB in de provinciale besturen verantwoordelijkheid zal nemen. Daar staat BBB ook voor en Caroline van der Plas lijkt heel anders dan Baudet tegenover racisme, verantwoordelijkheid en wetgeving te staan. De kiezers uit de provincie gaan over de provinciale taken. Laat BBB het maar waarmaken om te besturen met de huidige Nederlandse en Europese wet- en regelgeving (en de andere partijen). En de wensen te betalen. Spannend!

Tegelijk houd ik mijn hart vast. Want het lijkt wel of bij elke verkiezing een buitenstaander die schopt tegen de elite een enorme winst behaalt, waarna blijkt dat de democratie nu eenmaal smalle marges heeft en er niet heel veel veranderd kan worden. Een recept voor teleurstelling.

Nieuwkomers die groots starten kunnen diep vallen
De uitslagen laten zien dat een nieuwkomer steeds beter kan scoren. De PVV kwam in eens met 10, FvD ineens met 12 en BBB ineens met 15 in de Eerste Kamer. Inmiddels staat de PVV op 4, FvD op 2. De teleurgestelden raken ook hun vertrouwen in de nieuwkomers kwijt. Er is een asielverdrag (anders dan PVV graag wil), er komt een virus (anders dan FvD graag wil) en er zijn regels voor stikstof en schoon water. Je kunt wel schijt hebben aan de autoriteiten, maar wetten en regels zijn niet zomaar opzij te schuiven. Dat lijkt de kracht van BBB ten opzichte van FvD en PVV. Houdt BBB dat vol?

Er zijn ook anderen met wensen
Bovendien hebben er veel mensen ook op andere partijen gestemd. Toen een interviewer vroeg “Wat als het kabinet met PvdA en GL de meerderheid zoekt in de Eerste Kamer” was de reactie: dat kan niet want de kiezer heeft gesproken. Tja. 15 zetels voor PvdA/GL en 15 (of meer?) voor BBB, zijn die kiezers van BBB belangrijker? Ik dacht het niet.

De kiezers kunnen leren dat je er samen uit moet komen. Daar zijn we in Nederland altijd goed in geweest. Maar hebben de kiezers op de nieuwkomers het geduld daarvoor?

woensdag 1 maart 2023

Sociale basis en overheidsparticipatie

Ooit werd onze buurt benaderd om te kijken of we het interessant vonden om een zorgcoöperatie op te richten. Als inwoners in een wijk regel je dan zelf hulp en zorg. Je wordt dan een vereniging met leden die samen een bedrijf runnen. We regelen al heel veel zelf en zorgen voor elkaar. Maar dat van die zorgcoöperatie sprak totaal niet aan. “We zijn toch geen bedrijf?” was de reactie toen ik informeerde of daar belangstelling voor was. Ik kom hierop door het uitstekende essay van Jos van der Lans over Sociale Basis.

Actieve buurt met mensen die zorgen voor elkaar
We onderhouden het groen, hebben een projecthuis waar we kunnen vergaderen en elkaar ontmoeten en “passieavonden” houden met cultuur, er zijn spelletjesavonden en af en toe een tafeltennistoernooi. Er zijn mensen die koken voor mensen die daar door ziekte of grote drukte niet toe kunnen komen. Iemand die moeite heeft met opvoeden krijgt naast professionele hulp ook steun van buren. Er is een wandelclubje, er zijn eetclubjes, er was een schrijfclubje. Af en toe komt er iets nieuws op en verdwijnt er iets. 

Sociale basis
Dit zit altijd in mijn hoofd als ik lees over de Sociale Basis. “De sociale basis bestaat uit wat bewoners met en voor elkaar doen en de meer professionele, georganiseerde sociale basisvoorzieningen. Sociale basisvoorzieningen raken aan álle aspecten van het dagelijkse leven: ontmoeting, onderwijs, opvoeding, werk, gezondheid, wonen, bewegen, cultuur en veiligheid”. Het is een gemeentelijke concept. Het komt voor uit de vraag welke professionele ondersteuning gemeenten individueel en collectief beschikbaar moeten hebben. De gemeente vraagt zich dan af welke “sociale infrastructuur” er moet zijn om te ontmoeten en samen te leven, maar de term is erg gericht op de zorg, op kwetsbaarheid, op hulp.

Goed bezig?
Vanuit de gemeente bezien zijn wij goed bezig. Er is laagdrempelige ontmoeting, hulp en uitwisseling bij opvoeding of gezondheid en als iemand iets wil organiseren is het vrij makkelijk samen tot iets te komen. We participeren door het onderhouden van de groenvoorziening. Dat zou je overal wel willen! Als een hulpverlener wil kijken wat mensen zelf kunnen en wat aanvullend als hulp nodig is, zal die bij ons verrast zijn.

Dat geeft voor mij het lastige parket aan waar de gemeente zich in bevindt. Je zou overal wel actieve en elkaar ondersteunende bewoners willen hebben, maar als die er niet zijn kun je niet zeggen: organiseer jezelf, dat scheelt ons en de samenleving zorgkosten. 

Ik denk ook dat iedereen vriendelijk zal bedanken.

Wat maakt die sterke basis?
Je zou wel kunnen kijken wat ervoor zorgt dat wij zo'n stevige sociale basis hebben. Bestuurskundigen zullen dan bijvoorbeeld zeggen dat wij “third spaces”, publieke ruimten (het projecthuis is overigens geen openbare voorziening) hebben. Dat zijn ruimten die niet passen in de “first space”(je thuis) of “second space” (je werk). Door die laagdrempelige manier om elkaar tegen te komen spreek je elkaar makkelijker aan over een plan, een idee, een probleem of juist een leuke kans. Het gaat om plezier met elkaar en prettig samenwonen, niet om zorg te realiseren.

Dat schetst meteen het lastige van het idee van de sociale basis. Wat moet de gemeente doen? Dat komt eigenlijk neer op wat lelijk “overheidsparticipatie” heet. Kijken naar de aanwezigheid van collectieve ontmoetingsplekken en gezamenlijke activiteiten. Wat is er al? Wat zou de gemeente kunnen doen om te helpen? Dan komt naast ons projecthuis het oude idee van een buurthuis of bibliotheek als ontmoetingsplek, of het schoolplein. Of een café, ware het niet dat de cafés steeds verder van huis liggen en een vergaderzaaltje achter het café zeldzaam is. Daarbovenop komen dan als aanvulling voor de zorg het sociaal team en de zorgprofessionals.

Gemeente die de sociale basis versterkt
Wat is er nodig als aanvulling of stimulans? Dat past bij ons niet helemaal in het “sociaal domein”, want bij ons is de groenvoorziening een dijk van een ontmoetingskans: omdat we het onderhoud van het groen doen komen mensen elkaar makkelijk tegen. Het wordt niet als zorg gezien, maar daar ontstaan wel de gedachten en initiatieven om hulp te organiseren als dat nodig is. Dat valt bij de gemeente niet onder sociaal domein, maar onder groen en meestal doen de bewoners niet het onderhoud. En ons projecthuis? Dat wordt betaald vanuit de bewonersvereniging en bedacht al bij de bouw van ons woonproject. Twee dingen die heel belangrijk zijn voor de onderlinge zorg die geleverd wordt, maar niet bedacht vanuit zorg, maar vanuit de eigen behoeften van bewoners die de omgeving ontwierpen.

Aanvullende zorg
En de zorg die de gemeente aanvullend organiseert? Voor echte specialistische hulp is dat simpel: je hebt een gespecialiseerde psycholoog, jeugdhulpverlener of opvoedingsondersteuner die gericht mensen zorg biedt. Maar basale hulp is al wat anders. Dan kijkt de gemeente wat de mensen met hun netwerk zelf kunnen en wat nodig is om er uit te komen. Gewoon aansluiten op wat er gebeurt. Dat kun je als gemeente niet sturen, je kunt meebuigen met wat er is, overheidsparticipatie dus. Het is de vraag of mensen uit het sociaal team daar goed op ingespeeld zijn.

Die hele sociale basis is lastig: qua fysieke plekken vanwaaruit mensen elkaar tegenkomen en afspraken maken, maar ook qua aanvulling van de zorg die al geleverd wordt. 

Zo kom ik op het essay van Jos van der Lans, met de voor gewone mensen onbegrijpelijke titel "ontsnappen aan aanbesteden" (zorg wordt namelijk aanbesteed). Hij zegt “Dat vraagt op de beleidsburelen en in de bestuurskamers een heel andere manier van denken dan we gewend zijn. Want in het denken over de inzet van bijvoorbeeld welzijnswerkers of buurtprofessionals denken we vooralsnog niet of nauwelijks vanuit de materiële basis, vanuit publieke plekken, maar vanuit opgaven en problemen. We benoemen doelgroepen”.

Je start niet meer vanuit doelgroepen en problemen, maar vanuit de werkelijke wereld. Jos van der Lans zegt dan: “Het is in een paar jaar bon ton geworden om over de sociale basis te spreken als het gaat om de organisatie van het sociaal domein, maar de vormgeving daarvan hangt van toevalligheden aan elkaar”. En de aanvullende zorg? “Het probleem van dit model is dat we de ondersteuningsvraag van mensen hebben opgeknipt in deelproblemen en voor elk deel een gespecialiseerde professional hebben.”

Helpen in een Sociaal Ecosysteem 
Zo komt Van der Lans tot zijn conclusie; Dat het erom gaat dat als we publieke plekken realiseren (third spaces) en burgers verantwoordelijkheid toekennen, dat we dan ook een professionele infrastructuur moeten ontwikkelen die dit niet blokkeert maar juist faciliteert. Hij noemt dat een pleidooi voor sociale ecologie. Hij constateert dat het in sommige buurtjes, zoals dat van ons, mooi gaat. Maar er zijn ook buurten waar je juist wijkopbouwwerk moet gaan doen. De gemeente moet dan opbouwwerkers vinden, wiens taak erop gericht is om de wijk als sociaal ecosysteem te voeden, te stimuleren en gaat het slechter om tegenkrachten te organiseren.

Zo krijgt zijn essay over sociale basis een inbreng die gaat over wonen, leven, zorgen, veel breder dan wat in gemeenten meestal bedacht wordt bij sociale basis. Daar past (bezien vanuit de overheid) ook in dat mensen bezig zijn om van het aardgas af te komen of gezamenlijk funderingsproblemen aan te pakken (zo’n 1 miljoen woningen heeft of krijgt problemen met de fundering door de perioden van droogte en lage waterstanden). De sociale basis is niet de onderzijde van een zorgpiramide, maar “een levendige en vitale sociale infrastructuur in buurten en wijken”. Tja, "sociale infrastructuur"? Of is het gewoon aansluiten bij het werkelijke leven en daar af en toe wat voeden, stimuleren, ondersteunen en ook laten gebeuren.

Daarom sloot dat hele idee van een zorgcoöperatie ook niet aan bij ons. En als ik zie wat andere zorgcooperaties doen is er toch een grote overlap, je moet het alleen niet in een bestuurskundig of gemeentelijk concept willen passen. Je moet je concepten aanpassen aan de werkelijkheid.


dinsdag 21 februari 2023

Vraag aan Chat GPT: Wie zegt dat?

Als je veel verschillende sites en kranten leest, vergeet je soms waar je een bepaald feit vandaan haalde. Je weet je bron niet meer. Terwijl er een reden kan zijn waarom een bron juist dat feitje aanhaalde en een ander feitje niet. Zo vertelde iemand mij dat Sophie Hermans van de VVD weer gas wil oppompen in Groningen. “Ze wil dat Nederland zelf energie produceert en onafhankelijk wordt van andere landen.” Eigenaardig!

Maar als blijkt dat hij dat wat onzorgvuldig op De Dagelijkse Standaard las, een nieuws en opinieblog waar nieuws en opinie door elkaar loopt, dan kijk je er anders tegen aan. Deze site is anti-regering, dus elke zin die anders en negatief uitgelegd kan worden, wordt ook negatief uitgelegd. Want Hermans wilde liever niet afhankelijk zijn van totalitaire regimes en pleitte voor zonne- en windenergie.

Dan weet je weer: je moet je bron kennen. En dat is met de komst van Chat GPT heel belangrijk Op Chat GPT weet je niet meer waar het vandaan gehaald wordt, maar het klinkt fantastisch.

Zelf zegt Chat GPT “Het is belangrijk om je bronnen te kennen omdat het je helpt om de betrouwbaarheid en nauwkeurigheid van de informatie te beoordelen. Wanneer je informatie van een betrouwbare bron gebruikt, kun je erop vertrouwen dat de informatie accuraat is en op feiten is gebaseerd. Als je echter informatie van een onbetrouwbare bron gebruikt, loop je het risico onjuiste of misleidende informatie te gebruiken.”

Het blijft belangrijk om te kunnen weten wat er precies is uitgezocht of wat er is gebeurd. Stel je voor dat Chat GPT voor de overheid gebruikt wordt en er worden niet te verifiëren uitspraken gedaan.

Dan kan het wel in 99,9% van de gevallen goed zijn, maar wat als er een fout in sluipt? Hoe kun je je als gebruiker of onderdaan verdedigen?

Mensen maken fouten, maar fouten uitsluiten is gevaarlijker
In ieder systeem is het vervelend als er een fout wordt gemaakt. En mensen maken fouten. Stap je dan over op computeralgoritmen, dan is de gedachten dat er geen menselijke fout gemaakt wordt. Sluit je dat uit door gebruik van de computer en zit daar dan een heel zeldzame fout in, dan gaat het hele proces door op basis van een fout. Die fout gaat overal in zitten, rapportages, dossiers van verschillende organisaties. Probeer dan de fout maar eens te herstellen.

Uw auto is gestolen, zegt de computer
Ik herinner mij van lang geleden het verhaal van de man die geen wegenbelasting hoefde te betalen omdat zijn auto gestolen was. Dat had de Belastingdienst automatisch geregeld. Maar zijn auto was niet gestolen! Toen hij er over belde werd hij veelvuldig doorgestuurd en hem steeds gevraagd waar zijn auto dan gestolen was of wie dat dan had doorgegeven of wanneer de auto was teruggevonden. “Ja, maar hier staat toch echt: uw auto is gestolen!”. “Wie zegt dat dan?” vroeg de man die zijn auto voor zijn deur geparkeerd zag.

Het kon niet veranderd worden, dat stond de computer niet toe.

Uiteindelijk kwam hij bij de politie (“Welk bureau heeft uw auto dan als gestolen opgegeven?”). Het bureau kon gevonden worden en toen werd duidelijk dat het een typefout was. Wat je al niet moet doen om wegenbelasting te betalen....

Techneuten willen systemen ontwikkelen die voorkomen dat die ‘domme’ mensen fouten maken. Chat GPT laat zien hoeveel een computer kan en weet. Maar bedenk dat je zeldzame fouten ook moet kunnen terugvinden (bron) en ook de mensen die gemachtigd zijn om de fout te herstellen.

Weet wat je doet met zelflerende systemen. Altijd moet terug te vinden zijn waar de bron was en waar de fout was gemaakt. Anders gaat het met 99,9% van de mensen prima en heeft 0,1% voortdurend last van een onherstelbare fout.