dinsdag 25 oktober 2011

Big spenders: rechtse katholieken?

Morgen gaan de EU leiders afspreken hoe ze de euro redden. In mei schreef ik al dat het een bankenprobleem was. De ECB heeft heel veel schulden van banken opgekocht, dus ik ga er van uit dat de Griekse schuld nu fors afgewaardeerd gaat worden. Al met al blijft het beeld hangen van een Europa dat kwistig met geld strooit. Toch nog een paar observaties: Links of rechts? Europees probleem? Niets hoor!

Het is geen kwestie van links of rechts: van 2004 tot 2009 werd Griekenland gereageerd door de rechtse Nea Democratia (momenteel is links aan de macht). In Italie is de rechtse Berlusconi aan de macht. In Portugal was van 2005 juist links aan de macht. Links verloor de macht toen rechts het bezuinigingspakket niet meer accepteerde. Het zijn wel allemaal katholieke landen. In tegenstelling tot Zweden, Nederland, Duitsland, Finland om maar eens een paar deugdelijke landen te noemen, daar zijn meer protestanten. Ook Islamitische landen doen het goed. In de VS waren het vooral de republikeinen Reagan (van katholieke komaf) en Georg W Bush (hij wordt door velen aangemerkt als heimelijke katholiek) die het tekort flink opschroefden.

De schuldsituatie is geen Europees maar een Westers probleem. De VS heeft een veel grotere schuld in reƫle termen. En probleemland Spanje heeft zelfs procentueel minder schuld dan de VS. Misschien moeten we Japan meenemen en het een "ontwikkelde landen" probleem noemen, of vergrijzende landen-probleem.

En de schuld loopt nog steeds op. Kijk naar de Economist Debt Clock! Hieronder een plaatje. Je kunt ook live de schuld en per land bekijken. Let wel dat er landen zijn die er mooi uitkomen, maar die al failliet gingen, zoals Rusland (1998) en Argentinie (2003). (De VS staat hier exclusief de schuld van afzonderlijke staten. Inclusief zit de VS procentueel ver boven de schuld van Spanje, zelfs boven het niveau van Frankrijk).

Harder werken dus, of de hand op de knip houden. Een gereformeerde oplossing!

maandag 24 oktober 2011

Lessen van Occupy Wall Street

De persaandacht die de Occupy Wall Street-beweging (OWS) krijgt laat zien dat veel mensen snakken naar een enthousiaste jonge club die ongenoegen vertaalt. Of OWS een grote toekomst heeft weet ik niet, maar er zijn wel interessante ontwikkelingen die samenkomen in OWS. Die ontwikkelingen zetten zeker door. Ongenoegen en werkwijze krijgen meer aandacht dan een geformuleerd haalbaar doel. Dat is ook veel belangrijker dan het formuleren van SMART eisen aan (wereld)leiders: participatieve democratie, eigen vereantwoordelijkheid nemen en geen systeem accepteren dat ver van gewone mensen beslist zonder verantwoording af te leggen.

1. OWS is principieel participatief democratisch. OWS heeft iets anarchistisch. Kijk naar de General Assembly van New York: het is chaotisch, er zijn geen leiders, het is gericht op het komen tot consensus. Het gaat buiten partijen om. Men zoekt een nieuwe vorm van gedecentraliseerde participatieve democratie. Dat proces krijgt heel veel aandacht. David Graeber is daarbij een belangrijke inspirator. Hij deed ervaring op met participatieve democratie in Madagaskar. Opvallend is dat er niet gesproken wordt over eisen aan de overheid (veel linksen vinden dat jammer), maar dat men direct aan de slag wil. Ongenoegen vertaalt zich in directe confrontatie met mensen die zich te buiten gaan in het liberale economische systeem. Die participatieve democratie is voor velen romantiek en onhaalbaar, maar het slaat wel aan!
2. Het is veel breder dan op de TV overkomt. Overigens is er een sterke vergelijking met de acties in Spanje: ook daar werd volop geparticpeerd en gediscussieerd. Er is een sterke verbinding met de academische wereld. Jeffrey Sachs, Joseph E. Stiglitz, Lawrence Lessig: er komen heel wat academici langs om te spreken!
3. Iedereen hoort erbij, maar daar moet je wel voor in beweging komen. Het is een Opt-in werkwijze. Iedereen die wil doet mee en moet mee kunnen doen. Principieel anders dan de rechtse anti-Islamitische stromingen is er het dogma dat wie wil meedoen ook kan meedoen. Daardoor blijven brommers en negativo's buiten. Dat kun je gemakkelijk noemen. Dat gebeurt ook. Het wordt aangegrepen om te laten zien dat het een romantisch onhaalbaar ideaal is. Want je kan niet zomaar mensen er buiten laten en je discussieert met gelijkgestemden. Maar het toont een nieuw soort onbehagen: namelijk over mensen die zich buiten de samenleving plaatsen. Niet alleen zeuren en je buitensluiten, neem je verantwoordelijkheid dan!
4. Mensen zijn niet wars van de overheid, maar geloven niet dat daar het antwoord vandaan kan komen bij wereldwijde uitwassen en corruptie. Hoewel de werkwijze heel anarchistisch is, hoor je geen pleidooien voor het opheffen van de staat (of in elk geval krijgen die geluiden weinig weerklank). Wel is men sterk gekant tegen de globalisering. Er ligt een link met de anders-globalisten. Tegen een globalisering die zich voltrekt buiten elke politieke verantwoording. Er is op globaal niveau geen countervailing power.

Al zou OWS een oprisping blijven en wegebben, dan blijven deze ontwikkelingen toch van belang voor de toekomst. OWS is belangrijk. Zowel voor links als voor rechts! Zo laat Lessig weten in dit filmpje:

donderdag 13 oktober 2011

Participatie anno 2011 gaat over meedenken en niet over meedoen

Henri Beunders schreef onlangs een aardig artikel over participatie anno 2011. “Het huidige bestel biedt burgers weinig mogelijkheden om betrokkenheid te tonen. Ze moeten meer betrokken worden bij de problemen van wijk, buurt, stad en land. Want dan zullen ze zich graag aanmelden als bondgenoot van de overheid.” Als je het zo leest en de gemeentelijke praktijk kent zou je je in eerste instantie verbazen. Beunders is in zijn analyse beperkt, terwijl ik zijn boodschap deel. Het betrekken vraagt echter meer dan meedenken over vraagstukken! Het gaat ook over meedoen.

Gemeenten doen vaak hun stinkende best om burgers te betrekken. Het lastige is dat gemeenten op een andere manier redeneren en dat de verwachtingen die burgers van gemeenten hebben niet stroken met de verwachtingen die gemeenten van burgers hebben. Een groot deel van de burgers stelt zich op als klant van de overheid. “Ik heb last van rotjochies in de buurt, los dat op” is een vorm van klantdenken. De verwachting dat de gemeente dat kan oplossen strookt niet met de realiteit. Maar de gemeente (en met name de politiek) heeft het daar wel naar gemaakt. De politiek is slecht in het terugleggen van vraagstukken in de maatschappij. Waar de politiek dat wel doet, rekent ze op een niet meer bestaand middenveld.

Nu proberen steeds meer gemeenten de eigen kracht van de samenleving aan te spreken. Maar die samenleving is niet meer zo eenduidig als vroeger. Terecht wijst Beunders op het verschil tussen hoog- en laagopgeleiden. De gemeente weet veel beter te schakelen met hoog opgeleiden omdat de politiek en het ambtelijke apparaat daar ook uit bestaan. Verder is de gemeente ook bang om burgers vragen te stellen omdat ze niet weten wat ze moeten doen met de antwoorden. De ambtenaren verwachten dat de gemeente het moet oplossen en zijn er niet sterk in de buurt te vragen hoe bewoners het zelf kunnen oplossen en hoe de gemeente daarbij kan helpen, bovendien is daar bij de buurtbewoners geen ervaring in en wordt de bal weer teruggespeeld naar de gemeente.

Het is te gemakkelijk om de schuld te leggen bij de politiek. De hele samenleving heeft eigenlijk de democratische gezindheid als vanzelfsprekend genomen en laten verslonzen. Steeds meer mensen hebben helemaal geen ervaring met het zelf opzetten van een organisatie, zelf bemiddelen in de buurt of zelf buurtgenoten aanspreken op gedrag en merken dat de betrokkenheid bij de buurt leuk is en ertoe doet. Terwijl vroeger van de voorlieden van een zuil democratische gezindheid werd verwacht, wordt dat nu van iedereen verwacht. Dat negeert Beunders.

Democratische gezindheid is veel meer dan bedenken (accepteren) dat de meerderheid besluit. Democratische gezindheid heeft ook te maken met je eigen verantwoordelijkheid nemen. Agenderen van problemen, argumenteren over oplossingen, ruimte bieden aan andersdenkenden en zoeken naar oplossingen die aan verschillende belangen recht doen en kijken wie wat het beste kan doen bij de uitvoering. Pas als je dat doet heeft het volk de macht. Dat is veel moeilijker dan vroeger toen we nog onderlinge waarborgmaatschappijen opzetten en woningcorporaties oprichtten, want de maatschappelijke binding van de zuilen is verdwenen.

Ik ben ervan overtuigd dat mensen aangesproken kunnen worden op hun eigen verantwoordelijkheid. Hebben ze weinig tijd? Juist mensen die drukke banen hebben zijn vaak ook betrokken in vrijwilligerswerk. Mensen die zichzelf buiten sluiten hebben best tijd. Ze hebben echter weinig vertrouwen dat ze serieus worden genomen en kunnen hun tijd dan beter besteden. Ze worden ook niet op hun eigen verantwoordelijkheid aangesproken omdat de overheid het liever zelf oplost. Hoe vaak heb ik zelf niet bij mijn kinderen het gevoel dat ik tijd kan besparen door dingen zelf te doen? Zo werkt de gemeente ook. Alleen ik heb de vaste overtuiging dat mijn kinderen kunnen leren eigen verantwoordelijkheid te nemen en ik laat hen het toch doen, ook al is dat soms lastig en past dat soms niet in mijn schema.

Dat moet de politiek en de gemeente nog leren. Door mensen die zich buitensluiten niet meer serieus te nemen verzwakt de samenleving. Hen weer verantwoordelijkheid geven is nu lastig voor hen en voor de gemeente zelf. Maar op de lange termijn is het een zegen voor de samenleving.