Nu het raadgevend referendum wordt afgeschaft, lijkt er een soort herwaardering voor de vertegenwoordigende democratie op te komen. Een referendum zou ruimte maken voor een opgejut volksgevoel, terwijl een vertegenwoordiging dwingt tot samenwerken, naar elkaar luisteren. Opvallend afwezig is de notie dat we ons stelsel niet gebouwd hebben op democratie (de macht van het volk), maar op tegenstrevende krachten. Het correctief referendum was daarin niet te duiden als ruimte voor de volkswil, maar een handrem voor teveel macht.
Macht corrumpeert kun je zeggen (is ook meermalen aangetoond), of, voorzichtiger, je bent geneigd als machthebber niet te zien wat je fout doet omdat je vanuit goede bedoelingen handelt (gebeurt ook maar al te vaak).
Je zou zeggen dat de preambule op de Amerikaanse grondwet geschreven is op het vestigen van een democratie. "Wij, het volk van de Verenigde Staten, verordenen en vestigen deze Grondwet voor de Verenigde Staten van Amerika, met als doel een meer perfecte unie te vormen, gerechtigheid te vestigen, de binnenlandse rust te verzekeren, in de gemeenschappelijke verdediging te voorzien, het algemeen welzijn te bevorderen en de zegeningen van de vrijheid voor onszelf en ons nageslacht te beveiligen." Toch was de "democratie" in die tijd (nog vóór de Franse revolutie) helemaal niet populair. Er werd naar democratie gekeken zoals nu gekeken wordt naar het populisme. Het volk zou uiteindelijk neigen naar impulsieve besluiten en gevoelig zijn voor volksmenners. Terwijl dat in Europa vaak reden was om het bestuur in handen van de elite te houden, koos men in de VS voor een combinatie van countervailing powers en een vertegenwoordigend stelsel.
Aanslag op de volkswil of herstel vertegenwoordigende democratie?
Hoe moet je nu het correctief referendum duiden? Is de afschaffing van het raadgevend correctief referendum nu een aanslag op de volkswil? Of juist een herstel van de vertegenwoordigende democratie?
Geen van beide! Overduidelijk was het raadgevend correctief referendum een vorm van tegenmacht, in plaats van een manier om uitingen van het volk tot wet te maken. Het ging immers alleen om aangenomen wetten! Het was een heel beperkt middel dat bij het Oekraïne-referendum duidelijk maakte hoeveel weerstand er was tegen de EU. Omdat het een raadgevend referendum was, was het beperkte tegenmacht. Het verdrag ging gewoon door (het was ook eigenaardig dat het Nederlandse volk een Europees verdrag van Europese volkeren kon tegenhouden). De vormgeving van de wet is belabberd. Ik stemde zelf niet omdat er een goede mogelijkheid was dat de drempel niet werd gehaald.
Wondermiddel of monster
Wat wel vaker gebeurt: nu wordt door de oppositie het raadgevend (!) correctief referendum gezien als democratisch middel, terwijl de coalitie het ziet als een monstrum waarbij teveel ruimte is voor impulsieve, populistische stemmingmakerij. Het was natuurlijk geen van beide. Een vorm van tegenmacht die slecht was vormgegeven is verdwenen.
Een gemis vind ik, maar noch een afbraak van de democratie, noch een herstel van de vertegenwoordigende democratie. Een vertegenwoordigende democratie is gebaat bij tegenmacht. Die tegenmacht is iets minder. Dat kan de vertegenwoordigende democratie uiteindelijk eerder kwaad dan goed doen. Elke democratie is immers gebaat bij vormen van tegenmacht.
zondag 25 februari 2018
vrijdag 16 februari 2018
Parlementaire stelsel, directe invloed en samen besluiten
Een staatscommissie Parlementair Stelsel heeft de opdracht om te onderzoeken of ons parlementaire stelsel nog goed werkt, en of dit toekomstbestendig is. De commissie ging in gesprek met mensen die daar ideeën over leverden via een essaywedstrijd van de NRC, een van de Volkskrant en nog een ander blad. Ik mocht ook optreden omdat ik genomineerd was bij de NRC. Ik mocht meepraten over directe volksinvloed. Maar is directe invloed wel een simpele oplossing?
Staatscommissie Parlementair stelsel
De staatscommissie Parlementair stelsel heeft een
probleemverkenning gemaakt met zes thema’s. Ik mocht mijn idee presenteren rond
thema Vertegenwoordiging en directe volksinvloed. Kunnen mensen er vertrouwen in hebben dat hun
belangen zo goed mogelijk worden behartigd?
In een groepje van 8 spraken we over de vraag hoe we meer directe
inbreng kunnen krijgen in plaats van de inbreng via vertegenwoordiging.
Er bleek in het groepje veel waardering voor het idee van
David van Reybroek om mensen te loten en zo te laten besluiten. Mensen voelen
zich niet meer vertegenwoordigd door politieke partijen.Politici worden niet
gezien als leken en niet als vertegenwoordigers. Het zijn hoogopgeleide
partijgangers. Een grote groep voelt zich niet vertegenwoordigd. Als je loot
doet iedereen mee met besluiten. De representativiteit kun je waarborgen door na loting de groep die
oververtegenwoordigd is (meestal mensen 50+ zoals ik) maar een beperkt aantal
plaatsen toe te kennen. Zeer interessant om hiermee te experimenteren, hoewel
de goedgebekte charismatische deelnemer waarschijnlijk verder komt dan de
timide, minder goedgebekte deelnemer.
Ik had voorgesteld om “gewone” gelote burgers te laten
checken of de politiek de resultaten behaalt die ze wilde en of er ongewenste
neveneffecten zijn. Naar mijn idee is het probleem van de democratie niet de
beraadslaging en deliberatie, maar het doordringen tot de agenda (Agendering)
en de verantwoording. Nu controleren politici - die besloten tot bepaald beleid - zelf of ze de noties van de Rekenkamer overnemen. Die politici hebben er geen baat bij om uitblijvende resultaten of nare neveneffecten te signaleren. Maar als wij, gewone burgers, meekijken moeten ze wel.

Deliberate polling
De meeste aandacht in mijn groep ging zoals altijd naar wat de overheid moet gáán doen. "Waar willen we heen?" spreekt uiteraard meer tot de verbeelding. Een mooi voorstel was dat van Peter Neijens die de deliberatieve enquete propageerde. Een willekeurige, representatieve steekproef wordt eerst bevraagd over de gerichte kwesties. Vervolgens komen leden van de steekproef één weekend samen om de kwesties te bespreken. De deelnemers gaan in dialoog met concurrerende experts en politieke leiders op basis van vragen die zij ontwikkelen in kleine groepsdiscussies met getrainde moderators. Na de beraadslaging worden de oorspronkelijke vragen opnieuw gesteld aan de steekproef en de resulterende veranderingen in mening vertegenwoordigen de conclusies die het publiek zou trekken als mensen de gelegenheid zouden hebben om beter geïnformeerd te besluiten. Ik zeg: Doen! Probeer het uit, experimenteer er mee! Wat was dat beter geweest dan dat afschuwelijke Oekraïne-referendum dat niet over de Oekraïne maar over de EU leek te gaan.
Kiezerskeus
Een ander voorstel is een genuanceerde vorm van referendum. Een eenvoudig ja of nee dekt immers niet altijd de werkelijke complexe afweging. Vraag je of mensen minder belasting willen betalen, dan krijg je een ja en als je vraagt of mensen betere zorg willen krijg je ook een ja, maar hoe gaat het als je allebei wilt? Daarom ontwierp Jan Veneman kiezerskeus. Deskundigen en belanghebbenden ontwerpen minimaal drie scenario’s voor de zaken die ons allen treffen: zorg, veiligheid, onderwijs, enzovoort.– Ieder scenario wordt op internet getoond en uitgelegd, als in een toonkamer. De kosten staan erbij, en ook wat het op middellange termijn oplevert voor wie. – SCP en CBS rekenen die scenario’s door.– De scenario’s worden aan ons, kiezers, voorgelegd.– Door meer dan één scenario te presenteren wordt glashelder dat er echt iets te kiezen is. – Politieke partijen maken propaganda voor hun favoriet uit de voorgelegde scenario’s.– Kiezers geven in een stemronde hun voorkeur aan.– De regering gebruikt de voorkeur met de meeste stemmen in hun plannen en beleid.– Dat betekent een voortzetting, bijstelling of ombuiging van het bestaande beleid.– De Tweede Kamer controleert de uitvoering , zoals nu. Ik zeg: Doen! Probeer het uit, experimenteer ermee!
Op de bijeenkomst sprak ik in de wandelgangen iemand over een moeizame vergadering met een Vereniging van Eigenaren. Het is erg lastig om met je buren afspraken te maken over het onderhoud van je woning en bijvoorbeeld te besluiten een gezamenlijke entree op te fleuren. Dan kunnen we over het parlementaire stelsel praten en daarin ruimte maken voor de stem van gewone burgers, maar hebben we wel de democratische betrokkenheid en vaardigheden om gezamenlijk te besluiten?
Daarom zingt de VvE-vergadering nog in mijn gedachten rond.
Starten we niet teveel aan het eind, in het parlement en te weinig aan de basis
waar mensen niet meer anderen voor hen willen laten besluiten, maar zelf
besluiten willen nemen?
De evoluerende democratie
Het systeem van politieke partijen is in jaren opgebouwd en
vertegenwoordigers leerden vroeger hoe hun leden leefden en waar ze zich druk
over maakten. De vertegenwoordigers leerden ook om met andere
vertegenwoordigers te besluiten en samen compromissen te sluiten. Daar moet je
niet te licht over denken, want vroeger moesten de mensen die samen besluiten
moesten nemen eerst hun wapens inleveren om te dwingen naar de ander te
luisteren en er niet direct op in te hakken. In de politieke partijen zitten leiders, maar ook oliemannetjes, onverzettelijken,
denkers, luisteraars en compromiszoekers. Ze hadden vroeger ook een uitstekende verbinding met een achterban die hoog én
laagopgeleid was. Het waren met recht volkspartijen. Politieke partijen, maar breder bekeken het maatschappelijk
middenveld heeft gezamenlijk leren besluiten. Ik heb het gevoel dat veel politici dat inmiddels niet meer kunnen. Gewone burgers zijn voor hen enge boze mensen geworden. En het middenveld is lang niet meer zo sterk als vroeger.
Als ik de gemiddelde VvE vergadering bekijk, hebben we voor
directe democratie nog veel te leren. Op de bijeenkomst waar ik sprak waren vooral witte 50-plusmannen. De rest lijkt marginaal geïnteresseerd. Ik zou zeggen dat er op lokaal niveau
veel meer te winnen is met vormen van directe democratie en dat die vormen naar
boven moeten komen drijven. De alledaagse democratie is veel essentiëler om te leren besluiten. De Raad voor Maatschappelijke Ontwikkeling gaf lang geleden (2007) het signaal dat democratische gezindheid niet veronachtzaamd moet worden in het denken over de democratie.
Begin maar eens actief mee te denken in de VvE, in
de buurt, op de school, op je werk, zonder in de klaagstand te komen en als een klant te
reageren. Dat is nog een hele opgave.
dinsdag 13 februari 2018
Hoe sturen we onze datapolis
Van de Utrechtse professor Albert Meijer
komt de constatering dat een stad tegenwoordig ook gezien kan worden als een Datapolis: een stad waar mensen te maken hebben met data en zouden kunnen
beslissen over data. Nu data steeds belangrijker worden, is het goed te kijken
wat er gebeurt en of er besluiten nodig zijn rond de omgang met publieke (en niet-publieke)
data. Net zoals we besluiten nemen over de ruimtelijke ordening, de
volksgezondheid en het verkeer. Wie neemt die besluiten?
Onontgonnen gebied
Het besluiten over de omgang met data is nog onontgonnen
gebied. We lezen over Facebook en hoe data gebruikt worden om reclamegelden te
kunnen innen. Maar er zijn natuurlijk veel meer data. Als je alle
verkeersbewegingen in de stad op een rij zet, kun je op basis daarvan je beleid
aanpassen. Dat gebeurt ook al. Je kunt bij voorbeeld als het sneeuwt alle
fietsroutes strooien, maar je kunt ook op basis van data besluiten om op
bepaalde fietspaden wel en andere niet te strooien. Fietsers kunnen op twitter of Instagram besluiten bij te dragen aan de effectiviteit van het strooien. Dat scheelt zout,
verzilting en geld. Je kunt dan bijvoorbeeld scholierenroutes voorkeur geven.
Je kunt verkeerslichten beïnvloeden op basis van verkeersgebruikers en kiezen
voor meer doorstroming voor automobilisten of juist voor fietsers of het
openbaar vervoer. Dat gebeurt overigens al. Het zijn alleen geen echte
politieke besluiten, meer technocratische. Politiek blijft belangrijk, want wat doe je in het geval van het strooien met plekken waar ouderen wonen en niet meer naar buiten gaan?
Start eens met
gezondheidszorg
De planning van voorzieningen rond gezondheidszorg (of juist
preventie van zorg) kan verbeteren met gebruik van data. Je kunt op basis van
het aantal rokers, het aantal vereenzaamden of het aantal mensen dat weinig
beweegt besluiten nemen die de volksgezondheid beïnvloeden. In feite gebruik je
verantwoordingsdata over wat de uitkomst is van gevoerd beleid om beleid bij te
stellen.
Heel veel gegevens zijn beschikbaar zonder dat ze gebruikt worden. Zo
kun je op basis van data besluiten om voor de gezondheidszorg
voetgangersvoorzieningen onder de loep te nemen Maar dat soort zaken kan in Nederland
ook handig zijn. Vereenzaming is misschien nog ongezonder dan niet bewegen, ook
dat kan beïnvloed worden door bij de inrichting van de openbare ruimte keuzen
te maken. Dus net als het gebruik van verkeersdata is er een wereld te winnen
om het beleid bij te stellen (of eindelijk op te zetten).
We zijn allemaal
dataproducenten
Het interessante van de data is dat er mooie combinaties
mogelijk zijn. Zo wordt in de wijk Ruwaard in Oss gekeken naar wat
verzekeraars, woningcorporatie, zorgverleners, gemeente en bewoners kunnen doen
om mensen met problemen te helpen. Hier is sprake van een wijkbegroting of netwerkrekening, zoals
ik die eerder beschreef. Zou je uitgaan van centrale sturing, dan blijven
gemeentelijke data gebruikt door de gemeente. Maar ook de data van de
corporatie, dienstverleners en verzekeraars blijven door henzelf gebruikt worden.
Dat is zonde en kost geld, want je versterkt elkaar niet. Zo kan de gemeente,
de corporatie en de zorgverzekeraar los van elkaar zien dat een bepaald gezin
veel kost.
In de wijk Ruwaard in Oss hebben ze activiteiten in een gezamenlijke
organisatie gezet onder toeziend oog van de wijkbewoners. De reden daarvoor is
dat je moeilijk los van elkaar kunt werken. Er is een netwerk van diverse
organisaties die in de wijk betrokken zijn. De corporatie ziet dat iets niet
goed gaat met een bewoner omdat de huur niet betaald wordt. Vaak is het niets,
maar soms is er sprake van verwaarlozing of andere problemen. Dan is het wel zo
handig als anderen die hier kunnen helpen ook aan het werk kunnen. Dat kan in
schuldhulpverlening zitten, maar ook in verslavingszorg of medische zorg.
Vroegsignalering spaart kosten, want als je snel bent kun je
nog wat doen. Zulke situaties kunnen ook bekend raken bij overlast, waarbij de
buren klagen bij de corporatie om vervolgens te merken dat in een gezin de
problemen te hoog zijn opgelopen. Burenoverlast zorgt naast ergernis ook voor
meer medicijngebruik: slaappillen, kalmeringsmiddelen.
Huh? Is dat ook big data? Lost de corporatie die burenoverlast op met behulp van een buurtconciërge, dan zou de verzekeraar daarmee geld besparen. Zo kun je ook aan andere organisaties denken. De schuldhulpverlening die de corporatie lange huurachterstanden bespaart is nog het simpelste. Het mooie van Ruwaard is dat op basis van data berekend kan worden wat de verzekeraar bespaart als een probleem vroeg wordt gezien en opgelost. De verzekeraar betaalt dat aan het eind van het jaar in de pot voor Ruwaard. Hier worden niet eens databestanden overgedragen en gekoppeld. Welzijnsorganisaties die er op tijd bij zijn werken ook goedkoper, je kunt per ingreep berekenen hoeveel het kost en uit vergelijking met andere wijken en het verleden zien of je goedkoper uit bent. Wie wat kan doen, doet wat en wie ervan profiteert betaalt wat op basis van eigen generieke data.
Huh? Is dat ook big data? Lost de corporatie die burenoverlast op met behulp van een buurtconciërge, dan zou de verzekeraar daarmee geld besparen. Zo kun je ook aan andere organisaties denken. De schuldhulpverlening die de corporatie lange huurachterstanden bespaart is nog het simpelste. Het mooie van Ruwaard is dat op basis van data berekend kan worden wat de verzekeraar bespaart als een probleem vroeg wordt gezien en opgelost. De verzekeraar betaalt dat aan het eind van het jaar in de pot voor Ruwaard. Hier worden niet eens databestanden overgedragen en gekoppeld. Welzijnsorganisaties die er op tijd bij zijn werken ook goedkoper, je kunt per ingreep berekenen hoeveel het kost en uit vergelijking met andere wijken en het verleden zien of je goedkoper uit bent. Wie wat kan doen, doet wat en wie ervan profiteert betaalt wat op basis van eigen generieke data.
Wat gebeurt er in
mijn stad Utrecht?
In Utrecht blijken ook wijken waar meer met gezondheidszorg
moet gebeuren dan in andere wijken. Je ziet namelijk dat de ene wijk veel
minder hulp nodig heeft dan de andere, want in welke wijk begin je? Dat is al
bekend overigens: bewoners in Tuindorp, Voordorp en Wittevrouwen leven
gemiddeld 72 jaar in goede gezondheid; in Overvecht is dit slechts 60 jaar.
Tussen Tuindorp en Overvecht ligt slechts een spoorlijn. Dat kun je niet
negeren in je stad!
Zo zien we dat over gezondheid veel meer mogelijk is als
data gebruikt worden. Dat zijn allemaal besluiten die onderdeel zouden moeten
uitmaken van de politieke arena.
Welke politieke
arena?
De volgende vraag is natuurlijk: welke politieke arena?
Albert Meijer ziet voor het sturen met data drie mogelijke vormen
- Cockpit: het bestuur van de stad is
slim voor de burgers. Discussies worden dan meer technocratisch gevoerd of
worden door de gemeenteraad de politieke arena in getrokken. De data zijn
centraal, de sturing is centraal
- Hybride datapolis: Hier gaat het om
samenwerking van het bestuur met met burgers en bedrijven. Data faciliteren
centrale en decentrale sturing
- Vogelzwerm: er is geen bestuur dat er
over gaat, de stad is slim door de burgers
Data worden niet centraal gebruikt maar decentraal door burgers en
bedrijven.
Het voorbeeld van Ruwaard pleit voor een hybride model. Maar
eigenlijk moeten we vooraf al de keuze maken: welk model willen we kiezen?
Datagesprek
In gesprek met Albert Meijer kwamen we zo op de suggestie om precies dat eens een keer
te bespreken: een gesprek over Utrecht als datapolis. Met gesprekstafels over
de zorg, dat zou een mooi begin zijn. Dan kan het jaar erna gesproken worden over data en duurzaamheid of data en verkeer. Nodig niet alleen bewoners uit, maar ook
partijen die eigen data hebben. Hoe kun je samenwerken zonder de privacy bij
het gebruik van de data te schenden?
In de afgelopen periode heeft mijn gemeente stadsgesprekken georganiseerd. Over eenzaamheid, fietsen, integratie van vluchtelingen en het stadscentrum. In de komende periode zou ik daar een stadsgesprek over de Datapolis aan toevoegen.
P.S. Data en verkeer: dit gaat er gebeuren, het gebeurt al in China.
In de afgelopen periode heeft mijn gemeente stadsgesprekken georganiseerd. Over eenzaamheid, fietsen, integratie van vluchtelingen en het stadscentrum. In de komende periode zou ik daar een stadsgesprek over de Datapolis aan toevoegen.
P.S. Data en verkeer: dit gaat er gebeuren, het gebeurt al in China.
zaterdag 10 februari 2018
Tegenstrevende machten ook in vernieuwende democratie
Het is een bekend psychologisch
mechanisme. We zijn eigenwijs en geloven we maar al te vaak in onze
eigen voortreffelijkheid. We zijn netter dan anderen en we vinden dat
anderen beter moeten luisteren. Dat geldt voor professionals in
overleg met bewoners én voor bewoners in overleg met professionals.
Hoe gaat dat bij de vernieuwing van de democratie?
Ik kom daar op omdat ik op een
bijeenkomst van Democratic Challenge een sessie leidde over checks
and balances, in mijn woorden: teugels en tegenwichten. Het viel mij
op dat het lastig was in de sessie te spreken over tegenwicht: het onderwerp.
Want ik merk dat veel vernieuwers nogal overtuigd zijn van hun eigen
voortreffelijkheid. (ik vind ook van mijzelf dat ik vaak goede ideeen
heb, dus ik sluit mezelf niet uit)
Vooraf alles goed inregelen en je
hebt geen tegenwicht meer nodig?
Eigenlijk zijn de democratische
vernieuwers vooral bezig om vóórdat een gemeenteraad besluit
bewoners de kans te geven om mee te praten. Dat is wel zo verstandig:
het is veel lastiger om invloed te hebben als het besluit al genomen
is dan voordat het besluit vastgelegd is. Maar in het enthousiasme
daarover, wordt wel vergeten dat niet iedereen meedoet in die
discussie over wat er moet gebeuren. Bovendien wordt vergeten dat ook
een goed besluit wel eens onverwachte vervelende effecten kan hebben.
Mijn boodschap is dan ook altijd om de check niet over te laten aan
goed bedoelende vernieuwers, maar ook te rekenen op kritische en soms
zeikerige bewoners en immer kritische journalisten.
Kritische journalisten, vasthoudende
bewoners, klagers en zeikerds
Die kritische journalisten en zeikerds
horen bij de democratie. Met als aantekening dat de onafhankelijke
lokale journalistiek zo goed als verdwenen is.
Hoe zorgt de vernieuwde democratie voor
de tegenspraak, het de waarheid spreken tegen de macht?
Niet de macht aan het volk, maar
teugels en tegenwichten
Wat wij onder democratie verstaan is
namelijk niet de macht aan het volk. Er zijn tegenwoordig weinig
landen die zich nog niet een democratie noemen. Ook in Noord Korea
heet het volk aan de macht te zijn: de democratische Volksrepubliek
Korea is de officiële naam. En als regeringsleiders gekozen worden
met 90 procent van de stemmen zeggen wij hier al dat er iets niet
klopt.
De essentie van de Westerse democratie is namelijk niet dat de
leiders precies doen wat "het volk" wil, maar dat er een
machtsevenwicht is tussen individu en collectief, een machtsevenwicht
tussen instituties en dat een gewone man of vrouw zich net zo goed
aan de wet moet houden als een invloedrijk politicus en dat
regeringsleiders waar we genoeg van hebben zonder bloedvergieten aan
de kant gezet kunnen worden.
De machten die een tegenwicht hebben, functioneren beter. Dus denk aan onafhankelijke rechtspraak, kritische kranten die de kans krijgen hun
kritiek te uiten, onafhankelijke instituties zoals de Rekenkamer die
narekenen of de resultaten die de regering zegt te behalen ook
daadwerkelijk behaald worden en of er niet onvermoede nare effecten
zijn: tegenspraak draagt bij aan de regeringsvorm die we inmiddels
democratie zijn gaan noemen.
Er zijn volop mogelijkheden
In mijn sessie kwamen gelukkig wel
methoden binnen die kunnen helpen om tot tegenwicht uit te lokken.
- Jongeren maken video blogs. In Voorst kregen jongeren ruimte om met eigen video's te laten zien wat er gebeurt. Het leidde tot Voorst onder de loep. https://www.youtube.com/watch?v=Y2Mypq4oxsk
- Wethouder vragen om huiskamerbezoek. In Zwijndrecht bedacht de wethouder dat het goed is ruimte te geven aan bewoners om reacties te geven, waarbij ze niet naar de raadsvergadering komen. Maar moet de wethouder dan zelf bij iedere klager langs? Nee. Wie de wethouder wil spreken moet zorgen dat er ook 4 andere bewoners gevonden worden die ook over dat probleem met de wethouder willen praten. Dan is het dus niet zomaar iets.
Het zijn een paar voorbeelden om uit te
nodigen tot tegenwicht, waarbij mensen hun eigen vorm mogen kiezen
en het niet nodig is om het stramien van de gemeente over te nemen om
kritiek te uiten. Er zijn heel veel meer vormen, tot aan de bouwkeet neerzetten op de markt en daar als wethouder spreekuur houden.
Rekenkamers, burgervisitaties en
meer
Overigens kun je ook als gemeente veel
binnen het huidige stelsel doen om een vaste vorm van tegenwicht te krijgen. Een kritische rekenkamer serieus
nemen helpt bijvoorbeeld ook al. Zelf hielp ik de gemeente Oude
IJsselstreek met een burgervisitatie: door bewoners die hun sporen
buiten het gemeentelijk apparaat en de politiek verdienden te laten reageren op de
organisatiewijziging van de gemeente.
Bovendien bracht Democratic Challenge net een publicatie uit: een handreiking voor burgeraudits. Daarbij krijgen burgers de
mogelijkheid om onderzoek te nemen en de bevindingen te presenteren
aan de gemeenteraad. Ik zag hem nog niet online. Binnenkort meer.
Abonneren op:
Posts (Atom)