Veel ouders schrikken als ze horen hoe hun kind gepest wordt. Natuurlijk is het schrijnend te horen dat je kind wordt gepest, je wilt dat het allerliefst voorkomen. Maar in deze klantgerichte en beschermende (gefeminiseerde?) samenleving moeten we niet vergeten dat ook pesten bij het leven hoort en zeker bij het leven van een kind.
Het is als je kind blootstellen aan waterpokken. Wij deden dat steeds nadat onze kinderen een en voordat ze twee waren geworden. Je laat het kind spelen bij een vriendje en weet dat ze enkele dagen later onder de jeuk van de pokken zitten. Moet je hen dat aandoen? Vraag eens iemand die later alsnog waterpokken kreeg en je weet: doe het! Wat anders is om je kinderen bloot te stellen aan de cholera, er zijn natuurlijk grenzen.
Wat ik bedoel is dat pesten erbij hoort en op school gepest worden helpt kinderen om socialer te worden.
Op de site pesten doet pijn.nl vond ik de volgende tekst: “De samenleving verhardt. Pesten en agressie lijken steeds meer toe te nemen op Nederlandse scholen. Pesten is een specifieke vorm van agressie en heeft grote invloed op de psychosociale gezondheid van een kind. De grens tussen plagen en pesten lijkt steeds verder te vervagen, evenals de grenzen die door de samenleving worden gesteld aan een veilige leefomgeving” Dat is precies waar ik een probleem mee heb. (Het is ook zeer de vraag of de samenleving harder is dan pakweg 30 jaar geleden). De site gaat verder: “Bureau Horizon zet zich in om die grenzen opnieuw te trekken door leerlingen en docenten te laten ervaren hoe het is om gepest te worden en wat eraan gedaan kan worden. Met behulp van een serie interactieve workshops wordt het probleem inzichtelijk gemaakt. (…) Het accent ligt tijdens de workshops vooral op de omstanders, die bij pesten een sleutelrol vervullen”.
Alle goede bedoelingen ten spijt toont zich hier een nieuwe industrie waarbij acteurs en trainers aan het werk komen.
Het is prima om te laten zien wat pesten met kinderen doet. De situatie rond pesten is overigens verbeterd sinds scholen werken met pestprotocollen. Waar ik bezwaar tegen heb is het doorslaan.
Wat mij niet bevalt is dat kinderen wel leren om te gaan met pesten door duidelijk te zeggen dat ze iets niet leuk vinden, maar niet door te kijken of hun eigen gedrag aangepast moet worden. Kinderen zeggen elkaar keihard de waarheid, dat kan ook nuttig zijn. Ik gun iedereen zijn afwijking en daar moet ruimte voor zijn. Maar pesten is ook een eeuwenoude vorm van socialisering.
Op school mogen kinderen nooit zeggen dat iemand niet mee mag doen. Waarom niet? Ik heb eens boze ouders op bezoek gehad omdat hun dochter zo geraakt was dat ze niet op het feestje van onze dochter was uitgenodigd. Deze ouders waren het ook zeer heftig eens met het uitgangspunt dat iedereen mag meedoen. Terwijl kinderen van mij best mogen leren om te gaan met afwijzing. Daar slaat de anti-pestindustrie door.
Pesten hoort bij het opgroeien. William Bukowski, hoogleraar op Concordia University, en Maurissa Abecassis, lector op het Colby-Sawyer College, geven aan dat het gebruik van agressie – fysiek of in woorden – een normaal onderdeel is van het opgroeien.
En wat zit er achter de niet-pestende kinderen? "Children who characteristically respond to a variety of emotions by acting aggressively probably have a narrow repertoire and limited set of problem-solving skills". Bukowski en Abecassis geven aan: "The overuse as well as the complete absence of aggression may be maladaptive".
De kinderen met een teveel aan agressie worden weggezet als pesters. Helpt dat hen van hun overmatige agressie af? Kinderen die zich niet weten te plaatsen in een groepje leren zich niet aan te passen en leren niet om te gaan met afwijzing. Helen Guldberg, hoogleraar ontwikkelingspsychologie stelt: "Some children have a horrible time at school: they may dread going to school on a daily basis, be deeply unhappy and socially isolated. But how do we help make that situation better for that child? Not through the blunt instrument of anti-bullying policies, that’s for sure. There is no magic bullet."
Hoedt u voor een samenleving zonder pesten!
Zie ook het essay van Guldberg: Anti-bullying campaigns doing more harm than good?
dinsdag 20 december 2011
dinsdag 13 december 2011
Lageropgeleiden zijn niet meer wat ze geweest zijn
Helaas kwam ik er nog niet aan toe op Van Bijsterveldt te reageren. Ik had namelijk nog heel wat voor school te regelen. Zo hebben de kinderen van school veel meegekregen om te verkopen voor een goed doel: pepernoten, kerstkaarten en nog meer kerstkaarten van de buitenschoolse opvang. Ook moesten we helpen met de surprises maken. Verder zijn er binnenkort de kerstdiners op school. Dat betekent dat we voor drie kinderen een gerecht voor het kerstdiner moeten maken. 15 toetjes (x 3) bijvoorbeeld. Tenslotte heeft onze jongste woensdag en vrijdag een kinderfeestje. Daar moeten cadeautjes voor gekocht worden en er moet geregeld worden dat ze er heen kan worden gebracht. Overigens doen de meeste ouders hier aan mee, echt meer dan een derde. (En zeker de allochtone ouders putten zich uit voor het kerstdiner!)
Nou zal Van Bijsterveldt dit net niet bedoeld hebben. Ze heeft het meer over helpen met huiswerk en samen lezen. Dat doen we ook. Kinderen op de basisschool kunnen nog niet plannen, dus dat huiswerk moet je goed in de gaten houden. En wat dachten jullie van de spreekbeurten? Wat hebben ouders in de jaren 50 niet kunnen bereiken door de kinderen te helpen en aan te sporen?
Daar heeft Van Bijsterveldt een punt. Ouders zijn belangrijk voor educatie. Het doet mij denken aan een leraar die eens zei dat de vakanties het probleem waren. Kinderen van hoogopgeleide ouders komen terug van vakantie en hebben niet alleen de stof onthouden en geoefend, ze hebben zelfs nieuwe dingen geleerd. Kinderen van laagopgeleide ouders hebben juist aan niveau ingeleverd. Er is niet geoefend en er zijn geen nieuwe dingen geleerd.
Daarmee wordt het probleem een stuk ingewikkelder dan de oproep “Ouders doe iets met je kind!”. Zowel de opleiding van de vader als die van de moeder is van invloed op de onderwijsloopbaan en op het uiteindelijke opleidingsniveau van de kinderen. Vergeleken met de jaren zeventig kiezen hoogopgeleiden nu veel vaker voor een partner die eveneens hoogopgeleid is. Het Sociaal en Cultureel Planbureau zegt dan ook: “De selectieve partnerkeuze, en de effecten ervan op de onderwijskansen van kinderen, belemmeren de opwaartse sociale mobiliteit en vergroten de sociale ongelijkheid”.
Zo zijn de lageropgeleiden niet meer wat ze geweest zijn. Vroeger zaten er nog diamantjes tussen die ontdekt werden door de betrokken leraar. Een voortgezette opleiding was nog veel minder de norm dan tegenwoordig, was financieel lang niet altijd haalbaar en werd bovendien voor meisjes vaak niet nodig gevonden. Dit is ook het beeld dat naar voren komt uit een studie naar academici met een achtergrond in het arbeidersmilieu. Zij hadden vaak ouders die onder invloed van bijvoorbeeld de crisis van de jaren dertig of de Tweede Wereldoorlog geen opleiding hadden kunnen volgen. "Qua intelligentie en normatieve oriëntatie staken deze ouders echter uit boven de rest van de arbeidersklasse. Hun gemiste opleidingskansen zetten ze om in een stimulans voor hun kinderen: deze moesten waarmaken waar zij zelf door omstandigheden de kans niet voor hadden gehad". (SCP) De oproep hoort bij de jaren 50: ouders, je kunt je kinderen een betere toekomst geven!
Nog een ander probleem met de oproep is dat de hulp van de ouders niet helemaal verklaart waarom er leerlingen uitvallen en achterblijven in prestaties. De onderwijsdeelname van meisjes en jonge vrouwen is veel sterker gegroeid dan die van jongens en jonge mannen, en op veel fronten hebben zij jongens en jonge mannen inmiddels ingehaald. Hebben de ouders de meiden meer geholpen dan de jongens???
Tenslotte is de kans op echtscheiding groter bij lageropgeleiden, terwijl kinderen die opgroeien in eenoudergezinnen een hoger risico van schooluitval lopen. Vandaag in de Volkskrant zagen we ook nog dat lageropgeleiden minder gezond zijn. Wat doen we daar mee? De ouders oproepen er iets aan te doen??
Terug naar Van Bijsterveldt. Ouders mogen de educatie niet alleen aan de school overlaten? Het blijkt een loze oproep. Het probleem van lageropgeleiden is wel degelijk groot, het heeft te maken met de ouders, maar het is niet op te lossen door de ouders zelf. Bovendien is het veel lastiger dan vroeger. De jaren 50 zijn definitief voorbij.
Veelal geput uit: SCP SCR 2010 wisseling van de wacht
Nou zal Van Bijsterveldt dit net niet bedoeld hebben. Ze heeft het meer over helpen met huiswerk en samen lezen. Dat doen we ook. Kinderen op de basisschool kunnen nog niet plannen, dus dat huiswerk moet je goed in de gaten houden. En wat dachten jullie van de spreekbeurten? Wat hebben ouders in de jaren 50 niet kunnen bereiken door de kinderen te helpen en aan te sporen?
Daar heeft Van Bijsterveldt een punt. Ouders zijn belangrijk voor educatie. Het doet mij denken aan een leraar die eens zei dat de vakanties het probleem waren. Kinderen van hoogopgeleide ouders komen terug van vakantie en hebben niet alleen de stof onthouden en geoefend, ze hebben zelfs nieuwe dingen geleerd. Kinderen van laagopgeleide ouders hebben juist aan niveau ingeleverd. Er is niet geoefend en er zijn geen nieuwe dingen geleerd.
Daarmee wordt het probleem een stuk ingewikkelder dan de oproep “Ouders doe iets met je kind!”. Zowel de opleiding van de vader als die van de moeder is van invloed op de onderwijsloopbaan en op het uiteindelijke opleidingsniveau van de kinderen. Vergeleken met de jaren zeventig kiezen hoogopgeleiden nu veel vaker voor een partner die eveneens hoogopgeleid is. Het Sociaal en Cultureel Planbureau zegt dan ook: “De selectieve partnerkeuze, en de effecten ervan op de onderwijskansen van kinderen, belemmeren de opwaartse sociale mobiliteit en vergroten de sociale ongelijkheid”.
Zo zijn de lageropgeleiden niet meer wat ze geweest zijn. Vroeger zaten er nog diamantjes tussen die ontdekt werden door de betrokken leraar. Een voortgezette opleiding was nog veel minder de norm dan tegenwoordig, was financieel lang niet altijd haalbaar en werd bovendien voor meisjes vaak niet nodig gevonden. Dit is ook het beeld dat naar voren komt uit een studie naar academici met een achtergrond in het arbeidersmilieu. Zij hadden vaak ouders die onder invloed van bijvoorbeeld de crisis van de jaren dertig of de Tweede Wereldoorlog geen opleiding hadden kunnen volgen. "Qua intelligentie en normatieve oriëntatie staken deze ouders echter uit boven de rest van de arbeidersklasse. Hun gemiste opleidingskansen zetten ze om in een stimulans voor hun kinderen: deze moesten waarmaken waar zij zelf door omstandigheden de kans niet voor hadden gehad". (SCP) De oproep hoort bij de jaren 50: ouders, je kunt je kinderen een betere toekomst geven!
Nog een ander probleem met de oproep is dat de hulp van de ouders niet helemaal verklaart waarom er leerlingen uitvallen en achterblijven in prestaties. De onderwijsdeelname van meisjes en jonge vrouwen is veel sterker gegroeid dan die van jongens en jonge mannen, en op veel fronten hebben zij jongens en jonge mannen inmiddels ingehaald. Hebben de ouders de meiden meer geholpen dan de jongens???
Tenslotte is de kans op echtscheiding groter bij lageropgeleiden, terwijl kinderen die opgroeien in eenoudergezinnen een hoger risico van schooluitval lopen. Vandaag in de Volkskrant zagen we ook nog dat lageropgeleiden minder gezond zijn. Wat doen we daar mee? De ouders oproepen er iets aan te doen??
Terug naar Van Bijsterveldt. Ouders mogen de educatie niet alleen aan de school overlaten? Het blijkt een loze oproep. Het probleem van lageropgeleiden is wel degelijk groot, het heeft te maken met de ouders, maar het is niet op te lossen door de ouders zelf. Bovendien is het veel lastiger dan vroeger. De jaren 50 zijn definitief voorbij.
Veelal geput uit: SCP SCR 2010 wisseling van de wacht
maandag 12 december 2011
Meer kwaliteit in de Tweede Kamer!
Al vaker is betoogd dat de aansluiting van de politiek bij lager opgeleiden veel slechter is dan die van hoger opgeleiden. Reden voor kamervoorzitter Verbeet om te bepleiten: "De volksvertegenwoordiging moet een redelijke afspiegeling zijn van de samenleving. En dus moeten mensen met wat minder opleiding, maar veel levenservaring er ook een plaats kunnen vinden. Het zou meer mensen het gevoel kunnen geven, dat het Parlement er niet alleen vóór hen is, maar dat het ook ván hen is" Het klinkt redelijk, is het dat ook? Nee!
Het lijkt erg op het pleidooi voor meer vrouwen in de politiek en meer vrouwen in de raden van bestuur en raden van commissarissen. Ik ben een groot voorstander van werken met gemengde teams omdat iedereen een andere kwaliteit kan inbrengen. Verder is het wel degelijk een slechte zaak dat lager opgeleiden niet het gevoel hebben dat mensen in de politiek zich kunnen realiseren in wat voor omstandigheden zij leven en welke beslissingen voor hen belangrijk zijn.
Verbeet sluit aan bij de Diplomademocratie van Mark Bovens. Volgens Bovens is Nederland hard op weg naar een nieuwe tweedeling, die tussen hoog en laagopgeleiden. De hoog opgeleiden bezetten inmiddels vrijwel alle beslissende functies in de samenleving. En weer klinkt het redelijk: meer lager opgeleiden in de kamer.
Vervolgens gaat Verbeet in op de vitaliteit van de democratie. "Zoals de politicoloog Meindert Fennema onlangs in De Volkskrant schreef: “Als we democratische vertegenwoordiging zien als een afspiegeling van de opvattingen van kiezers in de Tweede Kamer, dan is ons parlement de laatste jaren een stuk democratischer geworden.”" Je kunt je bijna niet voorstellen dat ze dit zo serieus neemt, ik geloof dat het eerder een cynische opmerking was, maar met Fennema weet je het nooit. De representativiteit is misschien verbeterd, maar is dat democratischer?
Nu ben ik niet zo blij met de samenstelling van de Kamer. Maar dat is omdat vroeger de beste mensen graag in de Kamer wilden en nu hun carrière elders zoeken.
We moeten representativiteit toch echt niet met democratie verwarren. Het aantal dementen in de Kamer is niet zo heel groot, terwijl het aantal dementen in de samenleving toeneemt, zie je dat nog niet terug in de Kamer. Het aantal zware drinkers is waarschijnlijk al goed vertegenwoordigd, maar andere verslavingen zie je te weinig. Geen reden toch om meer dementen in de Kamer te zetten? En wat dachten we van het aantal mensen dat niet kan rekenen? Die zijn al redelijk vertegenwoordigd, maar moet dat percentage dan echt omhoog?
De binding van de Kamer met de samenleving is niet zo goed. Maar laten we eens gaan naar de lager opgeleiden. Het is de vraag of lager opgeleiden dan beter voor de lager opgeleiden kunnen opkomen. Het enige is dat zij zich beter in kunnen leven, wat op zich ook wat waard is. Het Sociaal en Cultureel Planbureau zegt hierover: "In hoeverre individuen en groepen erin slagen sociaaleconomisch, sociaalcultureel en politiek te participeren wordt bepaald door een ingewikkeld samenspel van individugebonden en maatschappelijke factoren, die elkaar kunnen versterken of tegenwerken. Ook kunnen er grote verschillen zijn in de snelheid waarmee verschillende groepen burgers erin slagen hun leefsituatie op een van de domeinen te verbeteren. Die verschillen kunnen te maken hebben met exogene factoren, zoals ongunstige macroeconomische ontwikkelingen, maar ook met individuele omstandigheden en gedragingen (bv. niet afgemaakte opleiding, drugs en drankgebruik) die mede bepalen of en hoe de leefsituatie verbetert of verslechtert."
Kortom: lager opgeleiden herkennen zich minder in de politiek, omdat zij minder dan hoogopgeleiden er in slagen hun leefsituatie zelf te verbeteren. Heel slecht als er weinig politici zijn die hun situatie herkennen en weten waar zij problemen mee hebben. In die zin is de zwakke verbinding tussen politiek en lager opgeleiden meer een aanklacht tegen het liberalisme, dan een pleidooi voor meer lager opgeleiden in de politiek, bijvoorbeeld in de VVD. Het lijkt een beetje op het aantrekken van een spijkerpak in plaats van een kostuum om zo de kiezers meer het gevoel te geven dat ze vertegenwoordigd worden. Ik trek zelf als ik invloed wil hebben juist mijn pak aan. Dat werkt namelijk als een luidspreker.
Wat mij betreft is de politiek de verbinding met de haarvaten van de samenleving verloren. Vertrouwen van lager opgeleiden in de politiek zal niet gewonnen worden door meer lager opgeleiden. (Het gaat om de alledaagse democratie en de democratische gezindheid, schreef ik al eerder) Voor wat betreft de Kamer pleit ik voor hoge kwaliteit. Een goed opgeleide man als Den Uyl had een goede verbinding met de arbeiders. Zijn tegenpool Wiegel (geen drs) had naar mijn idee ook een uitstekende verbinding met de samenleving. Lager opgeleiden willen vertegenwoordigd worden, maar ook trots zijn op hun vertegenwoordiger!
Deze bijdrage van Lilian Helder is toch tenenkrommend (ze is wel goed opgeleid)? Een goede vertegenwoordiger van de PVV had erop gehamerd dat celstraf een betere vergelding was. Lilian Helder (na Wilders en Agema het hoogste aantal PVV stemmen) zei iets anders en gaf aan weinig te snappen van statistiek:
Het lijkt erg op het pleidooi voor meer vrouwen in de politiek en meer vrouwen in de raden van bestuur en raden van commissarissen. Ik ben een groot voorstander van werken met gemengde teams omdat iedereen een andere kwaliteit kan inbrengen. Verder is het wel degelijk een slechte zaak dat lager opgeleiden niet het gevoel hebben dat mensen in de politiek zich kunnen realiseren in wat voor omstandigheden zij leven en welke beslissingen voor hen belangrijk zijn.
Verbeet sluit aan bij de Diplomademocratie van Mark Bovens. Volgens Bovens is Nederland hard op weg naar een nieuwe tweedeling, die tussen hoog en laagopgeleiden. De hoog opgeleiden bezetten inmiddels vrijwel alle beslissende functies in de samenleving. En weer klinkt het redelijk: meer lager opgeleiden in de kamer.
Vervolgens gaat Verbeet in op de vitaliteit van de democratie. "Zoals de politicoloog Meindert Fennema onlangs in De Volkskrant schreef: “Als we democratische vertegenwoordiging zien als een afspiegeling van de opvattingen van kiezers in de Tweede Kamer, dan is ons parlement de laatste jaren een stuk democratischer geworden.”" Je kunt je bijna niet voorstellen dat ze dit zo serieus neemt, ik geloof dat het eerder een cynische opmerking was, maar met Fennema weet je het nooit. De representativiteit is misschien verbeterd, maar is dat democratischer?
Nu ben ik niet zo blij met de samenstelling van de Kamer. Maar dat is omdat vroeger de beste mensen graag in de Kamer wilden en nu hun carrière elders zoeken.
We moeten representativiteit toch echt niet met democratie verwarren. Het aantal dementen in de Kamer is niet zo heel groot, terwijl het aantal dementen in de samenleving toeneemt, zie je dat nog niet terug in de Kamer. Het aantal zware drinkers is waarschijnlijk al goed vertegenwoordigd, maar andere verslavingen zie je te weinig. Geen reden toch om meer dementen in de Kamer te zetten? En wat dachten we van het aantal mensen dat niet kan rekenen? Die zijn al redelijk vertegenwoordigd, maar moet dat percentage dan echt omhoog?
De binding van de Kamer met de samenleving is niet zo goed. Maar laten we eens gaan naar de lager opgeleiden. Het is de vraag of lager opgeleiden dan beter voor de lager opgeleiden kunnen opkomen. Het enige is dat zij zich beter in kunnen leven, wat op zich ook wat waard is. Het Sociaal en Cultureel Planbureau zegt hierover: "In hoeverre individuen en groepen erin slagen sociaaleconomisch, sociaalcultureel en politiek te participeren wordt bepaald door een ingewikkeld samenspel van individugebonden en maatschappelijke factoren, die elkaar kunnen versterken of tegenwerken. Ook kunnen er grote verschillen zijn in de snelheid waarmee verschillende groepen burgers erin slagen hun leefsituatie op een van de domeinen te verbeteren. Die verschillen kunnen te maken hebben met exogene factoren, zoals ongunstige macroeconomische ontwikkelingen, maar ook met individuele omstandigheden en gedragingen (bv. niet afgemaakte opleiding, drugs en drankgebruik) die mede bepalen of en hoe de leefsituatie verbetert of verslechtert."
Kortom: lager opgeleiden herkennen zich minder in de politiek, omdat zij minder dan hoogopgeleiden er in slagen hun leefsituatie zelf te verbeteren. Heel slecht als er weinig politici zijn die hun situatie herkennen en weten waar zij problemen mee hebben. In die zin is de zwakke verbinding tussen politiek en lager opgeleiden meer een aanklacht tegen het liberalisme, dan een pleidooi voor meer lager opgeleiden in de politiek, bijvoorbeeld in de VVD. Het lijkt een beetje op het aantrekken van een spijkerpak in plaats van een kostuum om zo de kiezers meer het gevoel te geven dat ze vertegenwoordigd worden. Ik trek zelf als ik invloed wil hebben juist mijn pak aan. Dat werkt namelijk als een luidspreker.
Wat mij betreft is de politiek de verbinding met de haarvaten van de samenleving verloren. Vertrouwen van lager opgeleiden in de politiek zal niet gewonnen worden door meer lager opgeleiden. (Het gaat om de alledaagse democratie en de democratische gezindheid, schreef ik al eerder) Voor wat betreft de Kamer pleit ik voor hoge kwaliteit. Een goed opgeleide man als Den Uyl had een goede verbinding met de arbeiders. Zijn tegenpool Wiegel (geen drs) had naar mijn idee ook een uitstekende verbinding met de samenleving. Lager opgeleiden willen vertegenwoordigd worden, maar ook trots zijn op hun vertegenwoordiger!
Deze bijdrage van Lilian Helder is toch tenenkrommend (ze is wel goed opgeleid)? Een goede vertegenwoordiger van de PVV had erop gehamerd dat celstraf een betere vergelding was. Lilian Helder (na Wilders en Agema het hoogste aantal PVV stemmen) zei iets anders en gaf aan weinig te snappen van statistiek:
Abonneren op:
Posts (Atom)