Het valt op dat de aandacht van de
samenleving verschuift van de aandacht voor de gemiddelde burger die
goed bediend moet worden naar de uiteinden. Wie fraudeert moet
keihard aangepakt en als iemand ten onrechte keihard wordt aangepakt
is dat een schande! De aandacht gaat naar de uitersten. Daarbij kan de overheid niet leren van het bedrijfsleven.
Bedrijfsleven let goed op de uitersten met NPS score
Het sluit aan bij een trend in het
bedrijfsleven om alleen te kijken naar de uitersten. Het gaat dan om de Net Promotor Score. Deze score meet in welke mate een bedrijf wordt aanbevolen. De score kan lopen van 0 tot 10. De vraag luidt altijd hetzelfde, namelijk ‘Hoe waarschijnlijk is het dat je het bedrijf aanbeveelt bij vrienden of bekenden’. Je meet het cijfer voor de tevredenheid, laat vervolgens de 6, 7 en 8
weg en vergelijkt het aantal dat een 5 of lager geeft met het aantal
dat een 9 of hoger geeft. Is de NPS positief, dan zit je goed. De
NPS-score geeft veel sneller weer wat ingrepen in de dienstverlening
doen. Let op de uitersten en reageer daar op.
NPS score kan iets verbergen
De vraag is of dat niet onbedoeld
verkeerde bewegingen geeft. Bij een bedrijf kan het gunstig zijn dat
je klanten die je toch niet tevreden stelt negeert. Die kosten
mogelijk meer geld. Je richt je op de mensen die het bedrijf aan
anderen aanbevelen. Bij de overheid is dat anders. Mensen kunnen niet
uitwijken naar een andere aanbieder.
Ik heb de uitwerking van de NPS score
eens vergeleken. In een fictief voorbeeld laat ik burgers cijfers
geven voor de afhandeling door de overheidsinstantie en de vraag zou u onze organisatie aanbevelen aan vrienden en bekenden..
Reeks 1 (best aardig) voldoet aan de norm, NPS is
nul, niemand vindt het uitzonderlijk. De telefoon wordt bijvoorbeeld
niet snel en niet te laat opgenomen. De uitkering wordt terecht uitgekeerd of afgewezen. Er zijn geen problemen.
Reeks 2 (NPS belabberd) heeft NPS negatief en voldoet
niet aan de norm. De telefoon wordt te laat opgenomen, maar soms gaat
het prima. Omdat de onvoorspelbaarheid groot is en de helft
ontevreden is dit belabberd. Gemiddeld scoort de overheid hier wel
beter dan bij reeks 1. Dus de gemiddelde klanttevredenheid geeft een
ander beeld.
Reeks 3 en 4 zijn bijzonder. De NPS scoort goed. Hier zou
iets behoorlijk fout kunnen zijn gegaan. In reeks 4 zelfs met 30% van
de gevallen. De onvoorspelbaarheid is in Reeks 4 groter, in principe
is dat niet fijn voor klanten. Maar in veel gevallen wordt de
verwachting ver overtroffen. Het zou kunnen dat de verwachtingen
laag zijn, waardoor als het goed gaat de klanten extra tevreden zijn.
Gebruiken we de NPS dan zijn reeksen
drie en vier mooi: er zijn meer mensen die de dienstverlening en
afhandeling door de overheid aanbevelen dan mensen die er zeer
ontevreden over zijn. Maar hier kunnen mensen tussen zitten die ten
onrechte op de vingers getikt zijn of juist mensen die gepakt hadden
moeten worden en zeer tevreden zijn over de lankmoedige behandeling.
Reeks vier heeft de hoogste NPS-score: gemiddeld zijn de mensen
redelijk tevreden net als overal (6,21 bij reeks 1 en 3, 6,32 bij reeks 2 en 4) , maar de NPS is met +10% het hoogste.
De reeksen geven aan dat het nogal
wisselt welk doel je hebt als organisatie. Wil je iedereen netjes
behandelen (reeks 1, niemand echt ontevreden) dan is dat anders dan
als je hogere gemiddelde klanttevredenheid wilt (reeks 2 of 4) of als
je vooral veel zeer tevreden klanten wilt en ontevredenheid kunt negeren (reeks 4).
Politieke aansturing maakt het lastiger
Gaan we de politiek er bij betrekken,
dan wordt het lastiger. Is er veel maatschappelijke verontwaardiging
over fraude? Dan moet je extra streng zijn en wordt er dan iemand per
ongeluk slecht behandeld, dan is dat bijkomende schade.
Zo was de oplossing voor de fraude in de wortel de oorzaak van het toeslagenprobleem.
Ik wil aanpak
van fraude niet bagatelliseren, maar als bijvoorbeeld blijkt dat de “frauderende”
burger lager opgeleid is, dan moet je ook kijken naar de helderheid
van je eigen regels en brieven. De bijkomende schade is dus niet iets om te
bagatelliseren. Toch gebeurde dat. Ik heb de aandacht voor strengheid zonder de effectiviteit te bekijken wel eens aangekaart, toen een ambtenaar mij meldde: "Hein, zo werkt dat niet. Het gaat de top om het streng zijn, niet om de resultaten."
Maar ook als de klanten niet onrechtmatig worden behandeld kan er iets erg fout gaan. Want als de grote
meerderheid best tevreden is en soms zelfs erg tevreden, maar de
kleine minderheid die ontevreden is allemaal 80+, dan is er ook iets mis. Klanten die 80+
zijn, zijn vaak "bewerkelijker" bijvoorbeeld onhandig met ICT of minder
mobiel om even bij de zaak langs te gaan om het in een gesprek op te
lossen. Ze bellen vaker opnieuw en vergeten eerder wat er was gezegd. Mensen die bedrijven misschien liever kwijt dan rijk zijn. Kijk eens hoe banken ouderen behandelen, dan zijn mijn ervaringen als ik mijn tante of mijn moeder moet helpen niet goed. Het zijn tevens mensen die niet snel de barricaden opgaan,
dus zo lang de politiek het niet opmerkt, is het gedoe voor
ambtenaren om een oplossing te zoeken.
Dat is we op de uitersten letten is
eigenlijk goed nieuws. Blijkbaar gaat het bij de gemiddelde burger
redelijk. Maar de laatste restjes gaan nog niet goed. Heb je
1.000.000 klanten dan is die laatste 1% of 2% (10 of 20.000 klanten)
een probleem. Daarbij moet de overheid niet leren van het
bedrijfsleven maar kijken naar rechtmatigheid en rechtvaardigheid.
Volgende probleem
Het volgende probleem dat ik zie aankomen is maatwerk. Nu iedereen pleit voor maatwerk gaat het voordeel van de confectie verloren. Overal maatwerk bieden is heel duur, die kosten moeten worden opgebracht.
Zo is vaak een oplossing de oorzaak van problemen.