woensdag 23 september 2015

Tien ergernissen over de buurt, maar kennen we ook de tien blijmakers?

Gisteren kwam mijn tante langs. Ze had helaas niet het goede huisnummer bij zich en zocht of ze misschien een telefoonnummer had. Tot haar verbazing sprak iemand haar aan die haar zag zoeken en vroeg waar ze moest zijn. Toen m'n tante mijn naam noemde was de reactie meteen: “o, Hein en Jacobine, ja, die wonen daar op de hoek op nummer 1”. Het verbaasde mijn tante. Ons verbaasde het niets: iedereen kent elkaar in ons buurtje. Toch is het goed er eens bij stil te staan dat dat kennen van elkaar een enorme bijdrage levert aan de kwaliteit van de buurt. Lastig is wel: het verstoren van de buurt kan je als individu, het verbeteren van de buurt is een groepsproces.  

Openbaar groen en winkels, maar ook omgang met elkaar: groepsgedrag
Wat zijn die zaken die je blij maken over je buurt? Daar heeft de ruimtelijke ordening van je buurt wel iets mee te maken. De aanwezigheid van winkels in je buurt en voldoende openbaar groen leveren zeker een belangrijke bijdrage. Maar de belangrijkste bijdrage levert de omgang met je buren. Niet dat je de grootste vrienden van elkaar hoef te zijn: gewoon elkaar kennen en groeten is al heel mooi. Dat betekent tegelijk dat je een belangrijke bijdrage kunt leveren aan je buurt: groet je buurtgenoten. Toch is dat niet zo'n gemakkelijk recept: Het gaat er immers om dat de anderen ook groeten. Het gaat om groepsgedrag. Andere blijmakers zijn bewoners die rekening houden met elkaar, alerte buurtbewoners en sociale controle. Om de blijmakers in je buurt te krijgen of te behouden heb je een groepje nodig. Dat is, hoe burgerlijk het ook klinkt: burgerschap!

Ergernis wekken kan je in je eentje
Een ergernis in de buurt is veel gemakkelijker verzorgd. Dat hoeft maar één buurtgenoot te zijn. Neem de traditionele ergernis over hondenpoep. Deze staat nog altijd op nummer 1 van de ergernissen. Eén buurtgenoot is genoeg om dit voor elkaar te krijgen. Denk verder aan overlast door onbeschoft gedrag, het laten slingeren van vuilnis, vandalisme of te hard rijden. Het gaat hier dus over individueel gedrag.

Lang hebben we daarvoor de aanpak van dat individuele gedrag bij de overheid neergelegd. Dat is nu veranderd. Het viel de onderzoeker van ergernissen en blijmakers, Peter Kanne, op dat burgers vooral naar elkaar kijken en niet heel erg naar de overheid. "Van de ergernissen die een activiteit van bijvoorbeeld de gemeente of de politie behelzen, haalde alleen de 'afwezigheid van politie in de buurt' de ergernissen top tien. Terwijl veel meer van dit soort overheidsactiviteit werd voorgelegd". Dat betekent dat we ons meer realiseren dat het gedrag van onze buren met hun hond of hun auto niet in eerste instantie een verantwoordelijkheid van de overheid is.

Ergernissen hoeven niet altijd op te treden, maar blijven lang hangen. De mooie kanten besef je je soms niet meer.

Groen doen verbetert de buurt
Misschien is het gezamenlijk onderhouden van een stukje groen in je buurt daarom zo'n goed middel: je leert elkaar kennen, hebt een vast moment om te bekijken wat goed gaat in de buurt en je helpt elkaar er aan herinneren hoe je geboft hebt met je buurt. Toch goed om je bewust te zijn van de blijmakers in de buurt en daar met buurtgenoten af en toe over te spreken. Het kost even wat moeite, maar je krijgt er veel voor terug.

De Top 10 van Ergernissen
  1. Hondenpoep 
  2. Afsteken van vuurwerk
  3. Zwerfvuil
  4. Bewoners die zich onbeschoft/asociaal gedragen
  5. Te hard rijden
  6. Vandalisme
  7. Woninginbraken
  8. Afwezigheid politie/wijkagent
  9. Agressief gedrag
  10. Geluidsoverlast van buren

De Top 10 van Blijmakers:
  1. Aanwezigheid van winkels
  2. Bewoners die rekening met elkaar houden
  3. Bewoners die elkaar groeten
  4. Alerte buurtgenoten
  5. Voldoende Openbaar groen
  6. Bewoners die belangstelling tonen in elkaar
  7. Bewoners die elkaar helpen
  8. Aanpak woninginbraken
  9. Schone straten/geen zwerfvuil
  10. Sociale controle


P.S. Overigens is ook opvallend dat beleidsmatige zaken, of gemeentelijke keuzen die burgers direct kunnen beïnvloeden  (zoals voldoende parkeerplaatsen) als heel belangrijk worden gezien door de ambtenaar, terwijl de burger daar toch minder belang aan hecht.

dinsdag 15 september 2015

Een les uit 1955 voor wijkgericht werken

De blog toegepaste socialewetenschap verwees laatst naar de socioloog Jacques van Doorn (1925-2008), die in 1955, in een tijd van optimistisch modernisme, betoogde dat "de wijkgedachte" achterhaald was. De socioloog betoogde dat “de wijkgedachte” een morele ondertoon had. De wijkgedachte was niet gebaseerd op sociologisch onderzoek, maar op een "afgrijzen van het chaotische, mechanische en materialistische van de grote stad". De blog van Henk de Vos (lees dat interessante blog!) geeft aan dat het afscheid van de wijkgedachte een misvatting was.

Van Doorn probeerde de "romantische visie" uit te bannen dat de buurt nog een sociale functie zou kunnen hebben, stelt de blogger. Henk de Vos schrijft nu dat we, met een discussie in de Tweede Kamer over buurtrechten weer terug zijn bij de wijkgedachte. Er hoefde geen afstand genomen te worden van de sociale functie van de buurt, want “hoe anders is de feitelijke ontwikkeling geweest. Een ontwikkeling van alleen maar groeiende aandacht voor het sociale belang van de buurt. En voor het belang van sociale contacten voor welzijn en gezondheid

De wijk niet voor iedereen het (zelfde) integratiepunt
Toch doet hij daarmee Jacques van Doorn onrecht. Zo geeft Van Doorn bijvoorbeeld aan: “sterker dan men denkt, verschilt de positie van man en vrouw in de gemiddelde stedelijke woonbuurt”, hij geeft dan aan dat de wijk niet het integratiepunt van de man is, maar meer van de vrouw. Hoewel sindsdien de positie van de vrouw flink is veranderd, zien we nog steeds dat er verschillen zijn in integratiepunten. Niet alleen verschillen tussen mannen en vrouwen, maar ook tussen verschillende leeftijdscategorieën, status en zoals Van Doorn het noemt herkomstgroepen. Dat punt kan nog steeds gemaakt worden en is voor alle beleidsmakers, zeker ook die zich richten op de wijk een belangrijk aandachtspunt. Verschillende groepen wonen verspreid door de stad en vaak langs elkaar heen.

Tribalisering: niet een melting pot, maar een salade van groepen die niet mengen
Zo stelt toekomstkijker Adjiedj Bakas dat er een trend is “Van natiestaat tot nieuwe tribalisering”. Hij ziet verschillende 'stammen' die elk op een eigen manier willen wonen. Je zou met Van Doorn kunnen zeggen: er zijn verschillende groepen van mensen met elk hun eigen integratiepunt. Zo wonen senioren graag bij elkaar zonder teveel lawaai en stress van jachtige jongeren. Jonge gezinnen wonen ook graag bij elkaar in kindvriendelijke buurten. Singles en homo's wonen graag in centra van grote steden. Bakas stelt dan ook dat de multiculturele samenleving geen smeltkroes is geworden, maar dat Nederland een saladeland is: de diverse groepen worden niet gemengd, maar leven naast en door elkaar zonder met elkaar te versmelten.

Verschillende groepen in verschillende wijken
Dit verschil vraagt ook aandacht bij de communicatie door de gemeente. Wat voor mensen wonen er in de wijk, wat spreekt hen aan, hoe kunnen ze het best benaderd worden. In egale wijken zal dat ook redelijk lukken, maar soms leven binnen een wijk verschillende groepen naast elkaar. Het wijkbudget of het buurtrecht is dan niet iets dat logisch aansluit bij de opbouw van de wijk, maar probeert verschillende groepen bij elkaar te brengen om uiteindelijk samen te beslissen. En dat is een hell of a job! Ik merk in mijn eigen wijk dat het heel lastig is om een vorm te vinden die én de eerste generatie Nederlanders én de tweede generatie Nederlanders én de jonge 'autochtone' gezinnen en de ouderen aan te spreken. De vorm van besluiten, de beste vergaderplek, de manier van agenderen: alles is anders. Maar ook de interesse is verschillend! De een heeft een oriëntatie op de wijk, de ander op het werk of de geloofsgemeenschap. Dat is een mooie uitdaging en als het lukt verschillende groepen bij elkaar te brengen heeft dat een enorm goede uitwerking op de wijk. Simpel gezegd: iedereen wordt er gelukkiger van om mee te kunnen bouwen aan de eigen lokale omgeving.

Buurtrechten hebben ook een doel
De buurtrechten kunnen een mooie stap vooruit zijn om mensen meer greep te geven op hun eigen buurt. Maar het is ook een instrument waar we allemaal nog mee moeten leren omgaan. Het is ook niet voor iedereen een instrument dat vanzelfsprekend aansluit bij zijn eigen oriëntatie.

Het is dus een socialiserend instrument en probeert bij te dragen aan het debat met elkaar en aan de democratische gezindheid. Daar is niets mis mee, de RMO pleitte al jaren geleden voor het bevorderen van de democratische gezindheid. Maar wel goed om in gedachte te houden: niet elke groep heeft de wijk als oriëntatiepunt voor zijn leven. Soms is werk, de grote stad, de eigen religieuze groep of wat dan ook het belangrijkste oriëntatiepunt.

Meet de vooruitgang!
Het kan dus heel nuttig zijn om na verloop van tijd na te gaan of de doelen die we willen bereiken met de buurtrechten wel gehaald worden. Verbetert het inderdaad het leven in de wijk, worden de mensen er (zoals ik altijd stel) gelukkiger van? En blijkt het mogelijk door die verschillende oriëntaties heen te breken? Of is dat te hoog gegrepen?  

Nuttig om toch even de les uit 1955 erbij te halen.


donderdag 10 september 2015

De onkwetsbare samenleving

Vroeger had je nogal wel eens pech. Of niet alleen pech, maar een echte ramp, een drama. Nu is dat niet meer zo. Als een behandeling in het ziekenhuis niet lukt, is er een medische fout gemaakt. Vroeger kon het gebeuren dat iemand varkens houdt en doordat het aanbod toeneemt zijn prijs zo laag is dat hij de beesten met verlies moet verkopen. Nu heeft de overheid te gemakkelijk toestemming gegeven voor uitbreiding of in elk geval de indruk gewekt dat de prijs niet zou dalen. Als de beurs daalt heeft de centrale bank te weinig duidelijkheid gegeven over rentebesluiten. Natuurrampen zijn fouten van bouwers die in de verkeerde gebieden bouwen en grote bedrijven die niets doen om de klimaatverandering te stoppen.

We hebben geen pech, iemand anders faalt!

Ik wil niet de pech van een AZC dat in Libanon hoort
De logica dat je geen pech hoeft te hebben zorgt voor rare rechtzaken, maar draagt nu ook bij aan de reacties op vluchtelingen. Het idee is een beetje dat anderen het zo kunnen regelen dat wij geen last hoeven te hebben van vluchtelingen. Die kunnen toch gewoon in Libanon of zo terecht? Ook illegale arbeidsmigranten hoeven we hier helemaal niet aan te treffen. Laat ze in Griekenland en Hongarije maar wat beter opletten. Alsof we niet aan Melilla kunnen zien hoe moeilijk dat is.
Spaanse enclave Melilla in Marokko
En hoe kan de IND nu zo dom zijn het verhaal van iemand geloven dat achteraf helemaal niet waar blijkt te zijn? Fouten maken mag niet meer, je bent schuldig en als je schuldig bent moet je boeten!

Onkwetsbare samenleving is een dode samenleving
Het klinkt mooi als pech uitgebannen is en altijd iemand de schuld kan krijgen. Maar door die aandacht op de schuld van anderen leren we weinig. Er is een soort onuitgesproken idee van onkwetsbaarheid. We horen in principe onkwetsbaar te zijn, daar betalen we immers belasting (etcetera) voor? Toch is ongemak en kwetsbaarheid die we ervaren vaak het begin van een nieuwe uitvinding en economische groei. Een onkwetsbare samenleving is uiteindelijk een dode samenleving. Het tegendeel van een samenleving die kwetsbaar is is niet een onkwetsbare samenleving, maar een samenleving die sterker wordt van pijnlijke gebeurtenissen, die er mee leert omgaan en nieuwe uitvindingen doet.

Nederland en de kracht van kwetsbaarheid
Nederland was bij uitstek een kwetsbare samenleving: het water moest gereguleerd worden, je moest samenwerken om droge voeten te houden. Als bij overstromingen steeds de schuld bij anderen gelegd werd zou Nederland niet bestaan. Of denk aan de periode voor de Gouden Eeuw. Nederland werd overspoeld door vluchtelingen die vanwege hun geloof vervolgd werden. Zonder massamigratie was de Gouden Eeuw hoogstens een bronzen tijdperk geweest. Of neem de Industriële revolutie in Engeland. Toen was er een massamigratie van het platteland naar de stad. Er waren te weinig huizen, er was geen goede hygiëne, er waren ruzies en er was veel, heel veel overlast. De poorten sluiten of de grenzen sluiten zou rust hebben gebracht, maar ook veel minder welvaart dan we nu hebben. De grootste financiële instellingen zijn gebouwd op het omgaan met pech. Het zijn vaak ook nog door gewone mensen opgerichte coöperaties!

Niet een ander ervoor aanklagen maar de handen uit de mouwen: dat zorgt dat er wat gebeurt! Dat is de vreemde kracht van kwetsbaarheid.

Juist de kwetsbare samenleving en de zorg om dan verbetering te zoeken brengt voorspoed. Voorkomen is beter dan anderen de schuld geven. Wachten tot anderen geen fouten maken of andere landen wel voor een oplossing zoeken helpt niet. Natuurlijk moeten we zorgen dat er geen miljoenen vluchtelingen komen, maar wat een geklaag over die 8000 vluchtelingen! Het is even ongemakkelijk voor ons, maar we zorgen dat we ermee dealen.



P.S. Natuurlijk zijn er heel veel mensen die wel moeten leven met pech of die een drama meemaken. Het gaat mij om de houding die steeds vaker in de media doordringt.