zaterdag 24 oktober 2020

Slechte discussie verdrijft goede discussie op internet

 

Gisteren in de Vooravond zag ik opnieuw de video van Angela Markel.  Taal is de voorloper van handelen zegt Merkel. "Let op taalgebruik. Want taal is voorloper van het handelen. Eens de taal de verkeerde kant is opgegaan, gaat ook het handelen zeer snel de verkeerde kant op. En dan is ook het geweld niet meer veraf. Zorgzaam omgaan met taal is door de digitalisering en de sociale media niet bepaald eenvoudiger geworden. Toch moet men net daarom ook zeer voorzichtig omgaan met woorden." (Het is al wat ouder, uit september)

Op TV was iedereen natuurlijk vol bewondering voor Merkel en Frits Spits voegde er aan toe dat mooie woorden een goede tegenhanger zijn van de lelijke scheldpartijen die je kunt krijgen na een post op social media die mensen niet zint. 

Spits zit er volledig naast. 

Hij negeert de Wet van Albeda over discussie "Slechte internetdiscussie verdrijft goede discussie". 

Ga maar na. Je probeert op internet een goede discussie te voeren. Dat lukt in eerste instantie ook. Maar iemand gaat schelden, negeert feiten, beledigt iedereen. Wat doe je? Je vertrekt omdat je wel wat beters te doen hebt. In de werkelijke wereld zou een voorzitter allang een microfoon hebben uitgezet of de aanwezigen bij de discussie herkennen de persoon en kijken hem met de nek aan daarna. Andere start: je komt in een discussie terecht met scheldpartijen en feiten doen er niet toe. Wat doe je? Je hebt wel wat beters te doen. Degene die beledigt en scheld heeft juist altijd succes! Het eind is altijd de stijl van beledigingen. 

Overigens kun je daar aan toe voegen: woede overvleugelt alle emotie. Kijk naar wat geretweet of opnieuw gedeeld wordt op Facebook. Het is onderzocht: woede wordt vaker gedeeld. Om het in corona-termen te beschrijven: woede is besmettelijker dan vreugde. De kans dat woede (rood) gedeeld wordt is groter dan vreugde (groen), verdriet (blauw) of afschuw (zwart). Dat zal ook wel evolutionair bepaald zijn. Bij discussies in de werkelijke wereld zou je bij woede eerder proberen om iemand even te laten kalmeren.  


Droevig nieuws: slechte discussie verdrijft goede discussie. Woede is besmettelijk. En dit alles gaat hard op Facebook. 

Vroeger moesten mensen leren vergaderen. Daarom moet je bij vergaderingen eerst allemaal je wapens inleveren. Later leerden we ons te beheersen. Wie dat niet kon werd uitgesloten. Misschien moeten we nog leren om ons te beheersen. YouTube en Facebook hebben wat te doen. 


Hier de woorden van Angela Merkel


maandag 14 september 2020

De nieuwe verhalen brengen geen balans

Het is niet te geloven wat je soms tegen komt op Facebook. Neem QAnon. In een notendop komt het erop neer dat de Democratische Partij een deep state (staat binnen een staat) vormt, die als doel heeft om president Donald Trump omver te werpen. Dit wordt verbonden met verhalen over Bill Gates die chips gaat injecteren met zijn vaccins, met corona waar allang een vaccin voor klaarligt. Met pizzeria's waar in de kelder pedofielen feesten houden en kinderen misbruiken. Met buitenaardse wezens die ons besturen. De krachtige boodschap is dat je de elite en de staat niet meer moet vertrouwen en zelf (liefst op basis van Facebook-berichtjes) tot een oordeel moet komen.

Verhalen zijn niet nieuw en waren altijd krachtig

Vroeger hadden we ideologieën met krachtige boodschappen. Het is de schuld van het kapitaal, de sigarenrokende kapitalist was de grote uitbuiter, internationale solidariteit de oplossing voor de toekomst. De rijkaard leeft zelfzuchtig voort, tot ‘t merg wordt d‘arme uitgezogen. en zijn recht is een ijdel woord. Maar de internationale zal morgen heersen op aard. Er is een plicht tot internationale solidariteit. Of de mens is onbekwaam tot enig goed en geneigd tot alle kwaad uit de Heidelbergse Catechismus. Bij het christelijke verhaal is ook een toekomstige beloning, in het hiernamaals. En er is een plicht om goed te doen en je naaste te helpen. 

Bij de liberalen was het verhaal vager: de onzichtbare hand zou er voor zorgen dat alles goed zou komen. Maar kijken we met meer aandacht naar Adam Smith die de onzicdhtbare hand als principe introduceerde, dan zien we ook bij hem meer. In de Theory of Moral Sentiments beschrijft Smith dat mensen, door zich in de ander te verplaatsen, waarnemer worden van hun eigen gedrag. Wij stellen ons voor hoe de ander aankijkt tegen ons eigen gedrag. Dit sentiment is door god gegeven en juist de balans tussen sympathie voor de ander en de onzichtbare hand leidt tot welvaart. Wie Adam Smith vertaalt naar “Greed is good”, doet hem dus geen recht. Dat doet wel wat afbreuk aan zijn verhaal en wordt daarom maar al te graag vergeten.

Ideologieën hadden wel een consistent verhaal

Het opvallende aan de ideologieën is dat het ook verhalen waren die vroegen om oplossingen en waarbij zelfdiscipline en het je houden aan regels ook hoorde. In de internationale wordt gepleit voor gelijkheid, plichten bestaan (- als ook recht gegeven wordt). In het christelijke verhaal staan de tien geboden. De verhalen van Jezus en wraak overlaten aan God. In de verhalen van het liberalisme staat de vrijheid van de een die beperkt wordt door de vrijheid van de ander en de plicht je in te leven in de ander. Eigenlijk zijn de ideologieën met al hun beperkingen gericht op een betere ordening in de samenleving. 

Ze bieden naast verhalen die mensen in beweging brengen ook oplossingen. 

In de loop der tijd kregen verhalen en ideologieën een kwade reuk. Want was er wel een gedegen onderzoek? Klopte de aannames wel? Het geloof in verhalen werd meer een geloof in wetenschap. 

Geloof in wetenschap was ook niet houdbaar

Ook de wetenschap heeft niet op alles antwoorden en de verhalen zijn veel minder aantrekkelijk. Er is geen heldere schurk, geen duidelijke held die puur en goed is. Bovendien waren ook de wetenschappers geneigd tot alle kwaad getuige gesjoemel om een mooie theorie te kunnen “bewijzen” en banden met industrie die zorgden wel eens dat onderzoeken gunstig uitkwamen voor de industrie. Zo ontstond een nieuw verhaal: als een wetenschapper pleit voor een medicijn, dan zegt hij dat omdat hij aan dat pleidooi geld verdient. 

Balans is verdwenen

Het opvallende aan de nieuwe verhalen is dat de balans weg is. De staat verdrukt, de wet is logen, dat kom je net zo goed tegen bij teksten van complotbeweging Qanon als bij de oude socialisten. Nu heet het the deep state. De ideeën over de elite komen overeen met de ideeën over vroegkapitalisten. Zij het dat er aan toegevoegd wordt dat het satanaanbidders zijn die pedofielennetwerken beheren. Alle fouten en pijnlijke ervaringen worden uitvergroot, want dat zijn aansprekende verhalen. Maar een pleidooi voor gelijkheid en recht voor iedereen kom je bij QAnon niet tegen. Hoogstens dat Trump de oplossing is, meer in het algemeen de sterke man. 

Daarmee lijken deze nieuwe verhalen een behoefte om terug te keren naar een oertijd waarin groepen geleid worden door de alfa-man en dromen over vrijheid, gelijkheid en broederschap niet aan de orde zijn. 

Aan de linkerzijde zie je dat minder, maar ook daar kan het persoonlijke verhaal krachtig gebruikt worden om inleving in de ander tegen te gaan. Ik zocht eens op hoeveel geweld er tegen agenten gebruikt wordt en of dat is toegenomen. Dat is gewoon niet te vinden. Want dat verstoort het verhaal van de foute politie. Het gaat om goede mensen tegenover ultieme slechteriken. 

Persoonlijke verhalen om aandacht te vragen

Het zijn ook vaak de persoonlijke verhalen die ons doen opletten. Dat betekent dat de nieuwe verhalen zonder balans of toekomstgedachte ons alle kanten op kunnen sturen. Een verhaal van een homo die in elkaar geslagen wordt door iemand met een kleurtje leidt zo tot woede op alle mensen met een kleurtje. Maar een verhaal van een homo die in elkaar geslagen is door een gewone witte jongeman leidt niet tot dezelfde woede, want dat past niet in het simpele concept van good guys en bad guys. Daarom worden verhalen verfraaid of zelfs gewoon uit de duim gezogen. 

Verhalen met een toekomstrichting

Waarom blijven de krachtige verhalen wel, maar is de disciplinering en het pleidooi voor eerlijkheid en gelijkheid weg? Een verklaring ligt in het uit de weg gaan van het gesprek met anderen. Als je met anderen in gesprek gaat, merk je de nuance en merk je dat het nodig is helder te maken wat je wilt in de toekomst. Op sociale media kun je dat gesprek uit de weg gaan. Je kunt anoniem schelden en het gesprek verstoren met scheldpartijen, dat gebeurt dan ook geregeld. In de werkelijke wereld kan dat minder gemakkelijk. Het is ook waarom ik ondanks de lastige gesprekken erg ben voor meer lokale democratie en gezamenlijk praten over problemen en toekomstwensen. Je ontdekt gezamenlijke zorgen en gezamenlijke wensen. Je leeft je vanzelf in in de ander en krijgt begrip. 

Daar hoop ik dan op. Je inleven in de ander zorgt voor meer balans. 


maandag 31 augustus 2020

Hoed u voor een eensgezinde roep om een sterke overheid

Als alle partijen zich voorbereiden op hun partijprogramma en iedereen spreekt over de sterke overheid die nodig is, dan moet je je eens stevig achter de oren krabben. Wat gaat er mis? Ik herinner mij de vorige periode dat alle partijen het eens waren. Toen was het liberalisatie. Daar zaten goede elementen in van analyse over wat er gebeurt als er geen goed mechanisme is om te kijken naar wat klanten willen en te kijken of een bepaalde dienst goedkoper kon. Maar al snel werd het een instrumentenkoffer voor beleid die slechts één instrument bevatte: liberalisatie!

Vergeten zijn argumenten voor en tegen
Voor goed gereguleerde concurrentie was veel te zeggen. Bij de telecommunicatie kwam er veel innovatie los en werd er meer op de kosten gelet. Bij de post werd er ook meer op de kosten gelet, maar toen ik voor de Consumentenbond aandacht vroeg voor het monopolie op post tot 20 gram, was dat vloeken in de toen liberale kerk. Het is veel efficienter om één postbode met een volle tas de ronde te laten doen, in plaats van twee postbodes met elk een half lege tas. Ook vroeg ik aandacht voor de positie van de NS die feitelijk een monopolie moet hebben op de grote lijnen rond de randstad. Argumenten bleken echter niet meer te helpen. De hele politiek was in de ban van de markt. Natuurlijk was er een partij als de SP, maar die was dan weer principieel tegen de markt en voelde weinig bij termen als inefficient werken en gebrek aan mechanismen om te reguleren.

Waar is de rol van de samenleving en burgers?
Nu is iedereen dus voor de sterke overheid. Wat valt op:

  • het eerste wat opvalt is dat het gaat om markt of overheid. Er is weinig aandacht voor succesvolle organisaties die je eerder maatschappelijk kunt noemen. Denk aan bijzonder onderwijs met prima resultaten en denk aan de woningcorporaties. Ja, er gaan dingen mis in het bijzonder onderwijs en in de wereld van corporaties, maar globaal gesproken hebben we beter onderwijs en betere huurwoningen voor minder geld.

  • Het tweede wat opvalt is dat er geen analyse meer is wanneer welk mechanisme het beste werkt. Je kunt het hebben over concurrentie om de klant, maar hoe gaat dat als je een huis moet huren: je gaat niet als bij de supermarkt rondkijken, dan eens hier huren en dan eens daar. Je hebt weinig keuze en je weet weinig over de werkelijke kwaliteit. Dat zelfde gaat overigens op de voor zorg. Zo was ik vanochtend bij de tandarts en ik heb opnieuw geen flauw idee of die duur is, kwalitatief onder de maat is, onnodige behandelingen doet of juist prima werkt levert tegen een redelijke prijs. Toen ik eens contact hierover opnam met mijn verzekeraar werd mij niet duidelijk of ik beter naar een andere tandarts kon (als daar al plek was). Dan is een actievere rol van de overheid of de verzekeraar meer voor de hand liggend dan voor de klant. Is de overheid dan automatisch beter dan de verzekeraar? Ik denk het niet. En bij die supermarkt moet de overheid het toch ook niet overnemen? Moeten we weer terug naar één PTT?

  • Het derde wat onduidelijk is: in hoeverre kan de samenleving een rol in het toezicht krijgen en kan de samenleving die rol spelen. Ouders weten best veel over de school en kunnen in samenspel met de Onderwijsinspectie goede invloed uitoefenen. In welke sectoren is toezicht van klanten goed mogelijk en in welke niet? Waar moeten experts kijken? Waar kunnen burgers dat veel beter? Waar ligt collegiaal toezicht meer voor de hand en waar de overheid? (zie schema)

Is de overheid het wondermiddel?

Nu iedereen pleit voor een sterke overheid, is het denken stil blijven staan in de afkeer van uitwassen van het liberalisme. Die afkeer deel ik: Hoge verdiensten zonder veel meerwaarde, uitbuiting van machtsposities, niet kijken naar wat de samenleving nodig heeft, maar waar het meeste geld mee te verdienen is. 

Maar is dan de overheid de oplossing? Wat is de rol van de samenleving, wat is de rol van maatschappelijke organisaties? Op welke manier houden we de kosten in de hand? Wanneer besluiten we dat het aanbod veranderd moet worden? Doet de Belastingdienst het zoveel beter als de oekazes van de politiek komen om strenger te zijn of juist meer maatwerk te bieden? Moeten verzekeraars ook door de overheid gerund worden?

Ja een sterke overheid! Maar dat is slechts een beginnetje. Waar willen we dat? Waar niet? Welke vorm van toezicht? Voor welke prijs? Welk mechanisme zorgt voor aanpassing van de werkwijzen?