dinsdag 31 maart 2026

Grip op AI voor gemeenteraden

Onlangs mocht ik een bijeenkomst bij BMC  bezoeken over ‘Grip op AI voor rekenkamers’. Ik vond het lastig, want het gebruik van AI is zich nog aan het ontwikkelen. Inmiddels merkt vrijwel iedereen hoe handig het is. Maar er dringt ook door dat er nadelen verbonden zijn. AI blijkt te hallucineren, citaten te verzinnen. Ik las laatst dat een docent altijd zijn leerlingen vroeg om creatieve oplossing voor een probleem te vinden. Daar kwam vroeger heel veel uit. Met AI blijkt daar weinig uit te komen: heel veel leerlingen komen met precies de zelfde AI-oplossing. En we hebben inmiddels ervaring met algoritmen die vooroordelen hebben, hoe zorg je dat je er achter blijft komen dat vooroordelen een rol spelen?

BMC benoemde Kennis over AI als eerste succesfactor. Het bureau had onderzoek gedaan en de deelnemende gemeenten die veel technische kennis en capaciteit in huis hebben, zijn gemakkelijker in staat om zelf AI-projecten op te zetten. Het verhogen van bewustwording en geletterdheid op het gebied van AI en algoritmen kan bijdragen aan een verantwoorde inzet

Uiteindelijk kwamen bij mij vooral vragen op. Hoe gaan raadsleden er mee om? Moet je een programmeur worden om je controlerende taak uit te voeren? Zeker niet! Juist niet! Ondanks de succesfactor die BMC aangeeft dat technische kennis veel helpt. We hebben niet voor niets lekenbestuur en de kaders worden niet door experts gemaakt. Gebruik de inhoudelijke hulp, maar blijf zelf aan het roer. Hier zijn drie vuistregels voor de bezorgde volksvertegenwoordiger.

1. AI is een middel, geen doel op zich. Waar is het gebruik van AI een oplossing voor? Voor standaardtaken zoals controleren of een aanvraag correct en compleet is? Dat kan heel handig zijn. Ook als raadslid heb je er veel aan. Gebruik AI om de bergen informatie die op je afkomen als raadslid te filteren, maar blijf zelf degene die de politieke weging maakt: dat is je hoofdtaak.

2. Wees alert op de 'Black Box' en Bias. We zagen dat AI best veel standaard voorbereiding kan doen. Maar tot waar gaat dat? Om van het begin tot het eind een aanvraag te behandelen en goed of af te keuren? Dat gaat te ver. Als de algoritmen vooroordelen bevatten, neemt de computer die klakkeloos over. Dit kan leiden tot onbedoelde discriminatie, bijvoorbeeld bij de controle op fraude of het toekennen van subsidies.

3. Omarm de kansen. Heel veel maatwerk verdwijnt uit het zicht door standaardtaken. AI zou juist kunnen helpen om meer tijd vrij te maken waar het er toe doet. Als raadslid bijvoorbeeld om contact met mensen te houden. Minder bureaucreatie en snellere reactietijden betekenen meer tijd voor wat er écht toe doet: contact met de inwoners. Maar blijf kritisch: de vraag blijft of AI niet juist de afstand tussen burger en overheid vergroot door processen verder te dehumaniseren. Kijk hoe AI de publieke waarden ondersteunt in plaats van ondergraaft.

Kaders voor AI?
Hoe moet je nu als rekenkamer naar AI kijken? Dat vond ik voor zo'n zich nog steeds snel ontwikkelende techniek lastig. Misschien is de eerste stap om te kijken of de gemeenteraad gesproken heeft over de kaders voor Artificial Intelligence.

  • De greep die het bestuur er op heeft met helderheid waar welke verantwoordelijkheid ligt. Is dat duidelijk?
  • Zijn de risico’s in beeld en is bekend welke toepassingen er zijn en welke risico’s die hebben?
  • Zijn de ambtenaren getraind om de juiste vragen te stellen en herkennen ze de zwaktes van AI (hallucineren, vooroordelen)?
  • En is er een veilige omgeving om over het gebruik en mogelijke gevaren te praten?
  • Is bekend hoe leveranciers AI gebruiken en zit je vast aan één leverancier als je een AI toepassing kiest? 
  • En natuurlijk: de samenleving. Worden inwoners geïnformeerd over AI en worden ze betrokken? Is het gebruik transparant en kan je in beroep gaan?

Ik maakte een test voor deze vragen: hier

Bedenk wel: De test kan een eerste stap zijn, maar de echte uitdaging zit in de handhaving van die kaders wanneer de techniek de regelgeving inhaalt. Als Rekenkamer dat onderzoeken lijkt mij nog een flinke stap extra. Daar ben ik nog niet uit.


P.S. Misschien tevens een vraag: als gemeenten de test gebruiken, kunnen de uitkomsten dan gedeeld worden met mij? Dan kan er een overzicht ontstaan van de verschillende gemeenten!

donderdag 26 maart 2026

Fusie GroenLinks PvdA tot Progressief Nederland, en nu?

De fusie van GroenLinks en PvdA is rond, er is een nieuwe naam en de partij is bij de gemeenteraadsverkiezingen vaker de grootste geworden dan vier jaar geleden. En nu? Wat te doen, nu de fusie geen aanleiding is voor groei? Die naam gaat dat niet brengen. En aangezien de term uit het bedrijfsleven komt, wat zouden bedrijven doen bij zo’n fusie? De fusie heeft al plaatsgevonden, dus de lessen van gemankeerde fusies (begin met het Waarom) slaan we over

 De les uit de recente ontwikkelingen, bedrijfsleven en het verleden is dat schaalvergroting door fusie geen garantie is voor succes. Uiteindelijk zal de nieuwe partij meer kiezers moeten aanspreken èn moeten beseffen waarom de tijd van grote partijen voorbij is. Je merk moet meer fans krijgen. Wat zou de partij dan kunnen doen?

Ik hoor veel over "echt links" en zo. Mij zegt dat eigenlijk weinig. Ik zie juist dat partijen een authentiek en eigen profiel moeten hebben. "We zijn links" brengt niet per se stemmen op, "progressief" overigens ook niet. 

De naam Progressief Nederland is pas wervend als duidelijk is waarom mensen zich graag verbinden aan Progressief Nederland!

Waarom gaan mensen zich verbinden?
Hier zijn 8 lessen van het bedrijfsleven waar elke middenpartij wat aan kan hebben:

1. Besef dat de tijden van de grote dominante partijen voorbij zijn. De “grootste partij” in het parlement is kleiner dan ooit. De strategie is dan ook niet om deze realiteit te bestrijden met een poging tot het creëren van een nieuwe "grote" partij, maar om als middelgrote partij een zo groot mogelijk, herkenbaar en betrouwbaar eigen blok te vormen binnen dat gefragmenteerde landschap.
(Bedrijven zouden zeggen: Schaal wordt minder belangrijk dan merkhelderheid en klantloyaliteit)

2. Zorg dat je als partij gezien wordt als de echte eigenaar van dat thema: de issue-owner. Zoals de VVD dat altijd probeert met de auto, de PVV met asiel en anti-buitenlanders, FvD ook met asiel en behoud van “blank Nederland”. GroenLinks had dat alleen rond milieu. D66 won dan niet per se op inhoud, maar op presentatie. In een gefragmenteerde markt helpt een positieve, daadkrachtige en sympathieke uitstraling. D66 is een conjunctuurgevoelige partij met een enorm beweeglijke kiezersgroep: van Himmelhoch jauchzend, zum Tode betrübt. CDA kwam terug met redelijkheid en gematigdheid. Maar let op: ook het CDA haalt niet meer de aantallen uit de jaren 80.
(Bedrijven zouden zeggen: waar zit onze USP (unique selling proposition) en waar zijn we echt dominant?)

3. Wil je veel stemmen halen, dan moet je ook aansprekend zijn bij de middengroepen. Ook de middengroepen zoeken naar zekerheid rond de verzorgingsstaat die vooral PvdA en CDA opbouwden. De middengroepen hebben net als de onderlaag van de samenleving behoefte aan gelijkwaardigheid, zeggenschap en kansengelijkheid.
(Bedrijven zouden zeggen: we willen geen nicheplayer zijn, middengroepen zijn onze core-business.)

4. Ga niet alleen voor geld. Dan ontstaat er concurrentie die je niet per se wint. Misschien biedt de VVD de middengroepen meer, misschien biedt de SP de mensen aan de onderkant meer. Ga voor de greep op het eigen leven, omgeving, werk en gezondheid! Dat past bij de vaak emancipatoire kant die de PvdA bracht en past meer bij deze tijd waarin na jaren van liberaal beleid de onzekerheid toegenomen is.
(Bedrijven zouden zeggen: wat is de beleving bij ons product?)

5. Laat je niet alleen leiden door de thema’s die anderen aandragen, zorg dat je met voelsprieten in de samenleving op tijd nieuwe thema’s agendeert. Kiezers willen hun angsten en zorgen terugzien, maar ook binnen een vertaling die hen aanspreekt en verbind met een partij. Dat kan leiden tot nieuwe thema's en tot nieuwe manieren van politiek bedrijven.
(Bedrijven zouden zeggen dat productinnovatie nodig is om te overleven)

6. Haal meer uit samenwerking. Dat er geen grote partijen zijn, wil niet zeggen dat er geen goede samenwerkingscombinaties te vormen zijn. Afspraken rond onderhandelingen kunnen helpen om de invloed uit te breiden.
(Bedrijven zouden maar al te graag marktafspraken maken, maar dat mag niet).

7. Blijf ook bedrijfsmatig naar efficientie kijken. Wat kun je als middenpartij beter doen dan twee wat kleinere partijen? Denk aan steun aan lokale bestuurders en raadsleden, denk aan mobiliseren van mensen voor actie buiten het parlement en kijk naar betere communicatie met je leden en je kiezers via je eigen communicatielijnen. Wat is je online strategie nu je daar per lid veel goedkoper aan kan werken?
(Bedrijven zouden zeggen, waar zit onze efficiencywinst waardoor we beter en/of goedkoper zijn?)

8. Blijf bij het idealisme. Een partij die gaat voor de macht maar zonder concrete idealen heeft zijn functie verloren. Progressief klinkt mooi, maar vergeet niet voor het ideaal te blijven gaan, anders ben je inwisselbaar voor welke andere partij dan ook.
(Bedrijven zouden blijven kijken naar hun missie).

Een nieuwe naam is mooi, maar wat gaat de echte aansprekende vernieuwing en de strategie worden?

donderdag 19 maart 2026

Whatever the problem, community is the answer?

Helpen burgerberaden, participatieverordeningen met burgers ontwikkeld, uitdaagrechten, burgerbegrotingen en burgeraudits tegen de golf van steun voor autocratische tendenzen? De angst is steeds dat de democratie afbrokkelt, ik hoor vaak dat het antwoord is: meer democratie. Gaat dat inderdaad helpen? En: moet dat met deze innovatieve methoden?

Whatever the problem, community is the answer!
“Whatever the problem, community is the answer” is de leus van Meg Whaetley die in de kringen van participatiefans nogal rondzingt. Wat het probleem ook is, de gemeenschap is het antwoord! Ik weet dat het rondzingt omdat ik zelf fan ben van participatie, maar van deze uitspraak krijg ik altijd de kriebels. Dat gaat geen dijken vormen tegen de afkalving van de democratie.

Er zijn veel gemeenschappen
Probleem is: De gemeenschap bestaat niet, er zijn heel veel gemeenschappen met steeds minder mensen die de verbinding verzorgen tussen de gemeenschappen. Het is eigenlijk het spiegelbeeld van - en net zo verkeerd als - de mensen die steeds spreken over “het Volk wil dit of dat niet”. Er is niet één gemeenschap met één wil. In een wijk bestaan vele, soms overlappende gemeenschappen: ouderen die de wijk zien veranderen, jonge gezinnen die een leven opbouwen, ondernemers die ruimte willen om te ondernemen, nieuwkomers die hun plek moeten vinden. Wat voor de één de oplossing is, kan voor de ander een probleem zijn. De uitspraak verdoezelt machtsverschillen en tegenstellingen. En kijk naar de ouderen en zie binnen zo’n groep de grote verschillen. De 'gemeenschap als oplossing' kan zo de stem van de luidste of meest georganiseerde groep zijn, ten koste van een stille minderheid of afgehaakte groepen.

Theoretisch opgeleiden oververtegenwoordigd
Theoretisch opgeleiden en mensen met meer sociaaleconomische middelen zijn vaak oververtegenwoordigd bij participatiebijeenkomsten en initiatieven vanuit “de gemeenschap”, terwijl in demonstraties waarin woede tot uiting komt mensen komen die zich niet op een participatieavond vertonen. En dat is nog niet genoeg. Om de representativiteit te toetsen vergeet men vaak dat de groepen waar we deel van uitmaken – zoals familie, vrienden, collega’s, buurtgenoten en gelijkgestemden – richting geven aan wat we belangrijk vinden, hoe we ons gedragen en hoe we onszelf zien. Dan helpt het niet altijd om te zien of er praktisch opgeleiden aan een burgerberaad meedoen om te zien of de groep representatief is.

Framing
Ondertussen hebben sociale media een grotere invloed op meningen en gedachten. Wie door algoritmen steeds criminaliteit van bepaalde groepen langs ziet komen, vertrouwt niet meer op de wetenschapper die zegt dat het anders is. Alle asielzoekers worden op een hoop gegooid met veiligelanders (die inderdaad oververtegenwoordigd zijn in de criminaliteitscijfers). Ook de gedachte dat geen ander land meer asielzoekers opvangt dan Nederland wordt zo vastgezet in de hoofden. Of juist het tegenovergestelde: wie alsmaar vriendelijke asielzoekers ziet denkt dat asielzoekers niet zijn oververtegenwoordigd in de criminaliteitscijfers. En dan hebben we het nog niet eens over bewust verdraaien van feiten door politici die hun aanhang kunnen ophitsen.

Meer dan vroeger is er affectieve polarisatie
Met elkaar in gesprek gaan dan maar? Van dialoog tussen verschillende groepen is al lang geen sprake meer. Misschien wel het meest lastige probleem is wat affectieve polarisatie heet. Affectieve polarisatie is het proces waarbij burgers met tegengestelde politieke of maatschappelijke standpunten elkaar steeds negatiever gaan bejegenen, gekenmerkt door sterke emoties, antipathie en wantrouwen. Het gaat minder om inhoudelijke meningsverschillen en meer om het emotioneel afzetten tegen de 'andere groep' (wij-zij-denken).

Het representatieve Nederlandse systeem stelt zoeken naar consensus centraal. Met name de stemmers op populistische partijen scoren in hun oordeel over andere partijen duidelijk negatiever over de kiezers van andere partijen en dat negatieve oordeel is wederzijds. De groepen die populistisch stemmen zullen dan ook minder gemakkelijk in gesprek gaan met de andere groepen door die wederzijdse polarisatie. Wanneer de negatieve waardering toeneemt zal de bereidheid om compromissen te sluiten afnemen: kiezers zullen er geen begrip voor hebben. Dat zagen we terug bij de populistische houding van de VVD in de hoop om stemmen te winnen van rechtspopulistische partijen. De meeste kiezers steunden uitsluiting van GroenLinks PvdA niet, maar de kiezers van de VVD en rechtser juist wel.

Het bestrijden van emoties met argumenten?
Eigenlijk blijft het idee van meer democratie hangen in de gedachte dat de democratie zo goed is dat alle wantrouwen overwonnen wordt met democratie. Een soort “we leggen het nog een keer uit aan de mensen die voor de sterke leider zijn”. Dat idee ontkent hoe diep de combinatie van wantrouwen in het systeem en geloof in krachtige leiders werkt. Het heeft weinig zin om emoties te bestrijden met argumenten. De korte quote over “de Tsunami van asielzoekers” overwint altijd het doorwrochte betoog over de aantallen, het belang van solidariteit, internationaal recht en menselijkheid. De Tsunami geeft het beeld van een niet tegen te houden golf die alles zal wegspoelen. En dat valt bij specifieke groepen in een vruchtbare bodem!

Grip en doordacht sociaal beleid
Grote groepen burgers hebben weinig gevoel van grip op hun leven en hebben te maken met groeiende onzekerheid, gaf de WRR aan in het rapport Grip. Deze onzekerheid gaat over veel meer dan een laag of onregelmatig inkomen. Ze gaat ook over zorg, wonen en leefomgeving. Een gevoel dat hun persoonlijke controle bedreigd wordt (achteruit gaat) leidt tot meer geloof in sterke leider, meer polarisatie en meer geloof in complotten (omvolking, vaccins). Daar spelen populistische partijen dus perfect op in. Deze mensen zullen ook eerder geneigd zijn tot het aanwijzen van zondebokken. hier 

Zet je alles op een rij dan is er geen reden te denken dat op participatiebijeenkomsten veel kans is op een echte dialoog. Even los van het feit dat het goed is om beter naar elkaar te luisteren om elkaar te begrijpen, in plaats van om een discussie te winnen.

Het beste medicijn is mensen greep geven op het eigen leven rond wonen, werk en inkomen om vervolgens minder onzeker te zijn en ruimte te krijgen om vertrouwen op te bouwen in de overheid en de democratie. Doordacht sociaal beleid dus!

Het vraagt niet een paternalistische overheid die alle onderzekerheid weghaalt. Maar het vraagt wel om sociaal beleid en een democratie die ook gaat over economische democratie (grip op je werk), grip op je gezondheid, veiligheid en bestaanszekerheid. 

Dat is een veel beter medicijn dan burgerberaden, participatieverordeningen, uitdaagrechten, burgerbegrotingen en burgeraudits.



donderdag 12 maart 2026

Gemeenteraad: spreek een zelfevaluatie af

De gemeenteraad, waar we volgende week voor stemmen, is het hoogste democratisch gekozen orgaan van de gemeente. Deze is vergelijkbaar met een algemeen bestuur. Tegelijk heeft de gemeenteraad als toezichthouder ook een soort rol als raad van commissarissen. Natuurlijk zijn er verschillen: het stemmen door alle inwoners, de openbare vergaderingen en de openbaarheid van stukken. Maar het is vreemd dat elke raad van commissarissen en elk bestuur zichzelf evalueert, maar dat er over de zelfevaluatie van gemeenteraden niets te vinden is. Toch zou dat wel goed zijn, met een rapportage aan de inwoners over wat goed gaat, wat beter kan en welke voornemens er zijn om beter te functioneren! 

Zichzelf evalueren
Het is opvallend dat iedere Raad van Commissarissen en elk Algemeen Bestuur zichzelf zal moeten evalueren en daarbij zal kijken naar het functioneren van de leden en de kwaliteit van bestuur. Eens in het jaar is er een gewone zelfevaluatie en het advies is om eens in de drie jaar een zelfevaluatie te doen onder externe begeleiding.

Dat gebeurt niet vanzelfsprekend bij de gemeenteraad. De Quick Scan Bestuurskracht is een tijd in de mode geweest. Nu is er de Quick Scan Lokale Democratie. Deze zorgt voor een evaluatie met de inbreng van inwoners, gemeenteraad, college van B en W en de ambtelijke organisatie. Beide soorten quick scan kijken vooral naar de samenspel tussen de verschillende betrokkenen (raad, organisatie, college, inwoners). Ik zou zo’n Quick scan lokale democratie zeker aanbevelen. Toch is dat precies niet wat ik bedoel.

Hoe kijkt de gemeenteraad naar het eigen functioneren?? Ik hoor dat sommige gemeenteraden wel het eigen functioneren proberen te beoordelen en te bekijken of de hoofdtaken goed uitgevoerd worden: volksvertegenwoordiging, kaderstelling en controle. Over de uitkomsten is alleen weinig te vinden. De aandacht voor de diverse politieke partijen versluiert dat de gemeenteraad een gezamenlijk optredend orgaan is dat als geheel goed of minder goed functioneert. 

Ik kan mij voorstellen dat het functioneren als raad zeker halverwege de raadsperiode goed zou zijn, juist nu er steeds meer raadsfracties zijn doordat er minder grote partijen zijn. Ik wil daar als kiezer ook over horen!

Het kan!
Het kan best en er zijn wel wat vragen te bedenken:

• Wat is de afgelopen twee jaar goed of juist minder goed verlopen en welke lering kunnen we hieruit trekken?
• Hebben we de juiste balans gevonden tussen afstand en betrokkenheid, tussen toezicht en advies of proberen we op de stoel van het college van B&W te zitten?
• Hoe lukt het de gemeenteraad goede kaders te stellen waarbinnen het college ruimte krijgt?
• Hoe sterk is de volksvertegenwoordigende rol in de gemeenteraad ingevuld?
• Is de effectiviteit van het toezicht goed genoeg? Hebben we greep op de resultaten, beschikken we over de juiste informatie, zijn de risico´s goed ingeschat en hebben we deelbelangen goed in beeld gehad?
• Hoe is de balans tussen de verschillende rollen?
• Hebben we onze vergadertijd effectief besteed en goed verdeeld over de belangrijkste onderwerpen? Luisteren we naar elkaar? Hebben we goede debatten met respect voor elkaar?
• Hoe hebben de commissies gefunctioneerd ten opzichte van de totale raad? Hoe functioneerde de griffie als ondersteuner?

En tenslotte:

• Hoe is het individuele functioneren van de raadsleden? (Dit gebeurt vaak wel binnen fracties, maar niet als raad omdat dat erg gevoelig ligt. Toch zou je elkaar best tips kunnen geven)

Spreek een zelfevaluatie halverwege de periode af!

Welke gemeenteraad durft het aan zich op een zelfevaluatie van de raad halverwege de raadsperiode vast te leggen? Neem dat als een van de eerste besluiten! Zet het in een raadsakkoord! 

En mogen we horen wat goed gaat, wat beter kan en welke voornemens er zijn om als raad beter te functioneren? 



zaterdag 14 februari 2026

Samenleving in scheiding


Gisteren bezocht ik de boekpresentatie van “Lang zal ik lekker leven” van Peter Kanne. Hij geeft met feiten aan dat de Nederlander zich steeds meer gedraagt als genotzuchtige individualist. In vergelijking met inwoners van andere landen trekt de Nederlander zich nog meer terug in zijn eigen kleine, genoegzame wereldje. Als we niet bereid zijn uit onze comfortabele cocons te stappen, komen niet alleen onze welvaart en onze mentale en fysieke gezondheid, maar ook onze democratie in gevaar. We zijn geen vitale weerbare samenleving meer. Pfoe! Maar herkenbaar.

We kwamen bij de boekpresentatie te spreken over de kloven in de samenleving en polarisatie. Hoewel de kloof meevalt is de polarisatie er wel degelijk en ernstig. En dan vooral, wat Kanne noemt, de “affectieve” polarisatie: Men verschilt inhoudelijk van mening, maar belangrijker: krijgt daardoor ook sterke negatieve gevoelens over de andere groep. Hoewel Kanne in veel publicaties neergezet werd als moralist en hij dat verwijt ook accepteerde, kijk ik anders tegen zijn pleidooi aan.

Samenleving en scheiding
Om een of andere reden moest ik denken aan Esther Perel, één van de bekendste Amerikaanse relatietherapeuten. Ik zag veel overeenkomsten. Want we kunnen zien dat er niet alleen veel huwelijken stranden, maar ook dat de samenleving in scheiding lijkt te liggen.

Esther Perel zegt over relaties: “Liefdesrelaties waren vroeger sterk gestructureerd. De klassieke relatie speelde zich af rond duidelijke rollen met plichten en lusten, zonder veel ruimte voor individuele interpretaties of exploraties. Ouders, grootouders, echtgenoten en echtgenotes… ieders rol was duidelijk en de wederzijdse verwachtingen ook. Dat ging gepaard met meer zekerheid, maar liet ook minder ruimte voor vrijheid en voor persoonlijke expressie." (hier) Ze ziet het ook in werkrelaties. Vandaag is er meer communicatie nodig om het wegvallen van structuren te compenseren, om duidelijkheid te scheppen qua noden en verwachtingen.

We zien het in de hele samenleving. Er is veel ruimte voor eigen rollen en eigen interpretaties en verwachtingen, dat is juist heel mooi. We hoeven en willen niet terug naar de jaren 50. Maar nu we mondiger kunnen zijn en de ander tegenspreken, zien we dat het gesprek niet meer echt met elkaar gevoerd wordt. We hebben namelijk niet goed geleerd hoe we kritiek op elkaar kunnen hebben en hoe we kritiek op onszelf kunnen accepteren. We hebben het niet goed geleerd omdat we vroeger de ander minder tegenspraken en duidelijkere rollen hadden.

Langzaam proces van verwijdering
We kunnen de individualisering en mondigere opstelling zien als een langzaam proces van verwijdering zoals we dat ook bij scheidingen zien. Ja, er is meer ruimte voor vrijheid en persoonlijke expressie. Individualisering is prachtig voor zelfontplooiing, maar het slaat door als we vergeten dat de mens een sociaal dier is. In veel gevallen leidt die zelfexpressie dan tot verwijdering.

Dan zie je de "Vier Ruiters van de Apocalyps" opduiken. Relatiewetenschapper John Gottman identificeerde vier communicatiestijlen die de aanloop naar een scheiding versnellen.  Vooral op sociale media zie je de vier ruiters galopperen:

Kritiek: Niet de daad aanvallen ("De afwas staat er nog"), maar de persoon ("Jij bent een egoïst").
Minachting: Jezelf moreel superieur voelen. Oogrollen, spot, cynisme. Dit is de grootste voorspeller van een breuk.
Verdediging: Geen verantwoordelijkheid nemen. "Ja, maar jij doet ook nooit wat!"
Stonewalling: Je afsluiten, wegkijken, de kamer uitlopen. De ultieme vorm van langs elkaar heen leven.

Willen we de scheiding in de samenleving voorkomen, dan kunnen we misschien leren van relatietherapeuten? De genotzucht slaat door als we vergeten dat de mens een sociaal dier is.

Wat de relatietherapeut ons leert
Relatietherapeuten (zoals Perel of Gottman) kijken verder dan het gelijk hebben. Zij zien patronen die we kunnen doorbreken. Hier zijn hun belangrijkste lessen voor onze samenleving:

  • Luisteren om te begrijpen, niet om te winnen. Het doel is niet om de ander te overtuigen, maar om de interne logica van hun wereldbeeld te snappen.
  • Valideren is niet hetzelfde als gelijk geven. Begrip tonen voor de ander is niet hetzelfde als de oplossing van de ander accepteren.
  • De "Ik-boodschap" in het publieke debat. Polarisatie drijft op "Jij-bakken": Jij bent een wappie, jij bent een elite. "Ik maak me zorgen over de leefbaarheid in mijn buurt," klinkt heel anders dan "Jullie maken de buurt kapot."
  • Zoek naar de "Gedeelde Vijand" of het "Gezamenlijke Project".  Koppels in crisis vinden elkaar vaak terug wanneer ze samen tegen iets anders vechten (een lekkend dak, een financiële tegenvaller). Misschien moeten we meer kijken naar de gezamenlijke problemen: dubbele vergrijzing en de gevolgen voor de zorg, woningnood, geopolitieke onzekerheid.

En het grappige was: het kwam bij Peter Kanne in het gesprek inderdaad aan de orde: de defensie (gezamenlijke vijand), luisteren naar elkaar, anders op elkaar reageren, samen verantwoordelijkheid nemen voor de zorg en wederzijdse solidariteit. Focussen op dit onderdeel doet het boek tekort, maar toch ...

We liggen in scheiding en moeten gezamenlijk in relatietherapie.Pas dan kunnen we ons weer echt inzetten voor de samenleving

dinsdag 10 februari 2026

Is tirannie gewoon veel strenge regels en streng optreden?

 Nu we van het democratische naar het autoritaire tijdperk lijken te gaan is het goed na te denken over tirannie, autocratie en wat daarvan precies de problemen zijn. Gaat het om de strenge regels? Is er niet bij crises de noodzaak om strenge maatregelen te kunnen nemen, zoals een totale asielstop, of directe stop van gebruik van fossiele brandstoffen die snel uitgevoerd moeten worden? Hoe erg is het dan?

Belangrijk is te bedenken dat het probleem niet is om strenge regels te hebben.

Ooit zijn lepels van lood verboden. De Warenwet van 1919 verbood het verkopen van producten die gevaarlijk zijn voor de gezondheid. Op een verbod was aangedrongen door de Nederlandse Vereniging van Huisvrouwen. Omdat lood extreem giftig is — zeker als het in contact komt met voedsel — werd het gebruik ervan in eet- en drinkgerei vanaf de jaren '20 en '30 stapsgewijs aan banden gelegd. We zien hier een strenge regel, die inmiddels algemeen aanvaard is. Zouden vrijheidsminnende liberalen willen pleiten om de productie en verkoop van loden lepels weer toe te laten? Het is een inperking van de ruimte voor ondernemers om spullen te kunnen maken die mensen willen kopen en waar aan verdiend kan worden. Nee, algemene regels om de gezondheid te beschermen zijn gebruikelijk. Wanneer spreken we dan van tiranniek optreden?

Tirannie als gevolg van té strenge/veel regels (de staat verdrukt)
“De staat onderdrukt de wet is logen”. Dat is de opvatting dat de staat niet neutraal is, maar een instrument is dat de heersende klasse gebruikt om de werkende klasse (het volk) te onderdrukken. Feitelijk komt dit voort uit een gevoel dat de democratie een bepaalde groep bevoordeelt. Dat gevoel kan overigens soms kloppen en dan moet je optreden.

Wanneer is dat echt tirannie? Als alles wordt gereguleerd (van gedachten tot gedrag). Als er geen privésfeer meer is. En: als zware straffen niet proportioneel zijn.

In feite: als regels niet het algemeen belang maar het behoud van de macht van een (kleine) groep of persoon dienen en er geen individuele rechten zijn die afgedwongen kunnen worden. Totalitaire regimes zoals Nazi-Duitsland, Stalinistisch Rusland, of Noord-Korea. Ja, er zijn extreem veel regels, maar belangrijker: ze zijn onrechtvaardig en dienen alleen de heersende ideologie of leider.

Tirannie als gevolg van de afwezigheid van duidelijke regels (willekeur)
In deze tweede vorm zien we de tirannie terug van Trump, maar ook van “failed states” waar corruptie en persoonlijke loyaliteit in plaats van de wet komen. Dit is minstens even gevaarlijk: de tirannie van chaos en arbitraire macht. Machthebbers handelen naar eigen goeddunken, zonder gebonden te zijn aan wetten. Burgers hebben geen bescherming tegen de macht. Bedrijven worden beloond voor loyaliteit aan de heerser. Tirannie is hier niet de keten van vele regels, maar de afwezigheid van het "gelijk voor de wet"-principe. Je kunt het populistisch autoritarisme noemen. De tiran staat boven de wet. 

Het is onbegrijpelijk dat libertairen Trump steunen in deze wetteloosheid. Weinig wetten en regels, maar veel machtsmisbruik!

De Cruciale Schakel: Rechtsstaat vs. Willekeur
Precies vanwege beide vormen van tirannie is het concept van de rechtsstaat uitgevonden:

In een rechtsstaat zijn regels duidelijk, algemeen bekend, prospectief (niet retroactief), stabiel en worden ze gelijkelijk toegepast. En belangrijk voor het temperen van de macht: Ook de machthebbers zijn eraan gebonden. 

Onafhankelijke rechters zijn daarom zo belangrijk (en daarom wensen extreemrechtse partijen vaak de rechters zelf te benoemen).

Het gaat allemaal om misbruik van macht. Door de wet te perverteren: Regels worden zo gemaakt en toegepast dat ze het gereedschap van onderdrukking worden (model 1). Of door de wet te omzeilen of te negeren: Macht wordt uitgeoefend door persoonlijke wil, corruptie en intimidatie, niet door formele regels.

Concentratie van macht
Tirannie gaat uiteindelijk over de concentratie en het misbruik van macht, ten koste van de vrijheid en rechten van individuen. Het echte onderscheid tussen streng maar rechtvaardig bestuur en tirannie is daarom de aan- of afwezigheid van de rechtsstaat, met waarborgen voor individuele rechten, scheiding der machten en gelijke behandeling onder de wet. 

Zowel een overdaad aan onderdrukkende wetten als een gebrek aan eerlijke wetten kan een samenleving tiranniek maken. Dat klinkt wat saaier dan “De staat verdrukt, de wet is logen” of “je mag illegalen niet het land uitzetten”. Maar het is veel fundamenteler: 

Als deze tijd iets werkelijk vraagt, dan is het inperking van macht. Misschien moeten we dat ook in Nederland nu vast beter regelen.



P.S. En een crisis? Het moet dan wel een echte crisis zijn: gaat het wel om een zware noodsituatie waarbij het functioneren van een stelsel (van welke aard dan ook) ernstig verstoord raakt. Of gaat het om gestaag oplopende situaties die zich al lang aankondigden?  hier

zaterdag 31 januari 2026

Oei, de eigen bijdrage voor zorg gaat omhoog!

In de kranten las ik al onrustbarend nieuws over de zorg. Een hogere eigen bijdrage, bezuinigingen op de zorg: dat leek geen goed nieuws. Toen ben ik het akkoord maar eens gaan lezen. Na jaren van niets doen van het PVV kabinet gebeurt er gelukkig wat. Nee, de zorg wordt niet uitgebreid, maar de manier om de kosten te beteugelen is - denk ik - niet zo slecht.

Heel veel money!
De zorg is een groeiende kostenpost en voor ons allemaal heel erg belangrijk. Een kwart van het rijksbudget gaat naar de zorg: 115 miljard (en dan gaat er óók nog een deel via de gemeenten). In 2020 bedroegen de totale uitgaven aan zorg ongeveer € 87,4 miljard. 2020? Dat was toch het coronajaar??? De schrik zou er bij ons goed in moeten zitten. Maar we waren door de PVV lekker gemaakt met halvering van het eigen risico en in slaap gesust. Die rijksbegroting zien we niet. Door de vergrijzing (meer ouderen en ouderen worden ouder) en steeds nieuwe middelen en behandelmethoden groeit het bedrag gestaag. Bijna 30 cent van elke euro aan uitgaven van de overheid gaat naar de zorg. Ter vergelijking: 11 cent naar onderwijs en 5,5 cent naar defensie. 

En bedenk: een groot deel van de zorg wordt niet direct uit de algemene belastingen betaald, maar via de zorgpremies die jij maandelijks aan je verzekeraar overmaakt.

Kortom, hoe belangrijk de zorg ook is, we moeten blijven kijken naar de betaalbaarheid!

Beter systeem eigen risico
Hoe ziet het er uit? Er ging veel aandacht naar de verhoging van het eigen risico. In het akkoord is inderdaad afgesproken het eigen risico per 2027 met €60 te verhogen. Minder aandacht kreeg dat het eigen risico duidelijk beter moet gaan werken om ons te laten nadenken of iets echt nodig is. Het zou namelijk beter zijn als er per behandeling of medicijn maar een deel van je eigen risico zou afgaan. Dan blijft er een moment om je af te vragen: is dit echt nodig? wat doe ik om kosten te voorkomen? Dat worden nu dus drie momenten.

Gaat het dan alleen om sturing via het leggen van kosten bij de patiënt?

Gelukkig niet. 

Efficiëntie
De efficiency krijgt aandacht door eenvoudige zorg in de regio, complexe zorg geconcentreerd te bieden. 'Passende zorg' wordt de norm; alleen zorg die een bewezen meerwaarde heeft voor de patiënt wordt nog vergoed. Het Zorginstituut krijgt een stevigere rol om strenger te toetsen op effectiviteit bij de toelating tot het basispakket. De focus verschuift ook van het aantal behandelingen naar de kwaliteit van leven. In het akkoord is de doelstelling opgenomen om de administratieve druk fors te verlagen, zodat zorgverleners meer tijd hebben voor de patiënt (helaas is dit een terugkerende maatregel die maar niet resultaat brengt).

Preventie
Het kabinet gaat ongezonde keuzes onaantrekkelijker maken, waarbij een deel van de opbrengst wordt geherinvesteerd in gezondheidsbevordering. Er komt gratis schoolfruit in het basisonderwijs en voortgezet onderwijs. De minimale leeftijd voor de aanschaf van nicotinehoudende producten wordt verhoogd naar 21 jaar en er komt strengere handhaving op illegale vapes.

Niet altijd is jeugdzorg het antwoord op problemen
Ook de jeugdzorg wordt kritisch bekeken. Lichte opvoedondersteuning en problemen die voortkomen uit maatschappelijke factoren (zoals scheidingen of schulden) worden voortaan in het sociaal domein of de eigen omgeving opgelost. Dat gaat moeite kosten, maar nu 1 op de 7 jongeren jeugdzorg krijgt, is de balans teveel doorgeslagen. 

Uitvoering
Het probleem zal overigens de uitvoering worden. De zorgkosten zijn onder kabinet-Schoof verder gegroeid. Er zou gesnoeid worden in de bureaucratie met weinig resultaat. Zorgpersoneel moet vaker zelf meebetalen aan bij- en nascholing. Verder werd er bezuinigd op preventieprogramma's en de GGD-ondersteuning om elders gaten te dichten. Wat dat betreft kunnen we het kabinet Schoof niet snel genoeg achter ons laten.

Al met al vind ik de zorg er niet slecht vanaf komen. Ook al blijft ook hier de uitvoering het probleem. Preventie horen we al heel lang, schrappen in de bureaucratie ook. 


P.S. Als het huidige beleid niet wordt aangepast, stijgen de collectieve zorguitgaven naar verwachting naar ongeveer € 130 tot € 133 miljard in 2030. Dat wordt 120 tot 123 miljard. Fors is het dus allemaal wel.

maandag 26 januari 2026

Naar een nieuw narratief?

Een van de lelijkste woorden van de laatste jaren vind ik het “narratief”. Je hoorde het vroeger nooit en sinds een paar jaar duikt het om de haverklap op. Wat moeten we met dat woord als zelfs journalisten gaan pleiten voor een nieuw narratief (hier bijvoorbeeld)?

Een narratief lijkt gewoon een verhaal, maar dat is het niet
Verhalen kennen we natuurlijk. Sprookjes, detectives, vrolijke verhalen of spannende verhalen. Een verhaal is vaak een afgerond geheel (er was eens...). Een narratief is een raamwerk. Het is een manier van kijken naar de werkelijkheid die bepaalt welke feiten we wel zien en welke we negeren. Het narratief is het frame, het denkraam waar mensen beslissingen aan afwegen. Het narratief is marketing en wordt ingezet om anderen te beïnvloeden en te overtuigen.

Narratief is marketing van politiek, helemaal bij Trump
Het is handig in de politiek. Het behalen van resultaten is traag, saai en politiek riskant. Het verkopen van een narratief is snel. Donald Trump is er natuurlijk een meester in. Niet alleen met “Make America great again” om al zijn acties in dit narratief te kunnen plaatsen.  Hij spreekt graag over vrede en brengt de vrede overal, hij heeft zogenaamd al meerdere oorlogen beëindigd en ten onrechte is de Nobelprijs voor de vrede aan hem voorbij gegaan. Resultaten zijn anders: Pakistan en India staan nog steeds op voet van oorlog, Cambodja en Thailand eveneens. Rusland voert nog steeds een vuige oorlog in Oekraïne. Vrede in Gaza? Dat zullen de mensen in Gaza niet herkennen. In Congo is ook geen vrede gekomen. Ondertussen is Trump rijker en rijker geworden, terwijl de armen in de VS armer zijn geworden. Make Trump richer than ever. Maar zolang zijn fans kijken met de bril van het narratief dat Trump Amerika groots maakt zien ze dat de VS er overal toe doet.

Europa kan er ook wat van
Europa staat voor de rechtsstaat en de Verlichting. Weliswaar minder erg dan de VS, maar ook Europa houdt zich niet aan het Vluchtelingenverdrag. Als het er op aankomt is het internationaal recht ook voor Europa niet heilig. Ook Europa komt op voor de eigen economische belangen.

Journalisten trappen er voortdurend in
Het presenteren van een plan wordt in de media vaak behandeld als het behalen van een resultaat. Ik lees ook voortdurend dat journalisten een narratief hanteren over Europa dat hun blik kleurt. Je kunt bijna geen krant open slaan of je leest weer dat Europa defensief zwak is en niet durft op te staan tegen Trump (en zich wel netjes houdt aan het internationaal recht). Als Europa dat doet bij Groenland is de reactie “Ja, maar dat durft Europa niet vol te houden”. En Rutte heeft dan Groenland gered, terwijl het natuurlijk om een ingewikkelde combinatie was van terugslaan, ophef in eigen land. dalende beurskoersen en Rutte die Trump een uitweg biedt.

Het verhaal is ook dat Europa naïef is en gelooft in de uitspraak “when they go low, we go high”, weer zo’n mooi narratief. Kijk eens naar de onderhandelingen met het VK over de Brexit en vraag je af of de EU dat doet.

Resultaten?
Laten we dan maar eens kijken naar de resultaten. Europa gebruikt de succesvolle “generous tit for tat” strategie tegenover Trump. Uit simulaties blijkt dat dit succesvoller is dan gewoon tit for tat (met gelijke munt terugbetalen). Je vergeeft de eerste keer, daarna sla je net zo hard terug (hier) Sinds Trump aan de macht is gekomen heeft de aandelenmarkt in Europa beter gepresteerd dan die in de VS. De dollar heeft aan kracht ingeboet. Het vertrouwen in Europa is gegroeid en dat in de VS is afgenomen. De VS maakt enorme schulden en het begrotingstekort is astronomisch hoog (hier)

De defensie in Europa is hard aan het verbeteren. Europa steunt Oekraïne en Rusland lijkt het in Oekraïne goed te doen, maar zit economisch aan de rand van de afgrond. Rusland heeft al lang begrepen dat een echte aanval op Europa niet kan en zal zich beperken tot goedkope hybride oorlogsvoering (met propaganda, misinformatie, droneaanvallen, incidenten). Natuurlijk is Europa niet zo sterk als de VS, maar was dat ook de behoefte? De VS wil meerdere oorlogen op meerdere continenten tegeljik kunnen voeren.

Nee, Europa is er nog niet. Een Europees leger is veel effectiever en efficiënter, de EU heeft nog geen antwoord op de misinformatie uit Rusland en de VS, het Mercosur-verdrag is nog altijd niet rond. Europa is afhankelijk van Amerikaanse IT. Maar het narratief “wij zijn kwetsbaar, de VS zijn sterk” past niet.  

Een narratief in plaats van resultaten?
Vandaag de dag gebruiken we 'narratief' vooral omdat we beseffen dat perceptie belangrijker is geworden dan feiten. In een wereld van fake news en informatie-overload, is het narratief de bril die gebruikt wordt om te selecteren. Wie het narratief beheerst, bepaalt niet wat de feiten zijn, maar wel wat belangrijk is en wat ze betekenen. Een verhaal vertel je aan je kinderen voor het slapengaan; een narratief gebruik je om een begroting van miljarden te rechtvaardigen of acties van ICE goed te praten. En langzaam verdwijnen vervolgens de feiten uit beeld. 

Toch blijven de feiten èn de resultaten cruciaal.

vrijdag 2 januari 2026

Wat de naaktrecreant ons leert over het vuurwerkverbod

Twee personen kwamen om door vuurwerk, in Aalsmeer en Nijmegen. Ongeveer 250 personen werden aangehouden volgens de politie. Het aantal meldingen tijdens oud en nieuw was zo groot dat de meldkamers overbelast raakten. Er waren meer dan driehonderd autobranden rond de jaarwisseling. Hulpverleners en politie werden bekogeld met vuurwerk. Voor de komende jaarwisseling kan je geen vuurwerk meer kopen, begrijpelijk als je deze uitwassen leest. Maar met een verbod gaat ook iets verloren. En wat is de relatie met naaktrecreatie??

Jammer dat het nodig is om vuurwerk verder te verbieden. (Ik vond het vroeger vooral een leuke traditie). Kinderen kunnen er niet mee omgaan en als je de verhalen over politie en hulpverleners die bekogeld worden leest, moet je accepteren dat er teveel volwassenen zijn die er ook niet mee om kunnen gaan. Het is voor mij reden om iets verder te kijken naar vrijheid en verboden.

Vrijheid waar we blij mee zijn, maar de andere kant…?
Vrijheid is een groot goed in Nederland. We staan er tegenwoordig minder bij stil dat vrijheid ook zelfbeheersing vraagt. In onze tijd domineert de individuele, “liberale” opvatting van vrijheid: vrij is onbelemmerd kunnen doen wat je wilt.

Maar dat kan niet zo maar!

Als vrijheid inhoudt dat we kunnen doen wat we willen dan komen we vaak in aanvaring met anderen. In de klassiek liberale zin houdt de vrijheid op als die de vrijheid van de ander inperkt. Immanuel Kant vond vrijheid een vorm van autonomie (jezelf de wet stellen); onvrij ben je als je je laat leiden door driften en verleidingen (of als je naar de plicht luistert). Die vorm van autonomie waarbij mensen zich zelf beperkingen opleggen komt wel heel vaak voor, maar hoe gecompliceerder de samenleving is, des te lastiger voor de samenleving als een kleine groep die beperkingen niet accepteert.

Zelfbeperking en vuurwerk
Dit zien we met het vuurwerk: de meeste mensen accepteren dat je anderen niet met vuurwerk mag bekogelen, maar een kleine groep doet dat toch en gecombineerd met de kracht van het vuurwerk - zeker van illegaal vuurwerk - leidt dat tot grote schade. Zo is het vuurwerkverbod eigenlijk niet direct het gevolg van de kracht van het vuurwerk, maar het gevolg van de groep die niet met vrijheid om kan gaan en zich niet weet te beheersen om de ander niet te schaden. De vrijheid om zelf explosieven af te steken kon alleen bestaan zolang mensen zich hielden aan de zelfbeperking (geen illegaal vuurwerk, niet naar mensen/hulpverleners gooien, rekening houden met dieren en in het algemeen letten op brandgevaar).

Duurzame vrijheid kan dus niet alleen bestaan uit het afwezig zijn van wetten en ingrepen van de overheid. Er is ook zelfbeheersing nodig.

Naaktrecreatie
Het mooiste voorbeeld dat vrijheid zonder zelfbeheersing zichzelf vernietigt is wel de naaktrecreatie. De vrijheid om je ongekleed te kunnen bewegen, is alleen mogelijk als iedereen zich beperkt in gedrag dat als intimiderend, starend, seksueel opdringerig of fotograferend zonder toestemming kan worden ervaren. De zelfbeperking ("ik gedraag me respectvol") schept een veilige ruimte voor de vrijheid van allen. Zodra dat niet kan, is het afgelopen en treedt een externe partij weer op en is het gedaan met je vrijheid.

De dreiging van opgeven van de vrijheid is niet alleen bij het afsteken van vuurwerk aanwezig. Er zijn meer terreinen waar verboden te verwachten zijn omdat zelfbeheersing ontbreekt.

- Bij demonstraties waarbij politie en politici bedreigd en aangevallen worden en grootschalige vernielingen bij de demonstratie lijken te horen (leidt mogelijk tot het verbieden van demonstraties en verbod op het dragen van bivakmutsen)
- Geklooi met Fatbikes (leidt mogelijk tot verboden voor fatbikes)
- Koranverbrandingen om mensen te provoceren (leidt mogelijk tot herinvoeren van verbod op belediging van godsdiensten)
- … 

Het grootste risico is dat de 'goeden' steeds zwijgen terwijl de 'kwaden' de regels uitlokken en de vrijheid steeds minder wordt. Wanneer de 90% die zich wel gedraagt, maar de 10% die de boel verpest niet durft aan te spreken, resteert de overheid vaak geen andere optie dan een verbod voor 100% van de mensen.

Er is een uitweg
Ik wil mij er niet bij neerleggen dat verboden dit alles oplossen. Handhaving is in onze complexe samenleving bijna onbegonnen werk geworden. Bovendien beschouw ik vrijheid nog altijd als een groot goed. En het kan best: zodra een individu merkt dat zijn wangedrag hemzelf direct schaadt (door sociale consequenties zoals sociale isolatie), herstelt de zelfbeheersing zich sneller dan wanneer de overheid met een algemeen verbod komt. En ja, dat vraagt eerder de inzet van oplettende vaders en moeders en jongerenwerkers dan van de politie. Samenwerking boven handhaving. 

Met vuurwerk lukt het blijkbaar niet. Daarom nemen we dus afscheid van het afsteken van vuurwerk. Misschien een goed argument voor enthousiaste vuurwerkaanhangers: als je de excessen niet kan tegengaan als samenleving resteert een logisch verbod. Dat vraagt meer aandacht voor de samenleving dan alleen voor je individuele vrijheid .