De politiek beleid maakt beleid en uitvoeringsorganisaties (zoals de Belastingdienst, het UWV en de SVB) voeren dat loyaal uit. Gaat er dan iets mis, dan staat de politiek klaar om de uitvoeringsorganisaties daarop aan te spreken. Maar is dat altijd terecht?
Na grote schandalen zoals de Toeslagenaffaire blijkt hoe die verhouding kan leiden tot missers: politieke wensen voor maatwerk, snelle reparaties en extreme fraudeaanpak stapelden zich op. Tot we merken dat het onuitvoerbaar is geworden. En gisteren zagen we opnieuw een waarschuwing, nu de Raad van State!
Daarom is het de vraag of de politiek nog altijd kan klaar staan om de uitvoerders te bekritiseren als de uitvoeringsorganisaties er niet uitkomen. De Belastingdienst en het UWV wijzen in hun verslagen van de uitvoering op knelpunten in de wet die leiden tot onredelijke uitkomsten of onuitvoerbaarheid. Ook de Algemene Rekenkamer wijst er op dat de uitvoeringsorganisaties worden klemgezet. “Er moet meer aandacht zijn voor uitvoeringstoetsen als de overheid nieuwe plannen maakt” stelde de Rekenkamer in september op basis van onderzoek naar 269 uitvoeringstoetsen in de afgelopen jaren.
Ook de Raad voor het Openbaar Bestuur
constateerde al dat hier een groot probleem ligt. De raad stelt dat
er drie hardnekkige weeffouten in het systeem zijn:
- Uitvoerders worden
gezien als ondergeschikt,
- Uitvoerders hebben
te weinig ruimte om zelf morele keuzes te maken om in te spelen op
situaties in de praktijk, en
- Uitvoerders staan
op afstand van de plekken in Den Haag waar de belangrijkste
beslissingen worden genomen.
Eigenlijk moeten we dus van verantwoording (van de "ondergeschikte" naar de "baas") naar rekenschap. Rekenschap gaat niet om een meerdere die oordeelt, maar om een gesprek tussen partijen die elkaar iets verschuldigd zijn. Het is wederkerig: beide kanten kunnen elkaar vragen stellen.
Bij de plannen voor Box 3 zien we dat ook de Raad van State vindt dat de politiek verantwoordelijk is voor de uitvoerbaarheid. Als een wet in de praktijk ontspoort omdat deze veel te ingewikkeld is, is dat een politieke verantwoordelijkheid, niet een operationele fout van de Belastingdienst.
Een uitvoeringstoets vooraf, een evaluatie rond de uitvoering en meer aandacht voor de rapportages rond de staat van de uitvoering is harde noodzaak! Misschien is het nodig dat Burgeraudits de aandacht van beleidscompromissen meer vestigen op de daadwerkelijke uitvoering in de praktijk.
Levert het alleen
maar nieuwe bureaucratie op? Bouw tegenmacht in!
Nu ben ik vervolgens
bang dat dit leidt tot extra bureaucratie zonder resultaten. We
weten dat als de Belastingdienst kritisch is vooraf, het politieke bestuur het
advies gemakkelijk negeert omdat het zo’n handig compromis was om wat maatwerk
in te voegen. Als in de uitvoering blijkt een specifieke groep
geraakt wordt, is de reactie maar al te makkelijk om extra maatwerk
te vragen. De uitvoeringstoets krijgt dan al snel minder aandacht.
Misschien is er daarom iets anders nodig om bij de afweging echt de uitvoering de belangrijke rol te geven die nodig is: tegenmacht. Een mogelijkheid om een rode kaart te trekken en tegen de politiek te zeggen: nu ga je de grens over.
Een uitvoeringstoets met een "rode kaart" zou automatisch moeten leiden tot het staken of heroverwegen van een wetsvoorstel in de Kamer. De minister zal dan zijn noodgreep moeten onderbouwen. Extra aandacht voor de uitvoering is dan gegarandeerd.

Geen opmerkingen:
Een reactie posten