vrijdag 16 maart 2018

Zelfevaluatie van de gemeenteraad


Het is bij raden van commissarissen en raden van bestuur al heel gewoon: een jaarlijkse zelfevaluatie om te kijken of de raad goed toezicht houdt. Er zijn websites waar je kunt checken of je goed functioneert en als alle leden van de raad een vragenlijst invullen kan er een goede discussie komen over de wijze van toezicht. Bij woningcorporaties is het onderdeel van de afgesproken Governancecode om zichzelf jaarlijks te evalueren en dat eens in de vier jaar te doen onder externe begeleiding. Waarom doet de gemeenteraad zoiets niet?

Veranderingen in de raad
Na de verkiezingen krijgen de gemeenteraden kleinere fracties van meer verschillende partijen. Bovendien zal deze gemeenteraad naar verwachting meer ruimte willen geven aan bewoners om zelf zaken op te pakken. Ook zal het ambtelijk apparaat gevraagd worden om binnen de kaders van de gemeenteraad invulling te geven aan zaken met bewoners, bedrijven en instellingen. Voeg daar aan toe dat de rol van het college al jaren sterker besturend en de rol van de raad sterker controlerend is geworden.

Het gevolg van deze veranderingen is dat de gemeenteraad minder het algemeen bestuur en meer een soort raad van commissarissen van de gemeente is geworden.  Het is tijd om te kijken of de gemeenteraad die rolverandering goed invult.

De vereniging toezichthouders in woningcorporaties (VTW) stelt het zo: “Kritische zelfreflectie en elkaar kritisch en constructief aanspreken op het eigen functioneren is lastig. (…) Het beoogt om met elkaar indringend van gedachten te wisselen of de raad van commissarissen als geheel en ieder lid afzonderlijk goed functioneert en om te kijken of in de loop van de tijd sprake is van enige gewoontevorming.” Niet alleen woningcorporaties: ook zorginstellingen en commerciële grote bedrijven kiezen voor zelfevaluatie eens per jaar. 

Spreek als presidium een aanpak af
Er is een keur van organisaties die zelfevaluaties kan begeleiden, maar uiteraard kan de gemeenteraad het ook zelf aanpakken met ondersteuning van de griffie. Ik denk dan aan het beantwoorden van vragen zoals: (ik pak wat vragen uit de checklist van het Nationaal Register die ik zag)
• Wat is het afgelopen jaar goed of juist minder goed verlopen en welke lering kunnen we hieruit trekken?
• Hebben we de juiste balans gevonden tussen afstand en betrokkenheid, tussen toezicht en advies?
• Is de effectiviteit van het toezicht goed genoeg? Hebben we greep op de organisatie, beschikken we over de juiste informatie, zijn de risico´s goed ingeschat en hebben we deelbelangen goed in beeld gehad?
• Hebben we onze vergadertijd effectief besteed en goed verdeeld over de belangrijkste onderwerpen?
• Hoe hebben de commissies gefunctioneerd ten opzichte van de totale raad?
• Is er aanvullende kennis nodig? Op welke terreinen gaan de ontwikkelingen zo snel dat aanvulling nodig is?
Of probeer deze online (Engelse) vragenlijst bij boardcheckup: hier.

Nieuwe vormgeving van het instituut gemeenteraad
Raadsleden zijn misschien politieke tegenstanders, coalitiepartners of oppositie. Dat zal best. Het is bij tijd en wijle van belang om echte politieke discussies te voeren. Maar de gemeenteraad moet ook functioneren als een instituut dat toeziet op de goede gang van zaken en goed bestuur door het college. Met een grotere hoeveelheid kleinere partijen zal er minder blokvorming optreden en is er ruimte om het toezicht te professionaliseren. Zelfevaluatie is omarmd door raden van commissarissen omdat het werkt. 

Leer ervan! Spreek bij de komende onderhandelingen af wanneer de raad zichzelf gaat evalueren.

woensdag 7 maart 2018

De regenten in gesprek

Het was vijftig jaar geleden dat de PPR werd opgericht (en bijna dertig dat de PPR werd opgeheven). Op de reünie keken grijsaards elkaar aan en bespraken ze hoe de wereld mede door hen was veranderd. Ik zat er bij. Ik hoorde hoe Michel van Hulten vertelde wat de voorstellen waren, hoe overtrokken daar toen op gereageerd werd en hoe gewoon het nu is. Er klonk wat zelfgenoegzaamheid in door.

Ik sprak ook een vrouw uit Rotterdam die vertelde hoe ze merkte dat de sfeer in Rotterdam was verhard, vooral na de moord op Pim Fortuyn. Wat ze vertelde kon in hedendaags taalgebruik gezien worden als de ervaringen van de "Gutmensch", die weggezet wordt. De polarisatie is hard gegaan en de nuance, een gesprek over wat je waarden zijn en hoe je samen tot een betere samenleving komt, is weg. Hoe valt dat te rijmen met de mooie constatering dat de kernpunten van de oprichters van de PPR gewoon zijn geworden? 

Democratisering en delen van welvaart
Wat wilden ze bijvoorbeeld? Gelijke invloed van werknemers en kapitaalverschaffers in de top van de onderneming. Democratisering van ruimtelijke ordening door inspraak van de burger. Afzien van steun op dreiging met kernwapens. Extra ontwikkelingshulp 1968: 10% van onze welvaartsstijging (= 350 miljoen gulden).

Zelf werd ik pas in 77 op mijn 18e lid. Ik zie ook grote veranderingen en verbeteringen. In 1968 was er momentum op links. Hun uitdaging van de orde was nodig, onderliggende problemen weigerden de regenten te zien, jongeren mochten niet meebepalen. De roep om inspraak bij ruimtelijke ordening gaf de sfeer weer: niet de elite bepaalt, maar wij met zijn allen bepalen. 

In 1977 sprak de PPR uit dat de partij niet wilde regeren met het CDA
Er werd toen binnen links gesproken over een linkse meerderheidsstrategie. De meerderheid binnen de volksvertegenwoordiging behalen en vervolgens je programma doordrukken zonder de lastige tegenstem van het toen nog machtige CDA. De uitspraak werd gedaan op een congres dat ik als 18 jarige nieuwkomer nauwelijks kon volgen. Ik had er niet zo'n mening over: was ook niet blij met het CDA en was ook niet erg voor de felheid waarmee het CDA in de ban werd gedaan. Maar het was een historische uitspraak van de PPR: niet regeren met het CDA, dat gaat wel wat verder dan niet regeren met Wilders. Dat was nogal wat voor de christenradikalen, want ze kwamen wel uit de KVP en de AR, de voorgangers van het CDA. 

Waar in de jaren 60 een zucht van bevrijding door de hele samenleving ging,  zie ik bij links nu een gerichtheid op het binnenhalen van besluiten op vertegenwoordigend niveau. Duurzaamheid dwing je af met regels voor woningbouwcorporaties. Nieuwe manieren van afvalinzameling kondig je af. Vieze auto's verbied je. De babyboomers zijn de directeur van de basisschool in de  Luizenmoeder geworden: vriendelijk zijn eigen zin doordrukkend, niet luisterend naar de anderen. 

Neem de samenleving mee: de regenten moeten in gesprek gaan
Kijk naar de vluchtelingen. Het opnemen van vluchtelingen hoort bij de beschaving.  Met dat morele appel worden ze in bepaalde wijken neergezet: daar waar de woningcorporaties bezit hebben. In de Tweede Kamer hebben ze geen idee wat dat betekent daar, zelf wonen ze er niet. Ik zie in de praktijk hoe flats bewoond worden door mensen die nauwelijks met elkaar kunnen praten. Meestal gaat dat goed, soms is het een zware last voor de mensen in de flat. Ik zag op de reünie dat de PPR-ers van toen nu bezig zijn om Syrische vluchtelingen te helpen en taalles te geven. Maar hoe zit het met de vertegenwoordigers? Ik weet dat in Utrecht wethouder Diepeveen dat deed en er in slaagde goede uitleg te geven. Ik herkende daar de PPR in. (Full disclosure: ik ben geen lid van Groen Links)

Maar gaat de minister-president naar die buurten toe? Lubbers en Kok deden dat: het land in om mensen te overtuigen, toen er ingrepen nodig waren in de WAO en de verzorgingsstaat onbetaalbaar dreigde te worden. Den Uyl deed het toen de olieboycot kwam na een pro-Israëlische verklaring over de oorlog in het Midden Oosten, waarin Nederland Syrië en Egypte tot agressors bestempelde.

Ik zie het nu niet. Kijk naar de duurzaamheid. Het gasloos maken kost miljarden. De normen van Parijs kosten miljarden. Wie overtuigt de samenleving om die investeringen te doen? Wie overtuigt de mensen in de flat in Tanthof dat er vluchtelingen een woning krijgen? En dat de huren er omhoog gaan vanwege de milieu-afspraken in Parijs? Ook Jesse Klaver zie ik dat niet doen, maar zeker Rutte niet.

De partijen, soms ook de opvolger van de PPR, zijn gericht geraakt op de meerderheid in de vertegenwoordigende democratie. Ik hoorde van een ex-PPR-lid uit Gouda hoe ze vond dat de Groen Links-wethouder zaken had doorgedrukt. De regenten van nu weten niet hoe ze moeten omgaan met de provo's van de huidige tijd, de beledigende, zuigende, ongenuanceerde Geen Stijlers, die pleiten voor inspraak van de onderbuik. En soms gaat het niet om die nieuwe provo's, maar is het gewoon lekker snel om de zaken op hoog niveau te besluiten en de samenleving in de gooien. Dan zijn het regenten geworden.

Ik schreef eerder over het verdwijnen van de integrerende krachten in de samenleving. Hoe zit het met de christelijke waarden, waar de christenradikalen mee startten? Dat zijn bij uitstek integrerende waarden, want iedereen hoort er bij. Ook aansprekende waarden voor niet-gelovigen zoals ik.

Wat betekent bijvoorbeeld vergeving nog in de samenleving? Kunnen mensen berouw tonen en na een straf weer terug komen in de samenleving? Ik vind dat heel belangrijk. Op rechts, maar ook op links is er sprake van "trial by tweet". Ik weet dat de nuance er nog wel is, maar door sociale media overheersen in de media de extremere standpunten. Vergeving is een mooie christelijke waarde met een stevig economische component. Woede en niet nader tot elkaar komen, onmacht tot vergeving kost handenvol geld. Het gesprek aangaan en samenwerken loont.

Het gesprek niet meer aangaan met het CDA was een historische zet van de PPR maar geen slimme. 

Een lichtje: slow politics
In die zin is het mooi dat het blad De Helling van Groen Links aandacht gaf aan delibererende democratie. Niet je zin krijgen door de meerderheid te behalen, maar echt met elkaar in gesprek gaan. Daarin kunnen de vertegenwoordigers van nu voorgaan. "Het referendum is fastfood, deliberatie is slow politics".

Dat zou een mooie opgave zijn voor de PPR als die nu opgericht zou worden: democratische vernieuwing op weg naar een inclusieve samenleving en kleinschaligheid. Slow politics met echte aandacht voor elkaar. Het zou de vrouw in Rotterdam helpen.


P.S. Ik ben nog steeds voor het correctieve referendum, liefst een beslissend, sterker: ik zorgde ervoor dat het in 1986 in het programma van de PPR stond, als eerste partij in Nederland. Ik ben immers voor teugels en tegenwichten. 

zondag 4 maart 2018

Burgerparticipatie is niet (altijd) leuk


Gehoord op een discussie in Arnhem. “Burgerparticipatie en samen besluiten is niet zo leuk”. Het ging over zelf besluiten als buurt over een wijkbudget en daarbij omgaan met verschillende meningen. Het komt voor dat mensen met woede tegenover elkaar staan. Er zijn nu eenmaal verschillende belangen en wensen. “Misschien kun je het daarom beter aan de gemeenteraad overlaten. De leden zijn gekozen. Zij kunnen daarmee omgaan”

Het lijkt een verstandig idee. Het kwam van een hoogleraar dus het had gezag. Ik herken ook dat mensen in de buurt soms woedend tegenover elkaar staan. Ik ken een project waarbij iemand die pleitte voor een extra bouwlaag bedreigd werd. Ik heb zelf meegemaakt dat mensen woedend aan de deur komen. Dus nee, burgerparticipatie is niet leuk en het gesprek met elkaar is niet altijd gemakkelijk. Toch verbaast het dat ook linkse mensen nog al eens pleiten voor deze paternalistische aanpak. Want bewoners kunnen best met die moeilijkheden omgaan.  

Overigens is een relatie met elkaar hebben ook niet altijd leuk. Ook daarin kun je teleurgesteld raken in elkaar en verschillen van mening moeten overwinnen. Er kan ruzie ontstaan en ellende. Toch pleit niemand om relaties dan maar over te laten aan professionals. Die worden er hoogstens bijgehaald als hulp. Er staat namelijk een hoop tegenover dat werk en die ruzie. 

Laat het toch over aan de professionals?
Waar het op meer komt is dat ik besluiten niet over wil laten aan een meestal goed opgeleide elite in de gemeenteraad. Want de tijd dat in de gemeenteraad echte vertegenwoordigers zaten die de kiezers ook zagen als hun vertegenwoordiger is voorbij. Het is voor hen veel moeilijker om te zien wat het beste is voor jouw buurt.

In Arnhem is er voor gekozen de besluiten te laten vallen in de wijkteams, die moeten ook de verantwoording doen. De teams beslissen over zaken op het gebied van groenonderhoud, speeltuinen, veiligheid, welzijn, participatie, sport en cultuur in de wijk. "We willen steeds beter aansluiten bij wat in de wijken leeft, en samen met wijkbewoners kijken wat nodig is". Let wel: de wijkteams besluiten dus en de bewoners zijn blij dat ze een beter contact hebben met de gemeente op die manier. Maar de bewoners beslissen niet zelf. Misschien leuker dan het zelf doen? 

Ik denk dat mensen kunnen leren zelf te besluiten. Het is een vorm van emancipatie om iedereen mee te laten doen. Ja, dat is niet altijd gemakkelijk en dat is niet altijd leuk.Dat geldt trouwens voor meer taken die je voor het collectief op je neemt. Al die mensen die zich inzetten voor de voetbalclub zullen ook toegeven dat het niet altijd leuk is. Maar er staat iets tegenover. Je zet samen iets neer, het is jouw club en je ziet dat mensen plezier hebben.

Dan mag de politiek best eisen stellen aan de manier van besluiten in je buurt en de verantwoording van je keuzen. Als je bijvoorbeeld in Arnhem kiest om het opbouwwerk weg te bezuinigen (dat schijnt daar te kunnen), moet je daarover als buurt wel verantwoording afleggen en laten zien dat je alsnog de doelen behaalt rond opbouwwerk (mensen die minder mondig zijn toch in staat stellen actief mee te doen). Want minder mondige mensen in staat stellen mee te doen is wat anders dan zelf goed voor je doelen opkomen.  En breder: krijg je verantwoordelijkheid over budget in je buurt, dan moet je kunnen uitleggen of je de doelen die met dat geld bereikt moeten worden ook behaalt. 

Jouw wereld te winnen
Zo is het met besluiten over wat er in je wijk gebeurt. Dat is niet altijd leuk, je moet je ook verantwoorden richting andere bewoners en de gemeente, maar er is een wereld te winnen. Zelf kiezen tussen kwaden en de publieke ruimte bijstellen naar jouw wensen en die van je buren maakt een betere publieke ruimte dan als je dat overlaat aan de ambtenarij en de politiek. Ondertussen leer je medebewoners kennen, leer je conflicten op te lossen en overwin je tegenstellingen in je buurt. Je wint er jouw wereld mee! Waarom moeten we dat aan hoger opgeleide professionals overlaten? 

P.S. En hoe keken mensen vroeger naar vrouwen? Die konden niet met geld omgaan, dat moesten ze maar aan hun mannen overlaten: ze waren financieel handelingsonbekwaam. Dat  werd ook verkocht met alle goede zorgen voor die vrouwen die wel wat anders te doen hadden.