maandag 6 april 2020

Een crisis is een kans?


Het is gevaarlijk om te schrijven over wat er na de corona-crisis in de wereld moet gebeuren. Ik zie namelijk veel mensen die menen te moeten opmerken dat alles anders moet. Een crisis is een kans! Maar helaas: dat houdt dan vaak in dat na de crisis moet gebeuren wat ze voor de crisis al riepen. Klimaat, zorg geen markt, meer geld naar de zorg, het leger weer op volle sterkte brengen, grensbewaking invoeren, tegenhouden van vluchtelingen of juist niet. Meer Europa omdat we zien dat de landen zo verbonden zijn, of juist minder nu we zien dat de landen eigen land eerst roepen. Ik hoor bijvoorbeeld bij de mensen die de ziektekostenverzekering van de VS gevaarlijk vond, dat roep ik nu dus nog. Ik ben dus zelf niet erg veranderd door de crisis.

Wat blijft na een ramp?
Als je huis in brand staat neem je je van alles voor, maar uiteindelijk komt het er op neer dat je het rieten dak liever vervangt door dakpannen, het belang van een goede verzekering opnieuw wordt vastgesteld en de eerste tijd je wat voorzichtiger bent met vuur. De kwetsbaarheid voor brand leidt tot ingrepen. Maar het is niet zo dat als je de brandweer bevoegdheden geeft, je besluit dat die bevoegdheden ook na de brand in stand moeten blijven. Of dat je brandweerman wordt in plaats van consultant. 

Welke kans moet er dan gepakt worden?
Wat moet er dan veranderen? Geen handel meer met China? Dat is economisch een zware slag voor beide landen. Het kan. Dat zal hoop ik niet gebeuren. Hoogstens moet er een andere definitie komen van wat je in eigen land beschikbaar moet hebben. Wel de productie van vaccins, niet de productie van kinderspeelgoed, telefoons en webcams. Meer IC bedden permanent klaar hebben? Dat is te duur. Liever een plan om snel te kunnen opschalen. In de VS werd niet wc-papier gehamsterd, maar wapens. Dat was voor velen een goede voorbereiding op een crisis. Dus ook op de volgende crisis. Meer geld naar de zorg? Dat gebeurt al jaren. En let eens op hoe weinig geld we na de crisis nog over hebben....

Meer online vergaderen? Lijkt me een mooie, maar wat zal ik blij zijn als ik weer mensen om me heen heb bij vergaderingen en hun lichaamstaal beter zie. We hebben ook het online lesgeven ontdekt, dat zou ik graag meer gecombineerd zien worden met het klassikaal onderwijs. Wat de discipline bij de kinderen is bij klassikaal werken een stuk groter.

Eerst eens worden over wat belangrijk is
Wat je na een ramp wel kan doen is nadenken over wat voor jou belangrijk is en wat je lief is. Daar zijn we het in Nederland nog niet allemaal over eens. Was dat onze welvaart en Nederland als internationaal handelsland? Was dat onze internationale oriĆ«ntatie en de bereidheid andere landen te helpen? Of was dat onze solidariteit in buurten en dorpen? Was het belangrijkste een onwrikbaar geloof in God of juist een liberale samenleving waarin individu en collectief in evenwicht is? Iedereen heeft toch een ander beeld. Strijd tegen het eenzaamheidsvirus slaat denk ik wel aan bij iedereen, maar al snel daarna beginnen de verschillen te komen. 

Daarom ben ik er meer voor het eens te worden over wat de belangrijkste waarden zijn. Vervolgens is het nog lastig om daar conclusies uit te trekken.

Moeten we bijvoorbeeld ons land isoleren om te voorkomen dat er ooit een virus inkomt (onkwetsbaar worden), of moeten we juist samen werken om sneller elkaar te informeren en sneller op te kunnen schalen (leren en de volgende ramp beter kunnen aanpakken). Wil je leren om de volgende keer beter en sneller te kunnen reageren? Of wil je weg van risico's en neem je de economische en culturele schade die daarbij hoort voor lief?

Wil je leren om beter te kunnen reageren, dan kun je meer aandacht geven aan de obesogene omgeving (overgewicht is een kwetsbare factor bij virussen), het samenleven met elkaar, je buren kennen en een beetje op hen letten. 

Maar ik vrees dat ik ook dat al voor de crisis vond.

donderdag 26 maart 2020

Informatie in tijden van Coronavirus


Voor het rondneuzen op sociale media zijn dit mooie tijden. Vaak valt het onder de categorie “het eten in dit restaurant is smerig en niet te vreten, bovendien zijn de porties veel te klein”. In tijden van paniek is consistent redeneren ver te zoeken. Dat moet komen van de overheid.

Het eerste wat sneuvelt is consistentie
Mensen die een hekel hebben aan de EU en tot voor kort blij waren met terreinen die de landen voor zichzelf hielden (gezondheidszorg) roepen nu dat de EU te weinig gezamenlijk doet aan gezondheidszorg. En dat is uiteraard schandalig. Mensen roepen dat er een totale lockdown moet komen en vermelden in dezelfde ademstoot dat de ze wel een blokje omlopen omdat dat niet gevaarlijk is en nodig is om gezond te blijven. Mensen prijzen het kabinet om eerlijk te zeggen dat er nog veel onduidelijk is en dat met slechts 50% van de kennis 100% van de besluiten genomen worden en menen dat de communicatie faalt omdat er teveel onduidelijk is.

Leren omgaan met sociale media 
Het is ook een tijd van verbazing over het beeld op Facebook en twitter en de eigen ervaring. Afgaande op de sociale media lopen mensen overal in drommen naast elkaar, ze vechten in de supermarkt om de laatste wc rol. Bovendien roepen mensen in koor dat iedereen denkt dat dit zomaar een griepje is. Om mij heen zie ik mensen afstand houden, voorzichtig zijn (en betreuren dat ze niet niet sneller een wc rol hebben gekocht). Rond voetbaltoernooien lopen er 17 miljoen coaches in Nederland rond. In tijden van corona-crisis blijkt Nederland te beschikken over 17 miljoen virologen en statistici. Blijf dan letten op kennis, ervaring en betrouwbaarheid. Reageer met aandacht voor elkaar's onrust, woede en verdriet. Maar ook: leer hoe je je whatsapp op stil kan zetten. 

Betrouwbare instituties en actuele informatie
Rond deze tijden hebben mensen behoefte aan betrouwbare instituties en actuele informatie. Het valt dan op dat met name gemeenten nog moeten wennen aan hun rol. Nederlanders willen bijvoorbeeld snel relevante informatie kunnen vinden over de lokale GGD, huisartsenposten, advies, horeca, verordeningen binnen gemeentegrenzen, et cetera. Ik heb even gekeken bij mijn gemeente Utrecht, die overigens een niet te missen knop over coronavirus prominent vooraan zette op de site. (Je klikt eerst op de knop die gaat over de eigen gemeentelijke dienstverlening, daarna zie je nog een andere knop over het corona-virus) daar vind je alle landelijke informatie en dat de GGD regio Utrecht de situatie nauwlettend in de gaten houdt (geen link naar de GGD). De boodschap van de burgemeester en bekende Utrechters is overigens prima.




We kunnen veel leren van de crisis. Het waarderen van onderlinge hulp, het belang van centrale regie en betrouwbare instituties, snel optreden, de mogelijkheid om een PvdA-er te benoemen als minister als dat de beste man of vrouw is, de kansen om per video te vergaderen, het belang van openheid in een vroeg stadium. Elke organisatie kan ook zelf hiervan leren.

De gemeente als eerste overheid?
De gemeente als eerste overheid heeft zich ook verder te ontwikkelen. Als gemeenten zo weinig meer te bieden hebben dan de landelijke informatie, blijkt dat het concept van eerste overheid nuancering behoeft. Gemeenten hebben veel te winnen als ze de relatie met de gemeenschap zo organiseren dat ze ook informatie kunnen geven over semi overheid en organisaties die mensen zien als een soort overheid: ziekenhuizen, apotheken, huisartsen. Organisaties die gezag hebben in de gemeente.

Omgaan met onzekerheid
Het omgaan met onzekerheid is nu moeilijker dan vroeger. We zijn ook meer verknoopt dan vroeger. Moet dat teruggedraaid worden? Ik geloof er niets van, maar het zal wel gebeuren. Liever zou ik meer aandacht hebben voor de kwetsbaarheden, vitale beroepen, partnerschap, een sterke civil society en betrokkenheid bij elkaar. En ook dan merk je: risico's kun je nooit uitsluiten, onkwetsbaarheid is onmogelijk. Het is beter te leren hoe je sterker wordt van rampen en crises en er op voorbereid kan zijn. Misschien het belangrijkste: regeren is vooruitzien. Vooral dat laatste had beter gekund.

Blijf gezond, houd (virtueel) contact met je naasten en in tijden van crisis: luister naar het gezag en denk na. Leer van wat ons overkwam. 

vrijdag 28 februari 2020

Hoe voert jouw gemeente de WMO uit?


In 2015 uitte ik hier in een blog ergernis over de black box van gemeenten waarin beslissingen genomen worden over de WMO. Ik heb wel het idee dat gemeenten het goed doen en echt kijken naar wat iemand zelf kan en wat redelijk is, maar dat is vanuit een basaal vertrouwen in de overheid. Weet jij of ambtenaren in jouw gemeente het goed doen? 

Toen was het een situatie waarbij een negentigjarige geen traplift vergoed kreeg. #Ophef! De gemeente probeerde de boel te sussen met de reactie dat het genuanceerder lag. 

De WMO geeft geen heldere rechten. Ambtenaren kijken wat iemand zelf kan en wat de gemeente daar aan toe moet voegen. De persoonlijke situatie is leidend, niet het recht op zorg. Het komt er dus op neer dat als je hulp aanvraagt, een ambtenaar besluit of je voor de Wmo in aanmerking komt. Dit is maatwerk, de politiek bepaalt alleen de algemene kaders. Het is dus niet zo dat je vanaf je 75 jaar recht hebt op huishoudelijke ondersteuning of zo.

Leg het voor aan een representatief burgerpanel
Inmiddels heb ik met Marije van den Berg een pilot begeleid om te kijken wat er gebeurt als je de besluiten van die ambtenaren eens voorlegt aan een representatief panel van burgers. Utrecht, Zoetermeer en Roosendaal durfden deze pilot aan. Andere gemeenten deden niet mee omdat er geen geld was, net fors bezuinigd moest worden, of de WMO in samenwerking met andere gemeenten werd uitgevoerd. In de gesprekken vooraf met tal van gemeenten kwam vaak een angst naar boven om het voor te leggen. Wat gaan die inwoners er wel niet van zeggen? Wordt dit een ongenuanceerde scheldpartij waardoor de redelijk willenden weggedrukt worden?

Geen scheldpartijen, maar redelijke mensen die blij zijn mee te kunnen praten
De angst is niet uitgekomen. De reacties zijn genuanceerd en mensen bleven niet hangen in de rol van klant, maar bekeken ook de kant van het collectief dat hulp financiert. Uit de evaluatie blijkt verder dat de burgers die meewerkten en het oordeel van de gemeente bekeken, meer vertrouwen kregen in de gemeente. Ook kregen zij meer begrip voor haar taken. De paneldeelnemers zijn lovend over de manier waarop gemeenten dilemma’s hebben voorgelegd.

De gemeenten proberen met hun nieuwe werkwijze precies dat te doen wat de meeste mensen willen: de verzorging behouden, maar wel kijken wat mensen zelf kunnen doen. Dat vraagt een genuanceerde aanpak. De verantwoording over die aanpak is nu onvoldoende.

Mag een verstandelijk beperkte jongen een tandem vergoed krijgen om zo samen te kunnen fietsen? Nee, zei de gemeente. Het ging om de verstandelijk beperkte Pepijn (9 jaar) die zijn driewielfiets wil inruilen voor een veel duurdere tandem. De gemeente worstelt met deze vraag omdat hij “zich in de directe omgeving kan verplaatsen met een vervoermiddel”. Hij kan echter niet alleen aan het verkeer deelnemen en kan geen gebruik maken van leerlingenvervoer. En hij moet wel naar school. Let wel: de gemeente worstelt hier ook mee. Dat was de reden om de casus voor te leggen. 

Krijgt een vrouw wiens man PTSS heeft en overbelast is ondersteuning in het huishouden? De gemeente vond van niet. Dat lijkt hard. Is dat toch redelijk? De gemeente wijst deze aanvraag af omdat er “twee volwassen, gezonde kinderen thuis wonen die ook huishoudelijke taken kunnen doen”. Maar deze kinderen zijn druk met hun opleiding. Wat doe je dan?

Vraag je eens af: hoe gaat dat in jouw gemeente? Gaat dat redelijk en billijk binnen de grenzen die de politiek aangaf? 


Meer weten? Ga naar: De Tweede Mening