Handel met andere gemeenschappen is een
bijzondere menselijke eigenschap. In het dierenrijk zul je eerder
zien dat roedels, families, de kudde zich juist afsluiten van
anderen. Anderen worden geweerd uit territoria. Handel brengt
vrijheid, inspiratie, leren van anderen. Betekent dat ook dat CETA en
TTIP, de handelsverdragen met Canada en de VS dat brengen?
Handel zorgt voor vertrouwen tussen
onbekenden en welvaart
Handel zorgt voor groeiend vertrouwen
tussen onbekenden. De andere kudde vertrouwt je niet, dus je moet dat
vertrouwen winnen. Dat gaat via tussenpersonen (jij kent Piet en Piet
kent ons en zegt dat we te vertrouwen zijn). Omdat de handel lastig
is als het alleen ruilhandel is, herintroduceerden Nederlanders
muntgeld. Dat was in de Middeleeuwen aan het verdwijnen, zoals we wel
meer mooie gebruiken van de Romeinen vergaten. Voor Nederlanders was
geld heel handig. De Scandinaviers, Schotten en andere volkeren aan
de Noordzee ruilden de huiden tegen geld omdat ze er op vertrouwden
dat dat geld van de Nederlanders zijn waarde behield. Betrouwbaar
gedrag werd beloond.
Handel brengt ook welvaart, daar kan
Nederland van getuigen. Je concentreert je op waar je goed in bent en
haalt bij de ander waar hij goed in is. Een land met veel bossen kan
handelen met een land met veel grasland: de een produceert meer hout,
de ander veel melk van grazende koeien.
Handel brengt risico's met zich mee
Handel brengt ook risico's met zich
mee. De goedkope producten uit het buitenland hebben invloed op de
producten die in je eigen land geproduceerd worden. Je kunt danje
eigen industrie beschermen door een importheffing in te stellen. Op
elk geimporteerd product moet betaald worden, zodat de producten uit
de andere landen duurder worden en de eigen industrie lucht krijgt om
werk in het eigen land te behouden. Dat is de reden dat er altijd wat
wrijving is tussen mensen die pleiten voor meer handel en mensen die
daar tegen pleiten om de eigen markt te beschermen. Daardoor zijn er
discussies over importheffingen.
Ingewikkeld is namelijk dat de
importheffing vaak wederzijds is. Wij beschermen onze economie en
beschermen onze eigen industrie, maar daardoor krijgt onze export
minder kansen. Want het andere land waar je handel mee drijft
beschermt dan natuurlijk op zijn beurt zijn eigen industrie. Zo
vermindert de handel die toch welvaart bracht.
CETA, het handelsverdrag met Canada
Als handel welvaart en groeiend
vertrouwen tussen onbekenden brengt, waarom zijn er dan zulke
gepassioneerde tegenstanders van het verdrag met Canada? Is het
onzekerheid die ontstaat door het verdwijnen van importbeperkingen?
Daar is soms wat voor te zeggen. Zo levert de handel met China bij
hoog opgeleiden welvaart, maar gaat dat gepaard met onzekerheid juist
bij lager opgeleiden. Daarmee heeft de wereldhandel een slechtere
naam gekregen, want draagt bij aan de tweedeling. Maar Canada is geen
lage lonenland. Wat is er dan aan de hand?
Lagere bescherming
Ieder land maakt eigen afwegingen over
standaarden waar producten aan moeten voldoen. Op het moment dat je
de standaarden van een ander land accepteert, brengt dat onzekerheid.
Zijn de producten uit de andere landen wel veilig genoeg? De vraag is
of daar in de onderhandelingen goed naar gekeken is. De
onderhandelingen zijn zo belangrijk voor multinationale ondernemingen
dat zij veel tijd en geld hebben kunnen steken in de
onderhandelingen. Het is de vraag of het midden en kleinbedrijf wel
evenzogoed profiteert van het vrijhandelsverdrag. Misschien
belangrijker zijn de wensen in ons land en in Europa op het gebied
van milieu. In de EU bestaat het voorzorgsprincipe: een chemische
stof is verboden, tenzij is bewezen dat deze niet schadelijk is voor
mens, dier en milieu. In de VS en in Canada is dit omgekeerd: een
stof wordt alleen verboden als wetenschappelijk bewezen is dat deze
schadelijk is. Accepteer je de standaarden van Canada, dan ondergraaf
je je eigen principe van voorzorg. Typisch iets waar multinationale
ondernemingen blij mee zijn: overal in de ontwikkelde landen het
zelfde principe van “geaccepteerd tenzij verboden” geeft
vrijheid.
Er staat ook in het CETA-verdrag dat er
een werkgroep komt die gaat bekijken hoe regelgeving in Canada en
Europa verder geharmoniseerd kan worden. Harmonisatie houdt meestal
in dat de partij die het minst streng is gelijk krijgt. De strenger
gereguleerde industrie kan immers goed uit de voeten met de minder
strenge regulering en andersom niet.
Impuls voor groei juist hard nodig
Dit alles wordt besproken in een tijd
waarin Europa een periode van lage economische groei tegemoet gaat.
Juist handel zou een groei-impuls kunnen geven, maar tegen welke
prijs? Verder wordt dit besproken in een tijd waarin landen zich meer
terugtrekken op zichzelf en minder vertrouwen hebben in anderen. Handel gaat al minder worden als Engeland uit de EU stapt, dan krijgen we immers te maken met nieuwe importheffingen.
Ik heb altijd gedacht dat de prijs van
de onzekerheid betaalbaar was en dat de winsten van zo'n verdrag
groter waren dan de verliezen. Het gaat hier om Canada, toch niet een fout land. Maar dat is lastig te toetsen. Zo kan iedereen er voordelen en risico's in zien.
Waar
stemmen we eigenlijk mee in? Bij voetbal zien we dat het Nederlands elftal te maken heeft met 16 miljoen trainers. Bij vrijhandelsverdragen gaan we dat nu ook zien. Ik vrees dat CETA het laatste grote
internationale verdrag zal zijn
Geen opmerkingen:
Een reactie posten