dinsdag 30 december 2025

Transitie! of: Wat Managers en Politici Echt Bedoelen

Nadat we allerlei crises hebben moeten aanhoren, is het nu de tijd dat iedereen praat over transities. Eerst zijn we ons rotgeschrokken van al die crises (die meestal langzame veranderingen blijken, maar zonder het woord crisis doen we er niets aan). Nu komen er dus allerlei “transities”. Waarom horen we dat ineens zo vaak? Wat betekenen die transities nu echt?

Neem Peter Wennink die over zijn rapport zei: “We moeten stoppen met polariseren en beginnen met bouwen. Het populisme zet mensen tegen elkaar op, maar biedt geen oplossingen. Er zijn grote maatschappelijke transities nodig – digitaal, klimaat, zorg – en die vragen om samenwerking, niet om strijd.”. De digitale transitie dus, of de zorgtransitie of de klimaattransitie. (Hij hekelde polarisatie, hij vond dat iedereen maar gewoon moest doen wat Wennink wilde, lees mijn blog.)

Een keur van transities
We gaan nogal wat transities tegemoet. Ik surfte maar eens en het stikt van de transities. Denk aan de transitie “naar een post-industriële economie”, de transitie “naar duurzame verwarmingstechnologieën, zoals warmtepompen en warmtenetten”, de transitie “naar zero emission”, de transitie “naar een circulaire economie”, de transitie “naar een duurzame landbouw”. En al surfend zag ik ook de “WTP-transitie” (Wet Toekomst Pensioenen), of “de transitie in de tankstationwereld: niet alleen in energie, ook in aanbod en regelgeving”. Ook de tankstationwereld ontkomt er dus niet aan!

Grote enge veranderingen!
Waarom ineens al die transities en waarom noemt iedereen het zo? Wat is bijvoorbeeld de transitie naar duurzame verwarmingstechnologie? Je moet je kachel de deur uit doen en een ander verwarmingssysteem aanschaffen, terwijl je nog niet precies weet wat de beste nieuwe vormen zijn, welk merk goed en goedkoop is, hoeveel het gaat kosten, of er ineens cowboys in de markt komen die van alles beloven. Dat is eng. Dat willen mensen niet. 

Reclamemakers weten dat het “doe je kachel of auto de deur uit” focust op wat je kwijt raakt. Dat is vervelend. Voor veel mensen betekent een transitie simpelweg dat hun huidige vaardigheden minder waard tot nutteloos worden of dat hun vertrouwde omgeving verandert. En dat is meestal een grote verandering. Als het woord verbetering of verandering gebruikt wordt is dat te beperkt. Mensen moeten weten dat het grote veranderingen zijn, maar ze moeten er niet van schrikken.


Reclamewoord dat hoopt dat we de pijn vergeten

Het woord transitie focust daarom op de bestemming (de nieuwe manier van werken) en niet op de afbraak van het oude (met alle ellende die wacht). Let op, het wordt beter! Vergeten moet worden dat een overgang naar nieuwe manieren van werken niet alleen pijn kan doen, maar ook tijden van chaos kent. Voordat het nieuwe werkt, moet het oude worden afgebroken. Daar zit nogal wat rotzooi aan te komen. Systemen lopen vast, mensen raken gedemotiveerd en de kosten gaan vaak eerst omhoog voordat ze omlaag gaan. Er ontstaat een strijd tussen de 'gevestigde orde' (die alles bij het oude wil houden en baat heeft bij doorgaan op de oude weg) en de 'pioniers' (die wel weten waar ze heen willen, maar niet hoe dat precies geregeld moet worden). Dat is geen soepele overgang, maar een botsing van belangen die veel ellende kent.

Transitiewoordenboek
Eigenlijk weten mensen die de dupe gaan zijn van de “transities” dat best. En weten ze dat niet? Dan hebben ze misschien baat bij dit kleine transitiewoordenboekje.

Wat men zegt Wat men bedoelt De realiteit
"We zitten in een transitie." "We weten het even ook niet meer."Er is onduidelijkheid en onzekerheid op de werkvloer.
"Een soepele transitie naar..." "We hopen dat niemand gaat staken."De verandering gaat gepaard met hoge werkdruk en stress.
“Transitie management” “We gaan vooral naar de cijfers kijken, even niet naar de mensen”De menselijke maat raakt zoek, want is onbelangrijker
“Mensen meenemen in de transitie” “Die oude hap wil het maar niet begrijpen”Mensen moeten gedwongen worden zich aan te passen aan de systemen
“We zetten een stip op de horizon voor de transitie” “We verwachten chaos, en hopen de goede kant op te gaan”De manager gaat de komende chaos negeren
“We gaan naar een creatief proces om handelings-perspectieven te creëren” “We weten nog niet hoe we het aan moeten pakken” Er wordt van alles uitgeprobeerd
“Met de transitie gaan we de toekomst actief vormgeven” “Jullie moeten zelf veranderen, afwachten gaat jullie problemen geven” Mensen die niet meebewegen gaan hun baan verliezen
Wat men zegt Wat men bedoelt De realiteit

Wat zou het regeerakkoord gaan zeggen over de grote komende veranderingen?



dinsdag 23 december 2025

Regeren gaat een pijnlijke inspanning worden

Kiezers kijken anders naar regeren dan vroeger. De Honeymoon-periode (enthousiasme en vertrouwen bij de start) is korter, kiezers stappen sneller over naar een andere partij die de indruk wekt het beter te kunnen. Kiezers zien ook minder de nuance van coalities terug. Uitleg dat je als coalitie misschien niet maximaal scoorde, maar meer voor de samenleving bereikt is te genuanceerd. Het algemene idee dat eerst het zuur moet komen (moeilijke en pijnlijke maatregelen) waarna het zoet komt (lagere lasten, betere kwaliteit) is niet meer breed geaccepteerd, een ingreep moet nu direct iets opleveren. Daardoor betekent regeren vaker zetels verliezen. Wat zijn de uitdagingen? En wat is er tegen te doen?

Start met achterstand
De regering start met een achterstand. Infrastructuur is bijvoorbeeld lang verwaarloosd en dat kon ook lang vooruitgeschoven worden. Het stikstofprobleem is al bekend sinds de jaren tachtig. Het aanpakken is steeds uitgesteld zodat de oplossingen ook steeds pijnlijkere ingrepen vragen. De zorg is steeds uitgebreid en moeilijke keuzen over grenzen zijn uitgesteld. Verantwoordelijke partijen starten dus met een achterstand: pijnlijke ingrepen zijn uitgesteld. Op korte termijn kleeft de pijn van de ingreep aan jou, terwijl de winst nog niet zichtbaar is.

Maatregelen tonen geen winst
Omdat de winst nog niet zichtbaar is geloven de kiezers niet in je maatregelen. Het verhogen van de rente als alles duurder wordt door inflatie is bijvoorbeeld een maatregel die volgens alle economen helpt om inflatie te stoppen. Verlagen van de rente zorgt juist later voor meer inflatie! Maar wie schulden heeft ziet juist dat hij er makkelijker bij kan lenen, waardoor het leven even beter betaalbaar is (verhogen van de rente draagt bij aan zijn hogere kosten, dus dat wil hij niet). Zo ook met het verlagen van het eigen risico dat de kosten voor de zorg op termijn verder doet toenemen.

Oppositie doet makkelijker beloften die direct bij de kiezer komen
Oppositiepartijen doen gemakkelijker grote beloften. Vanaf dag één komt er geen asielzoeker Nederland meer in, de boeren kunnen rustig blijven doorgaan, de huren zullen verlaagd worden en armoede uitgedreven. Door de sociale media komen die beloften makkelijker rechtstreeks bij de kiezers. Vroeger was er een filter van kranten die de beloften konden kenmerken als realistisch of juist onrealistisch, haalbaar of juist onhaalbaar, of onverantwoordelijk. We hebben niets gezien van het strengste asielbeleid ooit, toch kreeg de PVV nog steeds 26 zetels.

Echte ingrepen vragen meer tijd
Veranderingen kosten ook tijd. Het overschakelen van fossiele brandstoffen naar zonne- en windenergie kost tijd en geld, dus doet wel pijn, terwijl de winst nog tijd vraagt. Experts waren al heel lang duidelijk over het afschaffen van de terugleververgoeding bij zonnepanelen, maar de maatregel doet zichtbaar pijn. Er zijn nog geen goedkope thuisbatterijen en je opgebouwde winst smelt weg doordat je gebruikt na 16u (als er een tekort is) en opwekt tussen 11 en 16 (als er een overschot is). Feitelijk betalen niet-zonnepaneelbezitters meer dan zou moeten en eigenaren minder dan zou moeten. Maar die lagere kosten vallen de niet-bezitters niet op, zodat alleen de bezitters klagen.

Kiezers geloven dus niet dat je pijnlijke maatregelen goed zijn.

Regeren is vooruitzien?
Niet alles is mis in Nederland. In veel landen is het pensioensysteem onhoudbaar met de vergrijzing: de werkenden betalen voor de pensioenen, maar er zijn steeds minder werkenden op steeds meer gepensioneerden: dat heet het omslagstelsel. Italië, Griekenland, Frankrijk en Spanje kenden zeer genereuze, vroege pensioenleeftijden en pensioenen gefinancierd via omslagstelsels. Toch toont dat precies het probleem: dat heeft Nederland beter georganiseerd, maar heeft daar ooit een partij de credits voor gekregen? Is de PvdA beloond voor het houdbaar maken van de WAO? Zijn VVD en PvdA beloond voor het verhogen van de pensioenleeftijd?

Is verantwoordelijk bestuur voor de lange termijn echt electorale zelfmoord?

De vraag is of dat echt onontkoombaar is. Ik doe 6 suggesties, deels communicatief, deels gericht op verbetering en steun.

1. Communicatie klaar voor de toekomst. Zorg dat het verhaal die niet bouwt op “ik kan niet anders want anderen deden het fout” maar op "Klaar voor de Toekomst". Praat niet over bezuinigen, maar over investeren in een toekomstbestedig Nederland. Vertel bij elke pijnlijke maatregel onmiddellijk en concreet een toekomstig voordeel.

2. “Eigenaarschap en Eerlijkheid". Ministers van Financiën zijn vaak populair omdat mensen als ze naar het geld kijken best snappen dat er met zorg op de financiën gelet moet worden. Blijf niet alleen hangen in de pijnlijke kant, maar benadruk steeds de winst in de toekomst. Zorg dat dat verhaal tot in de huiskamer doorklinkt. Mensen spreken zich niet makkelijk uit als iemand klaagt over een bezuiniging, terwijl ze zelf denken dat het misschien echt nodig is om te bezuinigen. Dat zagen we ook bij de groei van de WAO, maar als niemand je maatregel verdedigt komt dat verhaal niet door.

3. Transparantie. Maar al te vaak wordt iets algemeens beweerd over de opbrengst. Maak dat concreet. Toon precies waar elke bespaarde of opgehaalde euro naartoe gaat, in begrijpelijke infographics. Laat mensen ook delibereren erover; "We moeten €X bezuinigen op zorg. Hier zijn drie opties, stem op onze website welke u het minst slecht vindt." Dit verandert het gevoel van "opgelegd" (dus boos!) naar "meebeslist". Wees keihard op eerlijke verdeling. Zorg dat grote bedrijven en vermogens zichtbaar meer bijdragen. Wordt de "partij die de sterkste schouders het zwaarst laat dragen", zelfs als dit economisch complex is.

4. Tastbare Resultaten. Kijk of het mogelijk is te starten met snelle, zichtbare projecten die direct aan het beleid gekoppeld kunnen worden. Gebruik een deel van de opbrengsten uit een soberheidsronde niet alleen voor de reserves, maar voor één groot, zichtbaar, populair investeringsproject dat binnen de regeringsperiode opgeleverd wordt. Dit wordt het tastbare bewijs dat "de pijn ergens toe leidde".

5. Bondgenootschap. Oppositie, vakbonden en belangenorganisaties vallen je aan, waardoor je in een isolement komt. Des te belangrijker is het om strategische bondgenoten te zoeken buiten de partijpolitiek om je beleid te legitimeren. En het mooie is: je bondgenoten kunnen je voorstellen verbeteren met hun suggesties. Dat kunnen natuurlijk externe instituties als de planbureaus zijn of wetenschappers, maar liever vakbonden, milieuorganisaties en andere maatschappelijke organisaties. Maar zorg ook dat “gewone” BN-ers zich uitspreken.
Zorg zo voor een breed maatschappelijk "pact" met maatschappelijke organisaties, waarbij zij (in ruil voor invloed op uitvoering) het noodzakelijke karakter van de hervormingen mede-ondertekenen. Denk aan de commissie Wagner en het akkoord van Wassenaar in de jaren 80 en de pensioenhervorming in de jaren 10

6. Empathie en Erkenning. Combineer onwrikbaarheid op beleid met maximale empathie in communicatie en uitvoering. Begin steeds met erkenning van de pijn, zoals Rutte dat ook zo goed kon. Zoek laagdrempelige compensatieregelingen voor de meest kwetsbaren, en communiceer die nadrukkelijk. Het beeld moet zijn de "streng maar rechtvaardige ouder" in plaats van ongevoelige boekhouder.

Valse start
D66 heeft het zich moeilijk gemaakt door de uitsluiting van GroenLinks-PvdA te accepteren. Dat is een valse start en betekent minder kans op bondgenoten en moeilijkere empathie. Als GroenLinks-PvdA een schaduwkabinet maakt zal het moeilijker zijn om te doen alsof je als enige Nederland klaar kunt maken voor de toekomst. Of de VVD dat als winst zal binnenhalen is zeer de vraag. Ik zou het de VVD vaak inwrijven als er weer een maatregel niet door de Eerste Kamer komt (omdat GLPvdA daarde grootste partij is)

maandag 15 december 2025

Als Den Haag nou maar kiest, loopt de hele samenleving er achteraan?

Een rapport verandert
de maatschappij niet

De kiezer heeft de combinatie van D66, CDA, GroenLinks PvdA, Volt en CU geen meerderheid gegeven (68 zetels). Ik zag die combinatie als een kans om Nederland niet alleen van het slot te halen, maar ook een groei in te zetten die de steun zou kunnen hebben van links en rechts. Helaas is de huidige tijd meer gericht op afdwingen, dan op het zoeken naar de wijsheid van de groepen die met bezwaren komen. Dan is er geen reden te zoeken naar een vertegenwoordiging van links en rechts in één kabinet.

Meerderheid om te kunnen afdwingen
Politieke partijen kijken vooral naar het aantal zetels in Den Haag. Heb je een meerderheid dan kan je besluiten afdwingen, wetten maken en de regels naar je hand zetten. Je kunt in het kabinet als minister zelfs je eigen wil opleggen door niet te luisteren naar verzet vanuit de maatschappij. In het kabinet met de PVV was het idee om ieder zijn eigen stokpaardje te gunnen. Zo kon de PVV roepen dat er teveel asielzoekers komen en vervolgens de asielopvangketen laten vastlopen. Het volgende kabinet zou dat dan moeten oplossen. Zo kon de BBB de landbouw uitstel geven en net doen of er geen stikstofprobleem is. Het volgende kabinet zou dat dan moeten oplossen. Ik hoopte op een kabinet dat vooral zou willen luisteren hoe de verschillende visies elkaar kunnen verrijken om te komen tot iets beters.

De samenleving moet dit ook willen, want daar wordt de economie ingevuld
Een middenkabinet dat echt Nederland in beweging zou moeten brengen moet zo niet werken. Als je de gedachten van Draghi voor Europa en van Wennink voor Nederland serieus wil nemen, moet je gedwongen worden héél goed te luisteren naar de weerstanden in de samenleving. Ook al staan er veel goede dingen in het rapport, daar ligt niet de echte uitdaging! Hoe krijg je de samenleving mee in de weg naar meer welvaart en welzijn? Waar zit de wijsheid in het verzet? Zo hadden de vakbonden nogal harde kritiek op het rapport van Wennink. Het afbreken van de sociale zekerheid en de herintroductie van de onzekere baan zorgt juist voor een zwakkere economie, was hun kritiek. Zonder direct hun alternatieven over te nemen, is het nodig om te luisteren: welke wijsheid voegen de vakbonden toe?

De vakbonden herkennen het belang van investeringen en het oplossen van de problemen rond stikstof en de hoge energieprijzen voor bedrijven. Dat is een goede start! Herken dat dan ook! Waarom dan toch weer terug naar de weg van minder baanzekerheid door makkelijker te laten ontslaan en niets te doen aan de kansen van de mensen die hun baan kwijt raken?

Mijn weg of doormodderen?
Maar vervolgens wekt Wennink de indruk dat zijn werk de enige weg is. Het is niets doen en doormodderen of dit rapport uitvoeren. Wennink pleit ook voor een meerderheidskabinet vanuit de Haagse visie dat je gewoon de meerderheid laat besluiten. Hij heeft niet met de vakbonden gesproken omdat zijn “boodschap gericht is aan de politiek”. Dat typeert hem. Hij wekt daardoor de indruk dat als Den Haag nou maar kiest, de hele samenleving er achteraan loopt. Dat is in een bedrijf waar je CEO bent misschien zo, in Nederland werkt dat allang niet meer. Het is de vraag of GroenLinks PvdA daar aan mee zou moeten doen. Sterker: het is de vraag of D66 en CDA daar aan mee zouden moeten doen.

Als je Wennink zo hoort praten, dan hoor je de kettingzaag van Milei op de achtergrond. Werven van draagvlak is uit de mode geraakt. Dat is precies waarom de VVD GroenLinks PvdA niet en JA21 wel in een kabinet wil hebben. Het gaat hen alleen om die meerderheid.

Maar waak voor de gedachte dat als er maar een meerderheidskabinet in Den Haag zit, de samenleving vanzelf volgt.

dinsdag 2 december 2025

Het taboe van het burgerberaad: niemand is aanspreekbaar

 

Aan de vertegenwoordigende democratie voegen we allerlei zaken toe om burgers meer invloed meer eigen verantwoordelijkheid te geven. Meer laten besluiten in buurten. Buurtbudgetten geven. Het groen zelf beheren. Maar ook “right to challenge” (het recht om uit te dagen) geeft een bewonerscollectief dat ziet dat een dienst beter uitgevoerd kan worden de mogelijkheid om deze dienst over te nemen. Nu is daar als vernieuwing het burgerberaad bijgekomen. Daar ontbreekt iets waar niet over gepraat wordt.

Het burgerberaad is een belangrijke vernieuwing. De voordelen van een burgerberaad zijn betere en meer geaccepteerde beleidsbeslissingen, een toename van het vertrouwen in de politiek omdat ook “gewone burgers” hun bijdrage hebben geleverd, en de mogelijkheid om complexe en gepolariseerde onderwerpen uit de samenleving goed uit te lichten. Onlangs het klimaatberaad. Burgers worden ingeloot om mee te besluiten. Er wordt gelet op representativiteit en onder oververtegenwoordigde groepen (mannen 50+) opnieuw geloot. Mensen luisteren echt naar elkaar en komen tot besluiten die gedragen worden. Mooi.

De verantwoording?
Maar waar niemand het over heeft is de verantwoording. In onze democratie maken we keuzen voor partijen en als ze het niet goed doen, hebben we de mogelijkheid om ze weg te sturen. Ook bij een right to challenge of als bewoners zelf iets beheren kunnen mensen die het niet goed vinden bij mensen klagen.

Hoe moet dat met een burgerberaad? Wie spreken we dan aan? De politiek die geacht wordt het advies automatisch over te nemen?

Schervengericht
Het idee komt uit het klassieke Griekenland waar iedereen (de vrij mannen dan) mee kon praten. Bestuurders werden geloot uit vrije mannen om bestuurder te worden. De democratie is van ons allemaal. 

Maar wat nu niet is overgenomen is wat er gedaan werd als dat niet goed ging: het schervengericht.

Een schervengericht, ook wel ostracisme, was een stemming in het oude Athene waarbij burgers een politicus konden verbannen voor tien jaar door diens naam op een potscherf (ostrakon) te schrijven. Het werd ingevoerd om te voorkomen dat iemand te machtig werd en was een procedure van de volksvergadering (Ekklèsia). De verbannen persoon behield zijn bezittingen en rechten en kon later worden teruggeroepen. 

Dit gaat wat ver om te vragen van ingelote burgers. Maar het is wèl het overnemen van rechten, maar veronachtzamen van de plichten. Aristoteles vond dat iedere bestuurder aanspreekbaar moest zijn op zijn daden. Waar is die verantwoording gebleven???

Wie spreken we aan als het burgerberaad echt iets doms heeft gedaan?

P.S. De blog heette eerst niemand is aansprakelijk. Dat is de verkeerde term, aanspreekbaar is de bedoeling. Aansprakelijk lijkt teveel op de weg naar een schervengericht

maandag 24 november 2025

Gepolariseerd debat houdt niet van het compromis

 Voor een land dat is gebouwd op polders en polderen is het vreemd dat er steeds vaker wordt neergekeken op compromissen. Waar komt dat neerkijken op compromissen vandaan en is het terecht? En waarom blijf ik er voor pleiten?

Ik hoorde al over een zouteloos compromis in de tekst aan het eind van deklimaatconferentie . Of over het compromis rond de volgende klimaattop. Of het compromis over de voorzanger van het Israelisch leger. Zoek op compromis in het nieuws en je krijgt “teleurstelling over slap compromis”, “niemand krijgt zijn zin”, “alleen uit vrees voor onrust sloot men een compromis”, “onbevredigend compromis over handelsakkoord”. De teleurstelling haalt natuurlijk gemakkelijker de krant dan gematigde tevredenheid. Maar er zit iets dieper. Denk aan het enthousiasme over de bezuiniging met de kettingzaag van Milei bij VVD en JA21 om stevig te bezuinigen. Niet blijven hangen in compromissen maar aanpakken!

Een gepolariseerd debat houdt niet van compromissen
We houden blijkbaar van krachtige definitieve oplossingen; de aandacht voor wat je niet binnenhaalde verdringt de aandacht voor de winst van een compromis. Daar is de huidige polarisatie bijgekomen. Elke afwijking van jouw perfecte oplossing is inferieur: dat scoort op sociale media en nemen we blijkbaar gemakkelijk over. Zoals Trump alle onderhandelingen ziet als een “zero-sum game": de winst van de een is het verlies van de ander. Toegeven aan de ander is zwak en samenwerken met de ander wordt gezien als collaboratie met de vijand.

De voordelen genegeerd
Het compromis is de smeerolie van de samenleving. Het zorgt voor vooruitgang doordat partijen zich kunnen richten op andere problemen die ook schreeuwen om oplossingen. Een oplossing die door een compromis tot stand kwam heeft meestal meer draagvlak waardoor de bereidheid groter is zich te houden aan afspraken. 

Winst voor beide partijen is mogelijk
Bovendien zorgt een compromis er vaak voor dat gezocht wordt naar oplossingen waarbij meerdere partijen tegelijk winnen. Het traditionele voorbeeld is de verdeling van de sinaasappel. Twee partijen vechten om een sinaasappel te krijgen. Ze luisteren niet naar elkaar en komen er niet uit. Het lijkt er op dat de sinaasappel doorgesneden moet worden: met als nadeel dat als het compromis is dat beiden hebben ingeleverd. Dat is het beeld van de mensen die strijden tegen compromissen en het hebben over halfbakken en niemand die zijn zin kreeg.

Maar als je met elkaar in gesprek gaat blijkt dat de een een cake wil bakken en de schil nodig heeft en de ander het sap nodig heeft. Het compromis wordt dan dat de een het sap en de ander de schil krijgt. De mensen die het als inleveren zien, kijken alleen naar het binnenhalen van 100%.


Het voordeel van zoeken naar een compromis is dat je soms ziet dat de ander een punt heeft waar je aan tegemoet kunt komen. Misschien haal je die 100% niet binnen, maar weet je elk 70% binnen te halen van wat je wilde (of in het geval van de sinaasappel elk 100%). Dat durven de tegenstanders van het zoeken naar een compromis niet aan. Je moet toch die verloren punten uitleggen.

Luisteren naar elkaar om de wijsheid van de ander te horen
Nederland is gebouwd op compromissen of liever gezegd op het luisteren naar elkaar om een uitweg te vinden uit moeilijke keuzen. 

Ja, soms betekent dat pijnlijke zaken te moeten accepteren en iets inleveren. Bijna altijd kom je verder dan als je elkaar alleen als tegenstander ziet. 

Ja, je krijgt dan mensen die roepen dat je vuile handen maakt of dat je nu eenmaal beloofd had nooit te gaan onderhandelen met de andere partij. Maar kijk naar de winst voor de samenleving: had die tegenstander niet ook een punt? Precies daar zit het hem in: niet het allebei wat inleveren, maar zoeken waar de ander gelijk in heeft.

Wat was de wijsheid die je kunt vinden in diens tegenwerpingen?

maandag 10 november 2025

Kan gezond Nederland leren van de kettingzaag van het aan financiële steun verslaafde Argentinië?

 

Het is een mooi beeld: een president die met een kettingzaag het podium opkomt om eens flink de overheidsuitgaven aan te pakken. De Argentijnse aanpak inspireerde Elon Musk bij zijn activiteiten om te snijden in de overheidsuitgaven. Hij kreeg van de Argentijnse president Milei ook een mooie kettingzaag. Inmiddels heeft de inspiratie ook Nederland gehaald en inmiddels lopen JA21 en VVD er achteraan.

Oud-voor-nieuw is verstandig
Laat ik eerst zeggen dat het altijd goed is om kritisch door de overheidsuitgaven te gaan. In een markteconomie verdwijnen overbodige uitgaven omdat de concurrenten zoeken naar manieren om goedkoper en beter te produceren en zo de gunst van de consument te veroveren. Dat betekent dat je eigenlijk in de overheid altijd een soort “oud-voor-nieuw” operatie moet organiseren. Wat is overbodig geworden of kan inmiddels beter of goedkoper? 

Maar: is Argentinië dan wel een inspirerend voorbeeld??

Argentinië een financiële ramp
Argentinië is op gebied van greep houden op overheidsuitgaven nu niet direct een voorbeeld om van te leren. Argentinië heeft een lange geschiedenis van financiële problemen. Het land ging acht keer in zijn geschiedenis failliet, waarvan twee keer deze eeuw. In 2001 betrof het het grootste staatsbankroet in de geschiedenis. De inflatie in Argentinië piekte op 300% (2024), is gedaald naar 32% in september 2025. De inflatie blijft een van de hoogste ter wereld. Hoge rente en interventie houden peso kunstmatig hoog; onevenwichtige wisselkoers belemmert reserves en export.

Shocktherapie was afgedwongen
Het werk van Milei is een radicale poging om de cyclus van te hoge uitgaven, inflatie, faillissement te doorbreken door middel van een "shock-therapie" die is gericht op een begroting zonder tekort, deregulering en het aanmoedigen van investeringen. De harde maatregelen trokken in april dit jaar het Internationaal Monetair Fonds (IMF) over de streep om Argentinië opnieuw geld te lenen. Trump steunde Argentinië daarnaast met de aankoop van 20 miljard aan pesos, feitelijk politieke steun aan een bondgenoot en niet een afgewogen economische zet. Je kunt zeggen dat de financiële steun van het IMF en de VS electorale inmenging is, bedoeld om president Milei en zijn extreme programma te redden, de economische invloed van China te verminderen, herverkiezing mogelijk te maken en invloed te houden in Zuid Amerika. Maar het is nog niet stabiel. Zakt de peso, dan stijgt de inflatie en de armoede.

Alsjeblieft: niet leren van Argentinië
Dat land zou dus ons moeten helpen onze financiën beter te organiseren. Wat zouden we dan leren van Argentinie en de VS? De overheidsschuld als percentage van het BBP in Nederland is 46%, in de VS 120% en in Argentinië 42% (voordeel van af en toe failliet gaan). Nederland ging nooit failliet (wel de republiek der zeven verenigde Nederlanden in 1596). De rente in Argentinië staat rond de 30 a 35% omdat geldschieters het land zien als een onbetrouwbare betaler. De rente in de VS is 4,1% en die in Nederland (de ECB eigenlijk) 2%. Daarmee is Nederland een betrouwbare partij om geld aan uit te lenen. 

Samen oplossingen zoeken
Juist door heel zorgvuldig steeds de belangen af te wegen en pijn te delen is Nederland die betrouwbare partner. Op korte termijn minder spectaculair, maar terugkijkend in de geschiedenis is het Nederlands beleid spectaculair veel beter dan Argentinië. Waar de Argentijnse president kiest voor confrontatie en het grote gebaar zonder aandacht te geven aan de pijn is dat in Nederland wat meer polderend. Tegenover agressie, grote gebaren, schaamteloosheid en onveiligheid staan kleinere stappen, iedereen meenemen, iets zoeken dat beter werkt of minder pijnlijk is.  

Er is dus geen reden hoog op te geven van het (afgedwongen) financieel beleid van Argentinië. Nederland is succesvoller dan Argentinië (en de VS).

Armoede, werkloosheid en rellen
Maar het gaat verder. De gedwongen ingrepen leiden tot protesten en rellen. Op straat in Buenos Aires is de voorspoed nauwelijks merkbaar. Door de bezuinigingen van de overheid en de afname van de koopkracht hebben steeds meer mensen moeite om medicijnen te betalen of schoolspullen voor hun kinderen te kopen. Bijna 1 op de 13 Argentijnen is werkloos tegen 1 op de 25 in Nederland. Na Milei kan de cyclus weer op gang komen omdat de Argentijnen hard geraakt worden door het agressieve beleid.

Wie enthousiast is over de kettingzaag van Milei, moet ook de andere kant zien. De reactie op de kettingzaag is werkloosheid, armoede, minder toegang tot medicijnen, met als mogelijk gevolg dat de slinger na Milei weer de andere kant op schiet. Want dat doorschieten, daar zijn de Argentijnen goed in.

donderdag 30 oktober 2025

Nederland in verval??

Nederland in verval? Nu D66 als een echte optimistische partij de verkiezingen heeft gewonnen zou het kunnen dat we afscheid gaan nemen van het denken over Nederland in verval zoals dat onder het vorige kabinet gebeurde. Wereldwijd is het optimisme afgenomen en Nederland heeft een langere traditie in het vervaldenken, zo gaf onlang het CPB aan. Wat kunnen we doen?

Welk verval?
We moeten eerst kijken vanuit welke visie mensen kijken naar verval. Nogal zwaar en heel zichtbaar drukt in de westerse wereld het idee van cultureel verval (westers cultureel erfgoed en mentaliteit), terwijl links vooral gericht is op economisch verval (oneerlijke verdeling, ongelijkheid en egoisme). Terwijl het economisch verval geduid wordt als fout van het “systeem” en daardoor onduidelijk blijft, wordt het cultureel verval simpel geduid met “migranten”. Zie het onderstaande schema:


Terwijl de PVV verloor zien we dat gevoel van cultureel verval nog steeds zwaar drukt. PVV verloor 9 zetels, JA21 won er 8, FvD 3. 

De toonaangevende stemmen in dit gebied slaan een steeds hardere toon aan naar mensen met een migratieachtergrond. Zij zijn makkelijker in het uiten van bedreigingen en noemen een ondergangsscenario. Daardoor denken we dat dit de grootste en groeiende zorg is van mensen. 

Maar dat is niet zo!

Gebrek aan vertrouwen politiek
Want het onderzoek naar burgerperspectieven toont niet dat het gevoel van cultureel verval is gegroeid (gele balk in plaatje hieronder). Integendeel. Wat is gegroeid, is het onbehagen over politiek verval. (blauwe balk in plaatje hieronder). Bij dit idee is de overtuiging dat het politieke systeem fundamenteel niet meer functioneert en daarmee tegen de burger werkt. Dit is ook niet een opwekkend perspectief. Mensen veronderstellen geen invloed meer te hebben op politieke besluitvorming. Er is veel wantrouwen. Mensen menen dat de besluitvorming in handen is van netwerken van ambtenaren, rechters, lobbyisten of internationale instellingen zoals de EU. 

Klinkt nog steeds niet fijn, maar hier zitten wel mogelijkheden tot verbetering.


Dit past D66 goed
Laat de verkiezingsuitslag een stimulans zijn om het vertrouwen in het politieke systeem te vergroten. 

Dat kan met meer participatie, meer blik op wonen, zorg, onderwijs en de toekomst van Europa. Wil Nederland blijven verdienen, veilig blijven en een baken van eerbied voor de rechtsstaat, dan zal dat als onderdeel van een Europese grootmacht moeten zijn. Kijk naar de geopolitiek en bedenk dat Nederland te klein is daar een doorslaggevende rol in te spelen. Ook in de zorgen over asielmigratie is Europa veel belangrijker om een oplossing te vinden dan Nederland. Daarvoor is optimisme nodig. Voor de toekomst zijn onderwijs, klimaat en veiligheid belangrijk. Dat zijn thema's die in een nieuw kabinet goed kunnen aanslaan.

Om zo'n kabinet echt te laten werken zal D66 GroenLinks-PvdA erbij moeten houden. In een rechts kabinet met D66 is het niet mogelijk om echte stappen te zetten. Het midden biedt een kans om zichtbaar te maken dat hierbij links en rechts wat stokpaardjes ingeslikt moeten worden om uiteindelijk vooruitgang te boeken.

Wie weet past dat juist goed in een kabinet onder aanvoering van D66. Zo is er reden voor optimisme. 






vrijdag 3 oktober 2025

Een vlag die verdeelt wappert voor niemand

Ik heb weinig met de Nederlandse vlag en misschien een beetje met nationalistische trots. Toch erger ik mij steeds meer aan het gebruik van de Nederlandse vlag bij demonstraties. Eigenlijk vind ik dat de Nederlandse vlag niet thuishoort in demonstraties. De prinsenvlag als NSB symbool natuurlijk ook niet, maar als iemand zich als nazi wil afficheren kan ik diegene moeilijk tegenhouden, hoewel het ook gezien kan worden als een vorm van aanzetten tot haat of het verheerlijken van het nationaalsocialisme (en dus voor de rechter gebracht kan worden).

Rood wit blauw en niet oranje blanje bleu!
Op 19 februari 1937 tekende koningin Wilhelmina het koninklijk besluit: "De kleuren van de vlag van het Koninkrijk der Nederlanden zijn rood, wit en blauw." Dat was juist om onderscheid te houden van de door de NSB gebruikte prinsenvlag, die nu opnieuw enthousiast door extreem rechts wordt gebruikt. In die zin kun  je gebruik van de Prinsenvlag inderdaad zien als verheerlijking van de landverraders van de NSB.

Nederlandse vlag bij demonstraties? Niet oké!
Maar wat als bij extreemrechtse demonstraties de Nederlandse vlag wordt gebruikt? Want dat gebeurt ook en steeds vaker. Een vlag hoort iedereen te vertegenwoordigen. De nationale vlag staat symbool voor het hele land: de staat, de bevolking en de gezamenlijke geschiedenis. Een deel van de inwoners mag de vlag niet “claimen” als exclusief teken van hún groep of politieke overtuiging. De rood-wit-blauwe vlag staat officieel voor het hele Koninkrijk en alle Nederlanders, ongeacht afkomst, religie of politieke overtuiging. 

Als de vlag niet meer ervaren wordt als iets van “ons allemaal”, maar als iets van “hen” gaan we de verkeerde kant op. Dat kan leiden tot wantrouwen, afkeer of polarisatie. De vlag moet een eenheidssymbool zijn, niet een symbool van PVV, BBB en FvD sympathisanten. 

Waar moet het heen als de vlag zichtbaar is bij demonstraties van rechts en extreem rechts en tegelijk bij herdenkingen zoals 4 en 5 mei? 

Ook niet als protest tegen internationale verdragen
BBB vindt wèl het prima. Die partij werd ook groot met de omgekeerde Nederlandse vlag. Mona Keizer vindt het een mooi protest tegen internationale verdragen (denk aan het Europees Verdrag tot Bescherming van de Rechten van de Mens), zei ze in Nieuws van de Dag, ze was er nog trots op ook. Haar probleem met internationale verdragen? Misschiern dit: Niemand mag worden onderworpen aan foltering of aan onmenselijke of vernederende behandelingen of bestraffingen (artikel 3). Het Europelijk Hof voor de Rechten van de Mens heeft in talloze zaken bepaald dat een staat iemand niet mag uitzetten naar een land waar een reëel risico bestaat dat die persoon zal worden blootgesteld aan foltering of onmenselijke behandeling. Of de bescherming van de Nederlandse natuur waar velen trots op zijn. Zo misbruikt BBB de Nederlandse vlag voor haar eigen doelen (asielzoekers wegsturen zonder met mensenrechten rekening te houden of boeren helpen als zij de natuur aantasten).

Juist doordat de Nederlandse vlag in principe neutraal is en niet aan een bepaalde ideologie is gekoppeld, kan zij functioneren als een bindend teken voor alle inwoners. Anders krijg je toch de vlag als teken van extreem rechts, dat moeten we voorkomen. Terecht noemt Rob Jetten het heel weinig respect tonen naar iedereen die voor die vlag is gestorven

Een vlag die verdeelt wappert voor niemand


Voor alle helderheid: de Nederlandse vlag uit bij slagen voor je examen of een huwelijk vind ik prima. 

woensdag 1 oktober 2025

Geen individueel maar maatschappelijk mentaal probleem

Mentale “ongezondheid” kost jaarlijks €18 miljard. Dit zijn alleen de kosten van zorggebruik, productiviteitsverlies en een klein deel van de patiënt- en familiekosten, voor slechts een selectie van mentale problemen. Zo stelt de Raad voor Volksgezondheiden Samenleving in het advies "Op de rem". (Dat is dus meer dan het rijk in 2025 mocht uitgeven aan infrastructuur en waterstaat (14 miljard) en ligt in de orde van grootte van Justitie en Veiligheid (18,325 miljard) en twee keer wat we uitgeven aan Asiel en Migratie (9,7)). Dat is nogal wat.

Lummeltijd en niet direct reageren op emails
In de media drong vooral die term van op de rem trappen door. “Geen pauzes waarbij mensen al werkend een broodje weghappen of op hun telefoon scrollen, maar geborgde ‘lummeltijd’". “Verveling kan ons veel brengen”, staat er in dikke letters in het advies” schreef Trouw. “De norm is dat mensen binnen enkele minuten op ontvangen berichten reageren”, schreef RTL nieuws. Een oppervlakkige lezer zal zeggen: ik ben ook gek ook, dat moet ik niet meer doen.

Geen individueel maar maatschappelijk probleem
Toch is dat precies niet wat de RVS adviseert. Ik herhaal het nog maar eens: Dat met hulp zelf op de rem trappen is niet wat de RVS als oplossing adviseert. Voor zover mensen al hulp zoeken, richt die hulp zich nu vooral op individuen en hun weerbaarheid, bijvoorbeeld met trainingen en zelf anders reageren. Ik schreef er eerder over in mijn blog. Want als we collectief steeds meer een beroep doen op mentale zorghulp, is het belangrijker te kijken of er een collectief probleem is. Natuurlijk, er zijn overvolle wachtlijsten in de geestelijke gezondheidszorg. In plaats van meer individuele hulp beschikbaar te stellen is het beter te kijken naar de eisen die de maatschappij stelt. Een “samenspel van prestatiedruk, versnelling en doorgeschoten individualisme” noemt de RVS dat. 

Aanbevelingen
Voor een sociaal-culturele verandering is het altijd moeilijk om te komen tot concrete aanbevelingen. In elk geval kom je er niet met een oproep aan de politiek om de samenleving te veranderen. Tegelijk kom je er niet met "Erken en omarm onwetendheid en onzekerheid". Ook het "verscheidenheid en vertraging inbouwen in beleid en financiering" helpt ons niet veel verder. 

Interessanter is de oproep om "onderwijsinstellingen, werkgevers, (publieke) organisaties, zorg- en welzijnsorganisaties (...) verbinding, verscheidenheid en vertraging een plek te geven". Of de oproep aan de rijksoverheid "Mental Health in All Policies" mee te nemen en wetswijziging door te voeren in de Wet Publieke Gezondheidszorg (Wpg). Dan kun je de zorg voor de mentale volksgezondheid als taak opnemen in de Wpg, waardoor gemeenten de taak hebben om ook de mentale volksgezondheid te beschermen. In de praktijk zie je dat gemeenten, scholen, werkgevers al zoeken naar dat soort ingrepen. Het gaat dan vooral om bij je beleid te kijken naar verbinding en niet te gemakkelijk tevreden te zijn met snelle oplossingen. 

Liever beter dan sneller
Als we zelf een taak krijgen van het rapport van de RVS is het dus dat het prima voor jezelf is om lummeltijd in te bouwen, maar veel beter om verder te kijken dan je neus lang is als iemand mentale problemen heeft. Waarschijnlijk is het niet zijn individuele mentale onmacht, maar de onmacht van zijn buurt, zijn werk en onze gerichtheid op de eigen verantwoordelijkheid. We moeten niet vergeten dat het belangrijker is dat mensen opgroeien in een fijne wijk waar mensen elkaar kennen, elkaar ontmoeten, samen lol maken en indien nodig even stoom afblazen bij elkaar en zo nodig elkaar helpen zonder dat direct een professional nodig is! Het gaat dus niet alleen om stilstaan (wat veel aandacht kreeg in de media), maar ook om lol hebben en genieten met elkaar. En prestaties mogen best, maar liever beter dan sneller en met de erkenning dat niet niet alles mogelijk is. 

De macht van het idee in plaats van het idee van de macht
Een makkelijke oplossing is er niet. Het gaat meer om de macht van het idee dan om het idee van de macht: het idee dat iemand, een minister-president of een regering, de macht heeft het op te lossen. Waarmee we weer terug zijn bij de start: we willen nu eenmaal graag een snelle en eenvoudige oplossing, dan hebben we dat ook weer gehad.

donderdag 18 september 2025

BBB: Wíj moeten zelfvoorzienend zijn, het buitenland niet!

Het voorwoord bij het programma van BBB klinkt vriendelijker dan dat van PVV en JA21. Het is (in elk geval in de versie die ik downloadde) vooral gericht aan de mensen die mee hebben geschreven en gedacht. BBB gaat er vanuit dat dat ook de mensen zijn die het programma lezen. 

Dat typeert BBB wel: ze weten dat verder niemand het programma leest.

Verder niemand? 

In Utrecht zit ik dan toch het programma te lezen. Je leest op allerlei manieren dat BBB verantwoordelijkheid heeft genomen en daar trots op is. Trots schijnt overigens een goed reclamewoord te zijn voor conservatieve politieke partijen. Trots blijkt inderdaad een woord dat BBB graag gebruikt, het komt 12 keer in het programma voor (5x bij de VVD, 9x bij PVV, 3x bij GroenLinksPvdA, 1x bij JA21, 0x bij CDA).

Woorden tellen bij BBB: trots, traditie, identiteit
Ook andere woorden vallen op, neem het woord “traditie” dat 15 keer voorkomt. Of neem het woord “identiteit” dat 11 keer voorkomt. Het eerste hoofdstuk heet niet visie en missie, maar “identiteit, visie en missie”. Het lijkt dat de schrijvers Jonathan Haidt hebben gelezen. Jonathan Haidt is de politiek filosoof/psycholoog die betoogt dat de linkse politiek morele waarden zoals loyaliteit (trots), gezag (veiligheid, orde) en heiligheid te weinig adresseert, omdat hun morele framework zich veel meer richt op zorg en eerlijkheid. Dit verklaart waarom rechtse partijen deze thema's effectiever kunnen aanspreken. Zie mijn blog uit 2021. Het programma heet trouwens “BBB levert”. Daarmee toont BBB meteen de klant – leverancierrelatie die de BBB als populistischepartij voor zich ziet. De achterban vraagt iets, de BBB levert. 

Al lezend merk ik wel dat "BBB levert" een thematisch redelijk compleet programma is dat inzet op de issues waar de partij groot mee is geworden. Regio versus platteland, Vrijheid voor de boeren, hard op asiel. Het is een programma voor een Nederland waar het platteland en de agro-sector centraal staan, met minder regels vanuit Den Haag.

Noaberschap
Sympathiek van BBB is het aansluiten bij het “noaberschap: het idee dat we naar elkaar omkijken, niet omdat het moet, maar omdat het hoort. Niet de overheid, maar de mensen en gemeenschappen om ons heen zijn vaak het eerste vangnet. Familie, buren, verenigingen en vrijwilligers vormen het fundament van een zorgzame samenleving. De overheid moet dat niet overnemen, maar versterken en ruimte geven”. 

Het programma bevat vrij vaak dat soort beschrijvingen om te laten zien dat we hier met een sociaal conservatieve partij te maken hebben. Of beschrijvingen hoe BBB is/wil zijn “Humorvol. Geen arrogantie, geen spatjes”. De teksten deden mij soms denken aan het CDA. “BBB staat voor een verbonden Nederland, waarin stad en platteland elkaar aanvullen in plaats van tegenover elkaar staan. Dat betekent: geen beleid voor enkelen, maar eerlijk beleid voor iedereen. Of je nu in Groningen woont of in Gouda, op het platteland of drie hoog achter iedereen verdient dezelfde kansen”.

Veel over migratie: ouderen durven niet meer over straat
Kijken we naar migratie, dan ziet het er anders uit. Hier heeft BBB zich gericht op de PVV en strooit door de hoofdstukken heen met opmerkingen over migratie. “Migratie speelt een rol in de woningopgave: opvanglocaties nemen woonruimte in beslag en de toestroom vergroot de druk op gemeenten, voorzieningen en de leefomgeving”. Of “Via de asielinstroom en via een gebrek aan duidelijke grenzen importeren we conflicten uit het Midden Oosten naar onze eigen samenleving”. En “Mensen herkennen hun eigen omgeving soms niet meer. Kinderen groeien op in een straat waar nauwelijks nog Nederlands wordt gesproken. Ouderen durven niet meer alleen over straat. Dat doet iets met het gevoel van thuis”. Daar doet BBB overigens verder niets aan.

Streng op asielmigranten, maar niet op arbeidsmigranten

Op asiel gaat BBB uitgebreid in. “Asielnoodmaatregelenwet invoeren”, “Wet invoering tweestatusstelsel invoeren.” Niet duidelijk is of de voorstellen haalbaar zijn. Integratie blijft moeilijk als BBB vasthoudt aan de regel dat asielzoekers pas vanaf zes maanden na hun asielaanvraag mogen werken. De Spreidingswet wordt ingetrokken, maar hoe het dan mogelijk wordt om asielzoekers onderdak te geven zolang het VN-verdrag niet is gewijzigd blijft onduidelijk. Hierin onderscheidt BBB zich niet van JA21 en PVV.

Arbeidsmigratie wordt net als bij PVV en JA21 niet tegengegaan. 

Je ziet dat BBB inspeelt op gevoelens, net als JA21 en PVV. "Ouderen durven niet meer alleen over straat" zou kunnen kloppen, maar Nederland is veiliger dan ooit. Teksten die bang moet maken liggen dus dichter bij de PVV dan bij het CDA. 

Ook het idee dat Nederland meer in zichzelf gekeerd moet raken dat we bij PVV en JA21 zagen komt terug: “In tijden van geopolitieke instabiliteit en leveringsafhankelijkheid is voedselzekerheid geen luxe, maar noodzaak. Nederland moet weer kunnen vertrouwen op eigen productie regionaal, duurzaam en strategisch. Onze voedselstrategie moet gericht zijn op zelfvoorziening”. Die zelfvoorziening zal voor de sojaboeren in Brazilie slecht nieuws zijn (Nederland is de grootste soja-importeur van Europa). 

Regio’s van belang
BBB komt voor de regio’s op, maar wat ze precies gaan doen blijft onduidelijk. “De overheid ondersteunt lokale verenigingen en vrijwilligerswerk actief. (Lokale) initiatieven tegen armoede en eenzaamheid kunnen rekenen op steun van de overheid. Want eenzaamheid is een groot probleem. In alle leeftijdsgroepen”. Of “We komen op voor lokale tradities en gebruiken, zoals kermissen, schutterijen, trekkertrek, sinterklaasintochten, paasvuren, carbidschieten en jaarmarkten”. “Scholen, sportverenigingen, bibliotheken, dorps- en buurthuizen en zwembaden moeten makkelijk bereikbaar zijn. Wij maken ons sterk voor het behoud van deze basisvoorzieningen en dit vraagt om een samenleving die kan rekenen op een overheid die geen terugtrekkende beweging maakt”. Op zich geen slecht idee. Het sluit ook aan bij het belang dat BBB hecht aan noaberschap. Omdat het vaag blijft is het ook lastig een beeld te krijgen van de betaalbaarheid. Want het bereikbaar houden van voorzieningen in de regio’s kost wel (veel) geld. 

Er staan meer "leuke" ideeën in het programma dan bijvoorbeeld bij PVV of JA21. Meestal komt het neer op meer aandacht voor de regio. “Commissievergaderingen over regio-gerelateerde onderwerpen moeten naast in Den Haag ook in de regio zelf worden gehouden om betrokkenheid en zicht op de praktijk te vergroten”. Fijn plan! Of: “Alle beleid dient een regiotoets te ondergaan die de gevolgen van beleid en de uitvoering daarvan voor regio’s en het platteland in beeld brengt”. Tot aan “Zorg voor veilige en comfortabele rustplaatsen voor vrachtwagenchauffeurs met sanitaire voorzieningen”. 

Tegelijk vraag ik mij af hoe die leuke plannen te combineren zijn met “eenvoud, slagkracht en focus op kerntaken” en “een structurele apparaatskorting op andere overheidsorganisaties” zoals BBB ook wil. BBB is wel voor een focus op kerntaken, maar tegelijk voor actieve ingrepen. Er moet bijvoorbeeld worden ingezet op een sterke maakindustrie en de scheepsbouw en familiebedrijven en het mkb moeten gestimuleerd worden. De landelijke overheid moet ook fors inzetten woningbouw waar die boeren niet in de weg zit.

Boerenachtergrond: wij zelfvoorzienend, het buitenland liever niet
BBB blijft de boerenachtergrond trouw. Defensie moet de mogelijkheid krijgen om uit te breiden in natuurgebied, zodat landbouwgrond goed wordt beschermd om het agrarisch gebruik te behouden. Op allerlei manieren worden de stikstofregels genegeerd. Als boeren geen ruimte krijgen hebben we hier niet te eten, is de suggestie. Tegelijk weet BBB best dat er meer wordt geproduceerd dan nodig voor Nederland, “de agrifoodsector levert ongeveer 60 procent van het handelsoverschot”.

Wij moeten zelfvoorzienend zijn, maar het buitenland niet! Nederland is immers de op één na grootste exporteur van agrarische producten ter wereld (na de VS). Het zou een ramp zijn als anderen ook zelfvoorzienend worden.

Het stuk over boeren, tuinders en vissers toont dat BBB niets geleerd heeft aan het gebrek aan resultaten in het kabinet. Niets moet boeren, tuinders en vissers in de weg zitten. De ‘landbouwkundige noodzaak’ moet voortaan meewegen in het verlenen van toelating en ontheffingen. In de Noordzee wordt een verder verbod op bodemvisserij voorkomen. “We gaan verder met het opnieuw toelaten van pulsvisserij”. Een soort opnieuw met de vuist op tafel slaan, wat eerder ook niet werkte. Ook sportvissers moeten geholpen worden. “De sportvisserij is van grote maatschappelijke en recreatieve waarde”. Ik had de grote maatschappelijke waarde er niet achter gezocht. Maar BBB heeft iets met dieren dat tegengesteld is aan de Partij voor Dieren. “Gebruik van dieren niet onnodig beperken. Ook niet in de zorg, onderwijs, dierentuinen, politie of defensie”.

Verder valt op dat de toezichthouder in de sector aangelijnd moet worden. “Er worden jaarlijkse afrekenbare prestatieafspraken gemaakt over doelmatigheid en kostenbeheersing”. “Start van een pilot waarbij keuringen (zoals export) (deels) door marktpartijen worden gedaan”. “Controles zijn nodig, maar voor vergissingen moet ruimte zijn”.

Ook de Raad van State wordt aangepakt. “Uitspraken over “intern salderen” van de Raad van State van december 2024 tonen aan dat ons juridische systeem verbetering behoeft”. Een Trumpiaanse aanpak.

Rechts op economie
Rond arbeidsmarkt zie ik ook concrete maatregelen zoals de verplichting voor kleinere werkgevers om bij ziekte twee jaar lang loon door te betalen terugbrengen naar één jaar. Ook hier wordt weer ingezet op minder streng toezicht. Een maatregel is dan ook “Onderzoeken of (delen van) de arbeidsinspectie efficiënter en effectiever kunnen functioneren via marktwerking, met behoud van toezicht op misstanden”. Ook bij Economie en Ondernemen zien we een redelijk concreet conservatief programma met een “stop op onzinnige regels voor kleine ondernemers”. “Behoud van Tata Steel”, “Kernenergie”, “Stoppen met extra CO2-heffing voor industrie”, “Kolencentrales openhouden”, “Industrie beschermen met CO2-grensheffingen”.

Deels behoudend, beetje links op zorg
Rond zorg gaat BBB snoeien in het basispakket, om de meest noodzakelijke zorg voor iedereen betaalbaarder te maken en bewezen niet werkzame zorg gaat uit de basisverzekering. In dit onderdeel is veel minder vertrouwen te vinden in concurrentie en de overheid moet vergaand ingrijpen. Het lijkt een beetje richting SP te gaan. Denk aan “Normering van het aantal managementfuncties zonder rechtstreekse zorgtaken, op 5 procent”. “Medicijnproductie terughalen naar Nederland”. “Zorg in de buurt is belangrijk: simpeler, menselijker en dichterbij”. “Streekziekenhuizen blijven behouden”. “Verzorgingshuizen voor ouderen keren terug”. "Zorg dient niet alleen aan de markt overgelaten te worden, het is een basisvoorziening waarin mensen, de zorgprofessional en de patiënt weer in hun kracht staan".

Opvallend is dat in de zorg niet minder toezicht komt. “De Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ) dient scherp toe te zien op de kwaliteit, veiligheid en toegankelijkheid van de huisartsenzorg”. Dat lijkt mij in tegenspraak met “Er is meer, veel meer vertrouwen nodig in de zorgprofessional”.

BBB geeft misschien flink wat geld uit zonder duidelijk te maken hoe de overheid zich terugtrekt op de kerntaken onderwijl bedrijven te beschermen en te steunen. Ook over voorzieningen blijft het vaag. Soms zijn de voorstellen zo vaag dat je niet eens weet wat precies de bedoeling is. Het programma is meer een statement van intentie dan een helder beeld wat er gaat gebeuren en hoe dat betaald wordt.

Ik vermoed dat de partij het lukt om een redelijke vertaling te krijgen naar een financiële haalbaarheid. Ze hebben immers gemerkt dat ze met lege handen staan als ze over een regeerprogramma moeten praten, dus daar gaan ze aan trekken.

Mijn (niet onpartijdige) besprekingen (van de concepten):
Programma PVV: hier: Geen ambitie om Nederland te veranderen en te regeren
Programma CDA: hier Management by speech
Programma GL PvdA: hier  Solidair maar waar is de wederkerigheid?
Programma D66: hier Ondernemend, progressief liberaal en technocratisch

Programma VVD: hier Is de VVD nog een volkspartij?
Programma JA21: hier: Onhaalbaar, rechts, met interessante punten
Programma SP: hier. Onbetaalbaar, maar met de vinger op zere plekken
Programma PvdD: hier. Fundamenteel, maar met veel verboden en duur
Programma BBB: hier: Wij moeten zelfvoorzienend zijn, maar het buitenland niet
Programma ChristenUnie: hier. Geen polarisatie en vol aandacht voor zorg en klimaat
Programma Volt: hier Kan Volt wel op tegen de machtsspelletjes
Programma SGP: hier SGP met de bijbel als kompas

Een progressief middenkabinet? Ik zie dat de diverse partijen elkaar kunnen verbeteren en aanvullen.

maandag 15 september 2025

Migrantenlokkers: PVV, BBB en JA21

Terwijl de debatten over migratie in Nederland hoog oplopen, blijven werkgevers migranten lokken. Ze bieden banen aan waar Nederlanders de inkomsten te laag voor vinden. Herinnert u zich het “Polen-meldpunt” van de PVV, waar klachten konden worden ingediend? “Bent u uw baan kwijtgeraakt aan een Pool, Bulgaar, Roemeen of andere Midden- of Oost Europeaan? Wij willen het graag horen”. Nu horen we wel klachten over teveel migratie maar voor maatregelen moeten we bij andere partijen zijn. Bij welke partijen? Dat zal u verbazen!

Wel klagen, niets doen
Af en toe laat de PVV wel horen dat er te weinig huizen zijn door migranten, maar in het programma is het verder geen punt. BBB dan misschien? “De grootschalige immigratie naar Nederland is al ruim vijftig jaar onderwerp van debat, in de politiek én aan de keukentafel. Toch is het nog altijd niet gelukt om een realistisch, uitvoerbaar en consistent migratiebeleid te voeren” zegt BBB. Vervolgens zegt BBB nul, niets, over arbeidsmigratie. PVV zegt alleen geen immigratie uit islamitische landen te willen. Geen enkele maatregel te vinden bij de partij die Nederlanders op één wilde zetten. In het vorige programma beloofde PVV nog “De PVV introduceert ook voor werknemers van binnen de EU weer de plicht tot het hebben van tewerkstellingsvergunningen”. Ze hebben geregeerd, we hebben er niets van gezien.

Het probleem is dat er op rechts wel geklaagd wordt over arbeidsmigranten, maar dat men niet de bedrijven wil aanpakken die de migranten hierheen halen. Dat is jammer. Was het niet zo dat “de structuur van de Nederlandse economie een belangrijke aantrekkingskracht vormt voor migratie”? Dat zei in elk geval de adviescommissie Demografische Ontwikkelingen. Dat rapport hebben de partijen wel gelezen. Want BBB schrijft in het programma: “Volgens de Staatscommissie Demografische Ontwikkelingen 2050 kan Nederland in 2050 maximaal 19 à 20 miljoen inwoners aan”. Waarom zou je dat advies zo graag aanhalen, maar er niet van willen weten dat er dan iets aan de aantrekkingskracht gedaan moet worden? Omdat die arbeidsmigranten werken voor de krachten achter BBB! Ze werken in de land- en tuinbouw en in slachterijen.

Minder lokken? Dan moet u anders stemmen!
Voor het veranderen van de Nederlandse structuur om deze minder aantrekkelijk te maken voor arbeidsmigranten moeten we anders stemmen. Volt, VVD en CDA (weinig) en D66 (iets meer) stippen het wel aan.

D66 wil de lonen verhogen, zodat werk naar waarde gewaardeerd wordt en concurrentie met andere werknemers eerlijker is. Hogere arbeidskosten maken het voor ondernemers bovendien aantrekkelijker te investeren in innovatie. Dat werkt bewijsbaar. Vooral GroenLinksPvdA en SP hebben aandacht voor arbeidsmigranten. Net als D66 beginnen ze met de vraag of de sectoren die overleven door arbeidsmigratie wel passen. SP en vooral GroenLinksPvdA zijn daarin duidelijker dan de andere partijen. “Bedrijven die alleen kunnen bestaan dankzij laagbetaald werk en uitbuiting hebben in Nederland niets te zoeken”, stelt GroenLinksPvdA. Dat gaat gevolgen hebben voor de vlees- en de metaalsector. De SP vindt arbeidsmigratie een vorm van moderne slavernij en wijst terecht op de voorstellen van de commissie Roemer (ketencontrole, gelijk werk dan gelijk loon, malafide werkgevers aanpakken). GroenLinksPvdA noemt de naam Roemer niet, maar bepleit ook dergelijke maatregelen. Volt en D66 stippen ook de strengere handhaving en betere arbeidsomstandigheden aan.

Een rechtse regering blijft migranten lokken
Je vraagt je af hoe het moet als er een echt rechtse regering komt. Maar we hebben met het kabinet van PVV, VVD, BBB en NSC natuurlijk al een voorproefje gehad. Dan gebeurt er niets. JA21 stelt dat voor gereguleerde arbeidsmigratie ruimte moet blijven en dat laaggeschoolde arbeidsmigratie binnen de EU niet moet worden aangepakt. Wel wil JA21 “nadrukkelijker inzetten op terugkeer van EU-migranten die geen toekomst meer in Nederland hebben”. Ook JA21 houdt de kraan dus uitdrukkelijk open en probeert te dweilen en overlast te voorkomen. 

Willen rechtse partijen niets doen tegen de misstanden?
De VVD wil net als JA21 overlastgevende migranten die hun werk zijn kwijtgeraakt en overlast geven terugsturen. Maar de partij wil wel wat meer werk maken van de misstanden. Malafide constructies worden tegengegaan: "Nog te vaak maken malafide bedrijven gebruik van sluiproutes om arbeidsmigranten via schimmige uitzendbureaus in OostEuropa onder mensonterende omstandigheden in Nederland te laten werken". Het CDA spreekt zich hier ook over uit. Ook een rechtse partij als SGP spreekt zich helder uit over misstanden. “Ondernemers worden verantwoordelijk gehouden voor werknemers die zij hierheen halen, onder meer ten aanzien van huisvesting of het leren van de taal. Boetes voor uitbuiting van arbeidskrachten worden verhoogd en verkeerde fiscale prikkels die arbeidsmigratie stimuleren, verdwijnen. Er worden gerichte keuzes gemaakt ten aanzien van specifieke vakkrachten die in Nederland niet te vinden en op te leiden”. Wel maakt de SGP een uitzondering “Afgebakende seizoensarbeid voor onze boeren en tuinders is iets heel anders”. Geen van de rechtse partijen wil echt de aantrekkelijkheid van Nederland voor arbeidsmigranten aanpakken. 

CDA en VVD willen meer arbeidsbesparende innovaties
De VVD is wel selectiever en wil dat de overheid bedrijven moet helpen om in te zetten op robotisering en automatisering. Dat mag als een voorzichtige poging gezien worden om de aantrekkingskracht te verminderen. Volt pleit voor hogere lonen en slimmer werken. Ook het CDA wil slimmer werken, met iets meer druk "De overheid maakt bindende afspraken met sectoren om te werken aan arbeidsbesparende innovaties en verbetering van de arbeidsvoorwaarden en arbeidsomstandigheden. Stok achter de deur is een sectoraal verbod op uitzendkrachten". JA21 komt niet verder dan dat zij vinden dat een " fundamentele discussie nodig (is) over welk type werk nog van meerwaarde is voor Nederland", maar klaagt verder over oneerlijke concurrentie met Nederlanders. Maatregelen worden niet genomen. 

Wie echt minder arbeidsmigratie wil zal dus over zijn haatgevoelens voor links heen moeten stappen. 

De echte migrantenlokkers zijn PVV, BBB, JA21. De aanpakkers zijn SP, GroenLinksPvdA en -voorzichtiger -  D66.

Mijn (niet onpartijdige) besprekingen (van de concepten):
Programma PVV: hier: Geen ambitie om Nederland te veranderen en te regeren
Programma CDA: hier Management by speech
Programma GL PvdA: hier  Solidair maar waar is de wederkerigheid?
Programma D66: hier Ondernemend, progressief liberaal en technocratisch

Programma VVD: hier Is de VVD nog een volkspartij?
Programma JA21: hier: Onhaalbaar, rechts, met interessante punten
Programma SP: hier. Onbetaalbaar, maar met de vinger op zere plekken
Programma PvdD: hier. Fundamenteel, maar met veel verboden en duur
Programma ChristenUnie: hier. Geen polarisatie en vol aandacht voor zorg en klimaat
Programma Volt: hier Kan Volt wel op tegen de machtsspelletjes
Programma SGP: hier SGP met de bijbel als kompas

donderdag 11 september 2025

Progressief middenkabinet is goed mogelijk

Op LinkedIn zag ik iemand roepen dat GroenLinks-PvdA niet links ingehaald mocht worden door Volt. Dat leek mij nu net de verkeerde discussie en Volt de verkeerde concurrent. Het gaat er deze keer niet om of iemand wel links genoeg is, maar of er een middenkabinet komt dat echt iets kan betekenen voor Nederland. Ik heb nu veel programma’s gelezen en het beeld dat er uit naar voren komt is dat we best optimistisch kunnen zijn. Niet alleen moet er een kabinet mogelijk zijn, ook zie ik dat de diverse partijen elkaar kunnen verbeteren en aanvullen.

Solidariteit. Ik gaf in een blog al aan dat GLPvdA inzet op samenwerking. Maar de partij is vooral op het gebied van zorg nogal statelijk ingesteld. In het programma zie je een reactie op het doorslaan in liberalisering, eigen verantwoordelijkheid en individualisering. Het slaat echter op zijn beurt door omdat er niets staat over de wederkerigheid die bij solidariteit hoort. Die aandacht zie je veel meer bij het CDA. Ook D66, CU en Volt geven in de zorg aan dat niet alles wat kan moet gebeuren en dat er een drempel ingebouwd moet worden zodat het niet een sfeer wordt van de patient vraagt, de zorg draait. Het zorgstelsel is een tijdbom, vooral door de vergrijzing van de bevolking. Ongebreideld doorgaan met dit stelsel zonder in te bouwen dat patienten zich terughoudender opstellen is onmogelijk. Terecht stelt de CU: “Richtlijnen in de zorg (moeten) niet alleen zijn gericht op ‘doen’, maar ook op ‘laten”. Alleen zo is de solidariteit die we graag behouden ook duurzaam houdbaar. Hier is de inbreng van de progressieve aandacht voor mensen met minder geld te combineren met de aandacht van CU en CDA voor wederkerigheid

Richting. Ik gaf in een andere blog aan dat het CDA nogal geneigd is niet te kiezen: het is meer aan de polder. Denk aan zorgakkoorden, preventieakkoorden, welzijnsakkoord of een staatscommissie. GLPvdA zetten meer druk in om echt richting te geven aan een minder vervuiling en inzet tegen broeikas. Ook de andere progressieve partijen D66 en Volt geven meer richting. Tegelijk is het goed om daarna wel de samenleving mee te nemen in keuzen zoals het CDA bepleit. De ChristenUnie kan op het gebied van milieu bij de progressieve partijen gerekend worden. Hier trekken de partijen het CDA mee om echt richting te geven in de polder.

Ruimte geven met minder regels. Er zal geschrapt moeten worden in fiscale regelingen. Het belastingstelsel is niet meer houdbaar door vrijstellingen, kortingen en verlaagde tarieven. Deze fiscale regelingen, zijn vaak overbodig, ondoelmatig, onterecht en/of onrechtvaardig. En het mooie is: er ligt al heel wat voorwerk klaar. Het is een kans om zichtbaar te maken dat hierbij links en rechts wat stokpaardjes ingeslikt moeten worden om uiteindelijk geld te besparen. Dat kan alleen als linkse en rechtse middenpartijen daar samen op inzetten.
Volt en D66 hebben een alternatief voor het toeslagenstelsel geopperd. Een basisbedrag voor iedereen (D66) of een basisinkomen met boven op die basis wordt er per volwassene en per kind extra geld uitgekeerd (Volt)*). Er zal een vereenvoudiging moeten komen. De belastingdienst kan het anders niet aan en niemand begrijpt het meer.
Het kabinet vraagt de sectoren om een concreet plan om regelgeving te versimpelen. De doelstelling is: minder regels (scherpe reductie van zeker 20%) (CDA). Hier zal GroenLinks-PvdA misschien moeten slikken, maar dan komt er meer ruimte voor innovatie die nodig is.

Mensen en gemeenschap. Ik gaf aan dat D66 de neiging heeft erg individualistisch en technocratisch te blijven. Wat meer gerichtheid op samen en gemeenschap zoals GLPvdA, CU en CDA inbrengen zal het geheel alleen maar verbeteren. Het optimisme van D66 en Volt moet daarbij niet verloren gaan. Het is goed om daarbij te kijken of regels de gemeenschap in de weg zitten. Terecht stelt de CU “We geven maximaal ruimte aan wooncoöperaties, gemeenschappelijke woonvormen of vormen van collectief particulier opdrachtgeverschap, door regelgeving daarvoor te vereenvoudigen”.

Internationale orientatie. D66 en vooral Volt hebben een veel helderdere Europese blik dan de andere partijen. In het huidige geopolitieke tijdperk is het van belang dat Nederland zich realiseert dat de toekomst ligt in Europa. Dat heeft Trump laten zien, maar het was uit optreden van China, Rusland én de grote Amerikaanse tech-giganten ook al duidelijk geworden. Defensie moet een gedeelde EUcompetentie worden. Maar het is niet alleen in reactie op Trump. Europa heeft kans om koploper te worden in een schone wereldeconomie (GL-PvdA). Het Draghi-rapport over de toekomst van het Europees concurrentievermogen  laat overtuigend zien dat we onze Europese economie innovatiever en concurrerender moeten maken (CDA).

Democratische vernieuwing. Voor democratische vernieuwing kunnen D66 en Volt goede voorstellen doen. Kijk of hiermee vertrouwen gewonnen kan worden en of hiermee burgers ook weer met elkaar echt in gesprek gaan bij grote en moeilijke kwesties. Ik geloof daarbij meer in burgerberaden of een Derde Kamer (Volt): een jongerenberaad dat wetten beoordeelt en de politiek adviseert. De groep wisselt van samenstelling en is altijd representatief voor alle jongeren in Nederland. Er komt eindelijk een lobbyregister voor de Rijksoverheid waarin ambtenaren en politici vermelden met welke belangenorganisaties over welke onderwerpen contact is geweest voor het maken van beleid (GLPvdA). Ook de democratische gezindheid krijgt aandacht. Niet alleen binnen de muren van het parlement of de rechtszaal, maar juist ook in de samenleving zelf – in actief burgerschap, in het voorleven van democratische waarden, in respectvolle omgang met andersdenkenden (CDA).

Migratie. Alle middenpartijen willen dat er een grens wordt gesteld aan de migratie. Door de arbeidsmigratie aan te pakken, de asielzoekers te spreiden over Europa en asielaanvragen kunnen buiten Europa gedaan, zodat mensensmokkel stopt. In navolging van de Staatscommissie Demografische Ontwikkeling kiest het kabinet voor actieve sturing op een gemiddeld migratiesaldo van 40.000 tot 60.000 per jaar (GLPvdA). Asielzoekers opvangen in kleine centra in plaats van grote. De spreidingswet wordt gehandhaafd zodat alle gemeenten hun (beperkte) portie op zich nemen er een einde komt aan de extreem hoge kosten aan hotels voor asielopvang en om te kunnen voorzien in voldoende kleinschalige opvanglocaties. Asielzoekers en statushouders gaan zo snel mogelijk aan het werk zodat ze veel beter kunnen integreren en bijdragen. Kansrijke asielzoekers moeten na één maand toegang tot de arbeidsmarkt krijgen (CDA). Maar wel met het besef dat integratie van nieuwkomers alleen een succes is wanneer overheid, samenleving en nieuwkomers gezamenlijk hun verantwoordelijkheid nemen (CU). Alleen een combinatie van deze partijen krijgt dit voor elkaar, de VVD en JA21 zijn te polariserend.

Bescherming van de rechtsstaat. Alle middenpartijen willen pal staan voor de democratische rechtsstaat. Toegang tot het recht blijft van enorm belang. Het kabinet zet in op alternatieve vormen van geschilbeslechting. Het kabinet continueert de extra investering in het versterken van de sociale advocatuur, gedifferentieerde tarieven naar inkomen (CDA). Het bezuinigt niet op cruciale laagdrempelige voorzieningen waar burgers terechtkunnen voor gratis juridisch advies, zoals het Juridisch Loket (GLPvdA)

Naar een progressief middenkabinet
In mijn beeld van een middenkabinet is voor de VVD geen plaats. De partij heeft zich afgewend van het midden, een ban gelegd op samenwerking met GLPvdA, heeft de blik uitsluitend gericht op veiligheid en economische groei en heeft onontkoombare veranderingen als een einde maken aan de hypotheekrenteaftrek geblokkeerd.

Na het lezen van de programma’s denk ik dat de meeste kans op echte beweging mogelijk is met een progressief middenkabinet. De rechtse verantwoordelijke partijen (VVD en JA21) wijken te ver af en blokkeren GroenLinksPvdA. Partijen die hun programma niet laten doorrekenen kunnen niet serieus nadenken over het kiezen tussen kwaden en zo houdbare financiën te hebben. Breng het CDA tot een progressieve keuze: kies GroenLinksPvdA, Volt of D66. Samen staan ze nu op 74 zetels in de peilingen. Met enthousiasme om echt iets te betekenen moet dat aantal kunnen groeien. Wil je wat minder progressief? Dan stem je CDA, want een stem op JA21 of VVD gaat net zo'n weggegooide stem worden als op de PVV. 

Waarom sluiten deze drie partijen niet een akkkoord om als drie partijen gezamenlijk in de onderhandelingen op te treden?

*) in het definitieve programma van GroenLinksPvdA staat ook het basisinkomen

Mijn (niet onpartijdige) besprekingen (van de concepten):
Programma PVV: hier: Geen ambitie om Nederland te veranderen en te regeren
Programma CDA: hier Management by speech
Programma GL PvdA: hier  Solidair maar waar is de wederkerigheid?
Programma D66: hier Ondernemend, progressief liberaal en technocratisch

Programma VVD: hier Is de VVD nog een volkspartij?
Programma JA21: hier: Onhaalbaar, rechts, met interessante punten
Programma SP: hier. Onbetaalbaar, maar met de vinger op zere plekken
Programma PvdD: hier. Fundamenteel, maar met veel verboden en duur
Programma BBB: hier: Wij moeten zelfvoorzienend worden, het buitenland niet
Programma ChristenUnie: hier. Geen polarisatie en vol aandacht voor zorg en klimaat
Programma Volt: hier Kan Volt wel op tegen de machtsspelletjes
Programma SGP: hier SGP met de bijbel als kompas