Het is een vaker gehoorde verzuchting. Je mag tegenwoordig niets meer zeggen. Over de Gouden Eeuw, zwarte Piet, de Islam, Marokkanen, Turken die van Erdogan houden. Je mag niet meer dames en heren zeggen. Je mag niet meer zeggen dat een vrouw er "lekker" uitziet....
Is dat echt zo?
Ik hoor vaker mensen praten over deze onderwerpen dan mij lief is. Maar is het echt zo dat je in de jaren '50 makkelijk in het openbaar de president van Turkije een geitenneuker mocht noemen? Was het echt zo dat in de jaren 60 de president van de VS zonder probleem beledigd kon worden?
Misschien is het juist andersom: je mag veel meer zeggen en dat gebeurt ook, maar mensen reageren boos omdat niet alleen jij, maar ook zij iets mogen zeggen. Moeten zij er tegen kunnen als zij ongenuanceerd opzij gezet worden? Ik zou het ook niet leuk vinden als onze Koning voor geitenneuker wordt uitgemaakt. Dus dan moet jij ook tegen de reactie kunnen. En daar lijkt het aan te schorten. En je mag niet meer zeggen dat een vrouw er lekker uit ziet? Of bedoel je dat een vrouw de manier waarop je het zegt weinig respectvol vindt en dat je vindt dat die vrouw niets terug mag zeggen?
We zoeken naar moraal buiten ons en horen alleen de schreeuwers
Maar er is ook iets anders, iets van een een houvast dat anderen bieden. Laatst zei Gerard Cox dat alleen Wilders spreekt over de problemen met allochtonen (in de VK). De rest zou dat niet zeggen en daarom werd hij in de PVV – hoek geplaatst. Dat mag hij van mij zeggen, maar het is natuurlijk grote onzin. Er wordt heel veel gesproken over veranderingen in wijken en welke problemen dat met zich mee brengt. De een doet dat met meer respect dan de ander. Blijkbaar hoort Gerard Cox daarin alleen de stem van Wilders. Heeft hij wel eens René Cuperus gesproken? Of Paul Scheffer? Er is zoveel, dat alleen de ongenuanceerde en beledigende opmerkingen doordringen. Dat is lastig als je hoopt dat anderen je zeggen hoe je moet praten.
Dan krijgen we het moeilijk
Mensen met veel jaren, mogen niet meer bejaard heten, maar ouderen, of 50+. De term gehandicapt doet geen recht aan wat mensen wel kunnen, dus je mag niet meer gehandicapt zeggen. Dik zijn is ongezond, maar je mag toch zijn zoals je bent? Is dik dan niet beledigend? Is gevuld beter? Wat moet dan nu de mores zijn? Dat vraagt nogal wat van ons allemaal. We worden van diverse kanten al of niet vriendelijk geïnstrueerd over wat wel en niet beledigend is. Dat doen ze misschien niet eens om anderen te corrigeren, maar om hun punt te maken. Ondertussen krijgen wij geen houvast. Zo wordt het lastig.
Het geeft ook weer hoe onzeker mensen zich kunnen gaan voelen. Het is niet meer de dominee die aangeeft wat wel en niet mag, iedereen heeft een mening, het is niet meer zwart wit, er is van alles er tussen. Blijkbaar moeten we daar nog mee om leren gaan en zelf een moraal vormen. Maar is dat echt zo ingewikkeld?
Het is eigenlijk heel simpel
Allemaal een andere mening hebben kan heel goed. Maar het kan alleen als we als basishouding respect voor elkaar hebben. De algemene regel is helder: Behandel anderen zoals je door hen behandeld wilt worden. Je kan alles zeggen, maar wat gij niet wilt dat u geschiedt, doe dat ook een ander niet.
Veel moeilijker is het niet.
dinsdag 5 november 2019
vrijdag 1 november 2019
Is de wet ook maar een mening van de elite?
De reacties op het onderzoek naar
impeachment van Trump zijn tekenend voor deze tijd. Vroeger, ik denk aan de tijd van Watergate, moest een president zich volgens iedereen aan de wet
houden. Een procedure tot afzetting was iets om trots op te zijn: in
ons land staat niemand boven de wet en onze instituties houden we
vrij van smetten, zo was de gedachte.
Die norm wordt nu nu niet meer zo gekoesterd. Het
overtreden van de wet door de president levert niet per definitie verontwaardiging op. Er is pas echte
verontwaardiging als mensen de overtreding afkeuren. Dat lijkt
hetzelfde, maar is een groot verschil. Dat de wet overtreden wordt is niet zo erg, dat iemand iets doet wat jij en mensen zoals jij afkeuren, dat is pas erg! De verontwaardiging is
gefilterd en even langs onze eigen heilige mening gehouden.
De wet
lijkt maar een mening van een elite.
In Nederland zien we het ook. Eerder
reageren mensen boos op de Raad van State die oordeelt dat de
overheid zich aan de zelf aangenomen wetten moet houden. De
stikstofnorm is niet door de rechter bedacht. Ook het bedreigen van
Jesse Klaver door met een lijkkist achter op de auto rond te rijden
levert gefilterde verontwaardiging op. Links is woest, rechts lijkt
zich er niet aan te storen. Zolang het geen lijkkist is met de naam
“Geert Wilders” er op, wordt het weggelachen als een geintje. Zo'n bedreiging van Jesse Klaver moet je niet zo serieus nemen, het binnenrijden in een provinciehuis is volgens medestanders eerder een heldendaad. Alleen de formele organisaties namen mopperend afstand van de "uitwassen": gelukkig is er in Nederland nog genoeg verontwaardiging als mensen zich niet aan de wet houden. Maar we zitten op het randje, als de wettelijke norm overschreden lijkt te worden staan ministers klaar om te beloven dat Nederland niet op slot gaat. Want als de wet boeren in de weg zit is er een list nodig. Maar houden ze zich wel aan de wet? Dat zit op het randje.
We hebben het overigens eerder gehoord.
Rechts vond het vroeger maar niets, maar kijk wat de
Trumpisten in de VS zeggen. De
deep state houdt ons er onder en dat Trump zich moet houden aan een
wet die hem slecht uitkomt is een leugen. Kort samengevat: "De staat verdrukt, de wet is logen", we kennen de uitspraak uit de internationale. Of neem de uitspraak uit de Krakerstijd: hun rechtsstaat is de onze niet. Hoe erg is het niet als een president dat ook gaat zeggen?
Gevaarlijke gedachten als je er goed over doordenkt, maar het past wel in deze tijd van polarisatie.
dinsdag 15 oktober 2019
Samenleving in evenwicht
Het is verrassend dat we een samenleving hebben. We durven het aan om met 17 miljoen mensen samen te leven in Nederland. We gaan naar winkels waar we onbekenden zien winkelen, zonder dat we hen aan te hoeven vallen. Dieren zouden elkaar's territorium bevechten en "eigen roedel eerst" roepen (blaffen en bijten). Hoe houden we die samenleving toch prettig?
Het is niet vreemd dat er agressie is en angst voor vreemdelingen. Het is prachtig dat we er in geslaagd zijn een samenleving op te bouwen waar weinig geweld is, veel vertrouwen onderling en winkeleigenaren met elkaar concurreren om de gunst van de klant, in plaats van elkaar af te maken.
Het is niet vreemd dat er agressie is en angst voor vreemdelingen. Het is prachtig dat we er in geslaagd zijn een samenleving op te bouwen waar weinig geweld is, veel vertrouwen onderling en winkeleigenaren met elkaar concurreren om de gunst van de klant, in plaats van elkaar af te maken.
Nu via de sociale media haat zaaien normaal lijkt en de extremen op elkaar schelden, of nepnieuws inzetten om de eigen macht te vergroten, kortom: de samenleving verscheurd raakt, is het goed te kijken wat onze samenleving bij elkaar houdt. Dat is namelijk niet alleen grote liefde voor elkaar of een dreigende politiemacht om de strijd van allen tegen allen te voorkomen. Als het goed is is er een balans die zorgt voor evenwichtige omgang met elkaar.
Samen leven vraagt balans
1. Samenwerken. Er is integratiekracht: samenwerken, elkaar helpen en bijstaan. Dit is begonnen in familieverband, in gilden, in de kerken en in verenigingen. Let ook op instrumenten als verzekeringen waarbij onderlinge waarborg er voor zorgt dat iemand die groot ongeluk treft geholpen wordt. Je hebt compassie met de ander.
Het is wat anoniem geworden: de bijstand voor ouderen, de zorg. Maar er is heel veel steun voor en er is ook veel niet-anonieme zorg, als je ziet hoeveel mensen elkaar helpen. Het is misschien de grootste kracht in de menselijke vooruitgang, hoewel dat van competitie meestal stelliger beweerd wordt. (zie hiernaast in de bovenste punt wat instituties bij integratie)
2. Dreiging en afdwingen.Toch is die integratiekracht alleen niet genoeg. Er is criminaliteit, er zijn profiteurs. Er is dus ook dreigingsmacht: de overheid die optreedt als regels overtreden worden. Dat is de dreigingsmacht, die we het liefst beperkt zien tot de overheid. De enige manier om geweld in te perken is het in handen te geven van een democratisch gecontroleerde macht. (zie de punt links)
3. Uitwisseling en competitie. Tenslotte is er de uitwisselingsmacht, dat is de concurrentie waardoor aanbod verdwijnt en nieuw aanbod ontstaat. Het is ook een geven en nemen: als jij bereid bent in te schikken bij iets wat ik niet leuk vindt, ben ik bereid in te schikken bij iets wat jij niet leuk vindt. (bij machtsmisbruik zoals onder grote aanbieders, komt de dreigingsmacht van de overheid weer om de hoek kijken)
Alle aandacht voor hard optreden, criminaliteitsbestrijding, fort Nederland of fort Europa ten spijt, het gaat om die drie machten die met elkaar in evenwicht moeten zijn. Teveel dreigingsmacht neigt naar dictatuur, teveel bouwen op uitwisselingskracht neigt naar monopolies en machtsmisbruik. Teveel bouwen op integratiekracht neigt naar klaplopers.
Discussies concentreren zich óf op medeleven óf op dreiging en hard optreden
Ik schrijf dit omdat ik merk dat in discussies over de samenleving en idealen altijd maar aandacht zie voor één macht. Dat past bij de huidige tijd van simpele verhalen en zwart/wit denken. De libertariers die geen overheid willen en eigenlijk vooral rekenen op uitwisselingsmacht. Denk aan de man van PayPal die zijn geld inzet om de overheid af te breken. Moet je kiezen voor kapitalisme of democratie, dan kiest hij voor kapitalisme. Of Thatcher die ooit zei dat er niets zoiets is als de samenleving, er zijn alleen individuen. Zij geloofde niet in integratiekracht, maar was bang voor de macht van de overheid en kwam uit bij veel uitwisseling/concurrentie en een kleine overheid. Sindsdien zie je dat er vaak geredeneerd wordt vanuit de twee onderste krachten in de driehoek.
Of neem de mensen van het reddingsschip Open Arms die elke vluchteling willen helpen. Dat gaat verder dan redden als je je schip Open Arms noemt. Sommigen concentreren zich op de integratiekracht en elkaar helpen en bijstaan. Anderen bewonderen de sterke mannen van Rusland, China of Turkije waar de staat zaken kan afdwingen zonder rekening te hoeven houden met de wensen van de enkeling (in Rusland en China zijn er heel veel enkelingen).
Streven naar balans lijkt niet van deze tijd
In deze tijden van simpele verhalen is weinig behoefte aan een streven naar balans tussen machten. Toch kunnen we er niet onderuit. Begin eens te kijken per probleem wat je kan doen vanuit de samenwerkingskracht, de dreigingskracht en de uitwisselingskracht. En als je dat bedacht hebt, hoe werken die maatregelen als je combinaties zoekt?
Je zult merken dat ineens heel veel meer op zijn plaats valt. (en dat je het meer eens kunt worden met mensen die uit een andere samenlevingskracht denken dan jij). Streven naar balans is juist nodig in deze tijd!
Samen leven vraagt balans
![]() |
Krachten in balans en de instituties die daarbij passen |
Het is wat anoniem geworden: de bijstand voor ouderen, de zorg. Maar er is heel veel steun voor en er is ook veel niet-anonieme zorg, als je ziet hoeveel mensen elkaar helpen. Het is misschien de grootste kracht in de menselijke vooruitgang, hoewel dat van competitie meestal stelliger beweerd wordt. (zie hiernaast in de bovenste punt wat instituties bij integratie)
2. Dreiging en afdwingen.Toch is die integratiekracht alleen niet genoeg. Er is criminaliteit, er zijn profiteurs. Er is dus ook dreigingsmacht: de overheid die optreedt als regels overtreden worden. Dat is de dreigingsmacht, die we het liefst beperkt zien tot de overheid. De enige manier om geweld in te perken is het in handen te geven van een democratisch gecontroleerde macht. (zie de punt links)
3. Uitwisseling en competitie. Tenslotte is er de uitwisselingsmacht, dat is de concurrentie waardoor aanbod verdwijnt en nieuw aanbod ontstaat. Het is ook een geven en nemen: als jij bereid bent in te schikken bij iets wat ik niet leuk vindt, ben ik bereid in te schikken bij iets wat jij niet leuk vindt. (bij machtsmisbruik zoals onder grote aanbieders, komt de dreigingsmacht van de overheid weer om de hoek kijken)
Alle aandacht voor hard optreden, criminaliteitsbestrijding, fort Nederland of fort Europa ten spijt, het gaat om die drie machten die met elkaar in evenwicht moeten zijn. Teveel dreigingsmacht neigt naar dictatuur, teveel bouwen op uitwisselingskracht neigt naar monopolies en machtsmisbruik. Teveel bouwen op integratiekracht neigt naar klaplopers.
Discussies concentreren zich óf op medeleven óf op dreiging en hard optreden
Ik schrijf dit omdat ik merk dat in discussies over de samenleving en idealen altijd maar aandacht zie voor één macht. Dat past bij de huidige tijd van simpele verhalen en zwart/wit denken. De libertariers die geen overheid willen en eigenlijk vooral rekenen op uitwisselingsmacht. Denk aan de man van PayPal die zijn geld inzet om de overheid af te breken. Moet je kiezen voor kapitalisme of democratie, dan kiest hij voor kapitalisme. Of Thatcher die ooit zei dat er niets zoiets is als de samenleving, er zijn alleen individuen. Zij geloofde niet in integratiekracht, maar was bang voor de macht van de overheid en kwam uit bij veel uitwisseling/concurrentie en een kleine overheid. Sindsdien zie je dat er vaak geredeneerd wordt vanuit de twee onderste krachten in de driehoek.
Of neem de mensen van het reddingsschip Open Arms die elke vluchteling willen helpen. Dat gaat verder dan redden als je je schip Open Arms noemt. Sommigen concentreren zich op de integratiekracht en elkaar helpen en bijstaan. Anderen bewonderen de sterke mannen van Rusland, China of Turkije waar de staat zaken kan afdwingen zonder rekening te hoeven houden met de wensen van de enkeling (in Rusland en China zijn er heel veel enkelingen).
Streven naar balans lijkt niet van deze tijd
In deze tijden van simpele verhalen is weinig behoefte aan een streven naar balans tussen machten. Toch kunnen we er niet onderuit. Begin eens te kijken per probleem wat je kan doen vanuit de samenwerkingskracht, de dreigingskracht en de uitwisselingskracht. En als je dat bedacht hebt, hoe werken die maatregelen als je combinaties zoekt?
Je zult merken dat ineens heel veel meer op zijn plaats valt. (en dat je het meer eens kunt worden met mensen die uit een andere samenlevingskracht denken dan jij). Streven naar balans is juist nodig in deze tijd!
woensdag 9 oktober 2019
Huurdersvertegenwoordiging versterken of buurten verbeteren
Huurdersverenigingen hebben een belangrijke taak gekregen bij de volkshuisvesting. Ze praten mee over de prestatieafspraken met gemeente en corporaties. Op die manier zouden “de huurders” meepraten over de opgaven, wat de gemeente moet doen, wat de corporatie moet doen en wat de huurders zelf doen. Ik zie in de praktijk dat dat niet makkelijk is. Wat lukt wel?
Helaas zijn huurdersorganisaties niet altijd even vitaal. Zoals een laatste bestuurder van een huurdersvereniging mij zei: “Eigenlijk is de manier van werken met vertegenwoordiging niet meer van deze tijd”. Het is niet zo dat huurders niets doen of willen, maar lastiger is om een bestuur te vormen. Toch is in de wet vastgelegd dat niet de huurders, maar de huurdersvertegenwoordiging met een gekozen bestuur de bijdrage levert.
Zo kom ik nogal eens in gesprek met besturen waarvan de leden de zestig ruimschoots gepasseerd zijn. Ze doen hun best, maar kunnen zich moeilijk inleven in de wensen van de totaal verschillende huurders die ze vertegenwoordigen. Vaak zijn het ook mensen die met een middeninkomen net nog of misschien zelfs net niet voor een sociale huurwoning in aanmerking zouden komen. Het is dan ook niet raar dat de aandacht soms (lang niet altijd) verschuift naar de middeninkomens.
Inzet te prijzen
Dat valt de besturen niet te verwijten. Het is eerder te prijzen dat mensen zich zo in willen zetten. Overal zie je dat het meedoen met activiteiten vluchtiger is. Voor een korte snelle actie willen mensen zich wel inzetten. Het is wat anders om hen te vragen voor vaste overleggen, stukken lezen, notulen maken, lastige vragen van huurders te beantwoorden. En hoe groot is de drempel wel niet voor een huurder om zich te mengen in de discussies met mensen die al jaren in de huurdersorganisatie actief zijn? Ik zou het zelf ook lastig vinden een bestuur te gaan vormen met mensen die ik niet ken, die andere interesses, andere werkwijzen en andere humor hebben dan ik.
Wat kun je dan doen?
Het start met een relatie met elkaar
Het eerste is heel algemeen. Het is makkelijker om je in te zetten als je de andere huurders kent. Zo zijn er corporaties die kennismakingsdagen voor nieuwe huurders organiseren. Er zijn corporaties die met de huurders het groen aanpakken en mensen die hun tuin niet meer kunnen onderhouden helpen dat alsnog te doen. Er zijn corporaties die een buurtschouw organiseren waarbij de corporatie met de gemeente en andere betrokken door de buurt lopen en kijken wat er anders moet en beter kan en wie dat op zich kan nemen. Dat zag ik bij woningcorporatie Poortugaal. De drempel om mee te lopen of de handen uit de mouwen te steken met kleine reparaties voor buren met twee linkerhanden is lager dan vragen of iemand in het bestuur wil.
Ken je huurders
Het tweede wordt specifieker. Ken je huurders en weet wat ze willen bijdragen. Misschien willen mensen niet structureel over alles praten, maar praten ze graag een keer mee over een probleem of helpen ze graag bij een nieuwe aanpak. Ik zag nogal eens wat jongere leden van een bestuur die eigenlijk alleen met duurzaamheid aan de slag wilden. Of mensen die niet in een bestuur willen, maar graag meehelpen bij het organiseren van een welkomstdiner van nieuwe huurders. Bij Brabant Wonen hebben ze klankbordgroepen en verdiepingsgroepen om af te komen van de standaardwerkwijze waarbij meepraten als huurder betekent dat je een bestuur moet zitten. Ook zie je dat bewonerscommissies heel andere mensen trekken, of zelfs zag ik bij Sint Joseph in Boxtel een bewonersgroep actief om de eenzaamheid in hun flat aan te pakken.
Gebruik enquêtes om iedere mening te horen
Het derde is het houden van enquêtes.
Vrijwel iedere corporatie doet dat. Betrek huurdersorganisaties bij
enquête naar achterban, geef hen ruimte zelf vragen mee te geven.
Bespreek en analyseer ook met hen de resultaten. Het helpt hen
echte vertegenwoordigers te kunnen zijn. Wooninc. in Eindhoven
deed dat onder andere. Op het online platform lanceren Wooninc. en de huurdersorganisatie samen jaarlijks
vijf beleidsonderwerpen. Huurders die via het forum actief mee
discussiëren over een onderwerp kunnen daarna nogal eens deelnemen
aan een fysiek klantenpanel. Door het samen te doen kan de analyse, maar ook de vraagstelling beter zijn dan als de corporatie het zelf verzint.
Vraag persoonlijk
In onze buurt en bij de
korfbalvereniging wordt wel eens in een mail gevraagd of iemand in
het bestuur wil. Dat is bijna nooit succesvol. Dat lukt dus ook niet
bij woningcorporaties. Benader de mensen persoonlijk, niet alleen met email, advertenties en brieven. De corporaties die wel komen tot een
actievere huurdersorganisatie spotten voortdurend mensen. Ze vragen het bij
de klantcontacten, als er bij voorbeeld een klacht binnenkomt of als
een huurder zich zorgen maakt om de buren. Niet om hen meteen in het
bestuur te krijgen, maar om te kijken wat de huurder zelf wil en kan
bijdragen. De kleine Lek en Waard Wonen wist zo veel huurders te
betrekken en tot een vitale huurdersvertegenwoordiging te komen.
We kunnen er niet omheen dat de buurten
veranderen. Mensen blijven langer thuis wonen, dat zorgt voor meer
kwetsbare mensen bij elkaar. Mensen wonen niet meer vanzelfsprekend
in instellingen, maar stromen door naar huurwoningen. Dat vraagt
nogal veel van huurders die wel iets willen doen om te helpen.
Geef verantwoordelijkheid
Er zijn sterke buurten, waar bewoners
zelfs zelf kleine reparaties doen en het groenonderhoud gezamenlijk
aanpakken. Mozaiek wonen doet dat bijvoorbeeld. Gun die huurders dan
ook wat terug in de vorm van lagere servicekosten. Het versterkt de
buurten, wat tevens weer terug te zien is in minder vandalisme en meer sociale cohesie.
Pak het samen aan en maakt het concreet
Er zijn ook zwakkere buurten, kijk wat
je daar kunt doen om er op tijd bij te zijn. Kijk niet alleen naar de
ouderdom van het bezit en wanneer onderhoud nodig is, weet ook hoe
het sociale onderhoud is en of daar extra inzet nodig is. Ik zag bij
Aarwoude hoe huurders graag zouden willen helpen, maar , zo vroegen ze: hoe ga je om
met mensen die een trauma hebben of die niet benaderbaar zijn? Zorg
dat zij welzijnswerk kunnen vinden en stuur ze niet van het kastje
naar de muur. Hier is samenwerking van gemeente, welzijn, corporatie
en bewoners hard nodig.
En wat als vervolgens de wijk afglijdt
en het wordt onveilig? Rochdale zocht met bewoners en professionals
naar activiteiten om verder te komen, waarbij heel concrete afspraken
gemaakt werden over wie wat doet en samen teruggekeken wordt op
succes en falen. De bewoners zien er dat de corporatie zich echt iets
aantrekt van hun zorgen en nemen de verantwoordelijkheid voor hun
buurt weer op zich. Een formele huurdersvertegenwoordiging is hier
gewoon niet aan zet, het gaat om de mensen zelf.
Het start niet met het bestuur van de vereniging
Terugkijkend proberen die corporaties
zich in te leven in de wereld van de huurders. Ze kijken niet naar
het vullen van de formele plekken in de huurdersvereniging voor het systeem. Ze kijken
wie wat wil doen, wat er nodig is, hoe je de mensen echt serieus
neemt en hoe je hen een eigen verantwoordelijkheid kan geven, want ze zijn mondiger dan vroeger. Zo kunnen huurders echte invloed hebben. Dat past beter bij deze tijd dan het zoeken naar bestuurders.
Die persoonlijke en concrete aandacht is uiteindelijk het recept. Dat zal uiteindelijk niet alleen leiden tot betere prestatieafspraken met gemeente en corporatie, maar tot fijner wonen in een goede leefomgeving.
Die persoonlijke en concrete aandacht is uiteindelijk het recept. Dat zal uiteindelijk niet alleen leiden tot betere prestatieafspraken met gemeente en corporatie, maar tot fijner wonen in een goede leefomgeving.
vrijdag 4 oktober 2019
Stem tegen!
PSP stemde vroeger altijd tegen de begroting Defensie: eigenlijk mocht er geen cent besteed worden aan de militaristische verdediging van ons land was de pacifistische boodschap. Verder werd het budgetrecht heel serieus genomen, maar tegen begrotingen stemmen was zeldzaam. Partijen stemden kritisch over amendementen, maar het was altijd gericht op de begroting te verbeteren. Haalde je geen meerderheid, dan slikten zij de niet perfecte begroting om vervolgens het kabinet in staat te stellen het land te besturen.
Dat klinkt als een wat suffe strategie om vuile handen te accepteren. Maar het is wel een effectieve strategie die winst oplevert. De blokkade door je aantal tegenstanders is een polarisatiestrategie: buit uit dat er geen meerderheid is vóór iets en wel een meerderheid tegen.
Dat is de nieuwe tactiek die in de VS en nu ook in Nederland veel steun heeft. Helaas is dat een strategie van polarisatie die het in de media goed doet, maar niet veel winst oplevert. Deze gaat zich tegen je kiezers keren, maar dat merken je kiezers niet.
Neem de onderwijsbegroting
Laten we een voorbeeld pakken. De onderwijsbegroting is verbeterd ten opzichte van vorig jaar. Echter, niet zoveel als enkele partijen hoopten. Bovendien worden er op basis van artikel 23 van de Grondwet Islamitische scholen gefinancierd. Conclusie is dat partijen die veranderingen in de begroting wilden tegenstemmen. Haalt het kabinet dan geen meerderheid, dan dwing je het kabinet te kiezen tussen extra geld (PvdA) of aanpak Islamitisch onderwijs (PVV of FvD). De PvdA gokt op de keuze voor de PvdA, het is immers ondenkbaar dat het kabinet steun haalt bij PVV of FvD. Slimme strategie? In elk geval goed voor de bühne. Je voedt de woede.
Reactie van het kabinet
Het vervolg is natuurlijk dat het kabinet op deze strategie gaat reageren. Amendementen van de PvdA steun je per definitie niet, want uiteindelijk zet de PvdA je toch voor het blok door tegen de begroting te stemmen. Nog vervelender is als PVV en FvD deze strategie niet kiezen en zich coöperatiever opstellen. Misschien kun je met wat harde woorden over Islamitisch onderwijs de PVV en FvD paaien? Stel vervolgens het Wilhelmus verplicht en voeg nog wat acties toe om linkse indoctrinatie op school te voorkomen en je kunt door met FvD of PVV. Dan wordt het voor het kabinet wel erg verleidelijk om in eerste instantie naar PVV en FvD te kijken.
Dat maakt voor de bühne uit: de PvdA houdt schone handen en het kost de PvdA geen kiezers. Maar de kiezers van de PvdA worden er niet beter van. Het kan inderdaad stemmen opleveren, maar je komt niet echt goed voor de belangen van je kiezers op. Dan hebben we het er niet eens over dat de Onderwijsbegroting meer geld biedt dan toen de PvdA nog vóór stemde.....
Niet vreemd dat op Twitter steun is voor de PvdA: woede over te weinig geld wordt gevoed en de strategie van schone handen levert je nooit veel woede op. Dat is nu nog fijner dan vroeger, juist door Twitter.
De PSP is er overigens nooit ver mee gekomen.
Dat klinkt als een wat suffe strategie om vuile handen te accepteren. Maar het is wel een effectieve strategie die winst oplevert. De blokkade door je aantal tegenstanders is een polarisatiestrategie: buit uit dat er geen meerderheid is vóór iets en wel een meerderheid tegen.
Dat is de nieuwe tactiek die in de VS en nu ook in Nederland veel steun heeft. Helaas is dat een strategie van polarisatie die het in de media goed doet, maar niet veel winst oplevert. Deze gaat zich tegen je kiezers keren, maar dat merken je kiezers niet.
Neem de onderwijsbegroting
Laten we een voorbeeld pakken. De onderwijsbegroting is verbeterd ten opzichte van vorig jaar. Echter, niet zoveel als enkele partijen hoopten. Bovendien worden er op basis van artikel 23 van de Grondwet Islamitische scholen gefinancierd. Conclusie is dat partijen die veranderingen in de begroting wilden tegenstemmen. Haalt het kabinet dan geen meerderheid, dan dwing je het kabinet te kiezen tussen extra geld (PvdA) of aanpak Islamitisch onderwijs (PVV of FvD). De PvdA gokt op de keuze voor de PvdA, het is immers ondenkbaar dat het kabinet steun haalt bij PVV of FvD. Slimme strategie? In elk geval goed voor de bühne. Je voedt de woede.
Reactie van het kabinet
Het vervolg is natuurlijk dat het kabinet op deze strategie gaat reageren. Amendementen van de PvdA steun je per definitie niet, want uiteindelijk zet de PvdA je toch voor het blok door tegen de begroting te stemmen. Nog vervelender is als PVV en FvD deze strategie niet kiezen en zich coöperatiever opstellen. Misschien kun je met wat harde woorden over Islamitisch onderwijs de PVV en FvD paaien? Stel vervolgens het Wilhelmus verplicht en voeg nog wat acties toe om linkse indoctrinatie op school te voorkomen en je kunt door met FvD of PVV. Dan wordt het voor het kabinet wel erg verleidelijk om in eerste instantie naar PVV en FvD te kijken.
Dat maakt voor de bühne uit: de PvdA houdt schone handen en het kost de PvdA geen kiezers. Maar de kiezers van de PvdA worden er niet beter van. Het kan inderdaad stemmen opleveren, maar je komt niet echt goed voor de belangen van je kiezers op. Dan hebben we het er niet eens over dat de Onderwijsbegroting meer geld biedt dan toen de PvdA nog vóór stemde.....
Niet vreemd dat op Twitter steun is voor de PvdA: woede over te weinig geld wordt gevoed en de strategie van schone handen levert je nooit veel woede op. Dat is nu nog fijner dan vroeger, juist door Twitter.
De PSP is er overigens nooit ver mee gekomen.
woensdag 25 september 2019
Leren van wat mis gaat
Iedereen maakt fouten. Fouten maken
is menselijk. Zelfs het meest excellente bedrijf maakt fouten en zo
niet, dan heeft dat bedrijf niet geprobeerd om sneller, beter of
bijzonder te presteren. Wil je in je bedrijf nooit fouten maken
dan krijg je dan
een soort overheidsbureaucratie, want in overheidsorganisaties zie je
dat uit angst voor vragen van politici vooral gestuurd wordt op geen
fouten maken. Beter is om te leren van wat er fout gaat. Hoe doe je
dat?
Gisteren was ik in Arnhem bij de
presentatie van het onderzoek van Stv onder keurmerkverzekeraars over
“klacht en feedbackmanagement”. Een dag waar ook overheden veel
hadden kunnen leren, maar verzekeraars ook veel leerden van elkaar.
Niet de klachten, maar de signalen
Mij viel op dat het al lang niet meer
gaat over klachten. Het gaat over het steeds op tijd opvangen van
signalen, of ze nu een klacht heten of niet, en daar lering uit
trekken. De klachten zelf komen bij klachtcoördinatoren.
Klachtbehandelaars zijn goed opgeleid, hebben de juiste eigenschappen
voor de behandeling van klachten en ervaren doorgaans voldoende
ruimte om de klacht voor de klant goed af te handelen. Kortom:
verzekeraars hebben van klachtbehandeling een vak gemaakt.
Minder goed scoorde het zijn van een
lerende organisatie: hoe zorg je dat je leert van àlle signalen.
Want hoeveel mensen klagen er echt? Vandaar dat alle signalen
zorgvuldig opgevangen worden, met de mogelijkheid om er achter te
komen wat echt belangrijk is, welke verbeteringen je kunt aanbrengen
en hoe je zorgt dat iedereen daar aan meedoet. Hoe ga je om met de signalen op twitter en facebook: ongeordend, onduidelijk, ongenuanceerd, maar met mogelijk plotseling oplaaiende maatschappelijke discussies? Hoe ga je om met een medium dat klagers naar boven haalt en tevreden klanten uit beeld doet verdwijnen?
Laagdrempelige e-learnings
Dan is er veel te leren van
verzekeraars. In het onderzoek scoorde DAS het best. DAS werkt
bijvoorbeeld met e-learnings. Deze laagdrempelige vorm van leren via
internet is beschikbaar voor alle medewerkers. Welke gemeente
organiseert het gebruik van dergelijke korte leermiddelen voor medewerkers om op
goede manier klantsignalen op te vangen en er wat mee te doen? Herken
je altijd de signalen? Doe je er iets mee? Verbeter je je
luistervaardigheid? Weet je waar je op filtert als je iemand hoort?
Leef je je in in het perspectief van de ander?
Behandel de klant zoals je je moeder
zou behandelen
Ook een interessante tip was om
medewerkers een familielid te laten kiezen die ook klant was van het
bedrijf om te benadrukken dat je de klant net zo goed moet behandelen
als je eigen moeder. En verdraait: gedurende deze actie ging de
klantentevredenheid flink omhoog!
Nog een leuke: organiseer een dag rond
een belangrijke klantenreis (de ervaringen van een klant die bijvoorbeeld schade heeft, meldt en iets moet laten repareren). Ga met
alle betrokkenen (collega's, enkele eindgebruikers, leveranciers) bij
elkaar zitten (de collega's de hele dag, de externen alleen het
lunchuurtje). Bekijk de ervaringen, signalen en mogelijke
oplossingen. Leg deze voor aan de klanten en vraag hun oplossingen
en de reacties op jouw oplossingen, werk daarna diezelfde dag de oplossingen uit en
maak afspraken..
Niet alleen online, maar echt
contact als het belangrijk is
Het viel mij op dat OHRA (de gastheer deze dag) die heel veel
online deed en doet, nu juist meer ook belt en zo direct contact
heeft. Je moet het goede inzicht in de klant hebben om te weten wanneer
onpersoonlijk massa-werk het beste is en wanneer echt persoonlijke
aandacht geboden is en het verschil maakt. Dat had PGGM ook gezien:
het pensioenbeheer is weliswaar heel makkelijk voor de beheerder als
het online gebeurt, maar hoeveel klanten snappen het en willen het
online regelen? Steeds moet je iets organiseren om terug te gaan naar
de klant en in de huid te kruipen van de klant om er achter te komen
wat er echt gebeurt.
Stel de logica van je eigen werk
steeds ter discussie
Als je geen signalen oppikt komt steeds
meer jouw eigen werk en manier van werken centraal te staan en wordt
de klant een incident dat jouw fijne werk verstoort. Iemand merkte
op: “kijk vooral hoe logisch het was dat een fout gemaakt werd en
pak dat aan!”
maandag 12 augustus 2019
Ben je wel hypocriet als je ondanks je zorgen over het milieu vliegt?
Vliegen schaadt het klimaat, dus moet je minder vliegen. Maak je je zorgen om het klimaat, dan mag je niet op vliegvakantie, anders ben je hypocriet. En mag je nog wel vlees eten? Is dat ook niet hypocriet? Vliegen lijkt zondig te worden in onze seculiere samenleving. Terechte opwinding?
Ik heb een hekel aan deze redenering, maar laten we deze gedachte eens doorzetten.
Stel dat de mensen die zich zorgen maken over het klimaat minder gaan vliegen. Is het klimaat dan beter af? Het gevolg is dat de prijs van het vliegen daalt: we leven immers in een kapitalistische samenleving, het aanbod is er, de vraag neemt wat af, dus de prijs gaat omlaag. Dat is simpel de marktwerking. Gevolg is dat de mensen die minder zorgen hebben over het milieu vaker gaan vliegen. Mooi resultaat? Niemand is meer hypocriet, maar het milieu wordt er niet beter op.
Dat gebeurt natuurlijk ook als je de keuze voor vlees eten zo benadert. Wie zich zorgen maakt, eet minder vlees. De prijzen dalen, mensen die zich geen zorgen maken over het milieu of hypocrisie eten meer vlees.
Je kunt je afvragen wie hypocrieter is: degene die zichzelf vrijpleit en de ander beschuldigt zonder dat er iets aan het milieu verandert of degene die wel vliegt, maar pakweg D66, CU of GroenLinks stemt en voor een collectieve vliegtaks pleit?
Individualisering van maatschappelijke problemen
Dat individualiseren van maatschappelijke problemen helpt helemaal niets. Jij kan jouw gedrag aanpassen, maar de samenleving wordt er niet beter op. Tenzij je het ook agendeert op de politieke agenda. We hebben als samenleving heel veel geboden en verboden. Om mensen te beschermen tegen elkaar, om dieren te beschermen, om kansen te verbeteren. Een stevige (Europese) vliegtaks geeft veel beter een maatschappelijke druk. Mensen wegen weer af of ze met de trein of met het vliegtuig gaan. In hun individuele keuze wegen ze dan de milieuschade mee, want die is meegenomen in de prijs: voor de schade die je aanricht betaal je. Ook verboden kunnen helpen. Als je als samenleving bepaalde veehouderij dierenmishandeling vindt, kun je dingen verbieden, zoals dwangvoederen van ganzen of kalveren in kleine kisten.
Dat is heel wat beter dan dat elke consument overal de kleine lettertjes leest over de schade aan het milieu en zelf beslist of hij daar lak aan heeft en gaat voor de lage prijs of dat hij individueel anders kiest.
Ik heb een hekel aan deze redenering, maar laten we deze gedachte eens doorzetten.
Stel dat de mensen die zich zorgen maken over het klimaat minder gaan vliegen. Is het klimaat dan beter af? Het gevolg is dat de prijs van het vliegen daalt: we leven immers in een kapitalistische samenleving, het aanbod is er, de vraag neemt wat af, dus de prijs gaat omlaag. Dat is simpel de marktwerking. Gevolg is dat de mensen die minder zorgen hebben over het milieu vaker gaan vliegen. Mooi resultaat? Niemand is meer hypocriet, maar het milieu wordt er niet beter op.
Dat gebeurt natuurlijk ook als je de keuze voor vlees eten zo benadert. Wie zich zorgen maakt, eet minder vlees. De prijzen dalen, mensen die zich geen zorgen maken over het milieu of hypocrisie eten meer vlees.
Je kunt je afvragen wie hypocrieter is: degene die zichzelf vrijpleit en de ander beschuldigt zonder dat er iets aan het milieu verandert of degene die wel vliegt, maar pakweg D66, CU of GroenLinks stemt en voor een collectieve vliegtaks pleit?
Individualisering van maatschappelijke problemen
Dat individualiseren van maatschappelijke problemen helpt helemaal niets. Jij kan jouw gedrag aanpassen, maar de samenleving wordt er niet beter op. Tenzij je het ook agendeert op de politieke agenda. We hebben als samenleving heel veel geboden en verboden. Om mensen te beschermen tegen elkaar, om dieren te beschermen, om kansen te verbeteren. Een stevige (Europese) vliegtaks geeft veel beter een maatschappelijke druk. Mensen wegen weer af of ze met de trein of met het vliegtuig gaan. In hun individuele keuze wegen ze dan de milieuschade mee, want die is meegenomen in de prijs: voor de schade die je aanricht betaal je. Ook verboden kunnen helpen. Als je als samenleving bepaalde veehouderij dierenmishandeling vindt, kun je dingen verbieden, zoals dwangvoederen van ganzen of kalveren in kleine kisten.
Dat is heel wat beter dan dat elke consument overal de kleine lettertjes leest over de schade aan het milieu en zelf beslist of hij daar lak aan heeft en gaat voor de lage prijs of dat hij individueel anders kiest.
woensdag 17 juli 2019
Nieuwe evenwichten in tijden van directe communicatie.
Het gebeurt wel eens dat iemand iets
roept op een vergadering dat niet klopt. Bijvoorbeeld dat onze
laatste VVE schilderbeurt 16.000 per huis had gekost. Het voordeel
van zo'n vergadering is dat er altijd wel iemand is die de cijfers
wel paraat heeft en het terug kan brengen tot de werkelijkheid van
1.600 per huis voor de zevenjaarlijkse schilderbeurt. Pakweg 6
anderen knikken om aan te geven dat die 1.600 moet kloppen. De mensen
op de vergadering kunnen inschatten wie het zegt, wie de reactie
geeft en ze kennen de reputaties. Dat missen we in publieke
meningsvorming.
In de politiek ging het altijd ook zo.
Iemand roept iets, anderen nuanceren dat en de commentator van de
krant zoekt uit wie het gelijk aan zijn zijde heeft op basis van de
feiten. Het is een systeem waarin een evenwicht is gekomen. Met
centra voor publiek debat in de vorm van de Telegraaf, de Volkskrant
of de NRC. De partijpolitiek is er helemaal op ingericht.
Dat evenwicht wordt nu verstoord door
directe communicatie. Wat een politicus twittert wordt niet
becommentarieerd of gefilterd, het verschijnt direct bij de kiezer.
Meningen en argumenten komen direct bij de kiezers terecht. Die
reageert daar op en voelt een band met de politicus. Politieke strijd
wordt niet meer gevoerd door de dialoog te zien tussen politicus,
zijn tegenstrever en de commentator. Eigenlijk is er geen politieke
strijd: de politicus zorgt dat de nuancering, feitencheck,
tegenargumentatie niet bij de kiezer terecht komt. De mechanismen van
twitter en facebook helpen daarbij. Lastige tegenargumenten komen
gewoon niet meer terecht bij de kiezers.
Kranten verliezen hun functie en zoeken
nieuwe invulling (zoals de campagne-journalistiek van de Telegraaf).
Nieuwe duiding komt van TV-makers, columnisten, BN-ers en "influencers". Via facebook, twitter, instagram halen de mensen zelf
wel meningen op waar ze behoefte aan hebben. De fittest will survive.
Het is een ontwikkeling waar we mee
moeten leren leven. Een vertrouwde vorm van publiek debat verdwijnt. Dat is natuurlijk al lang gaande nu we niet meer allemaal tegelijk naar hetzelfde TV - programma kijken.
Het doet mij denken aan de reclame die terecht kwam bij Oostduiters
na de Duitse eenwording. Altijd waren ze uit de buurt van de
kapitalistische uiting gehouden, ze kenden hoogstens partijpolitieke
reclame. De nieuwe kapitalisten trapten in de meest simpele
reclametrucs. Ze kregen “persoonlijke” brieven: “ja, u leest
het goed, meneer Albeda, uw kans om te profiteren van dit geweldige
aanbod. Duizenden gingen u al voor, maar reageer dan wel snel!”.
Door schade en schande leerden ze. Als het te mooi lijkt om waar te
zijn is het niet waar......
Dat gebeurt nu weer. Frustrerend, maar
waar. Nepnieuws, verdraaide uitspraken, framing, het hoort er
allemaal bij. De directe communicatie met kiezers is de kans om
directe, ongefilterde invloed uit te oefenen. Nieuwe soorten politici komen op, nieuwe vormen van campagnevoeren. Ten koste van de traditionele partijen. Dat is wat ze disruptie noemen: het verstoren van de oude evenwichten tussen machten: kranten, TV, politieke partijen.
Is dat allemaal erg?
Ja, er gebeuren soms verschrikkelijke dingen. Mensen die spreken over dobbernegers in plaats van vluchtelingen die bijna verdrinken in de middellandse zee, schoppen het tot de gemeenteraad en de Eerste Kamer. Een president die leden van het parlement aanraadt terug te gaan naar hun land van origine (ook al kwamen drie van de vier uit de VS). Russische bots beïnvloedden de verkiezingen. Woede wordt gevoed en gebruikt om mensen te manipuleren.
Toch hoeft het niet erg te zijn. Je kunt zeggen dat het voor politici ook een voordeel kan zijn. Hoe wankel en dun is de band tussen kiezer en gekozene niet geworden? Het is toch een fantastische kans om direct uitleg te kunnen geven over je standpunt en direct te vertellen wat je wilt?
Toch hoeft het niet erg te zijn. Je kunt zeggen dat het voor politici ook een voordeel kan zijn. Hoe wankel en dun is de band tussen kiezer en gekozene niet geworden? Het is toch een fantastische kans om direct uitleg te kunnen geven over je standpunt en direct te vertellen wat je wilt?
Je zou eigenlijk vooral moeten kijken
wat zorgt voor het nieuwe denken en debatteren en het nieuwe
evenwicht.
Factchecks en nieuwe publieke
debatten
Factchecks zijn al opgekomen. Ook zijn
er interessante experimenten om mensen weer tot een publiek debat uit
te dagen via de Tweede mening, waarbij een representatieve groep
burgers de feiten te zien krijgt en kijken of de gemeente goede
afwegingen maakt. Ook in de tijd van het Oekraine-referendum gebeurde
het met representatieve groepen die zelf vragen konden stellen over
het verdrag, met elkaar in gesprek gaan en na afloop mochten stemmen.
Die stemming week volledig af van de heersende opinie, die niet
gesteund was door feiten, maar door woede over de EU en de elite. Het werd het bespreken van een dilemma in plaats van het de wereld ingooien van een mening.
Er is vast meer mogelijk. Misschien
komen er wel chatbots die direct jouw vraag kunnen checken? En
uiteraard moeten we verder werken om de macht van Facebook in te
perken en manipulatie door reclamemakers aan de schandpaal te nagelen
en misbruik van persoonsgegevens te voorkomen. Reclameuitingen zijn
immers ook niet onbeperkt toegestaan.
Ik denk dat we door moeten zoeken naar
dat soort instrumenten en niet moeten proberen de tijd tegen te
houden en op te roepen te stoppen met Facebook en Twitter te
verketteren. Trump heeft laten zien wat er kan, hij gebruikt (misbruikt) de macht die met het beroep komt. Kijk dan hoe je weer
zorgvuldig kunt debatteren, in plaats van te mopperen. Hetzelfde was
de reactie toen de boekdrukkunst werd uitgevonden en de macht van de
katholieke kerk afkalfde. Uiteindelijk kwam er veel goeds van de
boekdrukkunst, ook al werden de boeken van Spinoza eerst in Nederland
verboden.
Mijn advies: accepteer en pas je aan.
Zorg dat mensen meer mogelijkheden krijgen goed een mening te vormen, dat brengt pas echt goede democratie.
- Maak nieuwe ruimten voor publiek debat (zoals de tweede mening en burgerjury's)
- Geef vanuit de politiek duidelijk aan met welke dilemma's je worstelt
- Maak de burger sterker door hem toegang te geven tot feitenchecks
- Treed op tegen machtsmisbruik
- (en oefen op school al in het herkennen van nepnieuws, framing en manipulatie)
Directe communicatie is een nieuwe
vorm, dus die gaat gebruikt worden. Tegelijk is er ergernis over
nepnieuws en ophitsing. Doe daar wat aan!
maandag 15 juli 2019
Bioloog Darwin en chemicus Van 't Hoff helpen de politiek
Er zijn een paar principes die ik
bewoner om de eenvoud en de verklaringswaarde. Bovenal zijn dat
Darwin, met the survival of the fittest over natuurlijke selectie en
Van 't Hoff met het principe van Le Chatelier – Van 't Hoff over
evenwichten. Met de twee principes kun je veel voorspellen over
beleid van de overheid.
The survival of the fittest wordt ten
onrechte wel eens vertaald als de sterksten overleven. Waar het
echter om gaat is dat de soort die het best past bij de
omstandigheden overleeft. Hoewel een biologische wet is het principe
simpel en breed toepasbaar. De term survival of the fittest komt dan
ook van de econoom Herbert Spencer, die het principe van Darwin
toepaste op de economie (en dacht dat zonder overheid de sterkste zou
overleven en de bekwaamste mensen zouden overblijven).
Survival of the fittest in het drugsbeleid
In het drugsbeleid kun je goed zien hoe
het principe van selectie uitpakt. Er is verslaving dus een sterke
vraag naar drugs. Maar de overheid is niet blij met de dealers en zet
een oorlog in. Het is gevolg is dat wie niet goed is aangepast aan de
ingrepen van de overheid opgepakt wordt. De beste smokkelaars, de
meest meedogenloze drugsdealers, de slimste producenten zullen
overleven. De strijd tegen drugs leidt tot steeds moeilijker
bestrijdbare criminaliteit.
In het alcoholbeleid zie je een heel
andere groep overleven. De slimste producenten die zich netjes aan de
regels houden die de laagste kosten hebben, hebben zich het beste
aangepast en overleven. Overigens proberen de producenten van alles
uit, dus ook het zorgen voor meer verslaafden, alcohol associëren
met plezier en gezelligheid, een monopolie trachten te verwerven.
Principe van het evenwichtsherstel
Het principe Le Chatelier – Van 't
Hoff komt uit de chemie en is even briljant, misschien wel
briljanter. Het principe stelt “Als in een chemisch systeem een
verandering optreedt in concentratie, temperatuur, volume of totale
druk, met andere woorden, een evenwichtsverstoring, dan zal het
evenwicht zodanig verschuiven dat die verandering tegengegaan wordt.
Uiteindelijk evolueert het systeem naar een nieuw evenwicht.”
Algemener gesteld zegt het principe “Als in een systeem een
verandering optreedt zal het evenwicht zodanig verschuiven dat die
verandering tegengegaan wordt”.
Een voorbeeld zagen we al bij het
drugsbeleid. Er is staand beleid van de politie en de criminelen. Af
en toe wordt er iemand gepakt of een container gevonden. Dat is het
evenwicht. Totdat de overheid een grote actie op touw zet die het
evenwicht verstoort. (Of een drugscrimineel die dat doet, dat gebeurt
ook).
Wordt er een container gevonden en is
er dus minder cocaïne op de markt, dan maakt dat cocaïne
waardevoller, de prijs gaat omhoog en meer mensen overwegen om hier
iets mee te doen, waarna het evenwicht weer herstelt. De verandering
die de ontdekking van de container bracht, wordt ongedaan gemaakt.
Dat kan zijn dat het terugkeert naar het oude evenwicht. Het kan ook
zijn dat er een nieuw evenwicht ontstaat. Bijvoorbeeld als een
nieuwe drug die eerst geen kans kreeg omdat iedereen zich oriënteerde
op cocaïne ineens aanslaat. Het evenwicht wordt immers pas echt
veranderd als er iets nieuws opkomt (in de biologie een nieuwe soort
die beter past bij de omstandigheden, in de drugswereld een nieuwe
drug, nieuwe smokkelmethode of een nieuwe aanvoerlijn).
De principes zijn zo breed dat je het overal kunt toepassen. Rond illegalen: als je mensen in de zee redt, kunnen smokkelaars daar op gaan rekenen. Als je asielzoekers in grote centra en zonder kans op werk bij elkaar zet, integreren ze niet. Rond ouderenbeleid: als je verzorgingstehuizen sluit komen er nieuwe vormen van zorg op (in Italië dat sterk vergrijst zijn het overigens vaak illegalen die ouderen verzorgen). Als je vliegen goedkoper laat zijn door minder belasting te heffen dan op treinreizen, gaan mensen meer vliegen. Als je betere wegen bouwt, gaan mensen weer makkelijker met de auto, net zo lang tot het evenwicht (de files) weer terug is.
Altijd scenario's maken waarin de reactie van het systeem bekeken wordt
Dit is waarom de overheid altijd
scenario's moet maken bij nieuw beleid. Dat stelt de politiek in staat betere keuzen te maken. Vaak wordt beleid ingezet als
reactie op een probleem. De ingreep is de oplossing. Maar je moet
kijken wat de effecten kunnen zijn en daarbij tegendenkers vragen die
een negatief scenario tegenover wensdenken kunnen zetten.
Dat is tevens de reden dat we veel meer moeten kijken naar de gevolgen van beleid en sturen op feedback dan op het ontwerpen van nieuw beleid. Helaas is de verantwoording in de overheid nog altijd minder interessant dan het nieuwe beleid.
dinsdag 2 juli 2019
De toekomst maak je samen
In een interessant artikel in The Economist wordt de scheiding van de politieke gedachten rond immigratie vergeleken met de nieuwe scheiding van gedachten rond de aanpak van de klimaatverandering. Op het moment dat je kolencentrales sluit weet je een hoop CO2 uitstoot te voorkomen. Maar de omslag naar een meer klimaatvriendelijk beleid is ook een aanslag op de tradities, manier van werken en de portemonnee van mensen. Neem de werkgelegenheid bij een kolencentrale. Neem de mensen die hun huis van het gas af moeten halen. Neem de mensen die een auto hebben voor hun werk, geen goed alternatief en meer moeten betalen. Neem de mensen die gebonden zijn aan de werkgelegenheid op Schiphol. Geen reden om niets te doen, wel om samen door te denken hoe het wel kan.
Bij het debat over immigratie ontkenden veel mensen de problemen rond migratie: ineens een andere taal op het schoolplein, andere culturen in de buurt, afnemende sociale samenhang. Het gevolg was dat partijen als de PVV extra wind in de zeilen kregen. Geef nu niet Baudet, die profiteert van de klimaatdiscussies, diezelfde wind in de zeilen. Dat gebeurt heel aardig met het klimaat akkoord.
De les van de opkomst van de populisten rond immigratie is dat je niet de zorgen aan de populisten over moet laten. Neem de zorgen van mensen die te maken hebben met de schaduwkanten van verandering serieus, zoek uit wat emotie is en wat rationele bezwaren zijn. Kies niet voor paternalisme of juist de aanval, maar ga in gesprek. Behandel hen als volwassen deelnemers in de democratie. Zoek hoe je de pijn eerlijker kan verdelen.
De pijn zit in de details en is niet eerlijk verdeeld
Het klimaatakkoord is als je er zo naar kijkt best een stap vooruit. Maar de pijn zit in de details van bijvoorbeeld mensen die niet zo snel kunnen overschakelen en daardoor duurder uit zijn dan mensen (zoals ik) die al van het gas af zijn en in een goed geïsoleerd huis wonen. Gemakkelijk praten voor mij dus.
En als je de kilometers van een op de tien automobilisten (dat is 97,5 miljard kilometers) wil vervangen door openbaarvervoerkilometers (21,6 mrd km), dan groeit het aantal openbaarvervoer kilometers met 9,75 miljard. Dat betekent dat het openbaar vervoer met bijna 50% moet groeien om het autoverkeer met 10% te laten afnemen. Geen wonder dat het lastig is te veranderen.
Op Europees niveau is het nog moeilijker. De energievoorziening in het ene land vraagt een veel grotere omschakeling dan het andere land. In heel Europa is een grote steun voor de overgang naar minder CO2, minder fossiele brandstoffen en een meer circulaire economie. Het gaat velen veel te langzaam. Maar om vaart te maken heb je aandacht nodig voor de tegenstanders en de mensen die last hebben van de overgang.
De verandering kost banen en levert banen op. Maar op microniveau zie je dat die nieuwe banen niet terecht komen bij de mensen die hun baan verliezen, zelfs niet per se in die regio.
In dictaturen kun je de minderheid die last heeft van verandering negeren. In de Westerse wereld niet. Dat lijkt lastig, maar is eigenlijk wel zo mooi.
Grijp de kans om het samen te doen!
Sterker: de hele verandering biedt enorme kansen de democratie een boost te geven. Samen praten over hoe je de warmte-voorziening in je wijk gaat regelen! Samen kijken hoe je de bereikbaarheid met de fiets en het OV verbetert! Nieuwe werkgelegenheid bij verduurzaming van de huizen: wie geef je de kans om aan de slag te gaan? Er zijn installateurs en andere vakmensen nodig. Om die te kunnen vervullen is extra en andersoortig aanbod van scholing en onderwijs nodig. Vind dat gezamenlijk uit! De toekomst maak je samen, zeker als het een grote verandering vraagt.
Bij het debat over immigratie ontkenden veel mensen de problemen rond migratie: ineens een andere taal op het schoolplein, andere culturen in de buurt, afnemende sociale samenhang. Het gevolg was dat partijen als de PVV extra wind in de zeilen kregen. Geef nu niet Baudet, die profiteert van de klimaatdiscussies, diezelfde wind in de zeilen. Dat gebeurt heel aardig met het klimaat akkoord.
De les van de opkomst van de populisten rond immigratie is dat je niet de zorgen aan de populisten over moet laten. Neem de zorgen van mensen die te maken hebben met de schaduwkanten van verandering serieus, zoek uit wat emotie is en wat rationele bezwaren zijn. Kies niet voor paternalisme of juist de aanval, maar ga in gesprek. Behandel hen als volwassen deelnemers in de democratie. Zoek hoe je de pijn eerlijker kan verdelen.
De pijn zit in de details en is niet eerlijk verdeeld
Het klimaatakkoord is als je er zo naar kijkt best een stap vooruit. Maar de pijn zit in de details van bijvoorbeeld mensen die niet zo snel kunnen overschakelen en daardoor duurder uit zijn dan mensen (zoals ik) die al van het gas af zijn en in een goed geïsoleerd huis wonen. Gemakkelijk praten voor mij dus.
En als je de kilometers van een op de tien automobilisten (dat is 97,5 miljard kilometers) wil vervangen door openbaarvervoerkilometers (21,6 mrd km), dan groeit het aantal openbaarvervoer kilometers met 9,75 miljard. Dat betekent dat het openbaar vervoer met bijna 50% moet groeien om het autoverkeer met 10% te laten afnemen. Geen wonder dat het lastig is te veranderen.
Op Europees niveau is het nog moeilijker. De energievoorziening in het ene land vraagt een veel grotere omschakeling dan het andere land. In heel Europa is een grote steun voor de overgang naar minder CO2, minder fossiele brandstoffen en een meer circulaire economie. Het gaat velen veel te langzaam. Maar om vaart te maken heb je aandacht nodig voor de tegenstanders en de mensen die last hebben van de overgang.
De verandering kost banen en levert banen op. Maar op microniveau zie je dat die nieuwe banen niet terecht komen bij de mensen die hun baan verliezen, zelfs niet per se in die regio.
In dictaturen kun je de minderheid die last heeft van verandering negeren. In de Westerse wereld niet. Dat lijkt lastig, maar is eigenlijk wel zo mooi.
Grijp de kans om het samen te doen!
Sterker: de hele verandering biedt enorme kansen de democratie een boost te geven. Samen praten over hoe je de warmte-voorziening in je wijk gaat regelen! Samen kijken hoe je de bereikbaarheid met de fiets en het OV verbetert! Nieuwe werkgelegenheid bij verduurzaming van de huizen: wie geef je de kans om aan de slag te gaan? Er zijn installateurs en andere vakmensen nodig. Om die te kunnen vervullen is extra en andersoortig aanbod van scholing en onderwijs nodig. Vind dat gezamenlijk uit! De toekomst maak je samen, zeker als het een grote verandering vraagt.
woensdag 26 juni 2019
Wat gaat de Tweede Kamer aan zichzelf veranderen?
Het kabinet heeft een reactie
gegeven op de staatscommissie Parlementair Stelsel. Centraal stelt
het kabinet daarin: twee problemen in de op zich stevige
parlementaire democratie. Dat zijn de tekortschietende inhoudelijke
vertegenwoordiging van álle Nederlanders en de kwetsbaarheid van de
democratische rechtsstaat. Maar hoe fundamenteel pakt het kabinet het
aan? En wat gaat de Kamer doen?
De staatscommissie concludeerde dat het
parlementair stelsel vandaag de dag niet
langer in staat is om een aanzienlijke
groep burgers inhoudelijk voldoende te
vertegenwoordigen. Dat is wat
anders dan trambestuurders die de Kamer in moeten. Dat gaat over de
vraag of de volksvertegenwoordigers de wereld kennen, de problemen
kennen en zich kunnen inleven welke oplossingen werken en wat de
consequenties van oplossingen zijn.
Vertegenwoordiging die je situatie
kent en begrijpt
![]() |
brief minister aan de Kamer |
Het kabinet vertaalt dit met het “zich
onvoldoende gehoord voelen”. Dat is jammer, want daarmee zit ze
volgens mij net naast het gesignaleerde tekort. Toen ik in de Tweede
Kamer werkte viel mij op dat enkele zaken direct tot ophef leidden.
Dat waren altijd zaken waarbij de Kamerleden zich alles konden
voorstellen. Voor alle helderheid: dat was wel de aftrekbaarheid van
de hypotheekrente en niet vermindering van de huursubsidie of
strengere bijstandscontroles. Het was wel: de oplevende economie, het
was niet: de onzekerheid van de bezorger en de bouwvakker. De mensen
die zich gehoord voelen, kunnen wel eens te laat merken dat ze
niet echt gehoord en gekend zijn. Dat is voor mij het grote verschil tussen Pim Fortuyn (die mensen en hun situatie kende) en Thierry Baudet.
Politieke partijen verliezen hun
functie als agendasetters
Ik denk dat de doorgeschoten
flexibilisering een voorbeeld is van een trend die mede ruimte kreeg
door tekortschietende inhoudelijke vertegenwoordiging. Misschien is
het interessant eens te kijken naar het waarom van de oprichting van
politieke partijen. De eerste politieke partij was de ARP. De
gereformeerde kleine “luyden” moesten vertegenwoordigd worden.
Abraham Kuyper vond dat de liberalen zich teveel richtten op de
individuele vrijheid en de gemeenschap kapot maakten. Het was de
vertegenwoordiging van de gereformeerde zuil. Die zuil liep van theorie naar praktijk, van hoogopgeleid aan de VU tot niet opgeleid in de haven en op het akkerland. De
vertegenwoordiger van de ARP kende de zuil, wist wat er speelde en
leefde binnen de zuil. Hij kon zich uitstekend inleven in de wereld
van de zuil, kende de problemen en wist hoe oplossingen vanuit het
rijk in zouden werken op het leven van de mensen. Dat zorgde ervoor
dat de ARP echt zaken kon agenderen die anders niet doordrongen bij
de Tweede Kamer.
Die functie van politieke partijen is
wezenlijk veranderd. De ene partij kent de ideeën van de werkvloer,
de andere partij is beter thuis tussen afgestudeerden van de VU. Hoe
dan de verbinding te leggen om te zorgen dat alle kiezers zich
inhoudelijk voldoende vertegenwoordigd weten? En agendeert een
politieke partij nog wel?
Binnen het parlementaire stelsel
valt wel wat te winnen
Helpt de persoonlijke stem op een
persoon op de lijst? Misschien, een beetje. Het kabinet zegt al
voorzichtig “Van groot belang daarbij namelijk is ook of de
politieke partijen daadwerkelijk met kandidaten komen, waarin kiezers
zich beter kunnen herkennen”. Let op, het gaat hier weer over
personen waarin de kiezers zich herkennen en niet andersom, personen
die zich in de kiezers herkennen en hun situatie kennen. Daarnaast
wil het kabinet de regionale component versterken door voor elke
kieskring een andere lijst in te dienen. Ook dat kan helpen. Net als
de verlaging van de stemgerechtigde leeftijd kan helpen. Een correctief referendum had ook een forse druk op het stelsel kunnen geven, maar dat komt er niet.
Aan de politieke partijen wordt
eigenlijk niet veel veranderd. Toch is de ooit zo belangrijke
agenderende functie van politieke partijen in de democratie niet meer
wat die geweest is. De commissie Remkes zei: “Burgers zijn zich
eerder tot de media dan tot politieke partijen gaan wenden met
klachten en problemen”. Agendering komt van buiten de partijen
en buiten de Kamer, hoe geef je dat een goede plek?
Wat doet de Tweede Kamer?
Misschien is daarom wel interessant te
horen wat de Kamer gaat doen met de aanbevelingen die aan de Kamer
waren gericht. Het terugzendrecht voor de Eerste Kamer valt in het
oog, daar wordt verder op gestudeerd. Maar liever kijk ik naar de
Kamers zelf: vooral de aanbeveling om meer kennis van buiten halen,
betere inhoudelijke ondersteuning van de Kamercommissies, betere
communicatie over de eigen werkzaamheden zouden niet veronachtzaamd
moeten worden.
Ik heb nogal eens gemerkt dat juist het
eigen functioneren wat wegvalt uit de aandacht en alle aandacht gaat
naar de minister. Misschien een tweejaarlijkse zelfanalyse van de Tweede Kamer, zoals ik voor de gemeenteraden ook voorstelde? Of evalueert de Tweede Kamer alles behalve de eigen werkwijze?
Politiek-democratisch cultuur
Ten slotte blijf ik me afvragen of het
parlement en de minister de belangrijkste taak hebben. De commissie
Remkes zei ”De legitimiteit van het stelsel zou hervonden moeten
worden in een nieuwe politiekdemocratische cultuur, met een grotere
nadruk op politieke nabijheid.”
Die democratische cultuur wordt nog
steeds niet aangepakt. Dat is lastig, want heeft te maken met
democratie op je werk, in je school, in je buurt en in je vereniging.
Daar ligt de echte uitdaging: in het werken aan de alledaagse
democratie. Dat gaat over het eigen functioneren van ons als burgers.
Mijn blog over het advies van Remkes
eindigde dan ook net als nu. Begin maar eens actief mee te denken in
de VvE, in de buurt, op de school, op je werk, zonder in de
klaagstand te komen en als een klant te reageren. Dat is nog een hele
opgave.
maandag 24 juni 2019
De raad als toezichthoudend orgaan dat zichzelf steeds verbetert
Hoe functioneert de gemeenteraad als orgaan dat toeziet op het functioneren van het college en zijn aansturen van de organisatie? Het is een vraag die in elke raad van commissarissen jaarlijks gesteld wordt, maar niet gestructureerd wordt besproken in gemeenten. Hoe lastig ook, dat zou wel helpen om als hoogste orgaan van de gemeente te kijken of het beter kan.
Politieke rol
De gemeenteraad functioneert op twee manieren. De meest in het oog springende is de oppositie en coalitiepartijen die het functioneren van het college controleren en lijnen uitzetten naar de toekomst. Hoe ver steunen coalitiepartijen het college en hoe ver gaat de oppositie en hoe ver gaat de steun? Voor die werkwijze is veel aandacht. Het gaat over de kaderstellende rol, de volksvertegenwoordigende rol en de controlerende rol van de raad. Daarbij kijken we sterk naar de partijen.
Rol als toezichthouder
De raad is echter ook het hoogste orgaan van het gemeentebestuur en het orgaan dat wethouders benoemt en ontslaat. Naast het politieke systeem van politiek bedrijven zou de gemeenteraad ook kunnen kijken naar de rol als een soort raad van commissarissen. Dat doen de gemeenteraden ook wel als het gaat ondersteuning en informatievoorziening, maar niet zo gestructureerd als tegenwoordig elke zichzelf respecterende Raad van Commissarissen doet.
"De Raad van Commissarissen houdt namens de aandeelhouders en werknemers, toezicht op het gevoerde beleid van de raad van bestuur. Dit alles om het voortbestaan van de onderneming te waarborgen". Dat lijkt toch welk sterk op het werk van de gemeenteraad. Maar een raad van commissarissen evalueert jaarlijks zijn functioneren en meestal (een keer per drie à vier jaar) doet de raad dat onder externe begeleiding. De code-Tabaksblat schrijft zelfevaluatie voor. De code kent als uitgangspunt dat de raad van commissarissen collectief verantwoordelijk is voor het eigen functioneren.
Lang niet alles vergelijkbaar...
Een paar zaken van die raden van commissarissen gaan niet op. Zo is herbenoeming mede afhankelijk van de zelfevaluatie, terwijl bij de gemeenteraad de kiezers daar over gaan. Overigens zou het niet gek zijn als raadsleden elkaar eens zouden aanspreken op elkaars' functioneren, maar dat is waarschijnlijk een station te ver.
...maar veel wel
Wat bij de zelfevaluatie bijvoorbeeld altijd een rol speelt is de vraag of de raad zich teveel richt op details en teveel op de stoel van de bestuurder gaat zitten. Vaste vraag is: hebben we de juiste balans gevonden tussen afstand en betrokkenheid, tussen toezicht en advies? Of hebben we onze toezichthoudende rol goed vervuld: beschikken we over de juiste informatie, zijn de risico´s goed ingeschat en hebben we deelbelangen goed afgewogen?
En hoe vergadert de raad eigenlijk, gaat dat goed? Hebben we onze vergadertijd effectief besteed en goed verdeeld over de belangrijkste onderwerpen? Het lijkt misschien politiek gevoelig, maar je kunt goed kijken of bijvoorbeeld de voorzitter goed functioneert en of de commissies goed functioneren en dat geheel er toe leidt dat de raad genoeg tijd besteedt aan zaken die er toe doen? Ik hoor nogal eens klachten over teveel en te lange stukken, hoe los je dat op? Hoe zorg je dat je aanspreekbaar blijft en toch niet verzuipt? Neemt de raad genoeg tijd om te kijken of er externe bedreigingen zijn die in de lopende zaken te weinig aan bod komen? Zijn er risico's die uit beeld verdwijnen door de dagelijkse gang van zaken? Hoe gaat het eigenlijk met nieuwe leden: hoe gaat de introductie daarvan en is het voldoende om dat aan de partijen over te laten of ligt er een verantwoordelijkheid van de raad als geheel?
De raad heeft zich sinds de dualisering steeds meer als politiek orgaan gezien. Dat is ze natuurlijk ook. Maar misschien is die rol van toezichthouder teveel gepolitiseerd en verdwijnt wel eens uit beeld of er goed vergaderd wordt, of de raad de juiste balans houdt tussen betrokkenheid en afstand en of de raad als totaalorgaan (en niet als verzameling van politieke fracties) naar tevredenheid functioneert?
Probeer eens met het presidium te kijken of deze vragen een goede basis zouden kunnen zijn, welke vragen passen en welke niet? Klik hier (in Engels, taal kan naar Nederlands gewijzigd worden)
P.S. Ik zou het graag met een raad eens onderzoeken. Hoe gaat het halverwege de raadsperiode, wat ging er goed en wat kan er beter? Maar het gaat hier niet om mij, maar om de raad zelf. Begin eens zonder externe begeleiding!
Politieke rol
De gemeenteraad functioneert op twee manieren. De meest in het oog springende is de oppositie en coalitiepartijen die het functioneren van het college controleren en lijnen uitzetten naar de toekomst. Hoe ver steunen coalitiepartijen het college en hoe ver gaat de oppositie en hoe ver gaat de steun? Voor die werkwijze is veel aandacht. Het gaat over de kaderstellende rol, de volksvertegenwoordigende rol en de controlerende rol van de raad. Daarbij kijken we sterk naar de partijen.
Rol als toezichthouder
De raad is echter ook het hoogste orgaan van het gemeentebestuur en het orgaan dat wethouders benoemt en ontslaat. Naast het politieke systeem van politiek bedrijven zou de gemeenteraad ook kunnen kijken naar de rol als een soort raad van commissarissen. Dat doen de gemeenteraden ook wel als het gaat ondersteuning en informatievoorziening, maar niet zo gestructureerd als tegenwoordig elke zichzelf respecterende Raad van Commissarissen doet.
"De Raad van Commissarissen houdt namens de aandeelhouders en werknemers, toezicht op het gevoerde beleid van de raad van bestuur. Dit alles om het voortbestaan van de onderneming te waarborgen". Dat lijkt toch welk sterk op het werk van de gemeenteraad. Maar een raad van commissarissen evalueert jaarlijks zijn functioneren en meestal (een keer per drie à vier jaar) doet de raad dat onder externe begeleiding. De code-Tabaksblat schrijft zelfevaluatie voor. De code kent als uitgangspunt dat de raad van commissarissen collectief verantwoordelijk is voor het eigen functioneren.
Lang niet alles vergelijkbaar...
Een paar zaken van die raden van commissarissen gaan niet op. Zo is herbenoeming mede afhankelijk van de zelfevaluatie, terwijl bij de gemeenteraad de kiezers daar over gaan. Overigens zou het niet gek zijn als raadsleden elkaar eens zouden aanspreken op elkaars' functioneren, maar dat is waarschijnlijk een station te ver.
...maar veel wel
Wat bij de zelfevaluatie bijvoorbeeld altijd een rol speelt is de vraag of de raad zich teveel richt op details en teveel op de stoel van de bestuurder gaat zitten. Vaste vraag is: hebben we de juiste balans gevonden tussen afstand en betrokkenheid, tussen toezicht en advies? Of hebben we onze toezichthoudende rol goed vervuld: beschikken we over de juiste informatie, zijn de risico´s goed ingeschat en hebben we deelbelangen goed afgewogen?
En hoe vergadert de raad eigenlijk, gaat dat goed? Hebben we onze vergadertijd effectief besteed en goed verdeeld over de belangrijkste onderwerpen? Het lijkt misschien politiek gevoelig, maar je kunt goed kijken of bijvoorbeeld de voorzitter goed functioneert en of de commissies goed functioneren en dat geheel er toe leidt dat de raad genoeg tijd besteedt aan zaken die er toe doen? Ik hoor nogal eens klachten over teveel en te lange stukken, hoe los je dat op? Hoe zorg je dat je aanspreekbaar blijft en toch niet verzuipt? Neemt de raad genoeg tijd om te kijken of er externe bedreigingen zijn die in de lopende zaken te weinig aan bod komen? Zijn er risico's die uit beeld verdwijnen door de dagelijkse gang van zaken? Hoe gaat het eigenlijk met nieuwe leden: hoe gaat de introductie daarvan en is het voldoende om dat aan de partijen over te laten of ligt er een verantwoordelijkheid van de raad als geheel?
De raad heeft zich sinds de dualisering steeds meer als politiek orgaan gezien. Dat is ze natuurlijk ook. Maar misschien is die rol van toezichthouder teveel gepolitiseerd en verdwijnt wel eens uit beeld of er goed vergaderd wordt, of de raad de juiste balans houdt tussen betrokkenheid en afstand en of de raad als totaalorgaan (en niet als verzameling van politieke fracties) naar tevredenheid functioneert?
Probeer eens met het presidium te kijken of deze vragen een goede basis zouden kunnen zijn, welke vragen passen en welke niet? Klik hier (in Engels, taal kan naar Nederlands gewijzigd worden)
P.S. Ik zou het graag met een raad eens onderzoeken. Hoe gaat het halverwege de raadsperiode, wat ging er goed en wat kan er beter? Maar het gaat hier niet om mij, maar om de raad zelf. Begin eens zonder externe begeleiding!
vrijdag 14 juni 2019
Woede over meritocratie
Het begint met het maken van een
karikatuur van de ander. Het doel is een reactie provoceren en op
sociale media aandacht en medestanders krijgen. Het liefst dit
allemaal doen voordat de ander kan reageren. De discussie start dan
met 1-0 achterstand voor de ander. Dat zijn de politieke discussies van het moment. Niet over inhoud en feiten, maar meningen en inkleuring. Geen wonder dat meer mensen klant worden van de politiek in plaats van deelnemer in de democratie.
De tegenspeler gaat daarna immers ook framen. De tegenspeler heeft met een
genuanceerd verhaal geen kans er tussen te komen. De reactie wordt
geplaatst in de manier van kijken die geïntroduceerd is, framing.
Ooit trapte Richard Nixon in de val om dit frame te herhalen met “I'm not
a crook”, waardoor iedereen hem toch als schurk ging zien. De discussie ging alleen nog over de vraag of hij een schurk was. (wat hij
natuurlijk was, al was hij een interessant ex-president).
Zo gaat het ook als de partijen op
Forum voor democratie reageren en in koor zeggen dat er geen
partijkartel is. Forum begint te zeggen dat ze buitengesloten worden
voor het bestuur van de provincie. De neiging is dat te ontkennen:
dus alle partijen zeggen precies hetzelfde. Ondertussen blijven de
gebrekkige bestuurlijke kwaliteiten van de leden van Provinciale
Staten voor Forum onvermeld. Ook de vooraf geformuleerde voorwaarden
als geen cent naar de energietransitie, waarmee FvD D66 en GroenLinks
uitsluit verdwijnen geruisloos uit de aandacht. Ook feiten waar men het over eens zou kunnen zijn verdwijnen uit zicht. Het gezamenlijk gesprek is weg.
Uiteindelijk gaat alle aandacht naar de
polarisatie, de manier van discussiëren, elkaar uitsluiten,
karikaturen, flirten met extreem rechts om links verder uit te dagen:
woede regeert. Aandacht voor welke oplossingen werken is totaal verdwenen. Niet in gesprek gaan met elkaar. De populisten profiteren er van!
Woede over de meritocratie
Onderliggend is er eigenlijk een ander
probleem. Dat beschreef ik 8 jaar geleden als teloorgang van de
democratie door opiniepeilingen en meritocratie.
- Opiniepeilingen gaan over de klantenrol in plaats van de rol van burger. Je ziet hoe politici kijken naar de voorkeuren van de kiezende consumenten. Wie aansluit bij die voorkeuren wint stemmen. Maar doordat de mensen klant worden van de politiek verdwijnt de verantwoordelijkheid voor het collectief.
- Er wordt niet meer gekeken uit welke klasse je komt, of je ouders van goede huize komen, maar er wordt gekeken naar je verdiensten. Je zou bijna denken, de beste krachten vanuit het volk komen naar boven drijven. Maar wie niet gestudeerd heeft en niet welsprekend de discussie weet te domineren, verdwijnt uit het zicht. Misschien niet een nieuw thema, wel met groeiend belang.
De polarisatie en de strategie van
partijen richten zich erg op de opiniepeilingen en het beïnvloeden
van de kiezer als klant. Ondertussen wordt de woede die ontstaat over
de meritocratie niet geagendeerd, maar claimt FvD wel de enige
vertolker te zijn van die woede. En de meritocraten gaan niet in gesprek met de mensen die buiten de democratie vallen. Daar is de polarisatie effectief. Populisten hebben daar groot belang bij.
Terug naar het bespreken van
dilemma's
Hoe zou je de democratie weer centraal
kunnen stellen, waarbij iedereen meedoet?
Dat gebeurt als er meer
dilemma's besproken worden. Een partij als de ChristenUnie doet dat
heel aardig. Zij zijn het klein zijn meer gewend dan de voorheen
grote partijen die vooral bezig zijn zeker en overtuigd over te
komen. Een compromis moet uitgelegd worden als overwinning. Twijfel
is bij hen het tonen van zwakte. Terwijl kleine partijen eerlijk
zeggen dat het een compromis is en ze daarmee vertrouwen winnen. Carola Schouten scoort als minister goed omdat ze eerlijk is over haar dilemma's. Andere bewindslieden moeten er misschien meer aan wennen.
Toch
zijn er voldoende dilemma's. Rond pensioenen, rond de positie van
Nederland in Europa en de wereld, rond de klimaatverandering, rond
het samenleven van verschillende culturen, rond het bieden van
zekerheid versus flexibiliteit. Overal zie je dat de werkelijkheid
ingewikkelder is dan het opgelegde frame. Daarover besluiten vraagt meer dan kijken naar wat je klanten willen, maar naar het overstijgen van diverse belangen. En werken de oplossingen wel?
Kregen we die dilemma's maar meer op
tafel. Het is ook bijzonder lastig. In de discussie over pensioenen
zie ik het niet lukken, terwijl daar bij uitstek gepoogd is het
dilemma over te brengen. En dat op zich is weer een dilemma.
zondag 9 juni 2019
Mannen moeten beter? Wat een onzin!
Mannen staan altijd op de verkeerde
lijstjes, stond in de NRC van 8 juni. Dat lijkt waar. Mannen zijn
vaker dakloos, moorden vaker, “Moet de man beter?” vroeg de NRC
zich af. “Het gaat veel slechter met de man dan met de
vrouw, blijkt uit tal van statistieken.” Statistiek om
iets te bewijzen? Dan ga ik toch even wat extra lezen.
Een kop waar je op klikt, zeker als je
boos bent dat de emancipatie niet is afgerond. Die verderfelijke
mannen: dat zijn de verkrachters, de gewelddadige rovers, ze zijn
vaker probleemdrinker en al die terroristische aanslagen: meestal
mannen!. #MeToo? Vrijwel allemaal mannen! Verdomd, de statistieken lijken te bewijzen dat het slecht
gaat met de man!
Het blijkt niet uit statistieken dat het slecht gaat met de man!
Maar wat een rare kop eigenlijk? Hoezo
blijkt uit statistieken dat het niet goed gaat met mannen? Ja, het
is waar dat mannen oververtegenwoordigd zijn in de gevangenis, maar
ook in de bestuurskamer, er zijn meer mannelijke dan vrouwelijke
presidenten. Gemiddeld verdienen ze ook meer. Ze lopen en fietsen harder. Mannen
komen vaker op lijstjes voor, maar dat wil niet zeggen dat het alleen
de verkeerde lijstjes zijn.
Misschien is de mannelijke stereotiep
waar we mee opgegroeid zijn wel verantwoordelijk voor het
risicovollere gedrag van mannen en verklaart dat beide lijstjes: de
oververtegenwoordiging in de gevangenis én de oververtegenwoordiging
in de bestuurskamer (en in de slachtoffers van oorlog). Voor de bestuurskamer stellen we quota voor, maar je hoort niemand over een quotum voor meer vrouwen in de gevangenis om de emancipatie te bevorderen.
Baumeister stelt “Cultuur zit vol compensatie-situaties, waarbij mensen gevaarlijke of riskante dingen
moeten doen, waartoe ze met hoge beloningen worden overgehaald (gecompenseerd). De
meeste culturen hebben doorgaans veel vaker mannen dan vrouwen
gebruikt om die zeer riskante maar lucratieve functies te vervullen.
(...) De meeste culturen schermen hun vrouwen van het gevaar af, en
geven hun daarom ook niet de grote beloningen”. (inmiddels al 12
jaar geleden in de NRC!)
Er is een natuurlijk verschil tussen mannen en vrouwen
De natuur lijkt ook bij te dragen aan
verschillen, niet alleen de cultuur. Niet in gemiddeld IQ: mannen
zijn ongeveer even slim als vrouwen. Maar als dat ik de vraag stel of er misschien wel meer geniale mannen dan vrouwen zijn, kan ik een
hoop kritiek verwachten. Toegang tot de wetenschap is ongelijk
verdeeld en zo. Helemaal waar. Maar zou er toch niet ook een natuurlijk
verschil kunnen zijn?
Als we nu eens dieper kijken. Het
gemiddeld IQ van mannen is gelijk aan dat van vrouwen, blijkt uit
diverse onderzoeken, die nooit ter discussie gesteld zijn. Het is
een feit. Tweede feit: er zijn meer mannen dan vrouwen met een heel
laag IQ. Overigens komen we nu op gevaarlijk terrein, want de meting wordt steeds moeilijker.. Mijn vraag: hoe kan het dat
er niet meer geniale mannen zijn dan vrouwen en wel meer superdomme
mannen dan superdomme vrouwen en dat toch mannen even slim zijn
gemiddeld gesproken? Kenners zeggen dan "Het is niet geheel onwaar, maar vaststellen dat er relatief meer domme maar ook meer intelligente mannen bestaan is een totale oversimplificatie van een zeer complex vraagstuk waarover veel onduidelijkheid bestaat". Misschien zijn mannen extremer: slimmer én
dommer. Dat mag je toch als hypothese nemen? Net zoals de lengteverschuillen van mannen: ook daar zien we
volgens Roy Baumeister het verschijnsel dat mannen extremer zijn: de
grafiek van de lengteverdeling bij mannen is platter, met meer erg
lange en erg kleine mannen. (En mag ik er op wijzen dat Asperger 4x zo vaak onder mannen voorkomt? Deze aandoening gaat meestal gepaard met normale of hoge intelligentie, gecombineerd met stereotiepe interesses waar ze helemaal in op kunnen gaan. Terugkijkend in de geschiedenis lijken nogal wat grote namen mannen met het syndroom van Asperger te zijn geweest.)
En die gevangenis, ligt dat wel aan de
mannen? Vrouwen maken zich vaker dan mannen schuldig aan
kindermishandeling, Moeten vrouwen dan beter? Of zijn mannen gewoon
minder bij de opvoeding betrokken dan vrouwen?
Ik denk dat mannen en vrouwen veel kunnen leren als ze wat buiten de stereotiepen gaan rondneuzen, Een mooie culturele uitdaging. Maar de man dan als de achterlijke partij neerzetten, daar ben ik wel een beetje klaar mee.
Het is overigens de zelfde NRC van 8 juni die
commentaar vraagt naar problemen als kinderen langer vakantie hebben
dan hun ouders en vervolgens alleen vrouwen om commentaar heeft
gevraagd op die problemen.
donderdag 23 mei 2019
Denkfouten van Baudet
Ik heb mij verbaasd over de denkfouten
van de zich als intellectueel presenterende Baudet. Dat hij niet wetenschap maar een boek als uitgangspunt neemt, vergeef ik hem. Dat doen zeer veel mensen. Maar de fouten in zijn logica zijn tenenkrommend. Zwart - wit denken, correllatie en causaliteit verwarren, verborgen aannames gebruiken. Het is een gebrek aan logica dat veel streng gelovigen ook hebben. Misschien is dat gelovige zijn probleem?
Hij heeft een
punt als hij zegt dat verbondenheid (of het nu in het gezin of in een
land is) belangrijk is. Vervolgens gaat hij tekeer tegen persoonlijke
vrijheid die afbreuk zou doen aan de verbondenheid. Daarna schetst
hij een beeld van persoonlijke onvrijheid van vrouwen die geen andere
keuze hebben dan de arbeidsmarkt te kiezen. “Er wordt verwacht
dat ze de traditionele rol afwijzen om een man te ondersteunen.“
Blijkbaar is er toch niet zoveel persoonlijke vrijheid dat vrouwen
zouden kunnen kiezen voor een traditionele rol? Tussen neus en lippen
door stelt hij dat minder kinderen krijgen veroorzaakt wordt
door meer
persoonlijke vrijheid. Blijkbaar is niet verminderde kindersterfte door hogere welvaart een verklaring. Met evenveel wetenschappelijke kracht kan hij
stellen dat minder kinderen krijgen veroorzaakt wordt door minder
ooievaars. Hij haalt correlatie en causaliteit door elkaar.
Meer vrijheid leidt tot meer welvaart en omdat meer welvaart samen gaat met minder kindersterfte, en betere opleiding en een oudedagsvoorziening waardoor meer kinderen niet nodig is voor de oude dag gaat meer welvaart meestal gepaard met minder geboorten. Maar meer welvaart leidt ook tot minder natuur en daardoor minder ooievaars. Leidt meer vrijheid dus tot minder kinderen? Of ligt het aan die minder vaak voorkomende ooievaars? Beide verschijnselen gaan samen (correleren) met minder geboorten.
Meer vrijheid leidt tot meer welvaart en omdat meer welvaart samen gaat met minder kindersterfte, en betere opleiding en een oudedagsvoorziening waardoor meer kinderen niet nodig is voor de oude dag gaat meer welvaart meestal gepaard met minder geboorten. Maar meer welvaart leidt ook tot minder natuur en daardoor minder ooievaars. Leidt meer vrijheid dus tot minder kinderen? Of ligt het aan die minder vaak voorkomende ooievaars? Beide verschijnselen gaan samen (correleren) met minder geboorten.
De persoonlijke vrijheid maakte ons
niet gelukkig, stelt Baudet. Ik wil graag geloven dat het Westen geen ideale
wereld is en dat de consumptiemaatschappij niet het paradijs is. “Ja,
de moderne wereld bracht bevrijding. Maar die bevrijding maakte ons
niet gelukkig. In plaats daarvan heeft ze ons leven doelloos, leeg en
boven alles uiterst eenzaam gemaakt”. Het is een vorm van
zwart wit denken. Persoonlijke vrijheid heeft ons geen
paradijs gebracht, dus is het volledig verkeerd en maakt deze ons
ongelukkig. Misschien moet hij eens kijken of de mensen in Nederland
gemiddeld inderdaad ongelukkiger zijn dan in landen waar de
persoonlijke vrijheid beperkter is en de consumptiemaatschappij
minder ver doorgeschoten is. Ik ken geen enkel onderzoek dat dat uitwijst.
Een verborgen aanname van
hem is dat naastenliefde en verbondenheid niet kunnen samengaan met
persoonlijke vrijheid. Je kunt je afvragen hoe eerlijk de
naastenliefde is onder dwang van een collectief. Maar waarom zou het niet kunnen samen gaan???
Reden om dieper te kijken naar Baudet als persoon, die niet gelukkig is.
Het ideaal dat hij schetst komt vreemd genoeg dicht tegen de Islam.
Traditionele rollen voor man en vrouw, geen abortus, de man die werkt
en de vrouw die kinderen krijgt. Hij lijkt in die zin op de
heimelijke homoseksueel die schreeuwt tegen zondige homoseksualiteit om
de aandacht van zichzelf af te leiden. Want voor hem is de Islam een
grote vijand. Hij ziet bij de Islam en de immigranten wel de sterke
collectiviteit.
Je vraagt je ook af of Baudet de nieuwe
Joram van Klaveren wordt, ook een fel bestrijder van de Islam die
zich bekeerde.
vrijdag 10 mei 2019
Tribalisme en sociale media
Woedende tweets hebben veel meer kans om geretweet te worden dan vrolijke, blije, ondersteunende of vriendelijke tweets. Dat doet iets met het wereldbeeld en de ervaring van mensen die veel op sociale media zitten. Het bevordert de polarisatie. Maar er is nog een ander effect: de groei van Tribalisme
Het is traag gegaan, maar we worden als samenleving steeds meer ingericht op groepen, tribes. Tribalisme is een maatschappelijke organisatie. Het is de oudste bron van identiteit en zekerheid van individu tot de groep, voor de mens. Iemand van je eigen groep kun je vertrouwen. De kleinste vorm is het gezin, maar juist de tribe zorgt voor bescherming. Het gaat om mensen met dezelfde culturele identiteit. Die samen jagen, leren van elkaar, elkaar beschermen tegen de woeste natuur, wilde beesten en andere groepen, Hoewel in rechtse kringen dit tribalisme vooral neergezet wordt als iets van allochtonen (Marokkanen die niet integreren maar vasthouden aan hun eigen cultuur), is het veel breder en daarmee potentieel gevaarlijk.
Van nationalisme naar tribalisme
We hebben een lange tijd gehad van identificatie met een land, we zijn allemaal Nederlanders, bijvoorbeeld als Nederland scoort bij voetbal. Maar waar we vroeger nog keken naar het ene televisiekanaal, met families van VARA, AVRO, Vpro, is er nu weinig gemeenschappelijke culturele identiteit op die schaal. Dat werden meerdere netten en er is weinig gemeenschappelijk publiek debat over normen en waarden. De debatten vinden in kleine kringen plaats. Het is veel kleiner geworden. Sociale media bevorderen de identificatie met je eigen tribe. Het is gemakkelijk om te schelden op andere tribes en andere tribes verdacht te maken. Sterker: het zit misschien wel in ons geheugen ingebouwd.
Daar komt door de tribalisering nog iets bij. Door provocatie als handig instrument op facebook is er de neiging om provocateurs uit te sluiten van discussie. Denk aan de protesten als er een extreem linkse of rechtse spreker komt. Tegelijk heeft een debat met genuanceerde sprekers weinig aandacht: het verschil is moeilijk samen te vatten in 140 of 280 letters. Provocatie hoort bij de sociale media. FvD maakt er slim gebruik van, kijk hoe iedere krant de overwinningsspeech van Baudet kopieerde en besprak. Nog nooit was er zoveel aandacht voor een overwinningstoespraak. Hij flirt met extreem rechts en houdt er afstand van, zodat er steeds aandacht komt. Zou Baudet doen wat Henk Otten wil, dan zal de aandacht verdwijnen. Het rechtse identitair verzet wil juist de grote verschillen met andere tribes benadrukken.
Dat leidt tot on-Nederlandse polarisatie en intolerantie.
Baudet troont ook een zeer trouwe (veel rechtsere) achterban mee die op twitter iedere tweet analyseert en zo nodig van reactie of bedreiging voorziet. Ik denk dat anderzijds Baudet blij is met bedreigingen in zijn richting, want dat doet de aandacht goed.
Tribes bestrijden elkaar
Tribes spreken niet met elkaar, maar bestrijden elkaar. Ze floreren bij een cultuur van agressie naar elkaar. Op extreem links en extreem rechts zie je dat als een onwelgevallige mening een podium krijgt, de uitsluiting begint. Het lijkt op het verbannen zoals we dat vroeger kenden, zonder goede afweging. Ik kan mij voorstellen dat je iemand die nepnieuws verspreidt of groepen ophitst tegen elkaar geen podium geeft. Maar het gaat via acties op sociale media waar opnieuw de emotie zwaarder telt dan argumentatie.
De onrust doet denken aan de tijd na de boekdrukkunst. Natuurlijk leidde die tot wereldreizen en wetenschappelijke vooruitgang, meer en beter onderwijs. Maar ook tot godsdiensttwisten en het afbrokkelen van het vanzelfsprekend gezag van de kerk. Revoluties werden gefaciliteerd door de boekdrukkunst.
Tegen de ontwrichtende strijd
Vaak hebben we dat doorbroken. Met humanisme, wetenschap, met naties, vooral in de eigen buurten en dorpen door te luisteren naar elkaar en te zoeken naar gemeenschappelijke waarden en gezamenlijke hoop.
Door tribalisme is het zoeken naar eenheid, gemeenschappelijke waarden en manieren om samen verder te komen des te belangrijker. Het Europa na de Tweede Wereldoorlog toont dat dat kan.
Het is traag gegaan, maar we worden als samenleving steeds meer ingericht op groepen, tribes. Tribalisme is een maatschappelijke organisatie. Het is de oudste bron van identiteit en zekerheid van individu tot de groep, voor de mens. Iemand van je eigen groep kun je vertrouwen. De kleinste vorm is het gezin, maar juist de tribe zorgt voor bescherming. Het gaat om mensen met dezelfde culturele identiteit. Die samen jagen, leren van elkaar, elkaar beschermen tegen de woeste natuur, wilde beesten en andere groepen, Hoewel in rechtse kringen dit tribalisme vooral neergezet wordt als iets van allochtonen (Marokkanen die niet integreren maar vasthouden aan hun eigen cultuur), is het veel breder en daarmee potentieel gevaarlijk.
Van nationalisme naar tribalisme
We hebben een lange tijd gehad van identificatie met een land, we zijn allemaal Nederlanders, bijvoorbeeld als Nederland scoort bij voetbal. Maar waar we vroeger nog keken naar het ene televisiekanaal, met families van VARA, AVRO, Vpro, is er nu weinig gemeenschappelijke culturele identiteit op die schaal. Dat werden meerdere netten en er is weinig gemeenschappelijk publiek debat over normen en waarden. De debatten vinden in kleine kringen plaats. Het is veel kleiner geworden. Sociale media bevorderen de identificatie met je eigen tribe. Het is gemakkelijk om te schelden op andere tribes en andere tribes verdacht te maken. Sterker: het zit misschien wel in ons geheugen ingebouwd.
Daar komt door de tribalisering nog iets bij. Door provocatie als handig instrument op facebook is er de neiging om provocateurs uit te sluiten van discussie. Denk aan de protesten als er een extreem linkse of rechtse spreker komt. Tegelijk heeft een debat met genuanceerde sprekers weinig aandacht: het verschil is moeilijk samen te vatten in 140 of 280 letters. Provocatie hoort bij de sociale media. FvD maakt er slim gebruik van, kijk hoe iedere krant de overwinningsspeech van Baudet kopieerde en besprak. Nog nooit was er zoveel aandacht voor een overwinningstoespraak. Hij flirt met extreem rechts en houdt er afstand van, zodat er steeds aandacht komt. Zou Baudet doen wat Henk Otten wil, dan zal de aandacht verdwijnen. Het rechtse identitair verzet wil juist de grote verschillen met andere tribes benadrukken.
Dat leidt tot on-Nederlandse polarisatie en intolerantie.
Baudet troont ook een zeer trouwe (veel rechtsere) achterban mee die op twitter iedere tweet analyseert en zo nodig van reactie of bedreiging voorziet. Ik denk dat anderzijds Baudet blij is met bedreigingen in zijn richting, want dat doet de aandacht goed.
Tribes bestrijden elkaar
Tribes spreken niet met elkaar, maar bestrijden elkaar. Ze floreren bij een cultuur van agressie naar elkaar. Op extreem links en extreem rechts zie je dat als een onwelgevallige mening een podium krijgt, de uitsluiting begint. Het lijkt op het verbannen zoals we dat vroeger kenden, zonder goede afweging. Ik kan mij voorstellen dat je iemand die nepnieuws verspreidt of groepen ophitst tegen elkaar geen podium geeft. Maar het gaat via acties op sociale media waar opnieuw de emotie zwaarder telt dan argumentatie.
De onrust doet denken aan de tijd na de boekdrukkunst. Natuurlijk leidde die tot wereldreizen en wetenschappelijke vooruitgang, meer en beter onderwijs. Maar ook tot godsdiensttwisten en het afbrokkelen van het vanzelfsprekend gezag van de kerk. Revoluties werden gefaciliteerd door de boekdrukkunst.
Tegen de ontwrichtende strijd
Vaak hebben we dat doorbroken. Met humanisme, wetenschap, met naties, vooral in de eigen buurten en dorpen door te luisteren naar elkaar en te zoeken naar gemeenschappelijke waarden en gezamenlijke hoop.
Door tribalisme is het zoeken naar eenheid, gemeenschappelijke waarden en manieren om samen verder te komen des te belangrijker. Het Europa na de Tweede Wereldoorlog toont dat dat kan.
maandag 1 april 2019
Waar bewoners zelf kunnen doen, mogen ze zelf doen
Als je met actieve bewoners praat over zelf zaken in de eigen buurt beslissen, regelen en uitvoeren spat het enthousiasme er vaak vanaf. Zodanig dat er al als uitgangspunt bepleit wordt dat als bewoners het beleid en beheer zelf kunnen doen, mogen ze dat ook doen. Dit is een interessant principe om vast te leggen. Maar het heeft wel heel vergaande consequenties die dan meegenomen moeten worden. Past dat nog in alle domeinen en is het wenselijk?
Het is van belang het werk van Elinor Ostrom te betrekken bij de overwegingen. Commons zijn natuurlijke hulpbronnen (rivieren, bergen, weiland, ruimte, grondstoffen) die van de gemeenschap zijn. Terwijl economen er lang van uit gingen dat gemeenschappelijk gebruik van natuurlijke hulpbronnen automatisch tot overmatig gebruik en uitputting hiervan moest lijden, bewees Elinor Ostrom het tegendeel door onderzoek naar kleine groepen te doen die dit probleem onderling opgelost hadden. Op dit punt heeft Elinor Ostrom dus belangrijk denkwerk verricht. Zij stelde dat er ontwerpprincipes zijn om goed om te gaan met commons.
Dit zijn de regels/uitgangspunten om goed te werken met commons:
(1) Duidelijk gedefinieerde grenzen die ook erkend worden;
(2) Regels inzake toegang en toe-eigening die afgestemd zijn op de sociale omstandigheden en de lokale omgevingsfactoren;
(3) Collectieve regels die de gebruikers toelaten om deel te nemen aan het nemen van beslissingen;
(4) Controle en opvolging van het gebruik en de staat van het gemeengoed, uitgevoerd door gebruikers die door de gemeenschap worden aangesteld;
(5) Een schaal van oplopende sancties tegen personen die de gemeenschapsregels overtreden;
(6) Eenvoudige en makkelijk toegankelijke werkwijzen voor conflictbemiddeling;
(7) Het beslissingsrecht van de gemeenschap wordt erkend en aangemoedigd door de hogere overheden
Dit zijn de regels/uitgangspunten om goed te werken met commons:
(1) Duidelijk gedefinieerde grenzen die ook erkend worden;
(2) Regels inzake toegang en toe-eigening die afgestemd zijn op de sociale omstandigheden en de lokale omgevingsfactoren;
(3) Collectieve regels die de gebruikers toelaten om deel te nemen aan het nemen van beslissingen;
(4) Controle en opvolging van het gebruik en de staat van het gemeengoed, uitgevoerd door gebruikers die door de gemeenschap worden aangesteld;
(5) Een schaal van oplopende sancties tegen personen die de gemeenschapsregels overtreden;
(6) Eenvoudige en makkelijk toegankelijke werkwijzen voor conflictbemiddeling;
(7) Het beslissingsrecht van de gemeenschap wordt erkend en aangemoedigd door de hogere overheden
Iedereen kan meedoen
In de huidige tijd vraagt het dan nogal wat van bewoners om het beleid en beheer in eigen hand te nemen. Ten eerste de regel (3) om collectieve regels te hebben die gebruikers toelaten om deel te nemen aan het nemen van beslissingen. Het gaat dan bijvoorbeeld om er voor te zorgen dat gebruikers weten wat er beslist wordt wanneer.
In de huidige tijd vraagt het dan nogal wat van bewoners om het beleid en beheer in eigen hand te nemen. Ten eerste de regel (3) om collectieve regels te hebben die gebruikers toelaten om deel te nemen aan het nemen van beslissingen. Het gaat dan bijvoorbeeld om er voor te zorgen dat gebruikers weten wat er beslist wordt wanneer.
Niet alleen de lusten, ook de lasten
Moeilijker is de handhaving (4 en 5). Uit ervaring in mijn eigen buurtje weet ik dat de handhaving een onderschat en moeilijk onderdeel is van de regels. Men wil graag de lusten van zelfbeheer, maar de last van controle en handhaving laat men liever aan anderen.
Moeilijker is de handhaving (4 en 5). Uit ervaring in mijn eigen buurtje weet ik dat de handhaving een onderschat en moeilijk onderdeel is van de regels. Men wil graag de lusten van zelfbeheer, maar de last van controle en handhaving laat men liever aan anderen.
We spreken in onze buurt gemakkelijk op een openbare vergadering af welke regels we met zijn allen hanteren, bij die vergadering is iedereen welkom. Maar dat betekent niet dat iedereen ook komt en zich aan de regels houdt die op de vergadering zijn afgesproken. Zo hebben wij een parkeergarage in de buurt die nogal eens leidt tot ergernis en waarbij het aanspreken van mensen op het ongeoorloofd gebruik van een parkeerplaats tot hoog oplopende ruzies leidde. Met als gevolg dat mensen uiteindelijk verhuisden. Bij onze tuinen is afgesproken dat een heg niet te hoog mag zijn, maar hoe goed de bedoelingen ook waren toen afgesproken werd dat men zich niet afsluit van de anderen: deze regel wordt uiteindelijk niet gehandhaafd.
Controle en handhaving moet vooraf bekend zijn
Ik merk dat er vooral veel enthousiasme is voor invulling van de openbare ruimte. Voor wat betreft de inrichting en vormgeving kun je heel ver gaan.
Ik merk dat er vooral veel enthousiasme is voor invulling van de openbare ruimte. Voor wat betreft de inrichting en vormgeving kun je heel ver gaan.
Bij het beheer en gebruik wordt het lastiger. Want als iemand de regels overtreedt, blijkt het vanzelfsprekend gezag van controleurs gering. Toch hoort die taak er wel bij.
Ik moet nog zien dat bewoners in het sociale domein het beheer en de uitvoering op zich willen nemen, maar ook de maatwerkinvulling. In de praktijk rond de maatschappelijke ondersteuning zie ik vooral de mensen participeren die zelf ondersteuning vragen. In de huidige praktijk spreken de klanten mee, niet de financiers. Zou je het beleid en beheer overnemen, dan moeten bewoners elkaar aanspreken op de maatschappelijke ondersteuning: je moet je buren dan een voorziening weigeren. Bereid je dan voor op intensieve trajecten van conflictbemiddeling.
Ook rond de bouwvergunningen is hier een probleem. Het is duidelijk dat bijzondere kennis nodig is om te kunnen besluiten. Die kun je overigens inhuren. Maar rond de welstand blijken de verschillende wensen en uitgangspunten tussen bewoners nogal fors te verschillen.
Je moet dan je buurman aanspreken over die uitbouw. Het is een mooie gedachte om zo goed met elkaar om te kunnen gaan dat je een conflict daarover aankunt. Het vraagt echter een grote mate van democratische gezindheid om daar uit te komen. Het is de vraag of de huidige samenleving met veel anonimiteit en het naast elkaar leven van mensen met verschillende uitgangspunten en waarden die controle en handhaving aankan. Tegelijk is het geen optie om regels zelf af te spreken en de gemeente die regels vervolgens te laten afdwingen zonder inhoudelijk naar die regels te kijken.
Kan dat overal en is dat overal wenselijk?
De gemeente is een zeer veelzijdige organisatie. De inrichting van de openbare ruimte is een zeer zichtbare taak. Liefst geef ik daar participatie binnen kaders de voorkeur boven representatie.
De gemeente is een zeer veelzijdige organisatie. De inrichting van de openbare ruimte is een zeer zichtbare taak. Liefst geef ik daar participatie binnen kaders de voorkeur boven representatie.
Maar er gebeurt veel meer. Het organiseren van de reiniging en de vuilnisophaal, economische zaken, orde en veiligheid, de riolering, de brandveiligheid, ik zie best ruimte voor een rol van bewoners. Maar spreken we af of ze het zelf mogen doen als ze dat willen? Liever geef ik hier representatie de voorkeur. Misschien is het schema van transactionele intensiteit hier behulpzaam (hier: over technocraten die weer andere kunstjes kennen dan bewoners of politici). Waar bewoners veel ervaring hebben (hoog aantal interacties) en professionele kennis niet de doorslag geeft ligt het anders dan waar bewoners weinig interacties hebben of veel kennis nodig hebben. Maar dan nog is de controle en handhaving een aandachtspunt.
Pleidooi voor ambtenaren die werken zonder aanziens des persoons
Wil je dat? Is het niet ook een prachtig gegeven dat de anonieme gemeente je buren aanspreekt en jij daarna goed verder kunt met je buurman? Natuurlijk is de voorgestelde regel niet dat als bewoners het zelf kunnen doen, ze het ook moeten doen. Het idee is om het te mogen doen, maar ik denk dat de verzekeraars. consequenties zullen trekken als de brandveiligheid in handen gegeven wordt van bewoners, ik denk dat de kosten van conflictbemiddeling oplopen.
Wil je dat? Is het niet ook een prachtig gegeven dat de anonieme gemeente je buren aanspreekt en jij daarna goed verder kunt met je buurman? Natuurlijk is de voorgestelde regel niet dat als bewoners het zelf kunnen doen, ze het ook moeten doen. Het idee is om het te mogen doen, maar ik denk dat de verzekeraars. consequenties zullen trekken als de brandveiligheid in handen gegeven wordt van bewoners, ik denk dat de kosten van conflictbemiddeling oplopen.
Mag ik naast een pleidooi voor de participatieve democratie hier ook een pleidooi houden voor de representatieve democratie en anonieme handhavers die zonder aanziens des persoons hun werk doen?
Het is tijd om representatieve democratie en participatieve democratie niet door elkaar te halen en ook niet het een boven het ander te stellen.
zondag 24 maart 2019
Forum voor democratie en de smalle marges van de politiek
De grote overwinning voor Forum voor
Democratie bracht mijn gedachten onmiddellijk op Urgenda. Heeft
Urgenda bijgedragen aan de overwinning?
Niet alleen migratie, maar ook het
klimaatakkoord was een reden om te stemmen op FvD. Urgenda heeft via
de rechter van de overheid afgedwongen meer te doen voor het klimaat. In essentie zegt de rechter
dat de overheid burgers moet beschermen en dat de Staat meer moet
doen om het dreigende gevaar veroorzaakt door de klimaatverandering
te keren. De mensen die FvD stemden trekken zich niets aan van wat de
rechter vindt en ik zag na de uitspraak van de rechter al het
probleem voor me: “ U moet meebetalen en meer doen: niet omdat devertegenwoordigers dat willen, maar omdat de rechter dat wil”
schreef ik al
CDA en VVD leggen hun dilemma niet uit
FvD heeft vooral kiezers gewonnen van
CDA, VVD en PVV. Bij het CDA en de VVD leeft meer eerbied voor de
rechter en internationale verdragen. Maar wat ze gedaan hebben is: met
de mond wat belijden over klimaat en kosten (Buma en Dijkhof hebben
wel moeilijk gedaan), maar uiteindelijk geaccepteerd dat er meer
moest gebeuren. Maar vervolgens blijft er een beeld van niet willen,
maar ook niet doorzetten. Met welk dilemma de politiek worstelde blijft verborgen.
Ook dilemma rond migratie
Ook voor migratie gaat dat op. Met alle
maatregelen die je neemt, moet je zorgen dat je binnen de grondwet en
internationale verdragen opereert. Dat maakt het asielbeleid heel
traag en taai. Ik denk persoonlijk dat het ook goed is. Het gaat niet
alleen om de rechten van de mensen hier in Nederland, maar over de
hele wereld. Dat leidt inderdaad tot spanning: groepen die nog niet
goed in de samenleving integreren (en alleen al door hun naam
herkenbaar zijn en aanwijsbaar) en woningen die toegewezen
worden aan mensen die recht hebben op asiel en uit het asielcentrum
zullen moeten omdat ze de integratie in Nederland mogen starten.
Als bedrijven zo gerund zouden worden, gingen ze snel failliet
Trump heeft ook succes met maatregelen
die door de rechter afgekeurd worden. Het kan hem niet schelen dat de
rechter die afkeurt, want het maakt zijn succes alleen maar groter.
Natuurlijk is het op de lange termijn heel dom om je niet aan
internationale afspraken te houden. Als jij het niet doet, doen
anderen dat ook niet. In Italië konden populisten alleen maar garen
spinnen bij een afkeuring van de Europese Commissie. Snel valt weg
dat de afkeuring er over gaat dat de Italianen veel meer uitgeven dan
ze hebben en een enorme schuld opbouwen. Als bedrijven beloofden wat de klanten wilden zonder zich zorgen te maken over kosten of de wet zouden ze snel failliet gaan.
De populisten bedenken dat op de lange
termijn toch iedereen wel dood is. Dus waarom rekening houden met de
lange termijn? En die internationale afspraken? Die hebben zij toch
niet gemaakt? Klimaatverandering ontken je gewoon, dan ben je daar ook vanaf. En laten de andere landen maar eerst hun best doen.
Reclamemakers hebben de macht
De politiek is versmald tot wat mensen
nu willen. Reclamemakers geven aan dat dat scoort en dat dat is wat
je kiezers willen. De kiezers zijn immers klanten die resultaten
verlangen. Doe mij maar wat minder overlast, lagere belastingen en
snel een mooi huis. In Utrecht stond dat in het programma van FvD:
meer woningen, meer openbaar vervoer, ook in de kleine kernen,
sneller knelpunten oplossen voor auto's. Dat alles mèt meer
democratie en meer referenda en lagere belastingen. Gratis bier staat
er net niet bij.
Een ingewikkelde afweging rond je
houden aan verdragen en samen met andere Europese landen optrekken om
traag de zaken te verbeteren slaat niet aan.
Leve de het compromis!
Wie houdt er nog een fel pleidooi voor
de smalle marges van de politiek om dingen te veranderen? Wie pleit
er nog voor te het werken met een compromis? Dat wat minder glanzend
is dan wat je eigen clubje wilde: om binnen de begroting te blijven en
rekening te houden met de ander? Dat is wat vooral de regeringspartijen hebben laten liggen. Een voordeeltje: je kunt het scharen onder het behoud van de typisch Nederlandse cultuur.
Dat moeten VVD en CDA vooral doen: pleiten voor behoud van deze Nederlandse poldercultuur.
vrijdag 15 maart 2019
Participatieve democratie versus representatieve democratie
In ons democratische systeem is op verschillende manieren ingebouwd dat de bestuurders geen misbruik maken van hun gegeven macht. Ik hoor vaak ongenoegen over de representatieve democratie. Partijen doen niet wat ze beloven, luisteren niet naar "ons soort mensen". Liever nemen mensen dan het heft in eigen handen en kiezen voor participatie in plaats van representatie.
De klacht over partijen die niet luisteren is natuurlijk bekend en daarom is al een goede tegenmacht tegenover de bestuurders vastgelegd. Uiteraard de verkiezingen na vier jaar, waarbij je ziet dat te weinig aandacht geven aan ongenoegen in de samenleving leidt tot opkomst van nieuwe partijen, zeker als het een specifiek thema is, waar ontevredenheid over is. Daar komt de bescherming van de rechtsstaat bij: de regering moet zich aan de gestelde regels houden, anders kunnen de mensen naar de rechter stappen om gelijk te krijgen. Het gaat om de spreiding van wetgevende, uitvoerende en rechtsprekende macht. Zij kunnen elkaar dan controleren en verbeteren.
Participatieve democratie is de nieuwe tegenstrevende macht
Daar is nu de participatieve democratie naast aan het ontstaan. Dat is eigenlijk een nieuwe tegenstrevende macht. Naast de wetgevende, uitvoerende en rechtsprekende macht, de zelf-bestuurlijke macht. Ik hoor wel eens dat de representatieve democratie niet functioneert en dat het bestuur weer bij de bewoners moet komen. Ik zie ook dat de participatieve democratie schuurt met de representatieve democratie. Anders dan anderen vind ik dit juist goed.
Niet in plaats van maar naast
Participatieve democratie is niet het nieuwe stelsel in plaats van de representatieve democratie, maar een nieuwe tegenstrevende macht. Meer zelfbestuur omdat het kan en omdat de representatieve democratie door schaalvergroting steeds verder weg is gekomen.
Uit niets blijkt dat de rol van verkiezingen voorbij is. Als ik de opkomst van lokale lijsten zie en zie hoe nieuwe partijen in de Tweede Kamer een stem krijgen, dan blijkt juist dat de representatieve democratie een vaste plaats moet houden. Bij de participatieve democratie is weliswaar meer kennis van de lokale situatie, maar er zijn nog altijd overstijgende thema's waar andere belangen spelen. Bovendien zijn er nu eenmaal ook mensen die zich niet thuis voelen in de plaatselijke arena en liever hebben dat hun vertegenwoordigers goede kaders opstellen. (Lees hier) Mensen die actief zijn in de participatie zijn zeker geen vertegenwoordiging van de lokale bevolking.
Overigens: in veel gevallen is participatie beter dan representatie. Net zo goed als het voorkomen van een gang naar de rechter beter is dan de gang naar de rechter.
De klacht over partijen die niet luisteren is natuurlijk bekend en daarom is al een goede tegenmacht tegenover de bestuurders vastgelegd. Uiteraard de verkiezingen na vier jaar, waarbij je ziet dat te weinig aandacht geven aan ongenoegen in de samenleving leidt tot opkomst van nieuwe partijen, zeker als het een specifiek thema is, waar ontevredenheid over is. Daar komt de bescherming van de rechtsstaat bij: de regering moet zich aan de gestelde regels houden, anders kunnen de mensen naar de rechter stappen om gelijk te krijgen. Het gaat om de spreiding van wetgevende, uitvoerende en rechtsprekende macht. Zij kunnen elkaar dan controleren en verbeteren.
Participatieve democratie is de nieuwe tegenstrevende macht
Daar is nu de participatieve democratie naast aan het ontstaan. Dat is eigenlijk een nieuwe tegenstrevende macht. Naast de wetgevende, uitvoerende en rechtsprekende macht, de zelf-bestuurlijke macht. Ik hoor wel eens dat de representatieve democratie niet functioneert en dat het bestuur weer bij de bewoners moet komen. Ik zie ook dat de participatieve democratie schuurt met de representatieve democratie. Anders dan anderen vind ik dit juist goed.
Niet in plaats van maar naast
Participatieve democratie is niet het nieuwe stelsel in plaats van de representatieve democratie, maar een nieuwe tegenstrevende macht. Meer zelfbestuur omdat het kan en omdat de representatieve democratie door schaalvergroting steeds verder weg is gekomen.
Uit niets blijkt dat de rol van verkiezingen voorbij is. Als ik de opkomst van lokale lijsten zie en zie hoe nieuwe partijen in de Tweede Kamer een stem krijgen, dan blijkt juist dat de representatieve democratie een vaste plaats moet houden. Bij de participatieve democratie is weliswaar meer kennis van de lokale situatie, maar er zijn nog altijd overstijgende thema's waar andere belangen spelen. Bovendien zijn er nu eenmaal ook mensen die zich niet thuis voelen in de plaatselijke arena en liever hebben dat hun vertegenwoordigers goede kaders opstellen. (Lees hier) Mensen die actief zijn in de participatie zijn zeker geen vertegenwoordiging van de lokale bevolking.
Overigens: in veel gevallen is participatie beter dan representatie. Net zo goed als het voorkomen van een gang naar de rechter beter is dan de gang naar de rechter.
Abonneren op:
Posts (Atom)