maandag 8 mei 2017

Eerste gedachten over herontwerp van de lokale democratie

Op het moment probeer ik een essay te schrijven over het herontwerpen van de lokale democratie. “Overal ontpoppen burgerinitiatieven, maar tegelijk werken allerlei beleidsregels en vastgeroeste structuren belemmerend voor burgerlijke initiatiefkracht. Hoe sluiten we onze democratie aan op deze veranderende context?” (jullie kunnen nog meedoen via Democratic challenge.nl ). Wie denkt daar in mee?

Hoe mijn familie zich door zelforganisatie ontwikkelde
Zoekend naar een goede invalshoek ging ik terug naar mijn eigen geschiedenis. Het geslacht Albeda was een geslacht van boerenknechten. Ze betaalden rond 1848 niet genoeg belasting om stemrecht te hebben. En veel mensen zullen gedacht hebben dat het misschien wel zo verstandig was om hen geen kiesrecht te geven. Dat was toen de democratie: mensen uitsluiten omdat die toch maar verkeerde dingen willen.

Zo was mijn overgrootvader Willem Albeda landarbeider die in conflict kwam met de boer waar hij werkte. Het ging om mijn opa en zijn broer die in de schuur speelden om aan de kou thuis te ontsnappen. De boer gooide hen de schuur uit, waarop Willem zei: “Ik werk voor jou, mijn vrouw werkt voor de boerin, mogen mijn kinderen dan niet in de schuur spelen?” en hij nam boos ontslag. Dat was nogal wat, want werkloosheid midden in de winter betekende geen geld en de kerk wilde zo'n revolutionair niet steunen. Troelstra's Sociaal democratische arbeiderspartij heeft hem toen een half jaar gesteund.

De zoon van Willem Albeda, mijn opa, was op weg om ook boerenknecht te worden. Een boer zag echter meer in hem en moedigde hem aan om te kiezen voor avondstudie en op te klimmen. Dat was een succes. Hij schopte het niet alleen tot ambtenaar bij de dienst Invoerrechten en Accijnzen, maar ook tot voorzitter van de Bond van Belastingambtenaren en lid van de Verbondsraad van het CNV.

In de samenleving van toen en in die van nu helpen drie verschillende krachten om een goed evenwicht te behouden: dreigingsmacht, uitwisselingsmacht en integrerende macht. De dreigingsmacht is de macht die zaken afdwingt en al dan niet geoorloofd geweld gebruikt. Afdwingen dat mensen belasting betalen of dat mensen niet harder rijden dan 100 (pardon, 130). De uitwisselingsmacht gunt een groep of een individu wat om iets anders terug te krijgen. Door uitwisseling van voorkeuren, wensen en kennis wordt macht uitgeoefend. Denk aan de markt die V&D failliet doet gaan. Integratiemacht zorgt ervoor dat mensen bij de samenleving horen, welkom zijn en erbij willen horen.  (Hier)  De integratiemacht is die macht die uiteindelijk mijn familie stemrecht gaf. Mijn opa in 1917 en mijn oma in 1919. Iedereen hoorde er bij. De samenleving is van ons allemaal en we bepalen dus met zijn allen waar we heen gaan. Mijn opa deed daar aan mee via de kerk en het CNV. 

En ja, de NCRV-gids was bij ons thuis vaste prik en mijn ouders lazen Trouw. Hoewel mijn vader er niet studeerde stond er thuis een busje met geld voor de Vrije Universiteit. Dat was de wereld van de kleyne luyden van Abraham Kuyper. Zelforganisatie zag je ook bij de omroepen en kranten. 

Democratie is meer dan stemmen
Vernieuwing start niet met de formele democratie. In de zelforganisaties zoals het CNV maakten mensen kennis met elkaar. Men ging in debat met elkaar en ontwikkelde gedachten over solidariteit en “welbegrepen eigenbelang”. Er moet dus ruimte zijn voor die zelforganisatie. 

Mijn vader kon studeren dankzij een studiebeurs, niet dankzij de overheid. Hij ging uiteindelijk aan de slag bij het CNV  en vond dat mensen meer konden bijdragen dan eens in de vier jaar stemmen. Mensen organiseren zichzelf en kunnen de verantwoordelijkheid ook goed aan. Inmiddels nog beter dan toen mijn vader zich in 1953 in een artikel zorgen maakte dat "de kleine man" verantwoordelijkheid werd ontnomen en hem niet meer zou resten dan eens in de vier jaar stemmen. Als minister vernieuwde hij de Wet op de ondernemingsraden en zocht hij naar manieren op de economie met werkgevers en werknemers uit het slop te halen met een akkoord, zoals uiteindelijk lukte met het Akkoord van Wassenaar. Een akkoord sluiten uit welbegrepen eigen belang van werkgevers, werknemers en overheid. Het akkoord omvatte integratiemacht, dreigingsmacht en uitwisselingsmacht.

Maar de essaywedstrijd gaat niet over deze (vertegenwoordigende) zelforganisatie. Is er nog wel een goed onderscheid tussen persoonlijk belang en welbegrepen eigenbelang? Is de zelforganisatie wel in staat om te integreren? 

Welbegrepen eigenbelang
Welbegrepen eigenbelang gaat niet om je korte termijn eigen belang, maar je belang en dat van anderen in dezelfde situatie. Het gaat om je inleven in anderen en wat het betekent als de samenleving iedereen op de gelijke manier aan dat belang tegemoet komt. Het gaat een rationele en morele aanspraak op rechtvaardigheid en gelijkheid. Democratie is een cultuur van omgaan met elkaar, niet een formele gemeenteraad.. Een systeem met verschillende prikkels dat uiteindelijk een kant op gaat die voorspoed en vrede brengt.

Zelforganisatie is nog steeds van groot belang, niet in het minst om met mensen onderling te praten over democratie, het helpen van elkaar, wat je zelf kunt doen aan de democratie en wanneer je terecht opkomt voor je belangen. De essentie van herontwerp van de lokale democratie is niet het inbrengen van meer stemmingen, andere vertegenwoordiging, betere inspraak of afschaffen van politieke partijen. De essentie is het terugbrengen van eigenaarschap naar ons als samenlevende bewoners en ervoor zorgen dat er een systeem blijft met tegenstrevende machten.

Toen de politieke partijen nog volop vertrouwen genoten, werd de naar voren geschoven bestuurder gezien als “onze man”. Als hij een compromis sloot (en dat in de partijbladen en -kranten uitlegde), konden we er op vertrouwen dat het compromis voldeed aan "onze" wensen. Inmiddels zien we niemand meer als “onze man”, want we zijn beter opgeleid en weten vaak meer van de kwesties waar de gemeenteraad over praat dan onze vertegenwoordigers. We kunnen het zelf organiseren. Maar als we ons richten op zelforganisatie moet dat wel ergens toe leiden. Als de stad weer van ons moet worden, moeten we ook verantwoordelijkheid nemen.

Veranderde zelforganisatie
De zelforganisatie is ondertussen veranderd en vindt steeds meer virtueel plaats. Op Facebook en Twitter vinden we gelijkgestemden, andere meningen en gedachten kunnen we negeren. Politieke partijen zijn dood. De vakbond is nog steeds betekenisvol, maar is vooral sterk als ze zich ergens tegen verzet. Zelf ben ik geen lid van een kerk, een politieke partij of een vakbond. Woningcorporaties zijn niet meer van de huurders. Verzekeraars zijn geen herkenbare onderlinge waarborgmaatschappijen van de verzekerden.

Er is zijn nieuwe vormen van zelforganisatie opgekomen. Bewoners richten energiecorporaties op en richten hun eigen energievoorziening in met windmolens en zonnepanelen. Er zijn meer corporaties dan ooit. Misschien ben ik zelf een mooi voorbeeld, want ik woon in een wijkje waar we zelf een buurthuis hebben, zelf het groen beheren en zelf glasvezel aanlegden, allemaal zonder de overheid. En inderdaad zitten beleid en structuur de zelforganisatie nogal eens in de weg.

Uitsluiting en eigenrichting
Maar er zijn ook andere vormen van zelforganisatie. De facebookpagina Nederland Ons Vaderland schopte het met weinig middelen tot ruim 250.000 likes en was uitsluitend gericht op het uitsluiten van anderen. Typisch een groep gelijkgestemden die zich met nieuwe middelen organiseert. Er zijn veel besloten groepen op Facebook die organiseren dat er nepnieuws verspreid wordt. Een facebook-vriend van mij grijpt elke dag berichten over Marokkanen of Turken aan om de geesten te beinvloeden en te doen alsof we van Marokkaanse en Turkse Nederlanders niet anders mogen verwachten dan dat ze opgroeien tot kleine of grote criminelen. Hij gelooft er in en zet zich op zijn manier zelf in voor de samenleving. Feiten en suggesties worden verknipt en het spotlicht komt zo op de minderheid die de fout in gaat waardoor de meerderheid zich uitgekotst voelt (en ook wordt). 

Het gaat nog verder. Meer mensen denken met eigenrichting de samenleving een bepaalde kant op te mogen duwen. Al Qaida en de Islamitische Staat zijn organisaties van mensen die andersdenkenden uitsluiten en eigenrichting stimuleren. Individuen worden klaargestoomd om wapens te zijn om de Westerse Verlichte samenleving te verstoren en angst te zaaien. 

Een dierenactivist denkt de wereld te kunnen verbeteren door Pim Fortuyn te vermoorden. Een Islamextremist meent het recht te hebben iemand die de Islam beledigt te mogen vermoorden. De lijsttrekker van de op een na grootste partij kan al twaalf jaar niet zonder beveiliging over straat. Je kunt zijn ideologie verafschuwen, maar mensen kennen zich het recht toe met wapens zelf te besluiten. Dat is toch het einde van de beschaving, nog meer dan de afbraak van de verzorgingsstaat? 

De overeenkomst van de kwade vormen van zelforganisatie? Ze gaan niet meer in gesprek met anderen. Ze zenden alleen om mensen te beïnvloeden. Er is weinig eerbied voor feiten, want die zitten de veel belangrijkere meningen alleen maar in de weg. Een kleine groep gebruikt geweld om anderen de mond te snoeren en heeft grote invloed. 

Wie kijkt naar herontwerp van de lokale democratie moet niet alleen kijken naar de goede initiatieven van mensen die zichzelf organiseren, maar ook naar de kwade. Die goede en kwade groepen zijn er altijd geweest. Het was het systeem van representatieve democratie in combinatie met inclusieve instituties en zelforganisatie dat bijstelde en corrigeerde. Maar kun je met recht zeggen dat dat nog steeds goed gaat? Kijk om je heen en je ziet dat de integratiekracht is ondermijnd en dat dwang en de uitwisselingsmarkt wel volop aanwezig is. De democratie is uit balans. 

Hoe ontwerp je een nieuw democratisch systeem met tegenstrevende krachten, dat machtsmisbruik afstraft en uitsluiting tegengaat? 

Het antwoord ligt niet bij referenda, of buurtstemmingen. Ik ga er aan verder. Kijken hoe we eerbied voor feiten kunnen heroveren. Kijken hoe we weer leren te luisteren. Hoe we niet onszelf organiseren voor ons pure eigen belang, maar hoe we anderen vanzelfsprekend meenemen? Het antwoord ligt bij verantwoordelijkheid. Je mede-eigenaar voelen en verantwoordelijkheid willen nemen en opnieuw uitvinden van welbegrepen eigenbelang. 


Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen