zondag 2 december 2018

Over snelle vernieuwing en trage verandering


Twee artikelen in de Volkskrant gisteren geven een goed inzicht in de wereld. De snelle ontwikkeling van fabrieken en infrastructuur en de trage veranderingen in de samenleving. En de onmacht van regeringen om daar iets aan te veranderen.

Mooiste modernste fabrieken komen in sneltreinvaart
Het eerste gaat over Tata Steel India, waar de modernste staalfabriek van de wereld uit de grond wordt gestampt. Er is in de wereld overproductie van staal, maar staalproductie brengt welvaart voor de miljoenen in India die een auto willen en de infrastructuur die daar bij hoort. In een volgende alinea lezen we dat de fabriek staat in een deelstaat waar de helft van de bevolking onder de armoedegrens leeft. Ze zullen niet kunnen werken in die fabriek, die zoveel mogelijk gerobotiseerd is.

Bouwen van de modernste fabrieken en de mooiste infrastructuur is een taak die goed uit te voeren is. Regering en bedrijfsleven plannen samen, de groei zit er in. Daar kan een regering wel wat mee.

Cultuur verandert stapvoets
In een ander artikel gaat het over tradities en verandering in cultuur. Tradities als Sinterklaas, stierengevechten en vossenjacht veranderen traag en veranderingen gaan met agressie gepaard. De schrijver stelt ook dat het een misverstand is te denken dat je een traditie kunt afschaffen zoals je de doodstraf afschaft. Tradities veranderen, maar het gaat om het veranderen van gedrag, waarden en systemen om mensen ergens bij te laten horen.

Verdiepte kloof
De verandering gaat sneller in de stad en trager in de periferie. Zou je stemmen over zwarte piet, dan stemt ruwweg de randstad voor en daarbuiten tegen. De kloof tussen wie meegaat in snelle verandering en wie achter blijft zien we ook in de VS: het midwesten versus de east en westcoast. We zien het ook in Frankrijk, waar de periferie geen vertrouwen heeft in de plannen van Macron om het klimaat minder te belasten en vervuilend gedrag meer. De kloof tussen het rijke centrum van Parijs en de rest is enorm. Die kloof is er bij ons ook. In de discussies erover die ik las kwamen woedende bijdragen over het kwartje van Kok opvallend terug. Ik merk dan dat ik snel die bijdragen opgeef. Dat is niet serieus te nemen, net als 80 procent van de bijdragen over Italië, over de EU en over pensioenen. Feiten doen er niet toe, consequent zijn is geen vereiste, de dader is altijd een partij of de EU.

Onmachtige regering
De essentie van de twee artikelen (over snelle vernieuwing van fabrieken en trage verandering van culturen) is dat de regering onmachtig is veranderingen in de samenleving af te dwingen en zich kan richten op de snelle verbetering van infrastructuur en productiemethoden. Toch wordt er maar al te veel naar regeringen gekeken om die kloof te dichten. Op zijn minst is de constatering van belang dat de regering zich afwendt van die kloof omdat ze die toch niet kan oplossen. Dat vraagt meer dan ergernis over boerkas serieus nemen en deze verbieden.

Toch is het niet de regering die de kloof kan dichten. Wil je goede scholen neerzetten, dan ben je afhankelijk van goede leraren en actieve ouders. Wil je culturen veranderen, dan ben je afhankelijk van de medewerking van mensen. Wil je mensen zekerheid bieden en werk, dan kun je in de belastingsfeer wel iets doen, maar ze moeten ook zelf verantwoordelijkheid willen nemen. 

Hadden we bij het bouwen van de dijken en polders op regeringen gewacht, dan was Nederland er niet geweest.


woensdag 14 november 2018

Van controle naar rekenschap en beter werk


Op het werk bij mijn vrouw is discussie over controle op de Arbowet opgelaaid. Er zou iemand werken in een ruimte met giftige stoffen waar te weinig afgezogen wordt. Wat opviel was dat de discussie over controle en wat je met de controle bereikt. De medewerker in de vieze ruimte wist niet hoe hij de omgeving kon verbeteren en voelde zich vooral op de vingers getikt door controleurs die eigenlijk niet geïnteresseerd leken in zijn gezondheid, maar in de wet.

In Nederland zorgt de arbowetgeving ervoor dat werknemers veilig en gezond kunnen werken. De Inspectie SZW controleert of werkgevers en werknemers zich aan deze regels voor gezond, veilig en eerlijk werk houden. We mogen er blij mee zijn dat de arbeidsomstandigheden een zorg zijn. Maar in dit concrete geval was bij controle iets geconstateerd waar de medewerker op aangesproken werd, terwijl hij niet wist hoe hij het het beste kon verbeteren. Wat zou hij nou het beste kunnen doen? Daar ging de Arbo-controleur  niet over. Ik weet niet of dat altijd zo is, maar in dit geval bleef het bij een tik op de vingers.

Controle zonder verbetering
Ik begrijp de situatie goed. Toch knaagde er wat. Want die Arbo controleur zal toch op andere plekken hebben gezien hoe mensen het wel kunnen oplossen? Het was zijn taak om te controleren en niet om te adviseren. Maar na de controle valt het stil.

Het deed een beetje denken aan een controleur die een onderdaan bezoekt, zegt wat er niet deugt en de onderdaan met lege handen achter laat. Natuurlijk hebben we allemaal een eigen verantwoordelijkheid, maar de controleur lijkt de oplossing een achter te houden, want hij heeft op andere plekken vast gezien hoe het wel kan. Zo straft de controle de medewerker eerder dan dat hij hem helpt. De gecontroleerde krijgt dan de neiging om dingen te verbergen en een tik op de vingers te voorkomen.

Publieke verantwoording moet gericht zijn op beter werken
Dat zie ik vaker. Kijk naar de zorg en het onderwijs. In het algemeen is de behoefte van geldschieters aan verantwoording toegenomen. Je moet bonnetjes hebben, uren schrijven, bewijzen overleggen. Vervolgens blijf je als een soort onderdaan met lege handen achter. Je hebt zelf helemaal niets aan de verantwoording. Je hebt voldaan aan de eisen van de wet, de geldschieter of de subsidieverstrekker. De politiek kan dan niet in de gemeenteraad of in de Kamer gaan zeuren over wat er niet deugt, want de uitgaven zijn gecontroleerd. Ik ben niet tegen acties om fraude er uit te halen, maar is dit de juiste weg? (Overigens vind je de echte fraudegevallen natuurlijk op andere manieren: verhalen die rondzingen, steeds andere smoesjes, de resultaten worden vervolgens kunstmatig opgepoetst)

Rekenschap, Van Dale
Het zou mooier zijn als de verantwoording meer een gesprek zou worden over wat je doet en hoe het beter kan. Want al die mensen die publiek geld gebruiken willen natuurlijk graag horen wat ze goed doen en wat er beter kan. Als daar registraties bij helpen om te zien hoe je je werk beter kan doen is dat helder, dan weet je waarvoor je registreert en kun je kijken of je hetzelfde doel op een gemakkelijker manier kunt bereiken. Dan wordt het minder een zaak van verantwoording en meer iets wat ik rekenschap noem. Rekenschap gaat immers ook over verantwoording afleggen, maar ook over het je zelf realiseren wat je doet en hoe je het beter kunt doen.

Vernieuwing van verantwoording
Ga je eenmaal die weg in, dan zijn er ook hele andere mogelijkheden voor rekenschap. Organiseer dat mensen bij elkaar kijken. Organiseer als controleur uitjes voor scholen die slecht presteren naar scholen die goed presteren. Breng zorgverleners in kwaliteitskringen bij elkaar. Bespreek met zijn allen je blunders in een veilige omgeving en leer van elkaar.

Uiteindelijk willen vooral in de publieke sector mensen iets betekenen voor de samenleving. Vandaar dat ze niet zitten te wachten op controles. Op instrumenten om beter te werken waarschijnlijk wel.

woensdag 24 oktober 2018

Nieuw liberalisme? Spreiding van macht, kennis en inkomen


Het blad The Economist deed enige tijd geleden een poging om het liberale gedachtengoed weer nieuw leven in te blazen. Dat was een interessante poging om opnieuw te bedenken waar je voor staat als je je er op beroept liberaal te zijn. (hier) Interessant, niet alleen omdat er oude liberale beginselen terugkwamen, maar ook omdat er enkele niet per se liberale beginselen bij kwamen. Het motto zou kunnen zijn: Spreiding van macht, kennis en inkomen.

Liberalen werden conservatieven om hun positie te beschermen
Echte liberalen verschillen volgens The Economist van conservatieven omdat ze weten dat aristocratie en hiërarchie en alle concentratie van macht neigt naar onderdrukking.  Maar, zo stelt de Economist, nu de liberalen de macht hebben maken ze zichzelf wijs dat ze een gezonde meritocratie hebben gemaakt. Onzin, want deze meritocratie is gesloten en houdt zichzelf als nieuwe elite in stand. Rob Jetten zou zijn kans moeten grijpen om het nieuwe liberalisme te zoeken en Klaas Dijkhoff zal over moeten gaan tot zelfonderzoek. Zo komt the Economist tot de constatering dat veel liberalen conservatief zijn geworden, terwijl het conservatisme niet de welvaartsgroei kan bieden die het liberalisme wel bood.
Spreiding van macht is het eerste liberale devies.

Migratie en liberalen
Volgens het blad hebben economen berekend dat het totale bruto product van de wereld zou verdubbelen als iedereen die wil migreren zou kunnen migreren. (Dat wil niet zeggen dat ze ook meteen recht hebben op de sociale zekerheid, het is volgens the Economist niet onliberaal om te zeggen dat je pas recht krijgt op sociale zekerheid als je hebt bijgedragen in het opbouwen van de pot met geld).  Hier begint tevens een niet per sé liberale draai, want de liberalen van de Economist geloven wel in beperking van de migratie. Er is namelijk een onderschatting geweest van de samenleving als waarde naast de waarde van individuen. “Liberalen moeten accepteren dat sommige mensen meer waarde hechten aan etnische en culturele homogeniteit”. Meer een christendemocratisch idee eigenlijk. 
Dat is overigens anders dan wat liberalen met het milieu hebben. De bescherming van het milieu komt misschien wel vooral voort uit liberale kringen, vanuit de gedachte dat de vrijheid van de een de vrijheid van de ander niet mag beperken. Het niet willen inperken van de automobiliteit is in die zin helemaal niet zo liberaal, want de grote hoeveelheid auto's beperken de beschikbaarheid van schone lucht. 

Ook pleit de Economist voor voorschoolse educatie gefinancierd door de staat. Spreiding van kennis dus. Want als je het aan de markt overlaat komt er geld bij de universiteiten en daar komen vooral studenten uit de 1% rijkste groep. Lijkt mij ook niet zozeer een liberale als wel een sociaal democratische gedachte.
Maar toch, Spreiding van kennis is het tweede liberale devies. 
Zo komt de Economist tot een manier om liberalisme opnieuw uit te vinden door elementen van de christendemocratie en de sociaal democraten toe te voegen.  

De welvaart vergroten door machtsevenwicht te bewaren
We hebben eigenlijk onze welvaart vergroot door naar meerdere krachten in de samenleving te kijken. De visie op de liberalisering van de economie zorgde ervoor dat concurrentie een prikkel werd die zorgde dat bedrijven beter gingen presteren en de productiviteit omhoog ging (de tucht van de markt). De socialisering van de arbeid zorgde er voor dat er geluisterd werd naar klachten van arbeiders en werklozen. De christendemocraten zorgden voor een verbinding tussen de liberale pleitbezorgers van het bedrijfsleven en de socialistische leiders die betere omstandigheden wilden voor de onderlaag. De christendemocraten hebben ook altijd veel waarde gehecht aan de sociale cohesie in de samenleving en  het maatschappelijk middenveld, maar ook meer ”law and order”- neiging dan de liberalen of de socialisten. De war on drugs is in feite een christelijk conservatieve strijd (naar mijn idee een verloren strijd, maar dat doet er nu even niet toe). De concurrentie tussen de partijen om de keus van de kiezer is feitelijk weer een liberale gedachte.

Daar kwam nog iets bij. De generatie van de jaren 60 stelde regels en dwang van instituties ter discussie. De vanzelfsprekende hiërarchie werd afgebroken, wat leidde tot ruimte voor creativiteit en werknemers die veel meer betrokkenheid werden bij het bedrijf, in feite liberaal, want hiërarchie is strijdig met het liberale gedachtegoed. Afschaffen van die hiërarchie gaat logischer wijs samen met een beter verdeeld inkomen. Anders kunnen we het niet anders zien dan misbruik van macht. 
Spreiding van inkomen is het derde liberale devies

Zo zijn er verschillende machten in de samenleving die op een of andere manier in balans gebracht werden met elkaar. Elke ideologie had extra aandacht voor een van de machten. Maar dat is niet wat je doet als bestuurder. Een samenleving besturen is immers wat anders dan opkomen voor de rechten van een individu, eerlijke regels hanteren en zorgen dat er een vangnet is voor wie dreigt af te vallen.

Drie machten in evenwicht
De econoom Kenneth Boulding vat dat samen in drie machten in de samenleving. Dreigingsmacht, uitwisselingsmacht en integratiemacht. Als je wat preciezer kijkt naar deze drie pijlers voor een samenleving die kan floreren zie je ook wat er mis gaat als een van de pijlers teveel nadruk krijgt.
1.       De dreigingsmacht is de macht van regels, handhaving en zo nodig met geweld de orde herstellen. Deze macht neigt naar de dictatuur, misschien van de meerderheid, de elite of een sterke man (m/v), en leidt tot misbruik van macht.
2.       De uitwisselingsmacht moet je zien als de macht van markten. Door uitwisseling van voorkeuren, wensen en kennis wordt macht uitgeoefend. Denk aan de markt die V&D failliet doet gaan. Maar denk ook aan het onderling handelen in gunsten: als jij dit voor mij doet, doe ik dat voor jou. Deze macht neigt naar uitsluiting, neiging tot monopolies en misbruik van kennis. En als je eenmaal tot de 1% inkomens behoort, dan verleent je dat enorme macht. Spreiding van inkomen zou beter zijn
3.       De integratiemacht is de macht van samenwerking en hulp aan elkaar. Liefdadigheid valt hier onder. Teveel integratiekracht zonder dreigingsmacht en uitwisselingsmacht kan leiden tot klaplopers, niet nemen van eigen verantwoordelijkheid en het bouwen van afhankelijkheid. Toch is dit de belangrijkste macht. Juist samenwerking heeft de wereld gebracht tot grote welvaart.

Samenleving in evenwicht
De boodschap dat we op de juiste manier een evenwicht moeten houden tussen deze machten is nu belangrijker dan ooit. Omdat mensen het gevoel hebben dat ze geen greep op hun eigen leven hebben, neigen ze meer dan vroeger naar de dreigingsmacht. Alle buitenlanders het land uit, iedereen moet zich aanpassen aan de Hollandse mores: Integratie is iets geworden dat afgedwongen moet worden met dreigingsmacht. Tegelijk zie je wel dat een instroom van veel mensen van buiten afbreuk doet aan de integratiekracht, vanwege culturele en etnische verschillen en de taalbarrière. Geen wonder dat mensen die het gevoel hebben geen regie meer te hebben over hun eigen leven of buurt naar dreigingsmacht uitwijken.

Geen van de machten is per se fout of goed. Om het individu te beschermen gebruiken we overigens net zo goed dreigingsmacht. Liefdadigheid kan neigen naar uitsluiting als je niet zo lief terug bent. Denk dan aan rechten van mensen om anders te zijn. Dan leidt bijvoorbeeld de integratiekrach t tot programma’s om mensen  met veel liefde van hun homoseksualiteit te genezen. Ook bij uitwisselingskracht gebruiken we dreigingsmacht door een verbod op monopolies.

Al met al is het misschien vooral een liberale gedachtegang om te kijken naar machten en zoeken hoe die machten in balans gehouden kunnen worden.

Spreiding van macht, kennis en inkomen: misschien is dat de vernieuwing die liberalisme vooral nodig heeft.