zondag 20 augustus 2017

Kan links niet gewoon zijn werk doen?

Het viel me op in een column van Rosanne Hertzberger. "Wie neemt het voor deze mensen op. Waarom moet ik dit schrijven? Kan links niet gewoon zijn werk doen?". De gedachte is dat je klant bent van de politiek. Rosanne Hertzberger kan lekker op haar luie reet zitten en links doet zijn werk. Gaat dat verkeerd, dan moet rechts zijn werk doen.
Er is links en rechts en er zijn klanten van de politiek.  
Nu was ik het wel eens met haar dat er nogal wat commotie is over de aanhef "Dames en heren", terwijl er ergere zaken in de wereld zijn. Maar de gedachte dat links, linkse types, linkse mensen alleen nog bezig zijn met correcte aanspreekvormen komt me toch wat vreemd voor. Een dag later las ik het in een stuk van de Volkskrant van Sterre Lindhout over protest tegen neonazis: "linkse types, maar ook buurtbewoners". De gedachte dat de buurtbewoners links (of rechts) zouden zijn is blijkbaar vreemd. Het zijn immers klanten van de politiek! Wat moeten die buurtbewoners daar, kan links niet gewoon zijn werk doen?

Kan rechts niet gewoon zijn werk doen?
Net zoals ik het vreemd zou vinden dat mensen zich onbeschoft behandeld voelen en merken dat mensen onbeleefd zijn gaan roepen: "Waarom moet ik hier boos over zijn? Kan rechts niet zijn werk doen?".  Dat is, nu rechts meer kiezers heeft, blijkbaar niet nodig. Maar het zou toch raar zijn.

De inrichting van de samenleving is niet het monopolie van de politiek
Het is misschien wel de definitieve depolitisering: links en rechts is bezig met de inrichting van de samenleving en dat doen ze niet goed. Het moet toch niet zo gek worden dat ik mij er nu ook al mee bezig ga houden???? Waarom doen ze niets om de ouderenzorg te verbeteren? Pak het verhaal van Hertzberger over de ouderenzorg. Asscher zou de enige zijn die zich nog inzet om de ouderenzorg te verbeteren. Dat is toch vreemd? Kijkt iedereen naar Politiek Den Haag. En is het in Den Haag het terrein van links?? Politieke partijen zijn ooit ontstaan doordat kiezers zich organiseerden. Het zijn geen organisaties van volksvertegenwoordigers ook al lijkt dat soms zo.

Of neem de discussie over de lonen en de winsten van bedrijven. Waarom doen "ze" niets om de lonen omhoog te brengen?

Kaas Knot van DNB roept al een tijdje dat de lonen te gematigd stijgen. Ondertussen zien we dat de mensen in de top van bedrijven en aandeelhouders uit-ste-kend verdienen. In zijn geval zegt hij: de vakbonden moeten meer doen.

Maar misschien is het tijd te bedenken dat niet links of rechts de inrichting van de samenleving bepaalt, maar wij. Als we willen tenminste. Over die lonen heb ik een mooi grafiekje: als mensen lid zijn van een vakbond is er beter evenwicht tussen veelverdieners en de werkvloer.

Het gaat mij even niet om links of rechts. Het gaat mij om dat rare idee dat je linkse en rechtse types hebt en buurtbewoners, dat linkse mensen voor mij moeten zorgen dat de salarissen omhoog gaan of dat rechtse types moeten zorgen dat men fatsoenlijk met elkaar om gaat (traditioneel conservatief: zijn ze wel getrouwd, houden ze tradities in ere) of wel voldoende vaderlandsliefde op school bijgebracht wordt en er wel voldoende tegenwicht is voor de bedreigingen van onze traditionele cultuur (wat hedendaags rechts lijkt te zijn).

"Gansch het raderwerk staat stil als uw machtige arm het wil" is een kreet uit 1903. De kreet klopt niet. Het raderwerk kan draaien zoals wij willen. Het kan stilstaan, draaien of vibreren, wat wij maar willen. Het kan zelfs totaal een ander raderwerk worden. Dan is het aan ons om ons te organiseren! Inderdaad kun je het niet alleen, maar als je je samen inzet kan er heel veel. Neem de duurzaamheid, ik weet niet of het links of rechts is, maar er veranderen zaken omdat wij het willen. Het gaat langzaam, maar het gebeurt wel. Dat is ondanks politiek Den Haag.

Wij zijn aan zet, als we willen
De inrichting van de samenleving is niet aan links of rechts, maar aan ons. Best lastig, maar geen reden om het aan de politiek over de laten.

vrijdag 18 augustus 2017

Regie over je eigen leven en ouderen-vriendelijke buurten

Het is inmiddels een standaard geworden rond ouderenbeleid: ouderen willen langer thuis blijven en ouderen willen zelf de regie hebben. Maar om zelf de regie te kunnen hebben moet je bij alle belangrijke besluiten die je moet nemen ook anderen kunnen vinden. Dat betekent nogal wat voor het zelfstandig wonen van ouderen.  

Zelf besluiten vraagt contact met anderen
Het is een drietrapsraket: Om de regie te houden over je eigen leven, moet je zelfstandig kunnen besluiten. Om goede besluiten te kunnen nemen heb je anderen nodig. Simpel gezegd moet je het probleem onderzoeken, informatie verzamelen, opties naar voren halen en dan pas besluiten. Om het probleem goed te kunnen onderzoeken moet je mensen hebben die er heel anders tegenaan kijken dan jij, om informatie te kunnen verzamelen heb je ook anderen nodig en om opties te vinden waar je helemaal niet aan dacht kun je niet zonder anderen. Als je anderen nodig hebt, moet je die op een eenvoudige manier kunnen vinden.

Naarmate je ouder wordt, wordt dat minder gemakkelijk. Het gaat dan niet om de hersens die niet meer willen, maar om het tegenkomen van mensen die kunnen tegendenken. Van de kwetsbare ouderen is bijna de helft eenzaam. Hoe kunnen zij goed de regie over hun eigen leven houden als de mensen die ze tegenkomen allemaal professionals zijn. Professionals waarvan ze niet weten of ze die kunnen vertrouwen. Professionals nog vaak waar de ouderen zich aan moeten aanpassen in plaats van de moeilijke (maar gewenste) situatie waarin de professionals zich mengen met de netwerken rond kwetsbare mensen en zich dus aanpassen aan de oudere zelf.

Niet de ouderenwoning, maar woonomgeving
Het is om die reden dat het belangrijk is om niet te kijken naar de woning waar de oudere woont, maar de blik te verbreden naar de woonomgeving. Een oudere die in een flat zonder drempels met lift woont maar met niemand in de omgeving contact heeft is slechter af dan een oudere in een portiekwoning met een trap en veel mensen in de omgeving die hij kan vertrouwen. Het maakt de oudere niet alleen eenzaam, maar het maakt het ook moeilijker om besluiten te nemen.

Ik denk dat we daarom niet meer moeten praten over oudervriendelijke woningen, maar over ouderen-vriendelijke buurten. Voor wie kampt met beperkingen kunnen de woning, de fysieke omgeving en de afstand tot voorzieningen de bewegingsvrijheid belemmeren. De buurt moet daar op inspelen en niet de woning. Trouwens, ook informele netwerken moeten kunnen floreren op de buurt. Naarmate mensen minder bewegingsmogelijkheden hebben worden ook informele netwerken minder toegankelijk, terwijl zij een belangrijke bron van hulp en contact vormen voor zelfstandig wonende ouderen.

Een dorp om mensen zelfstandig te kunnen zijn
Wil je de regie houden over je eigen leven, dan moet de buurt dat mogelijk maken. Ze zeggen vaak: it takes a village to raise a child, maar is er niet ook een dorp nodig om oudere mensen zelfstandig te laten leven?

vrijdag 4 augustus 2017

Tien voornemens voor aankomende raadsleden

Terwijl we wachten op; de uitkomsten van de formatie ligt er een gouden kans om de democratie te vernieuwen. Die kans ligt op lokaal niveau. Grijp die kans!

Op 21 maart 2018 zijn er gemeenteraadsverkiezingen. De politieke partijen zijn druk bezig om programma's te schrijven en kandidaten te werven. Dit is het moment om onze invloed als burgers te vergroten. Natuurlijk zijn we het als burgers niet allemaal eens. De een wil ruimte voor de auto, de ander voor de voetganger of de fiets. De een maakt zich zorgen over de economische kracht en wil ondernemers meer ruimte geven, de ander maakt zich zorgen over de tweedeling en zoekt mogelijkheden om meer te doen voor mensen met weinig kansen. Maar over een ding zijn links en rechts het eens: wij, burgers, zijn de belangrijkste factor in de democratie. 

Politieke partijen horen niet centraal te staan
Een van de belangrijkste veranderingen voor het openbaar bestuur is de toegenomen mondigheid en individualisering. Mensen hebben een eigen mening en willen die terughoren in het politieke debat. Vertrouwen in de politiek is niet meer vanzelfsprekend en is sinds de jaren 60 afgenomen. Daarmee samenhangend is de rol van politieke partijen steeds minder vanzelfsprekend. De  organisatiegraad is sterk afgenomen: in 1948 was 13% van de kiezers lid van een politieke partij tegen 2% nu. Dit maakt het voor politieke partijen steeds moeilijker om langs de weg van de traditionele achterban uitleg te geven over bereikte compromissen en verantwoording af te leggen over het werk in parlement en regering. 

Dergelijke veranderingen zijn niet erg. Een levende democratie is voortdurend aan verandering onderhevig. De spelregels en de rechten van burgers en bestuurders dienen regelmatig tegen het licht te worden gehouden. Aan het begin van de 21ste eeuw komt daarbij een thema terug dat centraal stond bij het ontstaan van de moderne democratie: Wat kunnen burgers het beste zelf regelen zonder bemoeienis van de overheid of de politiek. Zijn we niet toe aan een nieuw sociaal contract? Een contract dat vrije burgers met elkaar sluiten om vervolgens de daarbij passende bestuursvormen te ontwikkelen. Politieke partijen horen niet meer centraal te staan, burgers moeten centraal staan. Daarom is een andere werkwijze nodig. Daar wordt door gemeenten al heel hard aan gewerkt. Wat wij als burgers kunnen vragen is om voor de verkiezingen duidelijkheid te geven en die andere werkwijze serieus door te zetten. 

De basis voor de omgang met bewoners
Daarom hebben we nu als burgers de kans om de basis te leggen voor zo'n nieuw sociaal contract. We kunnen alle kandidaten voor de gemeenteraad vragen om aan te geven hoe ze met ons om willen gaan. Ik denk dat we alle kandidaten de volgende beloften kunnen vragen: 

Tien voornemens voor vernieuwing van de lokale democratie
  1. Ik wil experimenteren met de raadsvergaderingen om burgers meer ruimte te geven
  2. Ik wil burgers meer mogelijkheden geven het budget te beïnvloeden en mee te denken 
  3. Ik gebruik graag de kennis van burgers bij beleidsontwikkeling
  4. Ik geef burgers zelf de kans beleid te maken en uit te voeren.
  5. Ik geef ruimte om burgers te laten oordelen in moeilijke afwegingen
  6. Ik stel burgers in staat over belangrijke besluiten te stemmen 
  7. Ik ben bereid burgers resultaten te laten controleren
  8. Ik nodig uit tot meer interactie over verantwoording 
  9. Ik bevorder permanente toetsing van de kwaliteit van de participatie
  10. Ik ga werken als een gemeenteraadslid dat niet over de gemeenschap gaat, maar er in staat.
Iets uitgewerkter hier

Dit zijn heel algemene voornemens die niet gaan over links en rechts, maar over het centraal stellen van burgers.