woensdag 2 maart 2016

Burgeraudits: nu is de tijd!

Burgerparticipatie op het gebied van evaluatie en controle vormt een zeer groot, nog onontdekt potentieel. Binnen de samenleving beschikken veel burgers over specifieke, bruikbare kennis die kan helpen bij het controleren en evalueren van beleid.” Het valt te lezen in de publicatie “Kansrijk maar kwetsbaar” van de NSOB voor Raadslid.nu. Om de specifieke expertise van burgers aan te boren moet je goed nadenken wie je waar en wanneer betrekt. Helaas brengt de publicatie ons niet veel verder.

Nederland loopt achter
De publicatie “Kansrijk maar kwetsbaar” bevat nogal wat mitsen en maren. De kwetsbaarheid van de inzet van burgers lijkt de overhand te hebben. Is dat koudwatervrees? In Nederland is in tegenstelling tot andere landen de idee van burgerauditing een relatief nieuwe vorm van burgerparticipatie. En Nederland is er klaar voor. De audits in Nederlands zijn veranderd van intern gericht naar meer extern gericht. Precies bij die ontwikkeling sluiten burgeraudits goed aan. Waarom blijven de voordelen en kansen dan zo onderbelicht?

In Nederland wordt vooral veel waarde gehecht aan de gemeenteraad. Terecht. De Raad vormt primair de waakhond op lokaal niveau, die zich bezighoudt met het checken van de feiten over het functioneren van de gemeente. Maar de Raad hoeft dit alleen hoeft te doen, externe expertise inschakelen is heel normaal. Denk aan lokale rekenkamers, auditcommissies, of externe accountants. Waarom zou de raad deze niet aanvullen met (lokale) media en burgers als informele auditors?

Burgeraudits passen bij auditontwikkelingen
De gemeenteraad is daar aan toe. Vroeger stond vooral de toetsing van de rechtmatigheid en legitimiteit centraal. Het bedrag staat op de begroting, de juiste persoon gaf toestemming. Daarna verbreedde de aandacht naar een ‘performance audit’, naar de effectiviteit en efficiëntie van beleid. In de praktijk blijkt ook die onvoldoende recht te doen aan de werkelijkheid. “Waar de compliance audit (1) en performance audit (2) uitgaan van een audit die sterk begrensd is en plaatsvindt binnen duidelijk afgebakende kaders, zien we dat in de context waarin de auditors opereren grenzen steeds meer vervagen”. De schrijvers wijzen op de verschuiving naar een ‘public value audit’ (3), die ruimte geeft aan de constatering dat overheidsorganisaties steeds meer in wisselende netwerken en ketens
samen met andere partijen opereren. Wat levert de inzet van het netwerk op aan publieke waarde? Eigen handelen alleen is niet meer voldoende om maatschappelijke doelen te bereiken. Een vierde vorm van audit kijkt niet naar de uitkomsten van ingrepen door een netwerk, maar naar wat zij de ‘social impact’ noemen. In de social impact audit staan de maatschappelijke gevolgen van beleid centraal. Niet de maatschappelijke doelen zelf, maar de doorwerking van die maatschappelijke doelen in de praktijk voor burgers vormt het object van de audit. En kunnen burgers daar niet heel goed een beeld van schetsen? Zo heeft de burgeraudit veel meer het karakter van een (kritische) democratische controle. Tot hier volg ik de schrijvers nog volledig.

Kansrijk, nu is de tijd, maar is de kwetsbaarheid te groot?
Burgeraudits zijn voor gemeenten zeer kansrijk, is de eerste conclusie. Ze sluiten ook aan op een ontwikkeling laat de brochure duidelijk zien. Dit is de juiste tijd om te bekijken hoe je burgeraudits in kunt zetten bij de controle en het toezicht! 

Maar daarna krijgt de kwetsbaarheid de overhand. “Uiteindelijk valt of staat de burgeraudit met de wijze waarop de gemeente de burgeraudit weet te benutten”. Dat gaat om het zoeken naar een vorm van burgeraudit die passend is gegeven de context en aansluit bij het doel dat de gemeente met de burgeraudit voor ogen heeft. Maar ook door nauwgezet aan de goede kant te blijven van de dunne lijn tussen de kwaliteiten en valkuilen van de gekozen vorm. 

Met deze wat vage conclusie laat de NSOB ons achter. Jammer

Kwetsbaarheden zijn er zeker
Laten we even kijken naar de kwetsbaarheden die de schrijvers aangeven:
  1. Is altijd de benodigde kwaliteit aanwezig?
  2. Is er een juiste balans tussen kaders vanuit de raad en het laten van ruimte
  3. Vrijwilligheid laat zich niet altijd sturen: zijn er wel mensen die de taak op zich kunnen en willen nemen?
  4. Brokkelt de steun voor de burgeraudit niet af als het bestuur harde kritiek krijgt?
  5. Burgeraudits worden ook gebruikt als de ‘graadmeter’ van de samenleving. Is er dan wel voldoende sprake van representativiteit?
  6. Wat als de burgeraudits als ‘window dressing’ fungeren en niet serieus worden genomen?
  7. Waar blijft het enthousiasme vanuit burgers als zij menen dat hun inzet geen verschil maakt?

Veel van deze kwetsbaarheden hebben te maken met de achtergrond van de burgeraudit: mensen doen het niet voor het geld, maar vrijwillig en daarmee onafhankelijk van de gemeente als opdrachtgever. Ik herken de kwetsbaarheden ook heel goed. Ik maak mij overigens sterk dat Raadsleden het werk ook niet voor het geld doen, maar goed, het is inderdaad anders dan accountants of adviesbureaus. 

Kansen en sterkten blijven onderbelicht
Je zou in die vrijwilligheid en onafhankelijkheid een zwakte kunnen zien, maar ook een sterkte. Hebben de betaalde krachten er niet juist baat bij om de waarheid wat af te zwakken? Zij hebben belang bij vervolgopdrachten. En is de vrijwillige betrokkenheid van de burgers niet een kans om een club te hebben die oprecht geïnteresseerd is in opvolging van de adviezen? Geeft de vrijwilligheid niet ook kansen rond het winnen van vertrouwen in de uitkomsten (die niet gekocht zijn)? Dergelijke voordelen zien we niet terug in de publicatie. Dat is jammer. De schrijvers hebben gelijk dat er kwetsbaarheden zijn. De kansen blijven onderbelicht.

Tegelijk blijven ze erg op de vlakte als het gaat om de keuze wanneer je een burgeraudit kiest. Ik heb daar eerder over geschreven in Waarom technocraten het land niet kunnen redden. Dit plaatje geeft kort aan waar bewoners veel kunnen toevoegen. 

En dan heb ik het nog niet eens over de bijdrage van burgers met een bijzondere kwaliteit. In Oude IJsselstreek wist de gemeente een groep burgers met bijzondere kennis op het gebied van management, verandering, en organisatiekunde aan zich te binden door hen de gemeente te laten visiteren voor een fles wijn en een gebakje bij de vergaderingen (hier, of op deze speciale site)  

Burgeraudits niet om mening te ventileren, maar te onderzoeken
Burgeraudits zijn niet zozeer sterk omdat ze meningen kunnen geven, maar vooral omdat ze zaken zien die anderen niet of veel moeilijker zien. Dan moet je dus niet alleen de juiste groep vinden, maar ook het juiste gebied. Natuurlijk is een accountant heel goed in staat om rekeningen te doorgronden. Bewoners zijn beter in staat te schetsen wat de gevolgen van beleid op straat zijn. Of er dan gekozen moet worden om meer politie in te zetten of meer opbouwwerkers is niet echt de kwaliteit waar de burgeraudit op uitgezocht wordt. Audits zijn meer voor het in beeld brengen van de praktijk en de gevolgen dan om keuzen te maken voor nieuw beleid. 
Het is goed als raadsleden de gevaren van de inzet van burgeraudits kennen. Blijkbaar was het enthousiasme van raadsleden voor burgeraudits zo groot dat de schrijvers het nodig vonden vooral de gevaren te benadrukken. Prima, maar daarmee blijft de raad die er toch mee aan de slag wil met lege handen achter.

Schram Van Twist, Van der Steen - 'Kansrijk maar kwetsbaar' NSOB 2016





Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen