woensdag 8 maart 2017

Vertrouwen we politici, de politiek, de overheid?

Vertrouwen is een belangrijk thema dezer dagen. Wie heeft er nog vertrouwen in de politiek en de overheid? Ik dus, maar het is goed om even wat dieper op deze vraag in te gaan. Want je hebt verschillende vormen van vertrouwen. Je hoort het meest over beloften, zoals “geen cent naar de Grieken!”. Maar misschien gaat het wel meer over de vraag of je vertrouwen hebt dat Rutte er alles aan heeft gedaan om het beste resultaat te behalen. Vertrouwen in de inspanning dus. Veel moeilijker te "factchecken"

Ik denk dat twijfel en wantrouwen over politici van alle tijden is (en terecht). Daar hebben we nu juist een democratie voor: om mensen te kunnen wegstemmen zonder geweld en op tijd de bakens te kunnen verzetten. Ik denk dat het er meer om gaat of ons systeem van democratie zodanig is dat we door onze keuzen het beste resultaat behalen.

Vertrouwen in de overheid
Dan is er het vertrouwen in de overheid. Dat is al weer heel wat anders. In de Trustbarometer van Edelman kwam het schrikbarende beeld naar voren dat er meer vertrouwen is in bedrijven dan in de overheid. Vertrouwen is dus echt “wel een dingetje”. Waarbij opvallend is dat in dictatoriaal geregeerde landen de overheid meer vertrouwen wekt.

Bedrijven scoren beter, maar communiceren veel persoonlijker dan de overheid. Dat is ook niet vreemd. De overheid is er om met iedereen en de verschillende belangen rekening te houden. Sterker: we kunnen vertrouwen in bedrijven hebben omdat de overheid ons helpt ons recht te halen als het mis gaat.

De overheid werkt zonder aanziens des persoons.  Het is dan geen raar verschijnsel dat er meer vertrouwen is in “een persoon als ikzelf” dan in een overheidsfunctionaris.  

Als jij een uitbouw aan je huis wilt plaatsen kun je dat bij het bedrijf gewoon bestellen. Vraag je toestemming bij de overheid, dan komt jouw buurman ook in het vizier en is er niet meer een een op een-relatie. Het is wat lastiger te checken of de overheid dan betrouwbaar is. 

Ook de politiek is minder persoonlijk. Vroeger was er misschien ook niet veel vertrouwen in politici, maar wel in de “eigen vertegenwoordiger”. Door de verzuiling rekenden mensen er op dat de politicus van hun eigen partij de leefsituatie en waarden van de kiezers kende. Het was immers “een van ons”. Nu is dat niet meer zo, terwijl mensen meer vertrouwen hebben in "een persoon als ikzelf". 

Moet je nu vertrouwen winnen als overheid en politiek door persoonlijker te communiceren? Dat proberen de partijen via Facebook. Het ligt iets ingewikkelder.

4 regels om vertrouwen te winnen
Vertrouwen is te winnen door de resultaten te behalen die mensen verwacht hadden. Maar er is nog wel meer:
1. Participatie. Vertrouwen wordt niet alleen gewonnen door te zenden, maar door interactie. Maak duidelijk dat je ook luistert.
2. Duidelijkheid over de bewakers. De instituties die controleren moeten weer gevoeld worden als iets van de burgers zelf. Politici zijn niet meer "onze bewakers". 
3. Nabijheid. De overheid is steeds anoniemer. Echte stem en interactie helpt, lastig, omdat de schaal steeds groter is geworden. 
4. Voorspelbaarheid: De politiek belooft nog altijd te veel, dat straalt op de politiek, maar ook op de overheid af. Mensen willen weten wat ze mogen verwachten

Daar komt nog bij dat mensen wel vertrouwen hebben in een persoon als zijzelf, maar lang niet in alle andere mensen. Ondertussen dwingt de overheid wel solidariteit af, door een verzorgingsstaat waarin mensen die hulp nodig hebben ook hulp krijgen. Zo is er bijvoorbeeld in de zorg en bij uitkeringen meer dan vroeger de vraag of er niet geprofiteerd wordt. De solidariteit is immers ook anoniem. We zijn als Nederlanders erg geneigd om mensen te helpen en staan klaar bij collectes, maar horen verhalen over misbruik van uitkeringen. Anonimiteit is lastig voor vertrouwen. 

Leidt het systeem tot goede resultaten? 
Naast deze 4 punten is de vraag of het systeem van onze democratie leidt tot betere resultaten. Vertrouwen in een systeem van checks and balances is wat anders dan in een instituut of een politicus. Bij dat vertrouwen in een systeem gaat het om resultaten die je niet in 140 tekens op twitter smijt. Het gaat over de wat langere termijn. Uit onderzoek blijkt bijvoorbeeld dat de politiek de voorkeuren volgt van de gemiddelde burgers, met een vertraging, maar uiteindelijk wel. Je ziet partijen opschuiven. Dan kan je zeggen dat de partijen draaien, maar je kan ook concluderen dat de interactie tussen al die partijen en de kiezers er voor zorgt dat de samenleving steeds aan bod is en dat de resultaten en prioriteiten verschuiven. Je kunt zeggen dat er rotte appels in het politieke bestuur voorkomen, maar ook dat die er uit gegooid worden.


Misschien moeten we meer zichtbaar krijgen of dat vertrouwen in het systeem gerechtvaardigd is.   

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen