woensdag 25 februari 2015

De maakbaarheid van de mens

Eigenlijk is de maakbaarheid van de mens nog een lastigere opgave dan de maakbaarheid van de samenleving. Want sturen van individuen vraagt aandacht voor uitzonderingen. Is het je eigen schuld als je die uitzondering bent?

Als je de vrachtwagens een kortere neus wilt laten hebben, hef je belasting over de totale lengte van de vrachtwagen, wil je zo'n Amerikaanse lange neus, dan tel je alleen het vrachtgedeelte. Dat is de simpele manier om de samenleving een beetje te maken. 

Zo krijg je vuil benzinegebruik teruggedrongen (de schone versie maak je goedkoper) of krijg je meer mensen aan het werk (je verlaagt de uitkeringen). In al die voorbeelden gebruik je prikkels om grote groepen te sturen. Lastiger is het om de mens te maken. Want er zijn altijd mensen met complexere problemen die niet gemakkelijk aan het werk kunnen of niet kunnen investeren in een andere vrachtwagen. Het gemiddelde is gemakkelijk bij te sturen, de uitzonderingen veel moeilijker.

Maakbare mens
Hoewel de maakbaarheid van de samenleving her en der afgeserveerd is, staat de maakbare mens volop in de belangstelling. Aandacht was er gewoon niet: de uitkering was een fabrieksproduct dat zo snel en efficient mogelijk geleverd moest worden. Nu is het omgekeerde het geval. Zo min mogelijk uitkeringen en je stuurt op de maakbare mensen met boetes. Dat gaat subtiel en soms erg goed.

Bij het gesprek over bijstandsuitkeringen wordt de ambtenaar geleerd zo snel mogelijk te gaan praten over wat wèl kan. En alle aandacht voor wat de aanvrager zelf gaat doen. Niet doorpraten over zijn problemen, maar ook niet praten over “Hoe lossen we dit op?“ of “ik ga u helpen om ...”. Verkeerd taalgebruik zou er anders voor zorgen dat de aanvrager van een bijstandsuitkering achterover gaat leunen. Eerst duidelijk maken dat de aanvrager passend werk zal moeten accepteren en dat passend werk niet hetzelfde is als leuk werk. Doe je dat niet, dan is er ook geen geld. Dan niet kijken hoe “we” dat aan gaan pakken, maar gewoon vragen “wat gaat u nu doen?”. Vroeger werd er nog wel geluisterd naar een “ja, maar”, nu is daar geen ruimte meer voor. Dat werkt verrassend goed. Want meer dan vroeger is voor succes van belang dat de mensen zelf hebben meegedacht over de oplossing en hier wordt stiekem de aanvrager gestuurd naar een “eigen” oplossing.

Dubbeltje op z'n kant
Het gebeurt overigens ook bij uitzendingen van “Een dubbeltje op zijn kant” of “Uitstel van executie”. Eerst wordt de situatie wat erger voorgesteld. “Als je zo doorgaat, loopt je schuld elke maand met 500 euro extra op” of “Ik zie dat jullie katten hebben, met jullie huidige uitgaven zullen die er uit moeten”. Het valt nog mee dat er niet gesuggereerd wordt de kinderen uit te plaatsen omdat die toch wel duur zijn. Vervolgens wordt de schuldenaar gevraagd wat hij (of zij) er aan gaat doen. Let maar op, de schuldenaar wordt naar de telefoon gedirigeerd. De schuldenaar moet ook overstappen van verzekeraar en energieleverancier, want daar verdient “Sloop de crisis” aan. (Van mij mag het, overstappen is vaak verstandig) Vervelende klusjes mogen niet overgenomen worden door de presentator. Omdat het soms wat lang duurt maakt een van de mensen wel een afsprak met het uitzendbureau, maar dat is vast omdat de uitzendingen gesponsord worden door een uitzendbureau.

Datzelfde zien we bij de thuiszorg en andere hulp. Eerst in kaart laten brengen wat het eigen netwerk kan doen. Niet te gemakkelijk naar de stand van “hoe kunnen we u helpen”! Opnieuw: de werkwijze kan verrassend succesvol zijn. Niet meegaan in de klaagzang, geen ruimte bieden voor “ja, maar ...”

Eigen schuld, dikke bult
Lastig is dat mensen gemiddeld wel goed terecht komen, maar dat er ook uitzonderingen zijn. Werd vroeger vrijwel iedereen geholpen, nu vrijwel niemand meer. Voor die uitzonderingen die echt pech hebben is steeds minder ruimte voor hulp. En die uitzonderingen zijn er natuurlijk wel. De gok- of alcoholverslaafde kan niet zomaar naar een nieuwe (meestal tijdelijke) werkgever gaan. Dat betekent dat het probleem van de verslaafde wel in beeld moet zijn. Is dat niet in beeld, dan volgt korting op de uitkering. Dat geldt net zo goed voor die schizofreen, maar ook voor die MBO'er van 55-plus die zijn hele leven administratief werk heeft gedaan.

Het is blijkbaar allemaal onze eigen schuld. Verslaving los je op door niet mee te drinken of te gokken, obesitas door minder te eten, verkeerde opleiding door bijscholing. Klinkt logisch, maar de vraag is of de werkelijkheid wel zo simpel is.

Wet van de generieke overheid
Het is eigenlijk een bevestiging van wat ik de Wet van de generieke overheid noem. Dat gaat als volgt. Er is een probleem waarvan iedereen vindt dat de overheid hier iets aan moet doen. Daardoor komt er een oplossing voor het probleem. De Wet van de generieke overheid zegt dat dit een generieke oplossing zal zijn. Daardoor wordt er veel meer hulp geboden dan nodig is. Al snel blijkt dat die generieke oplossing teveel mensen helpt die het niet nodig hebben (of teveel mensen tegen zichzelf beschermt die dat niet nodig hebben). Vervolgens nemen de kosten toe en verzint de overheid hier een oplossing voor.  De Wet van de generieke overheid zegt dat hier weer een generieke oplossing komt. Daardoor wordt niet alleen de mensen die geen hulp nodig hebben hulp ontnomen, maar krijgen de mensen waar het oorspronkelijk om ging te weinig of geen hulp. De overheid kan moeilijk rekening houden met het feit dat er nu eenmaal verschillen zijn tussen mensen. Dat heeft misschien te maken met bureaucratie, maar vooral ook met de eenvoud van generieke oplossingen (en de complexiteit van specifieke oplossingen)..

Nasi maken
Bij de zorg zien we de keukentafelgesprekken met als doel die uitzonderingen te ontdekken. Verstandig, maar ik hoorde al dat er voor echte diagnose weinig ruimte is. Die oudere vrouw die te trots is om toe te geven dat ze het huishouden echt niet aan kan, mag zelf gaan poetsen. Want haar kinderen wonen te ver weg en ze wil niet toegeven dat die kinderen bijna nooit komen. Die depressieve moeder die eenzaam is, wordt naar het buurthuis gedirigeerd, want op de vraag: Wat kun je goed? klonk als antwoord “Nasi maken”. Dat wordt dus nasi maken in het buurthuis. Best een aardig idee, maar was er meer aan de hand? We weten het niet. Wat we wel weten: als deze moeder eenzaam blijft is het blijkbaar haar eigen schuld.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen