vrijdag 20 januari 2017

Verkiezingsthema: grenzen

Vluchtelingen en asielzoekers lijken even wat minder de campagne te gaan domineren. Dat is goed want we moeten ons op meer voorbereiden dan een druk van buiten de EU van vluchtelingen en economische vluchtelingen. De wereld is minder zeker en er zijn veel en snelle veranderingen. De betrokkenheid van mensen met andersdenkenden wordt steeds geringer. We trekken ons terug in groepjes met “ons soort mensen”. Dat heeft grote gevolgen voor de rol van de overheid in zorgen voor de mensen die hier niet in mee kunnen komen. Hoe kunnen we daar mee omgaan? Het blijkt al snel toch te gaan over grenzen.

Toekomst om je op voor te bereiden
Het SCP gaf in het Sociaal en Cultureel Rapport 2016 een beeld van de toekomst. De centrale boodschap is dat er meer dynamiek, meer maatwerk en meer eigen regie komt. Dit leidt tot meer (keuze-)vrijheid voor het individu, maar ook tot meer onzekerheid, stress, kwetsbaarheid en ongelijkheid. Het SCP verwacht dat werk vaker een hoge scholing vereist en minder plaats- en tijdgebonden is. De opkomst van de ‘op-afroepeconomie’ zet door. Steeds meer mensen doen relatief korte klussen voor wisselende opdrachtgevers. Het gevolg: weinig continuïteit in het werk; minder mogelijkheden om een loopbaan te plannen. Je scholing komt op je eigen schouders. Dat vergroot de ongelijkheid en geeft de kans dat groepen mensen zich niet goed voorbereiden op de toekomst.

Hoe ver wil je dat dat gaat? Als je alles individueel laat besluiten zijn er geen grenzen aan de flexibiliteit. Dat heeft voordelen voor hen die daar sterker uit komen, maar de nadelen voor mensen die daar last van hebben worden groter. Welke grenzen hanteren we? 

Samen leven?
Wat betreft ‘samenleven’ verwacht het SCP dat mensen steeds meer oppervlakkige contacten hebben in steeds minder tijd. Die contacten zijn met gelijkgestemden. Het is makkelijker gelijkgestemden te vinden buiten de eigen kring en niet-gelijkgestemden te ontlopen. Overbrugging tussen verschillende bevolkingsgroepen zal zeldzamer worden en spanningen tussen groepen zullen toenemen.

Ga je maatregelen nemen om elkaar wel tegen te komen? Want je hebt gezamenlijk te maken met de publieke ruimte. Als je de politici niet meer ziet als je vanzelfsprekende vertegenwoordiger moet je meer gezamenlijk gaan besluiten over wat van de gemeenschap is. Elinor Ostrom de enige vrouwelijke winnaar van de Nobelprijs van de economie gaf daar regels voor. De eerste regel: duidelijk gedefinieerde grenzen die ook erkend worden. Laat je een publieke instelling gemeenschapstaken op zich nemen, dan zijn die grenzen minder belangrijk dan als je samen beslist. Waar ga je als gemeenschap over en waarover niet? Waar liggen de grenzen? Als je dat weet kan je met alle betrokkenen besluiten. 

Gevolgen voor de sociale grondrechten en de overheid
De Nederlandse Grondwet bevat sociale grondrechten. Deze sociale grondrechten zijn ‘voorwerp van zorg voor de overheid’. De overheid is er voor verantwoordelijk dat de sociale grondrechten gewaarborgd zijn voor iedereen. De overheid moet streven naar zorg en ontwikkeling van de burgers, onder meer door het zo mogelijk verschaffen van een recht op pensioen, voldoende woongelegenheid en werkgelegenheid, medische verzorging, een behoorlijke levensstandaard, sociale zekerheid en onderwijs.

Er blijven instituties die zorgen dat individuen niet buiten de samenleving vallen en dat de sociale grondrechten gewaarborgd blijven. Rond wonen, werk, zorg is er een afgedwongen solidariteit tussen gezond en ziek, werk en werkeloos en kansrijk en kansarm. Maar er is geen verbinding tussen diverse groepen in de samenleving. Daardoor is er geen vanzelfsprekend vertrouwen dat groepen die geholpen worden ook het hunne doen om aan het werk te komen, gezond te blijven of mee te doen. Want dat gebeurt niet altijd. 

Overconsumptie van de verzorgingsstaat gebeurt meer door Nederlanders dan door asielzoekers, ook al wordt de nadruk gelegd op asielzoekers die profiteren. Langzaam is Nederland strenger geworden en duidelijker over wat van de mensen die profiteren van de verzorgingsstaat verlangd wordt. Krijg je bijstand, dan verwachten we dat je je best hebt gedaan om aan een baan en eigen inkomen te komen. Krijg je zorg, dan verwachten we dat je je best hebt gedaan om de kosten te beperken door eerst te kijken of iemand in je eigen omgeving kan helpen. En we betalen alleen voor zorg die bewezen werkt. Voor gebedsgenezing of voodoo moet je zelf betalen. En waar liggen de grenzen in de zorg? Een extra maand winnen voor iemand met een ernstige ziekte? Of gaat dat geld naar extra hulp in verzorgingshuizen? Is dat afhankelijk van de vraag wat een ziekenhuis of verzorgingshuis het meest winst oplevert? Of beantwoorden we zelf die vraag? We betalen het met z'n allen immers? 

Steeds vaker kennen we de andere groepen niet. Dat betekent dat er ook steeds minder draagvlak is om anderen (uit andere kringen) te helpen. Want op basis van één bericht over een profiterende Turk of Iraniër daalt de bereidheid om voor Turken of Iraniërs te betalen. Terwijl op basis van één bericht over een Hollandse jongen niemand zegt dat alle Hollanders profiteren. Toch moeten we het daar over hebben. Wat verwachten we van de ontvangers van onze solidariteit? Welke eigen inspanningen in welke situatie? Wat zijn de grenzen van de verzorgingsstaat?

Vangnet niet afbreken
Praten we daar niet over, dan breken we een prachtig vangnet af. In plaats van de institutionele solidariteit ontstaan nieuwe vormen van solidariteit in zelfgekozen verbanden. Prachtige vormen van niet-anonieme solidariteit. Dat klinkt heel mooi (en is het ook). Maar ook dat ondermijnt de steun voor de borging van de grondrechten van mensen die er buiten vallen. Zij worden buitengesloten. Dat kun je ongemerkt laten gebeuren, maar wat verwachten we van mensen om binnen onze solidariteit te vallen? Wanneer gaan we te ver als we alle verantwoordelijkheid voor bijscholing bij individuen leggen? Want we hebben er als samenleving baat bij als mensen zich wel bij laten scholen!

Hoe gaan we die verzorgingsstaat dan regelen? Zo komen we ook bij vluchtelingen. We kunnen klagen over afbraak, maar Nederland is nog altijd een fantastisch land. De fysieke grenzen van Nederland kun je moeilijk potdicht afsluiten. Hoe leg je wel de grenzen? Toen het asielzoekersverdrag werd afgesloten werd bepaald dat iemand die asiel heeft gekregen meteen dezelfde rechten krijgt. Toen was er alleen nog geen verzorgingsstaat. Kan dat zo blijven? Of bouw je zoals met pensioen (en AOW!) langzaam je rechten op? Dat zou als voordeel hebben dat je meer duidelijkheid krijgt.


We leven te weinig samen en willen meer insluiting. Het gaat wel goed met ons, maar niet zo goed met de samenleving. Dan moeten we duidelijker zijn over wanneer we uitsluiten. Wat insluiting gaat gepaard met uitsluiting. Grenzen dus. Lijkt me een mooi thema voor de verkiezingen. Laat het thema niet kapen door populisten! 

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen