dinsdag 30 december 2025

Transitie! of: Wat Managers en Politici Echt Bedoelen

Nadat we allerlei crises hebben moeten aanhoren, is het nu de tijd dat iedereen praat over transities. Eerst zijn we ons rotgeschrokken van al die crises (die meestal langzame veranderingen blijken, maar zonder het woord crisis doen we er niets aan). Nu komen er dus allerlei “transities”. Waarom horen we dat ineens zo vaak? Wat betekenen die transities nu echt?

Neem Peter Wennink die over zijn rapport zei: “We moeten stoppen met polariseren en beginnen met bouwen. Het populisme zet mensen tegen elkaar op, maar biedt geen oplossingen. Er zijn grote maatschappelijke transities nodig – digitaal, klimaat, zorg – en die vragen om samenwerking, niet om strijd.”. De digitale transitie dus, of de zorgtransitie of de klimaattransitie. (Hij hekelde polarisatie, hij vond dat iedereen maar gewoon moest doen wat Wennink wilde, lees mijn blog.)

Een keur van transities
We gaan nogal wat transities tegemoet. Ik surfte maar eens en het stikt van de transities. Denk aan de transitie “naar een post-industriële economie”, de transitie “naar duurzame verwarmingstechnologieën, zoals warmtepompen en warmtenetten”, de transitie “naar zero emission”, de transitie “naar een circulaire economie”, de transitie “naar een duurzame landbouw”. En al surfend zag ik ook de “WTP-transitie” (Wet Toekomst Pensioenen), of “de transitie in de tankstationwereld: niet alleen in energie, ook in aanbod en regelgeving”. Ook de tankstationwereld ontkomt er dus niet aan!

Grote enge veranderingen!
Waarom ineens al die transities en waarom noemt iedereen het zo? Wat is bijvoorbeeld de transitie naar duurzame verwarmingstechnologie? Je moet je kachel de deur uit doen en een ander verwarmingssysteem aanschaffen, terwijl je nog niet precies weet wat de beste nieuwe vormen zijn, welk merk goed en goedkoop is, hoeveel het gaat kosten, of er ineens cowboys in de markt komen die van alles beloven. Dat is eng. Dat willen mensen niet. 

Reclamemakers weten dat het “doe je kachel of auto de deur uit” focust op wat je kwijt raakt. Dat is vervelend. Voor veel mensen betekent een transitie simpelweg dat hun huidige vaardigheden minder waard tot nutteloos worden of dat hun vertrouwde omgeving verandert. En dat is meestal een grote verandering. Als het woord verbetering of verandering gebruikt wordt is dat te beperkt. Mensen moeten weten dat het grote veranderingen zijn, maar ze moeten er niet van schrikken.


Reclamewoord dat hoopt dat we de pijn vergeten

Het woord transitie focust daarom op de bestemming (de nieuwe manier van werken) en niet op de afbraak van het oude (met alle ellende die wacht). Let op, het wordt beter! Vergeten moet worden dat een overgang naar nieuwe manieren van werken niet alleen pijn kan doen, maar ook tijden van chaos kent. Voordat het nieuwe werkt, moet het oude worden afgebroken. Daar zit nogal wat rotzooi aan te komen. Systemen lopen vast, mensen raken gedemotiveerd en de kosten gaan vaak eerst omhoog voordat ze omlaag gaan. Er ontstaat een strijd tussen de 'gevestigde orde' (die alles bij het oude wil houden en baat heeft bij doorgaan op de oude weg) en de 'pioniers' (die wel weten waar ze heen willen, maar niet hoe dat precies geregeld moet worden). Dat is geen soepele overgang, maar een botsing van belangen die veel ellende kent.

Transitiewoordenboek
Eigenlijk weten mensen die de dupe gaan zijn van de “transities” dat best. En weten ze dat niet? Dan hebben ze misschien baat bij dit kleine transitiewoordenboekje.

Wat men zegt Wat men bedoelt De realiteit
"We zitten in een transitie." "We weten het even ook niet meer."Er is onduidelijkheid en onzekerheid op de werkvloer.
"Een soepele transitie naar..." "We hopen dat niemand gaat staken."De verandering gaat gepaard met hoge werkdruk en stress.
“Transitie management” “We gaan vooral naar de cijfers kijken, even niet naar de mensen”De menselijke maat raakt zoek, want is onbelangrijker
“Mensen meenemen in de transitie” “Die oude hap wil het maar niet begrijpen”Mensen moeten gedwongen worden zich aan te passen aan de systemen
“We zetten een stip op de horizon voor de transitie” “We verwachten chaos, en hopen de goede kant op te gaan”De manager gaat de komende chaos negeren
“We gaan naar een creatief proces om handelings-perspectieven te creëren” “We weten nog niet hoe we het aan moeten pakken” Er wordt van alles uitgeprobeerd
“Met de transitie gaan we de toekomst actief vormgeven” “Jullie moeten zelf veranderen, afwachten gaat jullie problemen geven” Mensen die niet meebewegen gaan hun baan verliezen
Wat men zegt Wat men bedoelt De realiteit

Wat zou het regeerakkoord gaan zeggen over de grote komende veranderingen?



dinsdag 23 december 2025

Regeren gaat een pijnlijke inspanning worden

Kiezers kijken anders naar regeren dan vroeger. De Honeymoon-periode (enthousiasme en vertrouwen bij de start) is korter, kiezers stappen sneller over naar een andere partij die de indruk wekt het beter te kunnen. Kiezers zien ook minder de nuance van coalities terug. Uitleg dat je als coalitie misschien niet maximaal scoorde, maar meer voor de samenleving bereikt is te genuanceerd. Het algemene idee dat eerst het zuur moet komen (moeilijke en pijnlijke maatregelen) waarna het zoet komt (lagere lasten, betere kwaliteit) is niet meer breed geaccepteerd, een ingreep moet nu direct iets opleveren. Daardoor betekent regeren vaker zetels verliezen. Wat zijn de uitdagingen? En wat is er tegen te doen?

Start met achterstand
De regering start met een achterstand. Infrastructuur is bijvoorbeeld lang verwaarloosd en dat kon ook lang vooruitgeschoven worden. Het stikstofprobleem is al bekend sinds de jaren tachtig. Het aanpakken is steeds uitgesteld zodat de oplossingen ook steeds pijnlijkere ingrepen vragen. De zorg is steeds uitgebreid en moeilijke keuzen over grenzen zijn uitgesteld. Verantwoordelijke partijen starten dus met een achterstand: pijnlijke ingrepen zijn uitgesteld. Op korte termijn kleeft de pijn van de ingreep aan jou, terwijl de winst nog niet zichtbaar is.

Maatregelen tonen geen winst
Omdat de winst nog niet zichtbaar is geloven de kiezers niet in je maatregelen. Het verhogen van de rente als alles duurder wordt door inflatie is bijvoorbeeld een maatregel die volgens alle economen helpt om inflatie te stoppen. Verlagen van de rente zorgt juist later voor meer inflatie! Maar wie schulden heeft ziet juist dat hij er makkelijker bij kan lenen, waardoor het leven even beter betaalbaar is (verhogen van de rente draagt bij aan zijn hogere kosten, dus dat wil hij niet). Zo ook met het verlagen van het eigen risico dat de kosten voor de zorg op termijn verder doet toenemen.

Oppositie doet makkelijker beloften die direct bij de kiezer komen
Oppositiepartijen doen gemakkelijker grote beloften. Vanaf dag één komt er geen asielzoeker Nederland meer in, de boeren kunnen rustig blijven doorgaan, de huren zullen verlaagd worden en armoede uitgedreven. Door de sociale media komen die beloften makkelijker rechtstreeks bij de kiezers. Vroeger was er een filter van kranten die de beloften konden kenmerken als realistisch of juist onrealistisch, haalbaar of juist onhaalbaar, of onverantwoordelijk. We hebben niets gezien van het strengste asielbeleid ooit, toch kreeg de PVV nog steeds 26 zetels.

Echte ingrepen vragen meer tijd
Veranderingen kosten ook tijd. Het overschakelen van fossiele brandstoffen naar zonne- en windenergie kost tijd en geld, dus doet wel pijn, terwijl de winst nog tijd vraagt. Experts waren al heel lang duidelijk over het afschaffen van de terugleververgoeding bij zonnepanelen, maar de maatregel doet zichtbaar pijn. Er zijn nog geen goedkope thuisbatterijen en je opgebouwde winst smelt weg doordat je gebruikt na 16u (als er een tekort is) en opwekt tussen 11 en 16 (als er een overschot is). Feitelijk betalen niet-zonnepaneelbezitters meer dan zou moeten en eigenaren minder dan zou moeten. Maar die lagere kosten vallen de niet-bezitters niet op, zodat alleen de bezitters klagen.

Kiezers geloven dus niet dat je pijnlijke maatregelen goed zijn.

Regeren is vooruitzien?
Niet alles is mis in Nederland. In veel landen is het pensioensysteem onhoudbaar met de vergrijzing: de werkenden betalen voor de pensioenen, maar er zijn steeds minder werkenden op steeds meer gepensioneerden: dat heet het omslagstelsel. Italië, Griekenland, Frankrijk en Spanje kenden zeer genereuze, vroege pensioenleeftijden en pensioenen gefinancierd via omslagstelsels. Toch toont dat precies het probleem: dat heeft Nederland beter georganiseerd, maar heeft daar ooit een partij de credits voor gekregen? Is de PvdA beloond voor het houdbaar maken van de WAO? Zijn VVD en PvdA beloond voor het verhogen van de pensioenleeftijd?

Is verantwoordelijk bestuur voor de lange termijn echt electorale zelfmoord?

De vraag is of dat echt onontkoombaar is. Ik doe 6 suggesties, deels communicatief, deels gericht op verbetering en steun.

1. Communicatie klaar voor de toekomst. Zorg dat het verhaal die niet bouwt op “ik kan niet anders want anderen deden het fout” maar op "Klaar voor de Toekomst". Praat niet over bezuinigen, maar over investeren in een toekomstbestedig Nederland. Vertel bij elke pijnlijke maatregel onmiddellijk en concreet een toekomstig voordeel.

2. “Eigenaarschap en Eerlijkheid". Ministers van Financiën zijn vaak populair omdat mensen als ze naar het geld kijken best snappen dat er met zorg op de financiën gelet moet worden. Blijf niet alleen hangen in de pijnlijke kant, maar benadruk steeds de winst in de toekomst. Zorg dat dat verhaal tot in de huiskamer doorklinkt. Mensen spreken zich niet makkelijk uit als iemand klaagt over een bezuiniging, terwijl ze zelf denken dat het misschien echt nodig is om te bezuinigen. Dat zagen we ook bij de groei van de WAO, maar als niemand je maatregel verdedigt komt dat verhaal niet door.

3. Transparantie. Maar al te vaak wordt iets algemeens beweerd over de opbrengst. Maak dat concreet. Toon precies waar elke bespaarde of opgehaalde euro naartoe gaat, in begrijpelijke infographics. Laat mensen ook delibereren erover; "We moeten €X bezuinigen op zorg. Hier zijn drie opties, stem op onze website welke u het minst slecht vindt." Dit verandert het gevoel van "opgelegd" (dus boos!) naar "meebeslist". Wees keihard op eerlijke verdeling. Zorg dat grote bedrijven en vermogens zichtbaar meer bijdragen. Wordt de "partij die de sterkste schouders het zwaarst laat dragen", zelfs als dit economisch complex is.

4. Tastbare Resultaten. Kijk of het mogelijk is te starten met snelle, zichtbare projecten die direct aan het beleid gekoppeld kunnen worden. Gebruik een deel van de opbrengsten uit een soberheidsronde niet alleen voor de reserves, maar voor één groot, zichtbaar, populair investeringsproject dat binnen de regeringsperiode opgeleverd wordt. Dit wordt het tastbare bewijs dat "de pijn ergens toe leidde".

5. Bondgenootschap. Oppositie, vakbonden en belangenorganisaties vallen je aan, waardoor je in een isolement komt. Des te belangrijker is het om strategische bondgenoten te zoeken buiten de partijpolitiek om je beleid te legitimeren. En het mooie is: je bondgenoten kunnen je voorstellen verbeteren met hun suggesties. Dat kunnen natuurlijk externe instituties als de planbureaus zijn of wetenschappers, maar liever vakbonden, milieuorganisaties en andere maatschappelijke organisaties. Maar zorg ook dat “gewone” BN-ers zich uitspreken.
Zorg zo voor een breed maatschappelijk "pact" met maatschappelijke organisaties, waarbij zij (in ruil voor invloed op uitvoering) het noodzakelijke karakter van de hervormingen mede-ondertekenen. Denk aan de commissie Wagner en het akkoord van Wassenaar in de jaren 80 en de pensioenhervorming in de jaren 10

6. Empathie en Erkenning. Combineer onwrikbaarheid op beleid met maximale empathie in communicatie en uitvoering. Begin steeds met erkenning van de pijn, zoals Rutte dat ook zo goed kon. Zoek laagdrempelige compensatieregelingen voor de meest kwetsbaren, en communiceer die nadrukkelijk. Het beeld moet zijn de "streng maar rechtvaardige ouder" in plaats van ongevoelige boekhouder.

Valse start
D66 heeft het zich moeilijk gemaakt door de uitsluiting van GroenLinks-PvdA te accepteren. Dat is een valse start en betekent minder kans op bondgenoten en moeilijkere empathie. Als GroenLinks-PvdA een schaduwkabinet maakt zal het moeilijker zijn om te doen alsof je als enige Nederland klaar kunt maken voor de toekomst. Of de VVD dat als winst zal binnenhalen is zeer de vraag. Ik zou het de VVD vaak inwrijven als er weer een maatregel niet door de Eerste Kamer komt (omdat GLPvdA daarde grootste partij is)

maandag 15 december 2025

Als Den Haag nou maar kiest, loopt de hele samenleving er achteraan?

Een rapport verandert
de maatschappij niet

De kiezer heeft de combinatie van D66, CDA, GroenLinks PvdA, Volt en CU geen meerderheid gegeven (68 zetels). Ik zag die combinatie als een kans om Nederland niet alleen van het slot te halen, maar ook een groei in te zetten die de steun zou kunnen hebben van links en rechts. Helaas is de huidige tijd meer gericht op afdwingen, dan op het zoeken naar de wijsheid van de groepen die met bezwaren komen. Dan is er geen reden te zoeken naar een vertegenwoordiging van links en rechts in één kabinet.

Meerderheid om te kunnen afdwingen
Politieke partijen kijken vooral naar het aantal zetels in Den Haag. Heb je een meerderheid dan kan je besluiten afdwingen, wetten maken en de regels naar je hand zetten. Je kunt in het kabinet als minister zelfs je eigen wil opleggen door niet te luisteren naar verzet vanuit de maatschappij. In het kabinet met de PVV was het idee om ieder zijn eigen stokpaardje te gunnen. Zo kon de PVV roepen dat er teveel asielzoekers komen en vervolgens de asielopvangketen laten vastlopen. Het volgende kabinet zou dat dan moeten oplossen. Zo kon de BBB de landbouw uitstel geven en net doen of er geen stikstofprobleem is. Het volgende kabinet zou dat dan moeten oplossen. Ik hoopte op een kabinet dat vooral zou willen luisteren hoe de verschillende visies elkaar kunnen verrijken om te komen tot iets beters.

De samenleving moet dit ook willen, want daar wordt de economie ingevuld
Een middenkabinet dat echt Nederland in beweging zou moeten brengen moet zo niet werken. Als je de gedachten van Draghi voor Europa en van Wennink voor Nederland serieus wil nemen, moet je gedwongen worden héél goed te luisteren naar de weerstanden in de samenleving. Ook al staan er veel goede dingen in het rapport, daar ligt niet de echte uitdaging! Hoe krijg je de samenleving mee in de weg naar meer welvaart en welzijn? Waar zit de wijsheid in het verzet? Zo hadden de vakbonden nogal harde kritiek op het rapport van Wennink. Het afbreken van de sociale zekerheid en de herintroductie van de onzekere baan zorgt juist voor een zwakkere economie, was hun kritiek. Zonder direct hun alternatieven over te nemen, is het nodig om te luisteren: welke wijsheid voegen de vakbonden toe?

De vakbonden herkennen het belang van investeringen en het oplossen van de problemen rond stikstof en de hoge energieprijzen voor bedrijven. Dat is een goede start! Herken dat dan ook! Waarom dan toch weer terug naar de weg van minder baanzekerheid door makkelijker te laten ontslaan en niets te doen aan de kansen van de mensen die hun baan kwijt raken?

Mijn weg of doormodderen?
Maar vervolgens wekt Wennink de indruk dat zijn werk de enige weg is. Het is niets doen en doormodderen of dit rapport uitvoeren. Wennink pleit ook voor een meerderheidskabinet vanuit de Haagse visie dat je gewoon de meerderheid laat besluiten. Hij heeft niet met de vakbonden gesproken omdat zijn “boodschap gericht is aan de politiek”. Dat typeert hem. Hij wekt daardoor de indruk dat als Den Haag nou maar kiest, de hele samenleving er achteraan loopt. Dat is in een bedrijf waar je CEO bent misschien zo, in Nederland werkt dat allang niet meer. Het is de vraag of GroenLinks PvdA daar aan mee zou moeten doen. Sterker: het is de vraag of D66 en CDA daar aan mee zouden moeten doen.

Als je Wennink zo hoort praten, dan hoor je de kettingzaag van Milei op de achtergrond. Werven van draagvlak is uit de mode geraakt. Dat is precies waarom de VVD GroenLinks PvdA niet en JA21 wel in een kabinet wil hebben. Het gaat hen alleen om die meerderheid.

Maar waak voor de gedachte dat als er maar een meerderheidskabinet in Den Haag zit, de samenleving vanzelf volgt.

dinsdag 2 december 2025

Het taboe van het burgerberaad: niemand is aanspreekbaar

 

Aan de vertegenwoordigende democratie voegen we allerlei zaken toe om burgers meer invloed meer eigen verantwoordelijkheid te geven. Meer laten besluiten in buurten. Buurtbudgetten geven. Het groen zelf beheren. Maar ook “right to challenge” (het recht om uit te dagen) geeft een bewonerscollectief dat ziet dat een dienst beter uitgevoerd kan worden de mogelijkheid om deze dienst over te nemen. Nu is daar als vernieuwing het burgerberaad bijgekomen. Daar ontbreekt iets waar niet over gepraat wordt.

Het burgerberaad is een belangrijke vernieuwing. De voordelen van een burgerberaad zijn betere en meer geaccepteerde beleidsbeslissingen, een toename van het vertrouwen in de politiek omdat ook “gewone burgers” hun bijdrage hebben geleverd, en de mogelijkheid om complexe en gepolariseerde onderwerpen uit de samenleving goed uit te lichten. Onlangs het klimaatberaad. Burgers worden ingeloot om mee te besluiten. Er wordt gelet op representativiteit en onder oververtegenwoordigde groepen (mannen 50+) opnieuw geloot. Mensen luisteren echt naar elkaar en komen tot besluiten die gedragen worden. Mooi.

De verantwoording?
Maar waar niemand het over heeft is de verantwoording. In onze democratie maken we keuzen voor partijen en als ze het niet goed doen, hebben we de mogelijkheid om ze weg te sturen. Ook bij een right to challenge of als bewoners zelf iets beheren kunnen mensen die het niet goed vinden bij mensen klagen.

Hoe moet dat met een burgerberaad? Wie spreken we dan aan? De politiek die geacht wordt het advies automatisch over te nemen?

Schervengericht
Het idee komt uit het klassieke Griekenland waar iedereen (de vrij mannen dan) mee kon praten. Bestuurders werden geloot uit vrije mannen om bestuurder te worden. De democratie is van ons allemaal. 

Maar wat nu niet is overgenomen is wat er gedaan werd als dat niet goed ging: het schervengericht.

Een schervengericht, ook wel ostracisme, was een stemming in het oude Athene waarbij burgers een politicus konden verbannen voor tien jaar door diens naam op een potscherf (ostrakon) te schrijven. Het werd ingevoerd om te voorkomen dat iemand te machtig werd en was een procedure van de volksvergadering (Ekklèsia). De verbannen persoon behield zijn bezittingen en rechten en kon later worden teruggeroepen. 

Dit gaat wat ver om te vragen van ingelote burgers. Maar het is wèl het overnemen van rechten, maar veronachtzamen van de plichten. Aristoteles vond dat iedere bestuurder aanspreekbaar moest zijn op zijn daden. Waar is die verantwoording gebleven???

Wie spreken we aan als het burgerberaad echt iets doms heeft gedaan?

P.S. De blog heette eerst niemand is aansprakelijk. Dat is de verkeerde term, aanspreekbaar is de bedoeling. Aansprakelijk lijkt teveel op de weg naar een schervengericht