maandag 15 juni 2026

Liberaal manifest: strenger, meer aandacht wederkerigheid maar minder liberaal

De VVD is in 2026 strenger, minder liberaal en minder sociaal geworden. Ik heb de manifesten van 2005 en 2026 vergeleken en het valt op dat de aanpassingen en wederkerigheid nu vooral van de kant van de zwakke moet komen. Het 2026-manifest is minder klassiek-liberaal (minder tolerantie voor afwijkende waarden, meer conditionele rechten, minder democratische vernieuwing) en de overheid treedt strenger op op het gebied van normhandhaving, waardenoverdracht, immigratie en burgerschap. Bij de geopolitiek is de aandacht voor teveel staatsmacht verdwenen.

Kleinere overheid in naam nog zichtbaar
Nog steeds is het pleidooi dat de overheid kleiner moet. De tekst roept op tot minder regels en stoppen met niet-effectieve taken, maar wie zoekt naar concrete voorstellen (af te schaffen instanties, te schrappen regels, te privatiseren diensten) vindt die niet. Opvallend is dat het manifest van 2005 daar wel concreet over was. Denk aan de vlaktaks en het afschaffen van de verplichte pensioenleeftijd en het opheffen van ZBO’s. Gelukkig is het pleidooi voor de gekozen burgemeester verdwenen. De burgemeester zou dan met zijn politiek programma komen te staan tegenover het politieke programma van de gemeenteraad.

Strenger richting nieuwkomers
Opvallend is de strengere inzet richting nieuwkomers. Het kan zeker nodig zijn in onze samenleving, die in bubbels uiteen lijkt te vallen, te vragen je te verdiepen in elkaar. Toch zou je verwachten dat daarbij een liberale aanpak gekozen zou worden. Sociale samenhang moet volgens het manifest afgedwongen worden door de overheid, via het onderwijs. De overheid verlangt expliciet dat alle burgers en vooral van nieuwkomers de liberaal-democratische grondwaarden te aanvaarden. De aanpassing die verwacht wordt is vooral eenzijdig.

Wie in Nederland wil leven zal moeten integreren. De overheid zou geen partij kiezen tussen verschillende levensbeschouwingen, religies of overtuigingen, maar tussen de regels door lees je de angst voor nieuwkomers met een andere religie. 

Wederkerigheid krijgt meer aandacht
Wederkerigheid betekent dat vrijheid, rechten en bescherming niet vrijblijvend zijn, maar wederzijdse verantwoordelijkheden met zich meebrengen: van burger naar staat, van individu naar medemens, en van nieuwkomer naar ontvangende samenleving. Dit komt prominenter dan in 2005 terug, ook in de teksten over verdraagzaamheid.

De aandacht voor wederkerige verdraagzaamheid is te prijzen en het is eigenlijk ook een heel klassiek liberale gedachte. Popper sprak in dat geval over de Paradox van tolerantie. Hij stelde dat we in eerste instantie intolerante ideeën moeten weerkaatsen met rationele argumenten en de publieke opinie. Maar hij vond wel wanneer intolerante bewegingen weigeren om rationeel te debatteren en oproepen tot geweld, of het gebruik van fysiek geweld niet schuwen, is ingrijpen volgens hem gerechtvaardigd.

Wederkerigheid vanuit de sterkere?
Daar blijft het helaas wel bij als we spreken over wederkerigheid. De ‘sterkere kant’ wordt niet aangesproken op wederzijdse verplichtingen. Er staat nergens dat gevestigde burgers een actieve verantwoordelijkheid hebben om nieuwkomers of uitkeringsgerechtigden tegemoet te komen (bijvoorbeeld door werk te bieden, vooroordelen te laten varen, of te investeren in achterstandswijken). Ook de overheid wordt niet opgeroepen om ‘wederkerig’ te zijn. 

Het idee van de sluier van onwetendheid van Rawls ontbreekt geheel. Daarmee is het manifest niet sociaal-liberaal maar streng-meritocratisch: vrijheid is iets dat je verdient door je aan te passen en bij te dragen, niet iets dat vanzelfsprekend is voor iedereen, ongeacht startpositie.

In 2005 was dat nog wezenlijk anders “Eigen verantwoordelijkheid ontslaat liberalen niet van de verantwoordelijkheid voor diegenen, die niet (meer) in staat zijn hun omstandigheden te wijzigen, zoals bijvoorbeeld gehandicapten of ouderen”. Er zijn passages die impliceren dat als je achter de sluier van onwetendheid niet weet of je tot de zwakken of sterken behoort, je een samenleving zou willen die een vangnet biedt. Rawls wordt niet met naam genoemd, maar het principe is herkenbaar. Ook spreekt het manifest van 2005 nog over een bestaansminimum. Er is aandacht voor "vernederende armoede" en “Een 'Res publica' die hulpbehoevenden niet bijstaat, verdient die naam niet.”

Geopolitiek zonder liberale terughoudendheid voor overheidsmacht
De klassiek liberale invalshoek mis ik ook in het hoofdstuk over geopolitiek en veiligheid. Het hoofdstuk over geopolitiek en veiligheid is een logische reactie op de veranderde wereld (oorlog in Oekraïne, opkomst China). De overheid wil “opkomen voor onze belangen”, “tegendruk geven”, en strategische partnerschappen aangrijpen om invloed uit te oefenen. Dat is niet langer defensief, maar offensief of assertief, dichter bij realistische machtspolitiek dan bij liberale terughoudendheid.

Hoezeer dit ook een begrijpelijke extra aandacht is, toch roept dit vragen op. Laat de VVD zich hier teveel meeslepen met de actualiteit? Het is minder klassiek-liberaal omdat het de staat actiever en machtsgerichter maakt op het internationale toneel, zonder dezelfde rechtstatelijke terughoudendheid die we van de liberalen mogen verwachten. In tegenstelling tot 2005 ontbreekt in 2026 ook een reflectie op de spanning tussen veiligheid en burgerlijke vrijheden (bijvoorbeeld preventieve maatregelen, dataverzameling).

Omarming van de meritocratie en geopolitieke macht in plaats van het liberalisme
Al met al is het manifest van 2026 actueler maar minder liberaal. De toon is meer dan vroeger meritocratisch: succes is het gevolg van eigen inspanning, falen het gevolg van eigen gebrek aan inspanning of aanpassing.  Heeft de VVD zich laten meeslepen door haar afkeer van PRO? Ook bij geopolitiek laat de VVD zich meeslepen door actualiteit zonder de echte liberale invulling te zoeken. Gevaren van een sterke staat wordt bij de geopolitiek uit het oog verloren.

Het had de VVD gesierd als wederkerigheid beter was geanalyseerd en het geopolitieke machtsdenken van meer liberaal gedachtegoed was voorzien.



woensdag 10 juni 2026

Duurzame burgerkracht, wat is nodig?

Ik zie heel veel vrolijke en enthousiaste projecten die door gewone mensen in diverse buurten worden opgestart. Heel veel lijken in een soort honeymoon-stemming te zitten: enthousiasme dat het lukt om te verbinden en samen zaken op te pakken. Maar hoe houd je het vervolgens vol? De mensen die afhaken hoor je minder. Toch geeft dat belangrijke informatie over houdbare burgerkracht

Eigen regie en eigen projecten van burgers zijn onontbeerlijk. Niet alles kan door de markt of door de overheid opgelost worden zonder de verbinding kwijt te raken met de mensen waar het echt om gaat: onszelf! Maar het is geen betaalde arbeid. Eigen regie en eigen projecten vraagt nogal wat: het vinden van geld, omgaan met verschillende mensen met elk hun eigen uitdaging, omgaan met de gemeente die misschien eigen prioriteiten heeft, een lange adem en de moed er in houden. En op een gegeven moment is de initiatiefnemer aan het afhaken of zit vernieuwing in de weg. Wat dan?

Het blijkt dat burgerinitiatieven lang niet altijd een lange overlevingskans hebben. Dat is ook niet altijd erg: het kan tijd zijn voor iets anders of nieuws. Maar: het vraagt nogal wat te starten en het is zonde als kennis en traditie wegvallen. Daarom: Hoe zit het met de duurzaamheid en continuïteit? Aan het eind zal ik verklappen waardoor het bij ons al bijna 25 jaar met ups en downs lukt.

Van ACTIE naar ...
Hoe zorg je dat een burgerinitiatief succesvol kan worden. Daarvoor kan je het  ACTIE model gebruiken: kijk naar Animo, Contacten, Toerusting, Inbedding en Empathie.

- Animo staat voor energie en betrokkenheid die er moet zijn;
- Contacten staat voor goede verstandhouding tussen de initiatiefnemers en goede contacten in de wijk (liever: verankering);
- Toerusting staat voor wat helpt om door te gaan: een locatie, geld;
- Inbedding staat voor de manier waarop professionele organisaties zijn ingericht om burgerinitiatieven te ondersteunen, initiatieven zijn in overeenstemming met wat de omgeving verwacht en wil;
- Empathie staat voor betrokkenheid en aandacht van professionals en ambtenaren voor de belangen en motieven van initiatiefnemers en het geven van waardering en aandacht.

Afhankelijk van de politiek
Het model is wel erg gericht op activiteiten waar de gemeente en andere organisaties partner vormen en subsidie nodig is. Dat is meteen een probleem: de politiek is niet geneigd vaste en voorspelbare subsidieverbanden aan te gaan en vaak mag je geen (buffer)vermogen opbouwen. De politiek wil eigenlijk teveel greep houden op wat er gebeurt waardoor er een drang komt naar professionalisering en inbedding in een systeem. Wel begrijpelijk maar met als gevolg dat animo verdwijnt of de contacten verzuren. Inbedding vraagt ook nieuwe competenties: bureaucratische vaardigheden worden belangrijk. De politiek vraagt ook verantwoording over bereikte doelen waardoor het lastig of niet meetbare doel uit zicht kan verdwijnen.

Kwetsbaar en lang niet altijd duurzaam
Kijk je naar de grote verschillen tussen burgerinitiatieven, dan kom je tot de conclusie dat de duurzaamheid nogal wisselend is. Zeker na 4 jaar moet je voorkomen dat de animo afneemt. Het is nodig dat er een follow up is van initiatiefnemers, vaste heldere werkwijzen bestaan. Ik zie bij gemeenten al meer aandacht voor goede contacten, inbedding en empathie om goede samenwerking te hebben. 

Blijft over de T van toerusting. Dat lijkt een doorslaggevende factor.

Zoek je wat echt lang volhoudt, dan zie je dat er een basis moet zijn om zelf geld te kunnen genereren. Je hebt dan je eigen inkomsten, je kunt je eigen doelen vaststellen en je verantwoordt je aan de leden zoals de leden dat op prijs stellen. AI gaf een indeling van soorten initiatieven die ik aanvulde.


Type Burgerinitiatief

Gemiddelde Levensduur

Kwetsbaarheid

Zorg & Welzijn (boodschappendiensten, buurtmoestuinen, lief & leedstraten)

Kort tot Middellang

(2 - 4 jaar)

Zeer kwetsbaar. Drijft vaak op een heel kleine groep kwetsbare vrijwilligers of mantelzorgers. Zodra de spilfiguur uitvalt, kan het initiatief direct stoppen.

Energie- & Woningbouwcoöperaties (lokale zonneparken, woonhofjes)

Lang

(vaak 10+ jaar)

Hoge duurzaamheid. Dit type initiatief heeft kapitaal, contracten en leden. De zakelijke structuur dwingt tot continuïteit, ook als de oprichters weggaan.

Cultuur & Recreatie (buurtfestivals, lokale musea, herinrichting pleinen)

Middellang

(3 - 6 jaar)

Projectafhankelijk. Loopt zolang de subsidie of de samenwerking met de gemeente standhoudt. Valt om bij ambtelijke wisselingen, verschil van mening over invulling of als er nieuwe strengere regels komen.

De mogelijkheid zelf geld te genereren is een echte voorspeller voor duurzaamheid. De overstap van aan spilfiguren gekoppelde projecten naar een vaste traditie van bestuur en opvolging is een belangrijke drempel.

Faalfactoren?
De factoren uit ACTIE-model zijn dan tevens faalfactoren.

Dus: 

- animo kan verdwijnen, vooral na opvolging van de eerste geinspireerde initiatiefnemers
- contacten kunnen verzuren
- het kost teveel moeite om geld te vinden en subsidies sluiten niet aan bij waar animo voor is
- het initiatief heeft wel contacten met professionals nodig, maar raakt ervan losgezongen
- het lukt professionals niet meer om verbonden te blijven met en in te leven in het initiatief. Vrijwilligers worden net zo behandeld als betaalde krachten. (mooi voorbeeld: hier (zie onderaan de blog)).

Een belangrijke extra faalfacor die ik vond ging over diversiteit: die heeft een wisselende invloed. Op sommige punten helpt het (meerdere competenties binnen de groep) maar op andere punten kan het in de weg zitten (teveel mensen met eigen uitdagingen en teveel verschil in waardensystemen). 

Ik zou meer aandacht willen voor de andere faalfactoren, zoals wanneer het niet lukt het Eens te worden en een Eenheid te vormen. Dus diversiteit is mooi, zeker waar het competenties betreft, maar je moet het wel eens kunnen worden. (Let daarvoor bijvoorbeeld op sociocratisch besluiten en het consent beginsel: je zoekt niet naar unanimiteit, maar probeert zo ver te komen dat niemand meer onoverkomelijke bezwaren geeft. Echt een manier om mensen het besluit te laten accepteren!). 

Ik denk ook dat het goed is als burgerinitiatieven meer letten op toegang tot de “toerusting”: voorspelbare financiële middelen en eigen ruimte.

Waarom het ons in onze buurt wel is gelukt? Wij vormen type 2, we hebben een eigen projecthuis, betaald door de bewoners: de toerusting is op orde.

Vrede stichten en het Eens worden
Maar wat ik bij ons ook zie: een enorme kracht om elkaar steeds mee te nemen, steeds te zorgen dat ergernissen niet uit de hand lopen en tegelijk het doel voor ogen blijft. De verzoeners zijn onontbeerlijk Ik kan feitelijk de mensen in ons project aanwijzen die die competentie hebben, zij zorgen pas ècht voor de continuïteit (ik ben dat zelf niet). Die competentie is onontbeerlijk. 

Naast de ACTIE zou ik daarom de V en E ook willen toevoegen: de V van verzoening en de E van eenheid. 

Het wordt model verandert dan van  "ACTIE" naar “ACTIEVE”

maandag 1 juni 2026

Houdbare solidariteit: het kan wel

Het lijkt alsof solidariteit door grote groepen niet meer geaccepteerd wordt. Mensen trekken zich terug in eigen kring. De samenleving vergruist. Solidariteit en onze verzorgingsstaat lijkt iets voor linkse wereldverbeteraars. De andere kant is dat solidariteit door linkse politici nogal eens wordt uitgelegd als zorgen voor de ander, zonder aandacht te geven aan wederkerigheid: het idee dat degene die solidariteit nodig heeft het zijne doet om de inspanning en kosten te beperken. Daarom geef ik graag aandacht aan de begrippen “wederkerigheid” en “welbegrepen eigenbelang”.

Juist Nederland moet dit kennen
Nederland is een mooi voorbeeld van goede sociale voorzieningen die bijdragen aan de welvaart. In de economische bloeitijd in de 17e eeuw hadden Hollandse steden goede sociale voorzieningen. Denk aan het burgerweeshuis, de bedeling, en oude mannen- en vrouwenhuizen: investeringen in sociale stabiliteit en een betrouwbare beroepsbevolking. De stadsbestuurders van Amsterdam hielden die welbewust in stand, om te zorgen dat hun stad voldoende arbeidskrachten aantrok.

Wederkerigheid hoorde er altijd bij
Overigens was bij deze voorzieningen ook sprake van wederkerigheid. De belangrijkste tegenprestatie was gebed. In weeshuizen, hofjes en armenhuizen werden bewoners verplicht dagelijks te bidden voor hun weldoeners (de regenten en hun families). Weeskinderen werden niet alleen opgevangen; ze moesten ook werken. Jongens leerden een ambacht (bijv. scheepstouw maken, schoenen lappen), meisjes spinnen, naaien of kantklossen. Zij leerden zo op hun manier een bijdrage te leveren aan de samenleving. De opbrengst van hun arbeid ging naar het weeshuis. In de hofjes voor oudere vrouwen konden zij gratis wonen, maar mantelzorg voor elkaar en het schoonhouden van het hofje was verplicht. Bij toelating tot een armenhuis of weeshuis legden bewoners vaak een eed af: zij beloofden zich dankbaar te tonen, niet te bedelen, de regels te gehoorzamen en - opnieuw - te bidden. Wie deze wederkerigheid schond, kon worden uitgestoten.

Je zag het ook bij de eerste verzekeringen: wie brand kreeg, had te maken met zulke hoge kosten dat hij er aan onderdoor kon gaan. Daarom kwamen er onderlinge waarborgmaatschappijen om dat te dekken. Maar wie zelf geen aandacht gaf aan het voorkomen van brand werd daar op aangesproken.

Houdbare verzorgingsstaat
Nu we te maken hebben met vergrijzing waardoor de zorg, de AOW, de WW en de WIA meer gaat kosten en met mensen die vluchten uit oorlog of gewoon een beter leven zoeken komt de vraag op tafel of we moeten bezuinigen op onze verzorgingsstaat. Daar ben ik op zich niet tegen, maar let dan wel op de uitgangspunten solidariteit en daar is ie: wederkerigheid en het welbegrepen eigenbelang.

Het idee van welbegrepen eigenbelang kan je zien als de erkenning dat jouw eigenbelang op de lange termijn gebaat is bij een bloeiende samenleving, een duurzame leefomgeving of het welzijn van anderen. Dat is niet per se een linkse gedachte. Adam Smith (1723-1790) , Edmund Burke (1729 - 1797) en Alexis de Tocqueville (1805 - 1859) waren mensen die aandacht gaven aan dit idee of liever gezegd: dit mechanisme.

De complexere samenleving
In het eind van de 19e eeuw werd de samenleving losser, er was minder duidelijk dat we niet zonder elkaar konden. Door de specialisatie verdween het idee dat we baat hebben anderen die we niet goed kennen te helpen. Met de ingewikkeld wordende samenleving gaf ook Emile Durkheim (1858 - 1917) aandacht aan het idee dat het belangrijk is te beseffen dat we onderling afhankelijk zijn. Hij heeft zich als wetenschapper vooral beziggehouden met het probleem van de sociale cohesie. Zijn idee was dat solidariteit minder vanzelfsprekend was, er was minder een collectief bewustzijn dan vroeger.

Weinig verbinding, lossere samenleving
Dat zien we nu eigenlijk weer. We zien dat er weinig verbinding is tussen hoogopgeleide en praktisch opgeleide groepen, er is geen overheersende religie meer, er leven verschillende culturen in een land. Om de verzorgingsstaat in stand te houden is daarom welbegrepen eigenbelang nodig. We moeten zien dat we allemaal baat hebben bij een goede verzorgingsstaat, dat daarvoor niet alleen solidariteit nodig is, maar ook wederkerigheid. De houdbare verzorgingsstaat is er immers bij gebaat dat de mensen die meebetalen weten dat er op gelet wordt dat mensen naar vermogen bijdragen om iets terug te doen. Dat dat bij sommigen klein is, omdat de rek er uit is, moeten we dan wel accepteren. En vluchtelingen kunnen dat niet op korte termijn, maar ze willen maar wat graag aan het werk. Die wederkerigheid wordt alleen niet herkend door velen. Maar als veiligelanders zich alleen opstellen als profiteurs passen ze er niet in.

Maar het echte gevaar voor de verzorgingsstaat zit wellicht eerder in het wegvallen van het besef van welbegrepen eigenbelang bij de bovenlaag dat zij de samenleving ook nodig hebben (denk aan goedopgeleide mensen, goede zorg, goede wegen, arbeidsrust).

Geef aandacht aan wederkerigheid èn welbegrepen eigenbelang

Misschien kan een politiek programma dat daar aandacht aan geeft heel succesvol zijn. Iets voor een inbreng in een sociaal akkoord misschien?




dinsdag 19 mei 2026

Manosfeer en de voedingsbodem

Er is nogal wat ophef over de “manosfeer”, een verzameling van online gemeenschappen en influencers die een vrouwonvriendelijk en traditioneel mannen- en vrouwenbeeld promoten. Het lukt Andrew Tate om voortdurend de aandacht te krijgen. Daarna kwam er weer aandacht voor de algoritmen waardoor iedereen de extremere video’s te zien krijgt. Maar ik zie wat minder aandacht voor de voedingsbodem voor die sfeer waarin traditionele mannen- en vrouwenrollen worden gepromoot.

Ik schreef er eerder over in de samenleving in scheiding, waarin ik Esther Perel aanhaal Ouders, grootouders, echtgenoten en echtgenotes… ieders rol was duidelijk en de wederzijdse verwachtingen ook. Dat ging gepaard met meer zekerheid, maar liet ook minder ruimte voor vrijheid en voor persoonlijke expressie”

Natuurlijk is er een wisselwerking. Sociale media bevorderen extreme uitingen in plaats van genuanceerde uitingen, jongens komen daardoor veel filmpjes tegen. Deze mannen zijn dan ook nog rijk en worden omringd door mooie vrouwen.

Waarom scoort dit?
Maar we moeten niet vergeten dat er een reden is waardoor dit goed scoort. Juist in de tijd dat ze zoeken naar zingeving en hun verhouding tot vrouwen en een partner komen er filmpjes langs met mannen die uitleggen aan onzekere jongeren wat vrouwen willen. Ze bieden snelle antwoorden en beloften en zelfs een soort verbondenheid en gemeenschapsgevoel.

Het was lang gewoon dat je het als kind later beter zou krijgen dan je ouders. De welvaart nam toe, er was vrede, er waren duidelijke rollen. Nu zijn rollen minder duidelijk en is onzeker of je het beter kan krijgen dan je ouders en nu zijn vooral jongens zoekend naar hun rol en toekomst, want ze zijn ook nog niet automatisch de belangrijkste verdiener.

De manosfeer is geen oorzaak, maar een symptoom van een groter maatschappelijk probleem. Onderzoek laat zien dat in tijden van economische tegenslagen een hang naar conservatisme opkomt (vasthouden wat je hebt). Het is mooi dat je sociale klasse en geslacht minder zegt over je toekomst omdat iedereen kansen moet hebben, maar dat geeft een gevoel dat (witte) mannen moeten inleveren. Hoewel het zeer de vraag is of dat inleveren klopt, helpt dat de aantrekkingskracht van de manosfeer. Het gevoel van potentieel verlies geeft altijd een veel sterkere emotie dan potentiële winst.

Onzekerheden als verdienmodel
De ideologie gedijt op onzekerheden: economische zorgen, veranderende identiteiten en een gebrek aan positieve, moderne rolmodellen. Het simpelweg wegzetten van deze jongens als "fout" of het verbieden van bepaalde influencers, is daarom geen oplossing. De voedingsbodem blijft.

Op zich is er weinig tegen de nadruk op discipline, sport en krachtoefeningen. Arie Boomsma doet dat ook. Wel is de vrouwenhaat en het pleiten voor juist minder kansen voor vrouwen desastreus voor het ideaal van gelijke kansen op zelfontplooiing. Vrouwen krijgen de schuld van de onzekerheid of het gemis van een partner.

Radicalere maatregelen
Naar mijn idee is er daarom een veel radicalere aanpak nodig die teruggaat naar de wortels. Jonge mannen hebben perspectief, zingeving en positieve mannelijke rolmodellen nodig, dat vraagt ook echte interesse. Preventie is essentieel, en dat begint bij het erkennen van de problemen waar jongens en jonge mannen mee worstelen. Ik denk bijvoorbeeld aan:

- Rolmodellen in het basisonderwijs en van vaders: Ik geloof niet dat de overheid alles kan oplossen. Weerbaarheidstrainingen zijn mooi en belangrijk, maar zichtbare betrokkenheid van vaders is misschien belangrijker. Bij rellen moeten we ook vaders aanspreken op hun rol bij de opvoeding en laten zien dat dat juist goed werkt. Tegenover de ongrijpbare internetsferen is het belangrijk ook herkenbare vaderrollen te zien en dat je niet alleen met juffen omringd wordt.

- Geef aandacht aan de winst die influencers proberen te halen uit het kijken naar hun video’s. Uiteindelijk zijn de onzekere jongens gewoon hun verdienmodel. Dat deed Louis Theroux ook. Dat verdient meer publiek.


P.S. (Later toegevoegd). Ja, dit zijn wel heel kleine stapjes en greep op de algoritmen van sociale media doet meer. Maar uiteindelijk moet de jonge generatie ook geholpen worden om met vertrouwen naar de toekomst te kunnen kijken. Dat gaat niet online maar in de praktijk

vrijdag 15 mei 2026

Overheid: voorkom de donkere Middeleeuwen

Jimmy Wales, de oprichter van Wikipedia, heeft een boek geschreven over vertrouwen (De 7 regels van vertrouwen). Eigenlijk krijgt dat thema in de wereld op het moment te weinig aandacht. Onze wereld heeft vertrouwen hard nodig om te kunnen blijven functioneren. En dat vertrouwen neemt af.

Belasting verminderen of niet?
Discussies over de overheid gaan eigenlijk op rechts vooral over veiligheid als basis en hoeveel belasting we moeten betalen, maar daarmee wordt de werkelijke basis gemist. Traditioneel pleit links voor een grote en rechts voor een kleine overheid. Veel belasting of weinig belasting, daar lijkt het over te gaan.

Ook de nachtwakersstaat wil vertrouwen bevorderen
Laten we die kleine minimale overheid bekijken. Moet het een nachtwakersstaat zijn, een minimale overheid die zich beperkt tot de veiligheid (politie/leger), rechtszekerheid en openbare orde? Maar zelfs die minimale overheid is ultiem gericht op vertrouwen. Als je niet vertrouwt op de politie moet je zelf een groepje organiseren om je te beschermen. Als je niet vertrouwt op de voedselkwaliteit moet je het zelf gaan verbouwen. Als je niet vertrouwt op de rechtszekerheid doe je alleen zaken met bekenden. Geen vertrouwen betekent minder welvaart. Links en rechts moeten zich zorgen maken over vertrouwen in onze complexe samenleving.

Eigen volk eerst? Is dat volk dan wel betrouwbaar?
Het is logisch dat - als de overheid niet vertrouwd wordt - de roep om “eigen volk eerst” opkomt. Dat klinkt namelijk vertrouwd. Maar kunnen we vertrouwen hebben in ons eigen volk? Is dat niet veel te makkelijk geroepen? Als we kijken naar Defend The Netherlands is het blijkbaar geen probleem om de brandweer de weg te versperren en volksvertegenwoordigers te bedreigen en met vuurwerk te bekogelen. De meeste mensen zijn betrouwbaar, maar er zijn altijd rotte appels, ook in ons “eigen volk”.  

Interessant dat Nederland welvarend werd toen er gebouwd moest worden aan vertrouwen in een land met verschillende religies (in de 17e eeuw).

Complexe, welvarende samenleving vraagt vertrouwen
Dat overheden gericht zijn op het bouwen van vertrouwen is logisch als je bedenkt dat overheden een reactie zijn op steeds complexere, anoniemere samenlevingen en dat een complexere samenleving pas welvarend kan worden als er betrouwbare overheid is. Niet alleen de overheid, maar ook wijzelf moeten daar aan werken. Volgens Jimmy Wales met regels als "om vertrouwen te krijgen moet je vertrouwen geven" en "met beleefdheid kom je verder" om maar wat simpels en aansprekends te noemen. 

De Edelman Trust Barometer toont dat nationalisme toeneemt (Eigen Volk) en vertrouwen in anderen afneemt. Het rapport spreekt over een 'crisis van isolement'. (het hele rapport is wel een leestip). Het constateert een grotere groep die geen eerbied heeft voor feiten, meer polarisatie - ook op de werkvloer-, afnemende openheid voor innovatie en uiteindelijk minder welvaart. Het is ook daarom dat de huidige afbraak van vertrouwen in de wereld een grote bedreiging is. 

De wikipediaoprichter doet in de NRC dan ook een stevige uitspraak die mij raakte: 

Als deze internationale vertrouwenscrisis doorzet, wachten ons nieuwe donkere Middeleeuwen.

Ik vrees dat hij gelijk heeft. 



donderdag 30 april 2026

De kwetsbaarheid van populistische regeringen

Met Trump aan het roer en Orban van het roer afgestoten kunnen we leren wat de zwakke kanten zijn van populistische regeringen. Wat moet er gebeuren om kiezers anders te laten stemmen?

Verandering is lastig
Allereerst moeten we onderkennen dat kiezers niet snel populistische partijen laten vallen. Door kiezers naar de mond te praten en weinig te geven om feiten is het lastig om kiezers de kwade kanten van het populisme te laten zien. De leiders worden nu eenmaal vaak gezien als helden en sterke mannen. Gaat er iets fout, dan ligt dat aan anderen: vorige regeringen hebben het deze regering lastig gemaakt. De gemiddelde kiezer heeft ook weinig geheugen voor waar eerdere regeringen voor stonden en winst onder de andere regeringen wordt snel vergeten, terwijl verlies niet snel vergeten en vergeven wordt. Populistische partijen floreren bij het aanwijzen van zondebokken en veel kiezers vinden dat prachtig. Daarnaast proberen ze ongegeneerd de macht te bestendigen door het rechtssysteem naar hun hand te zetten. Daar zijn ze beter in dan niet populistische partijen omdat niet-populisten ook ruimte geven aan tegenstanders omdat ze de kracht van tegenspraak waarderen. In Polen hebben ze er een flinke kluif aan.

Wat kan er dan wel mis gaan waardoor populisten steun verliezen?
1. Corruptie. Populisten trekken zich weinig aan van algemene rechtsregels. Die zitten alleen maar beleid in de weg. Je moet rekening houden met minderheden, terwijl je juist stevig wil doorpakken! Maar als je eenmaal rechtsregels terzijde schuift wordt je veel kwetsbaarder voor corruptie. Je probeert niet de dingen te veranderen door netjes de beste mensen te benoemen voor bepaalde moeilijke taken, je zal vrienden moeten benoemen op essentiele plekken. Die moet je vervolgens wat gunnen. Het is lastig om via nette wetten dingen te veranderen: je hebt steun nodig van je vriendjes in de media, van rechters, van ondernemers. Elke regering is kwetsbaar, maar populisten zijn kwetsbaarder dan anderen. Bij Trump zagen we het met de cryptocowbows en de mediatycoons. Orban verloor door dit onderwerp (en achterblijvende economische groei ten opzichte van andere Oosteuropese landen).

2. Inflatie. Populisten houden niet van ingrepen die op de korte termijn pijn doen, maar belangrijk zijn voor de lange termijn. Anderen ook niet, maar die zijn eerder bereid iets te doen in het algemeen belang in de toekomst. Daardoor lopen de schulden gemiddeld genomen harder op onder populistische regeringen. Je geeft liever wat meer geld uit dan dat je bezuinigt en bezuinigen op uitgaven voor je zondebok houdt na verloop van tijd op. Bij de PVV hebben ze het geld voor ontwikkelingssamenwerking als 10 keer uitgegeven als dekking voor populistische uitgaven. Steeds als een door de PVV gesteund kabinet moest bezuinigen trok Wilders de stekker er uit. Trump hoeft geen rekening te houden met coalitiepartners dus de uitgaven zijn daar al lang door het plafond geschoten. (De sterke man als bezuiniger komt pas aan de macht nadat het uit de hand gelopen is (door anderen die de schuld krijgen)).

3. Uitblijven van resultaten. Wat werkt hoeft niet altijd hetzelfde te zijn als wat het publiek graag ziet. Hard optreden tegen misdaad is niet altijd het beste medicijn. Het gaat om een combinatie van hard straffen van onverbeterlijken en de goede kant op sturen van mensen die de eerste stappen zetten op het verkeerde pad. Oorlogen starten helpt niet per se tegen foute regimes. Ruimte geven voor bevriende ondernemers hoeft niet te leiden tot een sterkere economie. Overigens heeft Trump wel wat fabrieken binnengehaald en ruimbaan geven aan olie boringen gaat eerder ten koste van het klimaat dan van zijn kiezers. Maar op de langere termijn doet zijn beleid veel schade, zie 4.

4. Economische schade door wantrouwen. Wanneer buitenlandse overheden, investeerders en consumenten vertrouwen hebben in de stabiliteit, rechtszekerheid en betrouwbaarheid van jouw land, verlaagt dat risico’s en transactiekosten. Dit leidt tot meer buitenlandse directe investeringen, omdat bedrijven durven te bouwen aan fabrieken, kantoren of infrastructuur. Ook kopen buitenlandse partijen gemakkelijker jouw exportproducten, omdat ze kwaliteit en naleving van afspraken verwachten. Daarnaast zorgt vertrouwen voor een stabiele munt en lagere rentes op internationale kapitaalmarkten, waardoor lenen goedkoper wordt.

5. Welzijnsschade door minder vertrouwen. Afnemend vertrouwen binnen een samenleving tast het welzijn direct aan. Wanneer mensen elkaar of andere landen niet meer vertrouwen, stijgen stress en onzekerheid. Dit leidt tot sociale spanningen, polarisatie en minder samenwerking. In een wantrouwige omgeving worden onderlinge hulp, vrijwilligerswerk en gedeelde voorzieningen ondermijnd. Mensen trekken zich terug in eigen kring, wat eenzaamheid en sociale isolatie vergroot.

Kortom: de kwetsbaarheid van populisten zit hem in schade op de lange termijn.

Maar het is een taaie zaak
Grootste probleem is dat ze hun macht bestendigen door het rechtssysteem en de media in te zetten voor behoud van de macht. Bovendien gaat economische neergang (of minder welvaartsgroei hebben dan andere landen) en afnemend welzijn traag en wordt het daardoor niet altijd zo gevoeld. 

Reken dus niet op vanzelfsprekend verval van populistische partijen. Tenslotte blijven de populisten proberen altijd te wijzen naar anderen als de boosdoeners.


donderdag 9 april 2026

Huurders door de patatsnijder of bewonersparticipatie 2.0


Het Trendbeeld Woningcorporaties van SVWN (stichting Visitatie Woningcorporaties Nederland) ging dit jaar over bewonersparticipatie 2.0. Ik fietste naar Kanaleneiland waar het trendbeeld besproken werd. Hoewel de groep niet groot was, waren behoorlijk wat huurders van huurdersorganisaties en de Woonbond aanwezig. Daar bleek de grote betrokkenheid van huurders en de waarde voor hen om mee te kunnen doen en de behoefte om mee te kunnen beslissen.

Bewonersreis
Mooi voorbeeld van waardevolle participatie was de ‘bewonersreis’. Bij grote projecten rondom renovatie en leefbaarheid gebruikt De Goede Woning uit Zoetermeer de bewonersreis in 56 stappen. Per fase is inzichtelijk wat de stap betekent voor bewoners en bewoners worden betrokken in het ontwerp waardoor bewoners bij uitstek hun eigen ervaringen en wensen in kunnen brengen. Je ziet dan dat een woningcorporatie die de huurders serieus neemt ook een sneller een huurdersvereniging krijgt die een waardevolle partner is.

Tough love en de huurdersbelangenorganisatie
Ook een mooi voorbeeld, vooral heel dapper, leverden Paul Kouijzer bestuurder van TBV Wonen uit Tilburg en Erik Baak, de voorzitter van de huurdersbelangenorganisatie. In Tilburg waren de verhoudingen tussen woningcorporatie en huurdersorganisatie nogal verstoord. Niet altijd is de huurdersvereniging een goed functionerende partner. De woningcorporatie vond dat ze de huurdersvereniging echt serieus moest nemen en dat betekende dat er ook aan de vereniging eisen gesteld moesten worden: niet alleen de woningcorporatie, ook de huurdersvereniging moest zich houden aan de samenwerkingsovereenkomst. Ze stelde eisen aan de verantwoording van de gelden en de adviezen, een soort Though Love. Het leidde verrassend genoeg tot grote verbetering: de governance werd op orde gebracht, er werd serieus en heel uitgebreid gezocht naar goede bestuursleden en de huurdersorganisatie werd op orde gebracht. Niet minder kritisch, wel in staat tot goede samenwerking en verantwoord bestuur. 

Verrassend voor mij: er was ook vastgelegd dat er een maximale zittingsduur kwam voor bestuursleden van de huurdersbelangenorganisatie! Maar al te vaak maak ik mee dat mensen met enorme inzet er heel lang blijven zitten, waardoor de drempel voor nieuwe bestuursleden hoger wordt. Nieuwe mensen twijfelen: die man die er al zo lang zit weet al zoveel, die doet het altijd op zijn manier, is het niet een stoffige bedoening, zo’n bestuur?

Diverse middelen gebruiken
Evert Bartlema, van de RvC van Bo-Ex gaf aan hoeveel mogelijkheden er zijn om formeel en informeel te participeren. Het hoeft niet alleen via het bestuur van een huurdersorganisatie. Denk ook aan themawerkgroepen met tijdelijke inzet rond een probleem, aan wijkschouwen, aan eigen (digitale) onderzoeken door de huurdersorganisatie of samenwerking met de huurdersorganisatie bij het onderzoek door de woningcorporatie, aan gerichte klankbordgroepen en themadiscussies. Binnen de huidige structuur is veel meer mogelijk dan je denkt en daarbij kan je dan veel beter aansluiten op de wens van bewoners om op hun manier een bijdrage te leveren.

Disempowerment
Toch zat mij iets dwars. De huurdersparticipatie werd gezien als emancipatie. Dat gaat voorbij aan de geschiedenis van de woningbouwverenigingen. Heel veel woningcorporaties zijn gestart als een vereniging waarin de huurders het echt voor het zeggen hadden, zelf konden beslissen en zelf leerden verantwoordelijkheid te nemen en soms ook te kiezen tussen kwaden. Die directe macht van huurders is verdwenen, het zijn stichtingen geworden. Bij huurders zie ik dan ook geen emancipatie, eerder een de-emancipatie: ze zijn vertrokken uit de cockpit. Een soort 'ontmachtiging', in plaats van empowerment - wat we nu proberen te verbeteren- was er een proces van disempowerment. Ja, de woningcorporaties werden veel professioneler. Waarschijnlijk kon het ook niet meer in de huidige grootte, met de huidige regels. Maar wat kunnen huurders nu zelf nog beslissen? 

Daar is best wat te winnen. Misschien willen ze het recht om een directeur-bestuurder weg te sturen na 4 jaar van disfunctioneren? En kijk naar de organisatiekracht van de bewoners: Corporaties zouden bewoners -daar waar organisatiekracht is- de mogelijkheid kunnen bieden zelf kleine reparaties uit te voeren in de collectieve ruimten en de besparing die dat oplevert stoppen in een buurtpot. Er zijn ook al wooncomplexen waar dat mogelijk is. Dat zijn verdergaande voorbeelden van participatie. Die vergroten de sociale samenhang en de leefbaarheid.

De participatie als patatsnijder
Nog iets zat mij dwars. Ik zie participatie vaak als een patatsnijder. Het idee is dat burgers participeren, maar dan worden ze eerst door de patatsnijder gehaald. Je bent daarna uiteengevallen in partjes: de huurder, de stemmer, de buurtbewoner, de mantelzorger, de oudere, de gehandicapte, de ouder van kinderen, … zo zijn er veel verschillende patatjes die uit een aardappel gehaald worden. Dat bleek ook hier weer. In het trendbeeld heette dat “het beperkt perspectief van bewoners”: opgemerkt werd in het trendbeeld ‘de bredere corporatiebelangen blijven uit beeld’. De participatie gaat over de huurder die participeert met de woningcorporatie. Maar hoe zit het dan met de participatie van de corporatie met de huurders? De ‘corporatieparticipatie’, waarbij het nadeel is dat de corporatie juist een beperkt perspectief heeft en de brede bewonersbelangen uit beeld blijven.

Ook daar zijn mooie voorbeelden van!

Denk aan Ruwaard,een wijk bij Oss. Als iemand een vraag of probleem heeft, volgt een gesprek thuis waarin alles in samenhang wordt besproken. daarbij gaat het niet alleen over zorg, maar ook over bijvoorbeeld wonen en schulden. Een burenruzie of ernstige overlast kan leiden tot een vraag aan een corporatie om in te grijpen, maar kan ook aanleiding zijn te kijken wat er achter die ruzie zit. Dan komt de vraag op wie wat kan doen: is het iets voor de zorg? de schuldhulpverlening? de woningcorporatie? Veel efficienter èn effectiever. Wat hier gebeurt is dat de bewoner niet door de patatsnijder gehaald wordt, maar gekeken wordt hoe diverse organisaties kunnen aansluiten bij de bewoners en hun perspectief kunnen verbreden. Woningcorporatie Brabant Wonen is betrokken.

Denk aan de Smederijen van Hoogeveen. De Smederijen van Hoogeveen zijn geen fysieke smidse-werkplaatsen, maar een uniek samenwerkingsverband tussen inwoners, de gemeente en maatschappelijke organisaties om de leefbaarheid in wijken en dorpen te vergroten. Ze fungeren als de "oren en ogen" van de buurt, waarbij bewoners zelf het voortouw nemen bij lokale projecten en verbeteringen. Ook hier worden de bewoners niet eerst door de patatsnijder gehaald. Woningcorporaties Domesta Actium en Woonconcept zijn betrokken.

Ken de bewoners, hun krachten en hun zwakten 
Hoe participeren de corporaties eigenlijk in het leven en wonen van bewoners? Als je daar naar kijkt zie je dat de ene corporatie daar veel beter in slaagt dan de ander, vaak zijn kleinere corporaties daar veel beter in omdat de ze bewoners en hun krachten en zwakten echt kennen. Ik zag dat bij woningcorporatie Berg en Terblijt (nu niet meer zelfstandig) die nadacht hoe bewoners te overtuigen in te stemmen met verduurzaming van daken van de woningen. De huurdersvertegenwoordiging bracht in dat hulp bij het leegruimen van de zolder heel goed zou aansluiten bij de twijfel van huurders om mee te doen. Dat deed de woningstichting. Ineens nam de bereidheid mee te doen aan verduurzaming van de daken toe! Ik zag bij Woningstichting Heteren hoe de huurders een eigen taak op zich namen: de corporatie neemt geen activiteiten van huurders over, maar stelt hen in staat om activiteiten te ontwikkelen. Bijvoorbeeld na ergernis van huurders over verwaarloosde tuinen waarbij de bewoners dit zelf oppakten in samenwerking met de huurdersvereniging en de gemeente.

Zo is er nog altijd veel te winnen van goede voorbeelden uit de sector.

dinsdag 31 maart 2026

Grip op AI voor gemeenteraden

Onlangs mocht ik een bijeenkomst bij BMC  bezoeken over ‘Grip op AI voor rekenkamers’. Ik vond het lastig, want het gebruik van AI is zich nog aan het ontwikkelen. Inmiddels merkt vrijwel iedereen hoe handig het is. Maar er dringt ook door dat er nadelen verbonden zijn. AI blijkt te hallucineren, citaten te verzinnen. Ik las laatst dat een docent altijd zijn leerlingen vroeg om creatieve oplossing voor een probleem te vinden. Daar kwam vroeger heel veel uit. Met AI blijkt daar weinig uit te komen: heel veel leerlingen komen met precies de zelfde AI-oplossing. En we hebben inmiddels ervaring met algoritmen die vooroordelen hebben, hoe zorg je dat je er achter blijft komen dat vooroordelen een rol spelen?

BMC benoemde Kennis over AI als eerste succesfactor. Het bureau had onderzoek gedaan en de deelnemende gemeenten die veel technische kennis en capaciteit in huis hebben, zijn gemakkelijker in staat om zelf AI-projecten op te zetten. Het verhogen van bewustwording en geletterdheid op het gebied van AI en algoritmen kan bijdragen aan een verantwoorde inzet

Uiteindelijk kwamen bij mij vooral vragen op. Hoe gaan raadsleden er mee om? Moet je een programmeur worden om je controlerende taak uit te voeren? Zeker niet! Juist niet! Ondanks de succesfactor die BMC aangeeft dat technische kennis veel helpt. We hebben niet voor niets lekenbestuur en de kaders worden niet door experts gemaakt. Gebruik de inhoudelijke hulp, maar blijf zelf aan het roer. Hier zijn drie vuistregels voor de bezorgde volksvertegenwoordiger.

1. AI is een middel, geen doel op zich. Waar is het gebruik van AI een oplossing voor? Voor standaardtaken zoals controleren of een aanvraag correct en compleet is? Dat kan heel handig zijn. Ook als raadslid heb je er veel aan. Gebruik AI om de bergen informatie die op je afkomen als raadslid te filteren, maar blijf zelf degene die de politieke weging maakt: dat is je hoofdtaak.

2. Wees alert op de 'Black Box' en Bias. We zagen dat AI best veel standaard voorbereiding kan doen. Maar tot waar gaat dat? Om van het begin tot het eind een aanvraag te behandelen en goed of af te keuren? Dat gaat te ver. Als de algoritmen vooroordelen bevatten, neemt de computer die klakkeloos over. Dit kan leiden tot onbedoelde discriminatie, bijvoorbeeld bij de controle op fraude of het toekennen van subsidies.

3. Omarm de kansen. Heel veel maatwerk verdwijnt uit het zicht door standaardtaken. AI zou juist kunnen helpen om meer tijd vrij te maken waar het er toe doet. Als raadslid bijvoorbeeld om contact met mensen te houden. Minder bureaucreatie en snellere reactietijden betekenen meer tijd voor wat er écht toe doet: contact met de inwoners. Maar blijf kritisch: de vraag blijft of AI niet juist de afstand tussen burger en overheid vergroot door processen verder te dehumaniseren. Kijk hoe AI de publieke waarden ondersteunt in plaats van ondergraaft.

Kaders voor AI?
Hoe moet je nu als rekenkamer naar AI kijken? Dat vond ik voor zo'n zich nog steeds snel ontwikkelende techniek lastig. Misschien is de eerste stap om te kijken of de gemeenteraad gesproken heeft over de kaders voor Artificial Intelligence.

  • De greep die het bestuur er op heeft met helderheid waar welke verantwoordelijkheid ligt. Is dat duidelijk?
  • Zijn de risico’s in beeld en is bekend welke toepassingen er zijn en welke risico’s die hebben?
  • Zijn de ambtenaren getraind om de juiste vragen te stellen en herkennen ze de zwaktes van AI (hallucineren, vooroordelen)?
  • En is er een veilige omgeving om over het gebruik en mogelijke gevaren te praten?
  • Is bekend hoe leveranciers AI gebruiken en zit je vast aan één leverancier als je een AI toepassing kiest? 
  • En natuurlijk: de samenleving. Worden inwoners geïnformeerd over AI en worden ze betrokken? Is het gebruik transparant en kan je in beroep gaan?

Ik maakte een test voor deze vragen: hier

Bedenk wel: De test kan een eerste stap zijn, maar de echte uitdaging zit in de handhaving van die kaders wanneer de techniek de regelgeving inhaalt. Als Rekenkamer dat onderzoeken lijkt mij nog een flinke stap extra. Daar ben ik nog niet uit.


P.S. Misschien tevens een vraag: als gemeenten de test gebruiken, kunnen de uitkomsten dan gedeeld worden met mij? Dan kan er een overzicht ontstaan van de verschillende gemeenten!

donderdag 26 maart 2026

Fusie GroenLinks PvdA tot Progressief Nederland, en nu?

De fusie van GroenLinks en PvdA is rond, er is een nieuwe naam en de partij is bij de gemeenteraadsverkiezingen vaker de grootste geworden dan vier jaar geleden. En nu? Wat te doen, nu de fusie geen aanleiding is voor groei? Die naam gaat dat niet brengen. En aangezien de term uit het bedrijfsleven komt, wat zouden bedrijven doen bij zo’n fusie? De fusie heeft al plaatsgevonden, dus de lessen van gemankeerde fusies (begin met het Waarom) slaan we over

 De les uit de recente ontwikkelingen, bedrijfsleven en het verleden is dat schaalvergroting door fusie geen garantie is voor succes. Uiteindelijk zal de nieuwe partij meer kiezers moeten aanspreken èn moeten beseffen waarom de tijd van grote partijen voorbij is. Je merk moet meer fans krijgen. Wat zou de partij dan kunnen doen?

Ik hoor veel over "echt links" en zo. Mij zegt dat eigenlijk weinig. Ik zie juist dat partijen een authentiek en eigen profiel moeten hebben. "We zijn links" brengt niet per se stemmen op, "progressief" overigens ook niet. 

De naam Progressief Nederland is pas wervend als duidelijk is waarom mensen zich graag verbinden aan Progressief Nederland!

Waarom gaan mensen zich verbinden?
Hier zijn 8 lessen van het bedrijfsleven waar elke middenpartij wat aan kan hebben:

1. Besef dat de tijden van de grote dominante partijen voorbij zijn. De “grootste partij” in het parlement is kleiner dan ooit. De strategie is dan ook niet om deze realiteit te bestrijden met een poging tot het creëren van een nieuwe "grote" partij, maar om als middelgrote partij een zo groot mogelijk, herkenbaar en betrouwbaar eigen blok te vormen binnen dat gefragmenteerde landschap.
(Bedrijven zouden zeggen: Schaal wordt minder belangrijk dan merkhelderheid en klantloyaliteit)

2. Zorg dat je als partij gezien wordt als de echte eigenaar van dat thema: de issue-owner. Zoals de VVD dat altijd probeert met de auto, de PVV met asiel en anti-buitenlanders, FvD ook met asiel en behoud van “blank Nederland”. GroenLinks had dat alleen rond milieu. D66 won dan niet per se op inhoud, maar op presentatie. In een gefragmenteerde markt helpt een positieve, daadkrachtige en sympathieke uitstraling. D66 is een conjunctuurgevoelige partij met een enorm beweeglijke kiezersgroep: van Himmelhoch jauchzend, zum Tode betrübt. CDA kwam terug met redelijkheid en gematigdheid. Maar let op: ook het CDA haalt niet meer de aantallen uit de jaren 80.
(Bedrijven zouden zeggen: waar zit onze USP (unique selling proposition) en waar zijn we echt dominant?)

3. Wil je veel stemmen halen, dan moet je ook aansprekend zijn bij de middengroepen. Ook de middengroepen zoeken naar zekerheid rond de verzorgingsstaat die vooral PvdA en CDA opbouwden. De middengroepen hebben net als de onderlaag van de samenleving behoefte aan gelijkwaardigheid, zeggenschap en kansengelijkheid.
(Bedrijven zouden zeggen: we willen geen nicheplayer zijn, middengroepen zijn onze core-business.)

4. Ga niet alleen voor geld. Dan ontstaat er concurrentie die je niet per se wint. Misschien biedt de VVD de middengroepen meer, misschien biedt de SP de mensen aan de onderkant meer. Ga voor de greep op het eigen leven, omgeving, werk en gezondheid! Dat past bij de vaak emancipatoire kant die de PvdA bracht en past meer bij deze tijd waarin na jaren van liberaal beleid de onzekerheid toegenomen is.
(Bedrijven zouden zeggen: wat is de beleving bij ons product?)

5. Laat je niet alleen leiden door de thema’s die anderen aandragen, zorg dat je met voelsprieten in de samenleving op tijd nieuwe thema’s agendeert. Kiezers willen hun angsten en zorgen terugzien, maar ook binnen een vertaling die hen aanspreekt en verbind met een partij. Dat kan leiden tot nieuwe thema's en tot nieuwe manieren van politiek bedrijven.
(Bedrijven zouden zeggen dat productinnovatie nodig is om te overleven)

6. Haal meer uit samenwerking. Dat er geen grote partijen zijn, wil niet zeggen dat er geen goede samenwerkingscombinaties te vormen zijn. Afspraken rond onderhandelingen kunnen helpen om de invloed uit te breiden.
(Bedrijven zouden maar al te graag marktafspraken maken, maar dat mag niet).

7. Blijf ook bedrijfsmatig naar efficientie kijken. Wat kun je als middenpartij beter doen dan twee wat kleinere partijen? Denk aan steun aan lokale bestuurders en raadsleden, denk aan mobiliseren van mensen voor actie buiten het parlement en kijk naar betere communicatie met je leden en je kiezers via je eigen communicatielijnen. Wat is je online strategie nu je daar per lid veel goedkoper aan kan werken?
(Bedrijven zouden zeggen, waar zit onze efficiencywinst waardoor we beter en/of goedkoper zijn?)

8. Blijf bij het idealisme. Een partij die gaat voor de macht maar zonder concrete idealen heeft zijn functie verloren. Progressief klinkt mooi, maar vergeet niet voor het ideaal te blijven gaan, anders ben je inwisselbaar voor welke andere partij dan ook.
(Bedrijven zouden blijven kijken naar hun missie).

Een nieuwe naam is mooi, maar wat gaat de echte aansprekende vernieuwing en de strategie worden?

donderdag 19 maart 2026

Whatever the problem, community is the answer?

Helpen burgerberaden, participatieverordeningen met burgers ontwikkeld, uitdaagrechten, burgerbegrotingen en burgeraudits tegen de golf van steun voor autocratische tendenzen? De angst is steeds dat de democratie afbrokkelt, ik hoor vaak dat het antwoord is: meer democratie. Gaat dat inderdaad helpen? En: moet dat met deze innovatieve methoden?

Whatever the problem, community is the answer!
“Whatever the problem, community is the answer” is de leus van Meg Whaetley die in de kringen van participatiefans nogal rondzingt. Wat het probleem ook is, de gemeenschap is het antwoord! Ik weet dat het rondzingt omdat ik zelf fan ben van participatie, maar van deze uitspraak krijg ik altijd de kriebels. Dat gaat geen dijken vormen tegen de afkalving van de democratie.

Er zijn veel gemeenschappen
Probleem is: De gemeenschap bestaat niet, er zijn heel veel gemeenschappen met steeds minder mensen die de verbinding verzorgen tussen de gemeenschappen. Het is eigenlijk het spiegelbeeld van - en net zo verkeerd als - de mensen die steeds spreken over “het Volk wil dit of dat niet”. Er is niet één gemeenschap met één wil. In een wijk bestaan vele, soms overlappende gemeenschappen: ouderen die de wijk zien veranderen, jonge gezinnen die een leven opbouwen, ondernemers die ruimte willen om te ondernemen, nieuwkomers die hun plek moeten vinden. Wat voor de één de oplossing is, kan voor de ander een probleem zijn. De uitspraak verdoezelt machtsverschillen en tegenstellingen. En kijk naar de ouderen en zie binnen zo’n groep de grote verschillen. De 'gemeenschap als oplossing' kan zo de stem van de luidste of meest georganiseerde groep zijn, ten koste van een stille minderheid of afgehaakte groepen.

Theoretisch opgeleiden oververtegenwoordigd
Theoretisch opgeleiden en mensen met meer sociaaleconomische middelen zijn vaak oververtegenwoordigd bij participatiebijeenkomsten en initiatieven vanuit “de gemeenschap”, terwijl in demonstraties waarin woede tot uiting komt mensen komen die zich niet op een participatieavond vertonen. En dat is nog niet genoeg. Om de representativiteit te toetsen vergeet men vaak dat de groepen waar we deel van uitmaken – zoals familie, vrienden, collega’s, buurtgenoten en gelijkgestemden – richting geven aan wat we belangrijk vinden, hoe we ons gedragen en hoe we onszelf zien. Dan helpt het niet altijd om te zien of er praktisch opgeleiden aan een burgerberaad meedoen om te zien of de groep representatief is.

Framing
Ondertussen hebben sociale media een grotere invloed op meningen en gedachten. Wie door algoritmen steeds criminaliteit van bepaalde groepen langs ziet komen, vertrouwt niet meer op de wetenschapper die zegt dat het anders is. Alle asielzoekers worden op een hoop gegooid met veiligelanders (die inderdaad oververtegenwoordigd zijn in de criminaliteitscijfers). Ook de gedachte dat geen ander land meer asielzoekers opvangt dan Nederland wordt zo vastgezet in de hoofden. Of juist het tegenovergestelde: wie alsmaar vriendelijke asielzoekers ziet denkt dat asielzoekers niet zijn oververtegenwoordigd in de criminaliteitscijfers. En dan hebben we het nog niet eens over bewust verdraaien van feiten door politici die hun aanhang kunnen ophitsen.

Meer dan vroeger is er affectieve polarisatie
Met elkaar in gesprek gaan dan maar? Van dialoog tussen verschillende groepen is al lang geen sprake meer. Misschien wel het meest lastige probleem is wat affectieve polarisatie heet. Affectieve polarisatie is het proces waarbij burgers met tegengestelde politieke of maatschappelijke standpunten elkaar steeds negatiever gaan bejegenen, gekenmerkt door sterke emoties, antipathie en wantrouwen. Het gaat minder om inhoudelijke meningsverschillen en meer om het emotioneel afzetten tegen de 'andere groep' (wij-zij-denken).

Het representatieve Nederlandse systeem stelt zoeken naar consensus centraal. Met name de stemmers op populistische partijen scoren in hun oordeel over andere partijen duidelijk negatiever over de kiezers van andere partijen en dat negatieve oordeel is wederzijds. De groepen die populistisch stemmen zullen dan ook minder gemakkelijk in gesprek gaan met de andere groepen door die wederzijdse polarisatie. Wanneer de negatieve waardering toeneemt zal de bereidheid om compromissen te sluiten afnemen: kiezers zullen er geen begrip voor hebben. Dat zagen we terug bij de populistische houding van de VVD in de hoop om stemmen te winnen van rechtspopulistische partijen. De meeste kiezers steunden uitsluiting van GroenLinks PvdA niet, maar de kiezers van de VVD en rechtser juist wel.

Het bestrijden van emoties met argumenten?
Eigenlijk blijft het idee van meer democratie hangen in de gedachte dat de democratie zo goed is dat alle wantrouwen overwonnen wordt met democratie. Een soort “we leggen het nog een keer uit aan de mensen die voor de sterke leider zijn”. Dat idee ontkent hoe diep de combinatie van wantrouwen in het systeem en geloof in krachtige leiders werkt. Het heeft weinig zin om emoties te bestrijden met argumenten. De korte quote over “de Tsunami van asielzoekers” overwint altijd het doorwrochte betoog over de aantallen, het belang van solidariteit, internationaal recht en menselijkheid. De Tsunami geeft het beeld van een niet tegen te houden golf die alles zal wegspoelen. En dat valt bij specifieke groepen in een vruchtbare bodem!

Grip en doordacht sociaal beleid
Grote groepen burgers hebben weinig gevoel van grip op hun leven en hebben te maken met groeiende onzekerheid, gaf de WRR aan in het rapport Grip. Deze onzekerheid gaat over veel meer dan een laag of onregelmatig inkomen. Ze gaat ook over zorg, wonen en leefomgeving. Een gevoel dat hun persoonlijke controle bedreigd wordt (achteruit gaat) leidt tot meer geloof in sterke leider, meer polarisatie en meer geloof in complotten (omvolking, vaccins). Daar spelen populistische partijen dus perfect op in. Deze mensen zullen ook eerder geneigd zijn tot het aanwijzen van zondebokken. hier 

Zet je alles op een rij dan is er geen reden te denken dat op participatiebijeenkomsten veel kans is op een echte dialoog. Even los van het feit dat het goed is om beter naar elkaar te luisteren om elkaar te begrijpen, in plaats van om een discussie te winnen.

Het beste medicijn is mensen greep geven op het eigen leven rond wonen, werk en inkomen om vervolgens minder onzeker te zijn en ruimte te krijgen om vertrouwen op te bouwen in de overheid en de democratie. Doordacht sociaal beleid dus!

Het vraagt niet een paternalistische overheid die alle onderzekerheid weghaalt. Maar het vraagt wel om sociaal beleid en een democratie die ook gaat over economische democratie (grip op je werk), grip op je gezondheid, veiligheid en bestaanszekerheid. 

Dat is een veel beter medicijn dan burgerberaden, participatieverordeningen, uitdaagrechten, burgerbegrotingen en burgeraudits.



donderdag 12 maart 2026

Gemeenteraad: spreek een zelfevaluatie af

De gemeenteraad, waar we volgende week voor stemmen, is het hoogste democratisch gekozen orgaan van de gemeente. Deze is vergelijkbaar met een algemeen bestuur. Tegelijk heeft de gemeenteraad als toezichthouder ook een soort rol als raad van commissarissen. Natuurlijk zijn er verschillen: het stemmen door alle inwoners, de openbare vergaderingen en de openbaarheid van stukken. Maar het is vreemd dat elke raad van commissarissen en elk bestuur zichzelf evalueert, maar dat er over de zelfevaluatie van gemeenteraden niets te vinden is. Toch zou dat wel goed zijn, met een rapportage aan de inwoners over wat goed gaat, wat beter kan en welke voornemens er zijn om beter te functioneren! 

Zichzelf evalueren
Het is opvallend dat iedere Raad van Commissarissen en elk Algemeen Bestuur zichzelf zal moeten evalueren en daarbij zal kijken naar het functioneren van de leden en de kwaliteit van bestuur. Eens in het jaar is er een gewone zelfevaluatie en het advies is om eens in de drie jaar een zelfevaluatie te doen onder externe begeleiding.

Dat gebeurt niet vanzelfsprekend bij de gemeenteraad. De Quick Scan Bestuurskracht is een tijd in de mode geweest. Nu is er de Quick Scan Lokale Democratie. Deze zorgt voor een evaluatie met de inbreng van inwoners, gemeenteraad, college van B en W en de ambtelijke organisatie. Beide soorten quick scan kijken vooral naar de samenspel tussen de verschillende betrokkenen (raad, organisatie, college, inwoners). Ik zou zo’n Quick scan lokale democratie zeker aanbevelen. Toch is dat precies niet wat ik bedoel.

Hoe kijkt de gemeenteraad naar het eigen functioneren?? Ik hoor dat sommige gemeenteraden wel het eigen functioneren proberen te beoordelen en te bekijken of de hoofdtaken goed uitgevoerd worden: volksvertegenwoordiging, kaderstelling en controle. Over de uitkomsten is alleen weinig te vinden. De aandacht voor de diverse politieke partijen versluiert dat de gemeenteraad een gezamenlijk optredend orgaan is dat als geheel goed of minder goed functioneert. 

Ik kan mij voorstellen dat het functioneren als raad zeker halverwege de raadsperiode goed zou zijn, juist nu er steeds meer raadsfracties zijn doordat er minder grote partijen zijn. Ik wil daar als kiezer ook over horen!

Het kan!
Het kan best en er zijn wel wat vragen te bedenken:

• Wat is de afgelopen twee jaar goed of juist minder goed verlopen en welke lering kunnen we hieruit trekken?
• Hebben we de juiste balans gevonden tussen afstand en betrokkenheid, tussen toezicht en advies of proberen we op de stoel van het college van B&W te zitten?
• Hoe lukt het de gemeenteraad goede kaders te stellen waarbinnen het college ruimte krijgt?
• Hoe sterk is de volksvertegenwoordigende rol in de gemeenteraad ingevuld?
• Is de effectiviteit van het toezicht goed genoeg? Hebben we greep op de resultaten, beschikken we over de juiste informatie, zijn de risico´s goed ingeschat en hebben we deelbelangen goed in beeld gehad?
• Hoe is de balans tussen de verschillende rollen?
• Hebben we onze vergadertijd effectief besteed en goed verdeeld over de belangrijkste onderwerpen? Luisteren we naar elkaar? Hebben we goede debatten met respect voor elkaar?
• Hoe hebben de commissies gefunctioneerd ten opzichte van de totale raad? Hoe functioneerde de griffie als ondersteuner?

En tenslotte:

• Hoe is het individuele functioneren van de raadsleden? (Dit gebeurt vaak wel binnen fracties, maar niet als raad omdat dat erg gevoelig ligt. Toch zou je elkaar best tips kunnen geven)

Spreek een zelfevaluatie halverwege de periode af!

Welke gemeenteraad durft het aan zich op een zelfevaluatie van de raad halverwege de raadsperiode vast te leggen? Neem dat als een van de eerste besluiten! Zet het in een raadsakkoord! 

En mogen we horen wat goed gaat, wat beter kan en welke voornemens er zijn om als raad beter te functioneren? 



zaterdag 14 februari 2026

Samenleving in scheiding


Gisteren bezocht ik de boekpresentatie van “Lang zal ik lekker leven” van Peter Kanne. Hij geeft met feiten aan dat de Nederlander zich steeds meer gedraagt als genotzuchtige individualist. In vergelijking met inwoners van andere landen trekt de Nederlander zich nog meer terug in zijn eigen kleine, genoegzame wereldje. Als we niet bereid zijn uit onze comfortabele cocons te stappen, komen niet alleen onze welvaart en onze mentale en fysieke gezondheid, maar ook onze democratie in gevaar. We zijn geen vitale weerbare samenleving meer. Pfoe! Maar herkenbaar.

We kwamen bij de boekpresentatie te spreken over de kloven in de samenleving en polarisatie. Hoewel de kloof meevalt is de polarisatie er wel degelijk en ernstig. En dan vooral, wat Kanne noemt, de “affectieve” polarisatie: Men verschilt inhoudelijk van mening, maar belangrijker: krijgt daardoor ook sterke negatieve gevoelens over de andere groep. Hoewel Kanne in veel publicaties neergezet werd als moralist en hij dat verwijt ook accepteerde, kijk ik anders tegen zijn pleidooi aan.

Samenleving en scheiding
Om een of andere reden moest ik denken aan Esther Perel, één van de bekendste Amerikaanse relatietherapeuten. Ik zag veel overeenkomsten. Want we kunnen zien dat er niet alleen veel huwelijken stranden, maar ook dat de samenleving in scheiding lijkt te liggen.

Esther Perel zegt over relaties: “Liefdesrelaties waren vroeger sterk gestructureerd. De klassieke relatie speelde zich af rond duidelijke rollen met plichten en lusten, zonder veel ruimte voor individuele interpretaties of exploraties. Ouders, grootouders, echtgenoten en echtgenotes… ieders rol was duidelijk en de wederzijdse verwachtingen ook. Dat ging gepaard met meer zekerheid, maar liet ook minder ruimte voor vrijheid en voor persoonlijke expressie." (hier) Ze ziet het ook in werkrelaties. Vandaag is er meer communicatie nodig om het wegvallen van structuren te compenseren, om duidelijkheid te scheppen qua noden en verwachtingen.

We zien het in de hele samenleving. Er is veel ruimte voor eigen rollen en eigen interpretaties en verwachtingen, dat is juist heel mooi. We hoeven en willen niet terug naar de jaren 50. Maar nu we mondiger kunnen zijn en de ander tegenspreken, zien we dat het gesprek niet meer echt met elkaar gevoerd wordt. We hebben namelijk niet goed geleerd hoe we kritiek op elkaar kunnen hebben en hoe we kritiek op onszelf kunnen accepteren. We hebben het niet goed geleerd omdat we vroeger de ander minder tegenspraken en duidelijkere rollen hadden.

Langzaam proces van verwijdering
We kunnen de individualisering en mondigere opstelling zien als een langzaam proces van verwijdering zoals we dat ook bij scheidingen zien. Ja, er is meer ruimte voor vrijheid en persoonlijke expressie. Individualisering is prachtig voor zelfontplooiing, maar het slaat door als we vergeten dat de mens een sociaal dier is. In veel gevallen leidt die zelfexpressie dan tot verwijdering.

Dan zie je de "Vier Ruiters van de Apocalyps" opduiken. Relatiewetenschapper John Gottman identificeerde vier communicatiestijlen die de aanloop naar een scheiding versnellen.  Vooral op sociale media zie je de vier ruiters galopperen:

Kritiek: Niet de daad aanvallen ("De afwas staat er nog"), maar de persoon ("Jij bent een egoïst").
Minachting: Jezelf moreel superieur voelen. Oogrollen, spot, cynisme. Dit is de grootste voorspeller van een breuk.
Verdediging: Geen verantwoordelijkheid nemen. "Ja, maar jij doet ook nooit wat!"
Stonewalling: Je afsluiten, wegkijken, de kamer uitlopen. De ultieme vorm van langs elkaar heen leven.

Willen we de scheiding in de samenleving voorkomen, dan kunnen we misschien leren van relatietherapeuten? De genotzucht slaat door als we vergeten dat de mens een sociaal dier is.

Wat de relatietherapeut ons leert
Relatietherapeuten (zoals Perel of Gottman) kijken verder dan het gelijk hebben. Zij zien patronen die we kunnen doorbreken. Hier zijn hun belangrijkste lessen voor onze samenleving:

  • Luisteren om te begrijpen, niet om te winnen. Het doel is niet om de ander te overtuigen, maar om de interne logica van hun wereldbeeld te snappen.
  • Valideren is niet hetzelfde als gelijk geven. Begrip tonen voor de ander is niet hetzelfde als de oplossing van de ander accepteren.
  • De "Ik-boodschap" in het publieke debat. Polarisatie drijft op "Jij-bakken": Jij bent een wappie, jij bent een elite. "Ik maak me zorgen over de leefbaarheid in mijn buurt," klinkt heel anders dan "Jullie maken de buurt kapot."
  • Zoek naar de "Gedeelde Vijand" of het "Gezamenlijke Project".  Koppels in crisis vinden elkaar vaak terug wanneer ze samen tegen iets anders vechten (een lekkend dak, een financiële tegenvaller). Misschien moeten we meer kijken naar de gezamenlijke problemen: dubbele vergrijzing en de gevolgen voor de zorg, woningnood, geopolitieke onzekerheid.

En het grappige was: het kwam bij Peter Kanne in het gesprek inderdaad aan de orde: de defensie (gezamenlijke vijand), luisteren naar elkaar, anders op elkaar reageren, samen verantwoordelijkheid nemen voor de zorg en wederzijdse solidariteit. Focussen op dit onderdeel doet het boek tekort, maar toch ...

We liggen in scheiding en moeten gezamenlijk in relatietherapie.Pas dan kunnen we ons weer echt inzetten voor de samenleving

dinsdag 10 februari 2026

Is tirannie gewoon veel strenge regels en streng optreden?

 Nu we van het democratische naar het autoritaire tijdperk lijken te gaan is het goed na te denken over tirannie, autocratie en wat daarvan precies de problemen zijn. Gaat het om de strenge regels? Is er niet bij crises de noodzaak om strenge maatregelen te kunnen nemen, zoals een totale asielstop, of directe stop van gebruik van fossiele brandstoffen die snel uitgevoerd moeten worden? Hoe erg is het dan?

Belangrijk is te bedenken dat het probleem niet is om strenge regels te hebben.

Ooit zijn lepels van lood verboden. De Warenwet van 1919 verbood het verkopen van producten die gevaarlijk zijn voor de gezondheid. Op een verbod was aangedrongen door de Nederlandse Vereniging van Huisvrouwen. Omdat lood extreem giftig is — zeker als het in contact komt met voedsel — werd het gebruik ervan in eet- en drinkgerei vanaf de jaren '20 en '30 stapsgewijs aan banden gelegd. We zien hier een strenge regel, die inmiddels algemeen aanvaard is. Zouden vrijheidsminnende liberalen willen pleiten om de productie en verkoop van loden lepels weer toe te laten? Het is een inperking van de ruimte voor ondernemers om spullen te kunnen maken die mensen willen kopen en waar aan verdiend kan worden. Nee, algemene regels om de gezondheid te beschermen zijn gebruikelijk. Wanneer spreken we dan van tiranniek optreden?

Tirannie als gevolg van té strenge/veel regels (de staat verdrukt)
“De staat onderdrukt de wet is logen”. Dat is de opvatting dat de staat niet neutraal is, maar een instrument is dat de heersende klasse gebruikt om de werkende klasse (het volk) te onderdrukken. Feitelijk komt dit voort uit een gevoel dat de democratie een bepaalde groep bevoordeelt. Dat gevoel kan overigens soms kloppen en dan moet je optreden.

Wanneer is dat echt tirannie? Als alles wordt gereguleerd (van gedachten tot gedrag). Als er geen privésfeer meer is. En: als zware straffen niet proportioneel zijn.

In feite: als regels niet het algemeen belang maar het behoud van de macht van een (kleine) groep of persoon dienen en er geen individuele rechten zijn die afgedwongen kunnen worden. Totalitaire regimes zoals Nazi-Duitsland, Stalinistisch Rusland, of Noord-Korea. Ja, er zijn extreem veel regels, maar belangrijker: ze zijn onrechtvaardig en dienen alleen de heersende ideologie of leider.

Tirannie als gevolg van de afwezigheid van duidelijke regels (willekeur)
In deze tweede vorm zien we de tirannie terug van Trump, maar ook van “failed states” waar corruptie en persoonlijke loyaliteit in plaats van de wet komen. Dit is minstens even gevaarlijk: de tirannie van chaos en arbitraire macht. Machthebbers handelen naar eigen goeddunken, zonder gebonden te zijn aan wetten. Burgers hebben geen bescherming tegen de macht. Bedrijven worden beloond voor loyaliteit aan de heerser. Tirannie is hier niet de keten van vele regels, maar de afwezigheid van het "gelijk voor de wet"-principe. Je kunt het populistisch autoritarisme noemen. De tiran staat boven de wet. 

Het is onbegrijpelijk dat libertairen Trump steunen in deze wetteloosheid. Weinig wetten en regels, maar veel machtsmisbruik!

De Cruciale Schakel: Rechtsstaat vs. Willekeur
Precies vanwege beide vormen van tirannie is het concept van de rechtsstaat uitgevonden:

In een rechtsstaat zijn regels duidelijk, algemeen bekend, prospectief (niet retroactief), stabiel en worden ze gelijkelijk toegepast. En belangrijk voor het temperen van de macht: Ook de machthebbers zijn eraan gebonden. 

Onafhankelijke rechters zijn daarom zo belangrijk (en daarom wensen extreemrechtse partijen vaak de rechters zelf te benoemen).

Het gaat allemaal om misbruik van macht. Door de wet te perverteren: Regels worden zo gemaakt en toegepast dat ze het gereedschap van onderdrukking worden (model 1). Of door de wet te omzeilen of te negeren: Macht wordt uitgeoefend door persoonlijke wil, corruptie en intimidatie, niet door formele regels.

Concentratie van macht
Tirannie gaat uiteindelijk over de concentratie en het misbruik van macht, ten koste van de vrijheid en rechten van individuen. Het echte onderscheid tussen streng maar rechtvaardig bestuur en tirannie is daarom de aan- of afwezigheid van de rechtsstaat, met waarborgen voor individuele rechten, scheiding der machten en gelijke behandeling onder de wet. 

Zowel een overdaad aan onderdrukkende wetten als een gebrek aan eerlijke wetten kan een samenleving tiranniek maken. Dat klinkt wat saaier dan “De staat verdrukt, de wet is logen” of “je mag illegalen niet het land uitzetten”. Maar het is veel fundamenteler: 

Als deze tijd iets werkelijk vraagt, dan is het inperking van macht. Misschien moeten we dat ook in Nederland nu vast beter regelen.



P.S. En een crisis? Het moet dan wel een echte crisis zijn: gaat het wel om een zware noodsituatie waarbij het functioneren van een stelsel (van welke aard dan ook) ernstig verstoord raakt. Of gaat het om gestaag oplopende situaties die zich al lang aankondigden?  hier

zaterdag 31 januari 2026

Oei, de eigen bijdrage voor zorg gaat omhoog!

In de kranten las ik al onrustbarend nieuws over de zorg. Een hogere eigen bijdrage, bezuinigingen op de zorg: dat leek geen goed nieuws. Toen ben ik het akkoord maar eens gaan lezen. Na jaren van niets doen van het PVV kabinet gebeurt er gelukkig wat. Nee, de zorg wordt niet uitgebreid, maar de manier om de kosten te beteugelen is - denk ik - niet zo slecht.

Heel veel money!
De zorg is een groeiende kostenpost en voor ons allemaal heel erg belangrijk. Een kwart van het rijksbudget gaat naar de zorg: 115 miljard (en dan gaat er óók nog een deel via de gemeenten). In 2020 bedroegen de totale uitgaven aan zorg ongeveer € 87,4 miljard. 2020? Dat was toch het coronajaar??? De schrik zou er bij ons goed in moeten zitten. Maar we waren door de PVV lekker gemaakt met halvering van het eigen risico en in slaap gesust. Die rijksbegroting zien we niet. Door de vergrijzing (meer ouderen en ouderen worden ouder) en steeds nieuwe middelen en behandelmethoden groeit het bedrag gestaag. Bijna 30 cent van elke euro aan uitgaven van de overheid gaat naar de zorg. Ter vergelijking: 11 cent naar onderwijs en 5,5 cent naar defensie. 

En bedenk: een groot deel van de zorg wordt niet direct uit de algemene belastingen betaald, maar via de zorgpremies die jij maandelijks aan je verzekeraar overmaakt.

Kortom, hoe belangrijk de zorg ook is, we moeten blijven kijken naar de betaalbaarheid!

Beter systeem eigen risico
Hoe ziet het er uit? Er ging veel aandacht naar de verhoging van het eigen risico. In het akkoord is inderdaad afgesproken het eigen risico per 2027 met €60 te verhogen. Minder aandacht kreeg dat het eigen risico duidelijk beter moet gaan werken om ons te laten nadenken of iets echt nodig is. Het zou namelijk beter zijn als er per behandeling of medicijn maar een deel van je eigen risico zou afgaan. Dan blijft er een moment om je af te vragen: is dit echt nodig? wat doe ik om kosten te voorkomen? Dat worden nu dus drie momenten.

Gaat het dan alleen om sturing via het leggen van kosten bij de patiënt?

Gelukkig niet. 

Efficiëntie
De efficiency krijgt aandacht door eenvoudige zorg in de regio, complexe zorg geconcentreerd te bieden. 'Passende zorg' wordt de norm; alleen zorg die een bewezen meerwaarde heeft voor de patiënt wordt nog vergoed. Het Zorginstituut krijgt een stevigere rol om strenger te toetsen op effectiviteit bij de toelating tot het basispakket. De focus verschuift ook van het aantal behandelingen naar de kwaliteit van leven. In het akkoord is de doelstelling opgenomen om de administratieve druk fors te verlagen, zodat zorgverleners meer tijd hebben voor de patiënt (helaas is dit een terugkerende maatregel die maar niet resultaat brengt).

Preventie
Het kabinet gaat ongezonde keuzes onaantrekkelijker maken, waarbij een deel van de opbrengst wordt geherinvesteerd in gezondheidsbevordering. Er komt gratis schoolfruit in het basisonderwijs en voortgezet onderwijs. De minimale leeftijd voor de aanschaf van nicotinehoudende producten wordt verhoogd naar 21 jaar en er komt strengere handhaving op illegale vapes.

Niet altijd is jeugdzorg het antwoord op problemen
Ook de jeugdzorg wordt kritisch bekeken. Lichte opvoedondersteuning en problemen die voortkomen uit maatschappelijke factoren (zoals scheidingen of schulden) worden voortaan in het sociaal domein of de eigen omgeving opgelost. Dat gaat moeite kosten, maar nu 1 op de 7 jongeren jeugdzorg krijgt, is de balans teveel doorgeslagen. 

Uitvoering
Het probleem zal overigens de uitvoering worden. De zorgkosten zijn onder kabinet-Schoof verder gegroeid. Er zou gesnoeid worden in de bureaucratie met weinig resultaat. Zorgpersoneel moet vaker zelf meebetalen aan bij- en nascholing. Verder werd er bezuinigd op preventieprogramma's en de GGD-ondersteuning om elders gaten te dichten. Wat dat betreft kunnen we het kabinet Schoof niet snel genoeg achter ons laten.

Al met al vind ik de zorg er niet slecht vanaf komen. Ook al blijft ook hier de uitvoering het probleem. Preventie horen we al heel lang, schrappen in de bureaucratie ook. 


P.S. Als het huidige beleid niet wordt aangepast, stijgen de collectieve zorguitgaven naar verwachting naar ongeveer € 130 tot € 133 miljard in 2030. Dat wordt 120 tot 123 miljard. Fors is het dus allemaal wel.

maandag 26 januari 2026

Naar een nieuw narratief?

Een van de lelijkste woorden van de laatste jaren vind ik het “narratief”. Je hoorde het vroeger nooit en sinds een paar jaar duikt het om de haverklap op. Wat moeten we met dat woord als zelfs journalisten gaan pleiten voor een nieuw narratief (hier bijvoorbeeld)?

Een narratief lijkt gewoon een verhaal, maar dat is het niet
Verhalen kennen we natuurlijk. Sprookjes, detectives, vrolijke verhalen of spannende verhalen. Een verhaal is vaak een afgerond geheel (er was eens...). Een narratief is een raamwerk. Het is een manier van kijken naar de werkelijkheid die bepaalt welke feiten we wel zien en welke we negeren. Het narratief is het frame, het denkraam waar mensen beslissingen aan afwegen. Het narratief is marketing en wordt ingezet om anderen te beïnvloeden en te overtuigen.

Narratief is marketing van politiek, helemaal bij Trump
Het is handig in de politiek. Het behalen van resultaten is traag, saai en politiek riskant. Het verkopen van een narratief is snel. Donald Trump is er natuurlijk een meester in. Niet alleen met “Make America great again” om al zijn acties in dit narratief te kunnen plaatsen.  Hij spreekt graag over vrede en brengt de vrede overal, hij heeft zogenaamd al meerdere oorlogen beëindigd en ten onrechte is de Nobelprijs voor de vrede aan hem voorbij gegaan. Resultaten zijn anders: Pakistan en India staan nog steeds op voet van oorlog, Cambodja en Thailand eveneens. Rusland voert nog steeds een vuige oorlog in Oekraïne. Vrede in Gaza? Dat zullen de mensen in Gaza niet herkennen. In Congo is ook geen vrede gekomen. Ondertussen is Trump rijker en rijker geworden, terwijl de armen in de VS armer zijn geworden. Make Trump richer than ever. Maar zolang zijn fans kijken met de bril van het narratief dat Trump Amerika groots maakt zien ze dat de VS er overal toe doet.

Europa kan er ook wat van
Europa staat voor de rechtsstaat en de Verlichting. Weliswaar minder erg dan de VS, maar ook Europa houdt zich niet aan het Vluchtelingenverdrag. Als het er op aankomt is het internationaal recht ook voor Europa niet heilig. Ook Europa komt op voor de eigen economische belangen.

Journalisten trappen er voortdurend in
Het presenteren van een plan wordt in de media vaak behandeld als het behalen van een resultaat. Ik lees ook voortdurend dat journalisten een narratief hanteren over Europa dat hun blik kleurt. Je kunt bijna geen krant open slaan of je leest weer dat Europa defensief zwak is en niet durft op te staan tegen Trump (en zich wel netjes houdt aan het internationaal recht). Als Europa dat doet bij Groenland is de reactie “Ja, maar dat durft Europa niet vol te houden”. En Rutte heeft dan Groenland gered, terwijl het natuurlijk om een ingewikkelde combinatie was van terugslaan, ophef in eigen land. dalende beurskoersen en Rutte die Trump een uitweg biedt.

Het verhaal is ook dat Europa naïef is en gelooft in de uitspraak “when they go low, we go high”, weer zo’n mooi narratief. Kijk eens naar de onderhandelingen met het VK over de Brexit en vraag je af of de EU dat doet.

Resultaten?
Laten we dan maar eens kijken naar de resultaten. Europa gebruikt de succesvolle “generous tit for tat” strategie tegenover Trump. Uit simulaties blijkt dat dit succesvoller is dan gewoon tit for tat (met gelijke munt terugbetalen). Je vergeeft de eerste keer, daarna sla je net zo hard terug (hier) Sinds Trump aan de macht is gekomen heeft de aandelenmarkt in Europa beter gepresteerd dan die in de VS. De dollar heeft aan kracht ingeboet. Het vertrouwen in Europa is gegroeid en dat in de VS is afgenomen. De VS maakt enorme schulden en het begrotingstekort is astronomisch hoog (hier)

De defensie in Europa is hard aan het verbeteren. Europa steunt Oekraïne en Rusland lijkt het in Oekraïne goed te doen, maar zit economisch aan de rand van de afgrond. Rusland heeft al lang begrepen dat een echte aanval op Europa niet kan en zal zich beperken tot goedkope hybride oorlogsvoering (met propaganda, misinformatie, droneaanvallen, incidenten). Natuurlijk is Europa niet zo sterk als de VS, maar was dat ook de behoefte? De VS wil meerdere oorlogen op meerdere continenten tegeljik kunnen voeren.

Nee, Europa is er nog niet. Een Europees leger is veel effectiever en efficiënter, de EU heeft nog geen antwoord op de misinformatie uit Rusland en de VS, het Mercosur-verdrag is nog altijd niet rond. Europa is afhankelijk van Amerikaanse IT. Maar het narratief “wij zijn kwetsbaar, de VS zijn sterk” past niet.  

Een narratief in plaats van resultaten?
Vandaag de dag gebruiken we 'narratief' vooral omdat we beseffen dat perceptie belangrijker is geworden dan feiten. In een wereld van fake news en informatie-overload, is het narratief de bril die gebruikt wordt om te selecteren. Wie het narratief beheerst, bepaalt niet wat de feiten zijn, maar wel wat belangrijk is en wat ze betekenen. Een verhaal vertel je aan je kinderen voor het slapengaan; een narratief gebruik je om een begroting van miljarden te rechtvaardigen of acties van ICE goed te praten. En langzaam verdwijnen vervolgens de feiten uit beeld. 

Toch blijven de feiten èn de resultaten cruciaal.