Met het toenemend populisme zien we dat beslissingen nogal eens gemaakt worden op kosten van de toekomst. Korte termijn (geen dure omschakeling naar schone energie) overheerst over de lange termijn (schone, goedkope energie die de verandering van het klimaat niet versnelt). Korte termijn (de Franse en Amerikaanse schulden laten oplopen om nu andere dingen van te kunnen betalen) overheerst de lange termijn (gematigde schulden zorgt voor gematigde rentelasten). Inmiddels loopt de rente op, stoot de VS meer uit dan ooit en baart de Franse en de Amerikaanse schuldenlast zorgen. Voor de lange termijn is in Nederland het stelsel van sociale zekerheid onhoudbaar. Hoe pak je het dan aan?
Breng
de toekomst in door generatiedebatten te voeren
De lange
termijn heeft nogal eens het onderspit gedolven in democratieën. Een
nogal enthousiast ontvangen boek gaat hier over. Pierre Rosanvallon
ziet in zijn boek La Tyrannie du présent (2026) een mechanisme
waardoor democratieën moeite hebben met langetermijnuitdagingen
zoals klimaatverandering, overheidsschuld en intergenerationele
rechtvaardigheid. Hij legt het uit als een democratisch falen.
Rosanvallons centrale stelling is dat “korte-termijnisme”
(court-termisme) de dominante logica van de hedendaagse politiek is
geworden.
Hij gaat daarin wat ver, maar heeft wel interessante oplossingen voor dit falen. Want hij heeft ook gekeken naar methoden om het te corrigeren, die steeds blijven falen. Hij stelt dat het huidige democratische debat wel spreekt over rechtvaardigheid (wie betaalt wat?) maar alleen de rechtvaardigheid nu en niet de rechtvaardigheid tussen generaties nu en in de toekomst, waardoor de toekomst te weinig belang krijgt in het debat. Daarom pleit hij voor het organiseren van publieke debatten over generaties heen en het instellen van burgerraden met meerdere generaties (conventions citoyennes) als aanvulling op het parlementaire werk. Het werd nogal gunstig besproken, hier in NRC. Ik ben zeker voor experimenten om ook de toekomst of de natuur en de toekomstige generaties meer stem te geven.
Mist
hij niet de kern?
Hoe interessant ook, de vraag is of hij de
kern echt te pakken heeft. Uitzonderingen zijn er namelijk wel in
Nederland. Een mooi voorbeeld is het akkoord van Wassenaar (1982) in
een tijd dat de werkloosheid fors bleef toenemen. Werknemers waren
uiteindelijk bereid loonsverhoging in te leveren om de werkweek
korter te maken, met als doel om banen te verdelen over meer mensen
(en als land concurrerend te blijven). De overheidsbegroting toonde
toen een tekort van 12%. Elk jaar twaalf procent meer uitgeven dan je
binnenkrijgt: dat houd je niet lang vol. Het drong pas echt goed door
na discussies tussen vakbeweging en werkgevers, maar misschien
belangrijker: na het sluiten van het akkoord, voorbereid in de SER
kwamen de felle discussies over de toekomst van het werk,
werkloosheid en internationale concurrentie. Achteraf werd het
akkoord gezien als een groot succes voor Nederland. Kok leerde
hiervan wel dat hij mensen meer moest meenemen en pakte het met de
Wao dus anders aan.
Ja, de ingrepen in de Wao (1991-1993), waarbij inmiddels minister van Financiën Wim Kok moest uitleggen dat de groei van de Wao ondraaglijk werd. De PvdA leden wilden geen ingreep. Om het tij te keren, trok Wim Kok (toen partijleider van de PvdA en minister van Financieren) in augustus en september 1991 langs tal van emotionele en stormachtige bijeenkomsten van lokale PvdA-afdelingen door het hele land. In volle zalen ging hij rechtstreeks de confrontatie aan met boze partijleden en vakbondsactivisten. Zijn boodschap was hard maar helder: de verzorgingsstaat moest worden hervormd om in de toekomst betaalbaar te blijven, en als de partij hem niet steunde, zou hij aftreden als minister van Financiën. Het lukte. Toegegeven: de PvdA verloor daarna in 1994 de verkiezingen, maar klom de verkiezingen (1998) daarna onder Kok daarna terug naar 45 zetels. Over zicht op lange termijn gesproken….
Ons
sociale stelsel gaat onbetaalbaar en onuitvoerbaar worden
Wat
zouden we nu in Nederland moeten doen? Onze overheidsschuld is laag,
ons begrotingstekort ook, we hebben een toekomstvast pensioenstelsel
waar andere landen jaloers op zijn. Zo slecht gaat het niet. Maar er
moet wel iets gebeuren.
De vergrijzing doet de uitgaven aan AOW en zorg snel stijgen, daar moeten we nu iets mee. De overheidsdruk groeit doordat minder werkenden meer uitkeringen moeten bekostigen, er is weinig animo om dit op te lossen met veel migranten. Uitvoeringsinstanties zoals het UWV en de Belastingdienst kampen met personeelstekorten. Wet- en regelgeving is complex, wat zorgt voor fouten en lange wachttijden. Politieke discussies over bezuinigingen op de WW en WIA leiden terecht tot maatschappelijke onrust en stakingen, toch moet er iets gedaan worden. Want we moeten wel een sociaal land blijven. Maar er is een tekort aan werkenden, veel vacatures blijken lastig te vervullen. Dit is structureel. Ons sociale stelsel, dat vooral is gericht op uitkeringen en armoedebestrijding, voldoet dan niet meer. Het moet minder ingewikkeld worden en meer helpen om weer aan het werk te gaan. Anders komen we in de toekomst klem te zitten.
De huidige politici zitten nu klem omdat er heel veel extra geld naar Defensie moet. Er is dus weinig geld om de veranderingen te smoren met geld. De vakbeweging verzet zich terecht tegen pure bezuinigingen. Ik zie de politici nu niet meer het land in gaan om te overtuigen van de noodzaak van verandering (hoewel, ik zie het Vijlbrief wel doen, maar Heinen als verre opvolger van Kok op Financiën niet).
Nu kunnen we een generatie burgerraad organiseren. Zou dat helpen? Zijn dan ingrepen als verhoging de vermogensbelasting bespreekbaar? Hoe doe je dat met de verhoging van Aow-leeftijd? Hoe ga je om met de zorg in de toekomst? (Over zorg zijn ook burgerberaden georganiseerd met mooie uitkomsten) Mijn vraag: worden de keuzen uit burgerberaden overgenomen en geaccepteerd? Hoe verantwoorden de burgerberaden zich? Wie geeft uitleg om de kiezers te overtuigen? Of hebben de mensen vanzelfsprekend vertrouwen in de burgerberaden? Ik geloof dat het teveel beperkt blijft tot een centralistische oplossing.
De
kern: ervaring met moeilijke beslissingen over de toekomst
Misschien
mist er iets heel anders. Ik denk dat we meer ervaring op moeten doen
met kiezen tussen kwaden met het oog op de toekomst. (Ik pleitte daarom eerder voor een
bezuinigingswijzer bij de verkiezingen: hoe ga je je wensen betalen?). We leren niet om voldoende
betekenis toe te kennen aan gevolgen in de toekomst en daar nu wat
voor in te leveren.
We hadden vroeger woningcorporaties waar de leden zelf besloten over de toekomst, over investeringen en over huurverhoging om ook op lange termijn te blijven bestaan. Inmiddels zijn de corporaties grote (professionelere) organisaties waar huurdersvertegenwoordiging alleen wat geformaliseerd adviesrecht hebben. Scholen werden bestuurd door ouders, nu door bestuurprofessionals die heel grote schoolorganisaties besturen. Heel veel eigen ervaring met het maken van moeilijke keuzen tussen twee kwaden doen mensen nu dus minder op.
Daar zit de kern: ervaring opdoen in het maken van moeilijke keuzen, gedwongen worden verantwoordelijkheid te nemen bij keuzen tussen kwaden. In je eigen buurt, rond je eigen (huur)woning kun je leren om verantwoordelijkheid te nemen. Dan verandert de basis en dan verandert de politiek.
Ik ben er van overtuigd dat in gesprekken met de vakbeweging, hun leden en jongeren een weg gevonden kan worden. Leer de mensen dat er geen gratis-bieroplossing is. Bespreek hoe de toekomst er uit moet zien.
Dat gesprek moet je niet ingaan met bezuinigingen, maar je moet wel laten zien dat moeilijke keuzen nodig zijn voor de toekomst, omdat anders in de toekomst wel zwaardere bezuinigingen zullen volgen.