vrijdag 1 februari 2013

It takes a village to raise a child

Pieter Hilhorst en Michiel Zonneveld bepleiten in hun essay om wat normaal is weer de gewoonste zaak van de wereld te maken: ervan uitgaan dat er een heel dorp modig is om een kind op te voeden. In hun mooie stuk 'De gewoonste zaak van de wereld' gaan ze net iets te ver. Daarmee dreigen ze medestanders af te weren.

Enige tijd geleden namen de klachten over lawaai van spelende kinderen in de buurt toe. Op ons internetforum verschenen de eerste berichten “Mag het een decibel minder?”. De Kersentuinkinderen spelen weer lekker veel buiten. Ik ben nog steeds erg blij dat we onze omgeving zo hebben ingericht dat dat goed kan. Wat ik heel wat minder vind is het lawaai dat daar steeds meer bij geproduceerd wordt. De kinderen van met name tussen 8 en 12 schreeuwen, gillen en krijsen heel veel. Voor een deel is dat in het vuur van het spel, wat begrijpelijk is, maar voor een deel lijkt het er ook wel op dat ze heel moeilijk iets kunnen doen zonder er knalhard bij te schreeuwen. (...)

Opvoeding als individuele onderneming ….
De eerste mededeling bracht een stroom berichten op gang, waarbij nogal eens gewezen werd op de mogelijkheid om de kinderen elders te laten spelen. “Er is een groot speelveld in het parkje achter de kersentuin, kunnen de kinderen daar niet lekker spelen en schreeuwen zonder overlast te geven? Misschien kunnen de ouders die dit lezen hun kinderen stimuleren om daar ter spelen.” Verder kwam er het idee op om “dit door iemand te laten begeleiden die er neutraal in staat en vooral ook in staat is om het goed en prettig bespreekbaar te maken. Die ons iets kan aanreiken om afspraken te maken en vormen van communicatie. “ Ik pak er dan twee berichten uit die weergeven wat veel ouders ook zullen denken. Jullie merken: je begint met overlast en al snel ben je gekomen richting wegschuiven en professionele hulpverlening.

Waar het om gaat is dat zelfs in een buurt waarin de bewoners zelf het groen beheren en een buurthuis hebben, het toch erg lastig is om te dealen met overlast van kinderen. En het gaat hier om onschuldige overlast. De opvoeding is immers een individuele onderneming.

...of een gezamenlijke verantwoordelijkheid
Dat idee dat opvoeding een individuele zaak is wordt steeds meer ter discussie gesteld in de 'pedagogische civil society”. Je komt dan al snel op een oud gezegde uit de Nigeriaanse Igbocultuur dat luidt: ‘It takes a village to raise a child.

En zo komen we weer de wereld van de professionals binnen. Ik ben een groot aanhanger van het gebruik van Eigen Kracht. Maar onder ouders is begrip ook niet onomstreden. Veel ouders steunen als reactie op incidenten betere en eerdere signalering en sluitende systemen. De politieke reflex ondervindt grote steun in de samenleving. Een compromis wordt dan snel gevonden: samenwerking tussen ouders en centra voor jeugd en gezin, een ouderraad verplicht stellen etcetera.

Elkaar aanspreken op normen
Gaat die gedachte van een pedagogische civil society helpen? Pieter Hilhorst en Michiel Zonneveld bepleiten in hun essay om wat normaal is weer de gewoonste zaak van de wereld te maken. Ze sommen op wat ze normaal willen laten zijn:
  1. De village die nodig is om kinderen te laten opgroeien bestaat uit medeopvoeders die zich om kinderen bekommeren die zonder ouders op straat lopen of spelen.
  2. De village biedt veilig toezicht als kinderen even ontsnappen aan de blik van de ouders.
  3. De village kan een steun zijn als het tussen ouders niet botert.
  4. In de village helpen gezinnen elkaar bij praktische zaken zoals de opvang van kinderen.
  5. In de village zouden ouders onderling een bron van kennis en kunde zijn.
  6. In de village vindt een gesprek plaats over normen: wat kan wel en wat kan niet. Men spreekt elkaar ook aan op die normen.
  7. In de village lost men problemen vaker onderling op, zonder een beroep te doen op autoriteiten.
  8. In de village wordt, als dat nodig is, alarm geslagen wanneer er sprake is van ontwikkelingen die bedreigend zijn voor jongeren.

En precies hier gaat het mis met de pedagogische civil society. De schrijvers stellen dat we minder snel een beroep op elkaar doen en we schroom hebben om ons met de opvoeding van elkaars kinderen te bemoeien. Terwijl dat de gewoonste zaak van de wereld is. Iedereen mee eens .... of toch niet?

Ze willen een heel andere samenleving. “Het kernbegrip is daarbij nabijheid. We leven in een gefragmenteerde wereld. Of misschien moeten we zeggen we leven in een verknipte wereld. We knippen de wereld op in stukken die weinig met elkaar te maken hebben.” Ze bepleiten een pedagogisch communautarisme en zien dat als gelijk aan de pedagogische civil society. 

Ik zou er zelf in gaan geloven. Vroeger was het niet zo'n verknipte wereld.

Maar ik geloof het toch niet. We hebben immers in de Kersentuin (waar ik woon) die nabijheid gecreëerd. We kennen elkaar en lossen het ook op. En ik maak mij sterk dat voorwaarden nummer 1, 2, 4, 5, 7 en 8 hier echt gelden. 3 en vooral 6 (over de persoonlijke levenssfeer en elkaar aanspreken op normen) sla ik bewust even over.

Geen figuur of ideologie met gezag bij iedereen
Wat we niet hebben is een vanzelfsprekende gezamenlijke religieuze of levensbeschouwelijke grondslag. Dat zouden we ook al lang niet meer willen. Dat is een verschil met vroeger. Scholen, verenigingen, kranten, vakbonden of omroepen: ze hadden allemaal een ideële grondslag en mensen waren vrijwillig actief. Deze bewegingen hadden leiders en die leiders hadden gezag. Deze waren een onderdeel van de samenleving en speelden die belangrijke rol van corrigeren als iemand iets liet verslonzen. Dat was de pedagogische civil society waarin men elkaar ook op waarden aansprak en die komt niet terug.

Gelukkig niet, want als ik wil dat moeder A aangesproken wordt als haar zoon iets uithaalt dat ik niet vind deugen, moet ik ook accepteren dat ik aangesproken wordt als iemand anders mij aanspreekt. Het klinkt mooi als ik daarvoor open sta, maar zo is het nu eenmaal niet. Laatst werd ik in de supermarkt door een vrouw er op gewezen dat ik spuitslagroom kocht, terwijl dat slecht is voor de gezondheid van mijn kinderen.

Hier wreekt zich namelijk de niet-gedeelde religieuze grondslag of levensbeschouwing. We hebben maar enkele gedeelde normen, maar ook bewust enkele waarden, uitmondend in normen, die we niet delen en waarvan we het goed vinden om te accepteren dat we daar in verschillen.

Vroeger was er bij verschil van mening een gezaghebbend figuur die de doorslag kon geven. De dominee, de vakbondsleider, de onderwijzer. Nu is die er niet meer, daarvoor zijn we te goed opgeleid, te mondig, te individualistisch.

En dan zitten we in een buurtje met “ons soort mensen”, bepaald geen gemiddelde van de bevolking. Kindermishandeling komt bovendien eerder voor vaker voor in gezinnen die getroffen worden door armoede en werkloosheid en waarvan de ouders laag zijn opgeleid. Die wonen hier niet, werkloosheid wel, maar de opleiding is prima. Verder zijn kindermishandeling en huiselijk geweld verschijnselen die nogal eens van generatie op generatie worden overgedragen. Wat ik bedoel is dat we geen contact hebben met de groep die aangesproken zou moeten worden. Het begrip van de Village komt uit de VS en dat is op het gebied van preventie van jeugdcriminaliteit, kindermishandeling etcetera nu niet een mooi voorbeeld. 

Neem de kampers die bij ons om de hoek wonen. Daar hebben we geen contact mee en ook geen overeenstemming over normen en waarden. Daar geldt meer een liberale inslag: leven en laten leven zolang je de vrijheid van de ander niet in gevaar brengt.

Kleine stappen om de nieuwe samenleving vorm te geven
Is het concept dan zinloos? Helemaal niet. Het is een mooi ideaal en het is beter dan de "sluitende aanpak" vormgegeven vanuit professionals. Ik blijf liever bij het idee dat de samenleving (zorg, scholen, overheid, buurtbewoners) hun eigen civil society nog moeten gaan vormgeven. Ook Micha de Winter (de munter van het begrip 'Pedagogische civil society') denkt in veel kleinere stapjes. “Het is dan een kwestie van professioneel vakmanschap om ouders, de omgeving en zorgverleners in de eerste lijn in staat te stellen beter met opvoedingsvragen en opvoedingsproblemen om te gaan.”

Ik geloof dus niet in de Village zoals geschetst door Hilhorst en Zonneveld in een holistisch of communitaristisch concept. We moeten accepteren dat de individualisering niet is terug te draaien en dat velen (waaronder ik) dat ook niet wenselijk vinden. In de school zijn daardoor licht andere normen dan thuis. Elkaar daarop aanspreken gebeurt in verschillende sferen, zolang de normen van thuis in huis maar gelden en van school op school. De discussie met de school gaan we niet aan, die normen accepteren we gewoon.

Zoals wel vaker trappen Hilhorst en Zonneveld in de val dat ze menen dat de problemen niet opgelost kunnen worden in de huidige samenleving, maar alleen in een andere (communitaire) samenleving opgelost kunnen worden. Daarmee stoten ze eigenlijk andere mensen af. 

Liberale oplossing versus communitaristische oplossing
Ik geloof wel in het aanspreken van de eigen kracht. Zeker! Maar daar wordt een nieuwe samenleving op gebouwd, niet op het ideaal van het Nigeriaanse dorp waarin we elkaar blijven aanspreken op gezamenlijke normen. Die komen bij ons immers voort uit verschillende waarden.  Er is geen one size citizen meer.  Een 'reasonable pluralism' vangt de samenleving beter. John Rawls noemt dat het zoeken naar een overlappende consensus: een set van principes die het samenleven reguleren. Met basisvrijheden en wederkerigheid. Wie als moslim over straat wil gaan moet ook accepteren dat anderen korte rokjes willen dragen. Dat betekent dus ook dat er zaken zijn waar je elkaar niet op kunt aanspreken, maar waarvan je pluralisme accepteert. 

We worden geen melting pot waarbij alles door elkaar gemengd wordt en versmelt tot gezamenlijke waarden en normen. Het is meer een salad bar: vlakbij onze normen en waarden wonen groepen met iets andere normen en waarden, als salade door elkaar gehusseld, maar niet gemengd. Daartussen geldt eerder de liberale gedachte: de vrijheid van de een moet de vrijheid van de ander niet schaden, daarbinnen spreken mensen elkaar wel aan. En die manier vind ik fijner dan de melting pot uit Amerika, die eerder bestaat uit diverse melting pots, van gated communities tot wijken waar iedereen accepteert dat het voor de buitenstaanders no go areas zijn.

En de kinderen in onze buurt?
Nu moet ik zeggen dat het kwam tot een initiatief dat ik met twee moeders (als werkgroep decibel) nam om met de kinderen en de klagers te praten over de overlast en wat we kunnen doen. Het idee dat de kinderen maar elders moesten spelen kwam in een zo kindvriendelijke buurt wat vreemd over en professionele ondersteuning vragen ging ons te ver. Het initiatief van de werkgroep decibel heeft die zomer goede invloed gehad, maar de problemen blijven terugkomen. 

In een vergadering van vorige week kwam het weer ter sprake. Nu ging het over rotzooi in ons projecthuis (ons buurthuis dat we geheel van eigen geld en in eigen beheer runnen). We kwamen niet veel verder dan een oproep aan ouders om op te letten. Een wat lege oproep want, voor zover ik weet, zijn het niet de kinderen van de ouders die op die vergadering aanwezig zijn. Het zijn kinderen van ouders die nooit op vergaderingen komen. De ouders hebben andere waarden, ook al leven ze met veel plezier in onze gemeenschap. En ik begrijp dat.

Waar het om gaat is dat zelfs in een buurt waarin de bewoners zelf het groen beheren en een buurthuis hebben, het toch erg lastig is om te dealen met overlast van kinderen. En het gaat hier om onschuldige overlast. De opvoeding is immers een individuele onderneming. Dat vindt niet iedereen, maar velen wel. 

Pieter Hilhorst en Michiel Zonneveld De gewoonste zaak van de wereld. Het essay is een publicatie van de Raad voor Maatschappelijke Ontwikkeling (RMO)

3 opmerkingen:

  1. it takes a village to defather, to rob a child, to rob our unalienable natural rights, to destroy normal families, to belittle, ridiculize and frame natural fatherhood. we need childfree hate-villages for fembots and pedo/samesexers now, children, their future and humanity are in the greatest danger ever!

    BeantwoordenVerwijderen
  2. lekker makkelijk om kinderen als probleem weg te zetten, verkokerde vooringenomen harteloze gewetenloze suikerzoete elite parasieten die om nog meer te institutionaliseren hun slachtoffers de schuld geven ..

    een maakbare samenleving bestaat niet, dat is een dwang-maatschappij, fascisme!

    'eigen kracht' c.q. family-group-conferencing was gebaseerd op de maori's, niet op nigeria, en liberaal (neo-sociaal!) is communitaristisch namelijk alsof vrij&bevrijdt voorzien en beschermd door de overheid.

    BeantwoordenVerwijderen
  3. Inderdaad zijn eigenkracht-conferenties niet gebaseerd op Nigeria. Het spreekwoord "It takes a village to raise a child" wel.

    Verder begrijp ik het commentaar ook niet goed, kinderen zijn toch niet in "the greatest danger ever"? Ook liberaal is communitaristisch gaat me wat te snel. Maar leuk dat u reageerde.

    BeantwoordenVerwijderen