woensdag 23 november 2011

Waarom technocraten het land niet kunnen redden

Het is interessant te zien hoe de landen in schuldproblemen zich afwenden van de politiek en kiezen voor technocraten. Er was eerst nog een trend naar democratie rond de Arabische lente (enthousiast begroet door critici in de media). Nu lijkt het vergeten en is er enthousiasme voor technocraten als Mario Monti (en kijk eens wat hij voor goede kritieken krijgt) of een a-politieke regering in Griekenland.

Je kan voorspellen wat er vervolgens mis zal gaan. Technocraten kunnen namelijk hele andere kunstjes dan politici of burgers. Fukuyama heeft zich al eens afgevraagd waarom sommige landen met zwak bestuur goede resultaten kunnen behalen. Dat heeft te maken met de sector waar je naar kijkt. “Er zijn veel ontwikkelingslanden die zeer competente centrale banken hebben en een nationale olie- of luchtvaartmaatschappij redelijk competent kunnen laten draaien, maar die slecht basisonderwijs of een slechte gezondheidszorg op het platte land hebben.” Goed onderwijs lijkt simpeler dan een competente centrale bank of een efficiĆ«nte luchtvaartmaatschappij, maar het verschil zit hem in het toezicht op goede uitvoering. Laat een technocraat controleren of bank goed functioneert en je krijgt een heel duidelijk antwoord. Er is namelijk geen complexe interactie tussen verschillende partijen. De transactionele intensiteit is laag en de activiteiten zijn zeer specifiek. Diverse experts zullen tot hetzelfde oordeel komen.

Daar waar de interactie tussen opdrachtgever, uitvoerder en burgers belangrijker wordt, komen landen met een slechte bestuurlijke traditie in problemen. Ook economen (die het hoogste woord hebben over goed concurrerende landen) staan daar met hun mond vol tanden. De beslissingen die in dergelijke meer ingewikkelde sectoren genomen worden proberen zij te verklaren uit eigenbelang. Maar loyaliteit, wederkerigheid, beroepstrots of de wens om tradities in ere te houden bouwen aan de prestaties van instituties, juist op die moeilijk meetbare gebieden, zijn veel belangrijker. Competente en eerlijke politici, een goed rechtssysteem, maar ook betrokkenheid van burgers bij elkaar en tradities spelen dan een rol.

Griekenland, Italie, Libie en Egypte, om maar eens zeer verschillende landen te noemen, zullen op de diverse gebieden moeten zorgen voor goed bestuur. Dat vraagt technocraten rond de financien, maar goede politici rond de infrastructuur, tradities in onderwijs, onafhankelijke rechters en advocaten met grote beroepseer. Het vraagt ook burgers die alert zijn bij scholen, preventie, criminaliteit.

Gaat het financieel fout, dan roept men om technocraten. Maar technocraten kunnen landen echt niet redden. Gaat het democratisch niet goed, dan vraagt met om eerlijke politici. Maar ook zij kunnen een land niet redden. De werkelijkheid is veel complexer. Overal zullen burgers ook naar hun onderlinge omgang moeten kijken en bouwen aan nieuwe tradities en beroepseer.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen