dinsdag 17 maart 2015

Het probleem van de lage opkomst (2)

Het lijkt een keuze om niet te stemmen. Het maakt niet uit of je door de kat of de hond gebeten wordt? Dan is dat hetzelfde voor de Tweede Kamer of voor de provincie. Bij de provincie zien mensen minder directe keuzen en daar maakt het nog minder uit, dus logischerwijs stemmen nog minder mensen voor de provinciale verkiezingen (55,9% in 2011). Helaas is het wat erger. Als je voor het eerst mag stemmen en je stemt dan niet, dan behoud je die gewoonte.

Het is wat diepgravender bekeken door Mark Franklin. Met de mensen die voor het eerst kunnen stemmen is namelijks iets vreemds. Als mensen de eerste keer dat ze mogen stemmen niet stemmen, is de kans groot dat ze de volgende verkiezing ook niet gaan stemmen. Dat lijkt nog niet zo vreemd. Het zijn blijkbaar mensen die menen dat het niet uitmaakt of je door de kat of de hond gebeten wordt. Logisch dat ze de volgende keer ook niet stemmen??? Nee. Je zou zeggen dat ze per verkiezingen beslissen of ze niet gaan stemmen, maar dat is niet zo rationeel.

Mark Franklin bekeek verschillende verkiezingen in verschillende jaren. De nationale verkiezingen vergeleek hij met de verkiezingen voor het Europese Parlement, nog beruchter om de lage opkomst dan de provincies. En wat bleek? De mensen die 18 waren en voor het eerst voor de nationale verkiezingen mochten stemmen stemmen bij volgende stemmingen vaker dan de mensen die 18 waren en voor het eerst voor het Europees Parlement mogen stemmen. 


In de grafiek vergelijkt hij de opkomstbereidheid gerelateerd aan de leeftijd. Daarbij is er vooral bij jongeren een verschil. De mensen die starten met de nationale verkiezingen (bovenste lijn uit grafiek) blijven daarna vaker stemmen dan de mensen die starten met de Europese verkiezingen (onderste lijn uit de grafiek). De opkomstbereidheid in zijn algemeen verschilt dus naar het soort verkiezingen waarmee de 18-jarige mocht starten. Als de mensen nu niet stemmen voor de statenverkiezingen is de kans groot dat ze ook niet stemmen bij de Tweede Kamerverkiezingen. Ze hebben volgens Franklin een soort traditie gemist om te gaan stemmen (ach, ik stemde de vorige keer ook niet en toen gebeurde er ook niets).

Maak er een feest van de democratie van!
Kortom: als we er nu niet in slagen jongeren te laten stemmen voor de provincie, zullen die daarna ook minder makkelijk te motiveren zijn en daalt de legitimiteit nog verder. Benadruk de stemtraditie, ga samen stemmen, maak er een  feest van de democratie van! Anders betekent het nog meer lege zetels in het parlement.

Zie ook Het probleem van de lage opkomst 1 over lege zetels en de grootste partij

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen