dinsdag 10 mei 2016

Drie regels voor de moderne bestuurder als mede-bestuurder

Er wordt veel geschreven over moderne bestuurders. De moderne bestuurder moet zorgen voor binding, moet kunnen loslaten. De moderne bestuurder moet uitgaan van het werken met mondige mensen. De vraag is of dat nieuw is, vroeger waren bestuurders al succesvoller als ze daar van uit gingen. Ook gezag dat je niet meer automatisch hebt is denk ik niet nieuw. Gezag heb je altijd al moeten verdienen, alleen is het tegenwoordig wat moeilijker en gingen mensen vroeger niet zichtbaar tegen je in. Je moet tegenspraak organiseren, hoor je dan, helemaal mee eens, maar ook dat is niet nieuw. Wat wel? De nieuwe bestuurder is menselijk: kan falen, weet niet alles, is afhankelijk van anderen.

Je weet niet alles
Wat is nieuw aan bestuurders in het openbaar bestuur? Ten eerste dat je moet accepteren dat je niet de eerste bent die iets weet omdat de sociale media ervoor zorgen dat er altijd iemand is die dingen eerder weet dan jij. Geheim houden kan trouwens ook niet meer. Ten tweede dat je minder dan vroeger gaat over de inhoud. Het is misschien lastig voor iemand aan de top, maar het beslissen over de inhoud is steeds minder belangrijk geworden. Het gaat nog wel over richting geven en sturen, maar dan meer meesturen en mede richting geven en het proces goed kunnen vormgeven.

Je beslist niet alleen
Niet alles wordt in de gemeenteraad, de provincie of het rijk besloten, dat kan ook helemaal niet, want andere organisaties hebben eigen beslisruimte. Vroeger had het openbaar bestuur een veel beperktere inhoud, nu gaat het over alles, maar heeft daarover minder zelfstandig te zeggen. Je moet samenwerken op basis van gelijkwaardigheid. Want wie heeft het voor het zeggen in bijvoorbeeld de gemeente? De gemeenteraad? Die kan hoog of laag springen, maar in de regio en in buurten heeft de gemeente nooit de beslissende stem. Denk ook aan woningcorporaties, bedrijven, verzekeraars, zorginstellingen, de plaatselijke bevolking, mkb, zzp'ers: er wordt heel veel besloten en geïnvesteerd zonder dat er een Grand Design is. Onze democratie is eigenlijk een soort verzameling democratieën die zich al dan niet met elkaar verbinden. Het gaat om een associatieve democratie van diverse groepen die zich vrijwillig met elkaar verhouden maar zelf besluiten nemen. In die groepen werken mensen betaald en onbetaald.

Wat je doet gaat samen met respect voor de ander
Wil je dat je door samenwerking verder komt, dan moet je kunnen verbinden. Ook met mensen die zich vrijwillig inzetten voor de publieke zaak. Die samenwerking kan mislukken als mensen geen respect krijgen of niet serieus genomen worden, maar ook als de zeggenschap als het er op aan komt bij de overheid blijft. Vroeger kwamen bestuurders uit maatschappelijke organisaties waar ze dit kenden. Nu zijn veel bestuurders onbekend met deze samenwerking.
In de samenwerking moet je ook meer sturen op doelen dan vastleggen hoe dat doel bereikt wordt. Verbind je met organisaties die daar in mee gaan, trek niet problemen naar je toe alsof je die gaat oplossen.

Je weet dat je fouten maakt
Bestuurders moeten kunnen omgaan met sociale media. Je kunt niet zeggen dat je er niet aan doet, je moet weten hoe het werkt. Het vraagt ook het accepteren van risico, door bevoegdheden en verantwoordelijkheden te delegeren. Dat kan mis gaan. En dan staan er via de sociale media veel mensen met een megafoon te roepen dat het mis gaat. Dat moet je weten. Niets fout doen bestaat niet en zelfs als je iets goed doet, kunnen er massa's zijn die dat fout vinden.
Het komt er op neer dat de nieuwe bestuurder om kan gaan met de nieuwe democratie en de oude democratie. De wrijving die dan kan ontstaan tussen representatieve democratie en participatieve democratie zal de politiek veranderen. Je moet op beide borden kunnen schaken. Eigenlijk is het heel simpel. Je moet verrekt goed om kunnen gaan met mensen. De nieuwe bestuurder is weer een mens.

De drie regels voor de menselijke mede-bestuurder:
  1. Zorg dat je erbij bent waar het gebeurt: niet met je eigen ding bezig zijn, niet bezig zijn met wat subsidiabel is, niet wat de prestatieindicator was waar je op werd afgerekend, maar weten wat de anderen drijft.
  2. Wat je met mensen doet wordt ingegeven door de relatie met de ander. Relatie gestuurd, dichtbij.
  3. Sluit aan in taal, leefwereld, logica. Dus niet bureaucratisch, wat je doet komt in afstemming tot stand, je bent met iemand, je kent diegene.
Dat is misschien wel het lastigste voor de nieuwe bestuurder: bescheidenheid. Vier de successen samen, claim niet het succes.. Niet opscheppen, formeel op je positie staan, hiërarchisch werken en je gelijk claimen. De nieuwe bestuurder is mede-bestuurder.





Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen