woensdag 13 maart 2019

Vertrouwen

Het vertrouwen is in Nederland vergeleken met andere landen hoog, zo bleek onlangs weer uit onderzoek van het CBS. Vertrouwen is belangrijk voor de samenleving: je doet makkelijker zaken met elkaar als je de ander vertrouwt. Het afdwingen van je recht als dat vertrouwen geschaad wordt is dan ook zeer belangrijk voor het floreren van een land. Economieën van dictators doet het op de korte termijn soms goed vanwege de besluitvaardigheid, maar op de lange termijn slecht omdat je je rechten niet kunt afdwingen en daardoor een groep machthebbers steeds minder betrouwbaar wordt. 

Vertrouwen is ook het cement  tussen werkgever en werknemer. Nederlandse werknemers die aangeven hun werkgever te vertrouwen, belonen deze met een grotere toewijding (80%), betrokkenheid (66%), loyaliteit (70%) en de bereidheid om publiekelijk voor het bedrijf op te komen (74%).

Vertrouwen groot in Nederland, maar vertrouwen in de toekomst minder
Het mooie nieuws dat het vertrouwen in Nederland groot is mag echter wel van wat extra kleur voorzien worden. Niet alleen het CBS, ook Edelman doet jaarlijks onderzoek naar vertrouwen. Deze Edelman Trustbarometer bevestigt enkele zaken uit het CBS onderzoek: het vertrouwen is groot in Nederland. Maar de meter voegt er ook nieuwe elementen aan toe en geeft vergelijkingen met de rest van de wereld. Zo blijkt dat het vertrouwen in de toekomst in Nederland niet zo groot is.  Vier op de tien Nederlanders zijn bang om hun baan te verliezen. Nederland is daarmee het op vier na meest pessimistisch gestemde land ter wereld (van de 24 vergeleken landen). Je kunt het ook hebben over West Europa, want met Japan zijn dat de landen (Duitsland, het VK en Frankrijk) in de onderste regionen.

De trustbarometer kijkt ook naar het verschil tussen het geïnformeerde publiek en de mensen die zich er niet zo in verdiept hebben. Eerder bleek al dat die kloof in Nederland groter is dan elders. Ook dit jaar blijft in Nederland de vertrouwenskloof tussen het geïnformeerde publiek (67%) en het brede publiek (54%) significant. Ook blijkt er een groot verschil tussen vertrouwen bij lager opgeleiden en hoger opgeleiden.

Het CBS constateert dat eveneens. In 2018 heeft 43 procent van de mensen met alleen basisonderwijs vertrouwen in de medemens. Dat vertrouwen loopt op tot 84 procent bij de groep met een universitaire opleiding. Hoger opgeleiden hebben doorgaans ook meer vertrouwen in (politieke) instituties dan lager opgeleiden.

Overheid: win vertrouwen van lager opgeleiden
Het zou daarom aanbeveling verdienen als de overheid meer aandacht schenkt aan het vertrouwen (en gebrek aan vertrouwen) van lager opgeleiden. Verdient de overheid wel hun vertrouwen?

Nu moet je voor de grap eens kijken naar de verantwoording van de politiek over resultaten: wat was er beloofd en wat is er van terecht gekomen. Voor zover die documenten er zijn, zijn ze volstrekt gericht op hoger opgeleiden (en geschreven door hoger opgeleiden). Dat is jammer, want eerlijk zijn over wat er niet goed gaan en vertellen wat er wel is gebeurd helpt voor het vertrouwen en de betrokkenheid.

Een andere manier om vertrouwen te winnen is als mensen de controleurs kennen. Kijken we naar de gemeenteraad of Tweede Kamer als toezichthouders, dan blijkt dat daar opnieuw vooral hoger opgeleiden rondlopen. Daar kunnen redenen voor zijn, maar het draagt niet bij aan het vertrouwen van lager opgeleiden. Zo kunnen ze de indruk hebben dat de volksvertegenwoordigers heel goed begrijpen wat het belang is van de aftrek van de hypotheekrente, maar niet wat het belang is van de individuele huursubsidie. Het ene maken de volksvertegenwoordigers zelf mee, het andere halen ze uit stukken en is minder doorleefd.

Een volgende manier om vertrouwen te winnen is het voorleggen van dilemma's en mensen daar over laten meedenken. Ook dit gebeurt niet bij lager opgeleiden, het gesprek gaat meer over uitleggen in Jip en Janneke-taal. Rond het klimaat zijn de dilemma's verschoven naar klimaat-tafels.

Kijken we overigens naar pessimisme over de toekomst en de angst je baan te verliezen, dan krijgt het gebrek aan vertrouwen van lager opgeleiden ook meer kleur: juist zij zijn steeds minder zeker van hun baan.

Beter betrekken bij de verantwoording, betere verbinding tussen politici en stemmers, meer mensen betrekken bij dilemma's en oprechte interesse in hun afweging zou helpen voor het vertrouwen. Ik denk dat het beleid er ook beter van wordt.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten