woensdag 25 januari 2012

Wie omvallen niet accepteert, zal niemand leren fietsen


De RMO heeft dit keer een weinig verrassend advies uitgebracht. Het heet 'Tegenkracht organiseren'. Het gaat over manieren van controleren en sturen die bij de start succesvol zijn, maar langzaam maar zeker leiden tot onbedoelde, perverse, uitkomsten. Het is eigenlijk heel simpel. Elke manier van controleren en bijsturen heeft zijn eigen blinde vlek. Stuur je steeds op dezelfde manier bij, dan gaat die blinde vlek, dat nadeel, steeds belangrijker worden. Ik mis echter pleidooien voor passie en fouten maken.

Als voorbeeld noemt de RMO de CITO-toets. Was bedacht om te kijken hoe de prestatie van de kinderen zich ontwikkelt, maar de toets wordt steeds meer doel op zich. Scholen moeten een hoog gemiddelde halen en kinderen moeten niet goed leren, maar goed scoren op de toets. 

Heel modern wordt aangehaakt bij de financiële crisis, wellicht om sexier te worden. Ik vrees dat de RMO zich daarmee wat overschreeuwt.

Dat neemt niet weg dat er zinvolle reflecties in staan. De RMO maakt ook niet de fout om prestatiemeting tot probleem te verklaren, maar ageert vooral tegen steeds dezelfde manier van meten gebruiken. Het pleidooi is om tegenkracht te organiseren. Wees terughoudend in de koppeling tussen één instrument en financiering.

We geven de sturing steeds vaker uit handen aan een kleine groep experts. Die groep probeert in de gaten te krijgen wat er op de werkvloer gebeurt en moet die informatie versimpelen. Even een eigen voorbeeld. Iemand wil de ontmoetingfunctie in bibliotheken bevorderen. Dan wordt bedacht dat het aantal kopjes koffie dat gedronken wordt bij de bibliotheek een goede maat is om te kijken of de ontmoetingsfunctie van de bibliotheek tot zijn recht komt. Dat gaat even goed. Totdat de uitbater bedenkt dat hij meer koffie verkoopt als de prijs lager is (tweede kopje gratis). De ontmoetingsfunctie is dan niet verbeterd, maar de manier van meten zorgt er wel voor dat op papier de prestatie beter is: meer kopjes koffie geschonken.

De RMO zegt nu dat de maat steeds weer moet veranderen. Dan weer kopjes koffie tellen, dan als daar kritiek op komt bijvoorbeeld het aantal mensen in het bibliotheek-cafe tellen. Als dat weer de verkeerde kant op gaat een enquête houden etcetera. Verder kan je het old boys netwerk dat aanstuurt natuurlijk verversen, die nieuwe mensen kijken dan weer anders. Waar het echter om gaat is dat de ontmoetingsfunctie van de bibliotheek blijkbaar niet belangrijk gevonden wordt door de uitbater. De intrinsieke waarde om in de bibliotheek ook mensen elkaar te laten ontmoeten kan de uitbater te weinig schelen. De mensen die echt hart hebben voor de zaak zijn misschien te lastig, wegbezuinigd of kunnen gewoon niet goed organiseren. Natuurlijk is het goed als die op tijd tegenkrachten ontmoeten. Maar dat ontbreken van de passie miste ik.

Probleem blijft dat van bovenaf bedacht wordt wat er moet komen. Als er een bibliotheek in Haren is die succesvol is met het interesseren van mensen voor lezen door een cafe uit te baten, moet dat plotseling in heel Nederland. We moeten meer accepteren dat het niet overal hetzelfde gaat. Dat het niet om de bibliotheek gaat die succesvol is, maar om mensen die passie hebben en daardoor succesvol zijn. Tegenover die passie moeten inderdaad tegenkrachten komen, niet om van bovenaf te sturen, maar zelf bij te sturen.

Veel fundamenteler is het idee de sturing van bovenaf ter discussie te stellen en meer zelf te sturen. Dat staat vrij voorzichtig in het advies.

Vergelijk het met fietsen. Het is heel lastig om iemand op een fiets te zetten en deze op afstand te zeggen wat hij moet doen om op twee wielen te rijden. Dat kan niet iemand in een regelkamer doen. Op het moment dat deze het signaal geeft om naar links te sturen is de fiets al omgevallen. We moeten accepteren dat we zelf moeten leren fietsen, dat we af en toe omvallen daarvan leren en dat heel kleine ongemerkte ingrepen voorkomen dat we de volgende keer omvallen. En was het probleem van de crisis niet dat die banken niet mochten omvallen?

Dat zie ik in de overheid heel vaak: omvallen is taboe! Misschien mis ik dat wel in het advies: we moeten af en toe omvallen om te leren. Wie nooit omvalt, zal nooit leren fietsen.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen