vrijdag 24 februari 2012

Geen einde aan marktwerking, maar behoefte aan kwaliteit


Om mij heen is het bon ton aan het worden om marktdenken te verketteren. Is het marktdenken inderdaad de vijand om te verslaan? Dat gaat mij veel te ver. Mensen zijn al veel meer gewend aan marktdenken dan ze weten. Griekenland is bijna failliet omdat het marktdenken er irrelevant was. Het geld moet wel verdiend worden! Uitkeringstrekkers moeten werken voor hun geld, voor wat hoort wat. Dat is eigenlijk marktdenken in optima forma. Traditioneel links ziet marktwerking als rechts en is daarom tegen. Het is echter niet een opstand tegen marktwerking, maar een behoefte aan kwaliteit en inleving.

De kritiek op het neoliberale deel ik wel. Er is geen inleving in de ander, er is geen grens aan het verdienen en er is geen zelfbeperking. Het grappige aan de kritiek op het marktdenken is juist dat er geen markt meer aan te pas komt. Er is geen onderhandeling tussen partijen die elk hun voorkeuren hebben. Het onderhandelen is juist veel te veel uitbesteed (aan financiële experts) en het verdienen is aan het oog onttrokken. Een beperkt aantal experts besluit, de rest heeft het nakijken. Of er is helemaal geen markt omdat er te weinig aanbieders zijn (ziekenhuizen, tandartsen). In de onderhandeling spelen verder alleen meetbare zaken en niet vriendelijkheid, inleving en begrip. Dat is omdat experts beslissen zonder andere elementen een rol te laten spelen, inkopers krijgen de opdracht op een beperkt aantal zaken te sturen. Geld is de enige maat geworden.

Tweede kritiek is dat er geen morele grenzen gesteld worden aan wat geproduceerd mag worden. Je kunt bij je keuze niet meer zien of er bij de productie mensen uitgeperst zijn en natuur vernietigd. Terwijl oorspronkelijke liberalen juist de vrijheid beperkt laten worden door de schade aan anderen: je kunt vrij beslissen zolang je niet de vrijheid van anderen beperkt. (lees John Stuart Mill's On liberty). Ook Adam Smith was doordrongen van het belang van moreel toelaatbaar handelen. Bij kritiek op het marktdenken speelt zeker het gebrek aan moraal. Ik heb dat eerder geduid als korting krijgen als je vlees koopt van dieren die bij leven gemarteld mogen worden. Scharrelvlees is duurder omdat er geïnvesteerd moet worden in de leefomstandigheden van dieren. Wil je daar niet in investeren, dan krijg je korting op je vlees! Dat komt omdat de moraal uitgeschakeld wordt. Er is een gebrek aan inleving in anderen: kinderen die in fabrieken werken, bossen die vernietigd worden. Wat de samenleving niet accepteert, speelt geen rol. Marktwerking is hier pas op orde als morele uitwassen onmogelijk worden gemaakt.

Goede marktwerking vraagt ook nogal wat regulering. Gewone verboden lijken ouderwets, maar voor eerlijke concurrentie moet je juist bioindustrie, oneerlijke handel en vernietiging van bossen verbieden. (Het is zelfs klassiek liberaal). Moraal geldt ook bij lage lonen voor MacJobs en belastingheffing naar draagkracht. Immers: individualisme in de zin van rechten voor individuen en marktwerking om aan individuele voorkeuren te voldoen is wat anders dan het Neo-liberale wie niet meekomt heeft dat aan zichzelf te wijten. Dat is eerder conservatief dan marktwerking. Moraal kan heel goed bij marktwerking, maar eerst komt de moraal, dan pas de markt.

Marktdenken gaat over voorkeuren. Iemand heeft graag een mooie broek en een ander verkoopt broeken. Maar wat is mooi en welke prijs heeft iemand over voor kwaliteit en uiterlijk? Dat kan je niet voor iedereen bepalen, dus laat je ondernemers risico lopen en laat je consumenten kiezen. Het gevolg is een gevarieerd aanbod met voor elk wat wils. Dat gaat bij dienstverlening net zo goed op. De een waardeert het praatje bij de zorg, de ander niet. De een wil het liefst een knie-operatiefabriek om zo snel en goed mogelijk geholpen te worden, de ander wil meer menselijkheid en medeleven. (Wil je bij ziekenhuizen op prijs concurreren, zorg dan wel dat er genoeg aanbod is, want schaarste drijft de prijs op). En per ziekte verschilt het uiteraard. Die individuele voorkeuren vindt iedereen heel normaal. Schnabel heeft de verschuiving ooit genoemd “van kwantitatieve individualisering, naar kwalitatieve individualisering”. Vroeger was men meer gehecht aan iedereen hetzelfde recht, was men gericht op regels, nu meer op ieder mens als uniek persoon en gericht op vrijheid van ieder mens.

Wat overblijft is een toegenomen behoefte aan kwaliteit. En kwaliteit is niet altijd meetbaar, soms persoonlijk en gaat vaak gepaard met inleving. Kwaliteit is niet individueel, maar maak je samen. Daar is groei te vinden: niet meer kwantiteit, maar meer kwaliteit.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen