woensdag 8 februari 2012

Kennis en macht


Gisteren woonde ik een diner bij van het Rathenau instituut over evidence based policy met de titel "Kennis is macht". Dat gaat over het idee dat beleid gebaseerd op wetenschap uitgaat van ingrepen waarvan het effect bewezen is. Uiteraard is de werkelijkheid weerbarstig en zijn de wetenschappers verbijsterd over het gemak waarmee politici oplossingen die hen goed uitkomen presenteren als wetenschappelijk bewezen. Vooral het dedain over politici viel mij in het debat op. De politici overschatten soms de rol van wetenschappers (ze moeten maar even een oplossing aandragen) maar wetenschappers ook de rol van politici (ze moeten maar kiezen en dan gebeurt het zoals de politiek besluit). De rol van burgers was onderbelicht.

Even een eigen voorbeeld over evidence based policy dat ik zelf ooit meemaakte. Er is een ongeluk gebeurd op een drukke gevaarlijke kruising. Buurtbewoners zijn het zat en eisen een stoplicht. De wethouder komt op een buurtvergadering en zegt toe dat er een stoplicht komt. Iedereen lijkt tevreden. Ik was dat niet, want een stoplicht geeft soms een vals gevoel van veiligheid. Kinderen rennen de straat op, soms is het snoeien van bosjes beter zodat de automobilisten beter zicht hebben, of een drempel zodat ze moeten afremmen. Een kenner van verkeersbeleid zal kunnen aangeven dat er reden is te twijfelen aan de werking van het stoplicht. Hij moet echter begrijpen dat de politicus een makelaar is tussen diverse oplossingen en het publiek dat ook eigen ideeen heeft. Evidence based policy is niet altijd eenduidig, laat ruimte voor twijfel en houdt weinig rekening met het feit dat politici lang niet altijd vrij kunnen kiezen.

Krijn van Beek gaf aan onze tafel een ander voorbeeld. Bij de reclassering wordt gewerkt met protocollen die gebaseerd zijn op methodieken die 'werken', resultaat hebben. Maar de mensen die in de reclassering werken moeten nu gaan afvinken wat ze hebben gedaan, in plaats van kijken welke methodiek uitgetest kan worden. Dat dient de verantwoording, maar niet de effectiviteit. De protocollen geven geen ruimte om aanpassingen te doen, terwijl de client (de ex-bajesklant) nu eenmaal geen standaard-client is. Waarom is die evidence-based database met protocollen er? Toch niet voor de beleidsmakers om zich te kunnen verantwoorden? De professionals werken toch voor de clienten en niet voor de beleidsmakers. Krijn zag liever evidence based werken ten bate van de professional: hen voorzien van terugkoppeling en reflectie over hun ingrepen zodat ze leren. Direct kwam er discussie over de bewijzen voor methodieken die er wel of niet zouden zijn, dat mensen dan wel goed de methodiek moeten toepassen omdat er anders geen goed bewijs te leveren was. Het leek wel of de professionals moesten werken ten bate van de wetenschap. Verder was er veel ergernis over politici die onderzoek misbruiken en selectief winkelen in publicaties. Ook kwamen er goede tips over het leren van ex-bajesklanten en het bijhouden van recidive en dat kunnen koppelen aan de methodiek en de betreffende reclasseerder om te leren.

Conclusies waren moeilijk te trekken. Van de Donk gaf aan dat er een politieke realiteit, juridische realiteit en wetenschappelijke realiteit was. Accepteer dat. Onderbelicht (in de discussie bij ons aan de tafel en plenair) bleef de rol van burgers. Politici kiezen helemaal niet vrij: ze moeten ermee wegkomen, want burgers accepteren niet alles (geen softe oplossingen voor criminelen bijvoorbeeld, ook al werken die, of juist geen harde ingrepen die het publiek raken, ook al werken die).

Burgers (en politici) worden bovendien gevoed door de media die liefst commentaar laten geven door wetenschappers die bereid zijn flink rellerig uit de slof te schieten of incidenten uit te vergroten. Politici kiezen helemaal niet vrij maar makelen tussen burgers, juridische kaders en wetenschappers, laten burgers soms wennen (aan een faillissement van Griekenland of aan de werkzaamheid van taakstraffen) en als het goed is werken ze aan draagvlak voor een haalbare richting.

(Zie onderstaand oud plaatje van mij over wethouders)

Het blijft fascinerend hoe moeilijk de verbinding is tussen wetenschap en politiek. Maar ondanks alle ergernis, blijft het noodzakelijk. Ik ben immers een aanhanger van de Verlichting. De zinspreuk van de Verlichting is immers 'Sapere aude': durf te weten, verstandig te zijn. Er is al gevoel, emotie, ergernis en woede genoeg. Een beetje nadenken blijft hard nodig.

(De publicatie van Rathenau over evidence based policy)

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen