vrijdag 18 december 2015

Verschil maken tussen buurten bij participatie

De grootste opgave voor de overheid is nog altijd om te kunnen werken met verschillen. je hebt krachtige buurten en buurten waar de mensen nauwelijks in beweging komen. Maar dan heb je ook nog buurten die wel en geen vertrouwen hebben in het beleid van het college. Niet alleen de participatiekracht verschilt, er kan ook nog groot verschil zijn tussen wat de buurt wil en wat de gemeente wil. Dan kom je niet ver als je als gemeente niet de inhoud, maar het participeren voorop stelt en in het collegeakkoord uitspreekt dat je vooral in co-creatie wilt werken en ruimte wilt maken voor initiatieven. Je moet onderscheid maken!

Uitleggen van beleid of vertrouwen winnen
Hoe mooi samenwerken en co-creëren ook is: niet alles wat als initiatief omhoog komt is ook een passend initiatief. Een initiatief om een AZC eens stevig aan te pakken is bijvoorbeeld niet iets dat de gemeente verwelkomt. Dat kan ook gelden voor meer parkeerruimte, het in beheer nemen van groen, een hangplek voor jongeren inrichten of al dan niet bomen opofferen voor ruimte. Het kan goed samengaan met de gemeente, maar het kan ook regelrecht tegen beleid van de gemeente ingaan. Beleid uitleggen dan? Dat helpt alleen als de buurt vertrouwen heeft in de gemeente.

Om daar beter uit te komen moet je echt de buurten in beeld hebben. Ik heb het hier schematisch in beeld gebracht.
vertrouwen en participatiekracht

Tegenspel geven
In de ene buurt A is de participatie-kracht groot, maar is weinig vertrouwen in de gemeente en de politiek. Daar moet de gemeente zich ervan vergewissen dat het krachtige tegenspel ook echt de mening is van de hele buurt. De echte legitieme en representatieve vertegenwoordiger van de gemeente is immers de gemeenteraad. Eerste zet is dan ook een beeld krijgen van de werkelijke representatie. Het heeft weinig zin hier politieke hotshots in te zetten. Niet alleen is het afbreukrisico voor een wethouder of burgemeester groot, er is gewoon weinig vertrouwen dus weinig voortgang. Belangrijk is dat de mensen merken dat de gemeente echt goed luistert en dat duidelijk wordt hoe eensgezind de buurt is. Is er geen ruimte voor tornen aan het gemeentebeleid: wees dan daar vooraf duidelijk in en vraag ook geen representatieve meting daarover. Hier dreigt immers een echt representatie-conflict: de legitimiteit van de gemeenteraad staat ter discussie. Raadsleden moeten zich laten zien en uitleg geven.

Is er ruimte voor invloed op het beleid? Onderzoek naar de meningen kan de buurt misschien zelf organiseren en anders is het belangrijk dat hier onafhankelijke buitenstaanders komen helpen. De meting moet alleen gaan over de ruimte die de buurt wel heeft in het beleid. Beleid zelf ter discussie stellen is vooral frustrerend. Qua participatie past de wijk hier een adviesrol die aan kracht wint als iedereen weet hoe representatief de meningen zijn. De mensen moeten wel echte invloed krijgen om vertrouwen te kunnen winnen. Leg uit waarom en op welke punten de politiek anders dacht dan de buurt en daar aan vast houdt.

Vertrouwen winnen
In de andere buurt B is de participatiekracht klein en is weinig vertrouwen in de gemeente en de politiek. Meestal zal hier minder eensgezindheid zijn dan in buurt A. Hier is het van belang om gezag te winnen. Omdat er weinig vertrouwen is in de politiek is hier de a-politieke rol van de burgemeester belangrijk. De gemeente heeft hier een informerende rol en moet de buurt meenemen in een inspraakrol. De inspraak moet hier niet gebeuren in de bekende zaaltjes, maar eerder bij de mensen thuis of bij verenigingen die wel vertrouwen genieten. Laat verenigingen of scholen vragen om mensen die in een klankbord willen deelnemen. Gebruik de kanalen van partners en niet de gemeentelijke kanalen. Wees duidelijk waar wel en waar geen inspraak op mogelijk is. Vertrouwen moet langzaam gewonnen worden en het is van belang steeds weer te informeren wat je deed met de in de buurt opgehaalde meningen. De inspraakrol past wellicht beter dan de adviesrol.

Meenemen en meedenken
In de volgende buurt C is de participatiekracht gering, maar is wel vertrouwen in de gemeente en de legitimiteit van de politiek. Het probleem is hier minder de inhoud en meer de kracht om mee te denken bij de invulling. Hier past het om te laten zien dat je de mensen echt serieus neemt door de wethouder ook een rol te geven. Een aselecte werkgroep (met mensen die persoonlijk worden aangesproken) zou het best leuk vinden om naar het gemeentehuis te komen en daar met de wethouder in gesprek te gaan. Geef mensen de kans samen met de wethouder uitleg te geven over oplossingen.

Tegendenken organiseren
In de laatste buurt D is veel participatiekracht en er is vertrouwen in de gemeente en de legitimiteit van de politiek. Hier neem je de mensen serieus door hen samen met experts aan het werk te zetten om door te denken over de plannen van de gemeente. Omdat er wederzijds veel vertrouwen is, is het wel nodig om de andere kant te zien. Tegendenken is hier van belang. Omdat de politiek hier gezag heeft kunnen raadsleden en wethouder een rol hebben, maar ook is het belangrijk om buitenstaanders te betrekken die tegen kunnen denken. En is de buurt wel zo eensgezind als het lijkt? Nodig bijvoorbeeld een actiegroep uit om tegen te denken. Dat zal een verrijking in de samenwerking tussen bevolking en gemeente geven.


De belangrijkste boodschap blijft: mensen en buurten zijn te verschillend om uit te gaan van één strategie.     

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen