donderdag 20 oktober 2016

Vrijhandel onder vuur

Handel met andere gemeenschappen is een bijzondere menselijke eigenschap. In het dierenrijk zul je eerder zien dat roedels, families, de kudde zich juist afsluiten van anderen. Anderen worden geweerd uit territoria. Handel brengt vrijheid, inspiratie, leren van anderen. Betekent dat ook dat CETA en TTIP, de handelsverdragen met Canada en de VS dat brengen?

Handel zorgt voor vertrouwen tussen onbekenden en welvaart
Handel zorgt voor groeiend vertrouwen tussen onbekenden. De andere kudde vertrouwt je niet, dus je moet dat vertrouwen winnen. Dat gaat via tussenpersonen (jij kent Piet en Piet kent ons en zegt dat we te vertrouwen zijn). Omdat de handel lastig is als het alleen ruilhandel is, herintroduceerden Nederlanders muntgeld. Dat was in de Middeleeuwen aan het verdwijnen, zoals we wel meer mooie gebruiken van de Romeinen vergaten. Voor Nederlanders was geld heel handig. De Scandinaviers, Schotten en andere volkeren aan de Noordzee ruilden de huiden tegen geld omdat ze er op vertrouwden dat dat geld van de Nederlanders zijn waarde behield. Betrouwbaar gedrag werd beloond.

Handel brengt ook welvaart, daar kan Nederland van getuigen. Je concentreert je op waar je goed in bent en haalt bij de ander waar hij goed in is. Een land met veel bossen kan handelen met een land met veel grasland: de een produceert meer hout, de ander veel melk van grazende koeien.

Handel brengt risico's met zich mee
Handel brengt ook risico's met zich mee. De goedkope producten uit het buitenland hebben invloed op de producten die in je eigen land geproduceerd worden. Je kunt danje eigen industrie beschermen door een importheffing in te stellen. Op elk geimporteerd product moet betaald worden, zodat de producten uit de andere landen duurder worden en de eigen industrie lucht krijgt om werk in het eigen land te behouden. Dat is de reden dat er altijd wat wrijving is tussen mensen die pleiten voor meer handel en mensen die daar tegen pleiten om de eigen markt te beschermen. Daardoor zijn er discussies over importheffingen.

Ingewikkeld is namelijk dat de importheffing vaak wederzijds is. Wij beschermen onze economie en beschermen onze eigen industrie, maar daardoor krijgt onze export minder kansen. Want het andere land waar je handel mee drijft beschermt dan natuurlijk op zijn beurt zijn eigen industrie. Zo vermindert de handel die toch welvaart bracht.

CETA, het handelsverdrag met Canada
Als handel welvaart en groeiend vertrouwen tussen onbekenden brengt, waarom zijn er dan zulke gepassioneerde tegenstanders van het verdrag met Canada? Is het onzekerheid die ontstaat door het verdwijnen van importbeperkingen? Daar is soms wat voor te zeggen. Zo levert de handel met China bij hoog opgeleiden welvaart, maar gaat dat gepaard met onzekerheid juist bij lager opgeleiden. Daarmee heeft de wereldhandel een slechtere naam gekregen, want draagt bij aan de tweedeling. Maar Canada is geen lage lonenland. Wat is er dan aan de hand?

Lagere bescherming
Ieder land maakt eigen afwegingen over standaarden waar producten aan moeten voldoen. Op het moment dat je de standaarden van een ander land accepteert, brengt dat onzekerheid. Zijn de producten uit de andere landen wel veilig genoeg? De vraag is of daar in de onderhandelingen goed naar gekeken is. De onderhandelingen zijn zo belangrijk voor multinationale ondernemingen dat zij veel tijd en geld hebben kunnen steken in de onderhandelingen. Het is de vraag of het midden en kleinbedrijf wel evenzogoed profiteert van het vrijhandelsverdrag. Misschien belangrijker zijn de wensen in ons land en in Europa op het gebied van milieu. In de EU bestaat het voorzorgsprincipe: een chemische stof is verboden, tenzij is bewezen dat deze niet schadelijk is voor mens, dier en milieu. In de VS en in Canada is dit omgekeerd: een stof wordt alleen verboden als wetenschappelijk bewezen is dat deze schadelijk is. Accepteer je de standaarden van Canada, dan ondergraaf je je eigen principe van voorzorg. Typisch iets waar multinationale ondernemingen blij mee zijn: overal in de ontwikkelde landen het zelfde principe van “geaccepteerd tenzij verboden” geeft vrijheid.

Er staat ook in het CETA-verdrag dat er een werkgroep komt die gaat bekijken hoe regelgeving in Canada en Europa verder geharmoniseerd kan worden. Harmonisatie houdt meestal in dat de partij die het minst streng is gelijk krijgt. De strenger gereguleerde industrie kan immers goed uit de voeten met de minder strenge regulering en andersom niet.

Impuls voor groei juist hard nodig
Dit alles wordt besproken in een tijd waarin Europa een periode van lage economische groei tegemoet gaat. Juist handel zou een groei-impuls kunnen geven, maar tegen welke prijs? Verder wordt dit besproken in een tijd waarin landen zich meer terugtrekken op zichzelf en minder vertrouwen hebben in anderen. Handel gaat al minder worden als Engeland uit de EU stapt, dan krijgen we immers te maken met nieuwe importheffingen.

Ik heb altijd gedacht dat de prijs van de onzekerheid betaalbaar was en dat de winsten van zo'n verdrag groter waren dan de verliezen. Het gaat hier om Canada, toch niet een fout land. Maar dat is lastig te toetsen. Zo kan iedereen er voordelen en risico's in zien.

Waar stemmen we eigenlijk mee in? Bij voetbal zien we dat het Nederlands elftal te maken heeft met 16 miljoen trainers. Bij vrijhandelsverdragen gaan we dat nu ook zien. Ik vrees dat CETA het laatste grote internationale verdrag zal zijn




Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen