vrijdag 19 oktober 2012

Democratie als hedendaagse uitdaging

Het blijft lastig om als mensen met elkaar samen te leven. Mensen luisteren soms slecht naar elkaar, raken geëmotioneerd van kritiek en leven zich slecht in in elkaar. Heel vaak krijgt dan degene met de grootste macht, de rijkste, de best georganiseerde het voor het zeggen. Dat geeft rust en daar is behoefte aan. Echte emancipatie en samenleven op basis van gelijkheid en tolerantie ten opzichte van andersdenkenden vraagt meer. Een langdurige oefening in democratisch besluiten, in de samenleving doorgedrongen principes van de Verlichting en stevige onafhankelijke instellingen die de rechten van minder machtigen verdedigen. Dat zal in Libië en Egypte een hele dobber worden. Maar is dat ook niet waar we in Europa voor staan?

Democratie ontstaan in eeuwen
Eeuwenlang zijn mensen er mee bezig geweest om onderlinge agressie in goede banen te leiden en te komen tot orde. Wat nu vergaderen heet was in de middeleeuwen heel wat minder rustig. Maaltijden en drinkgelagen waren gelegenheden om met elkaar te overleggen. Alleen mannen die een wapen mochten dragen waren welkom en de Germaanse dubbele strijdbijl stond mogelijk model voor de vergaderhamer. De opening van de vergadering startte met het gebod om elkaar tijdens de vergadering niet de hersens in te slaan. Leden van families die zich hadden onderscheiden in de strijd domineerden de vergaderingen. In feite moest je het spreekrecht verdienen. Omdat de mannen met macht hadden gezegd wat zij wilden dat er gebeurde wisten de anderen dat zij voorzichtig moesten zijn om iets anders te beweren: zij gingen dan tegen de macht in. Er was een stevige drang om de orde niet te verstoren. Het ging niet om je redelijk op te stellen, maar om de orde niet te verstoren.

Wat opvalt in de geschiedenis rond het nemen van besluiten die de gemeenschap aangaan is dat mensen zich steeds moesten bewijzen om deel te kunnen nemen aan de besluitvorming. Eerst als krijger, daarna als boer, vervolgens in de zeventiende eeuw als burger. Om bij het stadsbestuur te komen en een zetel te kunnen veroveren bij vergaderingen moest men eerst wat minder aantrekkelijke en minder goed betaalde functies hebben vervuld. En burger was je ook niet zomaar: dat was een recht dat je verwierf in je eigen stad. Je kinderen mochten na jouw dood naar het Burgerweeshuis. Verhuisde je naar een andere stad, dan moest je daar burger worden. Uiteraard hielpen geld en succes en je richten naar de mores van de lokale burgerij om die status te verwerven.

Vrijheid, gelijkheid en broederschap
Gelukkig bracht de Franse revolutie in de achttiende eeuw en de revoluties in de negentiende eeuw (1848) ruimte voor het staatsburgerschap. Die revolutie kwam niet zomaar uit de lucht vallen, maar was gevoed door de Verlichting. De Verlichting gaf aanleiding tot modernisering van de samenleving door middel van individualisering, emancipatie, en secularisering. Ook het feminisme heeft veel te danken aan de Verlichting

Maar dat hield nog velen buiten het bestuur: De uitoefening van het kiesrecht werd voorbehouden aan hen die belasting betaalden. Maar de minder machtigen wisten verder macht te verwerven. De socialisten en vakbonden hadden vertakkingen in de kringen van arbeiders. Zij streden voor het algemeen kiesrecht, maar hadden ook weer een disciplinerende invloed op de arbeiders. In coöperaties moesten mensen in eigen kring aanleren om te vergaderen en te besluiten. Mensen leerden verder sparen, met mate alcohol te drinken, ze leerden zich in te spannen en daarvoor beloond te worden. Bij vrijheid hoort nu eenmaal ook verantwoordelijkheid. Die emancipatie leverde een veel steviger basis voor de gewone man of vrouw dan liefdadigheid voor wie het minder had.

Het zijn grote stappen door de geschiedenis, maar steeds zien we dat er mechanismen zijn om mensen zich te laten mengen in vergaderingen (in elk geval zonder de openbare orde en de orde van de machtigen te verstoren). Het is zeer de vraag of dat een vanzelfsprekende groei naar democratie is. Het betekende ook dat de opname in de burgerij in feite heel precies werd bekeken. Daarnaast ontstonden er onkreukbare instuties als de onafhankelijke rechter om mensen die op papier gelijke rechten hadden ook die rechten te geven. Ook dat kan niet van bovenaf opgelegd worden. Maar het was wel nodig voor de groei van de democratie. Vrijheid en gelijkheid moet beschermd worden.

Mensen kregen geen les in vergaderen en besluiten nemen, maar moesten tonen dat ze bereid waren de discipline op te brengen en de moraal te accepteren. Ze konden afkijken hoe anderen met meer succes hun leven inrichtten en daarvan leren.

Het maatschappelijk middenveld, met vakbonden en kerkelijke organisaties leverde een enorme bijdrage aan de democratische vorming en zorgde dat vrijheid gepaard ging met verantwoordelijkheid. Soms beklemmend en meer gericht op verantwoordelijkheid dan op vrijheid, maar toch. De stevige democratie is gebaseerd op het maatschappelijk middenveld dat zorgde voor de vorming. (En met die democratische vorming is het in Nederland wat minder goed gesteld nu het middenveld niets meer voorstelt!)

Van dictatuur naar democratie
Het is dan ook geen wonder dat het in landen die langere tijd een dictatuur hebben gekend lastig is om een goede en eerlijke democratie te vestigen. Neem Egypte. De moslimbroederschap in Egypte biedt veel duidelijker en dichterbij een voorbeeld van hoe je je dient te gedragen dan de algemene van bovenaf bedachte democratie. De Broederschap biedt namelijk maatschappelijk werk en armenzorg, al heel lang.

Maar de Broederschap is geen op emancipatie en democratie gerichte organisatie. Tegelijk met de maatschappelijke inzet organiseert de broederschap de strijd tegen het oprichten van onafhankelijke vakbonden en heeft de Broederschap belangen in het bedrijfsleven. De Egyptische minister van Arbeid, een prominent lid van de Broederschap en een voormalige ETUF-afgevaardigde, heeft een wetsvoorstel ingediend om het onmogelijk te maken dat werknemers lid zijn van meer dan één vakbond. Als de wet wordt aangenomen, betekent dat het einde van de meeste onafhankelijke vakbonden die nu naast de grote ETUF-bonden bestaan.De Broederschap zal mensen niet leren zelf verantwoordelijkheid te nemen.

Het gaat dus veel subtieler dan in Iran. Het lukte in Iran de intellectuelen niet om het gewone volk te bereiken. Ayatollah Khomeini kon dat wel. Van hem wordt gezegd dat hij met zijn eenvoudige taalgebruik en levensstijl mensen tot in de afgelegen gebieden van Iran kon bereiken. Maar dat is een grove versimpeling: hij bouwde ook op een organisatie die tot in de haarvaten betrokken was bij de mensen. Toen de elite tevergeefs het de arbeiders aan haar kant probeerde te krijgen, had Khomeini genoeg aan slechts één zin om (land)arbeiders en hun gezinnen de straat op te sturen tegen de Sjah. Vervolgens greep de Islamitische geestelijkheid de macht. De armen hadden helemaal geen baat bij een redelijke en open opstelling.

Hoe gaat dat in Libië? Dat is een land dat altijd bestond uit clans. Die clanstructuur is afgebroken door Khaddafi. De strijd tegen Khaddafi was tevens een opbouw van nieuwe organisaties. Nog steeds zijn er op veel plaatsen gewapende milities en bendes die in een stad, streek of stam de lakens uitdelen. Zal het daar makkelijker zijn om mensen de kans te bieden zelf verantwoordelijkheid te nemen?

Democratie aanzetten met de afstandbediening
Van een afstand is dat opbouwen van democratie moeilijk aan te sturen. Nederland kan natuurlijk aandringen op onafhankelijke rechtspraak en vrije vakbonden, maar het gaat allemaal bovenover, van bestuurselite naar bestuurselite.

Zelfs in Europa is dat ijveren voor en bouwen aan democratie lastig. Ik denk dat voor de Maffia die het bestuur in Zuid-Italië hetzelfde geldt als voor de Moslimbroeders in Egypte. De Maffia heeft een stevige basis: daar kun je nog aan een baantje komen als je de maffia accepteert. Zou dat in Griekenland anders gaan? De Gouden Dageraad is daar ook niet voor niets opgekomen: die heeft een soort rechtse “wij slaan ze de wijk wel uit”-houding. Ze zijn direct herkenbaar in de wijk en lijken direct rust te bieden. Veel mensen zijn van de andere partijen gewend dat ze cadeautjes uitdelen. Spanje is er veel beter aan toe en is ook meer Europees dan Griekenland. Daar was het de vastgoedbubble. Maar ook daar blijkt het moeilijk voor de armen om de verantwoordelijkheid te krijgen voor bezuinigingen. Zij moeten bloeden voor de vastgoedbubble waar ze weinig verantwoordelijkheid voor voelen. En is dat niet terecht? Ook Spanje is trouwens nog niet zo heel lang een democratie. Portugal evenmin.

Wie is gewend om in redelijkheid na te denken over een manier om zelf als bevolking een oplossing te zoeken (de principes van de Verlichting)? Vrijheid moet ook daar gepaard gaan met het nemen van een eigen verantwoordelijkheid, maar ze zijn opgescheept met grote schulden. Uiteraard geldt ook daar weer dat armen helemaal niet gebaat zijn bij een redelijke en open opstelling.

De Europese aanpak van de crisis heeft daar wel mee te maken: niet alleen de problemen van de Grieken oplossen met geld, maar ook zorgen dat de Grieken in de toekomst verantwoordelijkheid nemen. Dat proberen de Nederlanders, Finnen en Duitsers in elk geval. De opstelling van de Europese Commissie ziet er anders uit: die gaat uit van het van bovenaf opleggen van verantwoordelijk bestuur. Het is zeer de vraag of dat op de lange termijn helpt.

Het IMF is zelfs uitsluitend op de economie gericht: de zuidelijke landen kunnen hun munt niet devalueren ten opzichte van de Finnen, Duitsers en Nederlanders: dan moeten de sterkere landen maar wat meer inflatie accepteren. Ook de Keynesiaanse opstelling van sommige economen helpt niet. Keynes gaat uit van meer uitgeven in slechte tijden, maar bezuinigen in goede tijden. Dat laatste lukt gewoon niet als er geen verantwoordelijk democratisch bestuur is of een verlichte dictatuur. Beide is in Griekenland niet aanwezig.Ook een Grexit, een Griekse exit uit de euro lost het democratisch probleem niet op.

Democratie is niet af te dwingen
Democratie is misschien niet zeer kwetsbaar omdat het een zelfreinigend vermogen heeft. Maar het bouwen van een democratie is verschrikkelijk moeilijk. Dat kan Brussel niet afdwingen. En Portugal, Spanje en Griekenland zijn nog niet zo lang een democratie. Het gaat met heel kleine stapjes en hebben we veronachtzaamd. Het vraagt van ons geduld, een combinatie van strengheid op de schulden van de Zuid-Europese landen en hulp. Het vraagt veel meer dan een IMF die voorstelt de inflatie hier maar lekker te doen oplopen. Het probleem in Europa is veel breder dan een schuldprobleem of een probleem van uit elkaar lopende economieën. Het gaat ook om vrijheid, gelijkheid, broederschap en democratie, zelf verantwoordelijkheid nemen en in redelijkheid debatteren. Daar hoor je geen econoom over.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen