woensdag 4 november 2015

Zelforganisatie en de nieuwe professional

Kwartiermakers, pioniers, ideeënmakelaars, buiten de box-denkers, veranderaars, sociale innovatiebegeleiders, 3d-denkers, visionairs, transitiedeskundigen, verbinders, friskijkers, schoolmakers, versnellers, kantelaars en vrijdenkers. Er zijn nogal wat namen voor nieuwe professionals die burgers helpen om zichzelf te organiseren en de buurt, de veiligheid of de zorg te verbeteren. Ambtenaren die op dit gebied werken verzuchten dat de nieuwe professionals subsidie willen voor allerlei dingen waarvan de overheid hoopt dat de burgers ze zelf ter handen nemen. Ze kunnen begeleiden, businessplannen schrijven, verbinden en ze spelen o, zo mooi in op de termen die de gemeenten graag zien in subsidieaanvragen.

Ik begrijp wel dat er geld zit in vrijwillige participatie en dat ondernemers daar op af komen. Emiel Rijshouwer en Justus Uitermark onderscheiden drie verschillende typen participatieprojecten:
  1. Participatieprofessionals die in opdracht van of in nauwe samenwerking met de overheid bewoners aansporen tot buurtinitiatieven.
  2. Participatieprofessionals die, gedreven door bezuinigingen, bewoners weten te bewegen mede-eigenaar van een buurtonderneming te worden;
  3. Burgers die het heft in eigen hand nemen door op eigen initiatief nieuwe voorzieningen te creëren.
Brood op de plank als verbinder of opbouwwerker
Met alle respect voor de bevlogen kantelaars ontstaat er zo wel een normale nieuwe markt voor mensen die gewoon brood op de plank moeten hebben. Het is iets dat ik ook mijzelf als professional moet blijven voorhouden. De professionals die initiatieven aanjagen – vaak net als ik zelfstandig ondernemer – zeggen dat ze slechts aan het begin staan en dat burgers op termijn wel het heft in handen zullen nemen, maar dat is niet gemakkelijk. Het onderzoek van Rijshouwer en Uitermark laat zien dat veel initiatieven afhankelijk zijn en blijven van ondersteuning (zie veel buurtinitiatieven volgen de grillen van sponsoren). Niks mis met initiatieven 1 en 2. En vrijdenken is mooi, de een kan het beter dan de ander. Maar de kracht van burgers om zichzelf te organiseren is uiteindelijk gewoon een ander vak, het opbouwwerk.

Zelforganisatie in plaats van beweging brengen
Zelforganisatie is anders vooral een mooie methode voor initiatiefnemers die sterke netwerken hebben. En als de gemeente alleen de zelforganisatie als nieuw beleid benadrukt, wordt de ongelijkheid tussen gemeenschappen met en zonder zelforganiserend vermogen groter. In de buurten met minder organisatiekracht blijven de initiatieven voor participatie dan beperkt tussen nummers 1 en 2 van het rijtje: participatieprofessionals die beweging brengen zonder echte kracht op te bouwen. Dat is kwetsbaar op de langere termijn.


Ik kwam daar op omdat ik een gesprek had met Mar Aalders.
Hij werkte in Rotterdam in de oude wijken in Rotterdam, maar ook in Bosnië en Herzegovina en Afghanistan. Hij is een gepassioneerde opbouwwerker die na een loopbaan bij Unilever al in 1971 zijn passie volgde en koos voor het opbouwwerk. Met hem besprak ik mijn frustratie over de afhankelijkheid van de overheid en de passie voor power to the people. Wat is nodig om een echt eigen stevig initiatief op te zetten? We kwamen op een rijtje voorwaarden.
Mensen uiteraard: te denken aan:
  • Trekker (oude opbouwwerker, iemand die wil helpen de mensen zelf te organiseren)
  • Secretariaat (vb ambtenaar)
  • Technisch iemand uit de bouw
  • Iemand die goed contact kan leggen 

Mensen, competenties, diversiteit en stevige netwerken
Het is jammer, maar het blijkt nodig dat iemand op tijd doorheeft dat het wel zo handig is om de ambtenaar die je tegen lijkt te werken bij het gesprek met wethouder gevraagd wordt. Bureaucratische competenties horen er dus bij. Een administrateur kun je overigens wel van buiten halen. We zien aan de voorwaarden dat het niet speciaal gaat om hoogopgeleide professionals die zelf iets doen. Maar we zien wel dat mensen die een goed netwerk hebben, met daarin deskundigen, politici, ambtenaren, een groot voordeel hebben.

Vervolgens: een Ambitie! Dus niet een idee dat er ergens geld te vinden is en dat je gek bent als je daar niet op inspeelt.

Iedereen doet mee: sociocratisch besluiten
Met Mar Aalders in gesprek komen er dan al snel handigheden naar boven die meer onervaren mensen over het hoofd zien. Ik heb zelf ervaring in de Kersentuin, een project waarbij toekomstige bewoners zelf de architect aanstuurden en zelf een programma van wensen en vervolgens van eisen opstelden voor de bouw. Juist in dat stadium dat er heel belangrijke beslissingen worden genomen is het nodig om iedereen mee te nemen in de besluitvorming. Sociocratisch besluiten is een enorm belangrijk instrument daarvoor. Dat komt er op neer dat je niet besluit op basis van de meerderheid maar zoekt naar besluiten die bij niemand onoverkomelijke bezwaren oproepen. Tegenwerpingen nooit ontkennen, maar juist bespreken waarom iemand moeite heeft met een bepaald besluit. Als tegenwerpingen geen ruimte krijgen gaan mensen zich juist passief opstellen. En je mist een kans om van elkaars kennis en vaardigheden te leren. Daarom moet de trekker ook echt staan op gezamenlijke zelforganisatie. 

Samen doen, ook leuke dingen doen en trots zijn
Andere kleine, maar zeer belangrijke dingen zijn om het gezamenlijk eigenaarschap steeds te bevestigen. Gezamenlijk inkopen van zaken, leuke dingen samen doen, benadrukken dat je trots mag zijn op wat je bereikt hebt zijn onontbeerlijke elementen. Omdat bij dit soort initiatieven mensen hun eigen netwerk uitbuiten is het mogelijk dat mensen een dubbele pet hebben. Dat hoef je niet uit de weg te gaan. Het is belangrijk om er open over te zijn! Maar hoeveel verenigingen zijn niet sterk geworden doordat geprofiteerd kon worden van die dubbele petten waardoor verbindingen ontstaan. Een voorwaarde is ook altijd om iedereen te kennen! Juist in die kennis zit de mogelijkheid om mensen te kunnen aanspreken op iets waar ze warm voor lopen en een goede bijdrage kunnen leveren.

Profiteer van verschillen
Natuurlijk is niet iedereen actief. Accepteer dat zo'n 15% van de bewoners actief is. Maar probeer dan vooral een divers gezelschap te hebben. Niet voor niets zijn de mensen die we bij het rijtje voorwaarden noemden heel verschillend. De optimistische trekker is gebaat bij tegenspraak van een risicomijder. Degene die alles in regels wil vangen is in het begin soms lastig, maar bij verschillen van mening is het wel goed om terug te kunnen vallen op regels (die vaak terugwijzen naar gezamenlijke waarden). En iedereen kennen, ook de mensen die niet actief zijn blijft een voorwaarde.
 
Groenbeheer enenergie zijn kansrijk
Dan liggen er kansen bij het groenbeheer. Dat brengt mensen bij elkaar. Je ziet al snel dat je het met elkaar beter kunt dan wat de gemeente (noodzakelijkerwijs) aan standaard biedt. Besparing op je energierekening is juist in deze tijd een mooie invalshoek. De groei van energiecollectieven is fors en er is een omslag gaande van centraal opgewekte energie naar decentrale opwekking. Een prachtkans voor bewonersinitiatieven omdat het harde centen oplevert. En het mooie is: gemeenten moeten hier een eigen doelstelling halen. Een van de tips is ook: “Ken hun prioriteiten: duurzaamheid, levensloopbestendig, burgerinitiatieven, bewegen, urban greening”. En beperk je niet tot de gemeente: er zijn meer spelers in de buurt die baat hebben bij bewoners die zichzelf organiseren. Denk aan woningcorporaties en organisaties in de gezondheidszorg.

Mijn ervaring is dat je dan ook eigen kapitaal moet opbouwen. Je gaat als groep investeren en moet los raken van de grillen van de politiek, continuïteit is belangrijk. En bewonersparticipatie kan best heel veel continuïteit hebben. Als ik gemeenten hoor klagen dat het moeilijk is om de continuïteit te garanderen, grap ik altijd dat we inderdaad al meerdere contactpersonen van de gemeente hebben gehad, terwijl onze contactpersonen al jaren op hetzelfde adres wonen. Nu is participatie zo'n prioriteit, maar dat kan keren/kantelen.

Kies de professionals zorgvuldig
En in een zwakkere buurt? Dan gaat het er om te inventariseren welke kracht er wel is. Begin met goede buurtanalyse, leeftijd (en leeftijdsverdeling), verhuisbewegingen, energiegebruik, groen, zorgbehoefte. Potjes zijn er voor levensloopbestendig, energie, zorg. Is het nodig om een professional in te schakelen? Zet er dan een opbouwwerker op.

Burgers leren om zelf te besluiten en zichzelf te organiseren is uiteindelijk een vak, of liever: een ambacht!






Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen