donderdag 26 september 2013

De zelfredzame burger in de doe iets-democratie

Rekenen op de zelfredzame burger om taken over te nemen van de overheid zal niet lukken. De Doe iets-democratie (burgers hebben een opdracht) heeft niets met democratie te maken en levert geen oplossing voor mensen die minder zelfredzaam zijn.

Gisteren bezocht ik het mini-symposium de zelfredzame burger in de doe democratie. “Dit past in een tijd waarin de maatschappelijke rol van de actieve, zelfredzame burger in al zijn verschillende hoedanigheden (buurtbewoner, consument, werknemer, lid van een belangenorganisatie, enz.) steeds belangrijker wordt.” Maar na de eerste blik blijkt: de zelfredzame burger is goed opgeleid en heeft diverse netwerken die hij in kan schakelen om zorg en hulp te kunnen vragen. José Kerstholt toonde aan dat dat gaat op basis van affectie en intuïtie. Daardoor kunnen mensen buiten de boot vallen, ook als ze objectief gezien net zo zielig zijn en net zo veel hulp nodig hebben (of nog erger).

Het eerste probleem is er dus al. Niet iedereen heeft die netwerken en eigen kracht. Maar laten we niet negatief zijn en ons niet concentreren op wat niet kan. Daar heb ik zelf ook al genoeg over geschreven.

Overheid als ondersteuner om zelf redzaam te worden
Voor gemeenten is de taak om nieuwe vormen te vinden om burgers te helpen Gemeente Haarlem heeft daarvoor bijvoorbeeld “buuv.nu” opgezet. BUUV is de buurtmarktplaats voor en door bewoners van Haarlem, waar vraag en aanbod elkaar vinden. Leuk, maar niet voor iedereen sluit het aan op zijn vaardigheden en voorkeuren. Geeft ook niet, iedereen is anders. Prima. Zo gaat het ook als gemeenten keukentafel-gesprekken organiseert om met mensen te bespreken wat kan. Of nog sterker: de eigen-krachtconferenties om te kijken wie wat kan doen om problemen aan te pakken.

Maar dat is een overheid die burgers ondersteunt. Die stelt burgers in staat elkaar en elkaars sterkten te leren kennen.

De overheid die gaat rekenen op de zelfredzame burger
Moeilijker wordt het als de overheid rekent op de steun van burgers. Beatrice de Graaf sprak daar over. De campagne Nederland tegen terrorisme deed uitdrukkelijk een beroep op de zelfredzame burger.
Deze wees mensen erop dat ze zelf iets konden doen om terrorisme tegen te gaan. Wees alert, let op vreemde pakjes, waarschuw de politie. Het gevolg van de campagne was dat mensen meer gingen denken in wij tegen zij, mensen meer last hadden van slapeloosheid, en mensen met baarden eerder werden aangewezen als potentiële terrorist. Het inzetten van de zelfredzame burger deed niets tegen terrorisme en droeg niet bij aan versterking van de samenleving. Als dan ook nog blijkt dat de campagne ingezet werd door de politiek die vond dat er iets moest gebeuren, is dus eerder sprake van een “Doe-iets democratie”. De oproep aan burgers was een kwakzalfje met negatieve gevolgen. In niets wordt bij de campagne gepoogd elkaar te leren kennen en te zien wat men kan.

Ik begon me al ongemakkelijk te voelen. Dit heeft toch niets met democratie te maken? En Evelien Tonkens bevestigde dat. Er zijn prachtige voorbeelden van burgerkracht, waarbij mensen zelf initiatieven nemen. Daar beleven mensen veel genoegen aan. Ze leren bovendien met elkaar samen te werken en krijgen meer vertrouwen dat je gezamenlijk iets kan ondernemen en dat tot een goed resultaat te laten komen. Maar wil je die kracht inzetten voor democratie dan moet je mensen ook echte zeggenschap geven. Ze leren dan weer moeilijke afwegingen te maken, met iedereen rekening te houden en uit twee kwaden te kiezen. Van mij hoeven dat geen vragen rond de aanschaf van JSF te zijn, maar gewone vragen over hoe je een beperkte hoeveelheid geld inzet rond de wijk of over hoe je samen je werk verbetert: alledaagse democratie.

Burgerschap als opdracht in de doe iets-democratie
Wat er uit kwam was de beschrijving van een leefwereld van burgers. Kunnen zelf veel, doen zelf heel veel, en hebben niet graag dat de overheid hen teveel in de weg legt. De analyse lijkt aan te sluiten bij het kabinet.

Maar dat botst met het idee van burgerschap als opdracht om uit de financiële crisis te komen. Daar zit een heel andere logica in, namelijk burgers die ineens op basis van een analyse bewust een inzet plegen voor de gemeenschap omdat de overheid zegt dat je iets moet doen voor Nederland, de “doe iets-democratie”. Dat is geen democratie, sluit bovendien niet aan bij de leefwereld van burgers en zal niet werken. 

Maar misschien is dat burgerschap als opdracht wel een gedachte die uiteindelijk een karikatuur is die niemand echt aanhangt?

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen