dinsdag 8 juli 2014

Een kabinet dat niets te doen heeft?

In de Volkskrant van vandaag (8/7/14) staat een stuk over de grote hervormingen die het kabinet Rutte de Kamer door heeft geloodst en hoe het kabinet nu alleen de rit hoeft uit te zitten. Als voorbeeld van hoe dat fout kan gaan noemt de Volkskrant het kabinet Kok II. Mooi voorbeeld, slechte analyse.

Essay over horizontalisering
In het stuk wordt aangegeven dat het kabinet naar een missie zocht en dat Peper met zijn essay een mooie analyse had neergelegd die niet veel aandacht kreeg. Ik herinner mij dat essay nog goed. Het is nog steeds actueel en gaat over de horizontalisering van de samenleving en het ontstaan van de netwerksamenleving. De suggestie wordt gewekt dat Peper een uitweg naar een nieuwe missie bood. Helaas, het briljante essay zou niet hebben geholpen. 

Het gaat hier om een typisch hoogopgeleiden D66-achtige analyse, die ik overigens deel. In niets zien we de essentie van het probleem van Paars. Ja, er wordt wat over marktwerking gesproken en over het niet doordringen van geluiden uit de samenleving tot de overheid. “Door de toegenomen privatisering en verzelfstandiging zijn de verbindingen losser geworden en de politieke hoofdpunten moeilijker grijpbaar. En wanneer de overheid en de burgers elkaar ontmoeten op het terrein waar min of meer zelfstandige organisaties overheidstaken uitvoeren, is er het risico van een zekere doofheid voor geluiden uit de samenleving.”

Doof voor de boosheid
Het probleem van paars II was inderdaad een doofheid voor de samenleving. Paars II luisterde niet naar de kritiek op het over de hoofden heen regeren, zonder kritiek doorgaan met Europa en groeiende culturele onrust over de sociaal culturele veranderingen in de wijken. Kort gezegd: Paars wilde niet zien dat mensen boos waren over het verdwijnen van de zekerheid in hun wijk en de komst van mensen met een andere culturele achtergrond. De tweedeling, afbrokkelend vertrouwen in het gezag om de onderwerpen te agenderen die op straat genoemd worden, dat waren de problemen.

In Rotterdam, de stad van Peper, was de PvdA daarin kampioen. Ik hoorde een keer in reactie op ergernis over Marokkaanse jongens een wethouder zeggen “Ach, problemen met de jeugd zijn van alle tijden”. Terwijl er een diepgaander probleem was. De ouders van die jongens hielden thuis flink de wind eronder. Thuis moesten de jongens zich netjes gedragen, op straat was de politie de baas en misschien de imam. Nu weet ik uit ervaring dat ergernis over jongens die lekker de boel op stelten zetten inderdaad van alle tijden is, maar ouders die zich niet verantwoordelijk voelen voor het gedrag van hun kinderen op straat, daarvoor moeten we ver terug in de geschiedenis. Het is een fundamenteel andere manier van socialisering van de kinderen. Daar moesten we aan wennen en daar moesten we wat aan doen. Ondertussen ging het economisch fantastisch en was Nederland een voorbeeld voor de wereld.

Thema's van nu: banen en zorg
Wat zijn dan nu de thema's. Onderwijs? Heel belangrijk, ik ben er erg voor om daar veel aan te doen. Maar dat is het thema niet. Innovatie? Heel belangrijk, ook dit moet het kabinet voor ogen houden en inderdaad ook hier wint D66 stemmen mee. Elke verstandige bestuurder zorgt dat dit aangepakt wordt. Maar daar gaat het niet om. Keer het namelijk eens om: wordt dit kabinet na 4 jaar weggestemd omdat er te weinig is gedaan aan innovatie??? Flauwekul.

De boosheid van mensen
Het gaat om de boosheid van mensen. Mensen zijn niet boos over de gebrekkige innovatie in de economie. Mensen zijn boos over de groeiende ongelijkheid, de hoge salarissen van bankmedewerkers, de onzekerheid die de komst van Oost-Europeanen met zich mee brengt. De suggestie dat dat goed is voor de economie staat namelijk in schril contrast tot de onzekerheid in werk: de mensen die 55+ zijn en geen kans hebben op een baan, maar wel horen dat ze langer moeten doorwerken. Of de boosheid over de behandeling van ouderen die minder dan vroeger kunnen rekenen op goede zorg. 

Aan die woede is nog weinig gedaan. Ik zeg niet dat we de grenzen moeten sluiten, de (matige) marktwerking in de zorg moeten terugdraaien of het pensioen naar 65 moeten verlagen. Maar aan die boosheid over werk en zorg, daar moet het kabinet wat doen. Dat is moeilijker dan een nieuwe wet door de Eerste Kamer rommelen.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen