dinsdag 19 januari 2016

Van oploop bij azc naar samen besluiten

Stel je voor: een groep woedende mensen spreekt zijn afkeuring uit. Wie het hardste roept en de breedste schouders heeft, heeft gewoon gelijk. Nadat de “leider” heeft geroepen wat hij vindt, geven de anderen instemming door luid te joelen of met hun wapens te kletteren. Dreiging is een manier om te overtuigen. De oploop ontstaat na een incident of doordat er angst is voor een incident. Met meerderheid van stemmen is besloten dat iets niet deugt en met “meerderheid” wordt eigenlijk bedoeld “meerderjarigheid”1.
Een dood varken opgehangen om extra dreiging te tonen

Ik heb het uiteraard over de manier van besluiten in de middeleeuwen. Mensen waren tegelijkertijd van alles (handwerker, boer, koopman) en de belangrijke mensen waren boer – krijger en mochten een wapen dragen. Het heeft heel wat tijd gekost voor we er aan gewend waren om op een andere manier besluiten te nemen. De kerk leerde te werken met een agenda en besluitenlijst (van de Romeinen) en er werd afgesproken dat je tijdens de bijeenkomst geen wapens droeg.

Interessant is dat de arbeidsdeling leidde tot andere afstandelijkere vergaderwijzen. Er groeide onderlinge afhankelijkheid. Kooplieden moesten afspraken maken over handelsroutes, handwerkslieden en boeren maakten op hun eigen manieren afspraken. Doordat het gezamenlijke land onder water kon lopen moesten er gezamenlijke afspraken gemaakt worden over manieren van besluiten. In de 17e eeuw was er meer sprake van onderlinge afhankelijkheid (en scheiding van machten) en kon niet de ene groep de vergadering laten besluiten door harder te schreeuwen en met wapens te kletteren.

Nieuwe manieren om te besluiten
In feite dwong arbeidsdeling af om op een nieuwe manier te besluiten. Dat wil nog niet zeggen dat men gelijk was: in Frankrijk bijvoorbeeld kwam eerst clerus binnen, dan de adel, dan de burgerij en de boerenstand. In de Hollandse vergaderingen (dagvaarten) was dat eerst ook nog zo: eerst de ridders, dan Dordrecht, daarna Haarlem, Delft, Leiden en Amsterdam. De belangrijkste mensen mochten het eerst spreken. Gedeputeerden hadden vaak als opdracht om het standpunt in te nemen van de steden die vóór hen het woord voerden. (Uit W. van Vree Nederland als vergaderland) Dat veranderde in de Republiek der Verenigde Nederlanden. De vertegenwoordigers van de provincies konden zonder last of ruggespraak oordelen. Ze vertegenwoordigden hun provincie en het was onhandig om ruggespraak te houden, want dan moest je op je paard springen om naar Friesland te gaan voor ruggespraak. 

We hebben in eeuwen leren vergaderen, leren afzien van geweld, leren besluiten met argumenten en afwegingen.

Daardoor behielden wel enkelen (behorend tot de elite) de macht om te besluiten. Met de industrialisatie werden arbeiders een belangrijke macht. Zij konden zich organiseren en de elite was van hun medewerking afhankelijk. Maar wat bleef is dat de belangrijke (strategische) besluiten genomen worden door enkelen. De manier om invloed te krijgen is je binnen te dringen in de kleine groep die beslist. Gewone mensen hoefden niet te leren hoe samen besluiten. 

Niet meer via de elite, niet uit woede
Die tijden beginnen te veranderen. Het is niet meer zo dat een kleine groep kan beslissen. In werk en op school leren mensen samen besluiten. Maar daarvoor moeten we nog wel nieuwe vormen van besluiten uitvinden. Want doordat iedereen (in grote getale) mee wil doen, komen er ook weer mechanismen terug uit de Middeleeuwen. Het is niet meer een kleine groep mensen die de woede moet bedwingen en nette vergaderregels volgen en de voorzitter en tegenstander vriendelijk groeten. Nu moet iedereen leren woede te onderdrukken, “overwegen”: nuanceren, nadenken over gevolgen en de positie van de ander. Alleen voelen veel tegenstanders van azc's geen onderlinge afhankelijkheid. Hun geweld is tekenend voor een groep die meent dat niemand van hen afhankelijk is (en dat de rest dus niet luistert).  

Besluiten is volgens het woordenboek Van Dale: “na overweging of beraadslaging kiezen voor”. Nu is het dus ook als mensen gezamenlijk besluiten nodig dat ze ook zaken hebben overwogen. Op twitter je woede uiten of een oploop organiseren is geen besluiten. Spinoza ging er van uit dat besluiten genomen moesten worden “vrij van alle hartstocht en slechts geleid door ijver voor het algemeen welzijn”. Spinoza zag dat patriciërs dat niet konden omdat ze geneigd waren om als hun tegenstanders er niet bij waren te kiezen voor de wet, maar voor gelijkgestemden. Daarom pleitte hij voor democratie.

De opstanden van vroeger zie je nu terug. Er zijn nieuwe vormen van besluitvorming nodig. Niet via het uiten van boosheid op twitter of het organiseren van gelijkgestemden op facebook, maar ook niet door bevriende bestuurders die weinig vertrouwen genieten burgemeester te maken of landelijk besluiten tot een groot AZC in Oranje. Er zijn best goede vormen van besluitvorming die ertoe leiden dat mensen - onderbouwd, genuanceerd en slechts geleid door ijver voor het algemeen welzijn – kunnen besluiten. (Voor alle duidelijkheid: bij blijvend verschil van mening heeft het legitieme bestuur (en de onafhankelijke rechter) het laatste woord)

BOB wat is het beeld en weten we, hoe oordelen we, wat besluiten we
Die manieren houden in dat je eerst zoekt naar beeldvorming (wat weten we, wat niet, klopt wat we denken, hebben we extra informatie nodig (stap 1), oordeelsvorming (Wat is ons doel? Waar maken we ons zorgen om? Wat kan die wegnemen en onder welke voorwaarden kan dat? (stap 2) en besluitvorming (stap 3) (Wat besluiten we en wat gaan we doen en is iedereen het daarmee eens?). De stappen vragen om te luisteren naar elkaar, te horen wat de reden van de ander is om bezwaar te maken en wat er gedaan kan worden om bezwaren weg te nemen.

Sociocratisch besluiten is zo'n manier van besluitvorming. Deep democracy lijkt er op. Ook daarbij gaat het er om de stemmen van de minderheid te horen om het mee te nemen en betere oplossingen te vinden. De ervaringen daarmee zijn goed, maar het vraagt wel geduld en het zien van de ander en luisteren naar de ander.

Ooit is het gelukt om te stoppen om besluiten te nemen per volksoploop, unaniem en overmand door woede. Dat is net als bij Spinoza een pleidooi voor echte democratie. Het is nu weer nodig om te zoeken naar nieuwe organisatievormen die de rede, overwegingen, luisteren naar elkaar terugbrengen.


1Echt waar. Tot de 17e eeuw verwees meerderheid naar meerderjarigheid: de stemmen van de mensen die meerderjarig waren. Dat er een verschil van mening over het besluit kon zijn of dat er een belangrijke minderheid was, kwam niet in de hoofden op. (Ik haal het uit Wilbert van Vree, 1994, Nederland als vergaderland)

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen