vrijdag 30 november 2012

Pleidooi voor amateurisme

Hoe moet de overheid ooit bevorderen dat buurten door bewoners in zelfwerkzaamheid beheerd worden? Het vraagt ruimte voor fouten en amateurisme. 
Ik heb al vaker verteld dat ik in een buurtje woon waar de bewoners veel zelf doen. De buurt bestaat uit twee straatjes met veel groen dat wij zelf onderhouden. We hebben een eigen projecthuis (buurthuis) waar we diverse activiteiten organiseren. Enige tijd geleden organiseerde ik een tafeltennistoernooi, 27 mensen deden mee. Nu moeten jullie weten dat er 96 woningen staan, dus dat mag een mooie opkomst heten. Maar er zijn ook “passieavonden” over meditatie, over een reis naar IndonesiĆ«, over superfoods, over anatomie. Voor elk wat wils. Er zijn jaarfeesten, vrijdagavondborrels, zangclubjes en knutselmiddagen. We hebben een eigen glasvezelnet, waardoor je voor weinig geld fantastisch internet hebt. Op het forum kun je hulp vragen aan elkaar, of een heksenmuts zoeken voor dat feestje waar je dochter heen wil.

De mensen zorgen voor elkaar, de omgeving zorgt dat mensen elkaar ontmoeten, samen leven en dat allemaal zonder steun van de overheid. Eigen kracht, zelfwerkzaamheid, bewonerszelfbeheer: al die termen waar de overheid het over heeft: ze passen op ons project. Geen wonder dat er elke maand wel een verzoek is voor een rondleiding voor woningcorporaties, gemeenten, studenten of bewonersgroepen.

Ergerniswekkend amateurisme
We vergaderen veel. Veel te veel wat mij betreft. De discussies op vergaderingen zijn vaak geneigd diverse kanten op te dwarrelen. Komt er een vraag op bij de begroting over de kosten van een watermeter, dan kan het in no time gaan over het uitzoeken of het mogelijk is om met een grijs (niet goed gezuiverd) waterleidingsysteem te gaan werken (voor de spoeling van de wc, het wassen van de ramen en het sproeien van de tuin). Het is niet ongebruikelijk om vragen over grote lijnen van de begroting te combineren met een vraag over een klemmende deur op nummer 28. Ergerniswekkend!

Tja, wat wil je ook. De mensen die vergaderingen bezoeken zijn niet opgeleid om begrotingen te lezen en onderscheid te maken tussen de balans en de winst- en verliesrekening. Het is niet onmogelijk dat de penningmeester zelf even moet nadenken voor hij weer de reserveringen voor onderhoud en de uitgaven voor onderhoud uit elkaar heeft gehaald. Het huishoudelijk reglement bevat rare artikelen zoals “In de brievenbussen aangetroffen (niet gewenste) drukwerken e.d. mogen niet op het gemeenschappelijke erf worden gedeponeerd” (alsof ander afval wel daar mag worden gedeponeerd, maar dat is apart in een ander artikel geregeld), naast meer gebruikelijke artikelen als “Beplanting dient zodanig te worden opgesteld/aangeplant, dat geen schade kan ontstaan aan het gebouw”.

De planning van het onderhoud is daarentegen zeer professioneel, het projecthuis met al die activiteiten ziet er picobello uit en de tuinen zijn een fantastische plek om te spelen en om buiten te eten. Aan de aanbesteding van onderhoud van de huizen kan de overheid een puntje zuigen.

Ik erger mij vaak op de vergaderingen en het huishoudelijk reglement is op sommige punten niet af te dwingen of gaat veel te ver. Het is simpel gezegd amateuristisch gecombineerd met uiterst professioneel.

Hoe kan de overheid hier in meehelpen?
Als dit is wat de overheid graag ziet gebeuren, hoe krijgt steun van de overheid dergelijke leefomgevingen ooit op gang waar bewoners dat niet zelf kunnen? Alles in de aansturing van professionals zit hen immers tegen?

Professionals moeten resultaatgericht zijn, moeten weten uit welke subsidiepot wat betaald kan worden, op tijd superieuren om toestemming vragen en kritische prestatie-indicatoren bijhouden. De overheid moet immers de regie behouden en er moet SMART gepland worden. Dat is strijdig met zelfsturing door bewoners. De sturing mist een soort scharrelruimte en ruimte voor het amateurisme. Want dat amateurisme kan wel de verklaring zijn voor ons succes: iedereen kan meedoen, er wordt je veel vergeven en de drempel om mee te doen is laag.

Dat vraagt een aanpassende, adaptieve in plaats van een sturende overheid.
Dat vraagt ruimte voor heen en weer zwabberen, fouten, amateurisme. 

Amateurisme hoort bij ruimte
Want dat maakt iets heel anders mogelijk. Zoals Hans Boutellier het noemt: "Dat lukt omdat er een gemeenschappelijk gevoelde en gedragen opgave aan ten grondslag ligt: een zoeken naar het op elkaar betrokken raken, naar leven, zeggenschap en waardigheid." En laat hij het nu net hebben over een heel ander buurthuis, ook door de bewoners gerund, maar dan met steun van een fantastische professional Titus Schlatman. 

Het lijkt amateurisme, maar daar gaat het niet om. Het gaat om je verbinden met elkaar, elkaar kennen, niet bezig zijn met wat subsidiabel is, niet wat de prestatieindicator was waar je op werd afgerekend. Maar wel achteraf controleerbaar en meetbaar succesvoller. 

Zie ook mijn stukje van even geleden over hoe Woonbron eigenaren van woningen weer actief kreeg. En in deze blog ga ik in op de professional en de bewoners.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen