maandag 14 januari 2013

Een haatmailer beledigen is als een steen werpen in de modderpoel

Hans Spekman ontvangt veel haatmails en wilde dat nu eens aan de orde stellen. Hij heeft de mails online gezet om de mensen eens te laten nadenken over deze mails en het gebrek aan beschaving dat deze mails tonen. Theodor Holman van het Parool greep dit direct aan om het op te nemen voor deze haatmailers. Moeten we begrip hebben? Nee, maar het online zetten helpt niet. Een haatmailer beledigen heeft ook geen zin. Het is als het werpen van een steen in een modderpoel: men bespat alleen zichzelf.

Theodor Holman opperde dat het gaat om mensen die niet zo goed gebekt zijn als “wij”, ons soort mensen. Het zijn lieden die zich vermoedelijk op het eerste gezicht verwant voelden met hem, of zich verwant met hem zouden willen voelen, maar dat niet kunnen. Ze voelen zich door hem in de steek gelaten, verraden. Holman heeft ongelijk.

Hoezeer ik ook denk dat je moet nadenken over wat mensen zeggen en kijken naar waarom ze zich opwinden, is dat een onderschatting van het probleem. We raken gewend aan dergelijke haatmails, maar toen er nog geen mail was reageerde men lang niet zo vaak met scheldkanonnades per telefoon. Dat is omdat telefoon niet anoniem is: je spreekt iemand aan en die kan boos worden, antwoorden, of nog erger: jou herkennen! Vroeger vielen mensen nog wel eens op omdat ze zo beschaafd waren, dat krijgt nu geen aandacht meer. De mensen die een kunst maken van het grof beledigen krijgen aandacht. 

Dat is jammer. Geen spitsvondigheden meer zoals het bekende "Winston, if I were married to you, I'd put poison in your coffee" (Lady Aston tegen Winston Churchill) waarop de reactie kwam "if you were my wife, I'd drink it." Of tegen de boze PvdA-er die opzegde als lid om lid te worden van de PVV: "Mooi, dan gaat de gemiddelde intelligentie in beide partijen tenminste nomhoog"

Anonimiteit kan een forse bijdrage leveren aan hufterig gedrag. Het blijkt dat in culturen waarin soldaten zich onherkenbaar maken gewelddadiger zijn dan waar soldaten dat niet zijn. We kunnen wel denken dat we zelf ons niet slecht zullen gedragen, maar een combinatie van anonimiteit en groepsdruk kan ons helaas veranderen, zodanig dat we onszelf kunnen verbazen.

Nu anonimiteit gemakkelijker te regelen is, is het ook nodig om de beschaving wat dat betreft op te krikken. En dan heb ik het niet alleen over haalmails van verzonnen namen. Met email ben je als je reageert al snel anoniem, ook als je je naam erbij zet. De drempel om te reageren en boos te worden is gewoon laag. Mensen schelden ook gemakkelijker op een bedrijf als ze een klacht hebben per email, dan als ze dat per telefoon doen. Het voelt toch anoniemer. 

Het heeft inmiddels een naam, dus het bestaat. Het heet het “Online disinhibition effect”. John Suler noemt het giftige ontremming. 

Kortom, Hans Spekman verdient sympathie. Helpt zijn actie echter? Dat is maar zeer de vraag. Het op facebook zetten van de emails zou even kunnen helpen, maar we gaan het schelden steeds gewoner vinden. Natuurlijk is het vooral goed dat hij de kans grijpt om ons te laten nadenken over dergelijke ontremming.

Maar er zou meer moeten gebeuren. Misschien zou het helpen eens leuke spitsvondige reacties te bedenken op dergelijke dommme emails. Je kunt die mensen immers beter belachelijk maken dan serieus nemen. Terug beledigen helpt niet want dat voedt het debat alleen maar.

Of misschien moeten we op facebook allemaal zo'n ouderwets tegeltje plaatsen."Een haatmailer beledigen is als een steen werpen in een modderpoel: men bespat alleen zichzelf" (naar Inayat Khan)

Maar van mij mag ook als standaard reactie dat uit onderzoek blijkt dat haatmailers een klein piemeltje hebben.


P.S. Misschien is dat tevens iets wat in de opvoeding belangrijker wordt. Nu de anonimiteit gemakkelijker is dan vroeger, met internet en zo, wordt het belangrijker om een intrinsieke motivatie te hebben om op tijd jezelf een halt toe te roepen.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen